Waarin de overtocht van de Stille Zuidzee eindelijk ten einde wordt
gebracht.
Wat er in het gezicht van Shangaï gebeurd was, begrijpt men. De
signalen, door de Tankadère gegeven, werden door de mailboot naar
Yokohama bemerkt. Toen de kapitein de noodvlag geheschen zag, had hij
naar den schoener koers gezet. Eenige oogenblikken later betaalde
Phileas Fogg den overeengekomen prijs en gaf nog aan John Bunsby vijf
honderd vijftig pond. Daarop waren de gentleman, Aouda en Fix aan boord
van de stoomboot gegaan, welke terstond haar weg naar Yokohama
vervolgde. Denzelfden morgen, 14 November, op het door het reglement
vastgestelde uur, kwam zij te Yokohama aan. Fix ging zijne zaken
regelen. Fogg begaf zich aan boord van de Carnatic en daar vernam hij,
tot groot genoegen van Aouda en misschien ook tot zijn eigen
genoegen—maar hij liet er niets van blijken—dat de Franschman
Passepartout den vorigen avond reeds te Yokohama was aangekomen.
Phileas Fogg, die nog dezen avond naar San-Francisco vertrekken moest,
ging terstond Passepartout opzoeken. Hij had zich reeds tot de
engelsche en fransche consuls gewend, maar alles zonder gevolg, en na
nog eenigen tijd te vergeefs de straten doorkruist te hebben, wanhoopte
hij er aan Passepartout terug te vinden, toen hem het toeval, of liever
zeker voorgevoel, de tent van Batulcar deed binnentreden. Hij had zeker
zijn bediende niet onder diens zonderlinge vermomming herkend; maar
deze in zijne liggende houding had zijn meester in de galerij
opgemerkt. Hij kon een beweging niet weerhouden. Daardoor werd het
evenwicht verbroken, en men weet wat er volgde.
Ziedaar wat Passepartout uit den mond zelven van mevrouw Aouda vernam,
die hem den overtocht van Hong-Kong naar Yokohama vertelde, in
gezelschap van een zekeren heer Fix, op den schoener de Tankadère.
Op den naam van Fix vertrok Passepartout zijn gelaat niet. Hij begreep,
dat het oogenblik nog niet gekomen was om aan zijn meester te vertellen
hetgeen tusschen hem en Fix had plaats gehad. Ook toen Passepartout
zijne avonturen verhaalde, beschuldigde en verontschuldigde hij zich
slechts over het gebruik van opium in een tabagie te Yokohama.
Fogg hoorde alles aan zonder hem in de rede te vallen; daarop gaf hij
zijn bediende het noodige geld, om zich aan boord eenige betere
kleederen aan te schaffen. En een uur later, toen de bediende zijn neus
had afgelegd en zijne vleugels had geknipt, geleek hij niets meer op
een der volgelingen van den god Tingoe.
De mailboot, welke de gemeenschap onderhoudt tusschen Yokohama en
San-Francisco, behoort aan de Pacific Mail-Steam-Company, en heette
General Grant. Het was een groote stoomboot, metende twee duizend vijf
honderd ton, goed ingericht en zeer snelloopend. Een ontzaglijke zuiger
rees en daalde onophoudelijk boven het dek; aan een der uiteinden was
de stang van een zuiger; aan de andere die van een hefboom, die de
loodrechte beweging in eene excentrische veranderde en op de as der
raderen werkte. De General Grant was getuigd als driemast-schoener met
een aanzienlijk zeilvermogen, waardoor de stoom krachtig werd
ondersteund. Zij legde twaalf mijlen in het uur af; de mailboot had dus
niet meer noodig dan een en twintig dagen om de Stille Zuidzee over te
steken. Phileas Fogg kon alzoo rekenen op den 2en December te
San-Francisco te zijn, den l0en te New-York en den 20en te Londen. Hij
won zoodoende nog eenige uren op den uitersten dag, die den 21en
December zou aanbreken.
Er waren een aantal passagiers aan boord; Engelschen, Amerikanen, eene
ware landverhuizing van koelies naar Amerika, en eenige officieren in
dienst van het indische leger, die van hun verlof gebruik maakten om
een reis om de wereld te doen. Gedurende dezen overtocht had er niets
merkwaardigs plaats. De mailboot, voorgestuwd door hare groote raderen
en bijgestaan door haar zeilvermogen, schommelde weinig. De Stille
Zuidzee rechtvaardigt tamelijk wel haar naam. Fogg was ook zeer kalm,
en, zooals gewoonlijk, weinig spraakzaam. De jonge vrouw voelde zich al
meer en meer aan hem gehecht, nog door andere banden dan die der
erkentelijkheid. Deze kalme natuur, altijd zich zelve meester, boeide
haar meer dan zij zelve wel wist en het was schier buiten haar weten
dat zich een gevoel van haar meester maakte, waarvan de ondoordringbare
Fogg intusschen niet den minsten invloed ondervond. Bovendien stelde
Aouda in de plannen van den gentleman veel belang en zij was zeer
bezorgd dat er eenig voorval mocht plaats grijpen, waardoor de reis van
den gentleman kon vertraagd worden.
Dikwijls sprak zij er met Passepartout over, die zeer goed begreep wat
er in het hart van de dame omging. De goede knecht had voor den Brit
een onbegrensden eerbied, hij kon niet genoeg spreken over zijns
meesters edelmoedigheid, eerlijkheid en genegenheid. Altijd stelde hij
Aouda gerust omtrent den goeden uitslag der reis, bij herhaling
verzekerende, dat het moeielijkste reeds voorbij was, daar men de
minder bereisde landen van China en Japan achter den rug had en nu
weder op meer bekend grondgebied kwam, en dat eindelijk een trein van
San-Francisco naar New-York en een transatlantische boot van New-York
naar Londen zonder twijfel voldoende zouden zijn om deze onmogelijke
reis om de wereld binnen den overeengekomen tijd te volbrengen.
Negen dagen na het verlaten van Yokohama, had Phileas Fogg precies de
helft der aarde omgereisd. Werkelijk was de General Grant den 23en
November den honderd tachtigsten meridiaan gepasseerd, waarin, op het
zuidelijk halfrond, de Londensche tegenvoeters wonen. Van de tachtig
dagen, die tot Fogg’s beschikking waren gesteld, had hij er twee en
vijftig gebruikt; er bleven hem dus nog maar acht en twintig over. Maar
men moet in aanmerking nemen dat, zoo deze gentleman de helft van zijn
weg reeds had afgelegd, dat is de helft der meridianen, hij in
werkelijkheid meer dan twee derden van de geheele reis had volbracht.
Welke gedwongen omwegen toch moet men maken, om van Londen naar Aden,
van Aden naar Bombay, van Calcutta naar Singapore, en van Singapore
naar Yokohama te komen! Als hij de vijftigste paralel gevolgd had—dat
is die, welke over Londen loopt—zou de afstand slechts ongeveer twaalf
duizend mijlen geweest zijn, maar nu was Phileas Fogg genoodzaakt
geweest, dank zij de middelen van vervoer, om zes en twintig duizend
mijlen af te leggen, waarvan hij ongeveer zeventien duizend vijf
honderd op den 23en November achter den rug had. Maar nu had men met
geen omwegen meer te maken, en was Fix er gelukkig niet meer om den
eenen hinderpaal na den anderen in den weg te leggen.
Passepartout was op den 23sten November zeer in zijn schik. Men
herinnert zich dat hij eigenzinnig genoeg was geweest, om zijn horloge
niet te verzetten, en beweerd had, dat alle klokken in de landen, welke
hij doorreisd had, verkeerd liepen. Op dien dag nu, ging zijn horloge,
ofschoon hij het noch vóór- noch achteruit gezet had, volkomen gelijk
met de klokken aan boord.
Dat Passepartout zegevierde, begrijpt men zeer goed; maar hij zou wel
eens willen weten, wat Fix, als hij er was, zou gezegd hebben.
„Die schurk, welke mij een menigte dingen vertelde over de meridianen,
de zon en de maan!” sprak Passepartout bij zich zelven. „Ha, ha! zoo
men naar die lui eens hoorde, wat zou men mooie horloges kunnen maken.
Ik was er wel zeker van dat den een of anderen dag de zon zich naar
mijn horloge zou regelen.”
Maar Passepartout wist niet, dat, zoo de wijzerplaat van zijn uurwerk
ingericht ware geweest op italiaansche wijze, namelijk in vier en
twintig uren verdeeld, hij volstrekt geene reden zou hebben om zich
zelven geluk te wenschen, want als de wijzers van zijn horloge op negen
uur ’s morgens stonden, zou men op deze negen uur ’s avonds hebben, dat
is te zeggen het een en twintigste uur na middernacht, dus het juiste
verschil, dat er tusschen Londen en den honderdtachtigsten meridiaan
bestaat.
Maar al had Fix hem dit zeer duidelijk kunnen uitleggen, dan ware
Passepartout toch niet in staat geweest om het te begrijpen, of ten
minste om het te willen begrijpen. En, in elk geval, zoo—wat ondenkbaar
was—de inspecteur plotseling te voorschijn ware gekomen, zou
Passepartout, die natuurlijk nog eenigen wrok tegen hem koesterde, een
geheel ander voorwerp met hem behandeld hebben.
Waar was Fix op dat oogenblik?....
Fix was aan boord van de General Grant.
Toen namelijk de inspecteur te Yokohama was aangekomen en Fogg verlaten
had, dien hij in den loop van den dag weder hoopte terug te vinden, had
hij zich terstond naar den engelschen consul begeven. Daar had hij
eindelijk het mandaat gevonden, hetwelk hem reeds van Bombay af volgde:
en dus al veertig dagen oud was; dit bevel tot inhechtenisneming was te
Hong-Kong met de Carnatic afgezonden, waarop men meende dat hij zich
bevond. Men kan dus denken hoe groot de teleurstelling van den
inspecteur was. Het bevel had nu geen waarde meer! Fogg had het
engelsche grondgebied verlaten! Er was thans een akte van uitlevering
noodig, om hem te kunnen arresteeren.
„Goed!” dacht Fix, toen hij weder tot kalmte was gekomen. „Mijn mandaat
kan hier niet meer dienen, maar dan toch wel weder in Engeland. Deze
schelm schijnt alle plan te hebben om weder in Engeland terug te
keeren, nadat hij de politie van het spoor heeft geleid. Welnu, ik zal
hem daarheen volgen! Wat het geld betreft, de hemel geve, dat er nog
wat mag overschieten. Maar hij heeft reeds voor reiskosten, premiën,
processen, boeten, olifanten en allerlei andere onkosten meer dan vijf
duizend pond uitgegeven. Maar wat doet er toe? de bank is rijk!”
Dit overlegd hebbende, begaf hij zich op de General Grant. Hij was
reeds aan boord, toen Fogg en Aouda daar aankwamen. Tot zijne groote
verwondering, herkende hij Passepartout in zijn heldencostuum. Hij
verborg zich terstond in zijne hut, om alle mogelijke verklaringen te
ontloopen, die zijne plannen soms mochten schaden, en dank zij het
aantal passagiers, welke zich aan boord bevonden, rekende hij er op van
zijn vijand ontslagen te zijn, toen hij hem op dien morgen op het
voordek juist onder de oogen kwam. Passepartout greep hem bij de keel,
zonder eenige opheldering, tot groot genoegen van eenige Amerikanen,
die terstond voor hem eene weddenschap aangingen; hij gaf den
ongelukkige een geducht pak slaag, hetwelk de voortreffelijkheid van
het fransche boven het engelsche boksen ten volle bewees. Toen
Passepartout dit gedaan had, gevoelde hij zich veel kalmer en rustiger.
Fix richtte zich op in niet zeer benijdenswaardigen toestand, keek zijn
tegenpartij eens aan, en vroeg op kalmen toon:
„Is het klaar?”
„Ja, voor het oogenblik.”
„Dan heb ik je wat te zeggen.”
„Dat ik....”
„In het belang van uw meester.”
De koelbloedigheid van den inspecteur maakte zulk een indruk op
Passepartout, dat hij dezen naar het voordek volgde.
„Gij hebt mij afgeranseld,” zeide Fix: „goed, ik was er op voorbereid.
Maar luister nu ook naar mij. Tot nog toe was ik Fogg’s tegenstander,
maar nu verlang ik hem in alles te helpen.”
„Dus dan gelooft gij toch eindelijk dat hij een eerlijk man is?”
„Neen,” antwoordde Fix kalm, „ik geloof nog dat hij een schelm is....
Stil, val mij niet in de rede. Zoolang Fogg op engelsch grondgebied
was, had ik er belang bij hem terug te houden om het bevel tot
inhechtenisneming te kunnen bekomen. Ik heb mijn best daarvoor gedaan.
Ik heb de priesters van Bombay op hem afgestuurd, ik heb u te Hong-Kong
dronken gemaakt, ik heb u van uw meester zoeken te scheiden, ik heb hem
de mailboot te Yokohama doen misloopen....”
Passepartout luisterde met gebalde vuisten.
„Fogg schijnt nu weder naar Engeland terug te keeren,” vervolgde Fix.
„Het zij zoo! Ik zal hem tot daar volgen. Maar voortaan zal ik trachten
alle zwarigheden uit den weg te ruimen, zooals ik die vroeger zocht op
te werpen. Gij ziet, mijn rol is veranderd en zij is veranderd omdat
mijn belang het medebrengt. Ik voeg er bij, dat uw belang hetzelfde is
als het mijne, want het is eerst in Engeland dat gij weten zult of gij
in dienst zijt van een dief of van een eerlijk man.”
Passepartout had zeer goed geluisterd en hij was overtuigd, dar Fix ter
goeder trouw sprak.
„Wij zijn dus goede vrienden?” vroeg Fix.
„Vrienden niet,” zeide Passepartout, „maar wel bondgenooten, en
voorwaardelijk, want bij het minste verraad, draai ik je den nek om.”
„Dat is goed,” antwoordde de inspecteur kalm.
Elf dagen na den 3den December liep de General Grant de haven
Porto-d’Oro binnen en kwam zij te San-Francisco aan.
Fogg had geen dag verloren noch gewonnen.