III.

De aguadores.--Kooplieden.--De cargador.--De

evangelistas.--De lepero.--De pordiosero.--De presidarios.--De

sereno.--Soldaten.--Marine.--Geestelijkheid.

De straten en pleinen der stad en van hare voorsteden leveren een

aantal typen op, die de belangstelling van den vreemdeling ten volle

verdienen.

Inzonderheid is dit het geval met den aguador of waterdrager. Even

als de cargador, is ook de aguador, door geheel spaansch Amerika,

steeds een Indiaan. Hij heeft gewoonlijk weinig kleederen noodig:

een hemd, waarvan de mouwen zijn opgestroopt en dat den hals bloot

laat; een zeer wijde broek, bijna altijd tot aan de knieën opgeslagen;

somtijds sandalen aan de meestal bloote voeten; een gekleurde doek,

om zijn lang en stijf haar gewonden, die zijn hoofd, reeds van

nature groot, nog grooter doet schijnen; een stroohoed, te nauw

van bol, maar welks breede rand zijn gelaat overschaduwt:--ziedaar

het armelijk maar teekenachtig kostuum van den aguador van spaansch

Amerika. Buiten, ten platten lande, laadt hij zijn water op een ezel,

en wel in twee groote lederen zakken, die de zijden van het dier bijna

indrukken en bijna evenzeer met den ezel schijnen saamgegroeid als het

kropgezwel met den armen cretin. Daar deze ezels altijd vochtig zijn,

verkrijgen zij eene zonderlinge, groen-blauwe tint. Door middel eener

opening aan de beide benedenhoeken wordt de zak gevuld en geledigd;

doch daar deze openingen gebrekkig gesloten zijn, loopt het water er

voortdurend met een straaltje uit. Het vocht, dat de zakken bevatten,

is warm en troebel en wordt nooit helder. Zijn zij geledigd, dan neemt

de aguador eene cigaar van achter zijn oor of uit zijn hoed en steekt

die aan; vervolgens plaatst hij zich op zijn dier, met het gezicht

naar den staart gekeerd, die hem te gelijk tot zweep en steun dient,

en laat zich zoo naar de noria of waterput brengen.

In de hoofdstad des rijks en in andere voorname mexikaansche steden,

bedient de aguador zich van zak noch ezel, daar draagt hij zelf

zijne koopwaar in een chochocol of groote roode aarden kruik, op

den met een dikken lap leder bekleeden rug. De draagband, die aan de

beide ooren der zware kruik is vastgehecht, rust niet, zoo als bij

sjouwers of pakkendragers in europeesche landen, tegen de borst of

de voorzijde der schouders, maar tegen het voorhoofd. Dat het hoofd

van den Indiaan ijzersterk moet wezen, valt niet te betwijfelen,

daar de aguador bovendien, aan een op zijne kruin rustenden riem,

een ook met water gevulden cantaro draagt, die te gelijker tijd tot

tegenwicht voor den chochocol dient. Een Engelschman, die zich wenschte

te overtuigen of de cantaro den aguador werkelijk in balans hield,

sloeg eens onverhoeds eene kan van een waterdrager met zijn rotting

stuk, waarop de Indiaan terstond achterover stortte, en door zijn

zwaarte ook den chochocol, dien hij op den rug droeg, verbrijzelde. Het

behoeft wel geene vermelding, dat de onderzoeklievende Brit de schade

moest vergoeden, die de oplossing van dit probleem na zich sleepte.

Met de aguadores vermengt zich een bont heirleger van industriëelen

van het minste gehalte: hier een koopman, die eene hoeden-pyramide op

het hoofd draagt; ginds mannen of vrouwen, die schier onder den last

van groote zakken houtskool bezwijken, of risten met houten nappen,

korven met bloemen en groenten, of traliemanden met hanen en kalkoenen

torschen; terwijl men allerwege den meestal half naakten cargador of

indiaanschen pakkendrager ontmoet, die, zwoegende onder een last,

welken hij aan een breeden, tegen het voorhoofd rustenden riem op

den rug draagt, toch luchtig voortstapt, met den stok in de eene en

den hoed in de andere hand.

Op een der pleinen van Mexiko treft men, onder eene sombere kolonnade,

eene eigenaardige soort van openbare brief- of request-schrijvers aan,

wien het volk den bijnaam van evangelistas geeft, en die in dit land,

waar het lager onderwijs in een vrij verwaarloosden toestand verkeert,

lieden van tamelijk groot gewicht zijn.

Een andere type, die de aandacht van den vreemdeling in hooge mate tot

zich trekt, is de lepero. De lepero der residentie onderscheidt zich

evenzeer van zijne medebroeders in de overige deelen des rijks, als

de lazzarone van Napels, met wien hij zeer veel overeenkomst heeft,

zich boven zijne gelijken in andere steden van Italië verheft. Hij

is slimmer, behendiger en driester dan de lepero uit de provinciën;

terwijl hij, wat zijn voorraad van koddige uitdrukkingen en jolige

invallen betreft, niet voor den parijschen gamin onderdoet. De

leperos, wier aantal in de hoofdstad omstreeks vijf-en-twintig-duizend

bedraagt, zijn groote vrienden der geestelijkheid, en vinden steeds

een onderkomen in die huizen, welke de vecindad genoemd worden en aan

kerken of geestelijke broederschappen toebehooren. Zij toonen zich

hiervoor erkentelijk door op alle wijzen, met de kracht van longen

en vuist, padres en monniken ten dienste te staan.

Ofschoon de mexikaansche lepero op kosten der meergegoede standen

teert, moet men hem toch, evenmin als den lazzarone, met den eigenlijk

gezegden bedelaar of pordiosero verwarren. De gewoonte van dezen

laatste om den voorbijgangers giften por Dios, "om Gods wil," te

vragen, heeft hem dien, door het gebruik gewettigden bijnaam doen

geven. In de hoofdstad van geen ander beschaafd land worden wellicht

zulke voorbeelden van diepe armoede en uiterste ellende gevonden,

als men bij de ternauwernood met eenige lompen bedekte mexikaansche

bedelaars, inzonderheid die uit de barrios of voorsteden, aantreft. In

minder warme landen zou het publiek ook onmogelijk het schouwspel

van zulk eene naaktheid kunnen verdragen, als hier niet enkel door

de pordioseros, maar door de geringere standen in 't algemeen, ten

toon wordt gespreidt.

Onder de eigenaardige, doch voor het gevoel pijnlijke tooneelen, die

de openbare straat te Mexiko oplevert, behoort ook het gezicht der

groepen presidarios of kettinggangers, die tot het schoonhouden der

straten en wandelplaatsen, het doen van uitbaggeringen enz. worden

gebezigd. Deze ongelukkigen zijn paarsgewijs aan elkaar geboeid, en

worden door piketten infanterie bewaakt. De soldaten maken het hun

meestal niet lastig, en laten hen wel eens, als dit geschieden kan

zonder dat zij zelf in ongelegenheid komen, ontsnappen. Soms echter

loopen zulke pogingen tot ontvluchting minder gunstig af, en schromen

de bewakers niet den wederspanneling een bajonetsteek toe te brengen,

die hem dood ter aarde doet zijgen.

Deze zonderlinge vermenging van toegevendheid en willekeur merkt

men in alle handelingen der slecht ingerichte mexikaansche politie

op. Roovers en dieven verstaan zich dikwijls veel beter met hen wier

plicht medebrengt om voor de algemeene veiligheid te waken, dan voor de

handhaving daarvan wel wenschelijk kan worden geacht; en de gevallen

zijn maar al te menigvuldig, dat de sereno of gewapende nachtwacht,

in plaats van de rust te bewaren en het misdrijf te voorkomen, zich,

zoodra hij onraad bespeurt, ijverig uit de voeten maakt.

De meeste soldaten, die men, vóórdat er van eene europeesche expeditie

tegen Mexiko sprake was, daar te lande ontmoette, waren Indianen, uit

welke trouwens de grootste helft der bevolking bestaat. Het leger,

aanvankelijk door Juarez tegen de Franschen aangevoerd, was zestig-

of zeventig-duizend man sterk, terwijl na de verstrooiing dezer

legermacht vijftien duizend Mexikanen (met vijf-en-dertig duizend

Franschen) onder de bevelen van het voorloopig bewind der monarchie

dienden. De mexikaansche uniform bestaat uit een witlakenschen rok

met korte panden en een nauwsluitenden broek van dezelfde stof. Het

hoofddeksel van den soldaat is een kleine zwart lederen schako,

terwijl sandalen zijn schoeisel uitmaken; alleen de onder-officieren

dragen schoenen. Deze uniform doet de goed geëvenredigde gestalte der

manschappen voordeelig uitkomen. Zij dragen het haar kort, hebben geen

baard, en slechts bij uitzondering knevels; de officieren, meerendeels

tot het europeesche ras behoorende, hebben daarentegen meest allen

zwarte knevels. Een geweer met bajonet maakt de gansche wapening

van den infanterist uit. Aan den breeden bandelier, dien hij om zijn

middel draagt, hangen eene bajonetscheede en een groote patroontasch.

De mexikaansche oorlogsmarine is voor een rijk, waarvan de

geheele oostelijke en westelijke grens door de zee bespoeld wordt,

onbegrijpelijk onbeduidend. Zij bestaat op dit oogenblik slechts uit 9

kleine oorlogsbodems, met 300 koppen bemand en met 35 stukken bewapend!

Het aantal geestelijken is in Mexiko ongemeen groot. Overal ontmoet men

monniken, in eene grauwe, bruine of witte pij gekleed: Franciskanen,

Dominikanen, broeders van Barmhartigheid, Augustijnen, geschoeide

en ongeschoeide Karmelieten. Priesters vertoonen zich zelden in het

openbaar in geestelijk gewaad, en zijn doorgaans alleen kenbaar aan

hun cuello of witte bef, die soms met kleine parelen omzoomd is.

Het volk koestert voor zijne geestelijken een onbepaalden

eerbied. Wanneer tijdens de noodlottige telkens wederkeerende

burgeroorlogen, de monniken door de republikeinsche partij soms

in massa uit eene stad verjaagd worden, was hun weg met schreiende

vrouwen als bezaaid, die hun geld en kleinooden kwamen aanbieden;

terwijl hunne terugkomst steeds op de feestelijkste wijze door het volk

werd gevierd. De eerbied voor de geestelijkheid wordt zelfs door hen

gedeeld, die overigens alle ontzag voor de overheid verloren en den

oorlog aan de wetten der samenleving verklaard hebben--door dieven

en roovers. Het is toch geen ongewoon verschijnsel, dat roovers,

die op den openbaren weg eene diligence of ander rijtuig overvallen,

terstond afdeinzen wanneer zij daarin een priester bespeuren, en dat

bij zulke gelegenheden niet alleen de geestelijke, maar het gansche

gezelschap waarin hij zich bevindt, beleefd en voorkomend door de

bandieten behandeld wordt.

Vertoont een priester zich met het hoogwaardige op de straat, dan

vallen niet slechts de voorbijgangers op de knieën, maar de trom wordt

geroerd, de wachten komen in het geweer; en geldt het een aanzienlijk

persoon, dan volgen velen het rijtuig van den priester met brandende

kaarsen en onder het aanheffen van geestelijke liederen. Vroeger was

het volgen van het sacrament naar het huis van een stervende voor de

voorbijgangers eene verplichting, waaraan zelfs de onderkoning zich

niet kon onttrekken.

Mexiko De Aarde en haar volken, Jaargang 1865 · 第 5 / 11 题