22. Eene Moorsche stad.

Tunis bestond reeds vóor Carthago, maar kan toch geen spoor van

oudheden meer aanwijzen. De stijl der huizen is algemeen de Moorsche

en de straten zijn vrij breed. Bij al hare uitgestrektheid is de stad

slechts klein in verhouding tot de bevolking, die op 125,000 zielen

wordt geschat. De betrekkelijk geringe ruimte is echter voldoende,

omdat een derde der inwoners dag en nacht op de straten huist, zonder

een dak te bezitten. Twee muren, de buitenste met negen, de binnenste

met zeven poorten, omringen de stad; doch daar die poorten niet tegen

elkaar over staan, moet men tusschen de beide muren altijd een goed

eind loopen, om naar buiten te komen. Dat gedeelte tusschen de muren

biedt den vreemdeling echter menig belangwekkend tooneel aan; want

hier zijn de karavansera's, hier komen de beladen kameelen in lange

karavanen uit alle gedeelten van Afrika aan en van hier vertrekken

zij ook weer derwaarts. Het ontbreekt er niet aan druk bezochte

koffiehuizen, voor wier deuren men dikwijls de schilderachtigste

groepen waarneemt, die naar de klagende tonen der guitarre met drie

snaren luisteren. Hier ziet men ook nu en dan een inlandschen groote

in eene afgedankte Europeesche koets met vier muildieren rondrijden,

of ontmoet men den bey van Tunis in zijn rijtuig met acht paarden,

door soldaten bewaakt.

In de stad zelve kan men zich om de drukte van geen rijtuig bedienen,

maar moet te voet gaan, een paard of muildier berijden of zich in een'

palankijn laten dragen. Van vroeg tot laat heerscht op de straten een

onbeschrijfelijk gedrang. Bedoeïnen, Maltezers, Joden, Negers, Turken

golven voorbij. Daartusschen dringen kudden geiten, beladen kameelen,

muildieren en ezels heen. Later op den dag heerscht de grootste drukte

in de gewelfde bazars. Elke koopwaar heeft haar afzonderlijken bazar en

in de kleinste winkeltjes treft men dikwijls de kostbaarste artikels

aan. Laarzen en pantoffels, zadelmakerswerk, zijden stoffen, wapens,

reukwerken, de roode mutsen, wier vervaardiging hier wel 20,000

menschen bezig houdt, pijpen, snoeren, enz., alles heeft zijn eigen

gebouw. Ik zag hier costumes van donkerkleurig fluweel, kunstig met

fijn goud geborduurd, die tot duizend gulden kostten. Ook aan eetwaren

ontbreekt het niet. Net gekleede, ongesluierde Moorinnen houden

met uitgestrekten arm op de vlakke hand eene piramide van brooden,

die men elk oogenblik denkt te zullen zien ineenzakken; jongens

met waterzakken bieden den dorstige een verfrisschenden dronk aan;

anderen venten oranjeappelen, kleine witte kazen, oliekoeken, allerlei

vruchten en andere versnaperingen uit. Tegen den avond vermindert

het gewoel en kan men zonder gevaar van kwetsuren rondwandelen, om

de hoefijzervormige poorten, de gedraaide kolommen, de kleurenpracht

aan verscheiden Moorsche huizen, het paleis van den bey en de vele

moskeeën met hare slanke minarets te bewonderen.

Dat paleis van den bey is een sierlijk gebouw met marmeren

binnenpleinen, fonteinen, kolommen en kleurige tegels. De wanden

zijn met versiersels van pleister bekleed, die door hunne fijnheid

aan kantwerk doen denken; de zolderingen vertoonen arabesken in goud,

blauw en rood. De schoonste moskeeën zijn uit kolommen en andere deelen

der ruïnen van Carthago en Utica saamgesteld, en men vindt er menig

bezienswaardig gebouw onder; doch de Mohammedanen dulden ongaarne,

dat het oog van een' ongeloovige het inwendige van die heiligdommen

ziet. Behalve eenige fraaie en ruime kazernes bevat Tunis verder

weinig aanzienlijke gebouwen, en slechts de huizen der Europeesche

consuls in de wijk der Maltezers, alwaar ook de minister-resident van

Frankrijk (thans de wezenlijke beheerscher van Tunis) verblijf houdt,

steken boven de massa der kleine Moorsche woningen uit.

De heele wereld rond Een leesboek ter bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis, ten dienste der volksschool · 第 24 / 38 题