VI.

De eerste maal, dat men een bijenkorf opent, gevoelt men een zelfde

soort van emotie als bij het schenden van een onbekend voorwerp, dat

misschien akelige verrassingen voor ons bergt, een graf b.v. De bijen

zijn omgeven door een legende van dreigement en gevaar. We zijn al

zenuwachtig door de herinnering aan die steken, die zulk een geheel

eigenaardige pijn veroorzaken, dat men haast niet weet waarmee ze te

vergelijken, een bliksemende droogte, zou men kunnen zeggen, een soort

van woestijn-vlam, die zich over het gewonde lichaamsdeel verbreidt; 't

is als hadden onze dochteren der zon uit de verhitte stralen van hunnen

oorsprong een schitterend venijn getrokken, om met te beter gevolg de

schatten van zoetigheid te kunnen verdedigen, die zij te danken hebben

aan de welwillende uren der zon.

't Is waar dat een bijenkorf, zonder omzichtigheid geopend door iemand

die het karakter en de zeden der bewoners kent noch eerbiedigt,

onmiddellijk verandert in een brandend braambosch van toorn en

heldenmoed. Maar niets laat zich gemakkelijker verwerven dan de kleine

handgrepen, die vereischt worden om zulk een korf ongestraft te

hanteeren. Men kan volstaan met een beetje rook op het juiste oogenblik

uitgeblazen, en met veel koelbloedigheid en teerheid; en ziet, de goed

gewapende werkbijen laten zich berooven, zonder er ook maar aan te

denken gebruik te maken van hun angel. 't Is niet omdat ze, gelijk men

beweerd heeft, hunnen meester herkennen, ze vreezen den mensch niet;

maar de reuk van den rook, de kalme gebaren, die ze overal in hunne

woning waarnemen doch die hen niet bedreigen, maken dat ze niet denken

aan een overval of aan een geduchten vijand tegen wien men zich nog zou

kunnen verdedigen, doch aan een natuurkracht of natuurlijke catastrophe,

waaraan men zich wel moet onderwerpen. In plaats van een nutteloozen

strijd aan te binden willen ze, krachtens een omzichtigheid, die zich

hier vergist, omdat ze al te ver vooruit ziet, althans de toekomst

redden; ze werpen zich op de honing-provisie om daaruit zooveel te

putten en in haar lichaam te verbergen, dat ze onmiddellijk elders, waar

dan ook, een nieuwe stad kunnen stichten, indien de oude wordt verwoest,

of zij genoodzaakt worden die te verlaten.

Het leven der bijen · 第 15 / 136 题