De vallei van Otumba.--De bouwvallen van Teotizuacan.--Perote.--Het
graf van Iturbide.--De mexikaansche wegen.--De laatste beklimming
van den piek van Orizaba.--Jalapa en zijne typen.--De hacienda
Manga de Clavo.--Vera-Cruz.
Behalve over Puebla, kan men zich nog langs een anderen weg, over
Tlascala namelijk, uit Mexiko naar Vera-Cruz begeven. Deze prachtige
weg is niet minder rijk aan geschiedkundige herinneringen. Immers hij
leidt door de vallei van Otumba, waar Cortez, zes dagen na zijn aftocht
in la noche triste, aan het hem achtervolgende talrijke heir der
Mexikanen slag leverde, en met zijn handvol dapperen, bijgestaan door
de hem trouw gebleven Tlascalanen, eene merkwaardige zege behaalde:
eene zege, die echter 't meest aan het beleid en den persoonlijken
moed van Cortez zelf te danken was. Waarschijnlijk toch zouden de
Mexikanen niet op de vlucht gegaan zijn, wanneer hij niet--zich ter
rechter tijd herinnerende, dat de val der rijksvaan in hunne oogen
den slag besliste--slechts door eenige weinige ruiters vergezeld, op
den aanvoerder, die den mexikaanschen standaard droeg, was losgerend
en de vaan in triomf met zich had gevoerd.
In het aan deze vermaarde vallei grenzend dal van Tlascala worden de
bouwvallen van Teotizuacan gevonden, die, met de teocalli van Cholula,
de oudste overblijfselen der toltekische bouwkunst zijn. Reeds bij
de komst der Azteken in Mexiko, was Teotizuacan (godenverblijf),
thans een onbeduidend indiaansch vlek, de mededingster van Tula,
de groote hoofdstad der Tolteken. De twee voornaamste pyramiden die
men hier aantreft, waren gewijd aan Tonatiuh (de zon) en Metztlie
(de maan), en de vele kleinere, van welke slechts weinigen hooger dan
tien el zijn, aan de voornaamste sterren of sterrenbeelden. Op den
top der twee eerstgenoemde teocallies stonden reusachtige beelden,
zon en maan voorstellende, die geheel met goud bekleed waren; 't
geen den volgelingen van Cortez nog te eerder tot hunne vernieling
deed besluiten.
De beide wegen naar Vera-Cruz gaan over Perote, die ruim 2350 el
boven het vlak der zee gelegen is, en waar het dan ook streng koud kan
zijn; niet streng genoeg evenwel om den naam van mexikaansch Siberië,
dien Perote draagt, te rechtvaardigen. In de nabijheid dezer plaats
verheft zich de Nauhcampateptl of Coffre de Perote, eene vulkanische
porfierrots, die nagenoeg 4100 el hoog is, en welker top de gedaante
eener kist heeft.
De kapel van het sterke, met een tuighuis, eene kanongieterij en
eene wapensmederij verbonden kasteel van Perote bevat de asch van
den gewezen mexikaanschen keizer Augustus I (generaal Iturbide), die,
in 1824 uit Europa naar Mexiko wedergekeerd om zich op nieuw van het
gezag meester te maken, dadelijk bij zijne landing te Soto la Marina,
door La Garza gevangen genomen, en den 19den Juli te Padilla, zonder
vorm van proces, gefusilleerd werd.
Sprekender bewijs van de zorgeloosheid der mexikaansche regeering
bestaat er wel niet, dan de toestand, waarin de weg tusschen Perote
en Jalapa verkeert. Wij bedoelen natuurlijk den straatweg: spoorwegen
zijn in Mexiko nog uiterst schaars; maar ook de steen- en andere
wegen verkeeren er over 't geheel in een droevigen staat van verval en
verwaarloozing, 't geen er het reizen met postwagens--groote gevaarten,
in den trant der engelsche en noord-amerikaansche stage-coaches,
met drie tot vijf paar muilezels of paarden bespannen--verre
van aangenaam maakt. Voegt men hierbij, dat het meerendeel der
openbare wegen in Mexiko over 't geheel niets minder dan veilig is,
dan zal men te eerder begrijpen, dat het reizen in dit gedeelte der
nieuwe wereld nog wel iets te wenschen overlaat. Intusschen werd er,
dank hebbe de zorg van den handelstand van Vera-Cruz, in het begin
dezer eeuw, van die haven, over bergen en door wildernissen heen,
een fraaie weg naar het hooge binnenland aangelegd. In het jaar 1815
maakten de opstandelingen dezen weg echter op sommige plaatsen, en
vooral op dit punt, totaal onbruikbaar; en nu werd er, noch door de
spaansche onderkoningen, die zich achtereenvolgens tot in 1821 in
de opgestane kolonie trachtten te handhaven, noch door de overheden
der latere republiek, iets verricht om de veroorzaakte verwoesting te
herstellen, zoodat de beste gedeelten van den weg misschien die zijn,
waar geen zweem van plaveisel gevonden wordt.
Men mag zich echter vleien, dat Mexiko, wat zijne middelen van
gemeenschap en het veilig gebruik daarvan betreft, spoedig gelukkiger
dagen beleven zal. De staat der wegen is--het kon inderdaad niet
anders--een der eerste onderwerpen geweest, die de aandacht der
keizerlijke regeering tot zich getrokken hebben. Naar men verzekert,
is er reeds een fransch hoofdambtenaar van den waterstaat naar Mexiko
op weg, om die regeering bij de uitvoering harer plannen ter zijde te
staan; terwijl eene concessie, in 1856 aan den heer Escandon verleend,
om den Atlantischen oceaan met de Stille Zuidzee door middel van een
spoorweg, van Vera-Cruz uitgaande en langs de hoofdstad loopende, te
verbinden, op dit oogenblik weder een punt van ernstige overweging bij
het mexikaansche kabinet uitmaakt. Van hoeveel belang voor Mexiko's
handel en nijverheid en ook voor het algemeen verkeer, het bestaan
eener gemakkelijke en snelle gemeenschap van het binnenland met de
oost- en westkust des lands zou zijn, behoeft wel geen betoog. [3]
Hoe meer echter de reiziger, die zich van Perote naar Jalapa begeeft,
deze laatste stad nadert, hoe meer hij zich de schokken getroost,
die hij onophoudelijk moet doorstaan; want zoodra hij San Miguel el
Soldado achter den rug heeft, wordt het landschap, dat in den omtrek
van Perote zeer dor en eentonig is, weder veel fraaier; en terwijl
het oog nog met bewondering op den Coffre de Perote rust, daagt
aan den zuidelijken gezichteinder de in den eeuwigen sneeuwmantel
gehulde piek van Orizaba weder op, aan welks voet de steden Orizaba
en Cordova liggen.
In 1856 werd deze piek, althans voor zoover bekend is, voor 't
laatst beklommen, en wel door den duitschen natuuronderzoeker baron
Von Müller. Den 30sten Augustus verliet hij de stad Vera-Cruz met
drie reisgezellen: den heer A. Sonntag, dezelfde, die herhaaldelijk
den Popocateptl besteeg; Malmsjö, een Zweed van geboorte, en een
ongenoemd berlijnsch geneesheer. Zij vernachtten den derden dag na
hun vertrek op een punt van den berg, dat reeds hooger lag dan de
hoogste spits van den Mont-Blanc, die zich 4800 el boven het zeevlak
verheft. De koude was hier zoo streng, dat zij niet alleen een vuur
ontsteken, maar ook een hut moesten samenstellen om zich een weinig
te beschutten. De thermometer teekende 10° onder nul, terwijl hij
weinige uren te voren nog 29° daar boven stond. Den volgenden morgen
te zeven uur nam de beklimming van den top een aanvang. Na met zeer
veel moeite en inspanning 360 el te zijn gestegen, waren de gidsen zoo
kortademig en afgemat, dat zij moesten achterblijven; Von Müller en
zijne medgezellen zetten nu alleen den tocht over het met eene dunne
ijskorst bedekte en hoe langer hoe steiler wordende sneeuwveld voort;
terwijl zij om beurten zelven den korf met mondbehoeften en verdere
benoodigdheden droegen.
Reeds waren zij den rand des kraters tot op een geringen afstand
genaderd, toen eene breede, gedeeltelijk met sneeuw gevulde rotskloof
hun den weg afsneed. Een plotseling opkomende dikke nevel maakte
het hun onmogelijk den koers te bepalen, dien zij volgen moesten om
deze kloof om te trekken; zij oordeelden het dus raadzaam naar de
door hen gebouwde hut terug te keeren. De tweede nacht, dien zij
hierin doorbrachten, was nog vrij wat hachelijker dan de eerste;
want niet alleen hadden zij de mand met ververschingen onder weg
verloren, maar hunne oogen waren door de gestadige opstijging van
het bloed naar het hoofd en door de scherpe koude zóó ontstoken,
dat zij eene geduchte pijn leden. De oogen van twee der reizigers,
de heeren Sonntag en Malmsjö, bevonden zich den volgenden morgen
zelfs in een deerniswaardigen toestand.
Von Müller besloot thans de bestijging aan de zijde van Chalchicomula
te ondernemen. Hier liet hij de ooglijders achter, en voegden zich twee
nieuwe metgezellen bij hem: de heer Campbell, een Noord-Amerikaan,
met het bestuur van het mexikaansche telegraafwezen belast, en de
heer de la Huerta uit Puebla. De beklimming ging nu aanvankelijk
voorspoediger; maar weldra werd de ademhaling der reizigers zeer
belemmerd, en ondervonden zij, ofschoon hun gelaat gesluierd was, zulk
eene pijn aan de oogen, dat de gidsen weigerden verder te gaan, en
Von Müller enkel door de ernstige bedreiging dat hij den tocht alleen
zou vervolgen, zijne reisgezellen bewegen kon om dien met hem voort
te zetten. Ondanks alle bezwaren: vermoeidheid, benauwde ademhaling,
hartkloppingen, drukking der hersenen, eene scherpe jachtsneeuw die
de huid allergevoeligst aandeed; ondanks het opgeven van bloed uit
neus en mond en van herhaalde flauwten zelfs,--bereikte Von Müller,
tegen zes uur des namiddags van den 9den September, den rand van den
krater. De vreugde over het bereiken van zijn doel deed hem al zijn
doorgestaan lijden vergeten; maar toen hij zich de verkregen uitkomst
ten nutte wilde maken, verloor hij andermaal zijn bewustzijn.
"Zoodra ik weder tot mij zelven gekomen was," zegt hij, "spande ik
alle krachten in om den krater nauwkeurig op te nemen. Ik kon dien
echter, zoo ten gevolge der sneeuwbuien als van mijne afgematheid,
niet met den sextant meten; maar de indruk, dien zijn geduchte omvang
en diepte op mij maakten, was onbeschrijfelijk. Welk eene verbazende
kracht, riep ik uit, moet de natuur ontwikkelen, om den lavastroom uit
dien ontzettenden afgrond tot aan den rand des kraters op te voeren!"
De reizigers hadden den nacht op den top willen doorbrengen; maar
de omstandigheden gedoogden dit niet. De beide gidsen, die zich
weder bij hen hadden gevoegd, vormden nu van de petates of matten,
die zij medegenomen hadden, eene soort van sleden, met behulp waarvan
Von Müller en de zijnen zich met zulk eene snelheid langs de steile,
bevroren berghelling naar beneden lieten glijden, dat hunne vaart op
sommige oogenblikken veel naar een val geleek. Bij hunne terugkomst
te San Andres Chalchicomula, werden zij door de bevolking feestelijk
ingehaald. De piek van den Orizaba--Cilalteptl of Berg van het
gestarnte genaamd--is, volgens Von Müller's berekening, niet minder
dan 5527 Ned. el hoog; door anderen wordt zijne hoogte echter op nog
geen 5300 el geschat.
Jalapa, aan welke stad de bekende medicinale wortel, die hier in
't wild groeit, zijne naam ontleent, is niet zeer groot--zij telt
ongeveer 12000 inwoners--maar allerfraaist gelegen, en zoo gezond dat
het een toevluchtsoord is voor kranken en zwakken uit den omtrek,
vooral gedurende die gedeelten des jaars, waarin de vomito zijne
verwoestingen langs de kust en in de vlakte aanricht. Het plantenrijk
is hier misschien weelderiger dan ergens elders in Mexiko en vervult de
lucht met de heerlijkste geuren. De tint der bevolking is er blanker
dan in het binnenland, en de vrouwen van Jalapa gaan zelfs voor de
schoonste des lands door.
Niet slechts de jaarmis, maar ook de gewone markten worden te Jalapa
ongemeen druk bezocht. Onder de velen, die van alle kanten hunne
koopwaren hier komen brengen, onderscheiden zich de bloemen- en
fruitverkoopsters van eene op eenigen afstand der stad gelegen streek,
door het teekenachtige en inderdaad klassieke van hare gestalte en
kleeding. Deze laatste bestaat uit eene meestal witte sarape (mantel)
en een rooden, gelen of blauwen rok, even als de mantel prijkende
met een zoom van eene sterk afstekende kleur, die met eigenaardige
figuren in bijna etrurischen stijl, versierd is. Ze hebben fraai
gekruld zwart haar of dragen het in sierlijke vlechten, door welke
roode linten of koorden zijn gestrengeld.--Nog andere typen trekken
op deze markten de aandacht van den vreemdeling. Onder anderen is
dit het geval met den indiaanschen mandenkoopman. Het zoogenaamde
markt-zonnescherm is hier, even als op andere plaatsen in Mexiko,
zeer in zwang, en voor de kleinere kramers, die er geen tenten op na
houden, eene onontbeerlijke beschutting tegen de tropische zon.
In den omtrek van Jalapa ligt de bekende hacienda Mango de Clavo,
waar generaal Santa-Anna--die gedurende ruim een veertigtal jaren, in
hoedanigheid van legerhoofd, president of dictator der mexikaansche
republiek, dikwerf eene allerbelangrijkste rol speelde--zich veelal
ophield wanneer hij niet verbannen was; in welk geval Carthagena in
Nieuw-Grenada of Cuba hem tot wijkplaats verstrekte.
Hoewel Jalapa de officiëele hoofdstad van den staat Vera-Cruz is,
kan de stad van dien naam toch als de gewichtigste van dien staat
worden beschouwd. Zij is tevens de voornaamste van al de havens van
Mexiko, daar hare scheepvaartbeweging, ondanks de onveiligheid der
reede, gemiddeld de helft van die der gezamenlijke mexikaansche
havens bedraagt. [4] In 1856 werden in geheel Mexiko slechts een
duizendtal schepen, een inhoud van honderd-duizend ton hebbende, in-
en uitgeklaard, en daarvan deden alleen 435 zeilschepen, te zamen
67,423 ton metende, en 104 stoomvaartuigen de haven van Vera-Cruz
aan. Ongeveer de helft der genoemde duizend vaartuigen bestond uit
kustvaarders. De belangrijkste mexikaansche havens, na Vera-Cruz,
zijn Acapulco, Tampico, Mazatlan en Matamoras.
Gedurende de drie laatste jaren voor 1864 is, ten gevolge der
buitengewone omstandigheden, het verkeer te Vera-Cruz natuurlijk sterk
verminderd. Uit een dezer dagen bekend geworden feit blijkt echter, dat
het zich van de geleden schokken wondersnel herstelt. De invoerrechten
te Vera-Cruz hebben namelijk over de negen eerste maanden van dit jaar
(1864) 2,445,292 piasters opgebracht: met andere woorden drie maal
meer dan gedurende 't zelfde tijdvak van 1863, en slechts weinig minder
dan zij (in evenredigheid) gemiddeld over de jaren 1856-60 bedroegen.
De haven van Vera-Cruz is slechts eene reede tusschen den vasten wal
en San-Juan d'Ulloa, het kasteel of versterkte eiland, dat de stad
dekt en reeds zoo menig bombardement onderging. Vera-Cruz is fraai
en regelmatig gebouwd en bezit vele schoone kerken en andere openbare
gebouwen. In weerwil echter dat deze stad het middenpunt vormt van het
verkeer tusschen het voormalige Nieuw-Spanje en Europa, en Mexiko's
voornaamste haven is, telt zij niet meer dan 18,000 inwoners. De
oorzaak daarvan moet hoofdzakelijk worden gezocht in de omstandigheid,
dat Vera-Cruz, door zijne ongunstige ligging tusschen moerassen
en zandwoestijnen en door de verschroeiende zuide- en verstijvende
noordewinden, die afwisselend langs deze kust heerschen, gedurende
een groot deel des jaar door de gele koorts wordt geteisterd.
Vier en een half uur van Vera-Cruz ligt het dorp Oud-Vera-Cruz, de
plek waar Cortez op Goeden Vrijdag van het jaar 1519 (21 April) aan
wal stapte, en waar nog in dat zelfde jaar eene stad door hem gebouwd
werd, aan welke hij, naar aanleiding van den dag waarop hij geland was,
den naam Vera-Cruz (het ware kruis) gaf. Deze stad moest echter om de
ongezondheid der plek, drie jaren later zuidwaarts worden verlegd. De
nieuwe stad, Antigua geheeten, werd evenwel om dezelfde reden weder
verlaten, toen de spaansche onderkoning Monterey, op 't laatst der
16de eeuw, overging tot het bouwen der tegenwoordige stad Vera-Cruz.