VI.

Puebla de los Angelos.--Cholula.--De teocalli van Quetzalcoatl.

Na de hoofdstad is Puebla de los Angelos zoo al niet de

volkrijkste stad van het mexikaansche rijk--zij telde in 1862 85,000

inwoners, en Guadalajara 5000 zielen meer--dan toch de fraaiste en

belangrijkste. Even als Mexiko, munt zij uit door breede, rechte

en goed geplaveide straten en ruime pleinen, door het aanzienlijk

voorkomen harer huizen en de pracht harer openbare gebouwen. Zij

bezit zestig kerken, omstreeks dertig kloosters, en een honderdtal

klokketorens en hooge koepeldaken. Haar in dorischen stijl gebouwden

dom, met zijne twee sierlijke torens, is niet alleen uitwendig

grootscher dan de kathedraal der hoofdstad, maar overtreft deze

wellicht ook in inwendigen rijkdom en luister. Het gewelf wordt

door majestueuse zuilen gedragen; het kolossale hoogaltaar is geheel

van marmer, en de wanden van het gebouw zijn met marmeren platen van

verschillende kleur bekleed. Het oog wordt verblind door den glans der

gouden en zilveren altaargereedschappen; vele altaren bestaan zelfs

geheel uit massief zilver, en de kasuifels der priesters fonkelen

van diamanten en andere edelgesteenten.

Puebla werd door den spaanschen onderkoning Mendoza (1530) gesticht,

op weinige uren afstands van de oude vermaarde Azteken stad Cholula,

die, zooals Cortez aan het hof te Madrid berichtte, twintigduizend

huizen en vierhonderd tempeltorens bevatte, en in welker nabijheid

zich een teocalli (berg door menschenhanden gemaakt) of vierzijdige

pyramide verhief, die tot op den tegenwoordigen tijd wel bewaard

bleef, en een van Mexiko's oudste bouwgewrochten is. Zij is echter

zoodanig met gras en woekerplanten overdekt, dat men haar voor

een natuurlijken berg zou houden. Uit leemen, in de zon gedroogde

tichelsteenen gebouwd, die met lagen leem afwisselen, verheft de

pyramide zich terrasvormig--met vier naar den top smaller wordende

terrassen--tot eene hoogte van 54 Ned. el, terwijl elke zijde van

haar grondvlak nagenoeg 450 el lang is; zoodat deze teocalli een

veel uitgestrekter basis dan de egyptische pyramiden, maar eene

aanmerkelijk geringer hoogte heeft. Tijdens den aanleg van den weg

naar Vera-Cruz, in het begin dezer eeuw, vond men in een der zijden

van den teocalli een grafkelder, die twee lijken, afgodsbeelden van

bazalt, en eenig kunstig beschilderd vaatwerk bevatte; waardoor de

overlevering bevestigd werd, dat deze pyramiden, even als die der

Egyptenaren, tot grafsteden voor koningen en wijzen des volks gediend

hadden. Ofschoon er in dezen grafkelder geen kostbaarheden gevonden

werden, moet men er zich toch over verwonderen, dat deze en de overige

teocalli, die Mexiko nog bezit, niet reeds lang omvergehaald werden,

in de hoop van er schatten in te vinden, zoo aanzienlijk, als volgens

de archieven van Truxillo, door Guttierez de Toledo ontdekt werden,

die in 1576 in het graf van een peruaansch koning, voor eene waarde van

omstreeks 2-1/2 millioen gulden aan goud en andere kostbaarheden vond.

Vóór de komst der Spanjaarden was Cholula voor Anahuac--zooals het

groote centrale tafelland genoemd wordt, dat nagenoeg drie vijfden

der oppervlakte van het mexikaansche rijk uitmaakt--wat Mekka voor

de Muzelmannen is: de bij uitnemendheid heilige stad. Het had deze

vermaardheid te danken aan eene overlevering, volgens welke de

heilige Quetzalcoatl (slang met groene vederen) zich weleer twintig

jaren binnen haren omtrek had opgehouden; welk tijdsverloop eene

soort van gouden eeuw voor de Cholulanen was geweest. Hij had hun de

kunst geleerd om metalen te bewerken, en hen in de tijdrekenkunde en

sterrenkunde ingewijd, en zich daarna verwijderd, onder belofte dat

hij of zijn nakomelingen na verloop van eeuwen zouden terugkeeren, om

de taak van leeraars en bestuurders van het volk der Azteken weder op

te vatten. Daar het toeval wilde dat hij ter zelfder plaats verdwenen

was, waar Cortez op de mexikaansche kust landde, kwam Montezuma op

de gedachte, dat deze laatste wel de vergode Quetzalcoatl kon zijn:

een waan, die zich weldra door gansch Anahuac verspreidde en niet

weinig bijdroeg om den Spanjaarden de verovering der nieuwe wereld

te vergemakkelijken.

De stad, door Mendoza in de nabuurschap van het Mekka der Azteken

gesticht, overschaduwde dit spoedig. Naarmate de kathedraal, waaraan

volgens de overlevering des nachts, als de arbeid der menschen rustte,

door de engelen werd voortgebouwd,--eene overlevering aan welke de

stad haren naam Puebla de los Angelos ontleent--zich verhief, taande

de glans der heidensche tempels. De stroom der pelgrims richtte zich

van lieverlede niet meer naar de aan Quetzalcoatl gewijde teocalli,

maar naar de altaren der Madonna van los Remedios. Weldra zelfs verrees

op den top der heidensche pyramide eene christelijke kapel; terwijl het

vermaarde en machtige Cholula, ofschoon het nog lang eene schaduw van

onafhankelijkheid tegenover de Spanjaarden behield, trapsgewijs van

zijne grootheid verviel, en thans tot een onaanzienlijk, uitsluitend

door Indianen bewoond vlek is gedaald.

De bevolking van Puebla onderscheidt zich gunstig door hare nijverheid

en ondernemingszucht. De stad bezit een aantal spinnerijen, weverijen

en allerlei andere fabrieken, ook van eene in het gansche land zeer

gezochte soort van aardewerk. Zij werd echter door het beleg der

Franschen, dat van September 1862 tot Mei 1863 duurde, zeer geteisterd.

Op de hoogten buiten de stad heeft men een ongemeen fraai gezicht

op Mexiko's drie vermaardste bergen: westwaarts op den Popocateptl

en den Iztaccihuatl, en oostwaarts, op eenigen verderen afstand,

op den trotschen Cilalteptl (piek van Orizaba); een gezicht vooral

indrukwekkend, wanneer de eerste stralen der morgenzon de bergspitsen

met den schoonsten purperglans tooien, of de gloed der ondergaande

zon die spitsen nog verguldt als de avondschaduwen reeds over de

vlakte verspreid liggen. De reiziger, die van Puebla oostwaarts trekt,

ziet onwillekeurig telkens om en staat stil op zijn pad, als kon hij

geen afscheid nemen van dat prachtige tweeling-gebergte, dat wel van

zelf op de oude bewoners des lands een diepen indruk moest maken, en

hunne fantazie prikkelen tot zonderlinge scheppingen en aangrijpende

beelden. In hun bijgeloof hielden zij den rookenden Popocateptl voor

den man der "Witte Vrouw"; terwijl zij in zijn gerommel en gebulder

het gekerm der booze opperhoofden meenden te herkennen, opstijgende

uit den vuurpoel, die hun tot kerker was aangewezen. Zij verkeerden in

den waan dat ieder, die het waagde den berg te beklimmen, op de plaats

dood zou blijven; en het verhoogde dus niet weinig het prestige dat

de blanken op hen uitoefenden, toen kapitein Diego Ortaz met negen

andere Spanjaarden, door Cortez daartoe aangespoord, den vulkaan tot

dicht bij den top beklom. Hoe verbaasd zouden zij hebben gestaan,

indien zij hen de vermetelheid zoover hadden zien drijven van, gelijk

later door anderen geschiedde, in dien krater af te dalen!

Zulk eene nederdaling was onder anderen het voorname doel van een

tocht, in Januari 1857 door de heeren A. Sonntag en Jules Laberriere

naar de kruin van den Popocateptl ondernomen, ter volbrenging van

eene, hun door de mexikaansche regeering opgedragen wetenschappelijke

taak,--een tocht waarvan wij hier een kort verslag laten volgen.

Van regeeringswege waren hun toegevoegd een natuurkundige,

Sumichrast genaamd, en de heeren Salazar en Ochoa, kweekelingen van

de mexikaansche scholen voor landbouw en geneeskunde; terwijl zich

bovendien de heer Saturnino Perez, van Amecamea, bij hen aansloot,

die den berg reeds meermalen had beklommen.

Den 20sten Januari vertrokken zij van laatstgenoemde plaats. Zij

vernachtten in het op eene bergvlakte gelegen rancho (gehucht)

Tlamacas, dat slechts uit een houten logement en eenige hutten

bestaat, en zetten den volgenden morgen met het aanbreken van den dag

de beklimming voort. Toen zij de baranca van Huiloac bereikt hadden,

hield alle plantengroei reeds op, ofschoon die rotskloof nog op een

aanmerkelijken afstand van het sneeuwveld ligt dat op 3860 el boven het

waterpas der zee een aanvang neemt; terwijl de gansche hoogte van den

Popocateptl ruim 5400 el bedraagt. Tot dusverre hadden zij den tocht te

paard afgelegd; maar bij la Cruz, een dicht bij de sneeuwlijn gelegen

punt, gekomen, werden de paarden, met eenige Indianen van het geleide,

naar Tlamacas teruggezonden. Met den wakkeren gids Angel Bastillo en

den heer Perez aan het hoofd, vervolgde het gezelschap de beklimming

thans te voet. Het duurde echter niet lang, of de heeren Salazar en

Ochoa moesten ten gevolge van zware vermoeidheid achterblijven. De

overigen ondervonden in geen geringe mate de gewone bezwaren aan het

bestijgen van hooge bergen verbonden, en vooral leed de heer Sonntag

veel aan hartkloppingen en beklemdheid van ademhaling.

Reeds op een afstand van omstreeks duizend voeten van de kruin des

bergs verried eene sterke sulferlucht de nabijheid van den krater,

welks rand zij tegen half twee bereikten; een paar uur later werd

het gezelschap verrast door de verschijning der heeren Salazar en

Ochoa, die alle krachten hadden ingespannen om zich weder bij hunne

metgezellen te voegen.

De heer Laberriere wilde thans onverwijld tot eene nederdaling in den

berg overgaan; maar de toestand van den heer Sonntag liet dit niet

toe. De Indianen werden nu op drie na, behalve den gids Bastillo,

naar Tlamacas teruggezonden, werwaarts zich ook don Perez begaf,

terwijl de overigen den nacht sleten in een kleine grot, la Cueva del

Muerta geheeten, die binnen in de monding van den krater, op 70 of 80

el van zijn rand, wordt aangetroffen. Op die hoogte bevindt zich in den

krater eene rotsvlakte, waartoe eene spleet in den bergwand toegang

verleent. Deze grot was echter ternauwernood groot genoeg om de vijf

reizigers te kunnen bevatten. "Die nacht," zegt Laberriere, "was de

akeligste dien ik ooit doorbracht. Een brandende dorst verhinderde

mij een oog dicht te doen, 't geen mij waarschijnlijk toch door

het eeuwigdurend gerommel van den onderaardschen vuurhaard belet

zou zijn. Mijn hoofd gloeide, mijne ledematen waren als bevroren,

en de zwavellucht benauwde mijne ademhaling geducht. Mijn pols sloeg

honderd-twintig slagen in de minuut. Ik behoef dus niet te zeggen met

welk een verlangen ik het aanbreken van den dag te gemoet zag." Het

verheven schouwspel dat het opgaan der zon op zulk eene hoogte

opleverde, wischte echter de herinnering aan den treurigen nacht

spoedig uit.

Het gezicht van den krater maakte op Laberriere geenszins dien

ijzingwekkenden indruk, welken hij verwacht had. »De reusachtige

middellijn van den mond van dezen bijna uitgedoofden vulkaan,"

zegt hij, »en de opeengetaste rostblokken en lavamassa's die zijn

benedenruim vullen, verminderen grootelijks de gewaarwordingen,

die anders het gezicht eener ontzettende diepte verwekt. Sommige

afgronden in de Alpen en verscheidene gapende rotskloven in de

Cordilleras maakten op mij een veel machtiger indruk."

De nederdaling in den krater heeft plaats door middel van een

ruwen maar stevigen kaapstander, die op de vlakte in zijnen mond is

opgericht. De toestand van den heer Sonntag maakte ook den volgenden

dag eene afdaling onmogelijk. Hij volbracht die evenwel korten tijd

daarna zonder Laberriere, en bereikte toen zijn doel, het doen van

geodesische opmetingen, naar wensch. Het is ons oogmerk niet, in

bijzonderheden te treden omtrent de uitkomsten van dit onderzoek,

die aan vele onzer lezers waarschijnlijk te afgetrokken zouden

voorkomen.--In de maand Mei van hetzelfde jaar werd ook door den

kapitein der genie, don Perez de Castro, eene nederdaling in den

Popocateptl ondernomen.

Mexiko De Aarde en haar volken, Jaargang 1865 · 第 8 / 11 题