XV.

Er wordt bepaald besloten tot overwintering.--De quaestie

der delfstoffen.--Onderzoek van het eiland.--Jacht op

zeehonden.--De katalaansche methode.--Vervaardiging van

ijzer.--Hoe men staal bekomt.

Den anderen morgen, den 17den April richtte de matroos het eerste

woord tot Gideon Spilett.

"Wel mijnheer," zeide hij, "wat zullen wij nu van daag zijn?"

"Alles wat Cyrus Smith goedvindt," antwoordde de reporter. Tot nog toe

waren zij steen- en pottebakkers geweest, maar nu zouden de vrienden

van den ingenieur metaalgieters worden.

Den vorigen dag, na het ontbijt, hadden zij hun onderzoek tot de kaap

Zuid-Mandibule kunnen uitstrekken, welke ongeveer zeven mijlen van de

Schoorsteenen was verwijderd, en waar de grond van een geheel anderen

aard was. De avond was toen echter gevallen, zoodat zij wel naar de

Schoorsteenen moesten terugkeeren, maar dien nacht deden zij geen oog

dicht, voordat zij overeengekomen waren het eiland Lincoln te verlaten.

Wel was de afstand van twaalf honderd mijlen, die het eiland scheidde

van den Pomotou-archipel, groot. Met een bootje was het onmogelijk,

vooral daar een slechte tijd naderde. Pencroff had dit ronduit

gezegd. Een groote boot te timmeren, al had men er alle werktuigen

voor, zou toch moeielijk gaan. Zij besloten dus op het eiland Lincoln

te overwinteren, en een beter verblijf dan de Schoorsteenen op

te zoeken.

Vóór alles moesten zij gebruik maken van de ijzermijn om dan staal

of ijzer er uit te bereiden.

"Moeten wij nu ijzer gaan maken, mijnheer Smith?" vroeg Pencroff.

"Ja," was het antwoord van den ingenieur, "en daarom--wat u

ongetwijfeld genoegen zal doen--moeten wij eerst zeehonden op het

eilandje gaan vangen."

"Jacht op de zeehonden!" riep de matroos uit, terwijl hij zich tot

Gideon Spilett wendde. "Wij moeten dus een zeehond hebben om ijzer

te bereiden?"

"Cyrus Smith zegt het!" antwoordde de verslaggever.

Maar de ingenieur had de Schoorsteenen reeds verlaten en Pencroff

maakte zich tot de jacht gereed, zonder eenige andere verklaring

gekregen te hebben.

Spoedig waren Cyrus Smith, Gideon Spilett, Nab en de matroos op

het strand vereenigd daar, waar de zee een doorwaadbare plek bij

eb aanbood.

Het was de eerste maal dat Cyrus Smith een voet op het eilandje zette

en de tweede maal van zijn vrienden sedert zij er door den ballon

opgeworpen waren. De jagers verspreidden zich terstond achter de rotsen

waar zij geduldig wachtten tot de zeehonden op het strand kwamen.

Een uur ging er voorbij eer dat er een zeehond te zien was; zij telden

er toen ongeveer een half dozijn. Pencroff en Harbert begaven zich naar

de punt van het eilandje, om ze den terugtocht te beletten. Intusschen

plaatsten Cyrus Smith, Gideon Spilett en Nab zich langs de rotsen en

naderden zoo de plaats waar de strijd gevoerd moest worden.

Plotseling verhief zich de hooge gestalte van Pencroff. De matroos

uitte een kreet. De ingenieur en zijn makkers snelden ijlings naar

hem toe. Twee dieren lagen, door een geweldigen slag getroffen, dood

op den grond, maar de overigen konden zich nog bij tijds in zee werpen.

"Hier hebt gij de bestelde zeehonden, mijnheer Smith!" zeide Pencroff

tot den ingenieur.

"Goed," antwoordde deze, "wij zullen er blaasbalgen van maken!"

"Blaasbalgen!" riep Pencroff verbaasd uit.

Inderdaad was de ingenieur van plan een blaasbalg te maken van de

huid dezer dieren. Zij hadden een middelmatige lengte, en hun kop

geleek veel op dien van een hond.

Maar daar zij zulk een zwaren last niet gaarne onnoodig mededroegen,

besloten Nab en Pencroff op de plaats zelf hun huid af te stroopen,

terwijl Cyrus Smith en de reporter het eiland verder gingen

onderzoeken.

De matroos en de neger kweten zich zeer behendig van hun taak, en

drie uur later was Cyrus Smith in het bezit van twee zeehondenhuiden,

die hij onbereid zou gebruiken.

Spoedig daarop konden zij weder de Schoorsteenen binnentreden.

Maar het was lang geen gemakkelijk werk om deze huiden op lange

reepen hout uit te spreiden, en ze door middel van vezels er op vast

te maken, zoodat de lucht er in opgenomen kon worden, zonder veel er

uit te laten ontsnappen. Verscheidene malen moest men van voren af aan

beginnen. Cyrus Smith had slechts twee stukjes staal tot zijn dienst,

afkomstig van den halsband van Top, en toch ging hem alles zoo goed

af, en stonden zijn vrienden hem zoo vaardig ter zijde, dat zij drie

dagen later in het bezit waren van een blaasbalg die volop lucht in

het erts kon blazen.

Het was op den 20sten April, dat ze 's morgens vroeg hun werk

aanvingen. Maar aangezien de mijn in het noordwesten van den berg

Franklin gelegen was, dus zes mijlen van de Schoorsteenen verwijderd,

konden zij niet elken dag naar de Schoorsteenen terugkeeren, en kwamen

zij dus overeen, daar voor behulp een hut op te slaan, zoodat ze dag

en nacht met hun belangrijken arbeid konden voortgaan. Zij hadden

een langen weg af te leggen, maar dit stelde hen in staat om den

grond en het gevogelte gade te slaan. Tegen vijf uur maakte Cyrus

Smith halt. Zij hadden thans het bosch achter zich. Eenige honderden

passen verder stroomde de Roode Beek; dus waren zij in de nabijheid

van drinkwater.

Den anderen ochtend, den 21sten April, ging Cyrus Smith, vergezeld

van Harbert, het terrein, waar zij reeds ijzererts gevonden hadden

verder onderzoeken. Deze mijn was zeer rijk aan ijzer en Cyrus besloot

hier de Katalaansche methode in toepassing te brengen, welke ook

op Corsica algemeen gevolgd wordt. Wel moest hij deze methode zeer

vereenvoudigen, daar hij slechts een ijzermassa wilde hebben. Zeker

hadden Tubal-Kaïn en de eerste metaalbewerkers op dezelfde wijze het

ijzer bereid. Maar wat aan het kroost van Adam gelukt was en zulke

goede uitkomsten opleverde in streken zoo rijk aan ijzer en brandstof,

moest ook gelukken onder de omstandigheden, waarin de kolonisten van

het eiland Lincoln geplaatst waren.

Evenals het erts werden ook de brandstoffen zonder moeite uit

den omtrek, waar zij op de oppervlakte van den bodem lagen,

bijeengezameld. Men brak eerst het erts in stukjes en ontdeed ze van

de onreinheden waarmede zij bedekt waren. Daarop werden de steenkolen

en het erts in elkander afwisselende lagen opeengestapeld, gelijk

de kolenbrander doet wanneer hij houtskool maakt. Op die wijze

en onder de werking der verhitte lucht, welke door den blaasbalg

verkregen werd, veranderde de kool in koolzuur en in kool-oxyde, om

op die wijze het ijzer van zuurstof te bevrijden. De blaasbalg van

zeehonden-vel met een steenen handvat aan het uiteinde, dat eerst

in den pottenbakkers-oven was vervaardigd, werd bij den ertsstapel

geplaatst en door een toestel in beweging gebracht, dat uit koorden

en tegenwichten bestond en een hoeveelheid lucht uitblies, welke de

temperatuur deed stijgen en aldus behulpzaam was bij het chemisch

proces, waardoor het zuivere ijzer zou worden verkregen. De bewerking

was moeilijk; zij vereischte al het geduld en beleid van de kolonisten

om ze tot een goed einde te brengen. Maar eindelijk slaagde men er in

en verkreeg een klomp ijzer, welke men moest smeden om er de lucht-

en waterdeelen uit te drijven. Een hamer nu ontbrak aan deze smeden;

maar alles wel beschouwd, verkeerden zij in denzelfden toestand,

waarin de eerste metaalbewerker verkeerd had, en deden zij wat deze

moet hebben gedaan.

De eerste klomp, aan een stok bevestigd, diende als hamer om den

tweede te smeden op een aanbeeld van graniet, en zoo verkreeg men

een ruw metaal, dat tamelijk bruikbaar was.

Eindelijk, na veel moeite en inspanning, gelukte het hun den 25sten

April eenige ijzeren staven te bezitten, die zij tot verschillende

werktuigen versmeedden.

Maar toch kon dit metaal hun geen groote diensten bewijzen, daar het

zuiver ijzer was en zij vooral behoefte hadden aan staal.

Het staal nu is een verbinding van ijzer en zuurstof, die men

verkrijgen kan, hetzij uit gesmolten ijzer, door daaruit de te groote

hoeveelheid koolstof te verwijderen, of uit het ijzer door er de

vereischte hoeveelheid koolstof bij te voegen.

Hierop was Cyrus Smith ook weder bedacht en hij slaagde er in. Allerlei

instrumenten, natuurlijk grof bewerkt, gelukten hem ook, en eindelijk

was den 5den Mei hun metaalbewerking afgeloopen en keerden de smeden

weder naar de Schoorsteenen terug, om daar een nieuwen werkkring

te zoeken.

Het Geheimzinnige Eiland De Luchtschipbreukelingen · 第 19 / 37 题