Waarin de inspecteur Fix de belangen van Phileas Fogg zeer ter
harte neemt.
Phileas Fogg was twintig uur ten achteren; Passepartout was, hoewel
onwillekeurig, daarvan de schuld. Hij was wanhopend: hij had
ontegenzeglijk zijn meester geruïneerd.
Op dat oogenblik naderde Fix den heer Fogg en zag hem strak aan.
„Hebt gij waarlijk zooveel haast, mijnheer?” vroeg hij.
„Waarlijk,” antwoordde Fogg.
„Vergeef me dat ik er op aandring. Gij hebt er veel belang bij om den
11den vóór negen uur ’s avonds te New-York te zijn om van daar met de
mailboot naar Liverpool te vertrekken!”
„Een groot belang.”
„En zoo uwe reis niet door den aanval der Indianen ware vertraagd,
zoudt gij te New-York reeds in den morgen van den 11den zijn
aangekomen.”
„Ja, twaalf uur vóór de mailboot.”
„Goed. Gij zijt dus twintig uur ten achter. Tusschen twintig en twaalf
is het verschil acht. Wij moeten alzoo acht uur inhalen. Wilt gij dit
beproeven?”
„Te voet?” vroeg Fogg.
„Neen, met een slede,” antwoordde Fix, „met eene slede met zeilen. Een
man heeft mij dit vervoermiddel aangeboden.”
Het was de man, die Fix ’s nachts aangesproken had, en wien deze voor
zijn aanbod had bedankt.
Phileas Fogg antwoordde Fix niet; maar toen Fix hem den man in eigen
persoon, die op het station wandelde, had aangewezen, ging hij naar
dezen toe. Eenige oogenblikken later traden Fogg en de Amerikaan Mudge
in een hut aan den voet van het fort.
Daar bezichtigde Fogg een zeer zonderling voertuig, een soort van
sjees, vastgemaakt op twee lange balken, die van voren een weinig
opliepen als de onderlagen van een slede; daarin konden vijf of zes
personen plaats vinden. Op een derde gedeelte van de sjees, het meest
naar voren, was een ontzaglijk hooge mast geplaatst. Deze mast was
bevestigd door dikke ijzerdraden, waaraan weder een ijzeren stang
vastgemaakt was, welke diende om een fok van grooten omvang op te
hijschen. Achteraan was een roer dat den toestel stuurde. Het was alzoo
een slede, ingericht tot sloep. In den winter, op de bevroren vlakten
en wanneer de treinen door de sneeuw worden tegengehouden, gaan deze
voertuigen zeer snel van het eene station naar het andere. Zij hebben
bovendien veel zeilen, meer zelfs dan een kotter waarmede men
pleiziertochtjes maakt en die nog gevaar loopt van om te slaan; zoo zij
den wind achter hebben, glijden zij over de oppervlakte der velden met
gelijke snelheid, zoo niet sneller, dan een sneltrein.
In weinige oogenblikken waren Fogg en de patroon van dit
vaartuig-over-land het eens omtrent den prijs. De wind was gunstig. Het
woei sterk uit het westen. De sneeuw was hard bevroren en Mudge maakte
zich sterk Fogg in eenige uren te Omaha te brengen. Van daar vertrekken
vele treinen en zijn er ook een aantal wegen, die naar Chicago en van
daar naar New-York voeren. Het was niet onmogelijk dat men het
tijdverlies weder zou inhalen. Er viel dus niet te aarzelen. Men moest
de onderneming wagen. Fogg wilde Aouda niet blootstellen aan de
kwellingen, welke aan eene reis in de open lucht verbonden zijn, en aan
de koude, die nog ondraaglijker werd door de snelheid waarmede men
rijden zou. Hij stelde haar dus voor, onder bescherming van
Passepartout aan het station Kearney te blijven. De goede jongen zou
zich dan belasten om haar langs een beteren weg en met gemakkelijker
vervoermiddelen naar Europa te brengen.
Aouda weigerde van Fogg te scheiden, en Passepartout rekende zich door
dit besluit zeer gelukkig. Inderdaad, voor niets ter wereld zou hij
zijn meester willen verlaten, daar Fix dezen nu vergezellen zou.
Wat de inspecteur van politie er van dacht valt moeilijk te zeggen. Was
zijne overtuiging aan het wankelen gebracht door den terugkeer van
Phileas Fogg, of hield hij hem voor een geslepen schurk, die dacht, na
zijn reis om de wereld volbracht te hebben, in Engeland in volmaakte
vrijheid te zullen zijn? Misschien was Fix’s overtuiging omtrent Fogg
wel eenigszins veranderd. Maar hij was toch nog altijd vast besloten
zijn plicht te doen.
Ten acht ure was de slede klaar om te vertrekken; men zou den tocht
beproeven. De passagiers namen plaats en wikkelden zich allen in hunne
reisdekens. De twee groote zeilen werden geheschen en, dank zij de
kracht van den wind, vloog de slede over de bevroren sneeuw, met een
snelheid van veertig mijlen in het uur.
De spoorweg van Kearney naar Omaha vormt een rechte lijn en is
hoogstens twee honderd mijlen van de laatste plaats verwijderd. Als de
wind zoo bleef, zou men in vijf uren dezen afstand hebben afgelegd.
Wanneer zich geen zwarigheid opdeed zou men dus ten een ure des
namiddags te Omaha aankomen.
Maar op welke wijze! De reizigers zaten tegen elkander gedrongen en
spraken geen woord. De koude was nog heviger geworden en door de
snelheid van de vaart was hun zelfs het spreken niet mogelijk. De slede
gleed even gemakkelijk over de vlakte als een vaartuig over het water,
behalve dat zij niet slingerde. Toen de wind vlak langs den grond
streek, scheen het alsof de slede door de zeilen werd opgelicht.
Mudge bleef aan het roer en hield altijd de rechte lijn; door eene
kleine wending voorkwam hij elke buiging en afwijking. Alle zeilen
waren bijgezet.
„Zoo er niets breekt,” zeide Mudge, „zullen wij er bij tijds komen.”
En Mudge had er belang hij om er op den bepaalden tijd te zijn, want
Fogg, getrouw aan zijn beginsel, had hem een aanzienlijke premie
toegezegd.
Het veld, dat de slede in een rechte lijn doorsneed, was zoo effen als
een zee. Men zou gezegd hebben dat het een bevroren vijver was. De
spoorweg, welke in dit gedeelte van het grondgebied dienst doet, ging
van het zuidwesten naar het noordoosten, door Grant Isle over Columbus,
eene belangrijke stad in Nebraska, Schuyler, Fremont en eindelijk op
Omaha af. De weg volgde geheel den oever der Platte-rivier. De slede
daarentegen koos den kortsten afstand, en nam de koord op den boog,
dien de spoorweg beschrijft. Mudge vreesde niet dat de Platte-rivier
een bezwaar zou opleveren bij de kleine bocht welke zij even vóór
Fremont maakt, omdat de oppervlakte er van geheel bevroren was. De weg
was dus vrij van alle hinderpalen en Fogg behoefde slechts twee dingen
te vreezen: een ongeluk aan de slede en het veranderen of het gaan
liggen van den wind. Maar de wind veranderde niet. Integendeel; hij
blies dat de mast er van boog; gelukkig dat zij met ijzeren draden
stevig was vastgemaakt.
„Deze draden geven de quint en de octaaf aan,” zeide Fogg. Dit waren de
eenige woorden, die hij gedurende den ganschen overtocht sprak. Aouda,
door zijne zorg in dekens ingepakt, was zoo goed mogelijk beschut tegen
de koude.
Wat Passepartout aangaat, met een gelaat zoo rood als de ondergaande
zon, ademde hij de scherpe lucht in. Met zijn onwrikbaar vertrouwen
begon hij weder te hopen. In plaats van ’s morgens te New-York aan te
komen zou men er ’s avonds zijn, maar er was nog kans dat men er
aankwam vóór het vertrek der mailboot naar Liverpool. Passepartout
gevoelde zelfs grooten lust om de hand van zijn bondgenoot Fix te
drukken, want hij vergat niet, dat het de inspecteur was, die deze
slede met zeilen had verschaft, het eenige middel om bij tijds te Omaha
te komen. Maar door een onbestemd voorgevoel gedreven, hield hij zich
op den gewonen afstand.
In elk geval, een ding zou hij nooit vergeten: de opoffering van Fogg
om hem uit de handen der Sioux te redden. Daarvoor had Fogg zijn leven
en zijn fortuin op het spel gezet. Dat zou zijn knecht zich ten
eeuwigen dage herinneren.
Terwijl ieder aan zijne eigene gedachten den vrijen loop liet, schoof
de slede met onbeschrijfelijke snelheid over de sneeuwvelden. Als zij
creeks of stroomen van de Littleblue-rivier passeerde, bemerkte men het
niet eens. De velden en rivieren toch waren allen met een wit kleed
bedekt. De vlakte overal even kaal. Het gedeelte tusschen de
Union-Pacific-road en den zijtak, die Kearney met Sint Joze verbindt,
vormde een groot onbewoond eiland. Geen dorp noch station, zelfs geen
fort was er te bekennen. Van tijd tot tijd snelde men als een
bliksemstraal een grijnzenden boom voorbij, waarvan de witte stam
samenkromp onder de stormvlagen. Somtijds zag men gansche zwermen wilde
vogels gelijktijdig opstijgen. Dan weder waren het de wolven uit de
prairiën, mager en uitgehongerd, die, door hun onduldbaren honger
voortgedreven, in dichte drommen opdaagden en in snelheid wedijverden
met de slede. Passepartout greep dan zijn revolver, gereed om op den
eersten, die binnen zijn bereik kwam, vuur te geven. Zoo op dat
oogenblik aan de slede eenig ongeluk overkomen ware, zouden de
reizigers zeker door deze verscheurende dieren zijn aangevallen en wat
dan hun lot zou zijn geweest ware moeielijk te voorzien. Maar de slede
hield zich goed; zij bleven de wolven vooruit en weldra hoorde men hun
gehuil slechts op verwijderden afstand.
Tegen den middag herkende Mudge aan eenige bepaalde punten dat hij de
Platte-rivier passeerde. Hij zeide niets, maar voor zich zelven was hij
zeker dat hij twintig mijlen verder het station Omaha zou hebben
bereikt. En inderdaad het was nog geen éen uur, toen de bekwame gids
het roer los liet en de zeilen reefde, terwijl de slede door haar eigen
vaart voortgedreven nog een halve mijl haar weg vervolgde zonder behulp
der zeilen. Eindelijk stond zij stil. Mudge wees op eenige besneeuwde
daken en zeide:
„Wij zijn er.”
Werkelijk was men aangekomen aan dit station, dat dagelijks door vele
treinen met het oostelijk gedeelte der Vereenigde Staten in gemeenschap
is.
Passepartout en Fix sprongen op den grond en schudden hunne verstijfde
ledematen. Zij hielpen Fogg en Aouda ook de slede uitstijgen. Fogg
rekende zeer edelmoedig met Mudge af; Passepartout drukte hem als een
vriend de hand en allen begaven zich toen onmiddellijk naar het station
van Ohama.
Het is in deze belangrijke stad van Nebraska, dat de eigenlijk gezegde
Pacific-spoorweg eindigt, welke de hoofdtak van de Mississippi in
gemeenschap stelt met den Atlantischen Oceaan. Maar om van Omaha de
reis naar Chicago te maken, loopt de spoorweg, bekend onder den naam
van Chicago-Rock-Island Road rechtstreeks naar het oosten, onder weg
voor 50 stations halt houdende. De trein stond gereed om te vertrekken.
Fogg en zijne reisgezellen hadden slechts den tijd om in een waggon te
springen. Zij hadden niets van Omaha gezien, maar Passepartout erkende
bij zich zelven dat hij er geen spijt van behoefde te hebben, omdat er
toch niets te zien was.
Met verbazende snelheid doorsneed de trein den staat Jowa, langs
Council-Bluffs, Des Moines en Jowa-City. Gedurende den nacht passeerde
hij de Mississipi te Davenport, en te Rock-Island bereikte hij
Illinois. Den 10den, ten elf ure ’s avonds, kwam hij te Chicago, dat
reeds weder opgebouwd is en trotscher dan ooit zich aan de oevers van
het schoone meer Michigan verheft.
Negen honderd mijlen scheiden Chicago van New-York. Het ontbrak te
Chicago niet aan treinen. Fogg ging terstond van den een in den ander.
De snuivende locomotief der Pittsburg-Fort-Wayne-Chicago-railroad
vertrok zoo snel mogelijk alsof zij begreep, dat de achtenswaardige
gentleman geen tijd te verliezen had. Hij trok als een bliksemstraal
Indiana, Ohio, Pensylvanie, Nieuw-Jersey door, passeerde ook eenige
steden met oude namen, waarvan sommige wel straten en tramways hadden,
maar nog geen huizen. Eindelijk zag men den 11den December, ’s avonds
kwart voor elven den Hudson; de trein stond in het station stil aan den
rechteroever van den stroom vlak voor het havenhoofd, waar de booten
van Cunard’s Britsch-Noord-Amerikaansche Koninklijke Stoompakket
Maatschappij, landden.... De China was vijf en veertig minuten te voren
naar Liverpool vertrokken.