van het kruis voorzien was van steenen hoektorens die zwaar gebouwd
maar met den koepel niet door stalen gordels verbonden waren. De
aardbeving behandelde ze als schoorsteenen, slingerde ze heen en weer
en wierp ze daarna elk op het dak van een der kruisarmen omlaag. Met
groot geweld kwamen zij op die daken, pletterden uiteen, braken het
dak door en vielen als een regen van steenblokken en puin in de kerk
omlaag. Geen zitplaats werd gespaard. Het gebeurde Woensdagochtend
omstreeks vijf uur. De Zondag te voren was Paaschzondag geweest en had
de kerk zoo vol gezien, dat geen enkele plaats ledig was. Ware de ramp
toen gebeurd, zoo zou een groot deel van de bevolking van Palo Alto en
van de Universiteit geweldig getroffen geweest zijn. Trouwens het feit
dat de aardbeving op dat vroege uur gebeurde, heb ik in Californië
telkens en telkens en overal dankbaar hooren prijzen. Het heeft het
verlies aan menschenlevens onbegrijpelijk klein gemaakt.
De val der torens vulde en omhulde de kerk plotseling met een dikke
wolk van kalkstof. Het duurde lang, voordat men eigenlijk zien
kon wat er gebeurd was. Het orgel was gespaard maar omhuld door de
stofwolken. Een der eerste zorgen was, het met doeken zooveel mogelijk
tegen verdere stof te beveiligen. Toen ik in Juli de kerk bezocht,
was men bezig de orgelpijpen te reinigen, uitwendig en inwendig. Zij
moesten daartoe een voor een van hun plaats genomen en hersteld
worden, en de organist was bezig daarbij hun tonen te beoordeelen en
te zuiveren. Een blik in de kerk toonde de verwoesting. De hoektorens
waren hier en daar in groote blokken omlaag en door den vloer gevallen;
zelfs ijzeren vloerbalken waren gebogen en verwrongen. Bijna alles
was verwoest, en achter het altaar stond de rij der marmeren beelden,
grof beschadigd maar nog helder wit in de grauwe omgeving. De ramen
waren beiderzijds met planken schotten tegen beschadiging tijdens
het weghalen van het puin en het latere opbouwen bedekt, en zoo was
ook de vleugel waarin het orgel en het koor waren, beiderzijds door
planken schotten afgedekt. Geen zijlicht viel in de kerk, alleen door
de gaten in het dak viel het licht in. Alles herinnerde aan Schiller's
woorden in het Lied Von der Glocke, na den brand:
Und des Himmels Wolken schauen
Hoch hinein.
Maar in dit zonneland zijn er geen wolken, en de zwaar getroffenen
zitten ook niet bedrukt bij hun ondergegane werken neer. Zij
zijn vol moed, en overal bezig een nieuwe toekomst op betere
grondslagen op te bouwen. Binnen twee maanden moet de nieuwe cursus
der Universiteit beginnen en dan zal, verzekerde mij de president,
alles zoover hersteld zijn dat alle collegekamers, alle werkzalen
der laboratoriën, de geheele boekerij en zelfs een deel der kerk
weer in gebruik genomen kunnen worden. Zeker is er eenige vertraging
in het herstellingswerk, maar de oorzaak daarvan is gelegen in de
moeilijkheid de noodige bouwmaterialen te bekomen, nu San Francisco
bijna alles gebruiken kan wat in voorraad is of langs de spoorwegen
aangevoerd kan worden. Echter zijn er gebouwen, als de nieuwe boekerij
en het nieuwe gymnastiekgebouw, die nagenoeg geheel verwoest zijn,
maar nog niet in gebruik genomen waren. Hun balken en steenen leveren
nu het materiaal voor het herstel der overige gebouwen.
Van de kerk is ook het fraaie schilderwerk op den voorgevel
afgeschud. Boven den ingang was een groot rond beschilderd venster,
ter weerszijden waren zuilengangen en kleine schilderwerken, en boven
was de geheele driehoek ingenomen door een groot, in goud en kleuren
geschilderd tafereel uit het leven van Jezus. Dit gedeelte van den
muur is omlaag gevallen en tot gruis verbroken; alleen de inscriptie
er onder, welke verklaarde hoe dit alles tot Gods eer en tot aandenken
aan den te vroeg gestorven zoon was opgericht, is gebleven. Het is
twijfelachtig of de geldmiddelen, in verband met andere eischen,
een herstel van dit schilderwerk volgens de nog aanwezige modellen
zal toelaten.
Niet alle gebouwen van het dubbele Quadrangle zijn in den ouden
Spaanschen stijl opgetrokken. Integendeel, enkele zijn volgens
de nieuwste begrippen uit staal, cement en steen gemaakt. Ook dit
beginsel is goed en heeft bijna overal aan de aardbeving weerstand
geboden. Schoorsteenen en pleisterwerk en enkele scheuren moeten
natuurlijk uitgezonderd worden. Als men vóór de Arch staat, heeft
men in het buitenste Quadrangle rechts de gebouwen voor plant-
en dierkunde en physiologie, links die voor geschiedenis en talen
en de oude boekerij. Zij zijn vierkant opgetrokken, zonder bogen en
met talrijke ramen, twee of drie verdiepingen hoog. Maar hun stalen
geraamte deed ze stand houden. Toch zijn zij geducht heen en weer
geschud, zooals uit het vallen van flesschen met praeparaten, het
uitbreken van stukken muur, waar die te zwak waren en uit enkele
andere omstandigheden duidelijk blijkt. Zoo was de gevel van het
zoölogie-gebouw boven den ingang gesierd met de meer dan levensgroote
marmeren beelden van Humboldt en Agassiz. Humboldt bleef staan, maar
het uitbouwsel waarop Agassiz stond, brak los. Hij viel, duikelde en
drong met zijn hoofd door de cementen stoep in den lossen ondergrond,
tot aan zijn ellebogen bedolven wordend. "Natuurlijk", zei president
Jordan tot de studenten die hem bij het beeld brachten, "he has always
been a man of deep penetration". Het beeld werd gephotografeerd,
opgegraven, van een stalen balk in zijn inwendige voorzien, om het
goed te bevestigen, en weer op zijn plaats gebracht. Het bleek zoo
goed als ongeschonden te zijn. Ik zag het staan zooals ik het vóór
twee jaren gezien had.
Na het overlijden van den heer Stanford begon zijn weduwe angstig te
worden dat zij de voltooiing der gebouwen niet meer beleven zou. Zij
wilde daarom den bouw zooveel mogelijk bespoedigen en dus met de
beschikbare geldmiddelen zooveel mogelijk tot stand brengen. In
plaats van in eigen beheer met dagloonen te werken, ging zij over
tot het systeem van aannemen. Het uiterlijk der gebouwen kon precies
hetzelfde zijn als dat der overige, zoo zij van gebakken steen gemaakt
en met een betrekkelijk dunne laag van zandsteen bekleed werden. De
kosten en de duur van het werk zouden daardoor zeer aanzienlijk
verminderd worden. Maar het oude beginsel "reken op een aardbeving",
werd daarbij verwaarloosd. Het doel echter werd zoo goed als bereikt,
en toen mevrouw Stanford, nu omstreeks een jaar geleden, overleed,
waren bijna alle gebouwen òf in gebruik, òf ten minste in hoofdlijnen
gereed. Echter slechts tijdelijk, zooals de aardbeving leeren zou, want
juist deze gebouwen zijn zoo goed als geheel vernield. Gelukkig dat de
drie voornaamste onder hen, de gymnastiekschool, de nieuwe bibliotheek
en het gebouw voor de geologie, nog niet in gebruik genomen waren;
het eerste werktuig, het eerste boek en het eerste fossiel zouden er
juist ingebracht worden toen de aardbeving plaats vond.
Het gebouw voor de geologie was uitwendig in denzelfden stijl
opgetrokken als de gebouwen voor botanie en zoölogie, maar miste de
noodige stevigheid. Het gymnasium of de gymnastiekschool en de nieuwe
bibliotheek staan links van den grooten rijweg die naar den Arch voert,
tegenover het ethnologisch museum en het scheikundig laboratorium. Het
gymnasium bestond uit een middengebouw met een koepeldak en een
zuileningang; dit is geheel ingestort. De beide vleugels staan nog en
zijn grootendeels bedekt door het dak, dat op een goed gegord geraamte
van ijzeren balken rustte. Maar aan den voorgevel was dit dak niet
bevestigd, en de dakhelling hier bestond uit licht houtwerk. Dit deel
viel langs beide vleugels in en sleepte een deel van den gevel mede.
De boekerij had, zooals dat voor dergelijke gebouwen in Amerika
gebruikelijk is, een centrale leeszaal, wier hoogte door het geheele
gebouw ging en die haar licht van een glazen koepeldak ontving. Deze
koepel rust op een goed en stevig ijzeren geraamte, maar was niet aan
de beide vleugels verbonden, waarin de zalen voor de boeken waren. Op
dit geraamte werd de hooge koepelbouw door de golven der aardbeving
heen en weer geschud, gedraaid en gewrongen, maar hield goed stand;
zelfs geen ruit in het half bolvormig glazen dak of in de ramen
langs de galerij er onder, werd gebroken. Maar links en rechts,
voor en achter drukte het gevaarte in zijn schuddende beweging de
overige gedeelten van het gebouw eenvoudig ineen, en deed ze als puin
omlaag vallen. Men kon dit nog duidelijk zien, en ziet het ook op de
photographiëen vrij goed. Hoog verheven staat de glinsterend vergulde
koepel op zijn naakten stalen onderbouw te midden van de puinhoopen van
het gebouw, waarvan zoo goed als geen gedeelte meer voor den herbouw
kan gebruikt worden. Het is een treurig gezicht, een ruïne zonder
brand, en overal de oorzaken van de ramp duidelijk zichtbaar toonend.
Vergelijken wij hiermede de beide woonhuizen voor de jongens en de
meisjes. Zij heeten dormitories. Dat voor de jongens is Encina-Hall,
dat voor de meisjes is geschonken door den heer Roble en draagt zijn
naam. Zij zijn ongeschonden. Zij bestaan uit staal en cement, wat
men in Amerika "reïnforced concrete" noemt. Het is ongeveer wat wij
cementijzer en gewapend beton noemen; het ijzerwerk er in wisselt
van dun gaas tot dikke stangen en zware ijzeren balken, die het
geraamte van het geheele gebouw vormen. Zulk een gebouw, dat niet
uit aaneengecementeerde steenen bestaat, noemen de Amerikanen een
monolith, een éénsteensblok, en het bezit den hoogsten bereikbaren
graad van soliditeit. Roble Hall is wel van buiten afgewerkt alsof
het uit aaneengemetselde vierkant gehouwen steenen bestond, maar dit
is slechts versiering. Het is één stuk, zoo goed als onbreekbaar en
is dan ook niet gebroken, ofschoon zijn front twee bovenverdiepingen,
elk met 15 ramen en een verdieping gelijkvloers met een arcadengalerij
vertoont. Het gebouw voor de jongens heeft vier verdiepingen elk
met 32 ramen in het front en is dus veel grooter, maar op dezelfde
wijze gebouwd. Slechts één fout was er gemaakt. Boven den ingang
waren op beide gebouwen, ter weerszijden, ornamenteele schoorsteenen
aangebracht. Noodig waren zij niet, want de gebouwen behoeven nooit
verwarmd te worden. Deze schoorsteenen wierp de aardbeving om. Zij
waren zwaar en vielen door het dak en door de slaapkamers er onder en
hun vloeren tot in de kelderverdieping omlaag. De jongens en meisjes,
die in die kamertjes sliepen, tuimelden mee omlaag en kwamen in den
kelder terecht; een der jongens werd gedood, maar de overige kwamen
er met betrekkelijk geringe kneuzingen af.
Het ethnologisch museum, dat ook een aandenken aan den jongen
Stanford is, en waarvan de kamer met de door hem zelven bijeengebrachte
verzamelingen het middenpunt uitmaakt, is ook van "reinforced concrete"
gemaakt en ongeschonden gebleven, ten minste wat het hoofdgebouw
betreft. Na den dood van den heer Stanford zijn uitbreidingen noodig
geweest en hiertoe werden bijgebouwen inderhaast en zonder de noodige
stevigheid gemaakt. Zij zijn als kaartenhuisjes ineengeschud en liggen
als puinhoopen naast den trotschen kolos.
"Een aardbeving is rechtvaardig", zij vernielt het slechte en
spaart het goede. Het is een harde les, maar die op een zeer gelukkig
oogenblik ontvangen is en zonder twijfel vruchten zal dragen. Gelukkig
is het dat Mevrouw Stanford kort tevoren overleden was; voor haar
zou de vernietiging van zooveel wat zij in koortsachtigen ijver voor
het aandenken van haar man en haar zoon gedaan had, een te zware
slag geweest zijn. Gelukkig was het dat de drie zwaarst beschadigde
gebouwen voor het onderwijs nog niet in gebruik genomen waren, zoodat
de kostbare verzamelingen die zij herbergen moesten gespaard gebleven
zijn. Gelukkig was het ook, dat de ramp de Universiteit tegen het
einde harer bouwperiode trof, daar nu het financieel gevolg eigenlijk
alleen is, dat die periode met eenige jaren verlengd moet worden en
dat de plannen, om de inkomsten voortaan zoo goed als geheel voor
de bezoldiging der hoogleeraren en beambten, voor de verzamelingen
en andere behoeften van het onderwijs te gebruiken, nog eenigen tijd
moeten worden uitgesteld.
De aardbeving heeft niet alleen geleerd hoe men te Palo Alto bouwen
moet, maar hare lessen gelden voor de geheele geteisterde streek van
Californië. De ervaringen zijn in hoofdzaak, zooals ik reeds zeide,
dezelfde als te San Francisco, en zelfs een leek kan op verschillende
punten overeenkomst waarnemen. Zoo kan ik de City Hall der hoofdstad
met de Library van Stanford University vergelijken. Beiden hebben
een koepel op een ijzeren geraamte en in beiden staat die koepel
nog, na geweldig geschud en gewrongen te zijn. Maar de stalen
bouw bood weerstand, terwijl de andere gedeelten instortten. Zoo
is het in San Francisco met al de reuzengebouwen, de zoogenaamde
skyscrapers. Zeker hebben zij geducht gezwiept en moet het voor de
bewoners der bovenverdiepingen een benauwd gevoel geweest zijn, te
denken dat het geheele gebouw wel eens rechts of links op den grond
kon vallen. Maar ze hielden allen stand, tot dat zij later een prooi
der vlammen werden.
Vergelijkt men daarmede den hoogen fabrieksschoorsteen van de gebouwen
voor de ingenieurswetenschap, die als een dubbele lijn van de volle
lengte van het uitwendige Quadrangle daarachter geplaatst zijn. Die
schoorsteen is ook heen en weer geschud. Eerst viel daarbij zijn
top naar de zijde van het Quadrangle, daarna viel de rest van zijn
bovenste helft naar de andere zijde omlaag. Beide deelen vielen door
de daken der aangrenzende machinezalen en vernielden deze natuurlijk
ten eenenmale. De schoorsteen had geen stalen geraamte, maar het is
de vraag of zij daardoor voldoende zou kunnen beveiligd worden, om
wel te buigen maar niet te breken. Zou de Eiffeltoren, zoo hij in San
Francisco of te Palo Alto gestaan had, er ongeschonden afgekomen zijn?
Nadat wij alle gebouwen zoo volledig mogelijk gezien hadden, reed
President Jordan met den heer Dudley, hoogleeraar in de botanie
aan de Universiteit en met mij een deel der uitgestrekte goederen
van de stichting rond. Boomen en planten zijn nergens beschadigd;
een boomstam is en blijft een voor den mensch onbereikbaar model van
bouwkunst, dat alleen door een bamboeshalm overtroffen wordt. Stel u
een toren voor als een bamboeshalm, geen halve meter dik en hooger
dan de hoogste huizen. De wind kan hem ter aarde buigen, maar in
volle elasticiteit stijgt hij later weer hemelhoog op. Wat mij op
dien rit het meeste trof was het woonhuis van mevrouw Stanford. Bij
mijn vorig bezoek was ik daar even eervol als hartelijk ontvangen,
en had ik aangezeten aan den rijken disch van eene der rijksten in
Amerika. De kamer waarin wij aanzaten was geheel vernield, geen deel
van den muur was overgebleven, alles was eenvoudig door den vloer
heen in de kelderruimte verdwenen. Niets van al die heerlijke luxe,
van die rijke kunstverzameling was gered. Het overige deel van het
huis stond nog, maar vol barsten, die van boven naar beneden gingen,
en die zoo wijd gaapten, dat een herstel onmogelijk was. Het was
de wensch van den heer en mevrouw Stanford, dat dit paleis later de
trotsche zetel van den president der Universiteit zou zijn, maar het
heeft zoo niet mogen zijn. Tijdens mijn bezoek was men bezig met te
schoren en te sloopen, teneinde een verdere instorting te voorkomen.
Niemand heeft den moed verloren. De herbouw der Universiteit is gesteld
in handen van de hoogleeraren in de bouwvakken, die mannen zijn met
een groote practische ervaring. Zij verzamelen de gegevens van de
ramp tot in alle bizonderheden, en werken nauwkeurig het stelsel
uit waarnaar zij willen bouwen. Voor elk bizonder geval zijn er een
of meer overeenkomstige aan te wijzen, waardoor men zich kan laten
leiden. Zandsteen en geen gebakken steen, geen metselkalk maar cement,
aanéén gorden van alle deelen van een gebouw met stalen balken en een
scherp waken tegen oneerlijke bezuinigingen zijn de hoofdpunten. Het
zal natuurlijk jaren duren voor dat alles hersteld is, maar men rekent
er vast op, dat een volgende aardbeving de geheele Universiteit zal
vinden in den toestand, waarin deze de gebouwen van het inwendige
Quadrangle vond. Schoorsteenen zullen vallen en pleisterwerk zal
losbreken, enkele muren zullen scheuren, maar daartoe zal de schade
zich moeten beperken. En misschien ontdekt men tegen deze kleinere
bezwaren intusschen ook nog wel afdoende middelen.
En ten slotte: een universiteit bestaat uit de hoogleeraren en de
studenten en niet uit de steenen gebouwen. In dit opzicht is Stanford's
roem geheel ongeschonden gebleven.
Santa Rosa.
Santa Rosa ligt 30 mijlen ten oosten van de scheur, waarvan het
ontstaan de aardbeving van 18 April heeft veroorzaakt. Voor zoover
het uit steenen huizen bestond, is het daarbij verwoest.
Het stadje is de hoofdplaats van Sonoma County en telt een bevolking
van 10.000 zielen. Gedurende de 5/4 minuut dat de schokken duurden,
zijn alle steenen gebouwen ingestort en ruim 100 personen gedood. In
het midden der stad stond het County house, uit drie verdiepingen
bestaande, waarboven een toren met koepeldak uitstak. Het gebouw is zóó
geschud, dat de toren en de bovenste verdieping geheel omlaag gevallen
zijn, ten deele in de lagere verdiepingen en ten deele op het cementen
trottoir rondom het gebouw. In dit laatste ziet men overal nog de
beschadigingen, ofschoon alle puin buiten het gebouw weggehaald is. De
muren der beide onderste verdiepingen staan nog, even zoo de trappen,
maar zij zijn overal geweldig gescheurd, de ruiten gebroken en het
binnenwerk vernield. Enkele kamers zijn voorloopig weer hersteld
en in gebruik genomen, en naast het gebouw is een barak opgericht,
waarin de bureaux tijdelijk geplaatst zijn. Het is een droevig en
ontmoedigend gezicht.
Maar veel verschrikkelijker is de toestand rondom dit centrale
gebouw. Het binnen-gedeelte van de stad, de kantoren en winkels
omvattende, was van gebakken steen gebouwd, ongeveer op dezelfde
wijze als onze steden. De huizen hadden drie en meer verdiepingen
en sloten dicht aaneen. Gebouwen met een ijzeren geraamte, zooals
te San Francisco en elders, waren er slechts weinige, onder welke
de bankgebouwen genoemd mogen worden. Dit geheele gedeelte is in
een ruïne veranderd, al de muren zijn ingestort. Overal staan nog
stukken van muren, meest niet meer dan een verdieping hoog. Alle
straten lagen vol puin, en daar nagenoeg alle winkels vernield waren,
dreigde er spoedig gebrek. De hotels en theaters deelden in de ramp,
evenzoo het post- en telegraaf-bureau, waardoor de communicatie
met de buitenwereld voor geruimen tijd afgesneden was. Treinen met
vluchtelingen uit San Francisco kwamen te Santa Rosa aan, voordat
het mogelijk was daarheen bericht te zenden dat de kleine stad nog
erger getroffen was dan de hoofdstad.
In tegenstelling met San Francisco heeft de aardbeving hier de buizen
en pijpen der waterleiding niet gebroken. Er was dus voldoende water
voor het blusschen der branden, ofschoon menige brandkraan natuurlijk
onder het puin bedolven was. Er waren drie brandspuiten, die gelukkig
ongedeerd gebleven waren. Overal braken branden uit, een twaalftal
tegelijk, maar in den loop van drie uren gelukte het deze tot kleine
afmetingen te beperken en te blusschen. Slechts op ééne plaats, op
de grens van het onheil, zag ik in Juni nog een gebouw waarvan de
gevel door de vlammen geblakerd was.
Het steenen gedeelte der stad is omstreeks 3000 voet lang en 600
voet breed. De schade wordt berekend op 4 millioen dollars. Rondom
dit centrum strekt zich de stad vrij ver uit, maar bestaat uit de
woonhuizen of residences. Dit zijn houten gebouwen op een gemetseld
fondament en elk afzonderlijk staande, door een tuintje omgeven. In
dit gedeelte is de schade zeer gering geweest. De schoorsteenen zijn
vlak aan het dak afgebroken en daarop geworpen. In enkele gevallen,
waar het dak slecht gebouwd was, zijn zij er door heen gevallen en
is plaatselijk nog al schade aangericht.
In de kamer waar ik zit te schrijven, in een dier woonhuizen aan
Mendocino-street, was het behangsel op den muur geplakt, zooals hier de
gewoonte is. Dit behangsel is geheel verscheurd. Groote scheuren loopen
in verschillende richtingen over de muren, en nu eens zijn de scheuren
een vingerbreed open, dan weer zijn de beide randen min of meer over
elkaar geschoven. Zoo is het ook in de andere kamers van dit huis en
in de meeste overige huizen. Ook de plafonds zijn dikwijls op erge
wijze gescheurd. De huizen zijn opgetild en weer neergezet, daarbij
tijdelijk scheef geplaatst en weer rechtop gebracht; en zij moeten
tamelijk hevig gebogen en gewrongen geworden zijn, en de scheuren zijn
daarvan het gevolg. In een kamer, die sedert de aardbeving nog niet
opgeruimd was, zag ik de platen en schilderijen aan den muur scheef
hangen, allerlei voorwerpen van de tafel en uit de open kasten op den
grond geworpen enz. Maar het is een zeer belangrijk feit, dat bijna
alle houten huizen geheel bewoonbaar gebleven zijn, terwijl alle
steenen gebouwen vernield werden. Ook houten kerken met hun torens
leden nagenoeg geen schade. Dat midden in de gespaarde wijken hier en
daar een slecht gebouwd houten huis instortte en met den grond gelijk
gemaakt werd, kan ternauwernood verwondering baren. Eén huis zag ik,
waarvan de gevel afgevallen en het inwendige als een links en rechts
gestooten kaartenhuis zigzagsgewijze gebogen was. Het stond te midden
van onbeschadigde woningen.
Het groote en fraaie hotel St. Rosa, waar ik twee jaar geleden
gelogeerd had, gelegen aan de 4e straat, midden in het gemetselde
gedeelte der stad, was geheel vernield. Het was vier verdiepingen
hoog en zeer soliede gebouwd. Het stortte als een kaartenhuis ineen,
terwijl een honderdtal gasten er in woonden. Velen werden in de ruïnen
ingesloten en later met moeite gered, anderen werden zonder letsel op
straat geschoven. Toch is het hotel nu reeds weer in werking. Alle
puin is verwijderd, alle binnenmuren zijn met den grond gelijk
gemaakt. Een houten geraamte van één verdieping hoog is opgericht,
en de ruimte is door zeildoek in kamertjes zonder dak en in gangen
verdeeld. Voor een kleine honderd gasten is weer gelegenheid om
gehuisvest te worden, terwijl keuken, eetzaal, bureau en zitkamers op
dezelfde wijze ingericht zijn. Alles staat op een nieuwen houten vloer
en is door een groote tent van zeildoek overdekt. Natuurlijk hebben
die binnenwanden hier en daar reten en gaten en wordt het onder die
tent zeer warm of zeer vochtig, al naar gelang van het weer, maar de
zaken gaan door, en dat is de hoofdzaak.
Vele daken en muren in de stad waren van gegolfd plaatijzer
gemaakt. Dit materiaal is wel sterk gescheurd, doch grootendeels
bruikbaar gebleven. De achtermuur van het tijdelijk hotel St. Rosa
is er nu van gemaakt, en overal elders zag ik het voor muren en daken
van tijdelijke inrichtingen in gebruik.
Want met bewonderenswaardigen moed en verbazende snelheid hebben de
inwoners in die twee maanden de stad zoover hersteld dat de zaken
gewoon door kunnen gaan en met den herbouw kan begonnen worden. Het
puin is opgeruimd, zoover het verkeer dit eischt. Hoopen steenen en
groote stapels afgebikte steenen vindt men natuurlijk overal langs
de straten, evenals bouwafval en nieuwe bouwmaterialen tusschen de
trottoirs en den rijweg liggen.
De winkels en kantoren zijn tijdelijk in houten schuren geplaatst. Deze
zijn opgericht op de plaats der huizen, langs de straat, zoodat
men tijdelijke drukke winkelstraten overal tusschen de puinhoopen
vindt. Honderden zulke winkels zag ik er; het maakte den indruk alsof
nagenoeg alle zaken weer loopende waren. In den regel zijn de muren
tot op den grond geslecht en is op de fondamenten de houten vloer
zorgvuldig gelegd, terwijl daarop de schuur zoo los mogelijk is
opgebouwd. Veelal is daarbij van den afval gebruik gemaakt, en waar
nog muren stonden ziet men de barakken gedeeltelijk daar binnen,
gedeeltelijk daartegen aangeleund, of is ook op de oude muren een
tijdelijk dak geplaatst, zoodat de oude ruimte weer voor winkel
kan dienen.