VIER EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.

Waarin de overtocht van de Stille Zuidzee eindelijk ten einde wordt

gebracht.

Wat er in het gezicht van Shangaï gebeurd was, begrijpt men. De

signalen, door de Tankadère gegeven, werden door de mailboot naar

Yokohama bemerkt. Toen de kapitein de noodvlag geheschen zag, had hij

naar den schoener koers gezet. Eenige oogenblikken later betaalde

Phileas Fogg den overeengekomen prijs en gaf nog aan John Bunsby vijf

honderd vijftig pond. Daarop waren de gentleman, Aouda en Fix aan boord

van de stoomboot gegaan, welke terstond haar weg naar Yokohama

vervolgde. Denzelfden morgen, 14 November, op het door het reglement

vastgestelde uur, kwam zij te Yokohama aan. Fix ging zijne zaken

regelen. Fogg begaf zich aan boord van de Carnatic en daar vernam hij,

tot groot genoegen van Aouda en misschien ook tot zijn eigen

genoegen—maar hij liet er niets van blijken—dat de Franschman

Passepartout den vorigen avond reeds te Yokohama was aangekomen.

Phileas Fogg, die nog dezen avond naar San-Francisco vertrekken moest,

ging terstond Passepartout opzoeken. Hij had zich reeds tot de

engelsche en fransche consuls gewend, maar alles zonder gevolg, en na

nog eenigen tijd te vergeefs de straten doorkruist te hebben, wanhoopte

hij er aan Passepartout terug te vinden, toen hem het toeval, of liever

zeker voorgevoel, de tent van Batulcar deed binnentreden. Hij had zeker

zijn bediende niet onder diens zonderlinge vermomming herkend; maar

deze in zijne liggende houding had zijn meester in de galerij

opgemerkt. Hij kon een beweging niet weerhouden. Daardoor werd het

evenwicht verbroken, en men weet wat er volgde.

Ziedaar wat Passepartout uit den mond zelven van mevrouw Aouda vernam,

die hem den overtocht van Hong-Kong naar Yokohama vertelde, in

gezelschap van een zekeren heer Fix, op den schoener de Tankadère.

Op den naam van Fix vertrok Passepartout zijn gelaat niet. Hij begreep,

dat het oogenblik nog niet gekomen was om aan zijn meester te vertellen

hetgeen tusschen hem en Fix had plaats gehad. Ook toen Passepartout

zijne avonturen verhaalde, beschuldigde en verontschuldigde hij zich

slechts over het gebruik van opium in een tabagie te Yokohama.

Fogg hoorde alles aan zonder hem in de rede te vallen; daarop gaf hij

zijn bediende het noodige geld, om zich aan boord eenige betere

kleederen aan te schaffen. En een uur later, toen de bediende zijn neus

had afgelegd en zijne vleugels had geknipt, geleek hij niets meer op

een der volgelingen van den god Tingoe.

De mailboot, welke de gemeenschap onderhoudt tusschen Yokohama en

San-Francisco, behoort aan de Pacific Mail-Steam-Company, en heette

General Grant. Het was een groote stoomboot, metende twee duizend vijf

honderd ton, goed ingericht en zeer snelloopend. Een ontzaglijke zuiger

rees en daalde onophoudelijk boven het dek; aan een der uiteinden was

de stang van een zuiger; aan de andere die van een hefboom, die de

loodrechte beweging in eene excentrische veranderde en op de as der

raderen werkte. De General Grant was getuigd als driemast-schoener met

een aanzienlijk zeilvermogen, waardoor de stoom krachtig werd

ondersteund. Zij legde twaalf mijlen in het uur af; de mailboot had dus

niet meer noodig dan een en twintig dagen om de Stille Zuidzee over te

steken. Phileas Fogg kon alzoo rekenen op den 2en December te

San-Francisco te zijn, den l0en te New-York en den 20en te Londen. Hij

won zoodoende nog eenige uren op den uitersten dag, die den 21en

December zou aanbreken.

Er waren een aantal passagiers aan boord; Engelschen, Amerikanen, eene

ware landverhuizing van koelies naar Amerika, en eenige officieren in

dienst van het indische leger, die van hun verlof gebruik maakten om

een reis om de wereld te doen. Gedurende dezen overtocht had er niets

merkwaardigs plaats. De mailboot, voorgestuwd door hare groote raderen

en bijgestaan door haar zeilvermogen, schommelde weinig. De Stille

Zuidzee rechtvaardigt tamelijk wel haar naam. Fogg was ook zeer kalm,

en, zooals gewoonlijk, weinig spraakzaam. De jonge vrouw voelde zich al

meer en meer aan hem gehecht, nog door andere banden dan die der

erkentelijkheid. Deze kalme natuur, altijd zich zelve meester, boeide

haar meer dan zij zelve wel wist en het was schier buiten haar weten

dat zich een gevoel van haar meester maakte, waarvan de ondoordringbare

Fogg intusschen niet den minsten invloed ondervond. Bovendien stelde

Aouda in de plannen van den gentleman veel belang en zij was zeer

bezorgd dat er eenig voorval mocht plaats grijpen, waardoor de reis van

den gentleman kon vertraagd worden.

Dikwijls sprak zij er met Passepartout over, die zeer goed begreep wat

er in het hart van de dame omging. De goede knecht had voor den Brit

een onbegrensden eerbied, hij kon niet genoeg spreken over zijns

meesters edelmoedigheid, eerlijkheid en genegenheid. Altijd stelde hij

Aouda gerust omtrent den goeden uitslag der reis, bij herhaling

verzekerende, dat het moeielijkste reeds voorbij was, daar men de

minder bereisde landen van China en Japan achter den rug had en nu

weder op meer bekend grondgebied kwam, en dat eindelijk een trein van

San-Francisco naar New-York en een transatlantische boot van New-York

naar Londen zonder twijfel voldoende zouden zijn om deze onmogelijke

reis om de wereld binnen den overeengekomen tijd te volbrengen.

Negen dagen na het verlaten van Yokohama, had Phileas Fogg precies de

helft der aarde omgereisd. Werkelijk was de General Grant den 23en

November den honderd tachtigsten meridiaan gepasseerd, waarin, op het

zuidelijk halfrond, de Londensche tegenvoeters wonen. Van de tachtig

dagen, die tot Fogg’s beschikking waren gesteld, had hij er twee en

vijftig gebruikt; er bleven hem dus nog maar acht en twintig over. Maar

men moet in aanmerking nemen dat, zoo deze gentleman de helft van zijn

weg reeds had afgelegd, dat is de helft der meridianen, hij in

werkelijkheid meer dan twee derden van de geheele reis had volbracht.

Welke gedwongen omwegen toch moet men maken, om van Londen naar Aden,

van Aden naar Bombay, van Calcutta naar Singapore, en van Singapore

naar Yokohama te komen! Als hij de vijftigste paralel gevolgd had—dat

is die, welke over Londen loopt—zou de afstand slechts ongeveer twaalf

duizend mijlen geweest zijn, maar nu was Phileas Fogg genoodzaakt

geweest, dank zij de middelen van vervoer, om zes en twintig duizend

mijlen af te leggen, waarvan hij ongeveer zeventien duizend vijf

honderd op den 23en November achter den rug had. Maar nu had men met

geen omwegen meer te maken, en was Fix er gelukkig niet meer om den

eenen hinderpaal na den anderen in den weg te leggen.

Passepartout was op den 23sten November zeer in zijn schik. Men

herinnert zich dat hij eigenzinnig genoeg was geweest, om zijn horloge

niet te verzetten, en beweerd had, dat alle klokken in de landen, welke

hij doorreisd had, verkeerd liepen. Op dien dag nu, ging zijn horloge,

ofschoon hij het noch vóór- noch achteruit gezet had, volkomen gelijk

met de klokken aan boord.

Dat Passepartout zegevierde, begrijpt men zeer goed; maar hij zou wel

eens willen weten, wat Fix, als hij er was, zou gezegd hebben.

„Die schurk, welke mij een menigte dingen vertelde over de meridianen,

de zon en de maan!” sprak Passepartout bij zich zelven. „Ha, ha! zoo

men naar die lui eens hoorde, wat zou men mooie horloges kunnen maken.

Ik was er wel zeker van dat den een of anderen dag de zon zich naar

mijn horloge zou regelen.”

Maar Passepartout wist niet, dat, zoo de wijzerplaat van zijn uurwerk

ingericht ware geweest op italiaansche wijze, namelijk in vier en

twintig uren verdeeld, hij volstrekt geene reden zou hebben om zich

zelven geluk te wenschen, want als de wijzers van zijn horloge op negen

uur ’s morgens stonden, zou men op deze negen uur ’s avonds hebben, dat

is te zeggen het een en twintigste uur na middernacht, dus het juiste

verschil, dat er tusschen Londen en den honderdtachtigsten meridiaan

bestaat.

Maar al had Fix hem dit zeer duidelijk kunnen uitleggen, dan ware

Passepartout toch niet in staat geweest om het te begrijpen, of ten

minste om het te willen begrijpen. En, in elk geval, zoo—wat ondenkbaar

was—de inspecteur plotseling te voorschijn ware gekomen, zou

Passepartout, die natuurlijk nog eenigen wrok tegen hem koesterde, een

geheel ander voorwerp met hem behandeld hebben.

Waar was Fix op dat oogenblik?....

Fix was aan boord van de General Grant.

Toen namelijk de inspecteur te Yokohama was aangekomen en Fogg verlaten

had, dien hij in den loop van den dag weder hoopte terug te vinden, had

hij zich terstond naar den engelschen consul begeven. Daar had hij

eindelijk het mandaat gevonden, hetwelk hem reeds van Bombay af volgde:

en dus al veertig dagen oud was; dit bevel tot inhechtenisneming was te

Hong-Kong met de Carnatic afgezonden, waarop men meende dat hij zich

bevond. Men kan dus denken hoe groot de teleurstelling van den

inspecteur was. Het bevel had nu geen waarde meer! Fogg had het

engelsche grondgebied verlaten! Er was thans een akte van uitlevering

noodig, om hem te kunnen arresteeren.

„Goed!” dacht Fix, toen hij weder tot kalmte was gekomen. „Mijn mandaat

kan hier niet meer dienen, maar dan toch wel weder in Engeland. Deze

schelm schijnt alle plan te hebben om weder in Engeland terug te

keeren, nadat hij de politie van het spoor heeft geleid. Welnu, ik zal

hem daarheen volgen! Wat het geld betreft, de hemel geve, dat er nog

wat mag overschieten. Maar hij heeft reeds voor reiskosten, premiën,

processen, boeten, olifanten en allerlei andere onkosten meer dan vijf

duizend pond uitgegeven. Maar wat doet er toe? de bank is rijk!”

Dit overlegd hebbende, begaf hij zich op de General Grant. Hij was

reeds aan boord, toen Fogg en Aouda daar aankwamen. Tot zijne groote

verwondering, herkende hij Passepartout in zijn heldencostuum. Hij

verborg zich terstond in zijne hut, om alle mogelijke verklaringen te

ontloopen, die zijne plannen soms mochten schaden, en dank zij het

aantal passagiers, welke zich aan boord bevonden, rekende hij er op van

zijn vijand ontslagen te zijn, toen hij hem op dien morgen op het

voordek juist onder de oogen kwam. Passepartout greep hem bij de keel,

zonder eenige opheldering, tot groot genoegen van eenige Amerikanen,

die terstond voor hem eene weddenschap aangingen; hij gaf den

ongelukkige een geducht pak slaag, hetwelk de voortreffelijkheid van

het fransche boven het engelsche boksen ten volle bewees. Toen

Passepartout dit gedaan had, gevoelde hij zich veel kalmer en rustiger.

Fix richtte zich op in niet zeer benijdenswaardigen toestand, keek zijn

tegenpartij eens aan, en vroeg op kalmen toon:

„Is het klaar?”

„Ja, voor het oogenblik.”

„Dan heb ik je wat te zeggen.”

„Dat ik....”

„In het belang van uw meester.”

De koelbloedigheid van den inspecteur maakte zulk een indruk op

Passepartout, dat hij dezen naar het voordek volgde.

„Gij hebt mij afgeranseld,” zeide Fix: „goed, ik was er op voorbereid.

Maar luister nu ook naar mij. Tot nog toe was ik Fogg’s tegenstander,

maar nu verlang ik hem in alles te helpen.”

„Dus dan gelooft gij toch eindelijk dat hij een eerlijk man is?”

„Neen,” antwoordde Fix kalm, „ik geloof nog dat hij een schelm is....

Stil, val mij niet in de rede. Zoolang Fogg op engelsch grondgebied

was, had ik er belang bij hem terug te houden om het bevel tot

inhechtenisneming te kunnen bekomen. Ik heb mijn best daarvoor gedaan.

Ik heb de priesters van Bombay op hem afgestuurd, ik heb u te Hong-Kong

dronken gemaakt, ik heb u van uw meester zoeken te scheiden, ik heb hem

de mailboot te Yokohama doen misloopen....”

Passepartout luisterde met gebalde vuisten.

„Fogg schijnt nu weder naar Engeland terug te keeren,” vervolgde Fix.

„Het zij zoo! Ik zal hem tot daar volgen. Maar voortaan zal ik trachten

alle zwarigheden uit den weg te ruimen, zooals ik die vroeger zocht op

te werpen. Gij ziet, mijn rol is veranderd en zij is veranderd omdat

mijn belang het medebrengt. Ik voeg er bij, dat uw belang hetzelfde is

als het mijne, want het is eerst in Engeland dat gij weten zult of gij

in dienst zijt van een dief of van een eerlijk man.”

Passepartout had zeer goed geluisterd en hij was overtuigd, dar Fix ter

goeder trouw sprak.

„Wij zijn dus goede vrienden?” vroeg Fix.

„Vrienden niet,” zeide Passepartout, „maar wel bondgenooten, en

voorwaardelijk, want bij het minste verraad, draai ik je den nek om.”

„Dat is goed,” antwoordde de inspecteur kalm.

Elf dagen na den 3den December liep de General Grant de haven

Porto-d’Oro binnen en kwam zij te San-Francisco aan.

Fogg had geen dag verloren noch gewonnen.

De reis om de wereld in tachtig dagen · 第 25 / 39 题