Met het vermoeden in Amerika alles anders te zullen vinden dan in
Europa en er vooral een geheel ander, hooger ontwikkeld, meer begaafd,
minder bekrompen soort vrouwen te zullen aantreffen, zette ik mijn
voet op Amerikaanschen bodem. Thans na een 6 weken verblijf, waarin ik
de gelegenheid had met vrouwen uit alle kringen en uit verschillende
Staten in aanraking te komen, wil ik voor de lezers van het Maandblad
mijn indrukken wedergeven. Ik ben natuurlijk volstrekt niet overtuigd,
dat deze indrukken niet na een langer verblijf alhier gewijzigd zullen
worden, maar ik meen de leden van "Vrouwenkiesrecht" en de lezers
van het Maandblad geen ondienst te doen, mijn eerste indrukken vast
te boekstaven.
Laat mij dan beginnen met te constateeren, dat ik de eerste weken
in New-York en Boston in dit opzicht geheel teleurgesteld was. De
enkele pioniers in de vrouwenbeweging, die ik ontmoette, stonden
zoo hoog boven het gros der vrouwen, dat ik het gevoel kreeg,
in de eerste halve eeuw zal hier van overbrugging dier klove geen
sprake zijn. Verbeeldt U, lezers, dat ik den eersten Zondag in een
damesgezelschap in New-York was, waar men den naam van Susan Anthony
zelfs niet kende en waar Mrs. Carrie Chapman Catt als een "ridiculous
woman who speaks at public meetings" [4] bekend stond.
Dit waren de echte "Society women", vrouwen die in de groote wereld van
New-York den toon mede aangeven; die haar tijd besteden met zich eenige
keeren daags in andere toiletten te steken; nooit ongedecolleteerd
aan tafel verschijnen, zelfs al zijn zij zonder gasten; die de kerk
elken Zondag bezoeken, doch met geen ander oogmerk als dat waarmede
zij naar opera of ander publieke gelegenheid gaan, in hoofdzaak
om te zien en gezien te worden; die haar kinderen laten opvoeden
door dienstboden en ze niet meer dan een of twee keer daags zien;
in 't kort met een klasse van vrouwen, waarvan Amerika helaas een
al te groot aantal bezit, vrouwen wier ouders gemakkelijk en snel
rijk zijn geworden, van welken rijkdom de kinderen nu goeden sier
maken. Van ontwikkeling, ware beschaving, fijn gevoel is bij haar geen
sprake. Zij hebben veel gereisd en weten daardoor van het een en ander
mede te praten. Zij lezen een courant en zijn daardoor op de hoogte
van de sensationeele berichten, maar dieper gaat hun kennis niet,
meer belangstelling kan men bij hen niet wekken. Natuurlijk zijn deze
vrouwen tegen vrouwenkiesrecht, waarover zij evenwel nooit nagedacht
hebben, evenmin als over eenig ander ernstig onderwerp, en toen ik
haar naar de reden vroeg, was het antwoord, dat zij tevreden waren
met wat zij hadden. Van plichten tegenover de maatschappij, plichten
tegenover de vrouwen, die minder financieel bevoorrecht zijn dan zij,
hebben zij geen begrip.
Reeds spoedig kwam ik in aanraking met een geheel ander soort
vrouwen, vrouwen die men het best onder den naam "zwoegsters"
kan samenvatten. Het waren de vrouwen en meisjes die in winkels,
in kantoren, in telefoonbureaux, in ateliers enz. haar brood
verdienen. Hieronder hoopte ik de vrouwen te vinden, die het
leven ernstig opvatten, die een ideaal bezitten en daarnaar flink
en energiek streven. Ja, dezulken waren er onder; flinke moedige
strijdsters voor billijkheid en recht; vrouwen die na haar dagtaak
elk vrij oogenblik besteden om haar vakgenooten te organiseeren, haar
te ontwikkelen en haar levensstandaard te verhoogen. Maar die vrouwen
kon men er bijna uitpikken, want moe en overspannen zagen zij er uit
en van allen hoorde ik de verzuchting, dat het zoo'n hard werk was
de vrouwenvakgenooten tot organisatie te brengen. Het was net als bij
ons. De meeste meisjes werken tot zij een man vinden, en al werkende
zoeken zij ijverig. Alles wat haar met mannen in aanraking kan brengen
wekt haar belangstelling, daarbuiten zoo goed als niets. Toen ik vroeg,
hoe het dan komt, dat zooveel gehuwde vrouwen in alle werkinrichtingen
gevonden worden, kreeg ik tot antwoord, dat dit een natuurlijk gevolg
was van het werken vóór het huwelijk. Wanneer de vrouwen eenmaal
gewend zijn op eenigszins royale wijze, (de loonen zijn hier hoog)
in eigen onderhoud te voorzien, dan valt het deerlijk af, wanneer
zij na de wittebroodsweken ontwaren, dat manlief niet geneigd is,
ook dikwijls niet in staat is, op diezelfde royale wijze aan de
wenschen van vrouwlief te gemoet te komen. Het is dan dat zeer velen
naast haar huiselijke plichten haar beroepstaak weder opvatten, maar
door die dubbele taak zich te veel op de schouders laden, om ook nog
belangstelling te kunnen hebben voor het maatschappelijk leven. Worden
dezulken ook soms lid van de vakorganisatie, dan geschiedt dit met
geen ander oogmerk dan daardoor persoonlijk voordeel te behalen. Van
een hoogere levensopvatting meestal geen sprake.
Dezelfde indrukken kreeg ik van de fabriekarbeidsters. Wel bestaan er
voor al deze categoriën vrouwen vakvereenigingen, clubs en tehuizen,
maar de vrouwen, die aan het hoofd dier vereenigingen staan en waarvan
ik verscheiden sprak, verzekerden mij, dat zij allen financieel
gesteund worden en moeten worden door de, laat mij ze noemen
"bourgeoisvrouwen", wilden zij niet ten onder gaan.
Als oorzaak van deze lakschheid der "zwoegsters" gaven de leidsters mij
bijna allen op, dat men de vrouwen die weinige belangstelling in hare
organisaties niet al te euvel kan duiden, want de organisaties staan
te machteloos, zij kunnen den leden te weinig voordeel aanbieden. De
mannen met hun kiesrecht kunnen van de volksvertegenwoordigers alles
gedaan krijgen wat zij verlangen, zoodra hun organisatie maar krachtig
optreedt en scherp omlijnde eischen stelt. De weinige vrouwen die
georganiseerd zijn, zijn dan ook allen warme voorstandsters van
vrouwenkiesrecht en verwachten daarvan, mijns inziens terecht,
alles goeds.
En toch--Amerika biedt een groote verscheidenheid van vrouwen! Naast
die weerzinwekkende, nietsdoende, alleen-voor-pleizier-maken-levende
vrouwen uit de hooge kringen, vindt men er vrouwen van gering
tot aanzienlijk--zelfs uit de hoogste kringen--die haar geheele
leven wijden aan het maatschappelijk welzijn. In alle besturen van
vereenigingen, die zulke doeleinden nastreven, kan men zeker zijn
eenige vrouwennamen te vinden, die daarbij niet als uithangbord dienst
doen, zooals in vele besturen van vereenigingen bij ons te lande, maar
waarvan de draagsters een werkzaam aandeel nemen aan het te verrichten
werk en in zoo'n bestuur dikwijls een overwegenden invloed uitoefenen.
In alle mogelijke zaken, beroepen en bedrijven trof ik vrouwen,
die daarin soms de hoogste posities bekleeden; aan het hoofd van
een school voor jongens en meisjes van 16 tot 19 à 20 jaar stond een
vrouw, terwijl de leerkrachten uit mannen en vrouwen bestonden; vrouwen
overal aan den arbeid tusschen de mannen en soms als hun superieuren;
allen vrouwen, die op waardige en bekwame wijze haar taak vervullen.
Dieper ziende en verder reizende door Amerika kwam ik dan ook tot het
besef: Ja, de Amerikaansche vrouwen, als een geheel genomen, zijn ons
een geslacht, misschien wel eenige geslachten vooruit. Overal waar
wij ons nog een plaats moeten veroveren, hebben zij reeds vasten voet.
Hoe is dit te verklaren? vroeg ik een zeer begaafde, algemeen
ontwikkelde vrouw, die in het bestuur van een groote nationale
vereeniging, ten doel hebbende kapitaal en arbeid op voet van vrede
te houden, een post van vertrouwen inneemt. Hoe konden, bij zooveel
lakschheid onder vele vrouwen, de ernstige werksters zulke posities
veroveren; hoe hebben de vrouwen in Amerika het aangelegd, dat men
haar de hoogste posten toevertrouwt?
Het antwoord op deze vraag kwam hierop neder, dat men in Amerika
voor alle soort arbeid, voor alle ambten en betrekkingen nog steeds
menschen tekort komt; dat men neemt die men krijgen kan en dat de
meeste werkgevers reeds lang hebben ingezien, dat het voordeeliger
voor hen is een bekwame vrouw dan een onbekwame man aan te stellen,
of soms voor het werk in 't geheel geen man konden vinden en dan wel
genoodzaakt waren een vrouw te nemen. Op die wijze kwamen vele vrouwen
in het werk en kregen daardoor gelegenheid te toonen, dat zij tot dat
steeds veronderstelde mannenwerk volkomen in staat waren. De vrouwen in
Amerika hebben nu reeds gelegenheid gehad zoovele vooroordeelen tegen
maatschappelijk vrouwenwerk te overwinnen, dat zij niet behoeven te
vreezen, ook al wordt de bevolking van Amerika nog zoo groot, ooit
weder uit hunne positie verdrongen te zullen worden. Door den nood
werd men gedwongen vrouwen aan het werk te zetten, en nu hebben de
vrouwen gelegenheid gehad te toonen, waartoe zij in staat zijn.