Dat is de lijst der aandoeningen, die ik op dien gedenkwaardigen
dag ondervond. Ik had misschien een kwartel en misschien een patrijs
gedood. Ik had misschien een boer verwond, maar ik had zeer zeker een
maréchaussée's hoed doorboord. Ik was jagende, zonder jachtakte betrapt
geworden. Er was een proces-verbaal tegen mij opgemaakt, maar op een
andersmans naam! Ik had het gezag bedrogen!!! Wat kon een nieuweling
in de edele kunst der Andersons en der Pertuisets meer overkomen.
Het is buiten kijf, dat mijn vriend de pianist onaangenaam verrast
is geweest, toen hem beteekend werd, dat hij voor het kantongerecht
te Doullens moest verschijnen. Ik vernam sedert, dat het hem niet
mogelijk geweest was een alibi te bewijzen. Dientengevolge was hij
tot zestien franken boete en tot de kosten veroordeeld, welke laatsten
nog wel ééns die som bedroegen.
Ik haast mij aan mijn verhaal toe te voegen, dat hij eenigen tijd
daarna een postwissel ontving onder de leus van: Restitutie, groot
twee-en-dertig francs, die hem zijn onkosten vergoedde. Nooit heeft
hij vernomen en zal ook nooit vernemen, van wien die postwissel kwam;
maar hij is door het kantonrechterlijk vonnis gebrandmerkt, hij is
thans bij de justitie bekend.