XVII.

Bezoek aan het meer.--De stroom.--Plannen van

Cyrus Smith.--Het vet van de zeekoe.--Gebruik van de

vuursteenen.--Glycerine.--Zeep.--Salpeter.--Zwavelzuur.--Stikstof.--Een

nieuwe val.

Den anderen morgen, 7 Mei, lieten Cyrus Smith en Gideon Spilett het

eten klaar maken, terwijl zij verder de vlakte van het Verre Uitzicht

gingen onderzoeken, en Harbert en Pencroff den loop der rivier volgden,

om een nieuwen voorraad hout op te doen. Spoedig hadden de ingenieur

en zijn makker de plaats bereikt waar het dier den vorigen dag was

blijven liggen.

Zij stonden thans weder op dezelfde plaats waar vier en twintig uur

geleden zulk een hevigen strijd onder water was gevoerd.

Het meer scheen hier niet diep, maar hoe verder men kwam, en eindelijk

als men het midden naderde, was waarschijnlijk de diepte zeer groot.

"Wel Cyrus," vroeg de reporter, "meent ge dat dit meer volstrekt niet

verdacht is?"

"Neen, beste Spilett," antwoordde de ingenieur, "en ik weet inderdaad

niet, waaraan ik dat voorval van gisteren moet toeschrijven!"

"Ik erken," zeide Gideon Spilett, "dat de wond, die dit dier gisteren

bekomen heeft zeer zonderling is en ik kan mij ook geen denkbeeld

maken hoe Top met zulk een kracht boven het water werd geworpen. Men

zou bijna moeten gelooven aan een krachtigen arm, gewapend met een

dolk, die ook de zeekoe gedood heeft!"

"Ja," antwoordde Smith, die in gepeins verzonken was. "Er is iets dat

ik niet kan begrijpen. Maar begrijpt gij zelf, Gideon, op welke wijze

ik gered ben, hoe ik aan de golven ben ontkomen en mij plotseling in

de duinen bevond. Neen, nietwaar? Ik heb ook een voorgevoel, dat er

iets verborgens wezen moet, wat we eenmaal zullen ontdekken. Laten

wij alles stipt gadeslaan, maar niet alles van deze vreemde zaken aan

onze makkers vertellen. Laten wij onze aanmerkingen voor ons zelven

houden en ons onderzoek voortzetten."

Zooals men weet, had de ingenieur niet kunnen ontdekken waar

het overtollige water uit het meer heen vloeide, maar toch moest

noodzakelijk ergens een uitloozing zijn. Cyrus Smith nu bespeurde dat

zich op een zeker punt een vrij sterke stroom openbaarde. Hij wierp

er eenige stukjes hout in en zag dat zij in zuidelijke richting

voortdreven. Die richting volgende, kwam hij aan den zuidelijken

uithoek van het meer, daar joeg het water met kracht voort, alsof het

plotseling in een spleet van den bodem verdween. Cyrus Smith hield

zijn oor boven de oppervlakte van het meer en hoorde duidelijk het

bruisen van een onderaardschen waterval.

"Daar," zeide hij, "daar vindt het water zijn uitweg door een kanaal

in het graniet en stroomt het af naar zee door holen, waarvan wij

partij zullen trekken."

De ingenieur sneed nu een langen tak af, ontbladerde dien en toen

hij hem aan het vereenigingspunt der beide oevers in den grond had

gestoken, ontdekte hij dat er een vrij groote opening was ongeveer

een voet onder de oppervlakte van het meer. Dit was de opening der

uitloozing, die hij tot nog toe, maar te vergeefs, gezocht had, en

de stroom had daar zulk een kracht, dat hij uit de handen van den

ingenieur den tak rukte, die toen in het schuim der golven verdween.

"Er valt niet meer aan te twijfelen," herhaalde Cyrus Smith. "Daar

is de uitloozingsplaats, en ik zal haar ook blootleggen!"

"Maar hoe?" vroeg Gideon Spilett.

"Door de oppervlakte van het water drie voet te doen dalen."

"En hoe wilt gij de oppervlakte doen dalen?"

"Door een andere uitloozingsplaats te maken, welke veel grooter is

dan deze."

"Op welke plaats, Cyrus?"

"Op dat gedeelte van den oever, dat het dichtst bij de kust is."

"Maar die bestaat geheel uit graniet!" merkte de reporter aan.

"Welnu, die zal ik laten springen, en het water zal er natuurlijk

uitstroomen en dus het meer doen dalen. Zoodoende kunnen wij de

uitloozing vinden."

"En een waterval op het strand maken," voegde de correspondent er bij.

"En waterval, dien wij tot ons voordeel zullen aanwenden!" antwoordde

Cyrus. "Kom, ga mede!"

De ingenieur voerde zijn makker met zich, wiens vertrouwen in hem

zoo groot was, dat hij geen oogenblik aan het welslagen van het plan

twijfelde. En toch, hoe moesten zij dien oever van graniet openen? Hoe

zouden zij zonder kruit en met gebrekkige werktuigen die rotsen uiteen

doen springen? Was het niet een werk, dat hun krachten te boven ging?

Toen Cyrus Smith en de reporter weder in de Schoorsteenen terug kwamen,

vonden zij Harbert en Pencroff bezig met hun voorraad hout te ontladen.

"De houthakkers hebben hun taak volbracht, mijnheer Cyrus," zei de

matroos lachend, "en wanneer gij nu metselaars noodig hebt...."

"Geen metselaars, beste vriend, maar scheikundigen," antwoordde

de ingenieur.

"Ja," voegde Spilett er bij, "wij gaan het eiland laten springen."

"Het eiland laten springen!" riep Pencroff uit.

"Een gedeelte ten minste!" hernam Gideon Spilett.

"Luistert, mijn vrienden!" zei de ingenieur.

Cyrus Smith maakte hen met den uitslag van zijn onderzoek

bekend. Volgens hem, moest er een vrij aanzienlijke grot bestaan

in de granietmassa, die de vlakte het Verre Uitzicht uitmaakte,

en hij was voornemens daar in door te dringen. Om dit te doen,

moest hij eerst de opening, waardoor het water zijn uitweg vond,

vrij maken, en dientengevolge de oppervlakte doen dalen door een

grootere uitloozingsplaats te maken. Hiervoor moesten zij dus een

ontplofbare zelfstandigheid bereiden, en op deze wijze een groote

gleuf op een ander gedeelte van den oever maken. Dit wilde Cyrus Smith

thans beproeven met de verschillende delfstoffen welke de natuur ter

zijner beschikking had gesteld.

Het is onnoodig te zeggen, met welk een opgewondenheid dit voorstel

door allen, maar voornamelijk door Pencroff begroet werd. Grootsche

middelen, rotsen doen springen, een waterval maken, dat was naar den

zin van den matroos! En hij zou een even goed chemist als metselaar

en schoenmaker wezen, daar de ingenieur thans aan een chemist

behoefte had. Hij zou alles wezen, wat men maar wilde--zelfs dans-

en schermmeester, zei hij tot Nab, zoo dat noodig was.

Nab en Pencroff moesten nu eerst het spek van de zeekoe afsnijden,

en dit voor bederf bewaren. Zij vertrokken terstond zonder eenige

verdere inlichting te vragen, zoo volkomen was het vertrouwen dat

zij in den ingenieur stelden.

Eenige oogenblikken later voeren Cyrus Smith, Spilett en Harbert

de rivier op, beladen met gevlochten teenen, ten einde een voorraad

vuursteenen te halen. De geheele dag ging met dezen arbeid voorbij,

maar tegen den avond bezaten zij dan ook een voldoende hoeveelheid.

Den anderen morgen, 8 Mei, begon de ingenieur met zijn scheikundige

proeven. De vuursteenen bestaan hoofdzakelijk uit kool of silicium,

aluminium en zwavelijzer, vooral een groote hoeveelheid van het

laatste; hij moest nu het zwavelijzer er uit verwijderen en het zoo

snel mogelijk in sulfaat veranderen. Als men eenmaal dit sulfaat

verkregen heeft dan kan men het zwavelzuur er gemakkelijk uit bereiden.

Nu maakte Cyrus Smith een gedeelte van den grond, achter de

Schoorsteenen gelijk. Hier plaatste hij eenige takkenbossen en

brandhout, en daarop vuurhoudende steenen; daarop overdekte hij het

geheel weder met eenige vuursteenen, die vooraf verbrijzeld waren tot

op de groote eener noot. Toen hij dit gedaan had, stak hij het hout

aan; de warmte deelde zich aan de steenen mede die ook vlam vatten,

omdat zij koolstof en zwavel bevatten. Nu werd er een nieuwe stapel

van steenen gemaakt, dien zij weder met gras en planten over dekten,

nadat zij de lucht er doorheen hadden laten spelen, alsof zij een

stapel hout tot houtskool moesten maken.

Daarop lieten zij het proces zijn voortgang hebben en binnen de tien

of twaalf dagen zou het zwavelijzer in sulfaat van ijzer en het

aluminium in sulfaat van aluminium veranderd zijn, twee oplosbare

zelfstandigheden; terwijl het silicium, de houtskool en de asch

onoplosbaar zijn. Terwijl dit chemische proces plaats had, liet

Cyrus Smith ander werk verrichten. Zij waren allen vol ijver en met

geestdrift bezield.

Nab en Pencroff hadden de zeekoe van haar spek ontdaan, en dit

in de groote aarden potten verzameld. Uit dit vet moesten zij

ook een bestanddeel verwijderen, de glycerine, door het in zeep te

veranderen. Om dit nu te verkrijgen, was 't voldoende het met soda of

kalk te vermengen. Inderdaad als men bij vet een dezer bestanddeelen

brengt, verkrijgt men zeep en scheidt de glycerine zich af, en juist

deze glycerine wilde de ingenieur bekomen. Aan kalk ontbrak het

hem niet, zooals men weet; maar wel gaf de vermenging met kalk een

kalkachtige zeep, onverbindbaar en dus ook onbruikbaar, terwijl de

vermenging met soda hun integendeel een oplosbare zeep zou geven, die

dus weder in het huishouden kon gebezigd worden. Dus zou Cyrus Smith

soda trachten te bereiden. Was het moeielijk? Neen, want zeeplanten

groeiden in grooten overvloed op het strand. Zij verzamelden dus een

goede hoeveelheid van deze planten, droogden ze en lieten ze toen in

groote kuilen in de open lucht verbranden. De verbranding van die

planten werd gedurende eenige dagen onderhouden, zoodat de warmte

den graad bereikte waarop de asch smolt, en het voortbrengsel van

dit proces was een dikke grijsachtige massa, die reeds sedert lang

onder den naam van "natuurlijke soda" bekend is.

Toen zij die verkregen hadden, vermengde de ingenieur het vet met

de soda, die eensdeels een oplosbare zeep gaf en anderdeels een

zelfstandige massa glycerine.

Maar dat was nog niet alles; Cyrus Smith moest voor zijn aanstaand

preparaat nog een andere zelfstandigheid hebben, de salpeterzure

potasch, die meer bekend is onder den naam van salpeter.

Cyrus Smith had deze zelfstandigheid kunnen bereiden door koolzure

potasch, die gemakkelijk uit de asch van planten te verkrijgen is,

met salpeterzuur te vermengen. Maar het salpeterzuur ontbrak hem,

en juist dat zuur wilde hij hebben. Gelukkig nu verschafte de natuur

hem dit salpeter, en hij had het slechts voor het oprapen. Harbert

ontdekte een laag er van in het noorden van het eiland, aan den

voet van den berg Franklin, en ze behoefden nu slechts dit zout te

zuiveren. Met het bereiden dezer verschillende zaken verliep er een

geheele week. Zij waren met alles gereed, vóór dat het zwavelijzer

in sulfaat van ijzer veranderd was. Maar in dien tusschentijd konden

de kolonisten hard aardewerk in een oven van steenen vervaardigen,

dat zou strekken tot het distilleeren van ijzersulfaat, wanneer dit

verkregen zou zijn. Alles was tegen den 18den Mei gereed, ongeveer

op hetzelfde tijdstip dat het chemische proces was afgeloopen.

Gideon Spilett, Harbert, Nab en Pencroff, voorgegaan door den

ingenieur, waren de handigste werklieden geworden. De noodzakelijkheid

is de meesteres naar wie men het meest luistert en die het beste

onderwijst.

Cyrus Smith had nu een voldoende hoeveelheid van dit gekristalliseerde

sulfaat van ijzer, waaruit zij nu het zwavelzuur moesten trekken. Den

20sten Mei was de ingenieur in het bezit van deze zelfstandigheid,

die hun later van zooveel dienst zou zijn.

Toen hij het zwavelzuur verkregen had, bracht hij het bij de glycerine,

die hij vooruit geconcentreerd had, door het aan verdamping bloot

te stellen, en hij had nu zelfs, zonder eenig verkoelend mengsel te

gebruiken, verscheidene kannen van een olieachtige gele vloeistof

verkregen. Deze laatste bereiding had Cyrus Smith geheel alleen

gemaakt, op grooten afstand van de Schoorsteenen, want er bestond

gevaar voor ontploffing en, toen hij een flesch met dit vocht bij

zijn vrienden bracht, zeide hij:

"Hier hebt gij nitro-glycerine!"

Dit was inderdaad die vreeselijke stof, waarvan de ontploffingskracht

tienmaal grooter is dan die van het buskruit, en waardoor reeds zooveel

onheilen zijn teweeggebracht. Thans, nu men het middel heeft gevonden

om het in dynamiet te veranderen, dat is het te vermengen met een

vaste zelfstandigheid, klei of suiker, poreus genoeg om het in zich

op te nemen, kan dit gevaarlijke vocht met minder gevaar gebruikt

worden. Maar het dynamiet was nog niet bekend, toen de kolonisten op

het eiland Lincoln waren.

"En dat vocht zal onze rotsen dus doen springen?" zei Pencroff op

ongeloovigen toon.

"Ja, beste vriend," antwoordde de ingenieur, "en deze nitro-glycerine

zal zooveel te meer uitwerking hebben, naarmate dit harde graniet

meer weerstand zal bieden."

"En wanneer zullen wij dat zien, mijnheer Cyrus?"

"Morgen, zoodra wij een gat in de mijn geboord hebben," antwoordde

de ingenieur.

Den anderen dag, den 21sten Mei, begaven de kolonisten zich reeds bij

het aanbreken van den dag op weg naar den oever van het meer Grant,

op ongeveer vijf honderd pas afstands van de kust.

Het was zeker, dat, wanneer men den bovenrand deed springen, het

water door de opening zou ontsnappen, en een beekje zou vormen, dat

wanneer het zich over de oppervlakte van de bergvlakte had verspreid,

op het strand zou wegvloeien. Zoodoende zou het meer lager en de

uitloozing bloot komen te liggen; hun doel was dan bereikt. Maar dit

doel was niet spoedig bereikt, want de ingenieur, die een ontzaglijke

ontploffing wilde teweegbrengen, was voornemens niet minder dan tien

liter nitro-glycerine te gebruiken. Pencroff, afgelost door Nab,

slaagde er in tegen vier uur een gat in de mijn gereed te hebben,

dat groot genoeg was om die hoeveelheid te bevatten.

Nu moesten zij nog overleggen, hoe die ontplofbare zelfstandigheid

te doen werken. Gewoonlijk wordt de nitro-glycerine aangestoken door

middel van een kleine hoeveelheid knalzuurzout, dat, wanneer het

springt, de ontploffing plaats doet hebben. Door een schok moest de

ontploffing teweeggebracht worden, want wanneer het slechts aangestoken

werd, zou het branden, zonder te ontploffen.

Cyrus Smith had zulk een lont wel kunnen bereiden. Bij gebrek aan dit

knalzuurzout kon hij toch eene zelfstandigheid maken, die veel met

schietkatoen overeenkwam, daar hij salpeterzuur tot zijne beschikking

had. Dit in een kardoes gedaan en bij de nitro-glycerine gebracht,

zou ook losbarsten wanneer het met een tondel werd aangestoken. Maar

Cyrus Smith wist dat de nitro-glycerine de eigenschap heeft om bij

een schok te ontploffen. Hij besloot dus van die eigenschap gebruik

te maken; zoo dit hem niet gelukte kon hij altijd nog een ander middel

aanwenden. Het slaan met een hamer op eenige druppels nitro-glycerine,

zou reeds een uitbarsting teweeg brengen. Maar hij, die dezen slag

met den hamer zou moeten toebrengen, kon dit niet doen, zonder zelf

het slachtoffer der bewerking te worden. Cyrus Smith kwam nu op het

denkbeeld om een stuk ijzer vlak boven de opening der mijn aan een

eind koord te hangen. Een ander koord, dat hij vooraf door zwavel

had gehaald, werd in het midden van het eerste vastgehecht, terwijl

het uiteinde van dat koord op den grond hing, op zekeren afstand

van de opening verwijderd. Dit tweede koord werd nu aangestoken,

en zou natuurlijk branden, totdat het 't eerste raakte. Dit zou ook

vlam vatten, zou breken en het stuk ijzer moest natuurlijk op de

nitro-glycerine vallen.

Toen dit toestel gereed was, verwijderde de ingenieur zijn vrienden,

stortte de nitro-glycerine in de opening en goot eenige druppels

onder het blok ijzer dat reeds was opgehangen. Toen dit gedaan was,

nam Cyrus Smith het uiteinde van het door zwavel gehaalde koord, stak

het aan, en voegde zich toen bij zijn vrienden in de Schoorsteenen.

Het koord moest vijf en twintig minuten branden en inderdaad vijf

en twintig minuten later dreunde eene ontploffing, waarvan men zich

geen denkbeeld zou kunnen vormen. Het scheen dat het geheele eiland

op zijn fondamenten sidderde. Een wolk van steenen verhief zich alsof

zij door een vulkaan ten hemel werd geworpen.

De schok, die door de verplaatsing van lucht teweeg werd gebracht,

deed de rotsen der Schoorsteenen trillen. De kolonisten, hoewel zij

meer dan twee mijlen van de mijn verwijderd waren, werden op den

grond geworpen. Zij stonden op, bestegen de bergvlakte en ijlden

naar de plaats waar de rand van het meer door de losbarsting was

uiteengeslagen.

Een drievoudig hoezee weerklonk uit aller mond! De rots was gespleten

over een groote oppervlakte. Een krachtige waterstroom bruiste

schuimend over de vlakte, en strekte zich uit tot aan het uiteinde

van de rots waar hij zich van een hoogte van driehonderd voet naar

beneden stortte.

Het Geheimzinnige Eiland De Luchtschipbreukelingen · 第 21 / 37 题