Een Duitsch auteur der 18de eeuw schrijft hieromtrent: "Zoo vrijgevig

de Spaanschen waren met het exposeeren van de schoonheden van het

bovendeel van haar lichaam, zoo angstvallig verborgen zij de onderste

uiteinden. Eerbare vrouwen hielden haar beenen en voeten voor zoo

ongenaakbaar en heilig, dat zij liever haar leven zouden gelaten hebben

dan ze prijs te geven aan de blikken van een vreemd manspersoon. Opdat

de voet nooit door een spiedenden blik kon worden ontwijd, droegen de

Spaanschen een kleed dat zoo lang was, dat de voeten bij het loopen

steeds geheel onzichtbaar bleven. Behalve de uiterste gunstbewijzen,

die een vrouw vermag te schenken, was dit de grootste, dat de geliefde

den minnaar haar voet toonde. De voeten en beenen der koninginnen waren

zoo hoogheilig, dat het reeds een misdaad was er aan te denken; men

begrijpt dus wat het zou geweest zijn er van te spreken. Toen prinses

Maria Anna van Oostenrijk als bruid van Philips IV naar Spanje kwam,

bood men haar in een stad waar groote fabrieken van zijden kousen

waren, een aantal paren der kostbaarste dameskousen aan. De majordomus

der toekomstige koningin wierp ze echter met verachting van zich

met den uitroep, dat een koningin van Spanje geen kousen noodig had,

daar zij immers geen beenen mocht hebben. De koninklijke bruid, dit

hoorende, barstte in tranen uit en gaf te kennen dat ze naar Weenen

terug wilde, want dat men er haar onkundig van had gelaten, dat een

koningin van Spanje de beenen moesten worden afgezet. De zaak werd

haar toen duidelijk gemaakt en men verhaalde het geval aan den koning,

die zich niet weerhouden kon er om te lachen--het was een der drie

keeren dat hij in zijn leven gelachen heeft."

De geschiedenis der sexueele zeden kent ook een geval, dat de

voetschaamte tengevolge heeft gehad dat van een geheel ras bij iedere

vrouw de voeten van kindsbeen af volkomen worden verminkt. Dit is

het geval bij de Chineezen. Deze zede is vooral in de Zuidelijke

deelen van het uitgestrekte Hemelsche Rijk in zwang en inzonderheid

bij de vrouwen der hoogere standen, zooals trouwens elke erotische

zede het volledigst en tot haar uitersten in de hoogere kringen tot

ontwikkeling kan komen--overal toch kan de vrouw haar erotische rol

alleen dan ten volle vervullen, als zij niet behoeft te werken en

zich kan laten bedienen. De voetverminking begint bij het vierde of

het zevende levensjaar. Met verbanden worden de voeten zoo omwikkeld,

dat ze bijna worden afgebonden. Daardoor wordt de groei niet alleen

gestuit, maar de geheele voet schrompelt ineen tot een vormeloozen

stomp. Zooveel mogelijk ontziet men daarbij den grooten teen. Hoe

lang deze zede al bestaat, is niet bekend. Marco Polo en Ibn Batuta,

die in de 13de en 14e eeuw China hebben bezocht, maken er met geen

woord gewag van; maar volgens de Chineesche annalen is het gebruik al

overoud. Waarschijnlijk is het 't allereerst in zwang gekomen onder

de allervoornaamste vrouwen, die de reizigers natuurlijk niet te

zien kregen--bij ongeciviliseerde en halfbeschaafde rassen worden de

erotische pronkjuweelen altijd voor vreemdelingen angstvallig verborgen

gehouden. Omtrent de bedoeling dezer verminking verkeerde men vroeger

geheel en al in het onzekere. De oorzaak is natuurlijk hierin gelegen,

dat de Chineezen deze, volgens onze begrippen afschuwelijke voeten,

schoon vinden en de Chineesche vrouw verminkt haar voeten omdat zij

daardoor over een erotisch machtsmiddel temeer beschikt.

Matignon schrijft hieromtrent in de "Archives d'Anthropologie

criminelle" (1898): "Het trok mijn aandacht, hoe groote liefhebbers

de Chineezen zijn van pornografische afbeeldingen. En op ongeveer

alle Chineesche pornografieën ziet men de mannelijke partij een

vrouwelijken voet liefkoozen. Als een bewoner van het Hemelsche

Rijk een vrouwenvoet in de hand neemt, dan is, vooral als hij

bijzonder klein is, het effect hetzelfde als bij den Europeaan het

betasten van een jeugdigen frisschen boezem. Alle Chineezen die ik

hieromtrent ondervroeg, antwoordden mij eenstemmig: Heerlijk, een

kleine voet! Jullie Europeanen kunnen niet begrijpen, hoe heerlijk,

hoe verleidelijk, hoe onweerstaanbaar dat is! De aanraking van een

kleinen vrouwen voet brengt den Chinees letterlijk in een erotischen

roes en voert zijn zinnelijk verlangen op tot den hoogsten graad. Niet

zelden klagen Chineesche christenen in de biecht over hun zwakheid

tegenover de vleeschelijke bekoring, die den aanblik van vrouwenvoeten

op hen uitoefent."

Morache deelt mede, dat in China geloofd wordt, dat het verminken

der voeten sterke vetafzetting aan den schaamheuvel, mons veneris,

veroorzaakt; en ook aan de schaamlippen, zoodat zeer kleine voeten

zeer weelderige ontwikkeling der geslachtelijke heerlijkheden

aankondigt. Ook zou men in China gelooven, dat het niet kunnen loopen

een verhoogden bloedsaandrang naar de schaamstreek veroorzaakt, zoodat

kleine voeten het erotisch temperament en bijgevolg het vermogen

geslachtsgenot te schenken, in sterke mate verhoogen. In elk geval

weet men thans met volkomen zekerheid, dat de voetverminking der

Chineesche vrouwen een erotischen grond heeft. Het schaamtevoel der

Chineesche zetelt dan ook in hoofdzaak in haar voeten.

Wij hebben boven reeds gezien, dat de localisatie van het

schaamtegevoel in den voet niet uitsluitend bij de Chineezen is

voorgekomen, maar elders is terug te vinden. Zoo is voorheen ook in

Rusland de vrouwenvoet een voorwerp van erotische aanbidding der mannen

geweest. P. Jacoby verhaalt omtrent Oost-Rusland: "Op heete dagen

kan men de vrouwen hier zich onbeschroomd zien bewegen met ontblooten

boezem, ja zoo goed als geheel ongekleed. Maar men zal ze nooit met

bloote voeten zien en ook de naaste mannelijke bloedverwanten krijgt

nooit den voet en het onderdeel van den voet der vrouwen te zien. Deze

vrouwen hebben haar schaamte in de voeten en ook haar coquetterie. Den

voet eener vrouw te ontblooten is hier voor den man de inleiding tot

het uiterste en de aanraking van de voetbekleeding veroorzaakt bij hen

dezelfde gewaarwordingen als bij den Europeaan het aanraken van een

van het lichaam nog warm corset. De schoonheid der vrouw concentreert

zich voor deze mannen in den voet. In de minnezangen der Mordwijnen is

de voet de vrouwelijke bekoorlijkheid, die het meest geprezen en het

vurigst bezongen wordt. Den voet tegenover een persoon van het andere

geslacht te ontblooten geldt als een hoogst ongepaste sexueele daad en

is zooveel als het symbool der sexueele overgave. Daardoor is de kous

en de voetbekleeding daar een zinnebeeld van het huwelijk, evenzoo

als elders de trouwring. Tegenwoordig nog is er in Oost-Rusland een

traditioneel lied, dat jonge meisjes zingen bij het raden naar haar

toekomstigen echtgenoot. Het thema van dat liedje is: kom en trek mijn

kousen uit. Bij de volken in het Russische Noorden en Oosten moet de

bruid zulks in den huwelijksnacht herhaaldelijk voor den bruidegom

doen, elders is het de taak van den bruidegom; en dat heeft dan niet

de beteekenis van een echtelijk gunstbewijs, maar van een echtelijke

ceremonie. Bij de welgestelde burgerij en den kleinen adel stoppen

de ouders van een bruidspaar geld in de kousen hunner kinderen als

een cadeautje voor de andere partij, waarbij dan stilzwijgend wordt

aangenomen, dat de jonggetrouwden elkander de kousen uittrekken als

teeken van sexueele overgave en bezitneming."

Het verminken van den voet met erotische oogmerken is ook onder de

geciviliseerde volken zeer algemeen, hoewel men de zaak hier niet zoo

tot het uiterste drijft als de Chineezen. Om de illusie te kunnen

wekken van een kleinen voet te hebben persen ook de Europeesche

vrouwen haar voeten gaarne in te nauw schoeisel. Met het gevolg, dat

ook in Europa de vrouwen inplaats van fraaie, meest misvormde voeten

hebben, met over elkander geschoven teenen en ontsierd door leelijke en

pijnlijke eksteroogen. Vandaar schaamt ook de Europeesche vrouw zich

haar voeten bloot te toonen, doch hierbij heeft men bij uitzondering

te doen met schaamte die niet zinnelijke bekoring beoogt. De meeste

vrouwen weten zeer wel dat zij leelijke voeten hebben; en zoo graag

zij met het snoezig, bevallige laarsje coquetteeren, zoozeer schuwen

zij het, den voet ontbloot te toonen. Aan badplaatsen behooren

badpantoffels dan ook tot de onontbeerlijke bestanddeelen van het

badtoilet. De ontgoocheling der ontblooting is wel het sterkste bij

den voet.

Doordat het schaamtegevoel zich zoo verschillend uit, worden

volksstammen, die zich anders schamen dan wij, veelal voorgesteld als

geen schaamte te bezitten. Met dit oordeel moet men echter uiterst

voorzichtig zijn. Zelfs bij natuurvolken, die nog staan op den

laagsten trap van geestelijke ontwikkeling, zijn sporen van een meer

of minder ontwikkeld schaamgevoel te vinden. Zeer algemeen wordt gemis

van kleeding, naakt-gaan, met gebrek aan schaamtegevoel verward. De

geheele of nagenoeg geheele naaktheid van vele volksstammen is zeer wel

vereenigbaar met een hoog-ontwikkeld schaamtegevoel; omgekeerd is het

zich bedelven onder kleeding volstrekt geen waarborg voor het bestaan

van het meest elementaire begrip van betamelijkheid en decentie.

Aan den anderen kant schijnt het schaamtegevoel, waar het eenmaal

bestaan heeft, wel voor verzwakking vatbaar, maar niet voor algeheele

uitroeiïng. Zelfs bij de meest verdierlijkte prostituées blijkt altijd

nog eenig spoor van schaamte overgebleven, hoe ook hare gedragingen

het tegendeel schijnen te verkondigen. "Slaat men ze slechts wat

nauwkeuriger en in bepaalde omstandigheden gade, zegt Parent-Duchatelet

(in _Zedenbederf der Parijsche vrouwenwereld_), dan blijkt, dat zelfs

de grootste moreele ontaarding dit gevoel toch niet geheel en al heeft

kunnen vernietigen en dat er bij velen ten minste nog sporen van zijn

overgebleven. Komt b.v. een vreemde in de visitatiekamer der prefectuur

of der gevangenissen, op het oogenblik dat zij ontkleed staan voor

het onderzoek, dan ziet men ze oogenblikkelijk de armen over de borst

kruisen en zich zooveel mogelijk bedekken. Schaamteloos gedragen zij

zich alleen jegens hare minderen, dat zijn hare mannelijke bezoekers,

maar voor anderen leggen zij dikwijls een bijna normaal vrouwelijk

schaamtegevoel aan den dag. Niet zelden ziet men ze blozen, wanneer

ze gedwongen zijn zich voor meerdere mannen te ontblooten. Bij het

reglementaire onderzoek wenden zij zich gaarne altijd tot denzelfden

arts, zij komen alleen op de uren waarop zij zeker zijn dezen te zullen

vinden. En wie zulks heeft meegemaakt, weet welk een diepen indruk het

onderzoek en de demonstratie harer geslachtsziekten voor een talrijk

auditorium op deze vrouwen maakt. Allen, zonder uitzondering, ook de

meest schaamteloozen, worden tijdens zulk een onderzoek slag op slag

vuurrood en blijkbaar is het voor haar een marteling."

Ook uit deze schaamte der schaamteloozen van beroep blijkt de

zinnelijke ondergrond van het schaamtegevoel. Zoodra de naaktheid

blijkt onverschillig te laten of zelfs walging en afkeer te wekken,

keert het schaamtegevoel onmiddellijk terug, als een poging der natuur

om het gebroken evenwicht te herstellen.

Een andere eigenaardige kant van het schaamtegevoel bij de

geciviliseerde volken is, dat het zich niet uit tegenover alle

soortgenooten, maar voornamelijk tegenover standgenooten. Vooral

is dit het geval met het vrouwelijk schaamtegevoel. Tegenover den

huisknecht werkt bij de voorname dame het schaamtegevoel haast even

weinig als tegenover den huishond. Men acht het beneden zich, men

schaamt zich, tegenover zoo iets als de knecht zich precies zoo te

schamen als jegens den maatschappelijk gelijke. Duidelijk straalt

hier weer de zinnelijke ondergrond van het schaamtegevoel in door:

schaamte veronderstelt de mogelijkheid van begeerd te worden, en alleen

reeds de gedachte daaraan beleedigt den maatschappelijk meerdere.

Zeer sterke voorbeelden van gemis aan schaamte bij voorname

vrouwen jegens personeel zijn bekend uit alle tijden en streken,

waar bijvoorbeeld slavernij of lijfeigenschap heeft bestaan, voor

zoover daarvan tenminste kultuurhistorische bijzonderheden bekend

zijn. Slaven en lijfeigenen, die geen personen maar slechts dingen

waren, kende men geen schaamte toe, en men schaamde zich ook niet

voor hen. Een der meest krasse voorbeelden daarvan verhaalt Masson

in zijn _Mémoires secrets sur la Russie_. Een Russische edelvrouw

ging met een Française wandelen in een voor het publiek toegankelijk

park. Twee lijfeigenen, lakeien, volgden op eenigen afstand. Onderweg

moest de Russin aan een natuurlijke behoefte voldoen. Zij wenkte

hare lijfeigenen, ging een weinig van den weg af, liet zich door

de beide mannen de rokken lichten, en verrichtte, op hen steunend,

de affaire. Op de ontstelde vraag van de Française, die iets van

mannenoogen stotterde, antwoordde de Russin met eenige bevreemding,

dat het toch maar slaven en geen mannen waren.

Ditzelfde beneden zich achten van schaamte tegenover den mindere

openbaart zich op velerlei manieren bij ongeveer allen voor wie

bediend te worden door gewoonte tot een recht is geworden. Tegenover

huisknecht of dienstmaagd acht men het zelden noodig pikante geheimpjes

al te zeer te verbergen. Bij het toilet onttrekt men zich zorgvuldig

aan de blikken van standgenooten, maar bekommert zich weinig om het

personeel, en voor het kamermeisje heeft men in het geheel niets te

verbergen. Evenzoo ten opzichte van het negligé en tal van andere

dingen.

Er ligt voor vele naturen, in het bijzonder voor zinnelijk verruwde

gemoederen, een hevig erotisch genot in het beleedigen van anderer

schaamtegevoel. Dit verschijnsel wordt veel meer bij mannen waargenomen

dan bij vrouwen, en de meest algemeene vorm waaronder het optreedt,

is het bezigen van woorden en uitdrukkingen, die op geslachtelijke

dingen betrekking hebben, het vermaakscheppen in wat men verstaat

onder liederlijke taal, het zingen van vuile liederen, het vertellen

van pornografische aardigheden. Een ander veelvuldig voorkomende

vorm is het schrijven van woorden of uitdrukkingen van sexueelen

aard op plaatsen waar ze velen noodzakelijk onder de oogen moeten

komen. Voor velen schijnt het een sadistisch genot, vrouwen luid een

obsceen woord toe te roepen.

Een andere vorm is de dusgenaamde exhibitie. Deze bestaat hierin,

dat men met erotische oogmerken om anderer schaamtegevoel te kwetsen,

lichaamsdeelen, waarop het schaamtegevoel gelocaliseerd is en wat

de schaamte dus gebied te verbergen, exhibiteert (tentoonstelt,

zien laat). Dit kan geschieden zoowel in natura als met afbeeldingen

en voorstellingen.

Waar zulks uit strafrechtelijk oogpunt gewaagd kan worden, grijpt

de neiging tot exhibitie alle mogelijkheden aan--ontblooting

der genitaliën en der nates, naaktloopen, openlijke onanie

en dergelijke. Doch zulks nadert dan reeds het gebied van het

geslachtelijk abnormale.

Exhibitie bezielt ook de vrouwen, die elke gelegenheid aangrijpen om

kunstenaars als model te dienen of die zich telkens en telkens weer

door artsen laten onderzoeken. Ook de voorstellingen van worstelaars,

athleten enz. hebben een sterk exhibitischen bijsmaak. De echte

exhibitie is trouwens mannen misschien nog meer eigen dan vrouwen.

Min of meer schijnt ieder mensch, man zoowel als vrouw, van nature

neiging te bezitten tot exhibitie; de vrouw die met haar decolleté

coquetteert, en de man, die een zoo nauwen pantalon draagt dat alle

lijnen daarin scherp uitkomen, exhibiteeren. De medische wetenschap

leert, dat de exhibitie bij sommige individuen ten volle den

bijslaap kan vervangen en geslachtelijke bevrediging ten gevolge kan

hebben. Ongetwijfeld speelt hierbij echter geslachtelijke nerveusiteit

een groote rol.

Het exhibiteeren veronderstelt opzet om het schaamtegevoel te

beleedigen, of om uiting te geven aan een werkelijke of voorgewende

erotische spanning. Niet dus het eenvoudig zichtbaar laten of toonen

is exhibitie. Een en dezelfde handeling bijvoorbeeld kan voor de een

exhibitie zijn, terwijl zij het voor de ander niet is. Zulks hangt

geheel af van de opvattingen van het milieu en de daarin gehuldigde

sexueele moraal. "Een zielszieke, zegt Stoll, die met ontbloote penis

voor het raam staat om de aandacht van passeerende vrouwspersonen

te trekken, en kerels, die, als er geen politie in de nabijheid is,

voor voorbijgaande meisjes en vrouwen hun penis ontblooten en daarmee

onanistische manipulaties bedrijven, plegen exhibitie, maar de Negers

van de kust van Mozambique, die vroeger geen andere schaambedekking

hadden dan een soort suspensoir om den penis, worden door de vrouwen

van hun stam in het minst niet van exhibitische bedoelingen verdacht,

daar zij van der jeugd af aan den aanblik daarvan gewoon zijn." De

prostituée der Europeesche bordeelen, die in laag uitgesneden robe

haar borsten tentoonstelt voor een ieder, die de oogen maar op wil

slaan, beoogt exhibitie; de meisjes van de tallooze volksstammen in

tropische gewesten die gewoon zijn het bovenlichaam geheel onbedekt

te laten, doet weliswaar hetzelfde in nog sterker mate als bedoelde

prostituées, maar met geen zweem van exhibitische oogmerken. De

danseres onzer Europeesche balletten, die bij hare evoluties voor

de tooneelkijkers van kaalhoofdige schouwburg-habitués haar beenen

opgooit en bij oogenblikken in de wolken van gaas en kant de lijnen

van haar dijgewricht ter observatie geeft, simuleert exhibitie;

maar der inboorlinge van het Gazellenschiereiland op Nieuw-Pommeren,

die geheel naakt en zelfs met geëpileerd schaamhaar ter markt komt,

is elke gedachte aan exhibitie vreemd. In de landen der strengste

Mohammedaansche orthodoxie zou een vrouw, die zich ongesluierd op

straat vertoonde, in de oogen harer geloofsgenooten exhibitie begaan,

gelijk dit bij de Egyptische danseressen dan ook inderdaad het geval

is, als zij bij haar optreden haar gezicht vertoonen. Daarentegen

zou het belachelijke onzin zijn bij de Europeesche, die hetzelfde

doet: haar gelaat onbedekt laten, exhibitische bedoelingen te

veronderstellen, terwijl het zoo geliefkoosde decolleté en het

ontblooten der armen (anders dan bij den arbeid) weer niets dan

exhibitie is. Zoo hangt het geheel van de heerschende sexueele zeden

en opvattingen af, of het toonen van welk lichaamsdeel ook, exhibitie

bedoelt of niet. Met lichaamsdeelen die sexueel volkomen indifferent

zijn, kan elders de grofste exhibitie worden bedreven.

VI.

DE TOENADERING DER SEXEN.

Bij ieder normaal ontwikkeld menschelijk wezen leeft physiologisch en

psychologisch een krachtige drang naar de andere sexe. Natuurwetten

hebben de geslachtelijke scheiding doen ontstaan en, sexueel gesproken,

den geheelen mensch gesplitst in twee helften: man en vrouw. Diezelfde

natuurwetten hebben echter een sterk verlangen naar toenadering bij

beide sexen achtergelaten. Zonder dat verlangen zou de voortplanting

onmogelijk zijn geworden en in de natuur drijft en dringt juist alles

tot voortplanting en instandhouding der eenmaal ontstane soort.

Ten behoeve dier toenadering is de mensch van nature toegerust met

een reeks neigingen, waartegen ook de machtigste wilskracht op den

duur niets vermag. Alle voorwaarden zijn in den mensch aanwezig om

hem in een eventueelen strijd tegen het sexueel verlangen, vroeg of

laat te doen bezwijken. De macht der individualiteit is altijd minder

sterk dan de macht der sexualiteit.

Aangenomen mag worden dat het sexueel verlangen gemiddeld bij beide

geslachten in even sterke mate aanwezig is. Het openbaart zich bij

beide geslachten echter niet op dezelfde wijze.

Het onderscheid tusschen den mannelijken en den vrouwelijken

aard openbaart zich reeds bij de ei- en de zaadcel. Ja, zelfs

komt die aard bij deze scherper uit dan in menig ander stadium der

ontwikkeling. Reeds in deze eerste levensbeginselen komt de speciaal

mannelijke en de speciaal vrouwelijke rol in het geslachtsleven ten

duidelijkste uit. De jacht van de zaadcel op de eicel is een beeld van

het geheele leven der sexen. De eicel is passief, en afwachtend en haar

eenige taak is aantrekkingskracht uit te stralen, de zaadcel tot zich

te trekken, als de magneet het ijzer. De zaadcellen daarentegen zijn

bewegelijk, onrustig, uiterst gevoelig voor de bekoring, die uitstraalt

van het vrouwelijk element. Zij worden de eicel op afstanden, die

vele honderdduizenden malen hun eigen lengte kunnen bedragen gewaar,

en stormen er trillend van begeerte als in een razenden wedloop

op af. Talloozen komen onderweg om, uitgeput door de bovenmatige

inspanning die het hun kost hun dik kopje met het dunne zweepachtige

staartje kronkelend voort te bewegen. Maar velen bereiken toch nog

het zoo vurig begeerde doel en omzwermen het eitje als een wolk vurige

aanbidders. Evenwel, velen zijn geroepen, maar slechts een enkele is

uitverkoren. Voor dien uitverkorene opent zich het kleine genadepoortje

in den vliezigen celwand, en de bevoorrechte glipt het vrouwelijk

cellichaam binnen, om er levenverwekkend mee samen te smelten.

Precies hetzelfde speelt zich af in het verkeer der sexen, dat aan

de handeling der bevruchting voorafgaat. De vrouwelijke aard bestaat

in uitstraling van zinnelijke bekoring naar de geheele omringende

mannenwereld. Die bekoring is deels onbewust, deels bewust. Het

vrouwelijk wezen op zich zelf al oefent op de mannenziel een machtige

bekoring uit--voor den man is iedere vrouw als omgeven door een

wolk van zinnelijke aantrekking. Die natuurlijke aantrekking weet

de vrouw met tallooze hulpmiddelen nog oneindig te versterken. De

zoo door natuurlijke en kunstmatige bekoringen aangelokte mannen

omzwerven de vrouwen als een drom vurige aanbidders, evenals de

zaadcellen de eicellen. En ook hier weer zijn velen geroepen, maar

een eenige slechts is uitverkoren. De jacht van den man op de vrouw,

waarbij de man begint als jager, om te eindigen als de gevangene van

het doel zijner jacht, zal zich als het tenslotte komt tot het door

de nature beoogde einddoel, weer precies zoo tusschen zaad- en eicel

op de geschetste wijze herhalen, echter in veel sneller tempo en met

veel grooter zekerheid dat het doel werkelijk zal worden bereikt. Want

in het liefdespel der sexen worden vele eenmaal aangeknoopte banden

weer verbroken, beide partijen kunnen tot het laatste oogenblik de

verbintenis alsnog doen eindigen, maar het door zaadcellen bedreigde

eicelletje is reddeloos verloren, de drang der natuur kan op dat punt

niet meer worden gestuit.

Wij willen hier het even liefelijke als dramatische spel der

wederzijdsche toenadering van nog een paar andere kanten beschouwen.

Van nature gevoelen de beide sexen zich tot elkander aangetrokken. Dit

is een algemeene wet der natuur. Geheimzinnige krachten voeren de

sexen tot elkander. Het is als een zesde zintuig, dat den mensch

voortdurend de andere sexe doet zoeken, begeeren en vinden.

Sexueele Zeden in Woord en Beeld: Liefde en Zinnelijkheid · 第 8 / 15 段