de Spaanschen waren met het exposeeren van de schoonheden van het
bovendeel van haar lichaam, zoo angstvallig verborgen zij de onderste
uiteinden. Eerbare vrouwen hielden haar beenen en voeten voor zoo
ongenaakbaar en heilig, dat zij liever haar leven zouden gelaten hebben
dan ze prijs te geven aan de blikken van een vreemd manspersoon. Opdat
de voet nooit door een spiedenden blik kon worden ontwijd, droegen de
Spaanschen een kleed dat zoo lang was, dat de voeten bij het loopen
steeds geheel onzichtbaar bleven. Behalve de uiterste gunstbewijzen,
die een vrouw vermag te schenken, was dit de grootste, dat de geliefde
den minnaar haar voet toonde. De voeten en beenen der koninginnen waren
zoo hoogheilig, dat het reeds een misdaad was er aan te denken; men
begrijpt dus wat het zou geweest zijn er van te spreken. Toen prinses
Maria Anna van Oostenrijk als bruid van Philips IV naar Spanje kwam,
bood men haar in een stad waar groote fabrieken van zijden kousen
waren, een aantal paren der kostbaarste dameskousen aan. De majordomus
der toekomstige koningin wierp ze echter met verachting van zich
met den uitroep, dat een koningin van Spanje geen kousen noodig had,
daar zij immers geen beenen mocht hebben. De koninklijke bruid, dit
hoorende, barstte in tranen uit en gaf te kennen dat ze naar Weenen
terug wilde, want dat men er haar onkundig van had gelaten, dat een
koningin van Spanje de beenen moesten worden afgezet. De zaak werd
haar toen duidelijk gemaakt en men verhaalde het geval aan den koning,
die zich niet weerhouden kon er om te lachen--het was een der drie
keeren dat hij in zijn leven gelachen heeft."
De geschiedenis der sexueele zeden kent ook een geval, dat de
voetschaamte tengevolge heeft gehad dat van een geheel ras bij iedere
vrouw de voeten van kindsbeen af volkomen worden verminkt. Dit is
het geval bij de Chineezen. Deze zede is vooral in de Zuidelijke
deelen van het uitgestrekte Hemelsche Rijk in zwang en inzonderheid
bij de vrouwen der hoogere standen, zooals trouwens elke erotische
zede het volledigst en tot haar uitersten in de hoogere kringen tot
ontwikkeling kan komen--overal toch kan de vrouw haar erotische rol
alleen dan ten volle vervullen, als zij niet behoeft te werken en
zich kan laten bedienen. De voetverminking begint bij het vierde of
het zevende levensjaar. Met verbanden worden de voeten zoo omwikkeld,
dat ze bijna worden afgebonden. Daardoor wordt de groei niet alleen
gestuit, maar de geheele voet schrompelt ineen tot een vormeloozen
stomp. Zooveel mogelijk ontziet men daarbij den grooten teen. Hoe
lang deze zede al bestaat, is niet bekend. Marco Polo en Ibn Batuta,
die in de 13de en 14e eeuw China hebben bezocht, maken er met geen
woord gewag van; maar volgens de Chineesche annalen is het gebruik al
overoud. Waarschijnlijk is het 't allereerst in zwang gekomen onder
de allervoornaamste vrouwen, die de reizigers natuurlijk niet te
zien kregen--bij ongeciviliseerde en halfbeschaafde rassen worden de
erotische pronkjuweelen altijd voor vreemdelingen angstvallig verborgen
gehouden. Omtrent de bedoeling dezer verminking verkeerde men vroeger
geheel en al in het onzekere. De oorzaak is natuurlijk hierin gelegen,
dat de Chineezen deze, volgens onze begrippen afschuwelijke voeten,
schoon vinden en de Chineesche vrouw verminkt haar voeten omdat zij
daardoor over een erotisch machtsmiddel temeer beschikt.
Matignon schrijft hieromtrent in de "Archives d'Anthropologie
criminelle" (1898): "Het trok mijn aandacht, hoe groote liefhebbers
de Chineezen zijn van pornografische afbeeldingen. En op ongeveer
alle Chineesche pornografieën ziet men de mannelijke partij een
vrouwelijken voet liefkoozen. Als een bewoner van het Hemelsche
Rijk een vrouwenvoet in de hand neemt, dan is, vooral als hij
bijzonder klein is, het effect hetzelfde als bij den Europeaan het
betasten van een jeugdigen frisschen boezem. Alle Chineezen die ik
hieromtrent ondervroeg, antwoordden mij eenstemmig: Heerlijk, een
kleine voet! Jullie Europeanen kunnen niet begrijpen, hoe heerlijk,
hoe verleidelijk, hoe onweerstaanbaar dat is! De aanraking van een
kleinen vrouwen voet brengt den Chinees letterlijk in een erotischen
roes en voert zijn zinnelijk verlangen op tot den hoogsten graad. Niet
zelden klagen Chineesche christenen in de biecht over hun zwakheid
tegenover de vleeschelijke bekoring, die den aanblik van vrouwenvoeten
op hen uitoefent."
Morache deelt mede, dat in China geloofd wordt, dat het verminken
der voeten sterke vetafzetting aan den schaamheuvel, mons veneris,
veroorzaakt; en ook aan de schaamlippen, zoodat zeer kleine voeten
zeer weelderige ontwikkeling der geslachtelijke heerlijkheden
aankondigt. Ook zou men in China gelooven, dat het niet kunnen loopen
een verhoogden bloedsaandrang naar de schaamstreek veroorzaakt, zoodat
kleine voeten het erotisch temperament en bijgevolg het vermogen
geslachtsgenot te schenken, in sterke mate verhoogen. In elk geval
weet men thans met volkomen zekerheid, dat de voetverminking der
Chineesche vrouwen een erotischen grond heeft. Het schaamtevoel der
Chineesche zetelt dan ook in hoofdzaak in haar voeten.
Wij hebben boven reeds gezien, dat de localisatie van het
schaamtegevoel in den voet niet uitsluitend bij de Chineezen is
voorgekomen, maar elders is terug te vinden. Zoo is voorheen ook in
Rusland de vrouwenvoet een voorwerp van erotische aanbidding der mannen
geweest. P. Jacoby verhaalt omtrent Oost-Rusland: "Op heete dagen
kan men de vrouwen hier zich onbeschroomd zien bewegen met ontblooten
boezem, ja zoo goed als geheel ongekleed. Maar men zal ze nooit met
bloote voeten zien en ook de naaste mannelijke bloedverwanten krijgt
nooit den voet en het onderdeel van den voet der vrouwen te zien. Deze
vrouwen hebben haar schaamte in de voeten en ook haar coquetterie. Den
voet eener vrouw te ontblooten is hier voor den man de inleiding tot
het uiterste en de aanraking van de voetbekleeding veroorzaakt bij hen
dezelfde gewaarwordingen als bij den Europeaan het aanraken van een
van het lichaam nog warm corset. De schoonheid der vrouw concentreert
zich voor deze mannen in den voet. In de minnezangen der Mordwijnen is
de voet de vrouwelijke bekoorlijkheid, die het meest geprezen en het
vurigst bezongen wordt. Den voet tegenover een persoon van het andere
geslacht te ontblooten geldt als een hoogst ongepaste sexueele daad en
is zooveel als het symbool der sexueele overgave. Daardoor is de kous
en de voetbekleeding daar een zinnebeeld van het huwelijk, evenzoo
als elders de trouwring. Tegenwoordig nog is er in Oost-Rusland een
traditioneel lied, dat jonge meisjes zingen bij het raden naar haar
toekomstigen echtgenoot. Het thema van dat liedje is: kom en trek mijn
kousen uit. Bij de volken in het Russische Noorden en Oosten moet de
bruid zulks in den huwelijksnacht herhaaldelijk voor den bruidegom
doen, elders is het de taak van den bruidegom; en dat heeft dan niet
de beteekenis van een echtelijk gunstbewijs, maar van een echtelijke
ceremonie. Bij de welgestelde burgerij en den kleinen adel stoppen
de ouders van een bruidspaar geld in de kousen hunner kinderen als
een cadeautje voor de andere partij, waarbij dan stilzwijgend wordt
aangenomen, dat de jonggetrouwden elkander de kousen uittrekken als
teeken van sexueele overgave en bezitneming."
Het verminken van den voet met erotische oogmerken is ook onder de
geciviliseerde volken zeer algemeen, hoewel men de zaak hier niet zoo
tot het uiterste drijft als de Chineezen. Om de illusie te kunnen
wekken van een kleinen voet te hebben persen ook de Europeesche
vrouwen haar voeten gaarne in te nauw schoeisel. Met het gevolg, dat
ook in Europa de vrouwen inplaats van fraaie, meest misvormde voeten
hebben, met over elkander geschoven teenen en ontsierd door leelijke en
pijnlijke eksteroogen. Vandaar schaamt ook de Europeesche vrouw zich
haar voeten bloot te toonen, doch hierbij heeft men bij uitzondering
te doen met schaamte die niet zinnelijke bekoring beoogt. De meeste
vrouwen weten zeer wel dat zij leelijke voeten hebben; en zoo graag
zij met het snoezig, bevallige laarsje coquetteeren, zoozeer schuwen
zij het, den voet ontbloot te toonen. Aan badplaatsen behooren
badpantoffels dan ook tot de onontbeerlijke bestanddeelen van het
badtoilet. De ontgoocheling der ontblooting is wel het sterkste bij
den voet.
Doordat het schaamtegevoel zich zoo verschillend uit, worden
volksstammen, die zich anders schamen dan wij, veelal voorgesteld als
geen schaamte te bezitten. Met dit oordeel moet men echter uiterst
voorzichtig zijn. Zelfs bij natuurvolken, die nog staan op den
laagsten trap van geestelijke ontwikkeling, zijn sporen van een meer
of minder ontwikkeld schaamgevoel te vinden. Zeer algemeen wordt gemis
van kleeding, naakt-gaan, met gebrek aan schaamtegevoel verward. De
geheele of nagenoeg geheele naaktheid van vele volksstammen is zeer wel
vereenigbaar met een hoog-ontwikkeld schaamtegevoel; omgekeerd is het
zich bedelven onder kleeding volstrekt geen waarborg voor het bestaan
van het meest elementaire begrip van betamelijkheid en decentie.
Aan den anderen kant schijnt het schaamtegevoel, waar het eenmaal
bestaan heeft, wel voor verzwakking vatbaar, maar niet voor algeheele
uitroeiïng. Zelfs bij de meest verdierlijkte prostituées blijkt altijd
nog eenig spoor van schaamte overgebleven, hoe ook hare gedragingen
het tegendeel schijnen te verkondigen. "Slaat men ze slechts wat
nauwkeuriger en in bepaalde omstandigheden gade, zegt Parent-Duchatelet
(in _Zedenbederf der Parijsche vrouwenwereld_), dan blijkt, dat zelfs
de grootste moreele ontaarding dit gevoel toch niet geheel en al heeft
kunnen vernietigen en dat er bij velen ten minste nog sporen van zijn
overgebleven. Komt b.v. een vreemde in de visitatiekamer der prefectuur
of der gevangenissen, op het oogenblik dat zij ontkleed staan voor
het onderzoek, dan ziet men ze oogenblikkelijk de armen over de borst
kruisen en zich zooveel mogelijk bedekken. Schaamteloos gedragen zij
zich alleen jegens hare minderen, dat zijn hare mannelijke bezoekers,
maar voor anderen leggen zij dikwijls een bijna normaal vrouwelijk
schaamtegevoel aan den dag. Niet zelden ziet men ze blozen, wanneer
ze gedwongen zijn zich voor meerdere mannen te ontblooten. Bij het
reglementaire onderzoek wenden zij zich gaarne altijd tot denzelfden
arts, zij komen alleen op de uren waarop zij zeker zijn dezen te zullen
vinden. En wie zulks heeft meegemaakt, weet welk een diepen indruk het
onderzoek en de demonstratie harer geslachtsziekten voor een talrijk
auditorium op deze vrouwen maakt. Allen, zonder uitzondering, ook de
meest schaamteloozen, worden tijdens zulk een onderzoek slag op slag
vuurrood en blijkbaar is het voor haar een marteling."
Ook uit deze schaamte der schaamteloozen van beroep blijkt de
zinnelijke ondergrond van het schaamtegevoel. Zoodra de naaktheid
blijkt onverschillig te laten of zelfs walging en afkeer te wekken,
keert het schaamtegevoel onmiddellijk terug, als een poging der natuur
om het gebroken evenwicht te herstellen.
Een andere eigenaardige kant van het schaamtegevoel bij de
geciviliseerde volken is, dat het zich niet uit tegenover alle
soortgenooten, maar voornamelijk tegenover standgenooten. Vooral
is dit het geval met het vrouwelijk schaamtegevoel. Tegenover den
huisknecht werkt bij de voorname dame het schaamtegevoel haast even
weinig als tegenover den huishond. Men acht het beneden zich, men
schaamt zich, tegenover zoo iets als de knecht zich precies zoo te
schamen als jegens den maatschappelijk gelijke. Duidelijk straalt
hier weer de zinnelijke ondergrond van het schaamtegevoel in door:
schaamte veronderstelt de mogelijkheid van begeerd te worden, en alleen
reeds de gedachte daaraan beleedigt den maatschappelijk meerdere.
Zeer sterke voorbeelden van gemis aan schaamte bij voorname
vrouwen jegens personeel zijn bekend uit alle tijden en streken,
waar bijvoorbeeld slavernij of lijfeigenschap heeft bestaan, voor
zoover daarvan tenminste kultuurhistorische bijzonderheden bekend
zijn. Slaven en lijfeigenen, die geen personen maar slechts dingen
waren, kende men geen schaamte toe, en men schaamde zich ook niet
voor hen. Een der meest krasse voorbeelden daarvan verhaalt Masson
in zijn _Mémoires secrets sur la Russie_. Een Russische edelvrouw
ging met een Française wandelen in een voor het publiek toegankelijk
park. Twee lijfeigenen, lakeien, volgden op eenigen afstand. Onderweg
moest de Russin aan een natuurlijke behoefte voldoen. Zij wenkte
hare lijfeigenen, ging een weinig van den weg af, liet zich door
de beide mannen de rokken lichten, en verrichtte, op hen steunend,
de affaire. Op de ontstelde vraag van de Française, die iets van
mannenoogen stotterde, antwoordde de Russin met eenige bevreemding,
dat het toch maar slaven en geen mannen waren.
Ditzelfde beneden zich achten van schaamte tegenover den mindere
openbaart zich op velerlei manieren bij ongeveer allen voor wie
bediend te worden door gewoonte tot een recht is geworden. Tegenover
huisknecht of dienstmaagd acht men het zelden noodig pikante geheimpjes
al te zeer te verbergen. Bij het toilet onttrekt men zich zorgvuldig
aan de blikken van standgenooten, maar bekommert zich weinig om het
personeel, en voor het kamermeisje heeft men in het geheel niets te
verbergen. Evenzoo ten opzichte van het negligé en tal van andere
dingen.
Er ligt voor vele naturen, in het bijzonder voor zinnelijk verruwde
gemoederen, een hevig erotisch genot in het beleedigen van anderer
schaamtegevoel. Dit verschijnsel wordt veel meer bij mannen waargenomen
dan bij vrouwen, en de meest algemeene vorm waaronder het optreedt,
is het bezigen van woorden en uitdrukkingen, die op geslachtelijke
dingen betrekking hebben, het vermaakscheppen in wat men verstaat
onder liederlijke taal, het zingen van vuile liederen, het vertellen
van pornografische aardigheden. Een ander veelvuldig voorkomende
vorm is het schrijven van woorden of uitdrukkingen van sexueelen
aard op plaatsen waar ze velen noodzakelijk onder de oogen moeten
komen. Voor velen schijnt het een sadistisch genot, vrouwen luid een
obsceen woord toe te roepen.
Een andere vorm is de dusgenaamde exhibitie. Deze bestaat hierin,
dat men met erotische oogmerken om anderer schaamtegevoel te kwetsen,
lichaamsdeelen, waarop het schaamtegevoel gelocaliseerd is en wat
de schaamte dus gebied te verbergen, exhibiteert (tentoonstelt,
zien laat). Dit kan geschieden zoowel in natura als met afbeeldingen
en voorstellingen.
Waar zulks uit strafrechtelijk oogpunt gewaagd kan worden, grijpt
de neiging tot exhibitie alle mogelijkheden aan--ontblooting
der genitaliën en der nates, naaktloopen, openlijke onanie
en dergelijke. Doch zulks nadert dan reeds het gebied van het
geslachtelijk abnormale.
Exhibitie bezielt ook de vrouwen, die elke gelegenheid aangrijpen om
kunstenaars als model te dienen of die zich telkens en telkens weer
door artsen laten onderzoeken. Ook de voorstellingen van worstelaars,
athleten enz. hebben een sterk exhibitischen bijsmaak. De echte
exhibitie is trouwens mannen misschien nog meer eigen dan vrouwen.
Min of meer schijnt ieder mensch, man zoowel als vrouw, van nature
neiging te bezitten tot exhibitie; de vrouw die met haar decolleté
coquetteert, en de man, die een zoo nauwen pantalon draagt dat alle
lijnen daarin scherp uitkomen, exhibiteeren. De medische wetenschap
leert, dat de exhibitie bij sommige individuen ten volle den
bijslaap kan vervangen en geslachtelijke bevrediging ten gevolge kan
hebben. Ongetwijfeld speelt hierbij echter geslachtelijke nerveusiteit
een groote rol.
Het exhibiteeren veronderstelt opzet om het schaamtegevoel te
beleedigen, of om uiting te geven aan een werkelijke of voorgewende
erotische spanning. Niet dus het eenvoudig zichtbaar laten of toonen
is exhibitie. Een en dezelfde handeling bijvoorbeeld kan voor de een
exhibitie zijn, terwijl zij het voor de ander niet is. Zulks hangt
geheel af van de opvattingen van het milieu en de daarin gehuldigde
sexueele moraal. "Een zielszieke, zegt Stoll, die met ontbloote penis
voor het raam staat om de aandacht van passeerende vrouwspersonen
te trekken, en kerels, die, als er geen politie in de nabijheid is,
voor voorbijgaande meisjes en vrouwen hun penis ontblooten en daarmee
onanistische manipulaties bedrijven, plegen exhibitie, maar de Negers
van de kust van Mozambique, die vroeger geen andere schaambedekking
hadden dan een soort suspensoir om den penis, worden door de vrouwen
van hun stam in het minst niet van exhibitische bedoelingen verdacht,
daar zij van der jeugd af aan den aanblik daarvan gewoon zijn." De
prostituée der Europeesche bordeelen, die in laag uitgesneden robe
haar borsten tentoonstelt voor een ieder, die de oogen maar op wil
slaan, beoogt exhibitie; de meisjes van de tallooze volksstammen in
tropische gewesten die gewoon zijn het bovenlichaam geheel onbedekt
te laten, doet weliswaar hetzelfde in nog sterker mate als bedoelde
prostituées, maar met geen zweem van exhibitische oogmerken. De
danseres onzer Europeesche balletten, die bij hare evoluties voor
de tooneelkijkers van kaalhoofdige schouwburg-habitués haar beenen
opgooit en bij oogenblikken in de wolken van gaas en kant de lijnen
van haar dijgewricht ter observatie geeft, simuleert exhibitie;
maar der inboorlinge van het Gazellenschiereiland op Nieuw-Pommeren,
die geheel naakt en zelfs met geëpileerd schaamhaar ter markt komt,
is elke gedachte aan exhibitie vreemd. In de landen der strengste
Mohammedaansche orthodoxie zou een vrouw, die zich ongesluierd op
straat vertoonde, in de oogen harer geloofsgenooten exhibitie begaan,
gelijk dit bij de Egyptische danseressen dan ook inderdaad het geval
is, als zij bij haar optreden haar gezicht vertoonen. Daarentegen
zou het belachelijke onzin zijn bij de Europeesche, die hetzelfde
doet: haar gelaat onbedekt laten, exhibitische bedoelingen te
veronderstellen, terwijl het zoo geliefkoosde decolleté en het
ontblooten der armen (anders dan bij den arbeid) weer niets dan
exhibitie is. Zoo hangt het geheel van de heerschende sexueele zeden
en opvattingen af, of het toonen van welk lichaamsdeel ook, exhibitie
bedoelt of niet. Met lichaamsdeelen die sexueel volkomen indifferent
zijn, kan elders de grofste exhibitie worden bedreven.
VI.
DE TOENADERING DER SEXEN.
Bij ieder normaal ontwikkeld menschelijk wezen leeft physiologisch en
psychologisch een krachtige drang naar de andere sexe. Natuurwetten
hebben de geslachtelijke scheiding doen ontstaan en, sexueel gesproken,
den geheelen mensch gesplitst in twee helften: man en vrouw. Diezelfde
natuurwetten hebben echter een sterk verlangen naar toenadering bij
beide sexen achtergelaten. Zonder dat verlangen zou de voortplanting
onmogelijk zijn geworden en in de natuur drijft en dringt juist alles
tot voortplanting en instandhouding der eenmaal ontstane soort.
Ten behoeve dier toenadering is de mensch van nature toegerust met
een reeks neigingen, waartegen ook de machtigste wilskracht op den
duur niets vermag. Alle voorwaarden zijn in den mensch aanwezig om
hem in een eventueelen strijd tegen het sexueel verlangen, vroeg of
laat te doen bezwijken. De macht der individualiteit is altijd minder
sterk dan de macht der sexualiteit.
Aangenomen mag worden dat het sexueel verlangen gemiddeld bij beide
geslachten in even sterke mate aanwezig is. Het openbaart zich bij
beide geslachten echter niet op dezelfde wijze.
Het onderscheid tusschen den mannelijken en den vrouwelijken
aard openbaart zich reeds bij de ei- en de zaadcel. Ja, zelfs
komt die aard bij deze scherper uit dan in menig ander stadium der
ontwikkeling. Reeds in deze eerste levensbeginselen komt de speciaal
mannelijke en de speciaal vrouwelijke rol in het geslachtsleven ten
duidelijkste uit. De jacht van de zaadcel op de eicel is een beeld van
het geheele leven der sexen. De eicel is passief, en afwachtend en haar
eenige taak is aantrekkingskracht uit te stralen, de zaadcel tot zich
te trekken, als de magneet het ijzer. De zaadcellen daarentegen zijn
bewegelijk, onrustig, uiterst gevoelig voor de bekoring, die uitstraalt
van het vrouwelijk element. Zij worden de eicel op afstanden, die
vele honderdduizenden malen hun eigen lengte kunnen bedragen gewaar,
en stormen er trillend van begeerte als in een razenden wedloop
op af. Talloozen komen onderweg om, uitgeput door de bovenmatige
inspanning die het hun kost hun dik kopje met het dunne zweepachtige
staartje kronkelend voort te bewegen. Maar velen bereiken toch nog
het zoo vurig begeerde doel en omzwermen het eitje als een wolk vurige
aanbidders. Evenwel, velen zijn geroepen, maar slechts een enkele is
uitverkoren. Voor dien uitverkorene opent zich het kleine genadepoortje
in den vliezigen celwand, en de bevoorrechte glipt het vrouwelijk
cellichaam binnen, om er levenverwekkend mee samen te smelten.
Precies hetzelfde speelt zich af in het verkeer der sexen, dat aan
de handeling der bevruchting voorafgaat. De vrouwelijke aard bestaat
in uitstraling van zinnelijke bekoring naar de geheele omringende
mannenwereld. Die bekoring is deels onbewust, deels bewust. Het
vrouwelijk wezen op zich zelf al oefent op de mannenziel een machtige
bekoring uit--voor den man is iedere vrouw als omgeven door een
wolk van zinnelijke aantrekking. Die natuurlijke aantrekking weet
de vrouw met tallooze hulpmiddelen nog oneindig te versterken. De
zoo door natuurlijke en kunstmatige bekoringen aangelokte mannen
omzwerven de vrouwen als een drom vurige aanbidders, evenals de
zaadcellen de eicellen. En ook hier weer zijn velen geroepen, maar
een eenige slechts is uitverkoren. De jacht van den man op de vrouw,
waarbij de man begint als jager, om te eindigen als de gevangene van
het doel zijner jacht, zal zich als het tenslotte komt tot het door
de nature beoogde einddoel, weer precies zoo tusschen zaad- en eicel
op de geschetste wijze herhalen, echter in veel sneller tempo en met
veel grooter zekerheid dat het doel werkelijk zal worden bereikt. Want
in het liefdespel der sexen worden vele eenmaal aangeknoopte banden
weer verbroken, beide partijen kunnen tot het laatste oogenblik de
verbintenis alsnog doen eindigen, maar het door zaadcellen bedreigde
eicelletje is reddeloos verloren, de drang der natuur kan op dat punt
niet meer worden gestuit.
Wij willen hier het even liefelijke als dramatische spel der
wederzijdsche toenadering van nog een paar andere kanten beschouwen.
Van nature gevoelen de beide sexen zich tot elkander aangetrokken. Dit
is een algemeene wet der natuur. Geheimzinnige krachten voeren de
sexen tot elkander. Het is als een zesde zintuig, dat den mensch
voortdurend de andere sexe doet zoeken, begeeren en vinden.