X.

Is 't niet verbazingwekkend, dat de bijenkorf, waarop wij uit eene

gansch andere wereld neerzien en dien we dus niet duidelijk kunnen

onderscheiden, ons bij den eersten blik dien we daarop werpen, een

beslist en diepzinnig antwoord geeft? Is 't niet bewonderenswaardig, dat

zijn gebouwen vol regelmaat, zijn gebruiken en wetten, zijn

huishoudelijke en staatkundige inrichting, zelfs zijne deugden en

wreedheden, ons onmiddellijk de gedachte of den god openbaren, dien de

bijen dienen, en die niet de minst wettige of redelijke god is, dien men

zich kan voorstellen, al is 't misschien de eenige, dien wij nog niet in

ernst hebben aangebeden, ik bedoel de toekomst? In de geschiedenis der

menschheid trachten we somwijlen de kracht en de zedelijke grootheid van

een volk of een ras te peilen, en we vinden geen anderen maatstaf dan de

vastheid en den omvang van het ideaal, dat ze najagen, en de

zelfverloochening, waarmee ze zich daaraan wijden. Hebben wij dikwijls

een ideaal aangetroffen, dat meer in overeenstemming is met de wenschen

des Heelals, dat hechter, verhevener, belangeloozer en duidelijker is,

zaagt ge dikwijls een meer algeheele en heldhaftige zelfverzaking?

Het leven der bijen · 第 29 / 136 题