bekoort, is de onwetendheid daarvan bij de vrouw. Jeugdige onschuld,
opgeluisterd door argeloosheid heeft een onuitsprekelijke bekoring, en
niets is heerlijker en meer betooverend dan een schitterende onschuld,
die in haar handen de sleutel heeft van een hemel.
De verdere natuurlijke lokmiddelen der vrouwelijke sexe zijn de
jeugd en uiterlijk lichaamsschoon. Deze zijn van minder algemeenen
aard, wijl daarin de individueele smaak meespreekt. Ten opzichte der
maagdelijkheid bestaat geen verschil van smaak, ten opzichte van jeugd
en schoonheid wel en in zeer sterke mate. De rol der schoonheid van
lichaamsvormen in het sexueele leven hebben wij reeds behandeld in
een afzonderlijk hoofdstuk in dit deel.
Tot de bijkomstige erotische lok- en machtsmiddelen der vrouw behoort
in de eerste plaats de tegenstand. Tegenstand prikkelt in hooge mate
de mannelijke begeerte. De vrouw weet dit en doet er haar voordeel
mee. Als zij de zinnelijkheid van den man op zich gericht weet,
dan hult zij zich in het masker der schaamachtigheid, neemt den
schijn aan van onverschilligheid en onwil en ontvlucht de gehoopte
omhelzing. Juist deze tegenstand, zij moge echt zijn of gespeeld,
prikkelt de erotische veroveringszucht van den man en blaast in
vele gevallen de aanvankelijk slechts vluchtige begeerte aan tot
een niet meer te beheerschen hartstocht. Het strookt geheel met den
actieven aard van den man, dat juist het stuiten op tegenstand de
waarde van het bezit voor hem verhoogt. In het spel der liefde is
dit stuiten op tegenstand voor den echt-mannelijken man een ware
behoefte; hij verlangt en behoeft tegenstand, en geen tegemoetkoming
van de vrouw. En zoo gedraagt de vrouw zich in het sexueele leven
in den regel terughoudend, tegenstrevend, beschaamd en defensief,
en wordt daardoor de veroveraarster van den man, dien zij in schijn
de rol ven aanvaller en veroveraar laat. Doch zoo als ongeveer
alles in het leven der liefde, kan ook dit lokmiddel der liefde
weer leiden tot allerlei misverstand. Want er is in de liefde een
lokkende tegenstand, die ontwijkt om te prikkelen tot meer intensieve
vervolging, en er is een ernstig gemeende, wezenlijke tegenstand,
die inderdaad bedoelt af te wijzen. Daar de vrouw in het spel der
liefde en der zinnelijkheid altijd begint met hare naar haar gunst
dingende erotische krijgsgevangen af te wijzen, behoort er in vele
gevallen groote kennis van den vrouwelijken aard toe om zich omtrent
den aard der afwijzing niet te vergissen.
De vrouw bezit in hooge mate het vermogen om door zelfbeheersching hare
overwinningen tot volkomenheid te brengen. Den in sexueel opzicht zoo
oneindig veel zwakkeren man ontbreekt dit vermogen nagenoeg geheel. Om
een man te veroveren heeft de vrouw alleen maar te beschikken over
wat uiterlijke knapheid, zelfs het enkele vrouw-zijn is voor de vrouw
al voldoende een man sexueel te binden. Het allerminste kamermeisje
kan de Apollo van Belvédère of een gepurperden koning in vijf minuten
veroveren, zegt Mantegazza, terwijl Apollo door de minste deerne kan
worden afgewezen. Daarin bestaat de eigenaardige macht der vrouw. De
mannen zijn in den strijd der liefde evenals vliegen met alles te
vangen--het is nog steeds Mantegazza, die hier aan het woord is--en
het is veel moeilijker een muis te vangen dan een man, want voor
een muis heeft men tenminste nog een slim ingerichte val noodig,
terwijl dikwijls de pantoffel eener vrouw voldoende is om een man te
vangen. Het is dan ook gemakkelijker een vesting bij overrompeling
in te nemen, dan een vrouw. Als men gelooft, dat de verovering door
overrompeling is gelukt, dan heeft men wel den schijn, maar niet het
wezen, wel de vrouw, maar niet haar liefde bezeten. Alle zintuigen der
vrouw staan voortdurend als schildwachten en luisterposten uitgezet
en slaan bij het minste onraad alarm; en nu kunnen deze schildwachten
wel eens door list of sluwheid om den tuin worden geleid, maar nooit
het hart der vrouw, dit wordt door te veel versterkingen verdedigd en
beschermd, het is niet te nemen, noch door list, noch door verrassing;
het moet zichzelf overgeven en dit doet het nooit anders dan na
een langdurig beleg. En wanneer het eindelijk op het punt staat te
bezwijken, dan moet er nog een laatsten, geweldigen stormloop worden
ondernomen om het te nemen. Het geeft zich eerst over, als het al zijn
kracht tot verzet en verweer volkomen heeft uitgeput en de laatste
verschansingen heeft zien bezwijken. De overgave der vrouw is altijd
eervol, fier ontrolt zij bij het bezwijken de vanen en treedt in volle
wapenrusting den veroveraar tegemoet, die dan weldra in werkelijkheid
haar krijgsgevangene blijkt. Geen der vele onneembare vestingen van
Europa kan zich beroemen nog nimmer door bestorming, uithongering
of verraad te zijn ingenomen; maar vele zwakke vrouwen hebben de
zwaarste aanvallen afgeslagen, en de man wreekt zich over zijn vele
nederlagen tegenover de vrouw, door haar een zwak, hulpbehoevend,
onzelfstandig schepsel te noemen."
De vrouw is met hare natuurlijke lokmiddelen niet te vreden. Steeds
zoekt zij ze kunstmatig te versterken en er nieuwe aan toe te
voegen. Alle zintuigen bieden haar daarvoor aangrijpingspunten. Wij
zullen daarom allereerst een blik werpen op de rol der zintuigen in
het liefdeleven.
VII.
DE ROL DER ZINTUIGEN IN HET LIEFDELEVEN.
De zintuigen vervullen in het liefdeleven de rol van koppelaars;
zij staan allen in meerdere of mindere mate in directen dienst van
de zinnelijkheid, de smaak misschien uitgezonderd.
Elk der zintuigen heeft in het liefdeleven een zeer bepaalde
functie. Gezamenlijk dienen zij de natuur in het tot elkander voeren
der sexen.
Zeer bescheiden is daarbij de taak van den _smaakzin_. Tot deze
nemen echter dikwijls impotente individuen de toevlucht, om door
smaakprikkels geslachtsprikkels op te wekken of te versterken. Het
geloof in het bestaan van genotmiddelen, die het vermogen bezitten
erotische gevoelens wakker te roepen, is nu en dan in de geschiedenis
zeer algemeen geweest, waarbij echter steeds het bijgeloof een
zekere rol speelde. Wij herinneren hierbij aan de vele eeuwenlang
algemeen in zwang geweest zijnde minnedranken, waarmee men deels
door middel van den smaak, deels door tooverwerking bij een bepaald
persoon liefde jegens zich meende te kunnen opwekken. Natuurlijk
waren van zulke minnedranken die genotmiddelen, welke geslachtsdrift
gezegd werden op te wekken, dusgenaamde _aphrodisiaca_, steeds de
hoofdbestanddeelen. Van een bepaalde natuurlijke functie van den smaak
in het leven der liefde blijkt echter weinig of niets. Waar men den
smaak in dienst tracht te stellen van de zinnelijkheid, heeft dit
in elk geval steeds iets opzettelijks en gewilds, waarbij men tracht
natuurlijke gevoelens kunstmatig op te wekken.
Geheel anders staat het reeds met de beteekenis van het _gehoor_ in
het zinneleven. Dit blijkt reeds uit het feit, dat met het intreden der
geslachtelijke rijpheid de menschelijke stem zich wijzigt, waarmee de
natuur als het ware dit feit hoorbaar kenbaar maakt. Verder blijkt dit
uit het verschil tusschen de mannen- en de vrouwenstem, een verschil
dat nog de sexe verraadt waar die zich opzettelijk verborgen tracht
te houden. Talrijke geluiden oefenen voorts een krachtige erotische
werking uit. De stem, zang en muziek zijn in de eerste plaats
lokmiddelen der liefde. In het dierenleven, deze spiegel van het
menschelijk leven in natuurlijke dingen, vindt men dit terug in de
loktonen beider seksen bij een menigte diersoorten. En ook getuigen
van de macht van het gehoor op de zinnelijkheid, de gemakkelijke
zegepralen in de liefde van groote zangers en zangeressen, ook al zijn
deze door de natuur stiefmoederlijk bedeeld met lichaamsschoon. De
oude Atheners beschouwden muziek, inzonderheid fluitspel, als het
machtigste hulpmiddel tot opwekking en prikkeling der zinnelijkheid;
en bij hen bestond eeuwenlang een afzonderlijke klasse van prostituees:
de fluitspeelsters, die gewoon waren ware orgiën van geslachtelijke
buitensporigheden aan te richten.
Sterker misschien nog is de invloed van den _reukzin_ op de
zinnelijkheid. Deze vermag, hoewel bij verschillende individuen in
zeer verschillende mate, rechtstreeks onopzettelijk den geslachtslust
op te wekken en te prikkelen. Häckel beweert zelfs, dat de reuk de
quintessence van alle geslachtelijke liefde is. Zwaardemaker heeft
ontdekt dat alle erotisch werkende geuren behooren tot een en dezelfde
groep van scheikundige stoften, n.l. tot de caprylen. Bij vele dieren
spelen verschillende natuurlijke geuren in hun geslachtsleven een zeer
belangrijke rol, bijvoorbeeld bij het muskusdier en den bever. Bij
den mensch kunnen, vooral bij zeer zinnelijke naturen, de erotisch
werkende caprylgeuren van allerlei lichaamsafscheidingen krachtig op
de geslachtelijke instincten inwerken.
In het sexueele leven spelen de erotische geuren dan ook een groote
rol. Tegenover de lichamelijke uitwasemingen van de andere sekse
bezitten vooral mannen maar een zeer gering weerstandsvermogen. Vele
anders moeilijk te verklaren sexueele connecties berusten
op den onweerstaanbaren invloed van geslachtsgeuren. De meeste
plotselinge liefdesbetrekkingen tusschen in stand of in leeftijd zeer
uiteenloopende individuen zijn aan de erotische prikkelbaarheid van
den reukzin toe te schrijven. Vele mannen schijnen ongevoelig voor het
uiterlijk schoon of andere eigenschappen der vrouwen, terwijl zij zich
in sterke mate voelen aangetrokken door de vrouwelijke atmosfeer. En
evenals er erotische reukprikkels zijn die aantrekking uitoefenen,
zijn er ook geuren die afstooten; m.a.w. er zijn sympathieke en
antipathieke geslachtsgeuren.
Het ligt in den aard der vrouw alle ter harer beschikking staande
erotische machtsmiddelen over den man tot den hoogsten graad van
volkomenheid op te voeren. Alles in haar drijft haar aan om hare
magnetische aantrekkingskracht op den man te versterken en hem aan
zijn natuurlijken plicht van aanvallen--aanvallen waarin steeds zij
overwinnares zal zijn--met alle kracht te herinneren. Het ligt dus
voor de hand, dat ook der mannen zwakheid tegen erotische geuren
door de vrouw wordt benut om hem te dwingen tot het geslachtelijk
offensief, dat haar de sexueele zegepraal moet brengen. En zoo zien
wij dan ook ten alle tijde en overal de vrouwen zich hullen in wolken
van kunstmatige erotische geuren, teneinde te trachten de natuur
te verbeteren, ze aan te vullen, te versterken. Hoe bewuster met
dit rondom zich spreiden van prikkelende geuren beoogd wordt den man
aan te lokken, des te sterker en overvloediger wordt van zulke geuren
gebruik gemaakt, zoo dat de aanwending daarvan dan ook haar hoogtepunt
bereikt bij de prostituees, die ter bereiking van hare oogmerken in
de eerste plaats zoeken naar snelwerkende zinnelijke prikkels.
De vrouw bedient zich zeer algemeen van zulke geuren, de man
daarentegen zelden en dan nog in veel mindere mate. Dit bewijst, dat de
vrouw weet van het aanwenden van geuren effect te kunnen verwachten,
en dat de man evenzoo weet, dat erotische geuren op de vrouw weinig
of geen uitwerking hebben. De vrouw parfumeert zich niet wijl zij zelf
zooveel behagen schept in welriekende geuren, maar in de eerste plaats
om hare geslachtelijke aantrekking te verhoogen, den man te lokken
en te boeien. Met het zich hullen in de geuren van muskus, amber,
patschouli, ylan-ylan, heliotroop, reseda, viooltjes, beoogt de vrouw,
bewust of onbewust, hetzelfde als met haar opschik en haar toilet, haar
kleeding en hare verdere lokmiddelen. De vrouw parfumeert zich om te
behagen. En daar zij zelf weinig of niet vatbaar is voor de zinnelijke
bekoring door middel van den reukzin, kunnen erotische geuren door den
man niet met vrucht worden toegepast. Vandaar parfumeeren mannen zich
niet met het doel, bij de vrouw erotische voorstellingen op te wekken.
Men meent te hebben waargenomen, dat elk parfum verschillende sexueele
voorstellingen opwekt; dat de eene erotische geur het geslachtsinstinct
in andere richting leidt dan de andere. Ook schijnt op elk individu
een bepaald sexueel parfum krachtiger erotische prikkeling uit te
oefenen dan de overige.
De erotische voorstellingen, opgewekt door den reukzin, zijn in
het algemeen van lager orde. Zinnelijkheid, daardoor opgewekt,
begeert gewoonlijk niets dan onmiddellijke bevrediging der
geslachtsdrift. Vandaar dat erotische geuren tot de gebruikelijke
lokmiddelen der prostituees behooren. De aard van den geur,
die de zinnelijkheid heeft opgewekt, is veelal van invloed op de
hevigheid der zinnelijke bekoring. Bij wie daarvoor ontvankelijk
zijn, werken bijvoorbeeld directe lichaamsuitwasemingen der andere
sexe veel krachtiger op de animale begeerten, dan de kunstmatige
erotische parfums dit doen op dezulken bij wie daardoor geslachtelijke
voorstellingen worden wakker geroepen. Esthetisch is de zinnelijkheid,
opgewekt door geuren, nimmer.
Het zintuig der zinnelijkheid bij uitnemendheid is het _gevoel_. Het
gevoel heeft zijn zetel in de huid, en zoo is de geheele huid in
zekeren zin geslachtsapparaat, zij is, zooals Bölsche opmerkt,
"de groote koppelaarster, de allesbeheerschende middelaarster in
liefdeszaken." Bij onesthetische naturen bestaan de blijken van liefde
allereerst in bevoeling, aanraking, betasting. Maar ook in het algemeen
oefent aanraking der huid, in het bijzonder elke liefkoozende en zacht
wrijvende of krieuwelende aanraking, een sterk sexueele werking uit.
De huid is intusschen niet overal in gelijke mate geslachtelijk
prikkelbaar. De gedeelten die dit vermogen in hooge mate bezitten
heeten de erogene (geslachtelijk in hooge mate prikkelbare)
zones. Deze prikkelbaarheid is uit den aard der zaak geconcentreerd
in de geslachtszone en daar weer het sterkst in de eigenlijke zetel
van het wellustgevoel, n.l. de eikel bij den man en de clitoris bij
de vrouw, bij wie tevens het slijmvlies van vagina en vulva een hooge
mate van sexueele sensibililiteit bezit.
In het liefdeleven der sexen spelen intusschen die erogene zones
de hoofdrol, wier prikkelbaarheid minder intens is, en ook is haar
esthetische waarde hooger. Iedere aanraking van personen tusschen wie
een geslachtelijke connectie bestaat is een merkwaardige sexueele
zede op zichzelf, zooveel het ineenstrengelen der handen en het
gearmd gaan, als de kus en de omhelzing. Alle zinnelijke liefde uit
en openbaart zich allereerst in den drang, de geliefde of begeerde
tegenpartij in het minnespel aan te raken--het wezen der menschelijke
geslachtsliefde bestaat in een neiging tot alzijdige lichamelijke
aanraking, en niet zelden is bij sterk zinnelijke naturen aanraking
voldoende voor geslachtelijke bevrediging--bij sommigen kan reeds
een hartstochtelijke kus die bevrediging teweegbrengen.
De invloed van het gevoel op de zinnelijkheid is zoo sterk, dat ter
opwekking van erotische voorstellingen en sexueele verlangens het
volstrekt geen vereischte is, dat de aanraking plaats heeft tusschen
de individuen welke die voorstellingen of verlangens gelden. Aanraking
van een geheel onbekend persoon, onverschillig of deze van gelijke
of andere sexe is, kan de minnende plotseling aan het geliefde wezen
herinneren en dit in al zijn begeerlijkheid voor oogen stellen. Zelfs
de aanraking van het eigen lichaam kan met behulp van de phantasie
geslachtelijke opwinding veroorzaken, een feit, waarop de mogelijkheid
der onanie berust. Tenslotte kan de huid ook door allerlei stoffen
zooals bont, wol, fluweel en zijde geslachtelijk worden geprikkeld,
een verschijnsel, hetwelk berust op een geheel complex van factoren,
die wij hier niet nader kunnen nagaan, maar die blijkens de romans
van Sacher-Masoch en de verdere Masochistische literatuur in het
zinneleven van vele individuen een groote rol spelen.
Het gevoelszintuig werkt evenwel niet alleen door liefkoozende en
streelende aanraking op de zinnelijkheid. Integendeel, ook pijnlijke
aanraking kan een erotische uitwerking hebben. En wel zonder dat er
een reden is om aan abnormaliteit te denken.
In de geschiedenis der sexueele zeden speelt de dusgenaamde
_flagellatie_ een zeer groote rol. Flagellatie bestaat in slaan of
geeselen van het ontbloote lichaam met erotische oogmerken. Dit is de
letterlijke beteekenis van dezen term, terwijl het opzettelijk zich
daaraan overgeven _flagellantisme_ genoemd wordt. Bij uitbreiding
spreekt men gewoonlijk echter van flagellatie in al die gevallen,
waarbij uit lichamelijk leed erotisch genot wordt geput. Dit
verschijnsel doet zich zoowel actief voor als passief. Bij de actieve
flagellatie werkt het slaan erotisch op dengene die slaat; dit is
veel waargenomen bij degenen voor wie slaan gewoonte is geworden,
bijvoorbeeld onderwijzers. Passieve flagellatie is die, waarbij
de geslagene erotisch genot ondervindt, en dit leidt tot het op het
eerste gezicht abnormale en ongerijmde verschijnsel dat lichaamssmart
niet gemeden en geschuwd, maar integendeel begeerd en gezocht wordt.
Havelock Ellis, die dit verschijnsel het eerst en ook het grondigst
heeft onderzocht, somt tal van voorbeelden op om te bewijzen,
dat de vrouw een zekere neiging bezit smart te zoeken en door
smart te genieten, een opvatting die evenwel weinig ingang heeft
gevonden. Vermoedelijk berust de gewaarwording van erotisch genot bij
slaan enz. eenvoudig op de prikkel, die daardoor wordt uitgeoefend
op de huidzenuwen; dit heeft bloedsaandrang naar het getroffen
lichaamsgedeelte ten gevolge, wat via de ruggemergscentra een
prikkel uitoefent op het zenuwstelsel der geslachtsorganen. Hiermee
wordt aan het geheele verschijnsel alle romantische kleur en alle
geheimzinnigheid ontnomen en onderscheidt het flagellantisme zich
alleen in graad van de erotische gevoeligheid voor liefkozingen en
streelende aanrakingen.
Niettemin zijn er tijden geweest, waarin de flagellatie het meest
geliefkoosde aphrodisiacum was, dat nog baat scheen te geven als
alle andere zonder effect bleven. Eigenlijk treft men de flagellatie
aan in alle tijden in wier intiem leven men tot dusver heeft kunnen
doordringen. Blijkbaar behoort zij dus tot het gebied der sexueele
zeden.
Het meest algemeen schijnt de flagellatie in zwang te zijn geweest in
de 18e eeuw. Zij was toen ongetwijfeld een normaal hoofdbestanddeel
van het geheele geslachtsleven. In alle rangen en standen der
samenleving werden roede en zweep in dienst gesteld van de liefde,
en men sprak daarvan openlijk met de meeste vrijmoedigheid. Men zag er
een bijzondere delicatesse van het sexueele genieten in. Vele mannen
bezochten geregeld inrichtingen, waar gelegenheid bestond zoowel om
zichzelf met de roede te laten behandelen, of als om zich te laven aan
het schouwspel dat anderen, en dan bij voorkeur meisjes en kinderen,
op die wijze werden bewerkt. In alle ook maar eenigszins naar de
eischen des tijds ingerichte bordeelen waren bovendien dusgenaamde
erotische folterkamers, voorzien van alle instrumenten, die dezen
zonderlingen vorm van genot en deze paradoxale voorbereiding tot genot,
konden dienen.
Waar men echter het flagellantisme aantreft als een gezocht en
gebruikelijk bestanddeel der sexueele zeden, vindt men vrijwel altijd
tevens een in zinnelijkheid geheel opgaand, erotisch ontaard milieu,
dat de zinnelijkheid zoekt op te drijven tot een niet te verzadigen
en niets-ontziende begeerte, die aan vermogen meer eischt dan de
natuur in staat is vrijwillig te schenken. Dan wordt de natuur,
wijl slaan op zekere lichaamsdeelen de geslachtscentra prikkelt, met
de zweep gedwongen meer te geven dan zij eigenlijk kan. Evenwel is
dit blijkbaar slechts een der oorzaken, die tot het flagellantisme
leiden. Vermoedelijk doet zich, waar het tenminste mannen betreft,
daarbij ook gelden een zeker pervers genot in eigen vernedering. De
diepste vernedering voor den man nu in sexueele dingen is zijn
mannelijken aard af te leggen en zich door de vrouw als physiek de
mindere te zien behandelen, zich physiek aan de vrouw te onderwerpen
en zich weerloos door haar geweld te laten aandoen. Hierop doelt
blijkbaar een Engelsche schrijver over de sexueele zeden der 18e
eeuw, waar hij zegt: "Vele lieden, die maar een gebrekkige kennis
hebben van de menschelijke natuur, gelooven, dat de hartstocht voor
de flagellatie alleen voorkomt bij grijsaards en bij dezulken, die
door sexueele uitspattingen zijn uitgeput. Dit is echter volstrekt
niet het geval. Er zijn evenveel jongelingen en mannen in de volle
kracht des levens, die door dezen hartstocht zijn aangegrepen, als
ouden van dagen en verzwakte personen".
Gewoonlijk wordt Engeland beschouwd als het land, waar deze
ontaarding der gezonde zinnelijkheid ten allen tijde het meest werd
aangetroffen. Een feit is het, dat vooral Engelsche schrijvers zich
met dit verschijnsel hebben beziggehouden. Ook is er geen land waar
het gebruik van de roede en van lijfstraffen in het algemeen zoo wordt
verheerlijkt als in Engeland. Niettemin schijnt het minstens voorbarig,
op deze twee gronden de flagellatie als een specifiek Engelsche
geslachtszonde aan te merken. En dit te minder, waar het bekend is,
dat in de 17e en 18e eeuw vooral deze ontaarding der zinnelijkheid ook
in andere landen zeer algemeen voorkwam en men er zich speciaal in
tallooze kloosters van het verste Zuiden tot in het hoogste Noorden
aan overgaf. Alles wijst er op, dat het flagellantisme alleen daar
bloeien kan, waar de natuurlijke prikkels beginnen te verstompen,
zoodat de natuur alleen nog maar door de zweep er toe kan worden
gebracht de overspannen begeerte te bevredigen. Hiervoor spreekt ook
het bekende feit, dat prostituees zich gaarne en met pervers genot
door hare souteneurs laten mishandelen.
De manie van het flagellantisme kan zoowel hetero-sexueel zijn als
homo-sexueel, wat trouwens met alle geslachtelijke perversies het
geval is. Sommige navorschers der sexueele zeden, zooals Iwan Block
en Lawes, zijn van meening, dat het vrouwelijk geslacht meer tot
actieve zoowel als tot passieve flagellomanie geneigd is dan het
mannelijke, iets wat trouwens a priori waarschijnlijk is--wat de
passieve flagellatie betreft wijl onderwerping en dulding meer in
den aard der vrouw ligt, dan in dien van den man; en wat de actieve
flagellatie aangaat wijl machtsmisbruik een gewoon verschijnsel is bij
den machtelooze, die in de gelegenheid komt macht uit te oefenen--en
dit is in sexueel opzicht het geval als de door zinnelijkheid ontaarde
man zich willoos en onmachtig aan de vrouw overlevert, bereid om in
ruil voor geslachtsgenot alles van haar te dulden.
In den tegenwoordigen tijd wordt het flagellantisme waarschijnlijk
niet of bijna niet meer beoefend met de zweep of de roede. Tegenwoordig
zijn het de masseuses aan wier handen flagellomane individuën zich ter
"verpleging" overgeven.
Minstens van even groote beteekenis als de gevoelszin is voor het
sexueele leven de _gezichtszin_. Dit is tevens het zintuig, dat als
aangewezen is om de zinnelijkheid te veredelen en te idealiseeren en
de esthetische waarde van den gezichtszin voor het liefdeleven is
grooter dan die van de overige zinnen tezamen. De gezichtszin wekt
de begeerte tot bezit op door middel van schoonheidsprikkels--het
oog roept de zinnelijkheid wakker door de bekoring der schoone vormen.