XI.

Dat is de lijst der aandoeningen, die ik op dien gedenkwaardigen

dag ondervond. Ik had misschien een kwartel en misschien een patrijs

gedood. Ik had misschien een boer verwond, maar ik had zeer zeker een

maréchaussée's hoed doorboord. Ik was jagende, zonder jachtakte betrapt

geworden. Er was een proces-verbaal tegen mij opgemaakt, maar op een

andersmans naam! Ik had het gezag bedrogen!!! Wat kon een nieuweling

in de edele kunst der Andersons en der Pertuisets meer overkomen.

Het is buiten kijf, dat mijn vriend de pianist onaangenaam verrast

is geweest, toen hem beteekend werd, dat hij voor het kantongerecht

te Doullens moest verschijnen. Ik vernam sedert, dat het hem niet

mogelijk geweest was een alibi te bewijzen. Dientengevolge was hij

tot zestien franken boete en tot de kosten veroordeeld, welke laatsten

nog wel ééns die som bedroegen.

Ik haast mij aan mijn verhaal toe te voegen, dat hij eenigen tijd

daarna een postwissel ontving onder de leus van: Restitutie, groot

twee-en-dertig francs, die hem zijn onkosten vergoedde. Nooit heeft

hij vernomen en zal ook nooit vernemen, van wien die postwissel kwam;

maar hij is door het kantonrechterlijk vonnis gebrandmerkt, hij is

thans bij de justitie bekend.

De wonderstraal; gevolgd door Tien uren op jacht · 第 63 / 68 题