Terwijl ik zoo mijn rekening met dien slimmen Piccardiër boer
vereffende, waren de anderen vooruitgestapt. Zij hadden mij daarenboven
genoegzaam te verstaan gegeven dat men volstrekt niet veilig was in de
nabijheid van zoo'n lomperd als ik. De meest eenvoudige voorzichtigheid
maande hen, zich van mij te verwijderen.
Brétignot zelf, gestreng maar onrechtvaardig, liet mij aan mijn
lot over, alsof ik een heksenmeester was, die met het kwade oog
is bedeeld. Allen verdwenen weldra achter een klein bosch ter
linkerzij. En om de waarheid te zeggen, ik was er niet rouwig om. Ik
zou nu slechts verantwoordelijk voor mijn eigen daden zijn!
Ik zat dus alleen, alleen te midden van die vlakte, die niet te
overzien was. Groote God! wat kwam ik er ook doen met al dat tuig op
mijn schouders! Geen enkele patrijs, die mij tot het lossen van een
schot uitnoodigde! Geen enkel haas, wiens »lepels" ik kon ontwaren,
zoo als de jagers zich in hun vreemdsoortige taal uitdrukken. Instede
van in mijn kabinet lekkertjes te zitten lezen of schrijven of zelfs
niets te doen, stond ik hier!
Ik stapte doelloos voorwaarts. Ik zocht de gebaande paden op, en
verkoos die boven de omploegde akkers. Ik ging telkenmale gedurende
tien minuten zitten en stapte daarna weer gedurende twintig minuten
voort. Er was geen huis binnen een straal van vijf kilometers te
zien. Geen torenspits stak boven den gezichteinder uit. Ik bevond me
in een woestenij. Van tijd tot tijd verhief zich dreigend een paal
met het spottend opschrift: Privatieve jacht.
Privatieve? toch niet voor het wild voorzeker: want daarvan was geen
spoor te ontdekken!
Ik stapte maar voort, droomende, philosopheerende, met het geweer aan
den riem over den schouder hangende, en legde daarbij een vlugheid aan
den dag, alsof ik een lamgeschoten vlerk had. De zon daalde, niet vlug
genoeg volgens mijn verlangen. Had een nieuwe Josua haar, in weerwil
der cosmografische wetten, andermaal in haar dagelijksche loopbaan ten
genoege van mijn razende metgezellen doen stilstaan? Zou de nacht dan
nooit haar vleugelen over dien ellendigen jachtopeningsdag uitspreiden?