Iemand, die voor de eerste maal deze verbijsterende en wanordelijke
gebeurtenis, het zwermen van een flink bevolkten bijenkorf, bijwoont,
voelt zich eenigszins teleurgesteld en komt niet dan met zekere angst
naderbij. Hij herkent ze niet meer, de ernstige, vreedzame bijen van de
uren van arbeid. Enkele oogenblikken te voren zag hij ze uit alle hoeken
terugkeeren van buiten, opgaande in hun werk als kleine burgervrouwtjes,
die door niets worden afgeleid van hunne huishoudelijke aangelegenheden.
Ze kwamen bijna onopgemerkt binnen, moe, buiten adem, druk, haastig,
maar toch zeer bescheiden, en werden in 't voorbijgaan door de jeugdige
amazones aan den ingang begroet met een lichte beweging der sprieten.
Hoogstens wisselden zij enkele onontbeerlijke woorden bij het haastig
overgeven van hun bijeengegaarden honing aan een der jeugdige
honingdraagsters, die altijd te vinden zijn in den binnensten hof van de
werkplaats;--of wel zelf gingen zij naar de ruime honingzolders, die de
broedplaats omgeven, om daar de twee zware korven vol stuifmeel neer te
zetten welke ze aan hun dijen hebben vastgehecht, en vertrokken
onmiddellijk weer, zonder zich ook maar eenigszins te bekommeren om 't
geen daar voorviel in de werkplaatsen, in het slaapvertrek der nymphen
of in 't koninklijk paleis, zonder zich ook maar een enkel oogenblik te
mengen in het gewoel op het plein, dat zich uitstrekt voor den ingang en
dat op de uren van groote hitte geheel in beslag wordt genomen door het
gebabbel der luchtververschsters, die daar om het vlieggat, naar de
teekenachtige uitdrukking der ymkers "als afhangende zware baarden"
werkeloos voorhangen.