De aguadores.--Kooplieden.--De cargador.--De
evangelistas.--De lepero.--De pordiosero.--De presidarios.--De
sereno.--Soldaten.--Marine.--Geestelijkheid.
De straten en pleinen der stad en van hare voorsteden leveren een
aantal typen op, die de belangstelling van den vreemdeling ten volle
verdienen.
Inzonderheid is dit het geval met den aguador of waterdrager. Even
als de cargador, is ook de aguador, door geheel spaansch Amerika,
steeds een Indiaan. Hij heeft gewoonlijk weinig kleederen noodig:
een hemd, waarvan de mouwen zijn opgestroopt en dat den hals bloot
laat; een zeer wijde broek, bijna altijd tot aan de knieën opgeslagen;
somtijds sandalen aan de meestal bloote voeten; een gekleurde doek,
om zijn lang en stijf haar gewonden, die zijn hoofd, reeds van
nature groot, nog grooter doet schijnen; een stroohoed, te nauw
van bol, maar welks breede rand zijn gelaat overschaduwt:--ziedaar
het armelijk maar teekenachtig kostuum van den aguador van spaansch
Amerika. Buiten, ten platten lande, laadt hij zijn water op een ezel,
en wel in twee groote lederen zakken, die de zijden van het dier bijna
indrukken en bijna evenzeer met den ezel schijnen saamgegroeid als het
kropgezwel met den armen cretin. Daar deze ezels altijd vochtig zijn,
verkrijgen zij eene zonderlinge, groen-blauwe tint. Door middel eener
opening aan de beide benedenhoeken wordt de zak gevuld en geledigd;
doch daar deze openingen gebrekkig gesloten zijn, loopt het water er
voortdurend met een straaltje uit. Het vocht, dat de zakken bevatten,
is warm en troebel en wordt nooit helder. Zijn zij geledigd, dan neemt
de aguador eene cigaar van achter zijn oor of uit zijn hoed en steekt
die aan; vervolgens plaatst hij zich op zijn dier, met het gezicht
naar den staart gekeerd, die hem te gelijk tot zweep en steun dient,
en laat zich zoo naar de noria of waterput brengen.
In de hoofdstad des rijks en in andere voorname mexikaansche steden,
bedient de aguador zich van zak noch ezel, daar draagt hij zelf
zijne koopwaar in een chochocol of groote roode aarden kruik, op
den met een dikken lap leder bekleeden rug. De draagband, die aan de
beide ooren der zware kruik is vastgehecht, rust niet, zoo als bij
sjouwers of pakkendragers in europeesche landen, tegen de borst of
de voorzijde der schouders, maar tegen het voorhoofd. Dat het hoofd
van den Indiaan ijzersterk moet wezen, valt niet te betwijfelen,
daar de aguador bovendien, aan een op zijne kruin rustenden riem,
een ook met water gevulden cantaro draagt, die te gelijker tijd tot
tegenwicht voor den chochocol dient. Een Engelschman, die zich wenschte
te overtuigen of de cantaro den aguador werkelijk in balans hield,
sloeg eens onverhoeds eene kan van een waterdrager met zijn rotting
stuk, waarop de Indiaan terstond achterover stortte, en door zijn
zwaarte ook den chochocol, dien hij op den rug droeg, verbrijzelde. Het
behoeft wel geene vermelding, dat de onderzoeklievende Brit de schade
moest vergoeden, die de oplossing van dit probleem na zich sleepte.
Met de aguadores vermengt zich een bont heirleger van industriëelen
van het minste gehalte: hier een koopman, die eene hoeden-pyramide op
het hoofd draagt; ginds mannen of vrouwen, die schier onder den last
van groote zakken houtskool bezwijken, of risten met houten nappen,
korven met bloemen en groenten, of traliemanden met hanen en kalkoenen
torschen; terwijl men allerwege den meestal half naakten cargador of
indiaanschen pakkendrager ontmoet, die, zwoegende onder een last,
welken hij aan een breeden, tegen het voorhoofd rustenden riem op
den rug draagt, toch luchtig voortstapt, met den stok in de eene en
den hoed in de andere hand.
Op een der pleinen van Mexiko treft men, onder eene sombere kolonnade,
eene eigenaardige soort van openbare brief- of request-schrijvers aan,
wien het volk den bijnaam van evangelistas geeft, en die in dit land,
waar het lager onderwijs in een vrij verwaarloosden toestand verkeert,
lieden van tamelijk groot gewicht zijn.
Een andere type, die de aandacht van den vreemdeling in hooge mate tot
zich trekt, is de lepero. De lepero der residentie onderscheidt zich
evenzeer van zijne medebroeders in de overige deelen des rijks, als
de lazzarone van Napels, met wien hij zeer veel overeenkomst heeft,
zich boven zijne gelijken in andere steden van Italië verheft. Hij
is slimmer, behendiger en driester dan de lepero uit de provinciën;
terwijl hij, wat zijn voorraad van koddige uitdrukkingen en jolige
invallen betreft, niet voor den parijschen gamin onderdoet. De
leperos, wier aantal in de hoofdstad omstreeks vijf-en-twintig-duizend
bedraagt, zijn groote vrienden der geestelijkheid, en vinden steeds
een onderkomen in die huizen, welke de vecindad genoemd worden en aan
kerken of geestelijke broederschappen toebehooren. Zij toonen zich
hiervoor erkentelijk door op alle wijzen, met de kracht van longen
en vuist, padres en monniken ten dienste te staan.
Ofschoon de mexikaansche lepero op kosten der meergegoede standen
teert, moet men hem toch, evenmin als den lazzarone, met den eigenlijk
gezegden bedelaar of pordiosero verwarren. De gewoonte van dezen
laatste om den voorbijgangers giften por Dios, "om Gods wil," te
vragen, heeft hem dien, door het gebruik gewettigden bijnaam doen
geven. In de hoofdstad van geen ander beschaafd land worden wellicht
zulke voorbeelden van diepe armoede en uiterste ellende gevonden,
als men bij de ternauwernood met eenige lompen bedekte mexikaansche
bedelaars, inzonderheid die uit de barrios of voorsteden, aantreft. In
minder warme landen zou het publiek ook onmogelijk het schouwspel
van zulk eene naaktheid kunnen verdragen, als hier niet enkel door
de pordioseros, maar door de geringere standen in 't algemeen, ten
toon wordt gespreidt.
Onder de eigenaardige, doch voor het gevoel pijnlijke tooneelen, die
de openbare straat te Mexiko oplevert, behoort ook het gezicht der
groepen presidarios of kettinggangers, die tot het schoonhouden der
straten en wandelplaatsen, het doen van uitbaggeringen enz. worden
gebezigd. Deze ongelukkigen zijn paarsgewijs aan elkaar geboeid, en
worden door piketten infanterie bewaakt. De soldaten maken het hun
meestal niet lastig, en laten hen wel eens, als dit geschieden kan
zonder dat zij zelf in ongelegenheid komen, ontsnappen. Soms echter
loopen zulke pogingen tot ontvluchting minder gunstig af, en schromen
de bewakers niet den wederspanneling een bajonetsteek toe te brengen,
die hem dood ter aarde doet zijgen.
Deze zonderlinge vermenging van toegevendheid en willekeur merkt
men in alle handelingen der slecht ingerichte mexikaansche politie
op. Roovers en dieven verstaan zich dikwijls veel beter met hen wier
plicht medebrengt om voor de algemeene veiligheid te waken, dan voor de
handhaving daarvan wel wenschelijk kan worden geacht; en de gevallen
zijn maar al te menigvuldig, dat de sereno of gewapende nachtwacht,
in plaats van de rust te bewaren en het misdrijf te voorkomen, zich,
zoodra hij onraad bespeurt, ijverig uit de voeten maakt.
De meeste soldaten, die men, vóórdat er van eene europeesche expeditie
tegen Mexiko sprake was, daar te lande ontmoette, waren Indianen, uit
welke trouwens de grootste helft der bevolking bestaat. Het leger,
aanvankelijk door Juarez tegen de Franschen aangevoerd, was zestig-
of zeventig-duizend man sterk, terwijl na de verstrooiing dezer
legermacht vijftien duizend Mexikanen (met vijf-en-dertig duizend
Franschen) onder de bevelen van het voorloopig bewind der monarchie
dienden. De mexikaansche uniform bestaat uit een witlakenschen rok
met korte panden en een nauwsluitenden broek van dezelfde stof. Het
hoofddeksel van den soldaat is een kleine zwart lederen schako,
terwijl sandalen zijn schoeisel uitmaken; alleen de onder-officieren
dragen schoenen. Deze uniform doet de goed geëvenredigde gestalte der
manschappen voordeelig uitkomen. Zij dragen het haar kort, hebben geen
baard, en slechts bij uitzondering knevels; de officieren, meerendeels
tot het europeesche ras behoorende, hebben daarentegen meest allen
zwarte knevels. Een geweer met bajonet maakt de gansche wapening
van den infanterist uit. Aan den breeden bandelier, dien hij om zijn
middel draagt, hangen eene bajonetscheede en een groote patroontasch.
De mexikaansche oorlogsmarine is voor een rijk, waarvan de
geheele oostelijke en westelijke grens door de zee bespoeld wordt,
onbegrijpelijk onbeduidend. Zij bestaat op dit oogenblik slechts uit 9
kleine oorlogsbodems, met 300 koppen bemand en met 35 stukken bewapend!
Het aantal geestelijken is in Mexiko ongemeen groot. Overal ontmoet men
monniken, in eene grauwe, bruine of witte pij gekleed: Franciskanen,
Dominikanen, broeders van Barmhartigheid, Augustijnen, geschoeide
en ongeschoeide Karmelieten. Priesters vertoonen zich zelden in het
openbaar in geestelijk gewaad, en zijn doorgaans alleen kenbaar aan
hun cuello of witte bef, die soms met kleine parelen omzoomd is.
Het volk koestert voor zijne geestelijken een onbepaalden
eerbied. Wanneer tijdens de noodlottige telkens wederkeerende
burgeroorlogen, de monniken door de republikeinsche partij soms
in massa uit eene stad verjaagd worden, was hun weg met schreiende
vrouwen als bezaaid, die hun geld en kleinooden kwamen aanbieden;
terwijl hunne terugkomst steeds op de feestelijkste wijze door het volk
werd gevierd. De eerbied voor de geestelijkheid wordt zelfs door hen
gedeeld, die overigens alle ontzag voor de overheid verloren en den
oorlog aan de wetten der samenleving verklaard hebben--door dieven
en roovers. Het is toch geen ongewoon verschijnsel, dat roovers,
die op den openbaren weg eene diligence of ander rijtuig overvallen,
terstond afdeinzen wanneer zij daarin een priester bespeuren, en dat
bij zulke gelegenheden niet alleen de geestelijke, maar het gansche
gezelschap waarin hij zich bevindt, beleefd en voorkomend door de
bandieten behandeld wordt.
Vertoont een priester zich met het hoogwaardige op de straat, dan
vallen niet slechts de voorbijgangers op de knieën, maar de trom wordt
geroerd, de wachten komen in het geweer; en geldt het een aanzienlijk
persoon, dan volgen velen het rijtuig van den priester met brandende
kaarsen en onder het aanheffen van geestelijke liederen. Vroeger was
het volgen van het sacrament naar het huis van een stervende voor de
voorbijgangers eene verplichting, waaraan zelfs de onderkoning zich
niet kon onttrekken.