X.

In dit oogenblik stond een lang lichaam, dat op het gras uitgestrekt

lag, op. Met schrik herkende ik de blauwe pantalon met zwarte

naadstreep, de donkere uniformjas met verzilverde knoopen, den gelen

buikriem en het ledergoed van Pandoor, die door mijn ongelukkig schot

gewekt was.

»Zoodat gij thans marechaussee-hoeden schiet?" zei hij met die

stembuiging en tongval, die het geheele gild kenmerkt.

»Marechaussee, ik verzeker u!" antwoordde ik stotterend.

»Zoodat gij zelfs de kokarde vlak in het midden geraakt hebt!"

»Marechaussee.... ik dacht.... dat het een haas was!.... Een ijdel

droombeeld!.... Maar ik bied u vergoeding aan!"

»Waarlijk!.... Zoodat een marechaussee-hoed zeer duur is.... vooral

wanneer hij zonder jacht-akte aangeschoten is."

Ik werd bleek. Al mijn bloed stroomde naar het hart terug. O, dat

was het netelige punt!

»Zoodat gij een jachtakte hebt?" vroeg Pandoor.

»Een jachtakte?"

»Ja, een jachtakte! Gij weet toch wel wat een jachtakte is?"

Waarachtig, ik had geen jachtakte! Ik had gemeend, dat ik voor een

enkelen dag jagens het zonder dat zou hebben kunnen doen. Evenwel ik

betuigde,--hetgeen men steeds bij dergelijke gelegenheden betuigt,--dat

ik mijn jachtakte vergeten had.

Een meesterlijke en voorname glimlach van ongeloovigheid krulde de

lip van den vertegenwoordiger der wet.

»Zoodat ik genoodzaakt ben proces-verbaal op te maken!" zei hij,

op den meer milden toon van iemand, die een buitenkansje in het

verschiet heeft.

»Waarom een proces-verbaal? Morgen zend ik u die jachtakte, mijn

brave marechaussee, en...."

»Ik weet er alles van; zoodat ik genoodzaakt ben proces-verbaal op

te maken!"

»Welnu maak proces-verbaal op, als gij toch ongevoelig zijt voor de

smeekbeden van een eerstbeginnende."

Een gevoelig maréchaussée zou geen maréchaussée meer zijn. Deze bracht

een zakboekje te voorschijn, dat in een geel perkament gewikkeld was.

»Zoodat gij heet?" vroeg hij mij.

Drommels! ja. Het was mij bekend, dat het in dergelijke wichtige

gevallen gebruikelijk is aan de autoriteit den naam van een vriend

op te geven. Als ik toen op dat tijdstip de eer had gehad lid te zijn

van het een of ander letterkundig genootschap, zou ik geen oogenblik

geaarzeld hebben den naam van een mijner collega's op te geven. Maar

ik vergenoegde mij thans, slechts den naam te noemen van een mijner

oudste vrienden te Parijs, een pianist met groot talent. De brave

kerel zat waarschijnlijk in dat oogenblik voor zijn instrument zich

te oefenen, en kon onmogelijk gissen, dat men bezig was proces-verbaal

tegen hem op te maken ter zake van een jachtdelikt.

Pandoor schreef zorgvuldig den naam van dat slachtoffer op, zijn

beroep, zijn ouderdom, en zijn woonplaats en verder adres. Toen

verzocht hij mij beleefd, hem mijn geweer toe te vertrouwen, waaraan

ik onmiddellijk en volijverig voldeed. Dat was zoo veel minder gewicht

te dragen. Ik verzocht hem zelfs, om ook de weitasch, den kruithoorn

en den hagelzak onder de verbeurdverklaarde goederen op te nemen. Maar

dat weigerde hij met een belangeloosheid, die ik betreurde.

Bleef nu het voorval met des maréchaussée's hoed over. Die kwestie

werd onverwijld middels een goudstuk ten genoegen van beide partijen

geregeld.

»Het is jammer," zei ik, »het was een goed onderhouden hoed!"

»Een bijna nieuwe hoed!" antwoordde Pandoor. »Zoodat ik hem gekocht

heb, zes jaren geleden van een brigadier, die gepensionneerd werd."

En na hem met een voorschriftmatig gebaar op het hoofd geplaatst

te hebben, stapte de deftige maréchaussée, terwijl hij het lichaam

loodrecht op de heupen geplaatst hield, en deze laatsten balanceerde,

den eenen kant op, terwijl ik naar den anderen kant ging.

Een uur later had ik de herberg bereikt, waar ik zoo goed mogelijk

de afwezigheid van mijn geweer verborg, en waar ik ook geen enkel

woord over dat ongeval repte.

Laat mij er bij vertellen, dat mijn metgezellen een kwartel en twee

patrijzen voor hun zevenen meegebracht hadden. Pontcloué en Matifat

waren sedert hunnen twist voortaan doodvijanden. Zij hadden elkander

met vuistslagen toegetakeld, ter zake van het haas, dat nog liep.

De wonderstraal; gevolgd door Tien uren op jacht · 第 62 / 68 题