EEN EN DERTIGSTE HOOFDSTUK.

Waarin de inspecteur Fix de belangen van Phileas Fogg zeer ter

harte neemt.

Phileas Fogg was twintig uur ten achteren; Passepartout was, hoewel

onwillekeurig, daarvan de schuld. Hij was wanhopend: hij had

ontegenzeglijk zijn meester geruïneerd.

Op dat oogenblik naderde Fix den heer Fogg en zag hem strak aan.

„Hebt gij waarlijk zooveel haast, mijnheer?” vroeg hij.

„Waarlijk,” antwoordde Fogg.

„Vergeef me dat ik er op aandring. Gij hebt er veel belang bij om den

11den vóór negen uur ’s avonds te New-York te zijn om van daar met de

mailboot naar Liverpool te vertrekken!”

„Een groot belang.”

„En zoo uwe reis niet door den aanval der Indianen ware vertraagd,

zoudt gij te New-York reeds in den morgen van den 11den zijn

aangekomen.”

„Ja, twaalf uur vóór de mailboot.”

„Goed. Gij zijt dus twintig uur ten achter. Tusschen twintig en twaalf

is het verschil acht. Wij moeten alzoo acht uur inhalen. Wilt gij dit

beproeven?”

„Te voet?” vroeg Fogg.

„Neen, met een slede,” antwoordde Fix, „met eene slede met zeilen. Een

man heeft mij dit vervoermiddel aangeboden.”

Het was de man, die Fix ’s nachts aangesproken had, en wien deze voor

zijn aanbod had bedankt.

Phileas Fogg antwoordde Fix niet; maar toen Fix hem den man in eigen

persoon, die op het station wandelde, had aangewezen, ging hij naar

dezen toe. Eenige oogenblikken later traden Fogg en de Amerikaan Mudge

in een hut aan den voet van het fort.

Daar bezichtigde Fogg een zeer zonderling voertuig, een soort van

sjees, vastgemaakt op twee lange balken, die van voren een weinig

opliepen als de onderlagen van een slede; daarin konden vijf of zes

personen plaats vinden. Op een derde gedeelte van de sjees, het meest

naar voren, was een ontzaglijk hooge mast geplaatst. Deze mast was

bevestigd door dikke ijzerdraden, waaraan weder een ijzeren stang

vastgemaakt was, welke diende om een fok van grooten omvang op te

hijschen. Achteraan was een roer dat den toestel stuurde. Het was alzoo

een slede, ingericht tot sloep. In den winter, op de bevroren vlakten

en wanneer de treinen door de sneeuw worden tegengehouden, gaan deze

voertuigen zeer snel van het eene station naar het andere. Zij hebben

bovendien veel zeilen, meer zelfs dan een kotter waarmede men

pleiziertochtjes maakt en die nog gevaar loopt van om te slaan; zoo zij

den wind achter hebben, glijden zij over de oppervlakte der velden met

gelijke snelheid, zoo niet sneller, dan een sneltrein.

In weinige oogenblikken waren Fogg en de patroon van dit

vaartuig-over-land het eens omtrent den prijs. De wind was gunstig. Het

woei sterk uit het westen. De sneeuw was hard bevroren en Mudge maakte

zich sterk Fogg in eenige uren te Omaha te brengen. Van daar vertrekken

vele treinen en zijn er ook een aantal wegen, die naar Chicago en van

daar naar New-York voeren. Het was niet onmogelijk dat men het

tijdverlies weder zou inhalen. Er viel dus niet te aarzelen. Men moest

de onderneming wagen. Fogg wilde Aouda niet blootstellen aan de

kwellingen, welke aan eene reis in de open lucht verbonden zijn, en aan

de koude, die nog ondraaglijker werd door de snelheid waarmede men

rijden zou. Hij stelde haar dus voor, onder bescherming van

Passepartout aan het station Kearney te blijven. De goede jongen zou

zich dan belasten om haar langs een beteren weg en met gemakkelijker

vervoermiddelen naar Europa te brengen.

Aouda weigerde van Fogg te scheiden, en Passepartout rekende zich door

dit besluit zeer gelukkig. Inderdaad, voor niets ter wereld zou hij

zijn meester willen verlaten, daar Fix dezen nu vergezellen zou.

Wat de inspecteur van politie er van dacht valt moeilijk te zeggen. Was

zijne overtuiging aan het wankelen gebracht door den terugkeer van

Phileas Fogg, of hield hij hem voor een geslepen schurk, die dacht, na

zijn reis om de wereld volbracht te hebben, in Engeland in volmaakte

vrijheid te zullen zijn? Misschien was Fix’s overtuiging omtrent Fogg

wel eenigszins veranderd. Maar hij was toch nog altijd vast besloten

zijn plicht te doen.

Ten acht ure was de slede klaar om te vertrekken; men zou den tocht

beproeven. De passagiers namen plaats en wikkelden zich allen in hunne

reisdekens. De twee groote zeilen werden geheschen en, dank zij de

kracht van den wind, vloog de slede over de bevroren sneeuw, met een

snelheid van veertig mijlen in het uur.

De spoorweg van Kearney naar Omaha vormt een rechte lijn en is

hoogstens twee honderd mijlen van de laatste plaats verwijderd. Als de

wind zoo bleef, zou men in vijf uren dezen afstand hebben afgelegd.

Wanneer zich geen zwarigheid opdeed zou men dus ten een ure des

namiddags te Omaha aankomen.

Maar op welke wijze! De reizigers zaten tegen elkander gedrongen en

spraken geen woord. De koude was nog heviger geworden en door de

snelheid van de vaart was hun zelfs het spreken niet mogelijk. De slede

gleed even gemakkelijk over de vlakte als een vaartuig over het water,

behalve dat zij niet slingerde. Toen de wind vlak langs den grond

streek, scheen het alsof de slede door de zeilen werd opgelicht.

Mudge bleef aan het roer en hield altijd de rechte lijn; door eene

kleine wending voorkwam hij elke buiging en afwijking. Alle zeilen

waren bijgezet.

„Zoo er niets breekt,” zeide Mudge, „zullen wij er bij tijds komen.”

En Mudge had er belang hij om er op den bepaalden tijd te zijn, want

Fogg, getrouw aan zijn beginsel, had hem een aanzienlijke premie

toegezegd.

Het veld, dat de slede in een rechte lijn doorsneed, was zoo effen als

een zee. Men zou gezegd hebben dat het een bevroren vijver was. De

spoorweg, welke in dit gedeelte van het grondgebied dienst doet, ging

van het zuidwesten naar het noordoosten, door Grant Isle over Columbus,

eene belangrijke stad in Nebraska, Schuyler, Fremont en eindelijk op

Omaha af. De weg volgde geheel den oever der Platte-rivier. De slede

daarentegen koos den kortsten afstand, en nam de koord op den boog,

dien de spoorweg beschrijft. Mudge vreesde niet dat de Platte-rivier

een bezwaar zou opleveren bij de kleine bocht welke zij even vóór

Fremont maakt, omdat de oppervlakte er van geheel bevroren was. De weg

was dus vrij van alle hinderpalen en Fogg behoefde slechts twee dingen

te vreezen: een ongeluk aan de slede en het veranderen of het gaan

liggen van den wind. Maar de wind veranderde niet. Integendeel; hij

blies dat de mast er van boog; gelukkig dat zij met ijzeren draden

stevig was vastgemaakt.

„Deze draden geven de quint en de octaaf aan,” zeide Fogg. Dit waren de

eenige woorden, die hij gedurende den ganschen overtocht sprak. Aouda,

door zijne zorg in dekens ingepakt, was zoo goed mogelijk beschut tegen

de koude.

Wat Passepartout aangaat, met een gelaat zoo rood als de ondergaande

zon, ademde hij de scherpe lucht in. Met zijn onwrikbaar vertrouwen

begon hij weder te hopen. In plaats van ’s morgens te New-York aan te

komen zou men er ’s avonds zijn, maar er was nog kans dat men er

aankwam vóór het vertrek der mailboot naar Liverpool. Passepartout

gevoelde zelfs grooten lust om de hand van zijn bondgenoot Fix te

drukken, want hij vergat niet, dat het de inspecteur was, die deze

slede met zeilen had verschaft, het eenige middel om bij tijds te Omaha

te komen. Maar door een onbestemd voorgevoel gedreven, hield hij zich

op den gewonen afstand.

In elk geval, een ding zou hij nooit vergeten: de opoffering van Fogg

om hem uit de handen der Sioux te redden. Daarvoor had Fogg zijn leven

en zijn fortuin op het spel gezet. Dat zou zijn knecht zich ten

eeuwigen dage herinneren.

Terwijl ieder aan zijne eigene gedachten den vrijen loop liet, schoof

de slede met onbeschrijfelijke snelheid over de sneeuwvelden. Als zij

creeks of stroomen van de Littleblue-rivier passeerde, bemerkte men het

niet eens. De velden en rivieren toch waren allen met een wit kleed

bedekt. De vlakte overal even kaal. Het gedeelte tusschen de

Union-Pacific-road en den zijtak, die Kearney met Sint Joze verbindt,

vormde een groot onbewoond eiland. Geen dorp noch station, zelfs geen

fort was er te bekennen. Van tijd tot tijd snelde men als een

bliksemstraal een grijnzenden boom voorbij, waarvan de witte stam

samenkromp onder de stormvlagen. Somtijds zag men gansche zwermen wilde

vogels gelijktijdig opstijgen. Dan weder waren het de wolven uit de

prairiën, mager en uitgehongerd, die, door hun onduldbaren honger

voortgedreven, in dichte drommen opdaagden en in snelheid wedijverden

met de slede. Passepartout greep dan zijn revolver, gereed om op den

eersten, die binnen zijn bereik kwam, vuur te geven. Zoo op dat

oogenblik aan de slede eenig ongeluk overkomen ware, zouden de

reizigers zeker door deze verscheurende dieren zijn aangevallen en wat

dan hun lot zou zijn geweest ware moeielijk te voorzien. Maar de slede

hield zich goed; zij bleven de wolven vooruit en weldra hoorde men hun

gehuil slechts op verwijderden afstand.

Tegen den middag herkende Mudge aan eenige bepaalde punten dat hij de

Platte-rivier passeerde. Hij zeide niets, maar voor zich zelven was hij

zeker dat hij twintig mijlen verder het station Omaha zou hebben

bereikt. En inderdaad het was nog geen éen uur, toen de bekwame gids

het roer los liet en de zeilen reefde, terwijl de slede door haar eigen

vaart voortgedreven nog een halve mijl haar weg vervolgde zonder behulp

der zeilen. Eindelijk stond zij stil. Mudge wees op eenige besneeuwde

daken en zeide:

„Wij zijn er.”

Werkelijk was men aangekomen aan dit station, dat dagelijks door vele

treinen met het oostelijk gedeelte der Vereenigde Staten in gemeenschap

is.

Passepartout en Fix sprongen op den grond en schudden hunne verstijfde

ledematen. Zij hielpen Fogg en Aouda ook de slede uitstijgen. Fogg

rekende zeer edelmoedig met Mudge af; Passepartout drukte hem als een

vriend de hand en allen begaven zich toen onmiddellijk naar het station

van Ohama.

Het is in deze belangrijke stad van Nebraska, dat de eigenlijk gezegde

Pacific-spoorweg eindigt, welke de hoofdtak van de Mississippi in

gemeenschap stelt met den Atlantischen Oceaan. Maar om van Omaha de

reis naar Chicago te maken, loopt de spoorweg, bekend onder den naam

van Chicago-Rock-Island Road rechtstreeks naar het oosten, onder weg

voor 50 stations halt houdende. De trein stond gereed om te vertrekken.

Fogg en zijne reisgezellen hadden slechts den tijd om in een waggon te

springen. Zij hadden niets van Omaha gezien, maar Passepartout erkende

bij zich zelven dat hij er geen spijt van behoefde te hebben, omdat er

toch niets te zien was.

Met verbazende snelheid doorsneed de trein den staat Jowa, langs

Council-Bluffs, Des Moines en Jowa-City. Gedurende den nacht passeerde

hij de Mississipi te Davenport, en te Rock-Island bereikte hij

Illinois. Den 10den, ten elf ure ’s avonds, kwam hij te Chicago, dat

reeds weder opgebouwd is en trotscher dan ooit zich aan de oevers van

het schoone meer Michigan verheft.

Negen honderd mijlen scheiden Chicago van New-York. Het ontbrak te

Chicago niet aan treinen. Fogg ging terstond van den een in den ander.

De snuivende locomotief der Pittsburg-Fort-Wayne-Chicago-railroad

vertrok zoo snel mogelijk alsof zij begreep, dat de achtenswaardige

gentleman geen tijd te verliezen had. Hij trok als een bliksemstraal

Indiana, Ohio, Pensylvanie, Nieuw-Jersey door, passeerde ook eenige

steden met oude namen, waarvan sommige wel straten en tramways hadden,

maar nog geen huizen. Eindelijk zag men den 11den December, ’s avonds

kwart voor elven den Hudson; de trein stond in het station stil aan den

rechteroever van den stroom vlak voor het havenhoofd, waar de booten

van Cunard’s Britsch-Noord-Amerikaansche Koninklijke Stoompakket

Maatschappij, landden.... De China was vijf en veertig minuten te voren

naar Liverpool vertrokken.

De reis om de wereld in tachtig dagen · 第 32 / 39 题