Waarin Fix het doet voorkomen niets te weten van de zaken, waarover
men hem spreekt.
De Rangoon, een der mailbooten van de P. en O. Compagnie, die de
Chineesche en Japansche zeeën bevaart, evenaarde de Mongolia in
snelheid, maar niet in goede inrichting. Mevrouw Aouda had hier dan ook
niet zulk een goede plaats bekomen, als Fogg wel gewenscht had. Maar
het was slechts een tocht van elf of twaalf dagen en de jeugdige vrouw
was geen lastige reisgezellin.
Gedurende de eerste dagen van dezen overtocht maakte Aouda nadere
kennis met Fogg. Bij elke gelegenheid betoonde zij hem de grootste
dankbaarheid. De flegmatieke gentleman hoorde haar, althans
oogenschijnlijk, met de meeste kalmte aan, zonder dat eenig woord of
gebaar de minste aandoening verried. Hij zorgde altijd dat het de jonge
vrouw aan niets ontbrak. Op bepaalde uren kwam hij bij haar, zoo niet
om tot haar te spreken, dan toch om naar haar te luisteren. Hij nam
jegens haar de grootste beleefdheid in acht, maar met het bevallige en
werktuigelijke van een automaat, wiens bewegingen geheel voor dit doel
waren ingericht. Mevrouw Aouda wist niet wat zij er van denken moest,
maar Passepartout had haar eenigszins ingelicht omtrent het zonderlinge
karakter van zijn meester. Hij vertelde haar ook welke weddenschap
dezen de reis om de wereld deed maken. Mevrouw Aouda had er om
geglimlacht, maar in elk geval had zij haar leven aan hem te danken, en
haar redder kon in hare achting niet dalen, daar zij hem steeds door de
oogen harer dankbaarheid zag.
Mevrouw Aouda bevestigde het verhaal, dat de hindoesche gids van hare
treurige geschiedenis gedaan had. Zij behoorde inderdaad tot het ras,
dat de eerste plaats inneemt onder de Indische volksstammen.
Vele parsische hoofden hebben groote zaken in Indië in den katoenhandel
gedaan. Een van hen, Sir James Jejeebhoy, was door het Engelsche
Gouvernement tot den adelstand verheven, en mevrouw Aouda was familie
van dezen rijken koopman, die te Bombay woonde. Zij was zelfs een nicht
van sir Jejeebhoy, den achtbaren Jejeeb, dien zij te Hong-Kong hoopte
aan te treffen. Zou zij bij hem een toevluchtsoord en hulp vinden? Zij
was er niet zeker van. Op dezen twijfel antwoordde Fogg, dat zij zich
daarover niet ongerust moest maken en dat alles zich wel schikken zou.
Dit was altijd zijn laatste woord.
Begreep de jonge vrouw dit raadselachtige woord? Wie zal het zeggen?
Altijd vestigde zij op Fogg hare groote oogen, vochtig als de heilige
meren van den Himalaya. Maar de onhandelbare Fogg, nog geslotener dan
ooit, scheen de man niet om zich in dit meer te werpen.
Het eerste gedeelte van den overtocht met den Rangoon had plaats onder
de gunstigste omstandigheden. Het weer was kalm en dit geheele gedeelte
van de onmetelijke baai, welke de zeelieden de Golf van Bengalen
noemen, was zeer ten voordeele van de snelheid der mailboot.
Weldra was de Rangoon in het gezicht van den grooten Andaman-achtigen
berg de Saddle-Peak, welke eene hoogte heeft van tweeduizend
vierhonderd voet, en tot signaal strekt voor de schepen.
Men volgde de kust op korteren afstand, maar de wilde Papoea’s, die het
eiland bewonen, vertoonden zich niet. Die volksstam staat op het
laagste standpunt van beschaving, maar men pleegt onrecht, wanneer men
hen onder de menscheneters rangschikt.
Het panorama, dat deze eilanden opleverden, was prachtig. Onmetelijke
bosschen van palmboomen, arers, bamboes, muskaatboomen, teaks,
djattiboomen, reusachtige slingerplanten en varen, bedekten den
voorgrond, terwijl de achtergrond gevormd werd door de bevallige lijnen
van het gebergte. Langs de kust wemelde het van oeverzwaluwen, wier
nesten eetbaar zijn en een geliefkoosd gerecht uitmaken in het
Hemelsche Rijk. Maar dit landschap vol afwisseling, dat de
Andamannische Eilanden opleveren, was spoedig voorbij en de Rangoon
naderde snel de straat van Malakka, waardoor men in de Chineesche Zee
komt.
Wat deed gedurende dezen overtocht de inspecteur Fix, die zoo
ongelukkig was medegesleept op de reis om de wereld? Bij het vertrek
uit Calcutta had hij zich op de Rangoon kunnen begeven, zonder door
Passepartout te worden opgemerkt, en hij hoopte verborgen te blijven
totdat de mailboot Hong-Kong zou hebben bereikt.
Het zou hem dan ook inderdaad moeielijk zijn gevallen om de oorzaak te
verklaren waarom hij zich aan boord bevond, zonder de achterdocht te
wekken van Passepartout, die hem nog te Bombay waande. Maar de
omstandigheden brachten mede dat hij de kennis met Foggs bediende
vernieuwde.
Al de hoop van den inspecteur van politie was thans op één punt van de
wereld gevestigd, op Hong-Kong. Daar moest hij den dief vatten of deze
ontsnapte hem voor altijd. Hong-Kong was dan ook het laatste engelsche
grondgebied op de geheele reis. Was men dit voorbij, dan zou China,
Japan of Amerika een veilig toevluchtsoord voor Fogg opleveren. Wanneer
hij te Hong-Kong eindelijk het bevel tot inhechtenisneming vond, dat
hem ongetwijfeld nagezonden was, dan zou Fix de heer Fogg arresteeren
en hem aan de politie aldaar overleveren. Maar na Hong-Kong was een
mandaat tot inhechtenisneming niet meer voldoende. Dan zou er een akte
van uitlevering noodig zijn; dit ging met allerlei oponthoud,
vertraging en hinderpalen gepaard, waarvan de schurk gebruik zou maken,
om ten slotte toch te ontkomen. Mislukte alzoo zijne poging te
Hong-Kong, dan was het hoogst moeielijk, zoo niet ondoenlijk om zich
van hem meester te maken.
„Alzoo,” dacht Fix onophoudelijk bij zich zelven, gedurende de lange
uren, die hij in zijn hut doorbracht, „alzoo zal de volmacht te
Hong-Kong zijn en dan neem ik mijn man gevangen, of zij zal er niet
wezen en dan moet ik hem noodzaken daar te blijven. Mijne pogingen zijn
mislukt te Bombay en te Calcutta. Mislukken zij ook te Hong-Kong, dan
is mijne reputatie verloren. Ik moet dus slagen, het koste wat het
kost. Maar welk middel aan te wenden om, zoo dit mogelijk is, het
vertrek van dien verwenschten Fogg te beletten?
Als uiterste middel had Fix besloten alles aan Passepartout te bekennen
en hem op de hoogte te stellen van den meester, dien hij diende, maar
wiens medeplichtige hij zeker niet was. Als Passepartout volkomen
ingelicht was, zou hij zeker vreezen in de zaak betrokken te worden en
de wijste partij kiezen. Maar dit was een gewaagd middel, dat slechts
in het uiterste geval kon worden beproefd. Een enkel woord van
Passepartout aan zijn meester zou onherroepelijk alles bederven.
De inspecteur van politie verkeerde dus in de grootste verlegenheid,
maar de tegenwoordigheid van mevrouw Aouda aan boord van de Rangoon, in
gezelschap van Phileas Fogg, opende hem een nieuw uitzicht. Wat was die
vrouw? Door welken samenloop van omstandigheden was zij de gezellin
geworden van Fogg? Blijkbaar moest de ontmoeting tusschen Bombay en
Calcutta hebben plaats gehad. Doch in welken hoek van het schiereiland?
Was het enkel het toeval dat Fogg en zijne jeugdige reisgezellin te
zamen had gebracht? Of had de reis in Indië door den gentleman
ondernomen slechts ten doel om deze schoone vrouw op te zoeken? Want
schoon was zij. Fix had haar maar al te goed in de gerechtszaal te
Calcutta gezien.
Men kan denken hoe nieuwsgierig de inspecteur daarnaar was. Hij vroeg
zich af, of er niet een misdadige schaking was gepleegd. Ja! Dat moest
wel zoo zijn. Deze gedachte vatte post in zijn hoofd, en hij besefte al
het voordeel, dat hij uit dezen toestand kon trekken. Of die jonge
vrouw getrouwd was of niet, er was hier eene schaking gepleegd en het
was zeer goed mogelijk, dat hij den schaker te Hong-Kong in eene
verlegenheid kon wikkelen, waaruit hij zich niet door geld kon
losmaken. Maar hij mocht niet wachten tot de Rangoon te Hong-Kong was
aangekomen. Fogg had de slechte gewoonte om van de eene boot op andere
te springen, en vóór de zaak nog een aanvang had genomen, kon hij reeds
ver weg zijn.
Het noodzakelijkste was dus om de engelsche overheid te waarschuwen en
op den passagier van de Rangoon de aandacht te vestigen vóór hij nog
aan land was. Niets nu was gemakkelijker daar de mailboot te Singapore
binnenliep, en Singapore stond in verbinding met de chineesche kust
door de telegraaf. Intusschen vóór hij iets ondernam en om zekerder te
zijn, besloot Fix Passepartout eerst eens te ondervragen. Hij meende
dat het niet moeielijk zou zijn om den bediende aan het praten te
krijgen en besloot dus om zich aan hem bekend te maken. Er was niet
veel tijd te verliezen. Het was de 30ste October, en den anderen morgen
moest de Rangoon te Singapore het anker werpen. Fix dan ging dien dag
aan dek, met het plan om Passepartout het eerst en wel met de grootste
verbazing aan te spreken. Passepartout liep heen en weer op het
voordek, toen de inspecteur naar hem toesnelde, met de woorden:
„Wat, mijnheer? zijt gij op de Rangoon?”
„Mijnheer Fix aan boord!” antwoordde Passepartout zeer verrast, toen
hij zijn metgezel van de Mongolia herkende. „Hoe nu? gij verliet mij te
Bombay en ik ontmoet u weer op de reis naar Hong-Kong. Maar, zeg eens,
maakt gij ook de reis om de wereld?”
„Neen,” antwoordde Fix, „ik ben van plan, om ten minste eenige dagen te
Hong-Kong te vertoeven.”
„Zoo,” antwoordde Passepartout, die een oogenblik verbaasd scheen.
„Maar hoe komt het dat ik u aan boord nog niet gezien heb sedert wij
Calcutta verlaten hebben?”
„Och, ik was een weinig zeeziek.... Ik ben daarom in mijne hut
gebleven.... Ik schijn beter tegen de lucht der Indische zee te kunnen
dan tegen die van de Golf van Bengalen. Hoe gaat het uw meester,
Phileas Fogg?”
„O uitnemend, en altijd even precies als zijn reisboek! Geen dag te
laat! Maar mijnheer Fix, gij weet zeker nog niet dat wij nog eene jonge
dame bij ons hebben.”
„Een jonge dame?” herhaalde de inspecteur, die volstrekt niet scheen te
begrijpen wat de andere bedoelde.
Passepartout had hem spoedig op de hoogte van de zaak gebracht. Hij
vertelde wat er in den afgodstempel te Bombay voorgevallen was, het
aankoopen van den olifant voor twee duizend pond en de geschiedenis met
de sutty, de schaking van Aouda, de veroordeeling door de rechtbank te
Calcutta en de invrijheidstelling onder borgtocht. Hoewel Fix het
laatste gedeelte er van kende, nam hij toch den schijn aan, alsof hij
er niets van wist, en Passepartout, aangemoedigd door het aandachtig
luisteren van zijn toehoorder, vertelde maar door.
„Maar,” vroeg Fix, „is uw meester van plan om deze jonge vrouw mede te
nemen naar Europa?”
„Neen, mijnheer Fix, dat niet; hij is slechts van plan om haar naar een
harer bloedverwanten, een rijken koopman te Hong-Kong, te brengen.”
„Er is niets aan te doen!” prevelde de detective bij zich zelven, zijne
teleurstelling trachtende te verbergen. „Een glaasje gin, mijnheer
Passepartout?”
„Zeer gaarne, mijnheer Fix. Het is niet meer dan plicht, dat wij op
onze ontmoeting op de Rangoon drinken.”