Om zoo eenvoudig mogelijk de jaarlijksche geschiedenis van den bijenkorf
te kunnen volgen, willen we er een nemen, die in de lente ontwaakt en
den arbeid hervat, daar we zoodoende de groote gebeurtenissen uit het
leven der bijen zich in hun natuurlijke volgorde zullen zien afwikkelen,
te weten: de vorming en het vertrek van den zwerm, de stichting der
nieuwe stad, de geboorte, de gevechten en de paringsvlucht der jeugdige
koninginnen, de moord der darren en de hernieuwde winterslaap. Ieder
dezer voorvallen zal van zelf aanleiding geven tot de vereischte
ophelderingen omtrent de wetten, eigenaardigheden, gewoonten,
omstandigheden, die ze te voorschijn roepen of waarvan ze vergezeld
gaan, zoodat we, aan 't eind van een bijenjaar gekomen, dat zelden
langer duurt dan van April tot einde September, alle geheimen van het
honing-huis hebben gehad. Vóór we het openen en er een vluchtigen blik
in werpen, is het voor het oogenblik voldoende te weten, dat het bestaat
uit een koningin, de moeder van geheel haar volk, uit duizenden
werkbijen of geslachtloozen, onvolkomen gebleven en onvruchtbare
wijfjes, en eindelijk uit een paar honderd darren, uit welke later de
eenige en ongelukkige echtgenoot zal gekozen worden van de toekomstige
heerscheres, die door de werkbijen na het meer of minder vrijwillig
vertrek der regeerende moeder tot koningin wordt uitgeroepen.