Oct. 1904.
In een gemakkelijk voortrollenden wagon van de Southern Pacific
Spoorweglijn, die mij van Utah naar Californië voert, of om mij juister
uit te drukken, waarin ik van Ogden naar San Francisco en van daar
naar Los Angeles ga, wil ik eenige indrukken wedergeven, die ik in de
4 laatst door mij bezochte Staten van Amerika opdeed. Deze vier vlak
aan elkaar grenzende westersche Staten zijn Colorado, Wyoming, Idaho
en Utah. Hoezeer deze vier Staten ook van elkaar mogen verschillen in
geologische wording en maatschappelijke ontwikkeling, in één opzicht
worden zij in Amerika steeds in één adem genoemd. Het zijn n.l. de
vier Staten in Amerika die vrouwen en mannen gelijke politieke rechten
verleenen; waarin de vrouwen niet alleen het kiesrecht in zijn volle
uitgebreidheid uitoefenen, maar ook zelf verkiesbaar zijn en voor
alle ambten en betrekkingen in aanmerking kunnen komen.
Wie nu zou meenen dat vele hooge staatsbetrekkingen door vrouwen
vervuld worden, komt bedrogen uit. Niettegenstaande de vrouwen,
wanneer zij eensgezind optreden, over een meerderheid van stemmen
kunnen beschikken en elke staats- en gemeenteambtenaar door de
kiezers gekozen wordt, zijn toch de hooge verantwoordelijke posten
bijna overal door mannen bezet. Alleen in Colorado is de Minister
van Onderwijs een vrouw en evenzoo is aldaar de Staatssecretaris
bij het Departement van Land- en Tuinbouw een vrouw. Op mijn vraag
in verschillende Staten en aan vele vrouwen gedaan, waarom zij niet
trachten meer hooge posten door vrouwen bezet te krijgen, werd mij
steeds geantwoord, dat de vrouwen nooit stemmen voor een vrouw, indien
de man-candidaat meer rechten kan doen gelden, indien hij inderdaad
bekwamer en geschikter is voor een zeker ambt dan zij. Bovendien zijn
de vrouwen er overal bij de bestaande politieke partijen ingedeeld
en onderscheiden zich politiek evenals de mannen, in republikeinen,
democraten, populisten, sociaal-democraten en de onderafdeelingen
hiervan. Zij stemmen voor de candidaten van de politieke partij waartoe
zij behooren, en zorgen alleen dat de vrouwen niet voorbijgezien worden
bij het vervullen van betrekkingen als zij daarop aanspraak kunnen
maken. Alleen in enkele gevallen treden de vrouwen eensgezind op en
dan handelen de politieke partijen waarlijk politiek, als zij aan den
drang der vrouwen gehoor geven, omdat zij anders gevaar loopen vele
vrouwen-leden te verliezen. Dit geschiedt steeds waar het geldt een
candidaat te weren voor een staats- of gemeentebetrekking, op wiens
zedelijk gedrag gegronde aanmerking bestaat. Zoo hebben de vrouwen in
Colorado bij de verkiezingen, nu 2 jaar geleden, een candidaat geweerd,
die een rijke vrouw gehuwd had en met haar geld een vroegere maîtresse
onderhield. De vrouw had echtscheiding aangevraagd en verkregen, doch
boette daarbij een groot deel van haar vermogen in. Daarop hebben
de vrouwen aangedrongen en verkregen dat er een wet werd ingevoerd,
waarbij in geval van echtscheiding elke echtgenoot het door hem of
haar aangebrachte kapitaal terug ontvangt.
Ook steeds wanneer het geldt de behartiging van de belangen der
kinderen, kan men zeker zijn dat de vrouwen één lijn trekken. Openbare
kinderzorg is dan ook overal buitengewoon goed geregeld. Voor bepaalde
vrouwenrechten treden zij zelden krachtig op en dit wel vooral daarom,
omdat wat bijv. de democraten of populisten als een recht beschouwen,
door de republikeinen bijv. niet altijd als zoodanig beaamd wordt,
en ook omdat bij de verschillende partijen de vrouwenbelangen vrijwel
veilig zijn, wijl elke partij sterk rekening moet houden met zijn
vrouwenleden.
In Amerika zijn thans overal de groote verkiezingen in vollen gang
en ik had dus volop gelegenheid de vrouwen-kiezers gade te slaan in
politieke vergaderingen. Eerst waren het de vergaderingen waarin
de candidaten voor elken post gesteld werden en thans zijn het de
vergaderingen, waarin de verschillende candidaten voor de kiezers
optreden. Ik was tegenwoordig in de vergadering van de democratische
partij in Colorado, de zoogenaamde State-convention, waarin de
candidaten dier partij door afgevaardigden uit den geheelen Staat
openlijk gewikt en gewogen werden, en waarin ten slotte gestemd werd
wie hunner als officiëele candidaat op de lijst der democratische
partij geplaatst zou worden.
Mevr. Grenfell, de Minister van Onderwijs, die reeds 8 jaren
deze hooge positie had ingenomen, moest o.a. ook aftreden. Haar
candidatuur werd ingeleid en verdedigd door een onderwijzer, die dit
op zoo meesterlijke wijze deed, dat er door de voorstanders van de
candidatuur van mevrouw Grenfell niets aan toegevoegd behoefde te
worden. Hij zette uiteen wat zij voor het onderwijs in Colorado had
gedaan en welke groote verbeteringen zij in haar 8-jarig Ministerschap
had tot stand gebracht, terwijl zij tegelijkertijd daarvoor minder
geld besteed had uit de staatskas dan haar voorgangers. In elk opzicht
vorderde dus het algemeen belang, dat men deze vrouw opnieuw voor
dezen hoogen post benoemde.
Na deze met overtuiging uitgesproken rede volgde een warm applaus en
daarna een tijd van stilte, zoodat de voorzitter der vergadering reeds
vroeg, indien niemand meer het woord verlangt, of dan de candidatuur
van mevr. Grenfell met algemeene stemmen vastgesteld kon worden,
toen een man met een zeer gewichtigen trek op zijn onbeduidend gelaat
naar het podium schreed en het woord vroeg. Hij wilde niets op de
capaciteiten van mevr. Grenfell afdingen, niets inbrengen tegen
den lof haar toegezwaaid, maar toch had hij bedenking tegen haar
candidatuur in deze vergadering en wel omdat mevr. Grenfell zich
niet bij de democratische partij had aangesloten en men niet wist
tot welke politieke partij zij behoorde. Een zeer zwakke instemming
met deze woorden volgde en van enkele banken kwam de roep: "Laat
mevr. Grenfell hier komen en zich uitspreken tot welke partij zij
behoort." Een oorverdoovend rumoer volgde op dezen eisch, waarbij de
voor- en tegenstanders elkander trachten te overtuigen van het al of
niet behoorlijke er van, totdat mr. Adams, vroeger gouverneur van
Colorado en thans weder de met algemeene stemmen gekozen candidaat
der democraten, optrad en met feiten aantoonde, dat gedurende het
Ministerschap van mevr. Grenfell nooit een harer daden in strijd
was geweest met de politieke beginselen der democraten, dat zij het
onderwijs gediend had op een wijze, die door geen hunner verbeterd
kon worden, en dat hij op alle bedenkingen, door den vorigen spreker
tegen haar ingevoerd, slechts dit wilde antwoorden, dat mevr. Grenfell
was "the most womanly woman and at the same time as big as all you
men together".
Sedert ongeveer 14 dagen zijn nu overal in Amerika de candidaten der
verschillende partijen gesteld en treden dezen avond na avond voor de
kiezers op. In zulke vergaderingen in de Staten met vrouwenkiesrecht
vergeten de candidaten nimmer een deel van hun rede geheel te wijden
aan de belangen der vrouwen of aan de belangen, die de vrouwen-kiezers
in den regel voorstaan. Zoo hoorde ik hen steeds getuigen wanneer
een hunner het woord tot de vrouwen richtte, hoezeer dezen op zijn
steun konden rekenen bij voorstellen tot verhooging van den leeftijd
voor verbod tot kinderarbeid; bij voorstellen tot oprichting van
staatsinstellingen voor ouden van dagen; voor verbetering van het
lot der gevangenen; voor verbod van verkoop van sterken drank in
het klein. Opmerkelijk is dat in Utah vooral beloofd werd, hoe men
zou bevorderen alles wat kunstzin bij het volk kan wekken. Dit was
alweder omdat de vrouwen van Utah zich daarvoor in den laatsten tijd
bijzonder geïnteresseerd hebben.
Maar laat mij niet doorgaan over vrouwenkiesrecht en verkiezingen
te schrijven, nu ik met dezen van alle gemakken voorzienen trein
door een zoo merkwaardig deel van Amerika reis. Alleen wil ik het
hoofdbestuur der Liberale Unie in overweging geven één of meer zijner
leden naar de vier door mij genoemde Staten van Amerika te zenden om
den invloed te bestudeeren, dien vrouwenkiesrecht uitoefent op den
socialen toestand van een land in het algemeen en op de vrouwen in
het bijzonder, alvorens het opnieuw een rapport uitbrengt, waarin
het beweert dat men omtrent dien invloed nog in het onzekere verkeert.
Merkwaardig is de weg zeker, dien ik al schrijvende afleg. Door de
ruim een uur kortere lijn, die de Southern Pacific dezen zomer in
gebruik nam, hadden wij gedurende de eerste uren steeds een prachtig
uitzicht op het Salt Lake en gingen wij zelfs over een brug van bijna
25 K.M. lang, dwars door dit eigenaardig meer. Hoe sterk zouthoudend
dit meer is had ik reeds ondervonden in Salt Lake City, waar ik mij
om der curiositeitswille te water begaf. Van zwemmen is in dit meer
geen sprake, zelfs de meest geoefende zwemmer kan er geen slag slaan:
hij drijft op het water.
Reeds spoedig nadat Salt Lake achter den rug ligt, begint de weg
te stijgen en vertoonen zich de Indianen, die nog niet zoo heel
lang geleden de alleenheerschers in deze streken waren, aan elk
station. Door de goede zorgen van het Gouvernement zijn velen
hunner reeds voor een deel geciviliseerd, zou ik willen zeggen,
maar dit klinkt te sterk, vermenschelijkt is misschien beter van
toepassing. Velen spreken een paar woorden Engelsch en allen verstaan
de taal van klinkende munt. Eén man kon gebrekkig Engelsch spreken. Op
mijn vraag hoe oud hij was gaf hij ten antwoord: "Dat weet ik niet,
't mag zijn 40; 't mag zijn meer". Werken deed hij niet, de vrouwen
zochten het voedsel in de bosschen en bereidden het, maakten mandjes
en andere snuisterijen die zij aan de voorbijtrekkende reizigers
trachten te verkoopen, en daarvan kunnen zij aan al hun levensbehoeften
voldoen. Op sommige plaatsen zag ik de Indiaansche vrouwen, die door
haar bontgekleurde kleeding reeds op een afstand te herkennen zijn,
met zwaar beladen manden op den rug bergafwaarts komen, soms met een
zuigeling nog bovendien belast, terwijl de mannen, pijpjes rookend,
ledig daarnaast slenterden.
Gaat de vermenschelijking van deze natuurmenschen nog een graad
verder, dan beginnen de mannen te werken; in den regel worden zij
dan houthakkers; de vrouwen gaan dan luieren. In dit stadium van
menschwording heeft whiskey de grootste aantrekkingskracht. Wel is
waar bestaat er in heel Amerika een wet, waarbij het verboden is
sterken drank aan Indianen te verkoopen, maar ook in dit "land van
onbegrensde mogelijkheden", zooals het door Goldberger genoemd is,
schijnen de wetten er te zijn om ontdoken te worden. De Indianen weten
ten minste overal aan whiskey, wat zij black-water noemen, te komen en
maken er ruimschoots gebruik van. Ontmoet men een dronken Indiaan, dan
kan men zeker zijn 't hoogst geciviliceerde specimen vóór zich te zien.
Het speet mij dat het langzamerhand avond geworden was en ik mij te
bed moest begeven. Hoe vreemd het voor ons, Europeanen, ook is om in
een compartiment, waarin voor minstens 24 medereizigers, mannen zoowel
als vrouwen, de bedden gespreid worden, zich ter ruste te begeven,
men gewent daaraan spoedig en het duurt niet lang of men slaapt er
en droomt er even kalm als in een bed in moeder's woning. Een groote
gerustheid is het dat alles er door en door zindelijk is; het bed wordt
elken avond van helder, schoon linnen voorzien en de bediende van zoo'n
wagon ziet er altijd even zindelijk uit. In de toiletkamers,--een voor
mannen en een voor vrouwen--heerscht inderdaad groote luxe. De koud-
en warmwatertoevoer, de vernikkelde waschbassins, toiletspiegels ten
voeten uit, een paar dozijn handdoeken, maken 't mogelijk, dat men
zich 's ochtends even frisch kan wasschen en even goed kan kleeden
als in het beste hôtel.
Den geheelen nacht was de trein nog gestegen, het verwonderde mij
dus niet bij het ontwaken in een hooge bergstreek te zijn, waar de
temperatuur eenige tientallen graden lager was dan waarbij ik mij den
vorigen avond ter ruste had begeven. Spoedig was ik gekleed en na
het ontbijt, in de uitstekende dining-cars, bevonden wij ons bijna
plotseling rondom in de eeuwige sneeuwbergen. Gedurende ruim twee
uren gaat de tocht door de Sierra Nevada. Alles lag onder de versch
gevallen sneeuw. Het groen der boomen was nog even door de sneeuw
zichtbaar. Hield de trein een oogenblik stil, dan vlogen spoedig
eenige jongelui den wagon uit om elkaar een paar sneeuwballen om
de ooren te gooien. Een aardige kleine deern van 12 à 14 jaar was
daarbij steeds de eerste.
Al te spoedig gingen de uren voorbij in deze schilderachtige
omgeving. Was de stijging tot op een hoogte van bijna 8000 voet
langzaam en geleidelijk gegaan, de daling ging verrassend snel. Nog
geen uur geleden verlustigde ik mij in een heerlijk wintergezicht en
reeds begonnen bosch en tuinen er uit te zien als waren wij in het
midden van den zomer. Groen en bloemen overal. Eerst hier en daar
een enkele oranjeboom vol vruchten, weldra geheele oranjerieën en
wijngaarden en overvloed van allerlei tropische planten. Jongens
en meisjes met mandjes vol prachtig fruit verdringen zich bij elk
station om deze den reizigers voor tien (Amerikaansche) centen aan te
bieden. Als men het niet reeds wist, dan zou men het hierdoor weten,
dat wij ons binnen de grenzen van het heerlijke Californië bevinden.
Het begon reeds te schemeren toen ik in Sacramento, de hoofdstad van
Californië, aankwam en liever wilde ik daar een nacht overblijven
dan het verdere van de reis tot San Francisco in duisternis door te
reizen. Dat nachtje overblijven is tot een paar dagen aangegroeid,
want het bleek mij al spoedig, dat Sacramento een langer verblijf
overwaard was. Het is niet alleen het klimaat, dat Californië van de
andere Staten van Amerika onderscheidt; het is of de altijd schijnende
zon niet enkel de plantenwereld bezielt tot een opgewekt leven, maar
ook dat de menschen dien invloed ondervinden. In Sacramento, het stadje
van ongeveer 30.000 inwoners, heerschen eene drukte en levendigheid
als in een wereldstad. 's Avonds drie of meer theatervoorstellingen,
alle met volle zalen, het Leger des Heils met trom en gezang in de
straten, hier en daar bijbellezingen en kerkgezang met open deuren,
groote winkels en magazijnen, zoo groot bijna als 't "Louvre" in
Parijs, en daarbij onophoudelijk voorbijrollende electrische trams,
doen vergeten, dat men zich in zoo'n klein stadje bevindt.
Verder reizende in Californië, bemerkte ik het trouwens overal, de
bewoners van El Dorado State zijn inderdaad levendiger, goedhartiger,
vroolijker menschen dan de andere Amerikanen. Zij schijnen maar één
zorg te kennen, en die is om meer menschen te laten profiteeren van
hun heerlijk klimaat, hun vruchtbaren bodem, hun alles opleverende
bergen en bosschen en hun, onder een tropische zon, verkwikking
brengenden Stillen Oceaan.