VERBETERHUIZEN IN AMERIKA.

(REFORMATORIES.)

Schrijvende over Reformatories, dien ik, voor den oningewijden

lezer, eerst met een enkel woord uiteen te zetten, wat men hier

onder deze instellingen verstaat. In 't kort zou ik een Reformatory

aldus kunnen omschrijven: van een gevangenis een verbeterhuis maken,

waarin de veroordeelde, gedurende zijn verblijf, tot een beter mensch

hervormd wordt.

Sprekende over Reformatories in Amerika, moet men wel in het

oog houden, dat Amerika uit een groot aantal Staten bestaat,

die verschillende wetten en derhalve ook verschillende strafwetten

hebben en dat in vele Staten de gevangenissen op dit moment nog veel

te wenschen overlaten. De in ons land meest bekende Amerikaansche

Reformatory, is die in Elmira, waarvan Mr. Z. R. Brockway de stichter

en langen tijd de superintendent was. Elmira ligt in den Staat

New-York; het werk van Brockway was een zoodanig succes, dat de Staat

New-York besloot langzamerhand alle gevangenissen naar dit systeem te

hervormen. Deze hervorming kost evenwel tijd en geld, zoodat op dit

moment wel reeds eenige andere Reformatories op kleine schaal zijn

tot stand gebracht, maar Elmira nog steeds overbevolkt is en vele

veroordeelden in gewone gevangenissen moeten worden ondergebracht,

die in een Reformatory tehuis behooren. Elmira is een Reformatory

voor mannelijke veroordeelden.

De aan den Staat New-York grenzende Staat Massachusetts heeft de

lessen van Brockway, die hij herhaaldelijk in woord en schrift

uitte, zoozeer ter harte genomen, dat de regeering onmiddellijk is

begonnen de Reformatories aldaar in te voeren. Met zekere mate van

vrijheid werd het de superintendenten der gevangenissen toegestaan, die

verbeteringen in hunne instellingen in te voeren, die zij in het belang

der veroordeelden, en daarmede in het belang van Staat en Maatschappij,

noodig oordeelden. Deze hervormingen zijn in geen enkele gevangenis

alle opeens tot stand gebracht, maar door onophoudelijke voorlichting

van den een aan den ander, door telkens nieuwe methoden te probeeren

en de resultaten nauwkeurig gade te slaan, is langzamerhand in enkele

Reformatories een soort van volmaaktheid bereikt, waardoor de Staat

Massachusetts, zelfs in Amerika, het hoogste standpunt inneemt met

betrekking tot de behandeling van zijn veroordeelden. Massachusetts

heeft in de laatste jaren in dit opzicht zelfs den New-York-Staat

overtroffen.

De beste in Massachusetts bestaande Reformatory is die voor vrouwen

in Sherborn, die, hoewel geheel verschillende van Elmira, toch voor

deze in geen enkel opzicht onderdoet.

Het is van deze instelling, de Reformatory voor vrouwen in Sherborn,

dat ik het een en ander wil vertellen.

Voorzien van een introductie van Mr. Samuel Barrows, het hoofd der

afdeeling, belast met het toezicht op de gevangenissen, begaf ik mij

per electrische tram van Boston naar South Farmingham, ruim een uur

trammende door een mooie, welvarende streek, en kwam van daar, na

een wandeling van ongeveer 20 minuten, voor een aan den weg gelegen

mooi, groot gebouw, wat in niets op een gevangenis gelijkt, doch veel

meer door zijn vorm en grootheid, aan een uitgebreid ziekenhuis doet

denken. Men had mij dat gebouw als de Sherborn Reformatory aangewezen,

en daarom trad ik over de groote oprijlaan naar binnen. Rondom bloemen,

planten, schaduwrijke boomen. Vergiste ik mij niet, bevond ik mij

niet voor een private woning, waaraan een of andere werkinrichting

of kostschool verbonden was? Terwijl ik nog in twijfel stond of ik

wel verder zou gaan, kwam een jonge dame uit het huis naar mij toe

en vroeg mij naar mijn wenschen. Op haar bevestiging, dat ik mij

werkelijk bevond op de plaats die ik zocht, begeleidde zij mij naar

de superintendente (die ik in het vervolg gemakshalve directrice zal

noemen), aan wie ik mijn brief van introductie overhandigde. Het jonge

meisje was de klerk van de gevangenis, die, boven en behalve al het

administratieve werk, ook belast is met het toezicht houden op de in-

en uitgaande personen van het gebouw.

De directrice, mevr. Morton, die reeds 23 jaar aan deze instelling

verbonden is, ontving mij allervriendelijkst en hoewel het Zaterdag,

een zeer drukke dag was, stelde zij zich toch onmiddellijk beschikbaar

mij alles te laten zien en alle inlichtingen te verschaffen die

ik wenschte. Het was ongeveer elf uur en nadat zij mij eerst zoo

uitvoerig mogelijk met de wording van deze instelling op de hoogte

had gebracht, de sedert 1878 onder mevr. Atkinson begonnen en steeds

vermeerderde verbeteringen opgesomd, vele door mij opgeteekende vragen

had beantwoord, begaven wij ons naar de keuken, waar 10 à 12 vrouwen,

onder toezicht van een ongeveer 35-jarige dame, bezig waren het eten

voor dien middag te koken. Die dame was een matron (opzichteres zal

ik haar noemen), de eenige, die over deze vrouwen het toezicht hield

en onder wier leiding deze vrouwen gedurende de week keukendienst

hadden. In niets deden deze vrouwen aan gevangenen denken. Gekleed

in een blauw en wit geruite katoenen japon, met witte boezelaar,

het haar netjes gekapt, zonder muts of andere hoofdbedekking, zagen

zij er beter en netter gekleed uit, dan velen onzer dienstboden

of werkvrouwen. Op mijn opmerking, tot een dezer vrouwen gericht,

dat ik het in de keuken zoo warm vond, kreeg ik open, doch beleefd

tot antwoord, dat dit was omdat ik van buiten kwam; als men er den

geheelen morgen gewerkt had, merkte men het niet meer. Ook tot de

directrice werd door de veroordeelden open en rond het woord gevoerd;

geen onderdanige vriendelijkheid, geen kruipende beleefdheid; met

denzelfden toon van beleefdheid, waarin zij werden toegesproken werd

door haar geantwoord.

Van de keuken begaven wij ons naar de eetzalen, omdat het etensuur

weldra zou aanbreken. Onderwijl wij daarop wachten, zal ik even

vertellen dat de gevangenen in 3 klassen of groepen verdeeld zijn,

waarvan de 1e klasse de hoogste is, daarop volgt dan tweede en

derde klasse.

De in de derde klasse vertoevenden moeten het eten in haar kamertjes

afzonderlijk gebruiken, die in de tweede klasse, alsook die in de

eerste, eten met haar klassegenooten.

In de eetzaal van de tweede klasse stonden twee lange, helder geboende

tafels, aan beide zijden lange rijen stoelen. Op iedere plaats

stond een bord en er lagen een mes, vork en een plak wittebrood

naast. Tusschen elke twee zitplaatsen stond een zoutvaatje en een

peperbusje op tafel.

De heldere vloeren, de hagelwitte muren vol mooie humane spreuken,

de electrische lampen, gaven een vriendelijk aanzien. Door een paar

vrouwen, die helderwitte mouwen over de japonmouwen droegen, werd

het eten opgediend. Een in het wit gekleede opzichteres hield hier

toezicht. Naast elk bord werd een kom bruine boonensoep geplaatst,

en op elk bord werd een stuk gekookt ossevleesch, ter grootte van een

ons ongeveer, en daarbij eenige aardappelen, gelegd. Een glas water

voor elke aanzittende voltooide het menu.

In de eerste klasse hetzelfde eten, dezelfde helderheid, zindelijkheid,

orde, netheid. Hier waren echter de lange tafels met een lang wit

tafelkleed gedekt en prijkten eenige schilderijen aan de muren.

De gevangenen kwamen uit de verschillende werkzalen achter elkaar

binnenloopen, velen met een boek onder den arm. Ik dacht dat het een

bijbel was, doch de directrice deelde mij mede dat het leesboeken

waren, die de vrouwen uit de bibliotheek der gevangenis hadden. Zij

kregen een half uur om te eten, en nu gebruikten velen den tijd dien

zij over hadden om te lezen, hetgeen geoorloofd was.

Het eten begon met een gezamenlijk gebed, waarin de opzichteres

voorging.

Voor ik verder ga wil ik eerst wat meer van de klassificeering

mededeelen, omdat ik in het vervolg herhaaldelijk van klasse 1 of 2

zal moeten spreken.

In de Reformatory in Sherborn worden alleen geplaatst veroordeelden

tot een jaar of langer. Een heel enkelen keer komt er een vrouw, die

voor korter tijd veroordeeld is. Er was nu één, die tot 6 maanden

straf veroordeeld was. Ook de levenslang veroordeelden komen er in

den regel niet, doch ook daarvan was er nu één aanwezig.

De nieuwe wet op de gevangenissen in Massachusetts dateert van 1

Juli 1903 en het tegenwoordig gevolgde systeem in de Reformatory in

Sherborn is daarmede in overeenstemming gebracht.

Zoodra een vrouw in de gevangenis komt gaat zij naar een badkamer. Op

een groot uitgespreid laken wordt zij ontkleed en krijgt daarna een

lauwwarm bad. Haar kleederen worden in het laken geknoopt en in den

onmiddellijk daaraan grenzenden desinfectie-oven gedesinfecteerd,

daarna gereinigd, en als zij het bewaren waard zijn, netjes bewaard.

Uit het bad, waarin ook het haar goed gewasschen is, wordt zij in

een der observatiekamertjes gebracht en den volgenden morgen door

Dr. Frances Potter, de vrouwelijke arts der inrichting, geheel

onderzocht, gewogen en volgens het systeem Bertillon gemeten. Bij

eenigen twijfel aan de volmaakte lichamelijke of geestelijke gezondheid

houdt Dr. Potter haar zoolang in observatie tot zij zekerheid heeft.

Gedurende den observatietijd zijn de veroordeelden geheel geisoleerd

en worden alleen door de directrice, de dokter en een verpleegster

bezocht. Zij liggen in een ruim, luchtig en licht kamertje, op een

goed gematrast en met dekens voorzien bed. Zij krijgen dàt voedsel,

wat de dokter voorschrijft.

Zoodra de observatietijd is afgeloopen, die meestal niet langer dan

een of twee dagen duurt, wordt de veroordeelde door de directrice

naar een der werkkamers gezonden. De directrice houdt daarbij steeds

het belang van de veroordeelde in 't oog, door haar in te deelen bij

het werk, waarvoor zij de meeste geschiktheid bezit, of waarvan zij

in haar volgend leven het meest nut kan trekken.

Eigenlijk moet elke veroordeelde beginnen met in klasse III te worden

ingedeeld, om dan langzamerhand door goed gedrag naar klasse II en

daarna naar klasse I te verhuizen.

Uit een paedagogisch oogpunt begint mevr. Morton echter anders. Zij

spreekt de veroordeelde toe, brengt haar met de orde en regels van

het huis op de hoogte en vertelt haar, dat zij in klasse III, de

laagste klasse, moet beginnen, dat zij daar geheel geisoleerd is,

niet mag eten en werken met de anderen en niet naar de kerk of de

lezingen mag gaan. Dat de directrice evenwel gelooft en vertrouwt dat

zij daarvoor te goed is, dat zij haar daarom onmiddellijk in de tweede

klasse zal plaatsen en hoopt, dat zij het in haar gestelde vertrouwen

niet zal beschamen. Bij de minste overtreding van de orde of de regels

van het huis, bij gebrek aan vlijt in het verrichten van haar taak,

zal zij echter naar de derde klasse moeten verhuizen.

Op het oogenblik dat ik de inrichting bezocht was er van de 214

veroordeelden geen één in de derde klasse; alle kamertjes stonden er

open en leeg.

In de tweede klasse zijn de meeste vrouwen. Daar beginnen zij allen,

en sommigen komen er niet uit. Om tot de 1e klasse op te klimmen

moeten zij gedurende 6 maanden geen reden tot klagen geven en alle

punten voor goed gedrag en betoonde vlijt, tien elke week, behaald

hebben. Hebben zij aldus geen reden tot één klacht gegeven, dan gaan

zij naar de 1e, de hoogste klasse, over.

De kleeding in de tweede klasse verschilt voor een oppervlakkig

beschouwer niet van de eerste. Toch is er eenig verschil. De ruitjes

van de japon zijn bij de 2e klasse vrouwen dubbelgeblokt, bij die

van de 1e klasse 4 maal geblokt.

De kleur, blauw en wit, de vorm van kleed, de qualiteit van katoen

gelijk. Toch is het een heel feest als een vierblokjes-kleed wordt

aangetrokken, en met eenige trots loopen velen er de eerste dagen

mede rond.

Eenmaal in de 1e klasse aangeland, dan hebben zij door goed gedrag en

vlijt het aantal punten te behalen wat noodig is om uit de gevangenis

op parool ontslagen te worden. Dit hangt echter niet alleen van de

directrice af. De directrice kan alleen, na 8 maanden goed gedrag van

de veroordeelde, haar voordragen voor ontslag. Het hangt dan van den

aard van haar misdrijf af of zij ontslagen zal worden. Heeft zij een

misdaad bedreven, waarvoor zij tot meer dan 5 jaar veroordeeld is, dan

wordt zij niet ontslagen; in elk ander geval wordt zij op voordracht

van de directrice na 8 of 10 maanden ontslagen, doch blijft gedurende

haar verderen straftijd onder politie-toezicht.

Dit politie-toezicht over vrouwen wordt door vrouwen

uitgeoefend. Overtreedt zij nu gedurenden dien tijd opnieuw de wet,

dan ontvangt zij niet alleen een nieuwe veroordeeling, doch heeft

bovendien nog uit te zitten den tijd dien zij van haar vorige straf

nog te goed had. In de gevangenis teruggekeerd wordt zij dan in de

3e klasse geplaatst en blijft daar langen tijd.

De kamertjes van de 1e en 2e klasse zijn allen luchtige, vierkante

vertrekken, waarin door een groot openslaand venster lucht en zonlicht

ruimschoots kan binnenstralen. Alle kamers zien op bosch of tuin of

bouwland uit.

In elke kamer staat een net ijzeren ledikant met een goed bed,

witte wollen dekens, lakens en kussensloop hagelwit, en in de 1e

klasse een wit, in de 2e klasse een rood en wit gestreepte sprei

over het bed. Verder een stoel, een tafeltje met twee verdiepingen,

een ijzeren waschtafeltje, waarop een bak water, een geëmailleerde

waterbeker, een zeepbakje met zeep, een tandeborstel en daarnaast

een handdoekrekje met handdoek. Daarboven hangt een spiegeltje.

In alle kamers hangt een kalender met een vriendelijk schild en aardige

spreuken, meestal geschenken van vrouwen-vereenigingen. Deze kalenders

moeten door de veroordeelden bijgehouden worden. Verder ligt op elke

tafel een bijbel, benevens een boekje, de strafwetten en de regels

en de orde van de inrichting waarin zij zijn, bevattende.

In elke kamer hangt een aardig schilderij. Daar dit ook geschenken van

vereenigingen zijn, is er een groote verscheidenheid van en laat de

directrice daarom elke week de verschillende schilderijen omruilen,

zoodat de bewoners telkens een andere krijgen.

Ware het niet, dat het bij mijn bezoek overal openstaand venster, door

zware ijzeren stangen versperd en de deur, door een ijzeren grendel

van buiten afgesloten kan worden, dan zouden deze kamertjes het in

gezelligheid, ruimheid, netheid, van de kamers der verpleegsters in

vele onzer groote ziekenhuizen ruimschoots winnen.

Op de afdeeling 1e klasse is bovendien op het eind der gang, waarop

alle kamers uitkomen, een groote ovale recreatiekamer, waarin aan beide

zijden, drie groote vensters lucht en licht naar binnen werpen. Voor

de vensters stonden potten begonia's, een groote ficus, reseda, rozen

en andere kamerplanten. Vier of vijf vogelkooien met kanaries, een

sprekende papegaai, tal van mooie schilderijen, vele easy-chairs,

een tafel met plaatwerken, tijdschriften, novellen, damspel en

andere spelen gaven aan het geheel een karakter van huiselijkheid

en gezelligheid, waardoor men meer ging denken aan een prettige

conversatiekamer in een goed geleid en zindelijk onderhouden pension,

dan aan een vertrek in een gevangenis.

Des Zondagsmiddags en een paar avonden in de week mogen de bewoonsters

der 1e klasse dit vertrek bezoeken. Natuurlijk bevindt zich er dan

steeds een opzichteres, doch de vrouwen zijn geheel vrij in de wijze

waarop zij haar tijd aldaar willen besteden. Het gebruiken van ruwe

en onkiesche woorden of uitdrukkingen is hier, evenals in het geheele

gebouw, streng verboden. Den eersten keer wordt het ongeoorloofde

er van onder 't oog gebracht, de tweede overtreding wordt met een

slecht punt bestraft, doch herhaalde overtreding heeft één of meer

dagen afzondering en degradatie tengevolge.

Van ziekelijke sentimentaliteit is hier in geen enkele afdeeling,

in geen enkele lokaliteit, sprake; overal krijgt men den indruk dat

men in een groote werkinrichting is, waar de grootste mate van netheid

en ordelijkheid heerscht en elkeen opgeruimd haar taak vervult. Allen

(de zieken natuurlijk uitgezonderd) moeten in deze inrichting werken

en bij de keuze van werk wordt zooveel mogelijk in aanmerking genomen,

wat voor de betreffende vrouw de nuttigste arbeid is.

Alles wat voor een inrichting als deze noodig is, het zindelijk houden

van het gebouw, de wasch, het bereiden van het eten, het bakken van

het brood, het maken van boter en kaas, naaien van nieuwe onder-

en bovenkleederen, weven van witgoederen, het melken der koeien,

het verzorgen van de 85 koeien, 300 varkens en 1000 kippen, het

bebouwen van het land, onderhouden van den tuin en nog een menigte

andere zaken worden alle door de bewoonsters verricht. Daarbij zijn

de werkzaamheden zóó geregeld, dat zij die 's morgens zwaar werk

verricht hebben, bijv. wasschen, schrobben, landbouw- of tuinwerk,

des middags naar de naaikamer gaan.

In den regel begint de directrice de vrouwen elke week bij ander werk

in te deelen, opdat zij al het te verrichten werk, voor een groot

deel toch tot het huishoud-werk behoorende, goed en netjes leeren

uitvoeren. Zoodra zij evenwel ziet dat er in een of ander meisje of

vrouw een goede naaister, een goede kookster, een tuinierster of iets

anders steekt, dan wordt zoo iemand in hoofdzaak voor dat soort werk

aangewezen en het vak haar in alle finesses geleerd.

Doordat ook alle kleederen van de directrice, dokter, predikant,

apotheker, verpleegsters en alle opzichteressen, gezamenlijk 35 dames,

in de inrichting gemaakt mogen worden, kan een naaister het vak aldaar

geheel leeren. Dit kunnen ook de waschvrouwen en strijksters, want

daar in dit gebouw des winters, als er niet veel buitenshuis gewerkt

kan worden, ook de fijne wasch verricht wordt van de nabijgelegen

mannengevangenissen in Massachusetts, zoo leeren de vrouwen er ook

overhemden, boorden en manchetten der mannen strijken en in orde

houden.

Aan de inrichting is verder een kook- en huishoudschool verbonden, waar

12 meisjes tegelijk, door een van buiten komende leerares, 2 keer in de

week een uur les krijgen. Bij de keuze der leerlingen wordt natuurlijk

door de directrice met aanleg en geschiktheid rekening gehouden, ook

kiest zij daarvoor meestal de jongere personen. Van af den leeftijd van

16 jaar komen de veroordeelden reeds in deze inrichting. Door oudere

vrouwen zag ik er zittingen voor rieten stoelen maken, een vak wat hier

nog veel huisindustrie is; als deze vrouwen dit vak dus goed leeren,

kunnen zij gemakkelijk later hiermee den kost voor zich zelf verdienen.

Aan vijf weeftoestellen leeren of onderhouden de veroordeelde meisjes

uit weverijen haar vak, zoodat zij bij het verlaten van dit gebouw

een beter werkster zijn en dus meer kunnen verdienen dan toen zij er

in kwamen.

Van alles en nog wat wordt er gewerkt en geleerd, doch zou ik dit

alles opsommen dan kwam ik nooit aan het eind.

Om een indruk te krijgen van den geest, die in deze inrichting

heerscht, komt 't mij belangrijk voor thans te vertellen wat er gedaan

wordt voor de geestelijke ontwikkeling van de bewoonsters. Aan de

inrichting is een predikant verbonden, die ook in het gebouw woont

en die, evenals alle ambtenaren, een vrouw is. Zij heeft niet alleen

den kerkdienst te leiden, maar zij is tevens hoofd der school. Alle

analphabeten beneden de 45 jaar zijn verplicht elken namiddag, van 1

tot 3 uur, de school te bezoeken. Daar leeren zij lezen, schrijven,

rekenen. Bovendien is er drie keer in de week 's avonds van 6 1/2

tot 8 uur school voor de meer gevorderden. Daar mogen allen heen

gaan, doch niemand is verplicht er heen te gaan. De lessen schijnen

daar echter nog al aantrekkelijk gegeven te worden, want verreweg de

meesten laten zich als leerlingen voor de avondklasse inschrijven en

volgen die, zoolang zij in de inrichting moeten vertoeven.

Met den kerk- en schooldienst is evenwel de taak der predikante

nog niet afgeloopen. De bibliotheek van de inrichting, die 1350

boekdeelen bevat, staat ook onder haar leiding. Een mooie collectie

goede boeken, waaronder natuurlijk ook kleine, eenvoudige novellen,

doch ook de werken van Dickens, Walter Scott, en vele Amerikaansche

bekende auteurs, waren aanwezig. Op dezelfde wijze als in elke

publieke leesbibliotheek worden ook hier de boeken uitgegeven, aan

de 2e klasse vrouwen eenmaal 's weeks. Deze boeken mogen zij mede

naar haar kamer nemen en er elk vrij oogenblik in lezen. Ook is het

geoorloofd ze mede naar de naaikamer te nemen en er in te lezen als

zij op werk moeten wachten.

Zijn de veroordeelden steeds in kerk, in school, in werk- en

ontspanningkamer onder toezicht van een of meer opzichteressen,

anders is dit, wanneer zij twee keer in de week, des Woensdags- en

Zaterdagsmiddags van 3 tot 4 uur, bijeenkomen en de directrice dan

een toespraak tot hen houdt.

Des winters wordt daarvoor de vergaderzaal, des zomers bij goed weder

meestal een beschutte plek in den tuin genomen. Voor die gelegenheid

wasschen zij zich altijd eerst goed, kappen het haar netjes en

schikken de kleeren, zoodat zij er op 't voordeeligst uitzien. Zij

stappen dan allen vrij en frank uit hun kamers naar de plek, die als

verzamelplaats is aangenomen.

Mevr. Morton wist niet goed hoe zij mij zou definieeren wat zij

dan deed. "Ik houd geen lezing", zei ze, "o, hemel neen, noem het

ook geen toespraak, ik zou het liefst willen, dat gij begreep, dat

ik dan tot mijn kinderen van hart tot hart spreek, dat ik mij dan

gevoel als moeder van zooveel dochters, die ik heb op te voeden tot

goede vrouwen, goede moeders, deugdzame menschen".

Zij vertelt ze dan in den regel eerst de bijzonderheden die in de

wereld plaats grepen gedurende de laatste dagen: bijv. de verkiezing

van een nieuwen gouverneur voor een of ander Amerikaanschen Staat,

den dood of de kroning van een of ander staatshoofd in Europa of een

ander werelddeel, groote maatschappelijke ongelukken, bijvoorbeeld een

overstrooming, een grooten brand, den stand van den oorlog tusschen

Rusland en Japan, of iets, waarin "'t algemeen" belang stelt, opdat,

wanneer de vrouwen uit de gevangenis ontslagen worden, zij met de

groote wereldgebeurtenissen op de hoogte zijn.

Na dat praatje gaat zij over tot een of ander afgerond onderwerp. Dan

eens spreekt zij over de taak van moeders, of over maatschappelijke

plichten, dan weder vertelt zij wat uit dieren- of plantenwereld,

of iets uit de geschiedenis van Amerika. Steeds varieert zij

van onderwerp en laat soms door de vrouwen opgeven, waarover zij

praten zullen. Mevr. Morton wil, als zij bij of met de vrouwen is,

van geen opzichteressen weten, zij is dan alleen met die ruim 200

veroordeelden. "Als ik bij haar ben, zullen zij zich als vrije menschen

voelen, anders kan er geen ware vriendschap, geen openhartigheid

bestaan. Hoe kan ik eischen dat zij mij vertrouwen, als ik toon haar

niet te vertrouwen", zeide zij mij.

Op mijn vraag of dit vertrouwen nooit beschaamd werd, antwoordde zij:

"neen, zóó verdorven is niet één onder haar of zij voelen zich vereerd

door dit vertrouwen. Nooit nog heb ik op één dier middagbijeenkomsten

eenige moeite gehad".

Hoe wordt hier beschaamd het nog bij ons heerschende idee, dat vrouwen

ongeschikt zijn vrouwelijke veroordeelden te regeeren. Onder al die

dames-beambten in Sherborn was er geen enkele robuste vrouw, en de

directrice, 'n lieve, vriendelijke verschijning van 55 jaren ongeveer,

was eer tenger en lichamelijk zwak te noemen. Toen zij in haar wit

geborduurde japon voor mij uitliep, kon ik mij niet voorstellen, dat

zij het hoofd van een groote strafinrichting is. In de strijkkamer

was zij even bij een der strijksters blijven staan, en op haar japon

wijzende, zeide zij: "Suzan, wat hebt gij de vorige week mijn japon

mooi gestreken, dank u wel, hoor; ik zal er erg voorzichtig mede zijn".

Laat mij thans nog even van een deel der gevangenis spreken, dat mijn

bijzondere belangstelling trok. Het was dat deel der inrichting,

waarover Dr. Potter den scepter voert. Het hospitaal is, wat bouw

en inrichting betreft, niet op de hoogte van den tijd, vooral niet,

wanneer men in aanmerking neemt, dat de nieuwste hospitalen in Amerika

bijna allen een volmaaktheid bereikt hebben.

Als punt I op het lijstje der wenschen voor Sherborn staat dan ook

een nieuw hospitaal; een wensch, die hoogstwaarschijnlijk het volgende

jaar ingewilligd zal worden. Als evenwel het ziektecijfer zoo gering

is als bij mijn bezoek, hetgeen trouwens in overeenstemming was met de

ziektestaten der vorige jaren, dan kan de bouw van een nieuw hospitaal

wel als een weeldeuitgave beschouwd worden. Vier zieken lagen er in

het geheel, allen in een eigen kamer.

De kamers lieten voor een ziekenkamer, wat geriefelijkheid betreft,

te wenschen over, doch lucht en licht was er voldoende. Behalve de

zieken lag er nog een der veroordeelden, die dienzelfden morgen van een

gezonden jongen bevallen was, en die nu een vijfde kamer in beslag nam.

Bij de kraamvrouw deed een veroordeelde den bakerdienst, terwijl de

vier overige patiënten ook door een veroordeelde bediend werden. Boven

allen stond evenwel de opzichteres-verpleegster, die over allen en

alles het oog liet gaan.

Waarom ik evenwel met voorliefde van dit deel van het gebouw

gewaag? Annex aan het hospitaal en ook onder Dr. Potter's beheer is

een nursery, een kinderkamer, waar op het oogenblik van mijn bezoek

22 kindertjes verpleegd werden.

Al de kinderen, die in de inrichting geboren worden en de kleintjes,

beneden 2 jaar, van veroordeelde moeders, kunnen tot en met hun 2e jaar

aldaar blijven. Zoowel in het belang der zuigelingen, als in het belang

van vele der veroordeelde meisjes, heeft Dr. Potter van deze nursery

een soort van school gemaakt tot opleiding van kindermeisjes. Hier

wordt het a.s. kindermeisje geleerd een gezond kind gezond te houden

en een ziek kind te verplegen. Alleen daarvoor geschikte meisjes,

wier gedrag buitengewoon goed is en wier misdrijf van dien aard was,

dat er geen gevaar voor de kinderen kan zijn in geval van recidive,

worden daarvoor gekozen.

Ook in deze afdeeling stond een verpleegster van beroep, tevens

opzichteres, aan het hoofd.

Laat mij hier nog even bij vermelden, dat de moeders der kinderen twee

keer daags gelegenheid krijgen hare kinderen te zien, en zij die het

kind zelf kunnen voeden, gaan zoo vaak naar de kinderkamer als het

zoogen dit noodig maakt. Ook des Zondagsmiddags mogen de moeders bij

haar kind zijn of het mede naar eigen kamer nemen.

Ik zal uit vrees te lang te worden, niet meer uitweiden over het

zangkoor, de gymnastieklessen, over de zoogenaamde recreatie-avonden,

waarop verschillende dames-vereenigingen zorgen dat er muziek

gemaakt of voordrachten gehouden worden, over de bloemen die van de

verschillende buitens voor de gevangenen gezonden worden en die men er

op den grootsten prijs stelt; elke gevangene krijgt een klein vaasje

met eenige bloemen voor haar kamertje en het is een lust te zien met

hoeveel zorg zoo'n bloempje tot het eind verzorgd wordt.

Ik zal ook niet spreken van de vele vrouwen, die als ernstige

geheel-onthoudsters de gevangenis verlaten en nog vóór zij

de intrede in het openbare leven opnieuw beginnen, lid der

geheel-onthouders-vereeniging worden, en van zoovele andere goede en

nuttige zaken meer. De geheele inrichting beantwoordt, naar het mij

voorkomt, geheel aan het doel dat zij beoogt. Dat is: het verbeteren,

verheffen der menschen, die er in gebracht worden.

En de resultaten, zullen de lezers vragen? Als men zooveel kosten maakt

om overtreders der ingestelde wetten te verbeteren; het denkbeeld,

dat de maatschappij recht heeft wraak te nemen op hen, die zich

vergrijpen tegen haar voorschriften, opgeeft; zelfs de meening, dat

een strenge straf angstig maakt voor nieuwe overtreding, laat varen;

de wetsovertreders enkel voor een tijdlang van hunne vrijheid berooft,

doch hun tegelijkertijd een beter, mooier leven geeft dan waaraan

zij gewend zijn; dan wil men in de oude wereld, met zijn oude wetten

en instellingen, toch wel eerst vast overtuigd zijn dat de nieuwe

wereld goed doet en niet bedrogen uitkomt, alvorens men dat voorbeeld

durft volgen.

Men heeft hierin gelijk. Doch als men bedenkt dat de eerste indruk,

die elkeen krijgt wanneer hij zijn voet op Amerikaanschen bodem zet,

is, dat Amerika practisch is; dat die indruk later, bij elken stap

dien men verder doet, versterkt wordt; als men ziet en voelt dat er

in het openbare leven van sentimentaliteit geen sprake is, doch dat

elke openbare handeling getoetst wordt aan het nut, die zij voor het

algemeen afwerpt, dan moet men toch aannemen dat de resultaten gunstig

zijn, nu langzamerhand alle Staten van Amerika er toe overgaan van

hunne gevangenissen reformatories te maken en dat sommige Staten

zeer groote sommen besteden om het snelst en het best dat doel te

bereiken. Dit feit spreekt, mijns inziens, meer dan tal van cijfers,

die ik uit de verschillende rapporten zou kunnen aanhalen.

Ik hoop later, zoodra ik gelegenheid heb gehad, Elmira te bezoeken

en over deze gevangenis-reformatory voor mannen ga schrijven, nog

uitvoerig op dit punt terug te komen. Van dit opstel verwacht ik alleen

dit resultaat, dat men in ons land zal beginnen in te zien dat er nog

een andere methode bestaat om met wetsovertreders te handelen, dan

het geijkte systeem, van zooveel maanden of zooveel jaar opsluiting,

zonder meer.

Zijn dan de resultaten die wij van deze wijze van handelen krijgen

zóó gunstig, dat wij tegen een proef van het Amerikaansche systeem

moeten opzien?

Ik hoop ook nog iets anders met het schrijven van dit opstel te

bereiken. Dat men eindelijk bij ons zal gaan inzien, dat vrouwen,

die men van haar vrijheid berooft, onder vrouwen-toezicht gesteld

moeten worden.

De vrouwen-gevangenis te Sherborn staat in heel Amerika bekend als

een inrichting waar de beste discipline heerscht, en waar bovendien

de vriendschappelijke verhouding van de ambtenaren onderling en van

hen tot de gevangenen niets te wenschen overlaat.

De vrees, dat vrouwen ongeschikt zouden zijn tot opzichteressen

en directrices van gevangenissen wordt in Amerika overal

gelogenstraft. Alleen het feit, dat weerlooze vrouwen volkomen in de

macht van mannelijke beambten geplaatst zijn, moet op beide partijen

een verlagenden invloed uitoefenen, waarvan de gevolgen toch ook maar

al te dikwijls blijk geven.

Brieven uit en over Amerika · 第 27 / 32 题