Quelques jours après, eenige dagen later.
il savait, hij kende (lett.: wist).
il savait la réciter, hij kon het opzeggen.
bien content, heel blij.
la lumière, het licht.
_déjà_ luit, schijnt _al_.
hors du lit, het bed uit.
claironne, kraait.
résonne, weerklinkt.
réveillez-vous, wordt wakker.
le second couplet, het tweede versje.
c'est ça, dat is goed.
poursuivit, ging voort.
lève-toi, sta op.
notre chèvre, onze geit.
bêle, blaat.
t'appelle, roept je.
sans attendre, zonder te wachten op.
la réponse, het antwoord.
le petit air, het wijsje.
suivant, volgende.