de kans van een herhaling der aardbeving. Het is aan aardbevingen
eigen, dat zij zich herhalen. Gedurende eenige uren worden zij door
talrijke kleinere schokken gevolgd, dan worden deze allengs zeldzaam,
maar zij zijn eenige weken lang toch nog vrij talrijk, en daarna
heeft men nog eenige maanden waarin van tijd tot tijd herhalingen
voorkomen. Al deze schokken zijn echter ongevaarlijk; zij hebben
ook ditmaal geen schade berokkend. Men schrijft ze daaraan toe, dat
de aarde zich eerst allengs volledig kan ontdoen van de spanningen,
die de eerste scheur veroorzaakten. De grond zet zich langzaam, om het
zoo eens uit te drukken. Wellicht gaat aan elke schok het ontstaan van
een grootere of kleinere secundaire scheur vooraf, die het middel is,
waardoor de spanning wordt opgeheven.
De aardbeving van 18 April begon des morgens om 5u. 12m. 6sec. volgens
den tijd van Californië. Zij eindigde 5u. 13m. 11sec. en duurde dus
één minuut en vijf seconden. In het eerste uur daarna werden twaalf
kleinere schokken seismographisch opgeteekend, in de volgende twaalf
uren nog 31. Dit duurde met afnemend aantal gedurende eenige dagen
voort, en nog onlangs, op 19 Juli, werd des nachts door velen een
zeer duidelijke schok gevoeld.
Een zeer eigenaardige beschouwing, die ik hier vernam, is de
volgende. Zij geeft een denkbeeld van de hoop der Amerikanen en hun
vertrouwen op eigen werkkracht. Wat zou men kunnen doen om aardbevingen
te voorkomen? Zou dit mogelijk zijn? Natuurlijk niet de kleinere,
want die berokkenen geen schade. Maar zou het denkbaar zijn, schokken
als van 18 April te voorkomen? Het schijnt ongerijmd, maar is het
ongerijmder dan de telefonie was vóór Bell? Er is natuurlijk geen
sprake van om in eens een middel te vinden. Maar een weg daartoe
schijnt toch uit de ervaringen te kunnen worden afgeleid. Men kan
daarbij uitgaan van het beginsel, dat een aardbeving een vereffening
van spanningen is, en alleen dan verwoestend, als die spanningen te
groot geworden zijn. Kon men dus een aardbeving zóó verdeelen, dat zij
uit een aantal kleinere schokken bestond, dan zouden allen te zamen
wellicht ongevaarlijk zijn. Men zou dan een middel moeten vinden,
om het ontstaan dier spanningen rechtstreeks waar te nemen en ze te
meten, en dit is, nu men weet waar men ze ongeveer te verwachten heeft,
volstrekt niet onmogelijk. Kon men dan de oude barst openhouden, dan
zou de weerstand tegen de opheffing slechts klein behoeven te zijn,
en waarschijnlijk zouden de schokken dan gebroken kunnen worden. Of
kon men de trillingen zelve lang vóór dat de spanning te groot
werd, grooter doen worden, dan zouden kleine vereffeningen en dus
onschadelijke schokken allicht de plaats der grootere aardbevingen
kunnen innemen. Dit zijn alle natuurlijk nog maar vage beschouwingen,
en de krachten die hier in werking zijn zullen misschien ten slotte
toch te groot zijn om door den mensch beheerscht te worden. Maar
dat men zulke beschouwingen verneemt, pleit voor den moed van het
volk, en tevens opent het de kans, dat ook op dit gebied eenmaal een
gelukkig toeval en een geniaal verstand samenwerken, om onze macht
over de natuur tot welzijn van het menschdom te vergrooten.
Inmiddels zitten de Californiërs niet stil. De ramp heeft hen
niet terneergeslagen. Overal is men vol moed bezig te herstellen
en te herbouwen. Wanneer een volgende aardbeving zal komen en hoe
krachtig zij zal zijn, kan men nog niet weten. Maar aardbevingen
met zulke verwoestende gevolgen zijn in den loop der geschiedenis
zeldzaam en er is geen enkele reden om te denken dat zij in de
toekomst veelvuldiger zullen worden. Lange perioden van rust volgen
op iederen grooten schok. De aarde moet heel wat afkoelen voordat er
weer zulke spanningen kunnen ontstaan. De kansen zijn gering, in elk
geval klein genoeg om het herbouwen der verwoeste steden ten volle te
rechtvaardigen. Andere landen mogen mindere kansen hebben, maar geheel
vrij van gevaar is toch misschien geen enkele streek. Ten minste geen
streek, groot genoeg voor een land als Californië. En nergens zijn de
rijkdommen van den bodem en van het klimaat zoo onvergelijkelijk groot,
nergens biedt een haven zulke onschatbare voordeelen als die van San
Francisco. Alles samengenomen is het nadeel van de kans op aardbeving
toch veel kleiner, dan het voordeel van alle goede eigenschappen des
lands. Vooral als de leeringen der vroegere rampen eerlijk en zonder
uitzondering in praktijk zullen worden gebracht. De kleinere steden
herrijzen spoedig uit hun puinhoopen, maar het zal jaren duren vóór
San Francisco zich weer geheel hersteld heeft. Dan echter zal het
de parel van het Westen zijn, zoo schoon als nog nooit een groote
handelsstad geweest is.
De Stanford-Universiteit.
Naast de ramp van San Francisco wordt onder de gevolgen der aardbeving
de verwoesting van een deel der gebouwen van de Universiteit van Leland
Stanford Junior te Palo Alto wel het meest besproken. De aardbeving
heeft hier een groot aantal gebouwen getroffen, die om hun bouw
algemeen bewonderd werden. Van de allerschoonste daaronder zijn de
kunstwerken geheel of ten deele vernietigd. Iedereen in Californië
kent, zij het ook slechts door afbeeldingen en beschrijvingen, de
Memorial Arch en de Memorial Church. De eerste is onherstelbaar
beschadigd en moet afgebroken worden, en daarmede gaat wellicht
het meest imposante kunstwerk van Californië verloren. Van de kerk
is de koepel ingevallen en het dak rondom vernietigd, de muren met
hun beschilderde glasruiten zijn echter zoo goed als onbeschadigd
gebleven. De voorgevel echter heeft zijn fraaie muurbeschildering
verloren, en het is zeer twijfelachtig of die zal kunnen hersteld
worden.
Al deze rampen hebben echter aan de Universiteit een zeer duidelijke
vingerwijzing gegeven omtrent de waarde van verschillende wijzen
van bouwen. Een aardbeving is rechtvaardig, maar een brand is
onrechtvaardig, zeide President Jordan toen ik hem in Juli bezocht. De
aardbeving spaart wat goed is en vernielt wat slecht is, maar een brand
tast alle huizen en gebouwen zonder onderscheid aan. Wat goed gebouwd
was, d.w.z. overeenkomstig met de ervaringen bij vroegere aardbevingen
opgedaan, heeft op 18 April weerstand geboden, maar wat uit zuinigheid
minder deugdelijk opgetrokken was, is terneergeworpen of zoo gebroken,
dat de kosten van het herstellen veel hooger zullen zijn dan de sommen,
die men bij den bouw meende te kunnen besparen. Deze ervaring is
geheel dezelfde als die men ook te San Francisco en elders opgedaan
heeft; maar nergens zijn de feiten zoo sprekend en zoo eenvoudig en
onweerlegbaar als hier.
Palo Alto en de Stanford-universiteit liggen veel dichter bij de
barst, die de aardbeving veroorzaakt heeft, dan San Francisco
en Santa Rosa. Van het campus uit ziet men, in het westen, het
Santa Cruz-gebergte zich als een lange lijn van noord naar zuid
uitstrekken. De barst loopt langs den voet van dit gebergte aan
de zijde van Palo Alto door een smal dal. Tusschen dit dal en de
Universiteit ligt een reeks van lage heuvels, die voor een groot
deel tot het grondgebied der stichting behooren. De afstand van de
Universiteit tot de barst is slechts 4 1/2 mijl. De grond waarop de
hoogeschool en de stad liggen is bijna vlak en daalt in zeer zachte
helling van de heuvels in het westen naar de golf van San Francisco
in het oosten. Deze is zoo dicht bij, dat men het blauwe water van
verschillende punten zien kan. De grond is dus aangeslibd, een vrij
vaste klei vormende, zooals die hier algemeen voorkomt en onder den
spaanschen naam van adobe bekend is. Het is dezelfde klei, waarvan in
de regenlooze woestijnstreken de lage huizen der Mexicanen gebouwd
worden, zonder dat de klei gebakken wordt. In zulk een grond plant
zich de aardbeving als machtige golven voort, die niet kort en scherp
stooten als op rotsgrond, maar langzaam en krachtig de gebouwen heen
en weer schudden. Hoe zij werken kon men het duidelijkst aan de boomen
op het campus zien. Zoolang als de schokken duurden werden deze heen
en weer geslingerd en nu eens naar rechts, dan weer naar links met hun
takken ter aarde gebogen. Daarbij bewogen zij zich niet allen in een
zelfde tempo, maar terwijl de een naar het oosten boog, kromde een
ander zich naar het westen, en weer andere in andere richtingen. De
boomen leden daarbij hoegenaamd geen schade; het is onbegrijpelijk hoe
buigzaam en elastisch zij onder de werking van zulke groote krachten
zijn. Op de barst zelve zijn, in het Santa Cruz-gebergte, een aantal
boomen gebroken en neergeveld, ook van de reuzen van het gebergte, de
Sequoia sempervirens. Zij werden nu eens van onderen af opgescheurd,
dan weer onttopt, of ook midden doorgebroken, maar dit was natuurlijk
een gevolg van den dubbelen stoot, die ze tegelijkertijd in twee
tegenovergestelde richtingen trachtte te verplaatsen.
De trillingen of golven in de aardkorst, die het gevolg van het
plotseling openscheuren en de daarmede gepaard gaande verschuiving
van de randen der barst zijn, vormen wat men gewoonlijk de aardbeving
noemt. Men kan zich voorstellen dat die golven zich van de scheur af
zijwaarts voortplanten, maar ook van elk punt der scheur in schuine
en schuinere richtingen. Die welke rechtstreeks van de scheur kwamen
gedroegen zich als gewone onschadelijke aardbevingen, en al wie op
dit gebied voldoende ervaring had, meende aanvankelijk met zulk een
goedig geval te doen te hebben. Maar de golven die in schuine richting
aankomen, loopen natuurlijk tegen elkander in, waarbij zij elkander
kunnen opheffen of versterken, of wel te zamen tot een snel draaiende
beweging aanleiding geven. Deze opvatting komt in hoofdzaak, hoewel
niet geheel, met de vroeger besproken seismographische aanteekeningen
overeen; ik geef haar zooals zij mij werd medegedeeld. Aan de draaiende
beweging werd vooral de vernielende werking van deze aardbeving
toegeschreven. In het huis van President Jordan, dat op de grens van
de groote groep van gebouwen ligt, scheen het alsof de natuur trachtte
het houten huis rondom de steenen schoorsteenen te wringen. Het hout
gaf toe en liet zich buigen, en de bouw was stevig genoeg om alles
in één te houden. Maar het pleister werd afgewrongen en gebarsten,
vooral dat van de schoorsteenen maar ook over groote gedeelten der
kamerwanden. Boeken werden uit hun kasten naar het midden der kamer
geworpen; daarop kwamen de vazen, borden en ander aardewerk terecht,
die rondom de wanden sierden, en zij vielen zoo zacht op de boeken,
dat er betrekkelijk slechts weinig van gebroken werd. Maar ook meubels
werden naar het midden geslingerd; in een vertrek viel zelfs de piano
voorover. Schilderijen en platen die aan koorden hingen, slingerden
in de korte oogenblikken dat de muur schuin stond; soms draaiden zij
daarbij om en kwamen met hun voorzijde tegen den muur weer op hun
oude plaats terecht. Alles toonde later nog aan dat de draaiende en
heen en weergaande bewegingen, die men in die lange minuut meende
gezien te hebben, ook werkelijk zoo hadden plaats gevonden.
Het is natuurlijk niet mogelijk, de waargenomen verschijnselen in
alle bizonderheden te verklaren. Van een rij van aarden kannen werden
enkele omlaag geworpen, terwijl andere onbeschadigd op hun plaats
terug kwamen. In de kelderverdieping van het zoölogisch laboratorium
zijn de rijke verzamelingen van visschen uit alle werelddeelen, die
Prof. Jordan voor zijn studiën over de oorzaken der geographische
verspreiding in den loop van vele jaren bijeengebracht heeft, op
houten rekken als in een bibliotheek geplaatst. Elke vischsoort,
en de exemplaren van elke vindplaats zijn in een flesch gebracht en
worden hierin in spiritus bewaard. Van die flesschen waren er een
groot aantal op den grond gevallen en gebroken, maar andere flesschen,
op hetzelfde rek en op de zelfde plank, waren niet merkbaar van hun
plaats geweken. Volkomen grillig had de aardbeving sommige soorten
trachten te vernielen en andere gespaard. Soms lagen de flesschen
naast elkaar op den grond, gebroken, doch met den inhoud nog er in
of erbij, zoodat elke visch weer bij zijn etiquette terecht gebracht
kon worden. Soms echter lag alles zoo wanhopig dooreen, dat men, om
ze niet te laten bederven, eenvoudig den heelen hoop der visschen met
al hun etiquetten dooréén, samen voorloopig in een groote flesch in
spiritus gebracht had. Gelukkig trof dit noodlot vooral de verzameling
van gedetermineerd en volledig beschreven materiaal, zoodat door
raadplegen van de beschrijving, elk exemplaar weer terecht gebracht
kan worden. In een andere kamer stonden echter de nog onbeschreven
visschen, en hier zal het in vele gevallen wellicht niet mogelijk zijn,
voor elk exemplaar het bijbehoorend etiquette, waarop de vindplaats
vermeld is, terug te vinden.
Deze grilligheid, die in zulk een verzameling zoo zeer in het oog
loopt, vindt men nu overal in de gebouwen terug. In groote trekken
is er geen twijfel aan, dat de graad van soliditeit beslist, en men
kan dit tot in vele bizonderheden aantoonen. Maar ten slotte staat
men altijd voor de vraag, waarom een bepaalde boog gebroken is,
terwijl zijn buren heel bleven, of waarom uit een gevel juist dit
stuk uitgevallen is, en niet het aangrenzende. Al die bijzonderheden
behooren als onderdeelen van het geheele beeld opgemerkt te worden,
maar tot de verklaring der verschijnselen dragen zij niet bij.
De Universiteit is oorspronkelijk, omstreeks het jaar 1890, gebouwd
als een langwerpig vierkant van gebouwen. De geheele groep omgeeft, in
een dubbele rij, een plein van dien vorm. De gebouwen wier gevel naar
het plein is toegekeerd, vormen het inwendig Quadrangle: daar rondom
staat het uitwendig Quadrangle met de gevels naar buiten gekeerd. Beide
gevelfronten zijn rondom gevormd door een zuilengalerij in Spaanschen
stijl, en de gebouwen zelve zijn, met eenige uitzonderingen,
slechts één verdieping hoog. Deze oorspronkelijke gebouwen zijn,
volgens de plannen van den heer Stanford en onder diens toezicht,
hoogst soliede gemaakt, en hebben dan ook zoo goed als geen schade
geleden. Daarbij moet natuurlijk afgezien worden van het pleisterwerk,
dat overal gebroken en gebarsten is, en van enkele schoorsteenen.
De geheele Universiteit is gebouwd van zandsteen, zooals die hier in
den omtrek gevonden wordt en onder den naam van San Jose-zandsteen
bekend is. Het is een mooi, grijsgeel gesteente. Het wordt voor de
binnenzijde der muren meest glad afgehouwen, maar aan de buitenzijde
ruw gelaten, waardoor een zeer bepaalde indruk van het geheel
verkregen wordt. De oude gebouwen waren gemaakt van steenen, die
elk zoo dik waren als de geheele muur, en die met cement aan elkaar
waren bevestigd. Deze methode bleek dus zoo volkomen te voldoen,
als men tijdens den bouw verwacht had. Wel is het een dure bouwwijze,
en om haar goed te doen uitvoeren, heeft men de werken in eigen beheer
genomen. Mochten de kosten bezwaar maken, dan bestreed de heer Stanford
dit steeds met de woorden: "Reken op een aardbeving."
De galerij van arcaden, die rondom het plein en rondom het buitenste
vierkant der gebouwen, telkens als één geheel doorloopt, is niet
geheel zonder schade ontkomen, ofschoon zij op dezelfde wijze gebouwd
was. Maar de bogen rusten natuurlijk op zuilen, die op afstanden van
elkander staan, en dit kan op zich zelf ternauwernood als een hooge
graad van soliditeit beschouwd worden. Daarenboven waren de bogen
niet aan de gebouwen verbonden, maar stonden zij feitelijk los; het
dak der galerij is van hout gemaakt, dat eenvoudig op de beide muren
rust, zonder ze op eenige wijze soliede te verbinden. Op ééne plaats,
n.l. achter de kerk, waar deze galerij over een lengte van een groot
aantal bogen geheel zonder gebouw was, zijn de bogen allen omgeworpen,
maar overigens zijn zij zoo goed als volkomen gespaard geworden. Toch
werden zij door de aardbeving in lange golven opgetild en weer neer
gezet, en bedroeg de verplaatsing daarbij, zoover men na kon gaan,
ongeveer 5-10 c.M. Hier en daar is daardoor een boog opengebarsten,
en het kon voorkomen dat een of twee der wigvormige steenen, waaruit
zulk een boog pleegt te bestaan, losraakten en tijdens de optilling
omlaag schoven. Dan bleven zij zoo zitten, nu eens meer, dan weer
minder naar onderen tusschen hun buren uitstekend. Aan een aantal
bogen heb ik dit gezien, en dan liep natuurlijk een barst van den
verschoven steen door de muur boven de boog omhoog.
Het merkwaardigste echter gedroegen zich de bogen tusschen het
inwendige Quadrangle en het Memorial Court, dat van den Memorial Arch
daarheen leidt. Het zijn één middenboog en twee kleinere zijbogen,
en dit zoowel links als rechts van het pad dat tusschen de beide
pleinen doorloopt. Elke boog rust op een vier-dubbele zuil van bijna
manshoogte; de twee middelste zijn telkens vierkant, doch de beide
buitenste rond. Aan den boog en aan hun voetstuk waren ze met cement
verbonden. De aardbeving, die in golven over het terrein trok, heeft
daarbij deze bogen opgetild en neergelaten, of misschien wel onder hen
den grond omlaag getrokken en weer omhoog geschoven. Het gevolg was,
dat de bogen van hun zuilen losbraken. Nu eens scheurde het cement
boven een zuil en dan bleef deze staan; dan weer onder een zuil,
zoodat deze bleef hangen. Maar bij een aantal zuilen brak het cement
aan beide einden door. Dan begon de zuil om te vallen, terwijl de boog
van haar weggetild werd. Doch alles ging uiterst snel, en voor dat de
zuil meer dan duidelijk in een schuinen stand geraakt was, daalde de
boog en klemde hij de zuil in dien stand vast. De geweldige schok brak
de kanten waar de aanraking begon en schilferde soms groote stukken
van den zandsteen af. Met de grootste belangstelling ging ik deze
standen na, geholpen door de aanwijzingen van President Jordan. Niets
was nog hersteld en men kon alles duidelijk zien, zoowel de een
handbreed uit hun oude plaats verschoven zuilen als het losgebroken
cement, de afgespleten schilfers. Alles stond en rustte op elkaar,
maar bijna niets stond precies op zijn plaats. Meer dan door de grove
verwoestingen werd ik door deze fijne verschijnselen getroffen, door
de geweldige krachten die noodig moeten zijn om zulke veranderingen
teweeg te brengen en door den solieden bouw van de bogen en de muur
daarboven, die dit alles doorstaan hadden zonder te bezwijken, ja
zonder zichtbare barsten te vertoonen. Toch waren deze muurstukken
zoolang als het Memorial Court breed is; de middelste boog was even
breed als de groote boog van den Memorial Arch.
De ingang tot den Memorial Court, en daarmede tot de geheele
Universiteit wordt gevormd door den Memorial Arch, een poort, die
in hoogte voor den Arc de l'Étoile onderdoet, maar die door haar
massieve vormen, haar harmonie met de omgeving en de sober maar trots
aangebrachte versieringen den diepsten indruk op mij maakte. Van
dat schoone geheel, dat ik voor twee jaren zoo zeer bewonderde,
stond nu nog slechts een onherstelbare ruïne. De boog zelve en de
beide vierkante gebouwen waarop zij rustte, stond nog; zij waren
in den zelfden stijl opgetrokken als de overige oude gebouwen
van het Quadrangle. Maar boven den boog was een fries geplaatst,
de ontwikkeling der beschaving op deze aarde in haar beteekenis
voor Amerika en haar kroning door de stichting dezer Universiteit
voorstellende. Daarboven was een even hooge zuilengalerij en dan
volgde weer een kapiteel. Die zuilengalerij omgaf een groote zaal;
zij is door de aardbeving geheel omlaag geworpen, deels in de zaal,
deels achter en naast den boog vallende. De breuk ging vlak boven het
fries langs en daardoor zijn de hoofden van bijna al deze levensgroote
figuren min of meer onherstelbaar beschadigd geworden. Naar die zaal
geleidden twee trappen, van buiten aan de raampjes kenbaar. Langs
deze lijnen is het gebouw van boven tot iets dieper dan halverhoogte
opengescheurd met wijde barsten. De losgeraakte buitenmuren stonden
zóó wankel, dat men ze voorloopig met ijzeren kabels aan het gebouw
bevestigd heeft, in afwachting der latere afbraak. Het is niet
onbelangrijk de verklaring van de werking der aardbeving op den boog
te lezen in een beschrijving, die daarvan in 1903 in het blad Palo
Alto Live-Oak gegeven werd, dus langen tijd vóór de aardbeving. Men
leest er: "Het metselwerk is massief tot aan den top van den boog,
met uitzondering van de groote zaal in het bovengedeelte en van de
trappen die daarheen geleiden". Juist deze uitgezonderde gedeelten
hebben geleden, het overige niet.
Het is een treurig gezicht het fraaie allegorische fries met zijn
tallooze relief-figuren die rondom het gebouw een grooten optocht
vormen, in dezen toestand te zien. Aan de voorzijde, midden boven
den ingang, staat de Beschaving, het begin en het eind van den
optocht. Eerst komt de ontwikkeling van het menschdom vóór Columbus in
enkele forsche figuren, dan de ontdekking van Amerika en de snelle
groei der Vereenigde Staten. Een hoofdaandeel daaraan hebben de
spoorwegen en onder deze vooral de eerste transcontinentale, die
door den heer Stanford ontworpen en tot stand gebracht werd. Dit
werk, waaraan Californië zijn bloei te danken heeft, is tevens een
der voornaamste bronnen geweest van de schatten, waarmede de heer
Stanford deze Universiteit stichtte. Men verhaalt dat Stanford,
toen hij het denkbeeld van een lijn dwars door de Rocky Mountains
opgevat had, stuitte op onoverkomelijke bezwaren van de zijde der
ingenieurs. Toen besloot hij door te zetten, en begaf zich met zijne
vrouw naar de streek, om deze met haar te paard door te trekken tot
hij de lijn zou gevonden hebben, waarlangs de spoorweg kon en moest
gaan. Tehuis gekomen liet hij zijn reisjournaal uitwerken, en waar
hij eenzaam reed door woeste streken en met de hoop op een wellicht
verre toekomst, rijden thans millioenen in de Pullman-cars met snelle
vaart van het dicht bevolkte oosten naar het land der onafzienbare
productie. Men ziet op de fries de echtgenooten te paard in het
woeste rotsgebergte, gevolgd door werkvolk dat de rotsen doorhakt en
door een locomotief. Midden door deze groep gaat helaas de groote
barst, die nu een meer dan een meter wijde gaping is. Het schoone
en imposante is verdwenen en herstel zoo goed als niet mogelijk,
men zou bijna een geheel nieuwe Arch moeten optrekken. Het is een
droevig denkbeeld dat juist de beide groote monumenten, de boog en
de kerk, die de ouders voor hun geliefden zoon hebben opgericht,
door deze aardbeving zoo volkomen zijn getroffen.
Want ook de kerk is ter neergeworpen, ofschoon gelukkig niet zoo, dat
zij niet zou kunnen hersteld worden. Zij is in kruisvorm opgericht, met
korte armen. Boven het midden rustten de koepel en de kerktoren. De
muren waren zwaar van zandsteen opgetrokken en soliede gebouwd;
zij hebben niet geleden. Zelfs de talrijke beschilderde ramen zijn
onbeschadigd gebleven, met uitzondering van enkele, door vallend
puin gebroken ruiten. De koepel had een stalen geraamte, was goed met
de muren verbonden en goed gebouwd. Ook zij bood weerstand. Maar de
toren daarboven was van hout, en niet goed met den koepel verbonden. De
aardbeving schudde haar los en liet haar midden in de kerk naar beneden
vallen. Merkwaardigerwijze werd bij een der eerste zijbewegingen het
klokwerk op den stevigen muur van den koepel geschoven en bleef daar
staan toen de koepel instortte. Ik zag de vier klokken en het uurwerk,
zij waren geheel ongeschonden, behalve de slinger die gebroken was. Op
enkele photographiëen ziet men hun massa boven op den torenloozen
koepel staan.