Een vraag, die hier natuurlijk telkens besproken wordt, is die naar

de kans van een herhaling der aardbeving. Het is aan aardbevingen

eigen, dat zij zich herhalen. Gedurende eenige uren worden zij door

talrijke kleinere schokken gevolgd, dan worden deze allengs zeldzaam,

maar zij zijn eenige weken lang toch nog vrij talrijk, en daarna

heeft men nog eenige maanden waarin van tijd tot tijd herhalingen

voorkomen. Al deze schokken zijn echter ongevaarlijk; zij hebben

ook ditmaal geen schade berokkend. Men schrijft ze daaraan toe, dat

de aarde zich eerst allengs volledig kan ontdoen van de spanningen,

die de eerste scheur veroorzaakten. De grond zet zich langzaam, om het

zoo eens uit te drukken. Wellicht gaat aan elke schok het ontstaan van

een grootere of kleinere secundaire scheur vooraf, die het middel is,

waardoor de spanning wordt opgeheven.

De aardbeving van 18 April begon des morgens om 5u. 12m. 6sec. volgens

den tijd van Californië. Zij eindigde 5u. 13m. 11sec. en duurde dus

één minuut en vijf seconden. In het eerste uur daarna werden twaalf

kleinere schokken seismographisch opgeteekend, in de volgende twaalf

uren nog 31. Dit duurde met afnemend aantal gedurende eenige dagen

voort, en nog onlangs, op 19 Juli, werd des nachts door velen een

zeer duidelijke schok gevoeld.

Een zeer eigenaardige beschouwing, die ik hier vernam, is de

volgende. Zij geeft een denkbeeld van de hoop der Amerikanen en hun

vertrouwen op eigen werkkracht. Wat zou men kunnen doen om aardbevingen

te voorkomen? Zou dit mogelijk zijn? Natuurlijk niet de kleinere,

want die berokkenen geen schade. Maar zou het denkbaar zijn, schokken

als van 18 April te voorkomen? Het schijnt ongerijmd, maar is het

ongerijmder dan de telefonie was vóór Bell? Er is natuurlijk geen

sprake van om in eens een middel te vinden. Maar een weg daartoe

schijnt toch uit de ervaringen te kunnen worden afgeleid. Men kan

daarbij uitgaan van het beginsel, dat een aardbeving een vereffening

van spanningen is, en alleen dan verwoestend, als die spanningen te

groot geworden zijn. Kon men dus een aardbeving zóó verdeelen, dat zij

uit een aantal kleinere schokken bestond, dan zouden allen te zamen

wellicht ongevaarlijk zijn. Men zou dan een middel moeten vinden,

om het ontstaan dier spanningen rechtstreeks waar te nemen en ze te

meten, en dit is, nu men weet waar men ze ongeveer te verwachten heeft,

volstrekt niet onmogelijk. Kon men dan de oude barst openhouden, dan

zou de weerstand tegen de opheffing slechts klein behoeven te zijn,

en waarschijnlijk zouden de schokken dan gebroken kunnen worden. Of

kon men de trillingen zelve lang vóór dat de spanning te groot

werd, grooter doen worden, dan zouden kleine vereffeningen en dus

onschadelijke schokken allicht de plaats der grootere aardbevingen

kunnen innemen. Dit zijn alle natuurlijk nog maar vage beschouwingen,

en de krachten die hier in werking zijn zullen misschien ten slotte

toch te groot zijn om door den mensch beheerscht te worden. Maar

dat men zulke beschouwingen verneemt, pleit voor den moed van het

volk, en tevens opent het de kans, dat ook op dit gebied eenmaal een

gelukkig toeval en een geniaal verstand samenwerken, om onze macht

over de natuur tot welzijn van het menschdom te vergrooten.

Inmiddels zitten de Californiërs niet stil. De ramp heeft hen

niet terneergeslagen. Overal is men vol moed bezig te herstellen

en te herbouwen. Wanneer een volgende aardbeving zal komen en hoe

krachtig zij zal zijn, kan men nog niet weten. Maar aardbevingen

met zulke verwoestende gevolgen zijn in den loop der geschiedenis

zeldzaam en er is geen enkele reden om te denken dat zij in de

toekomst veelvuldiger zullen worden. Lange perioden van rust volgen

op iederen grooten schok. De aarde moet heel wat afkoelen voordat er

weer zulke spanningen kunnen ontstaan. De kansen zijn gering, in elk

geval klein genoeg om het herbouwen der verwoeste steden ten volle te

rechtvaardigen. Andere landen mogen mindere kansen hebben, maar geheel

vrij van gevaar is toch misschien geen enkele streek. Ten minste geen

streek, groot genoeg voor een land als Californië. En nergens zijn de

rijkdommen van den bodem en van het klimaat zoo onvergelijkelijk groot,

nergens biedt een haven zulke onschatbare voordeelen als die van San

Francisco. Alles samengenomen is het nadeel van de kans op aardbeving

toch veel kleiner, dan het voordeel van alle goede eigenschappen des

lands. Vooral als de leeringen der vroegere rampen eerlijk en zonder

uitzondering in praktijk zullen worden gebracht. De kleinere steden

herrijzen spoedig uit hun puinhoopen, maar het zal jaren duren vóór

San Francisco zich weer geheel hersteld heeft. Dan echter zal het

de parel van het Westen zijn, zoo schoon als nog nooit een groote

handelsstad geweest is.

De Stanford-Universiteit.

Naast de ramp van San Francisco wordt onder de gevolgen der aardbeving

de verwoesting van een deel der gebouwen van de Universiteit van Leland

Stanford Junior te Palo Alto wel het meest besproken. De aardbeving

heeft hier een groot aantal gebouwen getroffen, die om hun bouw

algemeen bewonderd werden. Van de allerschoonste daaronder zijn de

kunstwerken geheel of ten deele vernietigd. Iedereen in Californië

kent, zij het ook slechts door afbeeldingen en beschrijvingen, de

Memorial Arch en de Memorial Church. De eerste is onherstelbaar

beschadigd en moet afgebroken worden, en daarmede gaat wellicht

het meest imposante kunstwerk van Californië verloren. Van de kerk

is de koepel ingevallen en het dak rondom vernietigd, de muren met

hun beschilderde glasruiten zijn echter zoo goed als onbeschadigd

gebleven. De voorgevel echter heeft zijn fraaie muurbeschildering

verloren, en het is zeer twijfelachtig of die zal kunnen hersteld

worden.

Al deze rampen hebben echter aan de Universiteit een zeer duidelijke

vingerwijzing gegeven omtrent de waarde van verschillende wijzen

van bouwen. Een aardbeving is rechtvaardig, maar een brand is

onrechtvaardig, zeide President Jordan toen ik hem in Juli bezocht. De

aardbeving spaart wat goed is en vernielt wat slecht is, maar een brand

tast alle huizen en gebouwen zonder onderscheid aan. Wat goed gebouwd

was, d.w.z. overeenkomstig met de ervaringen bij vroegere aardbevingen

opgedaan, heeft op 18 April weerstand geboden, maar wat uit zuinigheid

minder deugdelijk opgetrokken was, is terneergeworpen of zoo gebroken,

dat de kosten van het herstellen veel hooger zullen zijn dan de sommen,

die men bij den bouw meende te kunnen besparen. Deze ervaring is

geheel dezelfde als die men ook te San Francisco en elders opgedaan

heeft; maar nergens zijn de feiten zoo sprekend en zoo eenvoudig en

onweerlegbaar als hier.

Palo Alto en de Stanford-universiteit liggen veel dichter bij de

barst, die de aardbeving veroorzaakt heeft, dan San Francisco

en Santa Rosa. Van het campus uit ziet men, in het westen, het

Santa Cruz-gebergte zich als een lange lijn van noord naar zuid

uitstrekken. De barst loopt langs den voet van dit gebergte aan

de zijde van Palo Alto door een smal dal. Tusschen dit dal en de

Universiteit ligt een reeks van lage heuvels, die voor een groot

deel tot het grondgebied der stichting behooren. De afstand van de

Universiteit tot de barst is slechts 4 1/2 mijl. De grond waarop de

hoogeschool en de stad liggen is bijna vlak en daalt in zeer zachte

helling van de heuvels in het westen naar de golf van San Francisco

in het oosten. Deze is zoo dicht bij, dat men het blauwe water van

verschillende punten zien kan. De grond is dus aangeslibd, een vrij

vaste klei vormende, zooals die hier algemeen voorkomt en onder den

spaanschen naam van adobe bekend is. Het is dezelfde klei, waarvan in

de regenlooze woestijnstreken de lage huizen der Mexicanen gebouwd

worden, zonder dat de klei gebakken wordt. In zulk een grond plant

zich de aardbeving als machtige golven voort, die niet kort en scherp

stooten als op rotsgrond, maar langzaam en krachtig de gebouwen heen

en weer schudden. Hoe zij werken kon men het duidelijkst aan de boomen

op het campus zien. Zoolang als de schokken duurden werden deze heen

en weer geslingerd en nu eens naar rechts, dan weer naar links met hun

takken ter aarde gebogen. Daarbij bewogen zij zich niet allen in een

zelfde tempo, maar terwijl de een naar het oosten boog, kromde een

ander zich naar het westen, en weer andere in andere richtingen. De

boomen leden daarbij hoegenaamd geen schade; het is onbegrijpelijk hoe

buigzaam en elastisch zij onder de werking van zulke groote krachten

zijn. Op de barst zelve zijn, in het Santa Cruz-gebergte, een aantal

boomen gebroken en neergeveld, ook van de reuzen van het gebergte, de

Sequoia sempervirens. Zij werden nu eens van onderen af opgescheurd,

dan weer onttopt, of ook midden doorgebroken, maar dit was natuurlijk

een gevolg van den dubbelen stoot, die ze tegelijkertijd in twee

tegenovergestelde richtingen trachtte te verplaatsen.

De trillingen of golven in de aardkorst, die het gevolg van het

plotseling openscheuren en de daarmede gepaard gaande verschuiving

van de randen der barst zijn, vormen wat men gewoonlijk de aardbeving

noemt. Men kan zich voorstellen dat die golven zich van de scheur af

zijwaarts voortplanten, maar ook van elk punt der scheur in schuine

en schuinere richtingen. Die welke rechtstreeks van de scheur kwamen

gedroegen zich als gewone onschadelijke aardbevingen, en al wie op

dit gebied voldoende ervaring had, meende aanvankelijk met zulk een

goedig geval te doen te hebben. Maar de golven die in schuine richting

aankomen, loopen natuurlijk tegen elkander in, waarbij zij elkander

kunnen opheffen of versterken, of wel te zamen tot een snel draaiende

beweging aanleiding geven. Deze opvatting komt in hoofdzaak, hoewel

niet geheel, met de vroeger besproken seismographische aanteekeningen

overeen; ik geef haar zooals zij mij werd medegedeeld. Aan de draaiende

beweging werd vooral de vernielende werking van deze aardbeving

toegeschreven. In het huis van President Jordan, dat op de grens van

de groote groep van gebouwen ligt, scheen het alsof de natuur trachtte

het houten huis rondom de steenen schoorsteenen te wringen. Het hout

gaf toe en liet zich buigen, en de bouw was stevig genoeg om alles

in één te houden. Maar het pleister werd afgewrongen en gebarsten,

vooral dat van de schoorsteenen maar ook over groote gedeelten der

kamerwanden. Boeken werden uit hun kasten naar het midden der kamer

geworpen; daarop kwamen de vazen, borden en ander aardewerk terecht,

die rondom de wanden sierden, en zij vielen zoo zacht op de boeken,

dat er betrekkelijk slechts weinig van gebroken werd. Maar ook meubels

werden naar het midden geslingerd; in een vertrek viel zelfs de piano

voorover. Schilderijen en platen die aan koorden hingen, slingerden

in de korte oogenblikken dat de muur schuin stond; soms draaiden zij

daarbij om en kwamen met hun voorzijde tegen den muur weer op hun

oude plaats terecht. Alles toonde later nog aan dat de draaiende en

heen en weergaande bewegingen, die men in die lange minuut meende

gezien te hebben, ook werkelijk zoo hadden plaats gevonden.

Het is natuurlijk niet mogelijk, de waargenomen verschijnselen in

alle bizonderheden te verklaren. Van een rij van aarden kannen werden

enkele omlaag geworpen, terwijl andere onbeschadigd op hun plaats

terug kwamen. In de kelderverdieping van het zoölogisch laboratorium

zijn de rijke verzamelingen van visschen uit alle werelddeelen, die

Prof. Jordan voor zijn studiën over de oorzaken der geographische

verspreiding in den loop van vele jaren bijeengebracht heeft, op

houten rekken als in een bibliotheek geplaatst. Elke vischsoort,

en de exemplaren van elke vindplaats zijn in een flesch gebracht en

worden hierin in spiritus bewaard. Van die flesschen waren er een

groot aantal op den grond gevallen en gebroken, maar andere flesschen,

op hetzelfde rek en op de zelfde plank, waren niet merkbaar van hun

plaats geweken. Volkomen grillig had de aardbeving sommige soorten

trachten te vernielen en andere gespaard. Soms lagen de flesschen

naast elkaar op den grond, gebroken, doch met den inhoud nog er in

of erbij, zoodat elke visch weer bij zijn etiquette terecht gebracht

kon worden. Soms echter lag alles zoo wanhopig dooreen, dat men, om

ze niet te laten bederven, eenvoudig den heelen hoop der visschen met

al hun etiquetten dooréén, samen voorloopig in een groote flesch in

spiritus gebracht had. Gelukkig trof dit noodlot vooral de verzameling

van gedetermineerd en volledig beschreven materiaal, zoodat door

raadplegen van de beschrijving, elk exemplaar weer terecht gebracht

kan worden. In een andere kamer stonden echter de nog onbeschreven

visschen, en hier zal het in vele gevallen wellicht niet mogelijk zijn,

voor elk exemplaar het bijbehoorend etiquette, waarop de vindplaats

vermeld is, terug te vinden.

Deze grilligheid, die in zulk een verzameling zoo zeer in het oog

loopt, vindt men nu overal in de gebouwen terug. In groote trekken

is er geen twijfel aan, dat de graad van soliditeit beslist, en men

kan dit tot in vele bizonderheden aantoonen. Maar ten slotte staat

men altijd voor de vraag, waarom een bepaalde boog gebroken is,

terwijl zijn buren heel bleven, of waarom uit een gevel juist dit

stuk uitgevallen is, en niet het aangrenzende. Al die bijzonderheden

behooren als onderdeelen van het geheele beeld opgemerkt te worden,

maar tot de verklaring der verschijnselen dragen zij niet bij.

De Universiteit is oorspronkelijk, omstreeks het jaar 1890, gebouwd

als een langwerpig vierkant van gebouwen. De geheele groep omgeeft, in

een dubbele rij, een plein van dien vorm. De gebouwen wier gevel naar

het plein is toegekeerd, vormen het inwendig Quadrangle: daar rondom

staat het uitwendig Quadrangle met de gevels naar buiten gekeerd. Beide

gevelfronten zijn rondom gevormd door een zuilengalerij in Spaanschen

stijl, en de gebouwen zelve zijn, met eenige uitzonderingen,

slechts één verdieping hoog. Deze oorspronkelijke gebouwen zijn,

volgens de plannen van den heer Stanford en onder diens toezicht,

hoogst soliede gemaakt, en hebben dan ook zoo goed als geen schade

geleden. Daarbij moet natuurlijk afgezien worden van het pleisterwerk,

dat overal gebroken en gebarsten is, en van enkele schoorsteenen.

De geheele Universiteit is gebouwd van zandsteen, zooals die hier in

den omtrek gevonden wordt en onder den naam van San Jose-zandsteen

bekend is. Het is een mooi, grijsgeel gesteente. Het wordt voor de

binnenzijde der muren meest glad afgehouwen, maar aan de buitenzijde

ruw gelaten, waardoor een zeer bepaalde indruk van het geheel

verkregen wordt. De oude gebouwen waren gemaakt van steenen, die

elk zoo dik waren als de geheele muur, en die met cement aan elkaar

waren bevestigd. Deze methode bleek dus zoo volkomen te voldoen,

als men tijdens den bouw verwacht had. Wel is het een dure bouwwijze,

en om haar goed te doen uitvoeren, heeft men de werken in eigen beheer

genomen. Mochten de kosten bezwaar maken, dan bestreed de heer Stanford

dit steeds met de woorden: "Reken op een aardbeving."

De galerij van arcaden, die rondom het plein en rondom het buitenste

vierkant der gebouwen, telkens als één geheel doorloopt, is niet

geheel zonder schade ontkomen, ofschoon zij op dezelfde wijze gebouwd

was. Maar de bogen rusten natuurlijk op zuilen, die op afstanden van

elkander staan, en dit kan op zich zelf ternauwernood als een hooge

graad van soliditeit beschouwd worden. Daarenboven waren de bogen

niet aan de gebouwen verbonden, maar stonden zij feitelijk los; het

dak der galerij is van hout gemaakt, dat eenvoudig op de beide muren

rust, zonder ze op eenige wijze soliede te verbinden. Op ééne plaats,

n.l. achter de kerk, waar deze galerij over een lengte van een groot

aantal bogen geheel zonder gebouw was, zijn de bogen allen omgeworpen,

maar overigens zijn zij zoo goed als volkomen gespaard geworden. Toch

werden zij door de aardbeving in lange golven opgetild en weer neer

gezet, en bedroeg de verplaatsing daarbij, zoover men na kon gaan,

ongeveer 5-10 c.M. Hier en daar is daardoor een boog opengebarsten,

en het kon voorkomen dat een of twee der wigvormige steenen, waaruit

zulk een boog pleegt te bestaan, losraakten en tijdens de optilling

omlaag schoven. Dan bleven zij zoo zitten, nu eens meer, dan weer

minder naar onderen tusschen hun buren uitstekend. Aan een aantal

bogen heb ik dit gezien, en dan liep natuurlijk een barst van den

verschoven steen door de muur boven de boog omhoog.

Het merkwaardigste echter gedroegen zich de bogen tusschen het

inwendige Quadrangle en het Memorial Court, dat van den Memorial Arch

daarheen leidt. Het zijn één middenboog en twee kleinere zijbogen,

en dit zoowel links als rechts van het pad dat tusschen de beide

pleinen doorloopt. Elke boog rust op een vier-dubbele zuil van bijna

manshoogte; de twee middelste zijn telkens vierkant, doch de beide

buitenste rond. Aan den boog en aan hun voetstuk waren ze met cement

verbonden. De aardbeving, die in golven over het terrein trok, heeft

daarbij deze bogen opgetild en neergelaten, of misschien wel onder hen

den grond omlaag getrokken en weer omhoog geschoven. Het gevolg was,

dat de bogen van hun zuilen losbraken. Nu eens scheurde het cement

boven een zuil en dan bleef deze staan; dan weer onder een zuil,

zoodat deze bleef hangen. Maar bij een aantal zuilen brak het cement

aan beide einden door. Dan begon de zuil om te vallen, terwijl de boog

van haar weggetild werd. Doch alles ging uiterst snel, en voor dat de

zuil meer dan duidelijk in een schuinen stand geraakt was, daalde de

boog en klemde hij de zuil in dien stand vast. De geweldige schok brak

de kanten waar de aanraking begon en schilferde soms groote stukken

van den zandsteen af. Met de grootste belangstelling ging ik deze

standen na, geholpen door de aanwijzingen van President Jordan. Niets

was nog hersteld en men kon alles duidelijk zien, zoowel de een

handbreed uit hun oude plaats verschoven zuilen als het losgebroken

cement, de afgespleten schilfers. Alles stond en rustte op elkaar,

maar bijna niets stond precies op zijn plaats. Meer dan door de grove

verwoestingen werd ik door deze fijne verschijnselen getroffen, door

de geweldige krachten die noodig moeten zijn om zulke veranderingen

teweeg te brengen en door den solieden bouw van de bogen en de muur

daarboven, die dit alles doorstaan hadden zonder te bezwijken, ja

zonder zichtbare barsten te vertoonen. Toch waren deze muurstukken

zoolang als het Memorial Court breed is; de middelste boog was even

breed als de groote boog van den Memorial Arch.

De ingang tot den Memorial Court, en daarmede tot de geheele

Universiteit wordt gevormd door den Memorial Arch, een poort, die

in hoogte voor den Arc de l'Étoile onderdoet, maar die door haar

massieve vormen, haar harmonie met de omgeving en de sober maar trots

aangebrachte versieringen den diepsten indruk op mij maakte. Van

dat schoone geheel, dat ik voor twee jaren zoo zeer bewonderde,

stond nu nog slechts een onherstelbare ruïne. De boog zelve en de

beide vierkante gebouwen waarop zij rustte, stond nog; zij waren

in den zelfden stijl opgetrokken als de overige oude gebouwen

van het Quadrangle. Maar boven den boog was een fries geplaatst,

de ontwikkeling der beschaving op deze aarde in haar beteekenis

voor Amerika en haar kroning door de stichting dezer Universiteit

voorstellende. Daarboven was een even hooge zuilengalerij en dan

volgde weer een kapiteel. Die zuilengalerij omgaf een groote zaal;

zij is door de aardbeving geheel omlaag geworpen, deels in de zaal,

deels achter en naast den boog vallende. De breuk ging vlak boven het

fries langs en daardoor zijn de hoofden van bijna al deze levensgroote

figuren min of meer onherstelbaar beschadigd geworden. Naar die zaal

geleidden twee trappen, van buiten aan de raampjes kenbaar. Langs

deze lijnen is het gebouw van boven tot iets dieper dan halverhoogte

opengescheurd met wijde barsten. De losgeraakte buitenmuren stonden

zóó wankel, dat men ze voorloopig met ijzeren kabels aan het gebouw

bevestigd heeft, in afwachting der latere afbraak. Het is niet

onbelangrijk de verklaring van de werking der aardbeving op den boog

te lezen in een beschrijving, die daarvan in 1903 in het blad Palo

Alto Live-Oak gegeven werd, dus langen tijd vóór de aardbeving. Men

leest er: "Het metselwerk is massief tot aan den top van den boog,

met uitzondering van de groote zaal in het bovengedeelte en van de

trappen die daarheen geleiden". Juist deze uitgezonderde gedeelten

hebben geleden, het overige niet.

Het is een treurig gezicht het fraaie allegorische fries met zijn

tallooze relief-figuren die rondom het gebouw een grooten optocht

vormen, in dezen toestand te zien. Aan de voorzijde, midden boven

den ingang, staat de Beschaving, het begin en het eind van den

optocht. Eerst komt de ontwikkeling van het menschdom vóór Columbus in

enkele forsche figuren, dan de ontdekking van Amerika en de snelle

groei der Vereenigde Staten. Een hoofdaandeel daaraan hebben de

spoorwegen en onder deze vooral de eerste transcontinentale, die

door den heer Stanford ontworpen en tot stand gebracht werd. Dit

werk, waaraan Californië zijn bloei te danken heeft, is tevens een

der voornaamste bronnen geweest van de schatten, waarmede de heer

Stanford deze Universiteit stichtte. Men verhaalt dat Stanford,

toen hij het denkbeeld van een lijn dwars door de Rocky Mountains

opgevat had, stuitte op onoverkomelijke bezwaren van de zijde der

ingenieurs. Toen besloot hij door te zetten, en begaf zich met zijne

vrouw naar de streek, om deze met haar te paard door te trekken tot

hij de lijn zou gevonden hebben, waarlangs de spoorweg kon en moest

gaan. Tehuis gekomen liet hij zijn reisjournaal uitwerken, en waar

hij eenzaam reed door woeste streken en met de hoop op een wellicht

verre toekomst, rijden thans millioenen in de Pullman-cars met snelle

vaart van het dicht bevolkte oosten naar het land der onafzienbare

productie. Men ziet op de fries de echtgenooten te paard in het

woeste rotsgebergte, gevolgd door werkvolk dat de rotsen doorhakt en

door een locomotief. Midden door deze groep gaat helaas de groote

barst, die nu een meer dan een meter wijde gaping is. Het schoone

en imposante is verdwenen en herstel zoo goed als niet mogelijk,

men zou bijna een geheel nieuwe Arch moeten optrekken. Het is een

droevig denkbeeld dat juist de beide groote monumenten, de boog en

de kerk, die de ouders voor hun geliefden zoon hebben opgericht,

door deze aardbeving zoo volkomen zijn getroffen.

Want ook de kerk is ter neergeworpen, ofschoon gelukkig niet zoo, dat

zij niet zou kunnen hersteld worden. Zij is in kruisvorm opgericht, met

korte armen. Boven het midden rustten de koepel en de kerktoren. De

muren waren zwaar van zandsteen opgetrokken en soliede gebouwd;

zij hebben niet geleden. Zelfs de talrijke beschilderde ramen zijn

onbeschadigd gebleven, met uitzondering van enkele, door vallend

puin gebroken ruiten. De koepel had een stalen geraamte, was goed met

de muren verbonden en goed gebouwd. Ook zij bood weerstand. Maar de

toren daarboven was van hout, en niet goed met den koepel verbonden. De

aardbeving schudde haar los en liet haar midden in de kerk naar beneden

vallen. Merkwaardigerwijze werd bij een der eerste zijbewegingen het

klokwerk op den stevigen muur van den koepel geschoven en bleef daar

staan toen de koepel instortte. Ik zag de vier klokken en het uurwerk,

zij waren geheel ongeschonden, behalve de slinger die gebroken was. Op

enkele photographiëen ziet men hun massa boven op den torenloozen

koepel staan.

De aardbeving van San Francisco De Aarde en haar Volken, 1907 · 第 2 / 4 段