Bezoek aan het meer.--De stroom.--Plannen van
Cyrus Smith.--Het vet van de zeekoe.--Gebruik van de
vuursteenen.--Glycerine.--Zeep.--Salpeter.--Zwavelzuur.--Stikstof.--Een
nieuwe val.
Den anderen morgen, 7 Mei, lieten Cyrus Smith en Gideon Spilett het
eten klaar maken, terwijl zij verder de vlakte van het Verre Uitzicht
gingen onderzoeken, en Harbert en Pencroff den loop der rivier volgden,
om een nieuwen voorraad hout op te doen. Spoedig hadden de ingenieur
en zijn makker de plaats bereikt waar het dier den vorigen dag was
blijven liggen.
Zij stonden thans weder op dezelfde plaats waar vier en twintig uur
geleden zulk een hevigen strijd onder water was gevoerd.
Het meer scheen hier niet diep, maar hoe verder men kwam, en eindelijk
als men het midden naderde, was waarschijnlijk de diepte zeer groot.
"Wel Cyrus," vroeg de reporter, "meent ge dat dit meer volstrekt niet
verdacht is?"
"Neen, beste Spilett," antwoordde de ingenieur, "en ik weet inderdaad
niet, waaraan ik dat voorval van gisteren moet toeschrijven!"
"Ik erken," zeide Gideon Spilett, "dat de wond, die dit dier gisteren
bekomen heeft zeer zonderling is en ik kan mij ook geen denkbeeld
maken hoe Top met zulk een kracht boven het water werd geworpen. Men
zou bijna moeten gelooven aan een krachtigen arm, gewapend met een
dolk, die ook de zeekoe gedood heeft!"
"Ja," antwoordde Smith, die in gepeins verzonken was. "Er is iets dat
ik niet kan begrijpen. Maar begrijpt gij zelf, Gideon, op welke wijze
ik gered ben, hoe ik aan de golven ben ontkomen en mij plotseling in
de duinen bevond. Neen, nietwaar? Ik heb ook een voorgevoel, dat er
iets verborgens wezen moet, wat we eenmaal zullen ontdekken. Laten
wij alles stipt gadeslaan, maar niet alles van deze vreemde zaken aan
onze makkers vertellen. Laten wij onze aanmerkingen voor ons zelven
houden en ons onderzoek voortzetten."
Zooals men weet, had de ingenieur niet kunnen ontdekken waar
het overtollige water uit het meer heen vloeide, maar toch moest
noodzakelijk ergens een uitloozing zijn. Cyrus Smith nu bespeurde dat
zich op een zeker punt een vrij sterke stroom openbaarde. Hij wierp
er eenige stukjes hout in en zag dat zij in zuidelijke richting
voortdreven. Die richting volgende, kwam hij aan den zuidelijken
uithoek van het meer, daar joeg het water met kracht voort, alsof het
plotseling in een spleet van den bodem verdween. Cyrus Smith hield
zijn oor boven de oppervlakte van het meer en hoorde duidelijk het
bruisen van een onderaardschen waterval.
"Daar," zeide hij, "daar vindt het water zijn uitweg door een kanaal
in het graniet en stroomt het af naar zee door holen, waarvan wij
partij zullen trekken."
De ingenieur sneed nu een langen tak af, ontbladerde dien en toen
hij hem aan het vereenigingspunt der beide oevers in den grond had
gestoken, ontdekte hij dat er een vrij groote opening was ongeveer
een voet onder de oppervlakte van het meer. Dit was de opening der
uitloozing, die hij tot nog toe, maar te vergeefs, gezocht had, en
de stroom had daar zulk een kracht, dat hij uit de handen van den
ingenieur den tak rukte, die toen in het schuim der golven verdween.
"Er valt niet meer aan te twijfelen," herhaalde Cyrus Smith. "Daar
is de uitloozingsplaats, en ik zal haar ook blootleggen!"
"Maar hoe?" vroeg Gideon Spilett.
"Door de oppervlakte van het water drie voet te doen dalen."
"En hoe wilt gij de oppervlakte doen dalen?"
"Door een andere uitloozingsplaats te maken, welke veel grooter is
dan deze."
"Op welke plaats, Cyrus?"
"Op dat gedeelte van den oever, dat het dichtst bij de kust is."
"Maar die bestaat geheel uit graniet!" merkte de reporter aan.
"Welnu, die zal ik laten springen, en het water zal er natuurlijk
uitstroomen en dus het meer doen dalen. Zoodoende kunnen wij de
uitloozing vinden."
"En een waterval op het strand maken," voegde de correspondent er bij.
"En waterval, dien wij tot ons voordeel zullen aanwenden!" antwoordde
Cyrus. "Kom, ga mede!"
De ingenieur voerde zijn makker met zich, wiens vertrouwen in hem
zoo groot was, dat hij geen oogenblik aan het welslagen van het plan
twijfelde. En toch, hoe moesten zij dien oever van graniet openen? Hoe
zouden zij zonder kruit en met gebrekkige werktuigen die rotsen uiteen
doen springen? Was het niet een werk, dat hun krachten te boven ging?
Toen Cyrus Smith en de reporter weder in de Schoorsteenen terug kwamen,
vonden zij Harbert en Pencroff bezig met hun voorraad hout te ontladen.
"De houthakkers hebben hun taak volbracht, mijnheer Cyrus," zei de
matroos lachend, "en wanneer gij nu metselaars noodig hebt...."
"Geen metselaars, beste vriend, maar scheikundigen," antwoordde
de ingenieur.
"Ja," voegde Spilett er bij, "wij gaan het eiland laten springen."
"Het eiland laten springen!" riep Pencroff uit.
"Een gedeelte ten minste!" hernam Gideon Spilett.
"Luistert, mijn vrienden!" zei de ingenieur.
Cyrus Smith maakte hen met den uitslag van zijn onderzoek
bekend. Volgens hem, moest er een vrij aanzienlijke grot bestaan
in de granietmassa, die de vlakte het Verre Uitzicht uitmaakte,
en hij was voornemens daar in door te dringen. Om dit te doen,
moest hij eerst de opening, waardoor het water zijn uitweg vond,
vrij maken, en dientengevolge de oppervlakte doen dalen door een
grootere uitloozingsplaats te maken. Hiervoor moesten zij dus een
ontplofbare zelfstandigheid bereiden, en op deze wijze een groote
gleuf op een ander gedeelte van den oever maken. Dit wilde Cyrus Smith
thans beproeven met de verschillende delfstoffen welke de natuur ter
zijner beschikking had gesteld.
Het is onnoodig te zeggen, met welk een opgewondenheid dit voorstel
door allen, maar voornamelijk door Pencroff begroet werd. Grootsche
middelen, rotsen doen springen, een waterval maken, dat was naar den
zin van den matroos! En hij zou een even goed chemist als metselaar
en schoenmaker wezen, daar de ingenieur thans aan een chemist
behoefte had. Hij zou alles wezen, wat men maar wilde--zelfs dans-
en schermmeester, zei hij tot Nab, zoo dat noodig was.
Nab en Pencroff moesten nu eerst het spek van de zeekoe afsnijden,
en dit voor bederf bewaren. Zij vertrokken terstond zonder eenige
verdere inlichting te vragen, zoo volkomen was het vertrouwen dat
zij in den ingenieur stelden.
Eenige oogenblikken later voeren Cyrus Smith, Spilett en Harbert
de rivier op, beladen met gevlochten teenen, ten einde een voorraad
vuursteenen te halen. De geheele dag ging met dezen arbeid voorbij,
maar tegen den avond bezaten zij dan ook een voldoende hoeveelheid.
Den anderen morgen, 8 Mei, begon de ingenieur met zijn scheikundige
proeven. De vuursteenen bestaan hoofdzakelijk uit kool of silicium,
aluminium en zwavelijzer, vooral een groote hoeveelheid van het
laatste; hij moest nu het zwavelijzer er uit verwijderen en het zoo
snel mogelijk in sulfaat veranderen. Als men eenmaal dit sulfaat
verkregen heeft dan kan men het zwavelzuur er gemakkelijk uit bereiden.
Nu maakte Cyrus Smith een gedeelte van den grond, achter de
Schoorsteenen gelijk. Hier plaatste hij eenige takkenbossen en
brandhout, en daarop vuurhoudende steenen; daarop overdekte hij het
geheel weder met eenige vuursteenen, die vooraf verbrijzeld waren tot
op de groote eener noot. Toen hij dit gedaan had, stak hij het hout
aan; de warmte deelde zich aan de steenen mede die ook vlam vatten,
omdat zij koolstof en zwavel bevatten. Nu werd er een nieuwe stapel
van steenen gemaakt, dien zij weder met gras en planten over dekten,
nadat zij de lucht er doorheen hadden laten spelen, alsof zij een
stapel hout tot houtskool moesten maken.
Daarop lieten zij het proces zijn voortgang hebben en binnen de tien
of twaalf dagen zou het zwavelijzer in sulfaat van ijzer en het
aluminium in sulfaat van aluminium veranderd zijn, twee oplosbare
zelfstandigheden; terwijl het silicium, de houtskool en de asch
onoplosbaar zijn. Terwijl dit chemische proces plaats had, liet
Cyrus Smith ander werk verrichten. Zij waren allen vol ijver en met
geestdrift bezield.
Nab en Pencroff hadden de zeekoe van haar spek ontdaan, en dit
in de groote aarden potten verzameld. Uit dit vet moesten zij
ook een bestanddeel verwijderen, de glycerine, door het in zeep te
veranderen. Om dit nu te verkrijgen, was 't voldoende het met soda of
kalk te vermengen. Inderdaad als men bij vet een dezer bestanddeelen
brengt, verkrijgt men zeep en scheidt de glycerine zich af, en juist
deze glycerine wilde de ingenieur bekomen. Aan kalk ontbrak het
hem niet, zooals men weet; maar wel gaf de vermenging met kalk een
kalkachtige zeep, onverbindbaar en dus ook onbruikbaar, terwijl de
vermenging met soda hun integendeel een oplosbare zeep zou geven, die
dus weder in het huishouden kon gebezigd worden. Dus zou Cyrus Smith
soda trachten te bereiden. Was het moeielijk? Neen, want zeeplanten
groeiden in grooten overvloed op het strand. Zij verzamelden dus een
goede hoeveelheid van deze planten, droogden ze en lieten ze toen in
groote kuilen in de open lucht verbranden. De verbranding van die
planten werd gedurende eenige dagen onderhouden, zoodat de warmte
den graad bereikte waarop de asch smolt, en het voortbrengsel van
dit proces was een dikke grijsachtige massa, die reeds sedert lang
onder den naam van "natuurlijke soda" bekend is.
Toen zij die verkregen hadden, vermengde de ingenieur het vet met
de soda, die eensdeels een oplosbare zeep gaf en anderdeels een
zelfstandige massa glycerine.
Maar dat was nog niet alles; Cyrus Smith moest voor zijn aanstaand
preparaat nog een andere zelfstandigheid hebben, de salpeterzure
potasch, die meer bekend is onder den naam van salpeter.
Cyrus Smith had deze zelfstandigheid kunnen bereiden door koolzure
potasch, die gemakkelijk uit de asch van planten te verkrijgen is,
met salpeterzuur te vermengen. Maar het salpeterzuur ontbrak hem,
en juist dat zuur wilde hij hebben. Gelukkig nu verschafte de natuur
hem dit salpeter, en hij had het slechts voor het oprapen. Harbert
ontdekte een laag er van in het noorden van het eiland, aan den
voet van den berg Franklin, en ze behoefden nu slechts dit zout te
zuiveren. Met het bereiden dezer verschillende zaken verliep er een
geheele week. Zij waren met alles gereed, vóór dat het zwavelijzer
in sulfaat van ijzer veranderd was. Maar in dien tusschentijd konden
de kolonisten hard aardewerk in een oven van steenen vervaardigen,
dat zou strekken tot het distilleeren van ijzersulfaat, wanneer dit
verkregen zou zijn. Alles was tegen den 18den Mei gereed, ongeveer
op hetzelfde tijdstip dat het chemische proces was afgeloopen.
Gideon Spilett, Harbert, Nab en Pencroff, voorgegaan door den
ingenieur, waren de handigste werklieden geworden. De noodzakelijkheid
is de meesteres naar wie men het meest luistert en die het beste
onderwijst.
Cyrus Smith had nu een voldoende hoeveelheid van dit gekristalliseerde
sulfaat van ijzer, waaruit zij nu het zwavelzuur moesten trekken. Den
20sten Mei was de ingenieur in het bezit van deze zelfstandigheid,
die hun later van zooveel dienst zou zijn.
Toen hij het zwavelzuur verkregen had, bracht hij het bij de glycerine,
die hij vooruit geconcentreerd had, door het aan verdamping bloot
te stellen, en hij had nu zelfs, zonder eenig verkoelend mengsel te
gebruiken, verscheidene kannen van een olieachtige gele vloeistof
verkregen. Deze laatste bereiding had Cyrus Smith geheel alleen
gemaakt, op grooten afstand van de Schoorsteenen, want er bestond
gevaar voor ontploffing en, toen hij een flesch met dit vocht bij
zijn vrienden bracht, zeide hij:
"Hier hebt gij nitro-glycerine!"
Dit was inderdaad die vreeselijke stof, waarvan de ontploffingskracht
tienmaal grooter is dan die van het buskruit, en waardoor reeds zooveel
onheilen zijn teweeggebracht. Thans, nu men het middel heeft gevonden
om het in dynamiet te veranderen, dat is het te vermengen met een
vaste zelfstandigheid, klei of suiker, poreus genoeg om het in zich
op te nemen, kan dit gevaarlijke vocht met minder gevaar gebruikt
worden. Maar het dynamiet was nog niet bekend, toen de kolonisten op
het eiland Lincoln waren.
"En dat vocht zal onze rotsen dus doen springen?" zei Pencroff op
ongeloovigen toon.
"Ja, beste vriend," antwoordde de ingenieur, "en deze nitro-glycerine
zal zooveel te meer uitwerking hebben, naarmate dit harde graniet
meer weerstand zal bieden."
"En wanneer zullen wij dat zien, mijnheer Cyrus?"
"Morgen, zoodra wij een gat in de mijn geboord hebben," antwoordde
de ingenieur.
Den anderen dag, den 21sten Mei, begaven de kolonisten zich reeds bij
het aanbreken van den dag op weg naar den oever van het meer Grant,
op ongeveer vijf honderd pas afstands van de kust.
Het was zeker, dat, wanneer men den bovenrand deed springen, het
water door de opening zou ontsnappen, en een beekje zou vormen, dat
wanneer het zich over de oppervlakte van de bergvlakte had verspreid,
op het strand zou wegvloeien. Zoodoende zou het meer lager en de
uitloozing bloot komen te liggen; hun doel was dan bereikt. Maar dit
doel was niet spoedig bereikt, want de ingenieur, die een ontzaglijke
ontploffing wilde teweegbrengen, was voornemens niet minder dan tien
liter nitro-glycerine te gebruiken. Pencroff, afgelost door Nab,
slaagde er in tegen vier uur een gat in de mijn gereed te hebben,
dat groot genoeg was om die hoeveelheid te bevatten.
Nu moesten zij nog overleggen, hoe die ontplofbare zelfstandigheid
te doen werken. Gewoonlijk wordt de nitro-glycerine aangestoken door
middel van een kleine hoeveelheid knalzuurzout, dat, wanneer het
springt, de ontploffing plaats doet hebben. Door een schok moest de
ontploffing teweeggebracht worden, want wanneer het slechts aangestoken
werd, zou het branden, zonder te ontploffen.
Cyrus Smith had zulk een lont wel kunnen bereiden. Bij gebrek aan dit
knalzuurzout kon hij toch eene zelfstandigheid maken, die veel met
schietkatoen overeenkwam, daar hij salpeterzuur tot zijne beschikking
had. Dit in een kardoes gedaan en bij de nitro-glycerine gebracht,
zou ook losbarsten wanneer het met een tondel werd aangestoken. Maar
Cyrus Smith wist dat de nitro-glycerine de eigenschap heeft om bij
een schok te ontploffen. Hij besloot dus van die eigenschap gebruik
te maken; zoo dit hem niet gelukte kon hij altijd nog een ander middel
aanwenden. Het slaan met een hamer op eenige druppels nitro-glycerine,
zou reeds een uitbarsting teweeg brengen. Maar hij, die dezen slag
met den hamer zou moeten toebrengen, kon dit niet doen, zonder zelf
het slachtoffer der bewerking te worden. Cyrus Smith kwam nu op het
denkbeeld om een stuk ijzer vlak boven de opening der mijn aan een
eind koord te hangen. Een ander koord, dat hij vooraf door zwavel
had gehaald, werd in het midden van het eerste vastgehecht, terwijl
het uiteinde van dat koord op den grond hing, op zekeren afstand
van de opening verwijderd. Dit tweede koord werd nu aangestoken,
en zou natuurlijk branden, totdat het 't eerste raakte. Dit zou ook
vlam vatten, zou breken en het stuk ijzer moest natuurlijk op de
nitro-glycerine vallen.
Toen dit toestel gereed was, verwijderde de ingenieur zijn vrienden,
stortte de nitro-glycerine in de opening en goot eenige druppels
onder het blok ijzer dat reeds was opgehangen. Toen dit gedaan was,
nam Cyrus Smith het uiteinde van het door zwavel gehaalde koord, stak
het aan, en voegde zich toen bij zijn vrienden in de Schoorsteenen.
Het koord moest vijf en twintig minuten branden en inderdaad vijf
en twintig minuten later dreunde eene ontploffing, waarvan men zich
geen denkbeeld zou kunnen vormen. Het scheen dat het geheele eiland
op zijn fondamenten sidderde. Een wolk van steenen verhief zich alsof
zij door een vulkaan ten hemel werd geworpen.
De schok, die door de verplaatsing van lucht teweeg werd gebracht,
deed de rotsen der Schoorsteenen trillen. De kolonisten, hoewel zij
meer dan twee mijlen van de mijn verwijderd waren, werden op den
grond geworpen. Zij stonden op, bestegen de bergvlakte en ijlden
naar de plaats waar de rand van het meer door de losbarsting was
uiteengeslagen.
Een drievoudig hoezee weerklonk uit aller mond! De rots was gespleten
over een groote oppervlakte. Een krachtige waterstroom bruiste
schuimend over de vlakte, en strekte zich uit tot aan het uiteinde
van de rots waar hij zich van een hoogte van driehonderd voet naar
beneden stortte.