De mode heeft het van tijd tot tijd ook wenschelijk en voor haar

doel nuttig geacht heel niet te decolleteeren, tenminste in het

openbaar. Zoo is het geweest in ongeveer de geheele 19e eeuw. Maar

nooit werd daarmee dan tevens het werken met de erotische bekoring

van den boezem prijsgegeven. Integendeel, het probleem werd dan in

tegenovergestelde richting even bevredigend opgelost. Wat getoond moest

worden bleef angstvallig bedekt, maar daarbij werd even angstvallig

zorg gedragen, dat het verborgene zijn aanwezigheid even duidelijk

verried als wanneer het onbedekt ware gelaten. Het beginsel, waardoor

de mode zich bij het oplossen van dit ingewikkelde vraagstuk liet

leiden, was dit: de vrouw moet geheel bekleed zijn en toch het effect

maken van niet bekleed te zijn. Hoe weergaloos geniaal dit schijnbaar

absurde probleem is opgelost, daarvan getuigen heele reeksen van

modes uit den modernen tijd. Het meerendeel der moderne vrouwenmodes,

waarbij letterlijk niets onbedekt wordt gelaten, maakt niettemin

een veel zinnelijker effect dan vele openlijk losbandige modes uit

vroegere tijden met al hare verregaande ontblootingen, en zij zijn

samen te vatten in de formule: in kleederen naakt.

Niet minder merkwaardig is het spel, dat de mode in den loop

des tijds heeft gedreven met de bekleeding van het onderlichaam,

den rok. Bij dit kleedingstuk, dat een heele reeks bekoorlijkheden

drastisch moet demonstreeren, komt in alle tijden nog duidelijker uit,

dat het hoofddoel der vrouwelijke kleeding is: zinnelijke bekoring

uit te oefenen op de andere sexe en der vrouw de jacht op den man

te vergemakkelijken. Het pronken met den boezem laat nog plaats voor

andere opvattingen; de boezem der vrouw is van majestueuse schoonheid,

zijn aanblik kan verheven gedachten wekken, waaraan zinnelijkheid

vreemd is. Maar de bekoorlijkheden waar de rok de aandacht der andere

sexe bij heeft te bepalen, zijn van geheel anderen, van direct en

uitsluitend zinnelijken aard. De rok heeft der mode ten allen tijde

groote moeilijkheden bereid. Met eenvoudige niet-bedekking kon hier

gevoegelijk niet worden gewerkt. Daarom zocht men het steeds in het

opzichtige en buitensporige, en de meeste en allerergste modedwaasheden

betreffen dan ook den rok.

De meest in het oog springende dwaasheden, die met den

vrouwenrok alzoo zijn begaan, bestaan in zijn buitensporige

verlenging, zijn buitensporige verwijding en zijn buitensporige

vernauwing. Buitensporige verkorting is daarentegen ondoelmatig

gebleken.

Het zoeken van de mode, om het erotisch probleem van den rok op

te lossen in diens lengte, heeft als uiterste opgeleverd den rok

met sleep. De sleep is telkens, als de mode hem invoerde, langen

tijd in zwang gebleven. Hij beantwoordde niet alleen aan de eerste

eischen, die de mode stelt aan ieder kleedingstuk van de vrouw,

maar hij bleek tevens uitermate geschikt om hem te laten getuigen

van den welstand der draagster. De sleep toch belet elke vrije

beweging. Alleen rijke en voorname vrouwen kunnen zich de weelde

veroorloven kleederen te dragen die dwingen tot nietsdoen, en als met

geweld tot welke bezigheid ook, ongeschikt maken. Een sleep met zich

mee te voeren gaf dus rijkdom, macht, aanzien te kennen. Zoo was de

sleep het symbool van voornaamheid en deftigheid. En hij beantwoordde

tevens bij uitstek aan het hoofddoel, dat met elk kleedingstuk der

vrouw in de eerste plaats wordt beoogd. Hoe langer de rok is, des

te vaker ziet de vrouw zich gedwongen hem op te nemen, en des te

hooger ook moet hij worden opgenomen. Er is geen beter voorwendsel

om op ongezocht schijnende wijze de beenen te toonen, dan te lange

rokken te dragen. Bij den sleeprok heeft de vindingrijke mode dus de

omgekeerde methode te baat genomen als bij den boezem: zij ontbloot

niet, maar geeft te veel, en schept daardoor de "noodzakelijkheid"

dat te veel ieder oogenblik buiten werking te stellen. Of en wanneer

die noodzakelijkheid zich voordoet, daarover beslist de draagster,

en natuurlijk valt dan die noodzakelijkheid telkens zeer opmerkelijk

samen met de directe utiliteit dier manoeuvre.

Uit een en ander valt zonder veel moeite de conclusie te trekken, dat

het stelselmatig en overdreven angstvallig verbergen der beenen door

de vrouwenkleeding niet geschiedt ter wille der schaamachtigheid, die

delicate intimiteiten aan het gezicht zoekt te onttrekken, maar juist

ter wille van het tegendeel. Men bedekt overdreven om voorwendsels aan

de hand te doen tot onthulling en dat juist dan te doen als daarvan

effect mag worden verwacht. Vandaar is de korte, voetvrije rok als

erotisch lokmiddel veel minder bruikbaar dan de te lange rok, want

hij biedt geen gelegenheid tot doeltreffend manoeuvreeren.

De oplossing van het probleem door een buitensporig verwijden rok

schiep nog meer mogelijkheden om de beenen--niet te bedekken. Deze

vorm van rokken is vooral in de 18e en 19e eeuw onder de benamingen

hoepel-, baleinrok en crinoline in de mode geweest. Deze rokken komen

ons heden verregaand afschuwelijk voor. Zij maakten de vrouwen tot

wangedrochten. Maar dat zij zoo lang in de mode bleven bewijst op

zichzelf reeds, dat zij niettemin volkomen beantwoordden aan hun doel.

Zooals van zoovele buitensporigheden der mode, wordt de uitvinding

van den wijduitstaande rok toegeschreven aan een vorstelijke minnares,

en wel aan mevr. de Montespan. Als bewijs daarvoor beroept men zich op

een brief van hertogin Elisabeth Charlotte van 22 Juli 1718, waarin

het heet: "Madame de Montespan heeft den hoepelrok uitgevonden om

te verbergen dat zij zwanger was (de Montespan stierf in 1707). Want

telkens als zij dien rok aanhad was het alsof op haar voorhoofd stond

geschreven dat zij weer zwanger was; ten hove zeide men dan tegen

elkander: Madame de Montespan draagt haar hoepelrok, ze is dus weer

zwanger. Ik geloof echter, dat zij zich maar zoo hield in de hoop

weer wat meer consideratie te ondervinden."

Dat de wijde rok niet is uitgevonden door Mevr. de Montespan blijkt

evenwel ten duidelijkste hieruit, dat zulke rokken veel vroeger reeds

in Engeland gedragen werden. Daarentegen is het niet onwaarschijnlijk,

dat er datgene mee werd beoogd, wat in bovenaangehaald citaat

aan de minnares van Lodewijk XIV werd toegedicht: zwangerschap

te verbergen. Reeds hierom is dit waarschijnlijk wijl in dien

dartelen tijd ongeveer elke dame zich dagelijks aan het gevaar eener

buitenechtelijke zwangerschap blootstelde, terwijl zwangerschap,

zooals gewoonlijk in tijden van zinnelijke ontaarding, als iets

belachelijks, als iets doms en bespottelijks gold. Zoodoende was er

de dames alles aan gelegen haar fataal malheur op het gladde ijs der

galanterie zoo lang mogelijk te verbergen. Hierop zullen wij later

ruimschoots gelegenheid hebben uitvoeriger terug te komen.

In elk geval valt hiermee moeilijk te verklaren, dat deze rok, in

weerwil van zijn tallooze ongemakken en zijn verregaande leelijkheid,

toch tot driemaal toe geruimen tijd in de mode is herrezen. Daarvoor

moeten nog andere redenen zijn geweest. En het is niet moeilijk die te

ontdekken. De wijd uitstaande stijve rok was een vorm van bedekking,

die de vrouwen tot veelvuldige en telkens langdurige en verstgaande

onthulling van wat zij niet wenschte te verbergen niet slechts

verleidde, maar direct noodzaakte. De hoepelrok-dragende dame moest

bij het gaan, door de vele hindernissen die zich daarbij noodzakelijk

moesten voordoen, eenige dozijnen keeren per uur zich op de meest

drastisch werkende wijze ten toon stellen. Dit beteekende, dat zij

even zooveel malen zich de vurig begeerde gelegenheid ongezocht zag

geboden om met hare meest intieme bekoorlijkheden op het verleidelijkst

te pronken. De constructie dezer rokken was zoo, dat zij als het ware

van zelf een zich openend en weer sluitend decolleté van onderen naar

boven deden ontstaan.

De voorliefde der vrouwenwereld voor deze gedrochtelijke rokken

berustte dus eenvoudig op hunne erotische doelmatigheid. Voor

een kleedingstuk, dat haar steeds een als betooverd gevolg van

exemplaren der andere sexe garandeert, trotseert de vrouw met vreugde

en heroïeke zelfopoffering alle ongemakken, iederen last. En de mode

heeft nog geen zekerder werkend toestel kunnen vinden dan deze soort

rokken. Zijn zonderlinge vorm moest elk oogenblik onvermijdelijk even

zonderlinge ontblootingen, d.w.z. gelegenheden daartoe, veroorzaken. En

de noodzakelijke voorwaarde, dat die ontblootingen steeds konden

doorgaan voor _onopzettelijk_, ongewild en _ongezocht_, was daarbij in

ruime mate aanwezig. Al die opzettelijke ongelukjes hadden het extra

verlokkende en verleidelijke van het toevallige en momenteele. En welke

ongehoorde perspectieven de wijduitstaande rok elk oogenblik beloofde,

bijvoorbeeld bij het opgaan der trappen, bij het instappen in een

rijtuig en bij tallooze andere gelegenheden, kan men zich heden ten

dage eerst duidelijk voorstellen als men weet dat in dien tijd van een

dessous nog eigenlijk geen sprake was. Onder de baleinrok werd slechts

een zeer kort onderrokje gedragen en een pantalon was in de geheele

17e en 18e eeuw een diep veracht kleedingstuk. Het gold voor de vrouw

als iets zeer onbetamelijks en schandelijks, een pantalon te dragen,

deze werd alleen welvoegelijk geacht voor oude vrouwen. Alleen bij

het rijden droegen de dames een pantalon. Door dit alles schonk de

hoepel- of baleinrok de vrouw de zekerheid, dat ten allen tijde vurige

blikken in hoopvolle verwachting op haar waren gevestigd, blikken,

die in spanning het oogenblik verbeidden, dat een gelukkig toeval,

of een ondeugende streek van den wind de zoozeer begeerde openbaring

zou bewerken. Iets pikanters valt trouwens nauwelijks te bedenken. Niet

in den roes der overgave, maar in de meest onschuldige en onverwachte

situaties en op de meest ongezocht schijnende manieren konden met

behulp van dezen rok de intiemste bekoorlijkheden voor een ondeelbaar

oogenblik aan de nieuwsgierigen blikken worden prijsgegeven. En deze

openbaring van een oogenblik was, naar de ervaring dag aan dag leerde,

voldoende om den blik der mannen in den geest ook verder te doen

doordringen en hun verbeelding heen te leiden naar het laatste. Het

was de tot de uiterste grens opgevoerde tegemoetkoming der vrouw aan

de wenschen van den man, de echt vrouwelijk gemaskeerde toenadering,

waarbij niets werd nagelaten en toch niets kon worden bewezen en

de schijn nog in ten volle bevredigende mate gehandhaafd bleef. De

hoepelrok, hoe monsterachtig en hoe wanstaltig ook, hulde de vrouw

in een wolk van erotische bekoring met onweerstaanbaar aantrekkend

vermogen. Aan den eersten en hoogsten eisch, aan welk kleedingstuk

der vrouw ook gesteld, werd door dezen rok op bijna, ideëel volmaakte

wijze voldaan. En daarom was hij voor de vrouw een inderdaad ideëel

kleedingstuk, een der doelmatigste en dus schoonste geschenken der

mode aan de vrouw.

De nauwe rok heeft hetzelfde probleem in tegenovergestelde richting,

maar niet minder bevredigend, opgelost. De mode wijzigt zich naar de

algemeene inzichten en opvattingen van het oogenblik. In den eenen

tijd worden groteske middelen vereischt, in den anderen tijd kan de

mode met meer natuurlijke volstaan. Met den nauwen rok wordt niets

onthuld en alles getoond. De vormen blijven bedekt, maar het oog kan

al hun lijnen volgen, ook de intiemste en meest delicate, niets wordt

werkelijk gezien, maar alles valt te raden; men ziet de werkelijkheid,

maar nog gehuld in den sluier der illusie.

Kortgeleden heeft de mode een vergeefsche poging gewaagd, nog een stap

verder te gaan, en de vrouwen een kleedingstuk te geven, dat het midden

hield tusschen rok en pantalon. De _erotische_ bekoring, zooals de

vrouw die wenscht, bleek van dat kleedingstuk echter gering. Ondanks

de grootste reclame is het de mode niet mogen gelukken het ingang te

doen vinden.

Op precies dezelfde manier als de bekleeding met bovenkleeding slechts

een middel is om de nieuwsgierigheid naar het verborgene te prikkelen,

en die nieuwsgierigheid nog te versterken door gedeeltelijke of

momenteele onthullingen--op precies dezelfde manier woekert de mode in

de kleeding der vrouw met elk ander kleedingstuk. Ook het schijnbaar

geringste en meest ondergeschikte heeft zijn hooge erotische beteekenis

en zijn bepaalde erotische functie--van den hoogen hak der schoen

(die zelfs een sterk geprononceerde erotische beteekenis heeft, wijl

hij het lichaam een stand geeft, waarbij de boezem naar voren en de

callipygische heerlijkheden naar achteren zich scherper afteekenen) tot

de versierselen van het hoofdhaar, alles staat bij de vrouw in directen

en regelrechten dienst der passieve verlokking, alles heeft dit eene

doel: de andere sexe toe te roepen: vergeet-mij-niet. Daartegenover

staat, dat de vrouw, zoodra zij er zich van bewust wordt dat zij

in sexueel opzicht heeft afgedaan, dikwijls volkomen onverschillig

wordt voor kleeding en voor allen opschik, en dan niet zelden aan

de verzorging harer uiterlijke verschijning evenveel te weinig zorg

besteedt als vroeger te veel. Dit ligt trouwens in den aard der vrouw,

die overhelt tot uitersten.

Ongeveer altijd kiest de mode een bepaald centrum van bekoorlijkheden

van het vrouwelijk lichaam uit, om daarop allermeest de attentie te

doen vallen. En heeft zij eenmaal een keus gedaan, dan ontziet zij

verder geen middel om haar doel zoo volkomen mogelijk te bereiken. Dat

is een kwarteeuw geleden gebleken, toen het een tijdlang de mode was

inzonderheid te pronken met callipygische bekoorlijkheden. Met behulp

van den cul de Paris of de tournure was toen eensklaps elke vrouw

uiterlijk herschapen in een Venus Kallipygos. Deze mode viel ook daarom

zoo in den smaak, wijl zij onmiddellijk zoozeer in de gunst viel ook

der oudere dames. Het onthaal dat een nieuwe mode vindt, de opgang,

dien zij maakt, en de levensduur, die haar is beschoren, hangen in

niet geringe mate af van de dames van middelbaren leeftijd; deze toch

hebben het vrijwel in haar macht, een mode die haar niet aanstaat,

in korten tijd in miscrediet te brengen. En een nieuwe mode staat

deze dames het best aan, als zij ook haar eenige gelegenheid biedt

om nog eenige laatste triumfen te vieren. En de mode der tournure

was haar bijzonder gunstig. Alle schoonheden zijn vergankelijk,

enkele der heerlijkste schoonheden bloeien alleen in de jeugd, andere

zijn duurzamer, het duurzaamste zijn de bekoorlijkheden van Venus

Kallipygos; de volheid dier bekoorlijkheden is op den leeftijd der

rijpheid zelfs het grootst. Vandaar de geestdrift waarmee deze mode

door de in leeftijd reeds ietwat gevorderde dames geaccepteerd en

met alle argumenten--behalve de ware--verdedigd werd.

Deze mode was zooveel als een omkeering der decolletage. De rol, die

anders de borsten speelden, werd nu door haar tegenvoeters vervuld;

het uitstralingscentrum van erotische aantrekking was van de noordpool

verplaatst naar de zuidpool.

Wat bij deze wel doeltreffende maar weinig delicate mode eenigszins

zou kunnen verwonderen, is dit, dat zij viel midden in een periode

van zeer hooggestemde fatsoensbegrippen, waarvan wij in het hoofdstuk

over de Sexueele moraal (volgend deel) nader komen te spreken. En

in werkelijkheid was de callipygische mode bij het schaamtelooze af

indecent; in tweeërlei opzicht zocht zij het lager bij den grond

dan de modes, die bij uitnemendheid als onkiesch en onbetamelijk

gelden, die namelijk, welke de vrouwen met den ontblooten boezem laten

pronken. Weliswaar kan men in het algemeen zeggen, dat het lichaam geen

enkele bekoorlijkheid bezit, die op zichzelf verachtelijk of van lagere

orde is. Voor callipygische schoonheden behoeft de bezitster zich

evenmin te schamen als voor welke andere natuurlijke schoonheid. Maar

zoo zeker als dit is, even zeker is het, dat de aard der effecten

van alle schoonheden in het minst niet gelijk staat. Het effect van

den vrouwelijken boezem kan rein zijn. De boezem is niet slechts het

heerlijkst erotisch wonder aan de vrouw, maar tevens het verhevenste

erotisch wonder. Hij vertegenwoordigt niet louter het genot, maar hij

is ook het symbool van de verheven bestemming der vrouw. Hij getuigt

meer nog dan van de heerlijkheid der vrouw, van de gloriën van het

moederschap. De equatoriale bekoorlijkheden daarentegen zijn direct en

uitsluitend zinnelijk; zij zijn provoceerend erotisch, zij voeren de

phantasie zonder omwegen regelrecht heen naar het laatste en vestigen

de aandacht zonder meer op de geslachtsgemeenschap. En onder die

bekoorlijkheden van lager orde zijn de callipygische ontegenzeggelijk

de brutaalste en grofste. Daarmee te pronken is wel de duidelijkste

en meest directe provocatie van den erotischen stormloop der mannen,

en het minst delicate erotisch gastmaal, dat de mode aan de zinnelijke

mannenoogen ooit heeft voorgezet.

Een der jongste vindingen der altijd met weer nieuwe vindingen

verrassende mode is de blouse. Deze heeft weer de algemeene

taak zóó te verbergen, dat niets verborgen blijft. Ook de blouse

beantwoordt volkomen aan dezen eisch. En wel op zeer bijzondere en

zeer geraffineerde wijze. Zij verraadt niet, zooals de bovenkleeding

in het algemeen, den plastischen vorm, maar die velerlei kleine

verborgenheden en heimelijkheden waarnaar de man zoo nieuwsgierig is

en die zijn nieuwsgierigheid, hoe ook bevredigd, altijd weer sterker

prikkelen. In de eerste plaats veroorlooft de blouse effectvol te

woekeren met de pikante linnen- en kantwonderen, daaronder als in

hinderlaag opgesteld. Gelijk het retroussé in staat stelt de met

kant afgezette jupon, en van tijd tot tijd zelfs de dartele volants

van nog intiemer kleedingstuk hun werk te laten doen, evenzoo is

de blouse bestemd met de niet minder pikante ondertaille en verdere

chemiserieën te manoeuvreeren.

De blouse is gedurende haar betrekkelijk kort maar glorierijk bestaan

al herhaaldelijk verbeterd en daardoor voor haar edel doel telkens

geschikter gemaakt. De laatste vinding is geweest haar laag uit

te snijden en de uitsnijding weer te vullen met à jour entredeux,

die alles lieten zien wat zij verborgen. Daarmee was met de blouse

alles bereikt, wat met haar te bereiken viel. De man kon op zijn

gemak alle voor hem zoo interessante en voor de vrouw zoo vleiende

waarnemingen ongehinderd doen. Het was als een naar alle regelen der

kunst opgemaakte etalage. En waar de draagster het van pas oordeelde

eenige toenadering te toonen, daar behoefde zij zich slechts ongezocht

een weinig voorover te buigen, om den begunstigde nog meer zekerheid

te verschaffen omtrent de hem interesseerende punten. En zulks kon

geschieden zonder iets te riskeeren, verdere tegemoetkoming was ook

bij den besten wil niet meer doenlijk, want deze blouses hadden en

hebben steeds rugsluiting. Dit is echter een voordeel te meer van deze

etalageblouse. De heerlijkheden, die de beschouwer te zien krijgt,

maken hem door hun onbereikbaarheid nog begeeriger en hongeriger en

wekken tenslotte ook den kooplust.

De mode, die de vrouwenwereld tallooze diensten bewijst, is niettemin

de boosaardigste en wreedaardigste vijandin van de vrouw, gelijk wij

boven al hebben uiteengezet. Met haar voortoovering van schijnschoon

heeft zij in ontelbare gevallen wezenlijk schoon voor altijd

verwoest. Doch alle strijd tegen de mode is tot dusver nutteloos

en doelloos gebleken, en haar almacht over de vrouw is nog altijd

ongeschokt, zij is voor iederen strijder een onvatbare vijandin. Op één

punt verslagen, herrijst zij als een onsterfelijke fenix onmiddellijk

weer uit haar asch. Ook heden nog dient de kleeding in de allereerste

plaats erotische doeleinden. Elk vrouwenkleed is er op berekend om

den man er toe te brengen in gedachten de draagster te ontkleeden en

te genieten. Met haar kleeding wil de groote meerderheid der vrouwen

eenvoudig de begeerte der andere sexe wekken, bewust of onbewust

(maar meestal bewust), direct gevolg van de wet der passiviteit,

die haar een afwachtende houding heeft opgelegd, welke wet zij

tegelijkertijd naleeft en overtreedt. Het is pikant en streelend voor

de vrouwelijke eigenliefde, zich ten alle tijde door velen bewonderd

en in den geest genoten te weten, en dit genot verzekert haar alleen

de mode, die daarbij nog de kansen verhoogt op meer tastbare successen.

De vrijheid om met de kleeding erotisch te manoeuvreeren is ten allen

tijde aangemerkt als een standsvoorrecht. In vroegere tijden werd aan

de vrouwen uit het volk eenvoudig verboden zich te kleeden, zooals

de vrouwen der hoogere standen. Er zijn tallooze verbodsbepalingen

uitgevaardigd, die aan "gewone" vrouwen het dragen van een of ander

erotisch zeer effectvol kleedingstuk ontzegden. Nimmer daarentegen

is ergens aan de vrouwen het dragen verboden van kleeding die haar

verleelijkten en ontsierden. Gelijk de economische machtsmiddelen

in het algemeen beschouwd werden als een uitsluitend voor de hoogere

standen bestemde gave der natuur, zoo zijn ten allen tijde de erotische

machtsmiddelen aangemerkt als het speciale voorrecht van de beter

gesitueerde vrouw.

Met de komst der burgerlijke gelijkheid voor de wet was dit voorrecht

niet meer in stand te houden met wettelijke maatregelen. Maar het

streven om het te handhaven bestaat nog evenzeer als voorheen en

met andere middelen wordt het dan ook nog evenzeer gehandhaafd

als vroeger. Het voornaamste middel daartoe is de kostbaarheid der

materialen. Door deze op te voeren tot een zekere hoogte wordt een

groot deel der vrouwenwereld van het deelnemen aan den erotischen

kruistocht tegen de mannenwereld automatisch uitgesloten. Een tweede

middel is de snelle wisseling der mode. Door beide middelen vereenigd

beschikt de rijkste steeds over de verst-dragende en nieuwste wapens

in den sexueelen strijd.

Een derde middel is nog de zorgvuldige beïnvloeding der kleedingzeden

in de richting van het standsvoorrecht. Bij het toepassen van dit

middel komt vooral ook de kerk te hulp. De toepassing van het middel

ligt opgesloten in de machtspreuk, dat het de meid niet past evenzoo

gekleed te gaan als mevrouw. In die formule uit zich niet in de eerste

plaats de vrees voor uitwissching der standsgrenzen, maar het bedreigde

voorrecht van in erotische kleeding den boventoon te voeren. Angst

voor geslachtelijk de mindere te zijn van de maatschappelijk mindere,

is er in aan het woord.

In den jongsten tijd is b.v. het gedecolleteerde balkleed beschouwd

als de uitrusting, waarop uitsluitend de hoogere standen recht

hebben. Het zou de hevigste verontwaardiging wekken, als het

dienstmeisje gedecolleteerd naar bals zou gaan, terwijl men het heel

natuurlijk vindt dat zelfs jonge meisjes uit eigen kring zich in de

meest schaamtelooze drachten voor de mannen te pronk stellen. George

Hirth schrijft hieromtrent in zijn werk: _Wege zur Kunst_: "De kunst,

jonge meisjes in gedachten te ontkleeden en te genieten, leert men het

best op hof- of dergelijke bals, waarbij voor de vrouwen ontblooting

van een groot deel van het bovenlichaam obligatoir is. En het is

verbazend, hoe gauw jonge vrouwen der hoogste standen zich met deze

voor ons mannen zoo prikkelende tepronkstelling verzoenen. Niettemin

zouden diezelfde vrouwen met verachting den neus ophalen, als op bals

van het mindere volk de vrouwen een even diepen blik lieten slaan in

haar erotische verborgenheden."

Sexueele Zeden in Woord en Beeld: Liefde en Zinnelijkheid · 第 13 / 15 段