Uitkruipen, kroop uit, kropen uit, is uitgekropen.

Uitkruipsel, O., -kruipsels. Uitkruipseltje, O., -jes.

Uitkunnen, kan uit, kunnen uit, konde of kon uit, gij kondt uit,

konden uit, heeft uitgekund.

Uitlachen, lachte uit, heeft uitgelachen.

Uitlacher, M., -lachers.

Uitladen, laadde uit, heeft uitgeladen.

Uitlading, V.

Uitlander, M., -landers.

Uitlandig.

Uitlandigheid, V.

Uitlandsch.

Uitlaten, liet uit, heeft uitgelaten.

Uitlating, V., -latingen.

Uitlatingsteeken, O., -teekens.

Uitleenen, leende uit, heeft uitgeleend.

Uitleener, M., -leeners.

Uitleeren, leerde uit, heeft uitgeleerd.

Uitleg, M.

Uitleggen, legde uit en leide uit, heeft uitgelegd en uitgeleid.

Uitlegger (persoon), M., -leggers.

Uitlegger (wachtschip), M., -leggers.

Uitleggershoofd, O.

Uitlegging, V., -leggingen.

Uitlegkunde, V.

Uitlegkundig.

Uitlegkundige, M., -kundigen.

Uitlegster, V., -legsters.

Uitleiden, leidde uit, heeft uitgeleid.

Uitleiding, V.

Uitlekken, lekte uit, is uitgelekt.

Uitleppen, lepte uit, heeft uitgelept.

Uitleven, leefde uit, heeft uitgeleefd.

Uitleveren, leverde uit, heeft uitgeleverd.

Uitlevering, V., -leveringen.

Uitleveringstractaat, O., -tractaten.

Uitlezen (doorlezen en uitzoeken), las uit, lazen uit, heeft

uitgelezen.

Uitlichten, lichtte uit, heeft uitgelicht.

Uitliggen, lag uit, lagen uit, heeft uitgelegen.

Uitlikken, likte uit, heeft uitgelikt.

Uitlokken, lokte uit, heeft uitgelokt.

Uitlokking, V., -lokkingen.

Uitloodsen, loodste uit, heeft uitgeloodst.

Uitloogen, loogde uit, heeft uitgeloogd.

Uitloop, M., -loopen.

Uitloopen, liep uit, is en heeft uitgeloopen.

Uitlooper, M., -loopers. Uitloopertje, O., -jes.

Uitlooperij, V., -looperijen.

Uitloopster, V., -loopsters.

Uitloozen, loosde uit, heeft uitgeloosd.

Uitloozing, V., -loozingen.

Uitlossen, loste uit, heeft uitgelost.

Uitlossing, V.

Uitloten, lootte uit, heeft uitgeloot.

Uitloting, V., -lotingen.

Uitloven, loofde uit, heeft uitgeloofd.

Uitloving, V., -lovingen.

Uitluchten, luchtte uit, heeft uitgelucht.

Uitluiden en Uitluien, luidde en luide uit, heeft uitgeluid.

Uitluiding, V.

Uitmaken, maakte uit, heeft uitgemaakt.

Uitmalen, maalde uit, heeft uitgemalen.

Uitmaling, V., -malingen.

Uitmelken, molk uit, heeft uitgemolken.

Uitmelker, M., -melkers.

Uitmergelen, mergelde uit, heeft uitgemergeld.

Uitmergeling, V.

Uitmeten, mat uit, maten uit, heeft uitgemeten.

Uitmiddelpuntig.

Uitmiddelpuntigheid, V.

Uitmoeten, moet uit, moest uit, heeft uitgemoeten.

Uitmogen, mag uit, mogen uit, mocht uit.

Uitmonding, V., -mondingen.

Uitmonsteren, monsterde uit, heeft uitgemonsterd.

Uitmonstering, V.

Uitmoorden, moordde uit, heeft uitgemoord.

Uitmunten, muntte uit, heeft uitgemunt.

Uitmuntend, -muntender, -muntendst.

Uitmuntendheid, V.

Uitnemen, nam uit, namen uit, heeft uitgenomen.

Uitnemend, -nemender, -nemendst.

Uitnemendheid, V.

Uitnijpen, neep uit, nepen uit, heeft uitgenepen.

Uitnooden, noodde uit, heeft uitgenood.

Uitnoodigen, noodigde uit, heeft uitgenoodigd.

Uitnoodiger, M., -noodigers.

Uitnoodiging, V., -noodigingen.

Uitoefenen, oefende uit, heeft uitgeoefend.

Uitoefening, V.

Uitpakkamer, V., -kamers.

Uitpakken, pakte uit, heeft uitgepakt.

Uitpakker, M., -pakkers.

Uitpakking, V.

Uitpalmen, palmde uit, heeft uitgepalmd.

Uitpellen, pelde uit, heeft uitgepeld.

Uitpennen, pende uit, heeft uitgepend.

Uitpersen, perste uit, heeft uitgeperst.

Uitpersing, V., -persingen.

Uitpeuteren, peuterde uit, heeft uitgepeuterd.

Uitpeuzelen, peuzelde uit, heeft uitgepeuzeld.

Uitpikken, pikte uit, heeft uitgepikt.

Uitploegen, ploegde uit, heeft uitgeploegd.

Uitpluizen, ploos uit, plozen uit, heeft uitgeplozen.

Uitpluizer, M., -pluizers.

Uitpluizing, V., -pluizingen.

Uitplukken, plukte uit, heeft uitgeplukt.

Uitplunderen, plunderde uit, heeft uitgeplunderd.

Uitplundering, V.

Uitpoepen, poepte uit, heeft uitgepoept.

Uitpoetsen, poetste uit, heeft uitgepoetst.

Uitpoken, pookte uit, heeft uitgepookt.

Uitpompen, pompte uit, heeft uitgepompt.

Uitpooien, pooide uit, heeft uitgepooid.

Uitpoten, pootte uit, heeft uitgepoot.

Uitpraten, praatte uit, heeft en is uitgepraat.

Uitproesten, proestte uit, heeft uitgeproest.

Uitpuilen, puilde uit, heeft en is uitgepuild.

Uitpuiling, V., -puilingen.

Uitputten, putte uit, heeft uitgeput.

Uitputting, V.

Uitrafelen, rafelde uit, heeft en is uitgerafeld.

Uitrafeling, V.

Uitraken, raakte uit, is uitgeraakt.

Uitrammelen, rammelde uit, heeft uitgerammeld.

Uitrazen, raasde uit, heeft uitgeraasd.

Uitredden, redde uit, heeft uitgered.

Uitredder, M., -redders.

Uitredding, V., -reddingen.

Uitreeden, reedde uit, heeft uitgereed.

Uitreeder, M., -reeders.

Uitreeding, V., -reedingen.

Uitregenen, regende uit, heeft en is uitgeregend.

Uitreiken, reikte uit, heeft uitgereikt.

Uitreiker, M., -reikers.

Uitreiking, V., -reikingen.

Uitreis, V., -reizen.

Uitreizen, reisde uit, is uitgereisd.

Uitrekenen, rekende uit, heeft uitgerekend.

Uitrekening, V., -rekeningen.

Uitrekken, rekte uit, heeft en is uitgerekt.

Uitrekking, V., -rekkingen.

Uitrennen, rende uit, is uitgerend.

Uitrichten, richtte uit, heeft uitgericht.

Uitrijden, reed uit, reden uit, is en heeft uitgereden.

Uitrijzen, rees uit, rezen uit, is uitgerezen.

Uitroeien (verdelgen), roeide uit, heeft uitgeroeid.

Uitroeien (met een vaartuig), roeide uit, is en heeft uitgeroeid.

Uitroeier, M., -roeiers.

Uitroeiing, V.

Uitroep, M., -roepen.

Uitroepen, riep uit, heeft uitgeroepen.

Uitroeper, M., -roepers.

Uitroeping, V., -roepingen.

Uitroepingsteeken, O., -teekens.

Uitroepteeken, O., -teekens.

Uitrollen, rolde uit, heeft en is uitgerold.

Uitronken, ronkte uit, heeft uitgeronkt.

Uitrooken, rookte uit, heeft uitgerookt.

Uitrotten, rotte uit, is uitgerot.

Uitrukken, rukte uit, heeft en is uitgerukt.

Uitrukking, V.

Uitrusten (zijne rust nemen), rustte uit, heeft en is uitgerust.

Uitrusten (van 't noodige voorzien). rustte uit, heeft uitgerust.

Uitrusting, V., -rustingen.

Uitschakelen, schakelde uit, heeft uitgeschakeld.

Uitschateren, schaterde uit, heeft en is uitgeschaterd.

Uitschaven, schaafde uit, heeft uitgeschaafd.

Uitscheiden, scheidde uit, is uitgescheiden.

Uitschelden, schold uit, heeft uitgescholden.

Uitschenken, schonk uit, heeft uitgeschonken.

Uitscheppen, schepte uit, heeft uitgeschept.

Uitschepping, V.

Uitscheren, schoor uit, schoren uit, heeft uitgeschoren.

Uitschetteren, schetterde uit, heeft uitgeschetterd.

Uitscheuren, scheurde uit, heeft en is uitgescheurd.

Uitschieten, schoot uit, schoten uit, heeft en is uitgeschoten.

Uitschiften, schifte uit, heeft uitgeschift.

Uitschijnen, scheen uit, schenen uit, heeft uitgeschenen.

Uitschijnsel, O., -schijnsels.

Uitschilderen, schilderde uit, heeft uitgeschilderd.

Uitschitteren, schitterde uit, heeft uitgeschitterd.

Uitschoppen, schopte uit, heeft uitgeschopt.

Uitschot, O., -schotten. Uitschotje, O., -jes.

Uitschraapsel, O., -schraapsels.

Uitschrabben, schrabde uit, heeft uitgeschrabd.

Uitschrabbing, V., -schrabbingen.

Uitschrabsel, O., -schrabsels.

Uitschrapen, schraapte uit, heeft uitgeschraapt.

Uitschrappen, schrapte uit, heeft uitgeschrapt.

Uitschrapping, V., -schrappingen.

Uitschrapsel, O., -schrapsels.

Uitschreeuwen, schreeuwde uit, heeft uitgeschreeuwd.

Uitschreien, schreide uit, heeft uitgeschreid.

Uitschrijven, schreef uit, schreven uit, heeft uitgeschreven.

Uitschrijver, M., -schrijvers.

Uitschrijving, V., -schrijvingen.

Uitschrobben, schrobde uit, heeft uitgeschrobd.

Uitschudden, schudde uit, heeft uitgeschud.

Uitschudding, V.

Uitschuieren, schuierde uit, heeft uitgeschuierd.

Uitschuiven, schoof uit, schoven uit, heeft en is uitgeschoven.

Uitschuiving, V.

Uitschuld, V., -schulden.

Uitschulpen, schulpte uit, heeft uitgeschulpt.

Uitschulping, V., -schulpingen.

Uitschutten, schutte uit, heeft uitgeschut.

Uitsijpelen, sijpelde uit, heeft en is uitgesijpeld.

Uitslaan, slaat uit, sloeg uit, heeft en is uitgeslagen.

Uitslag, M.

Uitslapen, sliep uit, heeft en is uitgeslapen.

Uitslijpen, sleep uit, slepen uit, heeft uitgeslepen.

Uitslijten, sleet uit, sleten uit, heeft en is uitgesleten.

Uitslijter, M., -slijters.

Uitslijting, V.

Uitslobberen, slobberde uit, heeft uitgeslobberd.

Uitsloopen, sloopte uit, heeft uitgesloopt.

Uitslorpen en Uitslurpen, slorpte (slurpte) uit, heeft uitgeslorpt

(uitgeslurpt).

Uitsloven (zich -), sloofde zich uit, heeft zich uitgesloofd.

Uitsluipen, sloop uit, slopen uit, is uitgeslopen.

Uitsluiten, sloot uit, sloten uit, heeft uitgesloten.

Uitsluitend.

Uitsluiting, V.

Uitsluitsel, O.

Uitslurpen. Zie Uitslorpen.

Uitsmeden, smeedde uit, heeft uitgesmeed.

Uitsmelten, smolt uit, heeft uitgesmolten.

Uitsmelting, V.

Uitsmijten, smeet uit, smeten uit, heeft uitgesmeten.

Uitsnappen, snapte uit, heeft uitgesnapt.

Uitsnellen, snelde uit, is uitgesneld.

Uitsnijden, sneed uit, sneden uit, heeft en is uitgesneden.

Uitsnijding, V., -snijdingen.

Uitsnijdsel, O., -snijdsels.

Uitsnorken, snorkte uit, heeft uitgesnorkt.

Uitsnuiten, snoot uit, snoten uit, heeft uitgesnoten.

Uitsnuiven, snoof uit, snoven uit, heeft en is uitgesnoven.

Uitsoppen, sopte uit, heeft uitgesopt.

Uitspanen, spaande uit, heeft uitgespaand.

Uitspannen, spande uit, heeft uitgespannen.

Uitspanning, V., -spanningen. Uitspanninkje, O., -jes.

Uitspanningsplaats, V., -plaatsen.

Uitspansel, O.

Uitsparen, spaarde uit, heeft uitgespaard.

Uitsparing, V., -sparingen.

Uitspatten, spatte uit, heeft en is uitgespat.

Uitspatting, V., -spattingen.

Uitspelen, speelde uit, heeft uitgespeeld.

Uitspellen, spelde uit, heeft uitgespeld.

Uitspinnen, spon uit, sponnen uit, heeft en is uitgesponnen.

Uitspitten, spitte uit, heeft uitgespit.

Uitspoelen, spoelde uit, heeft en is uitgespoeld.

Uitspoeling, V., -spoelingen.

Uitspoelsel, O., -spoelsels.

Uitspoken, spookte uit, heeft uitgespookt.

Uitsporig, -sporiger, -sporigst.

Uitsporigheid, V., -heden.

Uitspraak, V., -spraken.

Uitspreiden, spreidde uit, heeft uitgespreid.

Uitspreiding, V.

Uitspreken, sprak uit, spraken uit, heeft uitgesproken.

Uitspringen, sprong uit, heeft en is uitgesprongen.

Uitspruiten, sproot uit, sproten uit, is uitgesproten.

Uitspruiting, V.

Uitspruitsel, O., -spruitsels.

Uitspugen, spoog uit, spogen uit, heeft uitgespogen.

Uitspuien, spuide uit, heeft uitgespuid.

Uitspuiten, spoot uit, spoten uit, heeft uitgespoten.

Uitspuwen, spuwde uit, heeft uitgespuwd.

Uitspuwing, V.

Uitspuwsel, O., -spuwsels.

Uitstaan, staat uit, stond uit, heeft uitgestaan.

Uitstallen, stalde uit, heeft uitgestald.

Uitstalling, V., -stallingen.

Uitstamelen, stamelde uit, heeft uitgestameld.

Uitstampen, stampte uit, heeft uitgestampt.

Uitstap, M., -stappen. Uitstapje, O., -jes.

Uitstappen, stapte uit, is uitgestapt.

Uitsteeksel, O., -steeksels.

Uitstek, O., -stekken. Uitstekje, O., -jes.

Uitsteken, stak uit, staken uit, heeft uitgestoken.

Uitstekend, -stekender, -stekendst.

Uitstekendheid, V.

Uitstel, O.

Uitstellen, stelde uit, heeft uitgesteld.

Uitsterven, stierf uit, stierven uit, is uitgestorven.

Uitsterving, V.

Uitstoelen, stoelde uit, heeft uitgestoeld.

Uitstoffen, stofte uit, heeft uitgestoft.

Uitstooten, stiet uit, heeft uitgestooten; ook stootte uit.

Uitstooting, V.

Uitstorten, stortte uit, heeft uitgestort.

Uitstorting, V., -stortingen.

Uitstoven, stoofde uit, heeft en is uitgestoofd.

Uitstralen, straalde uit, heeft en is uitgestraald.

Uitstraling, V.

Uitstralingsvermogen, O.

Uitstrekken, strekte uit, heeft uitgestrekt.

Uitstrekking, V.

Uitstrepen, streepte uit, heeft uitgestreept.

Uitstrijken, streek uit, streken uit, heeft uitgestreken.

Uitstrooien, strooide uit, heeft uitgestrooid.

Uitstrooier, M., -strooiers.

Uitstrooiing, V.

Uitstrooisel, O., -strooisels.

Uitstrooister, V., -strooisters.

Uitstroomen, stroomde uit, heeft en is uitgestroomd.

Uitstrooming, V.

Uitstroopen, stroopte uit, heeft uitgestroopt.

Uitstudeeren, studeerde uit, heeft en is uitgestudeerd.

Uitstuiven, stoof uit, stoven uit, is uitgestoven.

Uitsturen, stuurde uit, heeft uitgestuurd.

Uitsullen, sulde uit, is uitgesuld.

Uittakelen, takelde uit, heeft uitgetakeld.

Uittanden, tandde uit, heeft uitgetand.

Uittanding, V., -tandingen.

Uittappen, tapte uit, heeft uitgetapt.

Uittarten, tartte uit, heeft uitgetart.

Uittarting, V., -tartingen.

Uitteekenen, teekende uit, heeft uitgeteekend.

Uitteezen, teesde uit, heeft uitgeteesd.

Uittellen, telde uit, heeft uitgeteld.

Uitteren, teerde uit, heeft en is uitgeteerd.

Uittering, V.

Uittieren, tierde uit, heeft uitgetierd.

Uittocht, M., -tochten.

Uittoeten, toette uit, heeft uitgetoet.

Uittrappen, trapte uit, heeft uitgetrapt.

Uittreden, trad uit, traden uit, heeft en is uitgetreden.

Uittrekken, trok uit, trokken uit, heeft en is uitgetrokken.

Uittrekking, V.

Uittreksel, O., -treksels. Uittrekseltje, O., -jes.

Uittrektafel, V., -tafels.

Uittrommelen, trommelde uit, heeft uitgetrommeld.

Uittrompetten, trompette uit, heeft uitgetrompet.

Uittrouwen, trouwde uit, heeft uitgetrouwd.

Uitvaagsel, O., -vaagsels.

Uitvaardigen, vaardigde uit, heeft uitgevaardigd.

Uitvaardiging, V.

Uitvaart, V., -vaarten.

Uitval, M., -vallen.

Uitvallen, viel uit, is uitgevallen.

Uitvalpoort, V., -poorten.

Uitvaren, voer uit, is en heeft uitgevaren.

Uitvasten, vastte uit, heeft uitgevast.

Uitveegsel, O., -veegsels.

Uitvegen, veegde uit, heeft uitgeveegd.

Uitveilen (verkoopen), veilde uit, heeft uitgeveild.

Uitveiling, V.

Uitvenen, veende uit, heeft uitgeveend.

Uitvening, V., -veningen.

Uitventen, ventte uit, heeft uitgevent.

Uitventer, M., -venters.

Uitventing, V.

Uitverkiezing, V.

Uitverkoop, M.

Uitverkoopen, verkocht uit, heeft uitverkocht.

Uitverkooper, M., -verkoopers.

Uitverkoren (bnw.).

Uitverkorene, M. en V., -verkorenen.

Uitvertellen, vertelde uit, heeft uitverteld.

Uitverzoeken, verzocht uit, heeft uitverzocht.

Uitveteren, veterde uit, heeft uitgeveterd.

Uitvetering, V., -veteringen.

Uitvezelen, vezelde uit, is uitgevezeld.

Uitvieren, vierde uit, heeft uitgevierd.

Uitviering, V.

Uitvijlen (met een vijl), vijlde uit, heeft uitgevijld.

Uitvijling, V.

Uitvinden, vond uit, heeft uitgevonden.

Uitvinder, M., -vinders.

Uitvinding, V., -vindingen.

Uitvindsel, O., -vindsels en -vindselen.

Uitvindster, V., -vindsters.

Uitvisschen, vischte uit, heeft uitgevischt.

Uitvlakken, vlakte uit, heeft uitgevlakt.

Uitvliegen, vloog uit, vlogen uit, is uitgevlogen.

Uitvlieger, M., -vliegers.

Uitvloeien, vloeide uit, is uitgevloeid.

Uitvloeiing, V.

Uitvloeisel, O., -vloeisels en -vloeiselen.

Uitvloeken, vloekte uit, heeft uitgevloekt.

Uitvlucht, V., -vluchten. Uitvluchtje, O., -jes.

Uitvoer, M., -voeren.

Uitvoerartikel, O., -artikelen.

Uitvoerbaar, -bare.

Uitvoerbaarheid, V.

Uitvoerder, M., -voerders.

Uitvoeren, voerde uit, heeft uitgevoerd.

Uitvoerhandel, M.

Uitvoerig, -voeriger, -voerigst.

Uitvoerigheid, V.

Uitvoering, V., -voeringen.

Uitvoerlijk.

Uitvoerlijkheid, V.

Uitvoerrecht, O., -rechten.

Uitvoerster, V., -voersters.

Uitvorschen, vorschte uit, heeft uitgevorscht.

Uitvorsching, V.

Uitvouwen, vouwde uit, heeft uitgevouwen.

Uitvraagster, V., -vraagsters.

Uitvragen, vraagde uit, heeft uitgevraagd; ook vroeg uit.

Uitvrager, M., -vragers.

Uitvraging, V., -vragingen.

Uitvreten, vrat uit, vraten uit, heeft uitgevreten.

Uitvreting, V.

Uitvriezen, vroor uit, vroren uit, heeft en is uitgevroren.

Uitwaaien, waaide uit, heeft en is uitgewaaid; ook woei uit,

woeien uit.

Uitwaarts.

Uitwaken, waakte uit, heeft en is uitgewaakt.

Uitwandelen, wandelde uit, heeft en is uitgewandeld.

Uitwannen, wande uit, heeft uitgewand.

Uitwas, O., -wassen. Uitwasje, O., -jes.

Uitwasemen, wasemde uit, heeft uitgewasemd.

Uitwaseming, V., -wasemingen.

Uitwasschen, wiesch uit, wieschen uit, heeft uitgewasschen.

Uitwassching, V., -wasschingen.

Uitwassen, wies uit, wiesen uit, is uitgewassen.

Uitwateren, waterde uit, heeft en is uitgewaterd.

Uitwatering, V., -wateringen.

Uitwateringskanaal, O., -kanalen.

Uitwateringssluis, V., -sluizen.

Uitweeken, weekte uit, heeft en is uitgeweekt.

Uitweeking, V., -weekingen.

Uitweenen, weende uit, heeft uitgeweend.

Uitweg, M., -wegen. Uitwegje, O., -jes.

Uitwegen, woog uit, wogen uit, heeft uitgewogen.

Uitweiden, weidde uit, heeft uitgeweid.

Uitweiding, V., -weidingen.

Uitwendig.

Uitwendigheid, V., -heden.

Uitwerken, werkte uit, heeft uitgewerkt.

Uitwerker, M., -werkers.

Uitwerking, V., -werkingen.

Uitwerksel, O., -werksels en -werkselen.

Uitwerpen, wierp uit, heeft uitgeworpen.

Uitwerping, V.

Uitwerpsel, O., -werpsels en -werpselen.

Uitwieden, wiedde uit, heeft uitgewied.

Uitwijkeling, M. en V., -wijkelingen. V. ook -wijkelinge.

Uitwijken, week uit, weken uit, is uitgeweken.

Uitwijking, V.

Uitwijzen, wees uit, wezen uit, heeft uitgewezen.

Uitwijzing, V.

Uitwinden, wond uit, heeft uitgewonden.

Uitwinnen, won uit, wonnen uit, heeft uitgewonnen.

Uitwinning, V., -winningen.

Uitwippen, wipte uit, heeft en is uitgewipt.

Uitwisschen, wischte uit, heeft uitgewischt.

Uitwissching, V.

Uitwisselen, wisselde uit, heeft uitgewisseld.

Uitwisseling, V., -wisselingen.

Uitwoeden, woedde uit, heeft uitgewoed.

Uitwoekeren, woekerde uit, heeft uitgewoekerd.

Uitwonen, woonde uit, heeft uitgewoond.

Uitwrijven, wreef uit, wreven uit, heeft uitgewreven.

Uitwringen, wrong uit, heeft uitgewrongen.

Uitzaaien, zaaide uit, heeft uitgezaaid.

Uitzaaiing, V.

Uitzagen, zaagde uit, heeft uitgezaagd.

Uitzakken, zakte uit, is uitgezakt.

Uitzakking, V., -zakkingen.

Uitzeemen, zeemde uit, heeft uitgezeemd.

Uitzeilen, zeilde uit, heeft en is uitgezeild.

Uitzeiling, V.

Uitzenden, zond uit, heeft uitgezonden.

Uitzending, V., -zendingen.

Uitzet, O., -zetten. Uitzetje, O., -jes.

Uitzetijzer, O., -ijzers.

Uitzetten, zette uit, heeft en is uitgezet.

Uitzetting, V., -zettingen.

Uitzettingscoëfficiënt, M., -coëfficiënten.

Uitzettingsdecreet, O., -decreten.

Uitzicht, O., -zichten.

Uitzieden, zood uit, zoden uit, heeft uitgezoden.

Uitzieken, ziekte uit, heeft en is uitgeziekt.

Uitzien, zag uit, zagen uit, heeft uitgezien.

Uitziften, ziftte uit, heeft uitgezift.

Uitzifter, M., -zifters.

Uitzifting, V.

Uitzijgen, zeeg uit, zegen uit, heeft en is uitgezogen.

Uitzingen, zong uit, heeft uitgezongen.

Uitzinnig, -zinniger, -zinnigst.

Uitzinnigheid, V.

Uitzitten, zat uit, zaten uit, heeft uitgezeten.

Uitzoeken, zocht uit, heeft uitgezocht.

Uitzoeking, V., -zoekingen.

Uitzonderen, zonderde uit, heeft uitgezonderd.

Uitzondering, V., -zonderingen.

Uitzuigen, zoog uit, zogen uit, heeft uitgezogen.

Uitzuiger, M., -zuigers.

Uitzuiging, V.

Uitzuigster, V., -zuigsters.

Uitzuinigen, zuinigde uit, heeft uitgezuinigd.

Uitzuiniging, V., -zuinigingen.

Uitzuipen, zoop uit, zopen uit, heeft uitgezopen.

Uitzuren, zuurde uit, heeft en is uitgezuurd.

Uitzwavelen, zwavelde uit, heeft uitgezwaveld.

Uitzweepen, zweepte uit, heeft uitgezweept.

Uitzweeten, zweette uit, heeft uitgezweet.

Uitzwemmen, zwom uit, zwommen uit, is en heeft uitgezwommen.

Uitzweren, zwoor uit, zworen uit, heeft en is uitgezworen.

Ulaan, M., ulanen.

Ulevel, V., ulevellen. Ulevelletje, O., -jes.

Ulevellepapiertje, O., -jes.

Ulster, M., ulsters.

Ultimatum, O., ultimatums.

Ultra, M., ultra's.

Ultramarijn, O.

Ultramontaan, M., ultramontanen.

Ultramontaansch.

Unaniem, unanieme.

Unanimiteit, V.

Unie, V., unies.

Uniek, unieke.

Uniform, V., uniformen.

Uniformiteit, V.

Uniformpet, V.

Universeel, universeele.

Universitair.

Universiteit, V., universiteiten.

Universiteitsbibliotheek, V., -bibliotheken.

Universiteitsfonds, O., -fondsen.

Universiteitsgebouw, O., -gebouwen.

Unjer (plant), V.

Unster, V., unsters. Unstertje, O., -jes.

Ure. Zie Uur.

Urgent, urgenter, urgentst.

Urgentie, V.

Urine, V.

Urineeren, urineerde, heeft geurineerd.

Urinoir, O., urinoirs.

Urmen, urmde, heeft geürmd.

Urne en Urn, V., urnen.

Usantie en Usance, V., usantiën, usanties en usances.

Uso, O.

Usurpatie, V., usurpatiën en usurpaties.

Usurpeeren, usurpeerde, heeft geüsurpeerd.

Utiliseeren, utiliseerde, heeft geütiliseerd.

Utiliteitsbeginsel, O.

Utopie, V., utopieën.

Utopist, M., utopisten.

Uur, O., en Ure, V., uren. Uurtje, O., -jes.

Uuraanwijzer, M., -aanwijzers.

Uurbord, O., -borden.

Uurglas, O., -glazen.

Uurwerk, O., -werken.

Uurwerkmaker, M., -makers.

Uurwijzer, M., -wijzers.

Uw.

Uwent (Te -).

Uwenthalve.

Uwentwege.

Uwentwil (Om -).

V

V, V., v's.

Vaag, V.

Vaag, vager, vaagst.

Vaagheid, V.

Vaak, M.

Vaak, vaker, vaakst.

Vaal, valer, vaalst.

Vaalbont.

Vaalbruin.

Vaalgeel, -gele.

Vaalgroen.

Vaalheid, V.

Vaalt, V., vaalten.

Vaam (vadem, als houtmaat), M., vamen.

Vaamhout, O.

Vaan, V., vanen. Vaantje, O., -jes.

Vaandel, O., vaandels en vaandelen.

Vaandeldrager, M., -dragers.

Vaandrig, M., vaandrigs.

Vaandrigplaats, V., -plaatsen.

Vaanstaart, M., -staarten.

Vaaraal, M., -alen.

Vaarbaar, -bare.

Vaardig, vaardiger, vaardigst.

Vaardigheid, V.

Vaargeul, V., -geulen.

Vaarkoe, V., -koeien; -koetje, O., -jes.

Vaarploeg, V., -ploegen.

Vaars, V., vaarzen. Vaarsje, O., -jes.

Vaarschroef, V., -schroeven.

Vaart, V., vaarten. Vaartje, O., -jes.

Vaartuig, O., -tuigen; -tuigje, O., -jes.

Vaarwater, O., -waters en -wateren.

Vaarwel, tusschenw. Als znw., O.

Vaarwelzeggen, zeide vaarwel, heeft vaarwelgezegd en -gezeid.

Vaas, V., vazen. Vaasje, O., -jes.

Vaat (de vaten, het vaatwerk), mv., O.

Vaatbundel, M., -bundels.

Vaatdoek, M., -doeken; -doekje, O., -jes.

Vaatgeld, O.

Vaatgestel, O., -gestellen.

Vaathout, O.

Vaatje. Zie Vat.

Vaatkwast en Vatenkwast, M., -kwasten.

Vaatsch.

Vaatschheid, V.

Vaatwater, O.

Vaatwerk, O.

Vacant.

Vacantie, V., vacantiën en vacanties.

Vacantiedag, M., -dagen.

Vacantiekamer, V., -kamers.

Vacantiekolonie, V., -koloniën -kolonies.

Vacantietijd, M.

Vacantiewerk, O.

Vacatie, V., vacatiën en vacaties.

Vacatiegelden (mv.), O.

Vacatuur en Vacature, V., vacaturen en vacatures.

Vaccinatie, V.

Vaccinatiebewijs, O., -bewijzen.

Vaccine, V.

Vaccineeren, vaccineerde, heeft gevaccineerd.

Vaceeren, vaceerde, heeft gevaceerd.

Vacht, V., vachten. Vachtje, O., -jes.

Vadem, M., vademen. (Verg. Vaam).

Vademecum, O., vademecums.

Vademen, vademde, heeft gevademd.

Vader, M., vaders en vaderen. Vadertje, O., -jes.

Vaderachtig.

Vaderhuis, O.

Vaderland, O.

Vaderlander, M., -landers.

Vaderlandlievend.

Vaderlandsch.

Vaderlandschgezind.

Vaderlandsliefde, V.

Vaderlief (lieve vader).

Vaderlief (slaapmuts), M., -liefs; -liefje, O., -jes.

Vaderlijk, -lijker, -lijkst.

Vaderlijkheid, V.

Vaderloos, -looze.

Vadermoord, M.

Vadermoorder, M., -moorders.

Vaderschap, O.

Vaderstad, V.

Vadervreugde, V.

Vadsig, vadsiger, vadsigst.

Vadsigheid, V.

Vagebond, M., vagebonden.

Vagevuur, O.

Vak, O., vakken. Vakje, O., -jes.

Vakerig, vakeriger, vakerigst.

Vakgenoot, M. en V., -genooten.

Vakleerling, M. en V., -leerlingen.

Vakschool, V., -scholen.

Vakstudie, V.

Vaktijdschrift, O., -tijdschriften.

Vakvereeniging, V., -vereenigingen.

Val (het vallen), M., vallen. Valletje, O., -jes.

Val (vangknip), V., vallen. Valletje, O., -jes.

Val (talie, lijn), O., vallen.

Valabel.

Valbijl, V., -bijlen.

Valblok, O., -blokken en -bloks.

Valbrug, V., -bruggen.

Valdeur, V., -deuren.

Valeriaan, V. en O.

Valeriaanzuur, O.

Valgordijn, O., -gordijnen.

Valhoed, M., -hoeden; -hoedje, O., -jes.

Valideeren, valideerde, heeft gevalideerd.

Validiteit, V.

Valies, O., valiezen. Valiesje, O., -jes.

Valk, M., valken. Valkje, O., -jes.

Valkenei, O., -eieren.

Valkenier, M., valkenieren en valkeniers.

Valkeniershandschoen, M., -handschoenen.

Valkenierstasch, V., -tasschen.

Valkenjacht, V., -jachten.

Valkenoog, O., -oogen.

Valkenvlucht, V.

Valkerij, V.

Valkeveer, V., -veeren.

Valkruid, O.

Vallei, V., valleien. Valleitje, O., -jes.

Vallen, viel, is gevallen.

Vallicht, O., -lichten.

Valling, V.

Valluik, O., -luiken; -luikje, O., -jes.

Valmuur, M., -muren.

Valnet, O., -netten.

Valpoort, V., -poorten.

Valreep, M., -reepen.

Valreepsbord, O., -borden.

Valreepsgast, M., -gasten.

Valreepsklamp, M., -klampen.

Valreepsknoop, M., -knoopen.

Valreepstrap, V.

Valsch, valscher, meest valsch.

Valschaard, M., valschaards.

Valschelijk.

Valscherm, O., -schermen.

Valschheid, V., -heden.

Valschut, O., -schutten.

Valstrik, M., -strikken; -strikje, O., -jes.

Valwind, M., -winden.

Vampier, M., vampiers.

Van.

Van (geslachtsnaam), M., vannen.

Vandaag.

Vandaal, M., Vandalen.

Vandaan.

Vandaar.

Vandalisme, O.

Vandehandsch en Vanderhandsch (bnw.).

Vaneen.

Vaneenbarsten, barstte vaneen, is vaneengebarsten; ook borst vaneen,

is vaneengeborsten.

Vaneenbersten. Zie Vaneenbarsten.

Vaneenrijten, reet vaneen, reten vaneen, heeft vaneengereten.

Vaneenrukken, rukte vaneen, heeft vaneengerukt.

Vaneenscheiden, scheidde vaneen, heeft en is vaneengescheiden.

Vaneenscheuren, scheurde vaneen, heeft en is vaneengescheurd.

Vaneensplijten, spleet vaneen, spleten vaneen, heeft en is

vaneengespleten.

Vaneenspringen, sprong vaneen, is vaneengesprongen.

Vang, V., vangen.

Vangarm, M., -armen.

Vangbal, M., -ballen; -balletje, O., -jes.

Vangband, M., -banden.

Vangboom, M., -boomen.

Vangbord, O., -borden.

Vangdam, M., -dammen.

Vangdraad, M., -draden.

Vangen, ving, heeft gevangen.

Vanger, M., vangers. Vangertje, O., -jes.

Vanghaak, M., -haken.

Vangijzer, O., -ijzers.

Vanglijn, V., -lijnen.

Vangrad, O., -raderen.

Vangst, V., vangsten. Vangstje, O., -jes.

Vangster, V., vangsters.

Vangstok, M., -stokken.

Vangtouw, O., -touwen.

Vangwater, O.

Vangwiel, O., -wielen.

Vanhier.

Vanielje, V. Ook Vanille.

Vanieljeboom, M., -boomen.

Vanielje-ijs, O.

Vanieljelikeur, V.

Vanieljestokje, O., -jes.

Vannieuws.

Vanouds.

Vanwaar.

Vanwege.

Vanzelf en Vanzelve.

Var, M., varren.

Varen, V., varens.

Varen, voer, heeft en is gevaren.

Varenbed, O., -bedden; -bedje, O., -jes.

Varenkussen, O., -kussens; -kussentje, O., -jes.

Varensgezel, M., -gezellen.

Varensman, M., -lieden en -lui.

Varenstijd, M.

Varensvolk, O.

Variant, V., varianten.

Variatie, V., variaties en variatiën.

Varieeren, varieerde, heeft gevarieerd.

Variëteit, V., variëteiten.

Varinas, V.

Varken, O., varkens. Varkentje, O., -jes.

Varkenachtig, -achtiger, -achtigst.

Varkenen, varkende, heeft gevarkend.

Varkensblaas, V., -blazen.

Varkensborstel, M., -borstels.

Varkensbrood, O.

Varkensdarm, M., -darmen.

Varkensdistel, V., -distels.

Varkensdraf, M.

Varkensdrijver, M., -drijvers.

Varkensfokker, M., -fokkers.

Varkensfokkerij, V., -fokkerijen.

Varkensgras, O.

Varkenshaar, O.

Varkenshok, O., -hokken.

Varkenshoofd, O., -hoofden.

Varkenskarbonade, V., -karbonaden.

Varkenskers, V.

Varkensklaver, V.

Varkenskluifje, O., -kluifjes.

Varkenskooper, M., -koopers.

Varkenskop, M., -koppen.

Varkenskost, M.

Varkenskot, O., -kotten.

Varkenskrap, V., -krappen; -krapje, O., -jes.

Varkensleder en -leer, O.

Varkenslever, V., -levers.

Varkensmaag, V., -magen.

Varkensmarkt, V., -markten.

Varkensmest, M.

Varkensnier, V., -nieren.

Varkensoog, O., -oogen.

Varkensoor, O., -ooren.

Varkenspoot, M., -pooten.

Varkensreuzel, V.

Varkensrib, V., -ribben; -ribje en -ribbetje, O., -jes.

Varkensrug, M., -ruggen.

Varkensschijf, V., -schijven; -schijfje, O., -jes.

Varkensschot, O., -schotten.

Varkensslachter, M., -slachters.

Varkensslager, M., -slagers.

Varkenssnuit, M., -snuiten.

Varkensspek, O.

Varkensspoeling, V.

Varkensstaart, M., -staarten.

Varkensstal, M., -stallen.

Varkenstrog, M., -troggen.

Varkensvet, O.

Varkensvleesch, O.

Varkensvoer, O.

Varkensworst, V., -worsten.

Varkensziekte, V.

Varschebalie. Zie Verschebalie.

Vast, vaster.

Vast (bijw.).

Vastbakken, bakte vast, is vastgebakken.

Vastberaden, -beradener, -beradenst.

Vastberadenheid, V.

Vastbinden, bond vast, heeft vastgebonden.

Vastblijven, bleef vast, bleven vast, is vastgebleven.

Vastboeien, boeide vast, heeft vastgeboeid.

Vastdraaien, draaide vast, heeft vastgedraaid.

Vastdrukken, drukte vast, heeft vastgedrukt.

Vasteland, O.

Vastelandsklimaat, O.

Vastelijk.

Vasten, V.

Vasten, vastte, heeft gevast.

Vastenavond, M., -avonden.

Vastenavondgek, M., -gekken.

Vastenavondvreugd, V.

Vastenbrief, M., -brieven.

Vastendag (dag van kerkelijke vasten), M., -dagen.

Vastenpreek, V., -preeken.

Vastentijd, M.

Vastgespen, gespte vast, heeft vastgegespt.

Vastgrijpen, greep vast, grepen vast, heeft vastgegrepen.

Vastgroeien, groeide vast, is vastgegroeid.

Vasthaken, haakte vast, heeft vastgehaakt.

Vasthebben, heeft vast, had vast, hadden vast, heeft vastgehad.

Vasthechten, hechtte vast, heeft vastgehecht.

Vastheid, V.

Vasthouden, hield vast, heeft vastgehouden.

Vasthoudend, -houdender, -houdendst.

Vasthoudendheid, V.

Vastigheid, V., -heden.

Vastkeggen, kegde vast, heeft vastgekegd.

Vastketenen, ketende vast, heeft vastgeketend.

Vastklampen, klampte vast, heeft vastgeklampt.

Vastklemmen, klemde vast, heeft vastgeklemd.

Vastkleven, kleefde vast, is vastgekleefd.

Vastklinken, klonk vast, heeft vastgeklonken.

Vastkloppen, klopte vast, heeft vastgeklopt.

Vastkluisteren, kluisterde vast, heeft vastgekluisterd.

Vastknoopen, knoopte vast, heeft vastgeknoopt.

Vastkoppelen, koppelde vast, heeft vastgekoppeld.

Vastkruien, krooi vast, krooien vast, is vastgekrooien; ook kruide

vast, is vastgekruid.

Vastlakken, lakte vast, heeft vastgelakt.

Vastleggen, legde vast en leide vast, heeft vastgelegd en vastgeleid.

Vastliggen, lag vast, lagen vast, heeft vastgelegen.

Vastlijmen, lijmde vast, heeft vastgelijmd.

Vastloopen, liep vast, is vastgeloopen.

Vastmaken, maakte vast, heeft vastgemaakt.

Vastmetselen, metselde vast, heeft vastgemetseld.

Vastnaaien, naaide vast, heeft vastgenaaid.

Vastnagelen, nagelde vast, heeft vastgenageld.

Vastnestelen (zich -), nestelde zich vast, heeft zich vastgenesteld.

Vastplakken, plakte vast, heeft en is vastgeplakt.

Vastpluggen, plugde vast, heeft vastgeplugd.

Vastpraten, praatte vast, heeft vastgepraat.

Vastprikken, prikte vast, heeft vastgeprikt.

Vastraken, raakte vast, is vastgeraakt.

Vastredeneeren, redeneerde vast, heeft vastgeredeneerd.

Vastrijgen, reeg vast, regen vast, heeft vastgeregen.

Vastroeien, roeide vast, heeft en is vastgeroeid.

Vastschroeien, schroeide vast, heeft en is vastgeschroeid.

Vastschroeven, schroefde vast, heeft vastgeschroefd.

Vastslaan, slaat vast, sloeg vast, heeft vastgeslagen.

Vastsmeden, smeedde vast, heeft vastgesmeed.

Vastsnoeren, snoerde vast, heeft vastgesnoerd.

Vastsoldeeren, soldeerde vast, heeft vastgesoldeerd.

Vastspelden, speldde vast, heeft vastgespeld.

Vastspijkeren, spijkerde vast, heeft vastgespijkerd.

Vaststaan, staat vast, stond vast, heeft vastgestaan.

Vaststeken, stak vast, staken vast, heeft vastgestoken.

Vaststellen, stelde vast, heeft vastgesteld.

Vaststelling, V.

Vaststrikken, strikte vast, heeft vastgestrikt.

Vaststuren, stuurde vast, heeft vastgestuurd.

Vaststuwen, stuwde vast, heeft vastgestuwd.

Vasttimmeren, timmerde vast, heeft vastgetimmerd.

Vasttrappen, trapte vast, heeft vastgetrapt.

Vastvaren, voer vast, heeft en is vastgevaren.

Vastvlechten, vlocht vast, heeft vastgevlochten.

Vastvriezen, vroor vast, vroren vast, is vastgevroren en vastgevrozen.

Vastwerken, werkte vast, heeft vastgewerkt.

Vastwoelen, woelde vast, heeft vastgewoeld.

Vastwortelen, wortelde vast, is vastgeworteld.

Vastzeilen, zeilde vast, heeft en is vastgezeild.

Vastzetten, zette vast, heeft vastgezet.

Vastzitten, zat vast, zaten vast, heeft vastgezeten.

Vat (greep), M.

Vat (ton, enz.), O., vaten. Vaatje, O., -jes.

Vatbaar, -baarder, -baarst.

Vatbaarheid, V.

Vatboter, V.

Vaten, vaatte, heeft gevaat.

Vatenkwast. Zie Vaatkwast.

Vatenwasschen, O.

Vaticaan, O.

Vatsel, O., vatsels.

Vatten, vatte, heeft gevat.

Vatvuil.

Vaudeville, V., vaudevilles.

Vazal, M., vazallen.

Vechtachtig, -achtiger, -achtigst.

Vechten, vocht, heeft gevochten.

Vechtenderhand.

Vechter, M., vechters.

Vechterij, V., vechterijen. Vechterijtje, O., -jes.

Vechtersbaas, M., -bazen; -baasje, O., -jes.

Vechtlust, M.

Vechtpartij, V., -partijen; -partijtje, O., -jes.

Vedel en Veel, V., vedels, vedelen en veelen. Vedeltje, O., -jes.

Vedelaar, M., vedelaars.

Vedelen, vedelde, heeft gevedeld.

Veder en Veer, vederen, veders en veeren. Vedertje en veertje,

O., -jes.

Vederachtig.

Vederbos, M., -bossen.

Vederloos, -looze.

Vedervormig.

Vedette, V., vedetten en vedettes.

Vee, O.

Veearts, M., -artsen.

Veeartsenijkunde, V.

Veeartsenijschool, V., -scholen.

Veeboot, V., -booten.

Veefokker, M., -fokkers.

Veeg (het vegen), M., vegen.

Veeg (feeks), V., vegen.

Veeg, veeger, veegst.

Veegheid, V.

Veegkruid, O.

Veegmachine, V., -machines.

Veegmes, O., -messen.

Veegsel, O.

Veehandel, M.

Veehoeder, M., -hoeders.

Veekeuring, V.

Veekoek (stofnaam), V.

Veekooper, M., -koopers.

Veel. Zie Vedel.

Veel, vele, meer, meest.

Veelal.

Veelbemind.

Veelbeteekenend.

Veelbladig.

Veelbloemig.

Veeleer.

Veelgeliefd.

Veelgodendom, O.

Veelgoderij, V.

Veelhalmig.

Veelheid, V.

Veelhoek, M., -hoeken.

Veelhoekig.

Veelhoofdig.

Veeljarig.

Veelkleurig.

Veelkleurigheid, V.

Veellettergrepig.

Veelmaal en Veelmaals.

Veelmeer.

Veelmin.

Veelnamig.

Veelpootig.

Veelregelig.

Veelschrijver, M., -schrijvers.

Veelschrijverij, V.

Veelslachtig.

Veelsoortig.

Veelstemmig.

Veelszins.

Veelte, V.

Veelterm, M., -termen.

Veeltijds.

Veeltongig.

Veelvervig.

Veelvlak, O., -vlakken.

Veelvlakkig.

Veelvoet, M., -voeten.

Veelvoetig.

Veelvormig.

Veelvoud, O., -vouden.

Veelvoudig.

Veelvraat, M., -vraten.

Veelvuldig.

Veelvuldigheid, V.

Veelwaardig.

Veelweter, M., -weters.

Veelweterij, V.

Veelwijverij, V.

Veelzijdig, -zijdiger, -zijdigst.

Veelzijdigheid, V.

Veem, O., veemen.

Veemarkt, V., -markten.

Veemgericht, O., -gerichten.

Veen, O., venen.

Veenachtig, -achtiger, -achtigst.

Veenbaas, M., -bazen.

Veenboer, M., -boeren.

Veenboor, V., -boren.

Veenbrand, M., -branden.

Veendamp, M.

Veenderij, V., veenderijen.

Veengraver, M., -gravers.

Veengrond, M., -gronden.

Veenland, O., -landen.

Veenmol, M., -mollen.

Veenplas, M., -plassen.

Veenrook, M.

Veenwerker, M., -werkers.

Veenwortel, V.

Veepest, V.

Veepestkordon, O., -kordons.

Veer (van een vogel). Zie Veder.

Veer (springveer, enz.), V., veeren.

Veer (overvaart), O., veren.

Veerboot, V., -booten.

Veerbout, M., -bouten.

Veeren, veerde, heeft geveerd.

Veerenbed, O., -bedden; -bedje, O., -jes.

Veergeld, O.

Veerhuis, O., -huizen.

Veering, V., veeringen.

Veerknecht, M., -knechts.

Veerkracht, V.

Veerkrachtig, -krachtiger, -krachtigst.

Veerloon, O.

Veerman, M., -lieden en -lui.

Veerpasser, M., -passers.

Veerploeg, V., -ploegen.

Veerpont, V., -ponten.

Veerschip, O., -schepen.

Veerschipper, M., -schippers.

Veerschuit, V., -schuiten.

Veertien, veertienen.

Veertiendaagsch.

Veertiende.

Veertienderhande.

Veertienderlei.

Veertienhonderd.

Veertienjarig.

Veertienmaal.

Veertienvoud, O., -vouden.

Veertienvoudig.

Veertig, veertigen.

Veertigdaagsch.

Veertiger, M., veertigers.

Veertigerhande.

Veertigerlei.

Veertigjarig.

Veertigmaal.

Veertigponder, M., -ponders.

Veertigste.

Veertigtal, O., -tallen.

Veertigvoud, O., -vouden.

Veertigvoudig.

Veeslag, O.

Veest, M., veesten.

Veestal, M., -stallen.

Veestapel, M.

Veesten, veestte, heeft geveest.

Veete, V., veeten.

Veeteelt, V.

Veetentoonstelling, V., -tentoonstellingen.

Veevoeder, O.

Veevoederketel, M., -ketels.

Veeziekte, V., -ziekten.

Vegen, veegde, heeft geveegd.

Veger, M., vegers. Vegertje, O., -jes.

Vegetariër, M., vegetariërs.

Vegetarisch.

Vegetatie, V.

Vegeteeren, vegeteerde, heeft gevegeteerd.

Veil, O.

Veil, veiler, veilst.

Veilconditiën (mv.), V.

Veildag, M., -dagen.

Veilen (verkoopen), veilde, heeft geveild.

Veiler, M., veilers.

Veilheid, V.

Veilig, veiliger, veiligst.

Veiligen, veiligde, heeft geveiligd.

Veiligheid, V.

Veiligheidsdienst, M.

Veiligheidshalve.

Veiligheidskaart, V., -kaarten.

Veiligheidskettinkje, O., -jes.

Veiligheidsklep, V., -kleppen.

Veiligheidslamp, V., -lampen.

Veiligheidslucifers (mv.), M.

Veiligheidsmaatregel, M., -maatregelen.

Veiligheidspolitie, V.

Veiligheidsspeld, V., -spelden.

Veiling, V., veilingen.

Veinzaard, M., veinzaards.

Veinzen, veinsde, heeft geveinsd.

Veinzer, M., veinzers.

Veinzeres, V., veinzeressen.

Veinzerij, V., veinzerijen.

Vel, O., vellen. Velletje, O., -jes.

Veld, O., velden. Veldje, O., -jes.

Veldanjelier, V., -anjelieren.

Veldarbeid, M.

Veldartillerie, V.

Veldbatterij, V., -batterijen.

Veldbed, O., -bedden.

Veldbloem, V., -bloemen; -bloempje, O., -jes.

Velddienst, M.

Velddistel, V., -distels.

Veldflesch, V., -flesschen.

Veldfluit, V., -fluiten.

Veldgeschrei, O.

Veldgeschut, O.

Veldgod, M., -goden.

Veldhaas, M., -hazen.

Veldheer, M., -heeren.

Veldheersbekwaamheid, V., -bekwaamheden.

Veldheersstaf, M., -staven.

Veldheerstalent, O., -talenten.

Veldhoen, O., -hoenders.

Veldijs, O.

Veldlazaret, O., -lazaretten.

Veldleger, O., -legers.

Veldmaarschalk, M., -maarschalken.

Veldmuis, V., -muizen.

Veldnimf, V., -nimfen.

Veldoverste, M., -oversten.

Veldpost, V., -posten.

Veldprediker, M., -predikers.

Veldpriester, M., -priesters.

Veldsla, V.

Veldslag, M., -slagen.

Veldsnip, V., -snippen.

Veldspaath, O.

Veldstuk, O., -stukken; -stukje, O., -jes.

Veldteeken, O., -teekens.

Veldtocht, M., -tochten.

Veldvrucht, V., -vruchten.

Veldwacht, V., -wachten.

Veldwachter, M., -wachters.

Velen (werkw.).

Velerhande.

Velerlei.

Velg, V., velgen. Velgje, O., -jes.

Velijn, O.

Velijnpapier, O.

Vellen, velde, heeft geveld.

Vellenkooper, M., -koopers.

Vellenploten, O.

Vellenploter, M., -ploters.

Vellig, velliger, velligst.

Velling, V.

Velocipède, V., velocipèdes.

Velocipedist, M., -isten.

Ven, V., vennen. Vennetje, O., -jes.

Vendel, O., vendelen en vendels.

Vendetta, V.

Venduhuis, O., -huizen.

Vendumeester, M., -meesters.

Vendutie, V., venduties.

Venen, veende, heeft geveend.

Venerisch.

Venig, veniger, venigst.

Venijn, O.

Venijnig, venijniger, venijnigst.

Venijnigheid, V.

Venkel, V.

Venkelwater, O.

Venkelzaad, O.

Vennoot, M., vennooten.

Vennootschap, V., -schappen.

Venster, O., vensters en vensteren. Venstertje, O., -jes.

Vensterbank, V., -banken.

Vensterbeslag, O.

Vensterblind, O., -blinden.

Venstergeld, O.

Vensterglas, O., -glazen.

Venstergordijn, O., -gordijnen.

Vensterluik, O., -luiken.

Vensterraam, O., -ramen.

Vensterruit, V., -ruiten.

Vent, M., venten. Ventje, O., -jes.

Venten, ventte, heeft gevent.

Venter, M., venters.

Ventilatie, V.

Ventilator, M., ventilators.

Ventileeren, ventileerde, heeft geventileerd.

Ventjagen, O.

Ventjager, M., -jagers.

Ventjagerij, V.

Ventjelief, O.

Ventster, V., ventsters.

Ver en Verre, verder, verst.

Veraangenamen, veraangenaamde, heeft veraangenaamd.

Veraangenaming, V.

Veraanschouwelijken, veraanschouwelijkte, heeft veraanschouwelijkt.

Veraanschouwelijking, V.

Veraccijnzen, veraccijnsde, heeft veraccijnsd.

Veraccijnzing, V., veraccijnzingen.

Verachtelijk, -lijker, -lijkst.

Verachtelijkheid, V., -heden.

Verachteloozen, verachteloosde, heeft verachteloosd.

Verachteloozing, V.

Verachten, verachtte, heeft veracht.

Verachter, M., verachters.

Verachteren, verachterde, is en heeft verachterd.

Verachting, V.

Verachtster, V., verachtsters.

Verademen, verademde, heeft verademd.

Verademing, V.

Veraf.

Verafgelegen.

Verafschuwen, verafschuwde, heeft verafschuwd.

Veranda, V., veranda's.

Veranderen, veranderde, heeft en is veranderd.

Verandering, V., veranderingen. Veranderingetje, O., -jes.

Veranderlijk, -lijker, -lijkst.

Veranderlijkheid, V.

Veranderzucht, V.

Verankeren, verankerde, heeft verankerd.

Verantwoordelijk, -lijker, -lijkst.

Verantwoordelijkheid, V.

Verantwoorden, verantwoordde, heeft verantwoord.

Verantwoorder, M., verantwoorders.

Verantwoording, V., verantwoordingen.

Verarmen, verarmde, heeft en is verarmd.

Verarming, V.

Verbaal, verbale.

Verbaasd.

Verbaasdheid, V.

Verbabbelen, verbabbelde, heeft verbabbeld.

Verbakken, verbakte, heeft verbakken.

Verbaliseeren, verbaliseerde, heeft geverbaliseerd.

Verband, O., verbanden. Verbandje, O., -jes.

Verbandbrief, M., -brieven.

Verbandkist, V., -kisten.

Verbandleer, V.

Verbandmateriaal, O., -materialen.

Verbandstoffen (mv.), V.

Verbannen, verbande, heeft verbannen.

Verbanning, V., verbanningen.

Verbanningsdecreet, O., -decreten.

Verbasteren, verbasterde, is verbasterd.

Verbastering, V., verbasteringen.

Verbazen, verbaasde, heeft verbaasd.

Verbazend, verbazender, verbazendst.

Verbazing, V.

Verbedden, verbedde, heeft verbed.

Verbedding, V., verbeddingen.

Verbeelden, verbeeldde, heeft verbeeld.

Verbeelding, V.

Verbeeldingskracht, V.

Verbeenen, verbeende, is verbeend.

Verbeestelijken, verbeestelijkte, is verbeestelijkt.

Verbeiden, verbeidde, heeft verbeid.

Verbeiding, V.

Verbergen, verborg, heeft verborgen.

Verberger, M., verbergers.

Verberging, V.

Verbeteraar, M., verbeteraars.

Verbeterblad, O., -bladen; -blaadje, O., -jes.

Verbeteren, verbeterde, heeft en is verbeterd.

Verbeterhuis, O., -huizen.

Verbetering, V., verbeteringen.

Verbeteringsgesticht, O., -gestichten.

Verbeurbaar, -bare.

Verbeurdverklaren, verklaarde verbeurd, heeft verbeurdverklaard.

Verbeurdverklaring, V., -verklaringen.

Verbeuren, verbeurde, heeft verbeurd.

Verbeurte, V.

Verbeuzelen, verbeuzelde, heeft verbeuzeld.

Verbidden, verbad, verbaden, heeft verbeden.

Verbieden, verbood, verboden, heeft verboden.

Verbijsteren, verbijsterde, heeft verbijsterd.

Verbijstering, V.

Verbijten, verbeet, verbeten, heeft verbeten.

Verbiljarten, verbiljartte, heeft verbiljart.

Verbinden, verbond, heeft verbonden.

Verbinding, V., verbindingen.

Verbindingsklos, M., -klossen.

Verbindingsroede, V., -roeden.

Verbindingsspoorweg, M., -spoorwegen.

Verbindingsteeken, O., -teekens.

Verbintenis, V., verbintenissen.

Verbitterd, verbitterder, verbitterdst.

Verbitterdheid, V.

Verbitteren, verbitterde, heeft verbitterd.

Verbittering, V.

Verbleeken, verbleekte, heeft en is verbleekt.

Verbleeking, V.

Verblijden, verblijdde, heeft verblijd.

Verblijdend, verblijdender, verblijdendst.

Verblijding, V.

Verblijf, O., verblijven. Verblijfje, O., -jes.

Verblijfkosten (mv.), M.

Verblijfplaats, V., -plaatsen.

Verblijven, verbleef, verbleven, heeft en is verbleven.

Verblind, verblinder, verblindst.

Verblinden, verblindde, heeft verblind.

Verblindheid, V., -heden.

Verblinding, V.

Verbloemd.

Verbloemen, verbloemde, heeft verbloemd.

Verbloeming, V., verbloemingen.

Verbod, O., verboden.

Verbodemen, verbodemde, heeft verbodemd.

Verbodeming, V.

Verbodsbepaling, V., -bepalingen.

Verbodsdag, M., -dagen.

Verbodsstelsel, O., -stelsels.

Verbodswet, V., -wetten.

Verboeken, verboekte, heeft verboekt.

Verboeking, V.

Verboeren, verboerde, heeft verboerd.

Verbolgen, verbolgener, verbolgenst.

Verbolgenheid, V., -heden.

Verbond, O., verbonden.

Verbondsark, V.

Verbondsbeker, M., -bekers.

Verbondsboek, O., -boeken.

Verbondsbreuk, V.

Verbondsbrief, M., -brieven.

Verbondseed, M., -eeden.

Verbondsgod, M.

Verbondskist, V.

Verbondsmaal, O., -malen.

Verbondsoffer, O., -offers.

Verbondstafel, V.

Verboorden, verboordde, heeft verboord.

Verborgen, verborgener, verborgenst.

Verborgenheid, V., -heden.

Verbouw, M.

Verbouwen, verbouwde, heeft verbouwd.

Verbouwereerd.

Verbouwereerdheid, V.

Verbouwing, V., verbouwingen.

Verbrabbelen, verbrabbelde, heeft verbrabbeld.

Verbrandbaar, -bare.

Verbranden, verbrandde, heeft en is verbrand.

Verbranding, V.

Verbrandingsproces, O., -processen.

Verbrandingsproduct, O., -producten.

Verbrassen, verbraste, heeft verbrast.

Verbreeden, verbreedde, heeft verbreed.

Verbreeding, V., verbreedingen.

Verbreedingsstuk, O., -stukken.

Verbreedsel, O., verbreedsels.

Verbreekbaar, -bare.

Verbreekster, V., verbreeksters.

Verbreiden, verbreidde, heeft verbreid.

Verbreider, M., verbreiders.

Verbreiding, V.

Verbreidster, V., verbreidsters.

Verbreken, verbrak, verbraken, heeft verbroken.

Verbreker, M., verbrekers.

Verbreking, V.

Verbrijzelen, verbrijzelde, heeft verbrijzeld.

Verbrijzeling, V.

Verbroddelen, verbroddelde, heeft verbroddeld.

Verbrodden, verbrodde, heeft verbrod.

Verbroederen, verbroederde, heeft verbroederd.

Verbroedering, V., verbroederingen.

Verbroederingsfeest, O., -feesten.

Verbroeien, verbroeide, heeft en is verbroeid.

Verbrokkelen, verbrokkelde, heeft verbrokkeld.

Verbrokkeling, V.

Verbruid.

Verbruien, verbruide, heeft verbruid.

Verbruik, O.

Verbruiken, verbruikte, heeft verbruikt.

Verbruiker, M., verbruikers.

Verbruikersbond, M., -bonden.

Verbruikleen, O., -leenen.

Verbruiksartikel, O., -artikelen.

Verbruiksbelasting, V., -belastingen.

Verbuigbaar, -bare.

Verbuigbaarheid, V.

Verbuigen, verboog, verbogen, heeft verbogen.

Verbuiging, V., verbuigingen.

Verbussen, verbuste, heeft verbust.

Vercijferen (zich -), vercijferde zich, heeft zich vercijferd.

Verdacht.

Verdachtmaking, V., -makingen.

Verdagen, verdaagde, heeft en is verdaagd.

Verdaging, V., verdagingen.

Verdampen, verdampte, is verdampt.

Verdamping, V., verdampingen.

Verdedigbaar, -bare.

Verdedigbaarheid, V.

Verdedigen, verdedigde, heeft verdedigd.

Verdediger, M., verdedigers.

Verdediging, V., verdedigingen.

Verdedigingslinie, V., -liniën.

Verdedigingsmiddel, O., -middelen.

Verdedigingswapen, O., -wapenen.

Verdedigster, V., verdedigsters.

Verdeeldheid, V., -heden.

Verdeelen, verdeelde, heeft verdeeld.

Verdeeler, M., verdeelers.

Verdeeling, V., verdeelingen.

Verdeelpunt, O., -punten.

Verdeelster, V., verdeelsters.

Verdek, O., verdekken.

Verdeksbalk, M., -balken.

Verdelgen, verdelgde, heeft verdelgd.

Verdelger, M., verdelgers.

Verdelging, V., verdelgingen.

Verdelgingsoorlog, M., -oorlogen.

Verdenken, verdacht, heeft verdacht.

Verdenking, V., verdenkingen.

Verder.

Verderf, O.

Verderfelijk, -lijker, -lijkst.

Verderfelijkheid, V.

Verderven, verdierf, verdierven, heeft en is verdorven.

Verderver, M., verdervers.

Verderving, V., verdervingen.

Verdichten (dichter maken), verdichtte, heeft verdicht.

Verdichten (uitdenken), verdichtte, heeft verdicht.

Verdichter, M., verdichters.

Verdichting, V., verdichtingen.

Verdichtsel, O., verdichtselen en verdichtsels. Verdichtseltje,

O., -jes.

Verdict, O., verdicten.

Verdienen, verdiende, heeft verdiend.

Verdienste, V., verdiensten.

Verdienstelijk, -lijker, -lijkst.

Verdienstelijkheid, V.

Verdiepen, verdiepte, heeft verdiept.

Verdieping, V., verdiepingen.

Verdiepschaaf, V., -schaven.

Verdierlijken, verdierlijkte, heeft en is verdierlijkt.

Verdierlijking, V.

Verdietschen, verdietschte, heeft verdietscht.

Verdietsching, V., verdietschingen.

Verdijd.

Verdijen, verdijde, heeft verdijd.

Verdikken, verdikte, heeft en is verdikt.

Verdikking, V., verdikkingen.

Verdobbelen, verdobbelde, heeft verdobbeld.

Verdoeken, verdoekte, heeft verdoekt.

Verdoeking, V., verdoekingen.

Verdoemd.

Verdoemde, M. en V., verdoemden.

Verdoemelijk, -lijker, -lijkst.

Verdoemeling, M. en V., verdoemelingen.

Verdoemen, verdoemde, heeft verdoemd.

Verdoemenis, V.

Verdoemer, M., verdoemers.

Verdoeming, V.

Verdoen, verdeed, verdeden, heeft verdaan.

Verdoener, M., verdoeners.

Verdoffen, verdofte, is verdoft.

Verdokteren, verdokterde, heeft verdokterd.

Verdolen, verdoolde, is verdoold.

Verdoling, V., verdolingen.

Verdonkeremanen, verdonkeremaande, heeft verdonkeremaand.

Verdonkeren, verdonkerde, heeft en is verdonkerd.

Verdonkering, V., verdonkeringen.

Verdooldheid, V.

Verdoopen, verdoopte, heeft verdoopt.

Verdooping, V., verdoopingen.

Verdooven, verdoofde, heeft en is verdoofd.

Verdooving, V., verdoovingen.

Verdord (tusschenw.).

Verdordheid, V.

Verdorren, verdorde, is verdord.

Verdorring, V.

Verdorven, verdorvener, verdorvenst.

Verdorvenheid, V.

Verdraaglijk, -lijker, -lijkst.

Verdraagzaam, -zamer, -zaamst.

Verdraagzaamheid, V.

Verdraaid.

Verdraaidheid, V.

Verdraaien, verdraaide, heeft en is verdraaid.

Verdraaier, M., verdraaiers.

Verdraaiing, V., verdraaiingen.

Verdrag, O., verdragen.

Verdragen, verdroeg, heeft verdragen.

Verdraging, V.

Verdriedubbelen, verdriedubbelde, heeft verdriedubbeld.

Verdriet, O. Verdrietje, O., -jes.

Verdrietelijk, -lijker, -lijkst.

Verdrietelijkheid, V., -heden.

Verdrieten, verdroot, verdroten, heeft verdroten.

Verdrietig, verdrietiger, verdrietigst.

Verdrievoudigen, verdrievoudigde, heeft verdrievoudigd.

Verdrijven, verdreef, verdreven, heeft verdreven.

Verdrijving, V.

Verdringen, verdrong, heeft verdrongen.

Verdringer, M., verdringers.

Verdringing, V.

Verdrinken, verdronk, heeft en is verdronken.

Verdrogen, verdroogde, heeft en is verdroogd.

Verdroging, V.

Verdrukken, verdrukte, heeft verdrukt.

Verdrukker, M., verdrukkers en verdrukkeren.

Verdrukking, V., verdrukkingen.

Verdubbelen, verdubbelde, heeft en is verdubbeld.

Verdubbeling, V., verdubbelingen.

Verdubbelingsstelsel, O.

Verduidelijken, verduidelijkte, heeft verduidelijkt.

Verduidelijking, V.

Verduisteren, verduisterde, heeft en is verduisterd.

Verduistering, V., verduisteringen.

Verduitschen, verduitschte, heeft verduitscht.

Verduitscher, M., verduitschers.

Verduitsching, V., verduitschingen.

Verduiveld.

Verduizendvoudigen, verduizendvoudigde, heeft verduizendvoudigd.

Verdunnen, verdunde, heeft en is verdund.

Verdunning, V., verdunningen.

Verduren, verduurde, heeft verduurd.

Verduring, V.

Verdutten, verdutte, heeft verdut.

Verduwen, verduwde, heeft verduwd.

Verduwing, V.

Verdwaasd.

Verdwalen, verdwaalde, is verdwaald.

Verdwijnen, verdween, verdwenen, is verdwenen.

Verdwijning, V.

Veredelen, veredelde, heeft veredeld.

Veredeling, V.

Vereelten, vereeltte, heeft en is vereelt.

Vereelting, V.

Vereenen, vereende, heeft vereend.

Vereenigbaar, -bare.

Vereenigbaarheid, V.

Vereenigen, vereenigde, heeft vereenigd.

Vereeniger, M., vereenigers.

Vereeniging, V., vereenigingen.

Vereenigingsbout, M., -bouten.

Vereenigingsleven, O.

Vereenigingspunt, O., -punten.

Vereenigingsteeken, O., -teekens.

Vereenigster, V., vereenigsters.

Vereenvoudigen, vereenvoudigde, heeft vereenvoudigd.

Vereenvoudiging, V., vereenvoudigingen.

Vereenzelvigen, vereenzelvigde, heeft vereenzelvigd.

Vereenzelviging, V.

Vereerder, M., vereerders.

Vereeren, vereerde, heeft vereerd.

Vereerenswaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.

Vereering, V., vereeringen. Vereerinkje, O., -jes.

Vereerster, V., vereersters.

Vereeuwigen, vereeuwigde, heeft vereeuwigd.

Vereeuwiging, V.

Vereffenen, vereffende, heeft vereffend.

Vereffening, V., vereffeningen.

Vereisch (Naar - van).

Vereischen, vereischte, heeft vereischt.

Vereischte, O., vereischten.

Verengen, verengde, heeft verengd.

Verenging, V., verengingen.

Verenkelen, verenkelde, heeft verenkeld.

Verenkeling, V.

Verergeren, verergerde, heeft en is verergerd.

Verergering, V., verergeringen.

Vereten, verat, veraten, heeft vereten.

Veretteren, veretterde, is veretterd.

Verettering, V.

Verf, V., verven. Verfje, O., -jes.

Verfdoos, V., -doozen; -doosje, O., -jes.

Verfijnen, verfijnde, heeft verfijnd.

Verfijning, V., verfijningen.

Verfkooper, M., -koopers.

Verfkuip, V., -kuipen.

Verfkwast, M., -kwasten.

Verflaag, V., -lagen.

Verflauwen, verflauwde, is verflauwd.

Verflauwing, V.

Verflensen, verflenste, is verflenst.

Verflensing, V.

Verfmolen, M., -molens.

Verfoeien, verfoeide, heeft verfoeid.

Verfoeienswaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.

Verfoeiing, V., verfoeiingen.

Verfoeilijk, -lijker, -lijkst.

Verfoeilijkheid, V., -heden.

Verfoeisel, O., verfoeisels.

Verfoeliën, verfoeliede, heeft verfoelied.

Verfoeliesel, O.

Verfomfaaien en Verfomfooien, verfomfaaide, heeft verfomfaaid.

Verfommelen, verfommelde, heeft verfommeld.

Verfpot, M., -potten.

Verfraaien, verfraaide, heeft en is verfraaid.

Verfraaiing, V., verfraaiingen.

Verfranschen, verfranschte, heeft verfranscht.

Verfransching, V.

Verfrisschen, verfrischte, heeft verfrischt.

Verfrissching, V., verfrisschingen. Verfrisschinkje, O., -jes.

Verfrommelen, verfrommelde, heeft verfrommeld.

Verfronselen, verfronselde, heeft verfronseld.

Verfstof, V., -stoffen.

Verfwaren (mv.), V.

Verfwinkel, M., -winkels.

Vergaan, verging, is vergaan.

Vergaarbak, M., -bakken.

Vergaarder, M., vergaarders.

Vergaarsel, O., vergaarsels.

Vergaderen, vergaderde, heeft en is vergaderd.

Vergadering, V., vergaderingen. Vergaderingetje, O., -jes.

Vergaderkosten (mv.), M.

Vergaderplaats, V., -plaatsen.

Vergadertijd, M.

Vergaderzaal, V., -zalen.

Vergallen, vergalde, heeft vergald.

Vergalling, V., vergallingen.

Vergaloppeeren (zich -), vergaloppeerde zich, heeft zich vergaloppeerd.

Vergankelijk, -lijker, -lijkst.

Vergankelijkheid, V.

Vergapen, vergaapte, heeft vergaapt.

Vergaren, vergaarde, heeft vergaard.

Vergasten, vergastte, heeft vergast.

Vergeeflijk en Vergefelijk, -lijker, -lijkst.

Vergeeflijkheid, V.

Vergeefs (bijw.).

Vergeefsch (bnw.).

Vergeestelijken, vergeestelijkte, heeft vergeestelijkt.

Vergeetachtig, -achtiger, -achtigst.

Vergeetachtigheid, V.

Vergeetal, M. en V., vergeetallen.

Vergeetboek, O.

Vergeet-mij-niet en Vergeet-me-niet, V.,

vergeet-mij-nieten. Vergeet-mij-nietje, O., -jes.

Vergelden, vergold, heeft vergolden.

Vergelder, M., vergelders.

Vergelding, V., vergeldingen.

Vergelijk, O., vergelijken.

Vergelijkbaar, -bare.

Vergelijken, vergeleek, vergeleken, heeft vergeleken.

Vergelijkenderwijze en -wijs.

Vergelijking, V., vergelijkingen.

Vergemakkelijken, vergemakkelijkte, heeft vergemakkelijkt.

Vergen, vergde, heeft gevergd.

Vergenoegd, vergenoegder, vergenoegdst.

Vergenoegdheid, V.

Vergenoegen, vergenoegde, heeft vergenoegd.

Vergenoeging, V.

Vergetelheid, V.

Vergetelijk, -lijker, -lijkst.

Vergetelijkheid, V.

Vergeten, vergat, vergaten, heeft en is vergeten.

Vergetenheid, V.

Vergeven, vergaf, vergaven, heeft vergeven.

Vergevensgezind, -gezinder, meest -gezind.

Vergevensgezindheid, V.

Vergever, M., vergevers.

Vergeving, V.

Vergevorderd.

Vergewissen, vergewiste, heeft vergewist.

Vergezellen, vergezelde, heeft vergezeld.

Vergezelschappen, vergezelschapte, heeft vergezelschapt.

Vergezicht, O., -gezichten.

Vergiet, O. en V., vergieten. Vergietje, O., -jes.

Vergieten, vergoot, vergoten, heeft vergoten.

Vergieter, M., vergieters.

Vergieting, V., vergietingen.

Vergiettest, V., -testen.

Vergif en Vergift, O., vergiften.

Vergiffenis, V.

Vergiften, vergiftte, heeft vergift.

Vergiftenleer, V.

Vergiftig, vergiftiger, vergiftigst.

Vergiftigen, vergiftigde, heeft vergiftigd.

Vergiftiger, M., vergiftigers.

Vergiftiging, V., vergiftigingen.

Vergiftigingsproces, O., -processen.

Vergissen (zich -), vergiste zich, heeft zich vergist.

Vergissing, V., vergissingen. Vergissinkje, O., -jes.

Vergisten, vergistte, is vergist.

Vergisting, V.

Verglaassel, O.

Verglazen, verglaasde, heeft verglaasd.

Verglimmen, verglom, verglommen, is verglommen.

Vergoddelijken, vergoddelijkte, heeft vergoddelijkt.

Vergoddelijking, V.

Vergoden, vergoodde, heeft vergood.

Vergoder, M., vergoders.

Vergoding, V.

Vergoeden, vergoedde, heeft vergoed.

Vergoeding, V., vergoedingen.

Vergoelijken, vergoelijkte, heeft vergoelijkt.

Vergoelijking, V., vergoelijkingen.

Vergooien, vergooide, heeft vergooid.

Vergramd, vergramder, vergramdst.

Vergramdheid, V.

Vergrammen, vergramde, heeft en is vergramd.

Vergraven, vergroef, vergroeven, heeft vergraven.

Vergraving, V., vergravingen.

Vergrazen, vergraasde, heeft vergraasd.

Vergrijp, O., vergrijpen. Vergrijpje, O., -jes.

Vergrijpen, vergreep, vergrepen, heeft vergrepen.

Vergrijzen, vergrijsde, is vergrijsd.

Vergroeien, vergroeide, is vergroeid.

Vergroeiing, V., vergroeiingen.

Vergrooten, vergrootte, heeft vergroot.

Vergrooter, M., vergrooters.

Vergrootglas, O., -glazen; -glaasje, O., -jes.

Vergrooting, V., vergrootingen.

Vergroven, vergroofde, heeft vergroofd.

Vergruizelen, vergruizelde, heeft vergruizeld.

Vergruizeling, V.

Vergruizen, vergruisde, heeft vergruisd.

Vergruizing, V.

Verguizen, verguisde, heeft verguisd.

Verguizing, V., verguizingen.

Vergulden, verguldde, heeft verguld.

Vergulder, M., vergulders.

Vergulding, V.

Verguldmes, O., -messen.

Verguldpenseel, O., -penseelen.

Verguldsel, O., verguldsels.

Verguldwerk, O.

Vergunnen, vergunde, heeft vergund.

Vergunning, V., vergunningen.

Vergunninghouder, M., -houders.

Vergunningsrecht, O.

Verhaal (bericht), O., verhalen. Verhaaltje, O., -jes.

Verhaal (herstel), O.

Verhaalreep, M., -reepen.

Verhaalster, V., verhaalsters.

Verhaaltrant, M.

Verhaasten, verhaastte, heeft verhaast.

Verhaken, verhaakte, heeft verhaakt.

Verhakken, verhakte, heeft verhakt.

Verhakking, V., verhakkingen.

Verhakstukken, verhakstukte, heeft verhakstukt.

Verhalen, verhaalde, heeft en is verhaald.

Verhalenderwijze en -wijs.

Verhaler, M., verhalers.

Verhalvezolen, verhalvezoolde, heeft verhalvezoold.

Verhandelaar, M., verhandelaars.

Verhandelaarsstijl, M.

Verhandelbaar, -bare.

Verhandelen, verhandelde, heeft verhandeld.

Verhandeling, V., verhandelingen. Verhandelingetje, O., -jes.

Verhang, O.

Verhangen, verhing, heeft verhangen.

Verhanging, V.

Verhanselen, verhanselde, heeft verhanseld.

Verhard, verharder, verhardst.

Verharden, verhardde, heeft en is verhard.

Verhardheid, V.

Verharding, V., verhardingen.

Verharen, verhaarde, is verhaard.

Verhaspelen, verhaspelde, heeft verhaspeld.

Verhaspeling, V., verhaspelingen.

Verheelen (verbinden), verheelde, heeft verheeld.

Verheeren, verheerde, heeft verheerd.

Verheering, V.

Verheerlijken, verheerlijkte, heeft verheerlijkt.

Verheerlijking, V.

Verheffen, verhief, verhieven, heeft verheven.

Verheffing, V., verheffingen.

Verhelderen, verhelderde, heeft en is verhelderd.

Verheldering, V.

Verhelen (verbergen), verheelde, heeft verheeld.

Verhelpen, verhielp, heeft verholpen.

Verhelping, V.

Verhemelte, O., verhemelten.

Verhemelteletter, V., -letters.

Verheugd, verheugder, verheugdst.

Verheugen, verheugde, heeft verheugd.

Verheuging, V., verheugingen. Verheuginkje, O., -jes.

Verheveling, V., verhevelingen.

Verheven, verhevener, verhevenst.

Verhevenheid, V., -heden.

Verhinderen, verhinderde, heeft verhinderd.

Verhindering, V., verhinderingen.

Verhit, verhitter, verhitst.

Verhitheid, V.

Verhitten, verhitte, heeft verhit.

Verhitting, V., verhittingen.

Verhoeden, verhoedde, heeft verhoed.

Verhoeding, V.

Verhoefslagen, verhoefslaagde, heeft verhoefslaagd.

Verhoefslaging, V., verhoefslagingen.

Verholen, verholener, verholenst.

Verholenheid, V.

Verhollandschen, verhollandschte, heeft verhollandscht.

Verhollandsching, V.

Verhonderdvoudigen, verhonderdvoudigde, heeft verhonderdvoudigd.

Verhongeren, verhongerde, heeft en is verhongerd.

Verhongering, V.

Verhoogen, verhoogde, heeft verhoogd.

Verhooger, M., verhoogers.

Verhooging, V., verhoogingen.

Verhoogsel, O., verhoogsels.

Verhoogstuk, O., -stukken.

Verhoor, O., verhooren.

Verhoorder, M., verhoorders.

Verhooren, verhoorde, heeft verhoord.

Verhooring, V., verhooringen.

Verhoovaardigen (zich -), verhoovaardigde zich, heeft zich

verhoovaardigd.

Verhouding, V., verhoudingen.

Verhuisdag, M., -dagen.

Verhuisdrukte, V.

Verhuiskosten (mv.), M.

Verhuiswagen, M., -wagens.

Verhuizen, verhuisde, is verhuisd.

Verhuizer, M., verhuizers.

Verhuizing, V., verhuizingen.

Verhuren, verhuurde, heeft verhuurd.

Verhuring, V., verhuringen.

Verhutselen, verhutselde, heeft verhutseld.

Verhuurder, M., verhuurders.

Verhuurkantoor, O., -kantoren.

Verhuurster, V., verhuursters.

Verhuurtijd, M.

Verhypothekeeren, verhypothekeerde, heeft verhypothekeerd.

Verificateur, M., verificateurs.

Verificatie, V., verificatiën en verificaties.

Verifieeren, verifieerde, heeft geverifieerd.

Verijdelen, verijdelde, heeft verijdeld.

Verijdeling, V.

Verjaardag, M., -dagen.

Verjaarfeest, O., -feesten.

Verjaargeschenk, O., -geschenken.

Verjaarmaal, O., -malen.

Verjagen, verjaagde, heeft verjaagd; ook verjoeg.

Verjaging, V.

Verjaren, verjaarde, is verjaard.

Verjaring, V., verjaringen.

Verjaringsfeest, O., -feesten.

Verjaringsgeschenk, O., -geschenken.

Verjaringsrecht, O.

Verjaringstermijn, M., -termijnen.

Verjongen, verjongde, heeft en is verjongd.

Verjonging, V.

Verjongingskuur, V., -kuren.

Verkaarten, verkaartte, heeft verkaart.

Verkabbelen, verkabbelde, heeft verkabbeld.

Verkakelen, verkakelde, heeft verkakeld.

Verkalken, verkalkte, heeft en is verkalkt.

Verkalking, V.

Verkankeren, verkankerde, is verkankerd.

Verkankering, V.

Verkappen, verkapte, heeft verkapt.

Verkapping, V., verkappingen.

Verkassen, verkaste, is verkast.

Verkavelen, verkavelde, heeft verkaveld.

Verkaveling, V., verkavelingen.

Verkeer, O.

Verkeerbord, O., -borden; -bordje, O., -jes.

Verkeerd, verkeerder, verkeerdst.

Verkeerdelijk.

Verkeerdheid, V., -heden.

Verkeeren, verkeerde, heeft en is verkeerd.

Verkeering, V., verkeeringen.

Verkeerspel, O., -spelen.

Verkeerswezen, O.

Verkeertje (verkeerspel), O.

Verkegelen, verkegelde, heeft verkegeld.

Verkenbaar, -bare.

Verkennen, verkende, heeft verkend.

Verkenner, M., verkenners.

Verkenning, V., verkenningen.

Verkenningstocht, M., -tochten.

Verkerven, verkorf, verkorven, heeft verkorven.

Verketteren, verketterde, heeft verketterd.

Verkettering, V., verketteringen.

Verkeuren, verkeurde, heeft verkeurd.

Verkielen, verkielde, heeft verkield.

Verkiesbaar, -bare.

Verkiesbaarheid, V.

Verkieslijk en Verkieselijk, -lijker, -lijkst.

Verkiezen, verkoos, verkozen, heeft verkozen.

Verkiezing, V., verkiezingen.

Verkiezingsagent, M., -agenten.

Verkiezingsdag, M., -dagen.

Verkiezingsleer, V.

Verkiezingsmanoeuvre, V., -manoeuvres.

Verkiezingsstrijd, M.

Verkiezingswerk, O.

Verkijken, verkeek, verkeken, heeft verkeken.

Verklaarbaar, -baarder, -baarst.

Verklaarder, M., verklaarders.

Verkladden, verkladde, heeft verklad.

Verklappen, verklapte, heeft verklapt.

Verklapper, M., verklappers.

Verklapping, V., verklappingen.

Verklaren, verklaarde, heeft verklaard.

Verklaring, V., verklaringen.

Verkleeden, verkleedde, heeft verkleed.

Verkleeding, V., verkleedingen.

Verkleedpartij, V., -partijen.

Verkleefd, verkleefder, verkleefdst.

Verkleefdheid, V.

Verkleinaap, M., -apen.

Verkleinbaar, -bare.

Verkleinen, verkleinde, heeft verkleind.

Verkleinglas, O., -glazen; -glaasje, O., -jes.

Verkleining, V., verkleiningen.

Verkleiningsuitgang, M., -uitgangen.

Verkleinwoord, O., -woorden; -woordje, O., -jes.

Verkleumd, verkleumder, verkleumdst.

Verkleumdheid, V.

Verkleumen, verkleumde, is verkleumd.

Verkleuming, V.

Verkleuren, verkleurde, heeft en is verkleurd.

Verkleuring, V.

Verklikken, verklikte, heeft verklikt.

Verklikker, M., verklikkers.

Verklikking, V., verklikkingen.

Verkloeken, verkloekte, heeft verkloekt.

Verklungelen, verklungelde, heeft verklungeld.

Verkneukelen (zich -), verkneukelde zich, heeft zich verkneukeld.

Verkneuteren (zich -), verkneuterde zich, heeft zich verkneuterd.

Verkneuzen, verkneusde, heeft verkneusd.

Verkniezen en Verknijzen (zich -), verkniesde zich, heeft zich

verkniesd.

Verknijpen (zich -), verkneep zich, verknepen zich, heeft zich

verknepen.

Verknijping, V.

Verknijzen. Zie Verkniezen.

Verknippen, verknipte, heeft verknipt.

Verknocht.

Verknochtheid, V.

Verknoeien, verknoeide, heeft verknoeid.

Verknoeiing, V., verknoeiingen.

Verknollen, verknolde, heeft verknold.

Verknoopen, verknoopte, heeft verknoopt.

Verknutselen, verknutselde, heeft verknutseld.

Verkoelen, verkoelde, heeft en is verkoeld.

Verkoelend, verkoelender, verkoelendst.

Verkoeling, V., verkoelingen.

Verkoelingsmiddel, O., -middelen.

Verkoken, verkookte, heeft en is verkookt.

Verkolen, verkoolde, is verkoold.

Verkoling, V.

Verkomen, verkomt, verkwam, verkwamen, is verkomen.

Verkonden, verkondde, heeft verkond.

Verkonder, M., verkonders.

Verkondigen, verkondigde, heeft verkondigd.

Verkondiger, M., verkondigers.

Verkondiging, V.

Verkonding, V.

Verkonkelen, verkonkelde, heeft verkonkeld.

Verkonkeling, V.

Verkoop, M., verkoopen.

Verkoopbaar, -bare.

Verkoopdag, M., -dagen.

Verkoopen, verkocht, heeft verkocht.

Verkooper, M., verkoopers.

Verkoophuis, O., -huizen.

Verkooping, V., verkoopingen. Verkoopinkje, O., -jes.

Verkooplokaal, O., -lokalen.

Verkoopprijs, M., -prijzen.

Verkoopster, V., verkoopsters.

Verkooptijd, M.

Verkoperen, verkoperde, heeft verkoperd.

Verkopering, V.

Verkoren.

Verkorsten, verkorstte, is verkorst.

Verkorten, verkortte, heeft verkort.

Verkorter, M., verkorters.

Verkorting, V., verkortingen.

Verkortingsteeken, O., -teekens.

Verkouden.

Verkoudheid, V., -heden.

Verkrachten, verkrachtte, heeft verkracht.

Verkrachter, M., verkrachters.

Verkrachting, V., verkrachtingen.

Verkreukelen, verkreukelde, heeft verkreukeld.

Verkreukeling, V., verkreukelingen.

Verkrijgbaar, -bare.

Verkrijgen, verkreeg, verkregen, heeft verkregen.

Verkrijging, V.

Verkrimpen, verkromp, is verkrompen.

Verkrimping, V.

Verkrommen, verkromde, heeft verkromd.

Verkromming, V., verkrommingen.

Verkroppen, verkropte, heeft verkropt.

Verkruimelen, verkruimelde, heeft en is verkruimeld.

Verkuilen, verkuilde, heeft verkuild.

Verkuiling, V.

Verkuipen, verkuipte, heeft verkuipt.

Verkwakkelen, verkwakkelde, heeft verkwakkeld.

Verkwanselen, verkwanselde, heeft verkwanseld.

Verkwanseling, V.

Verkwijnen, verkwijnde, is verkwijnd.

Verkwijning, V.

Verkwikkelijk, -lijker, -lijkst.

Verkwikkelijkheid, V.

Verkwikken, verkwikte, heeft verkwikt.

Verkwikkend, verkwikkender, verkwikkendst.

Verkwikking, V., verkwikkingen.

Verkwisten, verkwistte, heeft verkwist.

Verkwistend, verkwistender, verkwistendst.

Verkwister, M., verkwisters.

Verkwisting, V., verkwistingen.

Verlaat, O., verlaten.

Verladen, verlaadde, heeft verladen.

Verlading, V.

Verlagen, verlaagde, heeft en is verlaagd.

Verlaging, V.

Verlak, O.

Verlakken (met verlak bekleeden), verlakte, heeft verlakt.

Verlakken (bedriegen), verlakte, heeft verlakt.

Verlakker, M., verlakkers.

Verlakking, V., verlakkingen.

Verlaksel, O.

Verlakt, O.

Verlammen, verlamde, heeft en is verlamd.

Verlamming, V., verlammingen.

Verlangen, verlangde, heeft verlangd.

Verlangen, O., verlangens.

Verlanglijst, V., -lijsten; -lijstje, O., -jes.

Verlangst, V.

Verlanterfanten, verlanterfantte, heeft verlanterfant.

Verlappen, verlapte, heeft verlapt.

Verlapping, V., verlappingen.

Verlaten (begeven), verliet, heeft verlaten.

Verlaten (zich -), (vertrouwen), verliet zich, heeft zich verlaten.

Verlaten (zich -), (niet op zijn tijd passen), verlaatte zich, heeft

zich verlaat.

Verlaten, verlatener, verlatenst.

Verlatenheid, V.

Verlater, M., verlaters.

Verlating, V.

Verleden.

Verleden, O.

Verledigen (zich -), verledigde zich, heeft zich verledigd.

Verleenen, verleende, heeft verleend.

Verleening, V.

Verleeren, verleerde, heeft verleerd.

Verlegen, verlegener, verlegenst.

Verlegenheid, V.

Verleggen, verlegde en verleide, heeft verlegd en verleid.

Verlegging, V.

Verlei (beleening), O.

Verleidelijk, -lijker, -lijkst.

Verleidelijkheid, V., -heden.

Verleiden, verleidde, heeft verleid.

Verleider, M., verleiders.

Verleiding, V., verleidingen.

Verleidster, V., verleidsters.

Verleien (beleenen), verleide, heeft verleid.

Verlekkeren, verlekkerde, heeft en is verlekkerd.

Verlengbaar, -bare.

Verlengde, O.

Verlengen, verlengde, heeft verlengd.

Verlenging, V.

Verlengstuk, O., -stukken.

Verleppen, verlepte, is verlept.

Verlet, O.

Verletsel, O., verletsels.

Verletten, verlette, heeft verlet.

Verleuteren, verleuterde, heeft verleuterd.

Verlevendigen, verlevendigde, heeft verlevendigd.

Verlevendiging, V.

Verlezen (uitlezen, uitzoeken), verlas, verlazen, heeft verlezen.

Verlezen (zich -), (verkeerd lezen), verlas zich, verlazen zich,

heeft zich verlezen.

Verlicht, verlichter, verlichtst.

Verlichten (verhelderen), verlichtte, heeft verlicht.

Verlichten (minder zwaar maken), verlichtte, heeft verlicht.

Verlichter, M., verlichters.

Verlichting, V.

Verliederlijken (zich -), verliederlijkte zich, heeft zich

verliederlijkt.

Verliefd, verliefder, verliefdst.

Verliefde, M. en V., verliefden.

Verliefdheid, V., -heden.

Verlies, O., verliezen. Verliesje, O., -jes.

Verlieven, verliefde, is verliefd.

Verliezen, verloor, verloren, heeft verloren.

Verliezer, M., verliezers.

Verliggen, verlag, verlagen, is en heeft verlegen.

Verlijden, verleed, verleden, heeft verleden.

Verlof, O., verloven.

Verlofganger, M., -gangers.

Verlofhouder, M., -houders.

Verlofpas, M., -passen.

Verlofstraktement, O., -traktementen. Ook Verloftraktement.

Verloftijd, M.

Verlokkelijk, -lijker, -lijkst.

Verlokkelijkheid, V., -heden.

Verlokken, verlokte, heeft verlokt.

Verlokker, M., verlokkers.

Verlokking, V., verlokkingen.

Verloksel, O., verlokselen en verloksels.

Verlokster, V., verloksters.

Verloochenaar, M., verloochenaars.

Verloochenares, V., verloochenaressen.

Verloochenen, verloochende, heeft verloochend.

Verloochening, V.

Verlooden, verloodde, heeft verlood.

Verlooding, V.

Verloofde, M. en V., verloofden.

Verloop, O.

Verloopen, verliep, heeft en is verloopen.

Verlootdag, M., -dagen.

Verloren.

Verloskunde, V.

Verloskundig.

Verloskundige, M. en V., -kundigen.

Verlossen, verloste, heeft en is verlost.

Verlosser, M., verlossers.

Verlossing, V., verlossingen.

Verlossingswerk, O.

Verlosster, V., verlossters.

Verloten, verlootte, heeft verloot.

Verloter, M., verloters.

Verloting, V., verlotingen.

Verloven, verloofde, heeft verloofd.

Verloving, V., verlovingen.

Verlovingsdag, M., -dagen.

Verlovingsfeest, O., -feesten.

Verlovingsring, M., -ringen.

Verluchten, verluchtte, heeft verlucht.

Verluchtigen, verluchtigde, heeft verluchtigd.

Verluchtiging, V.

Verluchting, V.

Verluiden (Zich laten -).

Verluieren, verluierde, heeft verluierd.

Verlustigen, verlustigde, heeft verlustigd.

Verlustiging, V., verlustigingen.

Vermaagschappen, vermaagschapte, heeft vermaagschapt.

Vermaagschapping, V., vermaagschappingen.

Vermaak, O., vermaken.

Vermaakshalve.

Vermaan, O.

Vermaanbrief, M., -brieven.

Vermaanster, V., vermaansters.

Vermaard, vermaarder, vermaardst.

Vermaardheid, V., -heden.

Vermageren, vermagerde, heeft en is vermagerd.

Vermagering, V.

Vermakelijk, -lijker, -lijkst.

Vermakelijkheid, V., -heden.

Vermaken, vermaakte, heeft vermaakt.

Vermaking, V., vermakingen.

Vermaledijd.

Vermalen, vermaalde, heeft vermalen.

Vermaling, V.

Vermallen, vermalde, heeft vermald.

Vermanen, vermaande, heeft vermaand.

Vermaner, M., vermaners.

Vermaning, V., vermaningen. Vermaninkje, O., -jes.

Vermannen, vermande, heeft vermand.

Vermeend.

Vermeenen, vermeende, heeft vermeend.

Vermeerderaar, M., vermeerderaars.

Vermeerderen, vermeerderde, heeft en is vermeerderd.

Vermeerdering, V., vermeerderingen.

Vermeesteren, vermeesterde, heeft vermeesterd.

Vermeestering, V.

Vermeien (zich -), vermeide zich, heeft zich vermeid.

Vermelden, vermeldde, heeft vermeld.

Vermeldenswaard.

Vermelder, M., vermelders.

Vermelding, V., vermeldingen.

Vermengen, vermengde, heeft vermengd.

Vermenger, M., vermengers.

Vermenging, V., vermengingen.

Vermengster, V., vermengsters.

Vermenigvuldigen, vermenigvuldigde, heeft en is vermenigvuldigd.

Vermenigvuldiger, M., vermenigvuldigers.

Vermenigvuldiging, V., vermenigvuldigingen.

Vermenigvuldigtal, O., -tallen.

Vermetel, vermeteler, vermetelst.

Vermetelheid, V.

Vermeten, vermat, vermaten, heeft vermeten.

Vermeten (zich -), vermat zich, vermaten zich, heeft zich vermeten.

Vermetselen, vermetselde, heeft vermetseld.

Vermetseling, V.

Vermicelli, V.

Vermicellipodding, M., -poddingen.

Vermicellisoep, V.

Vermijdbaar, -bare.

Vermijden, vermeed, vermeden, heeft vermeden.

Vermijding, V.

Vermijmeren, vermijmerde, heeft vermijmerd.

Vermijten, vermijtte, is vermijt.

Vermiljoen, O.

Verminderen, verminderde, heeft en is verminderd.

Vermindering, V., verminderingen.

Verminken, verminkte, heeft verminkt.

Verminking, V., verminkingen.

Vermissen, vermiste, heeft vermist.

Vermissing, V.

Vermits.

Vermodderen, vermodderde, heeft vermodderd.

Vermoedelijk.

Vermoeden, vermoedde, heeft vermoed.

Vermoeden, O., vermoedens.

Vermoeid, vermoeider, vermoeidst.

Vermoeidheid, V.

Vermoeien, vermoeide, heeft vermoeid.

Vermoeiend, vermoeiender, vermoeiendst.

Vermoeienis, V., vermoeienissen.

Vermoeiing, V.

Vermoffen, vermofte, heeft en is vermoft.

Vermoffing, V.

Vermogen, vermag, vermogen, vermocht.

Vermogen, O., vermogens.

Vermogend, vermogender, vermogendst.

Vermogensbelasting, V., -belastingen.

Vermolmen, vermolmde, is vermolmd.

Vermolming, V.

Vermomde, M. en V., vermomden.

Vermommen, vermomde, heeft vermomd.

Vermomming, V., vermommingen.

Vermooien, vermooide, heeft en is vermooid.

Vermoorden, vermoordde, heeft vermoord.

Vermoording, V., vermoordingen.

Vermorsen, vermorste, heeft vermorst.

Vermorsing, V.

Vermorzelen, vermorzelde, heeft vermorzeld.

Vermorzeling, V.

Vermuffen, vermufte, is vermuft.

Vermuffing, V.

Vermunten, vermuntte, heeft vermunt.

Vermunting, V., vermuntingen.

Vermurwen, vermurwde, heeft en is vermurwd.

Vermurwing, V.

Vernaaien, vernaaide, heeft vernaaid.

Vernachten, vernachtte, heeft vernacht.

Vernagelen, vernagelde, heeft vernageld.

Vernageling, V.

Vernauwen, vernauwde, heeft en is vernauwd.

Vernauwing, V., vernauwingen.

Vernederen, vernederde, heeft vernederd.

Vernederend, vernederender, vernederendst.

Vernedering, V., vernederingen.

Verneembaar, -bare.

Vernemen, vernam, vernamen, heeft vernomen.

Vernestelen, vernestelde, heeft vernesteld.

Vernielachtig, -achtiger, -achtigst.

Vernielachtigheid, V.

Vernielal, M. en V., vernielallen.

Vernielen, vernielde, heeft vernield.

Vernielend, vernielender, vernielendst.

Vernieler, M., vernielers.

Vernieling, V.

Vernielster, V., vernielsters.

Vernielzucht, V.

Vernietigbaar, -bare.

Vernietigen, vernietigde, heeft vernietigd.

Vernietiger, M., vernietigers.

Vernietiging, V.

Vernieuwen, vernieuwde, heeft vernieuwd.

Vernieuwer, M., vernieuwers.

Vernieuwing, V., vernieuwingen.

Vernikkelen, vernikkelde, heeft vernikkeld.

Vernis, O., vernissen. Vernisje, O., -jes.

Vernissen, verniste, heeft vernist.

Vernoegd, vernoegder, vernoegdst.

Vernoegdheid, V.

Vernoegen (zich -), vernoegde zich, heeft zich vernoegd.

Vernoeging, V.

Vernoemen, vernoemde, heeft vernoemd.

Vernoeming, V., vernoemingen.

Vernuft, O., vernuften. Vernuftje, O., -jes.

Vernuftig, vernuftiger, vernuftigst.

Veronaangenamen, veronaangenaamde, heeft veronaangenaamd.

Veronaangenaming, V.

Veronachtzamen, veronachtzaamde, heeft veronachtzaamd.

Veronachtzaming, V.

Veronderstellen, veronderstelde, heeft verondersteld.

Veronderstelling, V., veronderstellingen.

Verongelijken, verongelijkte, heeft verongelijkt.

Verongelijking, V., verongelijkingen.

Verongelukken, verongelukte, is verongelukt.

Verontheiligen, verontheiligde, heeft verontheiligd.

Verontheiliger, M., verontheiligers.

Verontheiliging, V., verontheiligingen.

Verontreinigen, verontreinigde, heeft verontreinigd.

Verontreiniger, M., verontreinigers.

Verontreiniging, V., verontreinigingen.

Verontrusten, verontrustte, heeft verontrust.

Verontrusting, V.

Verontschuldigen, verontschuldigde, heeft verontschuldigd.

Verontschuldiging, V., verontschuldigingen.

Verontwaardigen, verontwaardigde, heeft verontwaardigd.

Verontwaardiging, V.

Veroordeelaar, M., veroordeelaars.

Veroordeelen, veroordeelde, heeft veroordeeld.

Veroordeeling, V., veroordeelingen.

Veroorloven, veroorloofde, heeft veroorloofd.

Veroorloving, V.

Veroorzaken, veroorzaakte, heeft veroorzaakt.

Veroorzaker, M., veroorzakers.

Veroorzaking, V.

Verootmoedigen, verootmoedigde, heeft verootmoedigd.

Verootmoediging, V., verootmoedigingen.

Verorberen, verorberde, heeft verorberd.

Verordenen, verordende, heeft verordend.

Verordening, V., verordeningen.

Verordineeren, verordineerde, heeft verordineerd.

Verouderen, verouderde, is en heeft verouderd.

Veroudering, V.

Verouwelijken, verouwelijkte, is en heeft verouwelijkt.

Veroveraar, M., veroveraars.

Veroveren, veroverde, heeft veroverd.

Verovering, V., veroveringen.

Veroveringsoorlog, M., -oorlogen.

Veroveringszucht, V.

Verpachten, verpachtte, heeft verpacht.

Verpachter, M., verpachters.

Verpachting, V., verpachtingen.

Verpakken, verpakte, heeft verpakt.

Verpakking, V., verpakkingen.

Verpanden, verpandde, heeft verpand.

Verpanding, V., verpandingen.

Verpappen, verpapte, heeft verpapt.

Verpassen, verpaste, heeft verpast.

Verpatsen, verpatste, heeft verpatst.

Verpekelen, verpekelde, heeft en is verpekeld.

Verpekken, verpekte, heeft verpekt.

Verpersoonlijken, verpersoonlijkte, heeft verpersoonlijkt.

Verpersoonlijking, V.

Verpesten, verpestte, heeft verpest.

Verpestend, verpestender, verpestendst.

Verpesting, V.

Verpieterd, verpieterder, verpieterdst.

Verpijnen (zich -), verpijnde zich, heeft zich verpijnd.

Verplaatsbaar, -bare.

Verplaatsen, verplaatste, heeft verplaatst.

Verplaatsing, V., verplaatsingen.

Verplakken, verplakte, heeft verplakt.

Verplanten, verplantte, heeft verplant.

Verplanting, V., verplantingen.

Verplassen, verplaste, heeft verplast.

Verpleegster, V., verpleegsters.

Verpleegsterskostuum, O., -kostumen.

Verpleegstersschort, O., -schorten.

Verplegen, verpleegde, heeft verpleegd.

Verpleger, M., verplegers.

Verpleging, V.

Verplegingskosten (mv.), M.

Verpleisteren, verpleisterde, heeft verpleisterd.

Verpletten, verplette, heeft verplet.

Verpletteren, verpletterde, heeft verpletterd.

Verplettering, V.

Verplichten, verplichtte, heeft verplicht.

Verplichtend, verplichtender, verplichtendst.

Verplichting, V., verplichtingen.

Verplooien, verplooide, heeft verplooid.

Verponding, V., verpondingen.

Verpoozen, verpoosde, heeft verpoosd.

Verpoozing, V., verpoozingen.

Verpoten, verpootte, heeft verpoot.

Verpoting, V., verpotingen.

Verpotten, verpotte, heeft verpot.

Verpotting, V.

Verpraten, verpraatte, heeft verpraat.

Verpronken, verpronkte, heeft verpronkt.

Verpruilen, verpruilde, heeft verpruild.

Verraad, O.

Verraadster, V., verraadsters.

Verraden, verried, heeft verraden.

Verrader, M., verraders en verraderen.

Verraderlijk, -lijker, -lijkst.

Verrafelen, verrafelde, heeft en is verrafeld.

Verrammelen, verrammelde, heeft verrammeld.

Verrassen, verraste, heeft verrast.

Verrassing, V., verrassingen. Verrassinkje, O., -jes.

Verre. Zie Ver.

Verregaand, -gaander, -gaandst.

Verreiken (zich -), (te ver reiken), verreikte zich, heeft zich

verreikt.

Verreizen, verreisde, heeft verreisd.

Verrekenen, verrekende, heeft verrekend.

Verrekening, V., verrekeningen.

Verrekijker, M., -kijkers; -kijkertje, O., -jes.

Verrekken, verrekte, heeft en is verrekt.

Verrekking, V., verrekkingen.

Verrel, O., verrels. Verreltje, O., -jes.

Verreweg.

Verreziend en Verziend.

Verrichten, verrichtte, heeft verricht.

Verrichting, V., verrichtingen.

Verrijken (rijker maken), verrijkte, heeft verrijkt.

Verrijking, V.

Verrijzen, verrees, verrezen, is verrezen.

Verrijzenis, V.

Verrijzing, V.

Verrimpelen, verrimpelde, heeft en is verrimpeld.

Verroeien, verroeide, heeft en is verroeid.

Verroekeloozen, verroekeloosde, heeft verroekeloosd.

Verroekeloozing, V.

Verroeren, verroerde, heeft verroerd.

Verroesten, verroestte, is verroest.

Verroesting, V.

Verrollen, verrolde, heeft verrold.

Verronselen, verronselde, heeft verronseld.

Verrooken, verrookte, heeft verrookt.

Verrot, verrotter, verrotst.

Verrotten, verrotte, is verrot.

Verrotting, V.

Verrottingsproces, O., -processen.

Verruilen, verruilde, heeft verruild.

Verruiling, V., verruilingen.

Verruimen, verruimde, heeft verruimd.

Verruiming, V.

Verrukkelijk, -lijker, -lijkst.

Verrukkelijkheid, V.

Verrukken, verrukte, heeft verrukt.

Verrukking, V., verrukkingen.

Vers, O., verzen. Versje, O., -jes.

Versaagd, versaagder, versaagdst.

Versaagdheid, V.

Versagen, versaagde, is versaagd.

Versbouw, M.

Versch, verscher.

Verschacheren, verschacherde, heeft verschacherd.

Verschaffen, verschafte, heeft verschaft.

Verschaffing, V.

Verschalen, verschaalde, is verschaald.

Verschaling, V.

Verschalken, verschalkte, heeft verschalkt,

Verschalking, V., verschalkingen.

Verschansen, verschanste, heeft verschanst.

Verschansing, V., verschansingen.

Verschebalie en Varschebalie, M., -balies.

Verscheiden, verscheidde, is verscheiden.

Verscheiden, O.

Verscheiden (bnw. en telw.).

Verscheidenheid, V., -heden.

Verschelen, verscheelde, heeft verscheeld.

Verschelijk.

Verschen, verschte, heeft geverscht.

Verschenken, verschonk, heeft verschonken.

Verschepen, verscheepte, heeft verscheept.

Verscheping, V., verschepingen.

Verscherpen, verscherpte, heeft verscherpt.

Verscherping, V., verscherpingen.

Verschertsen, verschertste, heeft verschertst.

Verscherven, verscherfde, heeft verscherfd.

Verschet. Zie Frisket.

Verscheuren, verscheurde, heeft verscheurd.

Verscheuring, V.

Verschheid, V.

Verschiet, O., verschieten. Verschietje, O., -jes.

Verschieten, verschoot, verschoten, heeft en is verschoten.

Verschijndag, M., -dagen.

Verschijnen, verscheen, verschenen, is verschenen.

Verschijning, V., verschijningen.

Verschijnsel, O., verschijnselen en verschijnsels.

Verschikken, verschikte, heeft en is verschikt.

Verschikking, V., verschikkingen.

Verschil, O., verschillen. Verschilletje, O., -jes.

Verschilferen, verschilferde, is verschilferd.

Verschillen, verschilde, heeft verschild.

Verschillend.

Verschilpunt, O., -punten.

Verschimmelen, verschimmelde, is verschimmeld.

Verschimmeling, V.

Versching, V.

Verschoffelen, verschoffelde, heeft verschoffeld.

Verschokken, verschokte, heeft en is verschokt.

Verschommelen, verschommelde, heeft en is verschommeld.

Verschoonbaar, -baarder, -baarst.

Verschoonbaarheid, V.

Verschoonen, verschoonde, heeft verschoond.

Verschooning, V., verschooningen.

Verschoonlijk, -lijker, -lijkst.

Verschoppeling, M. en V., verschoppelingen. V. ook verschoppelinge.

Verschoppen, verschopte, heeft verschopt.

Verschopping, V.

Verschot, O., verschotten. Verschotje, O., -jes.

Verschotlijstje, O., -lijstjes.

Verschoveling, M. en V., verschovelingen. V. ook verschovelinge.

Verschreeuwen (zich -), verschreeuwde zich, heeft zich verschreeuwd.

Verschrijven, verschreef, verschreven, heeft verschreven.

Verschrijving, V., verschrijvingen.

Verschrikkelijk, -lijker, -lijkst.

Verschrikkelijkheid, V., -heden.

Verschrikken, verschrikte, heeft en is verschrikt.

Verschrikker, M., verschrikkers.

Verschrikking, V., verschrikkingen.

Verschroeien, verschroeide, heeft en is verschroeid.

Verschroeiing, V.

Verschrompelen, verschrompelde, is verschrompeld.

Verschrompeling, V.

Verschronkelen, verschronkelde, is verschronkeld.

Verschudden, verschudde, heeft verschud.

Verschudding, V.

Verschuilen (zich -), verschool zich, verscholen zich, heeft zich

verscholen.

Verschuimen, verschuimde, heeft verschuimd.

Verschuinen, verschuinde, heeft verschuind.

Verschuiven, verschoof, verschoven, heeft en is verschoven.

Verschuiving, V., verschuivingen.

Verschuldigd.

Verschuren, verschuurde, heeft en is verschuurd.

Versierder, M., versierders.

Versieren, versierde, heeft versierd.

Versiering, V., versieringen.

Versieringskunst, V.

Versieringsmotief, O., -motieven.

Versiersel, O., versiersels en versierselen.

Versierster, V., versiersters.

Versificatie, V.

Versjouwen, versjouwde, heeft versjouwd.

Verslaafd.

Verslaafdheid, V.

Verslaan, verslaat, versloeg, heeft en is verslagen.

Verslag, O., verslagen. Verslagje, O., -jes.

Verslagen, verslagener, verslagenst.

Verslagenheid, V.

Verslaggever, M., -gevers.

Verslampampen, verslampampte, heeft verslampampt.

Verslapen, versliep, heeft verslapen.

Verslappen, verslapte, heeft en is verslapt.

Verslapping, V., verslappingen.

Verslaven (zich -), verslaafde zich, heeft zich verslaafd.

Verslaving, V.

Verslechten, verslechtte, heeft en is verslecht.

Versleepen, versleepte, heeft versleept.

Verslempen, verslempte, heeft verslempt.

Verslensen, verslenste, is verslenst.

Verslenteren, verslenterde, heeft verslenterd.

Versleten, versletener, meest versleten.

Versleuren, versleurde, heeft versleurd.

Verslibben, verslibde, is verslibd.

Verslibbing, V., verslibbingen.

Verslijken, verslijkte, is verslijkt.

Verslijking, V., verslijkingen.

Verslijmen, verslijmde, is verslijmd.

Verslijming, V., verslijmingen.

Verslijtbaar, -bare.

Verslijten, versleet, versleten, heeft en is versleten.

Verslijting, V.

Verslikken, verslikte, heeft verslikt.

Verslikking, V., verslikkingen.

Verslinden, verslond, heeft verslonden.

Verslinder, M., verslinders.

Verslinding, V.

Verslindster, V., verslindsters.

Verslingerd.

Verslingerdheid, V.

Verslingeren, verslingerde, heeft en is verslingerd.

Verslodderen, verslodderde, heeft verslodderd.

Versloffen, verslofte, heeft versloft.

Verslonzen, verslonsde, heeft verslonsd.

Versloven, versloofde, heeft versloofd.

Versluizen, versluisde, heeft versluisd.

Versmaadheid, V.

Versmaadster, V., versmaadsters.

Versmachten, versmachtte, is versmacht.

Versmachting, V.

Versmaden, versmaadde, heeft versmaad.

Versmader, M., versmaders.

Versmading, V.

Versmakken, versmakte, heeft versmakt.

Versmallen, versmalde, heeft versmald.

Versmalling, V., versmallingen.

Versmeden, versmeedde, heeft versmeed.

Versmeding, V., versmedingen.

Versmelten, versmolt, heeft en is versmolten.

Versmelting, V.

Versmeren, versmeerde, heeft versmeerd.

Versmeulen, versmeulde, is versmeuld.

Versmijten, versmeet, versmeten, heeft versmeten.

Versmoren, versmoorde, heeft en is versmoord.

Versmoring, V., versmoringen.

Versnapering, V., versnaperingen. Versnaperingetje, O., -jes.

Versnellen, versnelde, heeft versneld.

Versnelling, V., versnellingen.

Versnijden, versneed, versneden, heeft versneden.

Versnijding, V., versnijdingen.

Versnipperen, versnipperde, heeft versnipperd.

Versnippering, V.

Versnoepen, versnoepte, heeft versnoept.

Versollen, versolde, heeft versold.

Verspannen, verspande, heeft verspannen.

Verspanning, V., verspanningen.

Verspelden, verspeldde, heeft verspeld.

Verspelen, verspeelde, heeft verspeeld.

Versperren, versperde, heeft versperd.

Versperring, V., versperringen.

Verspieden, verspiedde, heeft verspied.

Verspieder, M., verspieders.

Verspieding, V., verspiedingen.

Verspiedster, V., verspiedsters.

Verspiejacht, O., -jachten.

Verspillen, verspilde, heeft verspild.

Verspiller, M., verspillers.

Verspilling, V., verspillingen.

Verspilster, V., verspilsters.

Verspinnen, verspon, versponnen, heeft versponnen.

Verspitten, verspitte, heeft verspit.

Verspitting, V.

Versplinteren, versplinterde, is versplinterd.

Versplintering, V.

Versplitsen, versplitste, heeft verplitst.

Versplitsing, V.

Verspoelen, verspoelde, is verspoeld.

Verspoeling, V.

Verspreiden, verspreidde, heeft verspreid.

Verspreider, M., verspreiders.

Verspreiding, V.

Verspreidster, V., verspreidsters.

Verspreken (zich -), versprak zich, verspraken zich, heeft zich

versproken.

Verspringen, versprong, is en heeft versprongen.

Verspringing, V.

Verstaald, verstaalder, verstaaldst,

Verstaaldheid, V.

Verstaan (te lang staan), verstaat, verstond, is verstaan.

Verstaan (begrijpen), verstaat, verstond, heeft verstaan.

Verstaanbaar, -baarder, -baarst.

Verstaanbaarheid, V.

Verstaander, M., verstaanders.

Verstalen, verstaalde, heeft verstaald.

Verstaling, V.

Verstallen, verstalde, heeft verstald.

Verstalling, V., verstallingen.

Verstand, O., verstanden.

Verstandelijk.

Verstandelijkheid, V.

Verstandeloos, -loozer.

Verstandeloosheid, V.

Verstandhouding, V.

Verstandig, verstandiger, verstandigst.

Verstandskies, V., -kiezen.

Verstandsontwikkeling, V.

Verstandsverbijstering, V.

Verstapelen, verstapelde, heeft verstapeld.

Verstappen (zich -), verstapte zich, heeft zich verstapt.

Versteend, versteender, versteendst.

Versteendheid, V.

Versteenen, versteende, heeft en is versteend.

Versteening, V., versteeningen.

Verstek, O.

Versteken, verstak, verstaken, heeft verstoken.

Verstekhaak, M., -haken.

Verstekwerk, O.

Verstelbaar.

Versteld (- staan).

Verstelgoed, O.

Verstellen, verstelde, heeft versteld.

Versteller, M., verstellers.

Verstelling, V., verstellingen.

Verstelnaaister, V., -naaisters.

Verstelster, V., verstelsters.

Verstelwerk, O.

Verstempelen, verstempelde, heeft verstempeld.

Verstempeling, V., verstempelingen.

Versterf, O.

Versterfbaar, -bare.

Versterfrecht, O.

Versterken, versterkte, heeft versterkt.

Versterkend, versterkender, versterkendst.

Versterking, V., versterkingen.

Versterkingskunst, V.

Versterven, verstierf, verstierven, is verstorven.

Versterving, V.

Verstijfd, verstijfder, verstijfdst.

Verstijfdheid, V.

Verstijven, verstijfde, heeft en is verstijfd.

Verstijving, V., verstijvingen.

Verstikken, verstikte, heeft en is verstikt.

Verstikking, V.

Verstoelen, verstoelde, heeft verstoeld.

Verstoeling, V., verstoelingen.

Verstoken, verstookte, heeft verstookt.

Verstokken, verstokte, heeft en is verstokt.

Verstokt, verstokter, verstoktst.

Verstoktheid, V.

Verstommen, verstomde, heeft en is verstomd.

Verstomming, V.

Verstompen, verstompte, heeft en is verstompt.

Verstomping, V.

Verstoomen, verstoomde, heeft en is verstoomd.

Verstoorbaar, -bare.

Verstoord, verstoorder, verstoordst.

Verstoorder, M., verstoorders.

Verstoordheid, V.

Verstoorster, V., verstoorsters.

Verstooteling, M. en V., verstootelingen. V. ook verstootelinge.

Verstooten, verstiet, heeft verstooten; ook verstootte.

Verstoppen, verstopte, heeft en is verstopt.

Verstoppertje, O.

Verstopping, V., verstoppingen. Verstoppinkje, O., -jes.

Verstoptheid, V.

Verstoren, verstoorde, heeft verstoord.

Verstoring, V., verstoringen.

Verstorten, verstortte, heeft verstort.

Verstouten, verstoutte, heeft verstout.

Verstouwen, verstouwde, heeft verstouwd.

Verstrammen, verstramde, heeft en is verstramd.

Verstramming, V.

Verstraten, verstraatte, heeft verstraat.

Verstrekken, verstrekte, heeft verstrekt.

Verstrekking, V., verstrekkingen.

Verstrijken, verstreek, verstreken, is verstreken.

Verstrikken, verstrikte, heeft verstrikt.

Verstrikking, V., verstrikkingen.

Verstrooid, verstrooider, verstrooidst.

Verstrooidheid, V.

Verstrooien, verstrooide, heeft verstrooid.

Verstrooiing, V., verstrooiingen.

Verstuiken, verstuikte, heeft verstuikt.

Verstuiking, V., verstuikingen.

Verstuiven, verstoof, verstoven, is verstoven.

Verstuiving, V., verstuivingen.

Verstuwen, verstuwde, heeft verstuwd.

Versuffen, versufte, heeft en is versuft.

Versuft, versufter, versuftst.

Versuftheid, V.

Versukkelen, versukkelde, heeft en is versukkeld.

Vertaalbaar, -bare.

Vertaalloon, O., -loonen.

Vertaalrecht, O.

Vertaalster, V., vertaalsters.

Vertaalwerk, O.

Vertaalwoede, V.

Vertakelen, vertakelde, heeft vertakeld.

Vertakeling, V.

Vertakking, V., vertakkingen.

Vertalen, vertaalde, heeft vertaald.

Vertaler, M., vertalers.

Vertaling, V., vertalingen.

Vertalmen, vertalmde, heeft vertalmd.

Vertappen, vertapte, heeft vertapt.

Vertapping, V.

Vertasten (zich -), vertastte zich, heeft zich vertast.

Verte, V.

Verteederen, verteederde, heeft en is verteederd.

Verteedering, V.

Verteerbaar, -bare.

Verteerder, M., verteerders.

Verteerster, V., verteersters.

Vertegenwoordigen, vertegenwoordigde, heeft vertegenwoordigd.

Vertegenwoordiger, M., vertegenwoordigers.

Vertegenwoordiging, V.

Vertegenwoordigster, V., vertegenwoordigsters.

Vertellen (verhalen), vertelde, heeft verteld.

Vertellen (zich -), (verkeerd tellen), vertelde zich, heeft zich

verteld.

Vertellenswaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.

Verteller, M., vertellers.

Vertelling, V., vertellingen. Vertellinkje, O., -jes.

Vertelsel, O., vertelsels. Vertelseltje, O., -jes.

Vertelster, V., vertelsters.

Verteren, verteerde, heeft en is verteerd.

Vertering, V., verteringen.

Verteringsbelasting, V., -belastingen.

Verteuten, verteutte, heeft verteut.

Verticaal, verticale.

Vertienden, vertiendde, heeft vertiend.

Vertiender, M., vertienders.

Vertiending, V., vertiendingen.

Vertienvoudigen, vertienvoudigde, heeft vertienvoudigd.

Vertier, O.

Vertikken, vertikte, heeft vertikt.

Vertillen, vertilde, heeft vertild.

Vertimmeren, vertimmerde, heeft vertimmerd.

Vertimmering, V., vertimmeringen.

Vertinnen, vertinde, heeft vertind.

Vertinner, M., vertinners.

Vertinning, V.

Vertinsel, O.

Vertoef, O.

Vertoefplaats, V., -plaatsen.

Vertoeven, vertoefde, heeft vertoefd.

Vertolken, vertolkte, heeft vertolkt.

Vertolker, M., vertolkers.

Vertolking, V., vertolkingen.

Vertonnen, vertonde, heeft vertond.

Vertonning, V.

Vertoog, O., vertoogen. Vertoogje, O., -jes.

Vertoon, O.

Vertoonbaar, -bare.

Vertoondag, M., -dagen.

Vertoonen, vertoonde, heeft vertoond.

Vertooner, M., vertooners.

Vertooning, V., vertooningen. Vertooninkje, O., -jes.

Vertoonplaats, V., -plaatsen.

Vertoonster, V., vertoonsters.

Vertoornen, vertoornde, heeft vertoornd.

Vertooveren, vertooverde, heeft vertooverd.

Vertorsen, vertorste, heeft vertorst.

Vertragen, vertraagde, heeft en is vertraagd.

Vertraging, V., vertragingen.

Vertrappelen, vertrappelde, heeft vertrappeld.

Vertrappeling, M. en V., vertrappelingen.

Vertrappen, vertrapte, heeft vertrapt.

Vertrapper, M., vertrappers.

Vertrapping, V.

Vertreden, vertrad, vertraden, heeft vertreden.

Vertreder, M., vertreders.

Vertreding, V.

Vertreedster, V., vertreedsters.

Vertrek (kamer), O., vertrekken. Vertrekje, O., -jes.

Vertrek (afreis), O.

Vertrekken, vertrok, vertrokken, heeft en is vertrokken.

Vertrekking, V., vertrekkingen.

Vertreuren, vertreurde, heeft vertreurd.

Vertreuzelen, vertreuzelde, heeft vertreuzeld.

Vertroetelen, vertroetelde, heeft vertroeteld.

Vertroeteling, V.

Vertroostbaar, -bare.

Vertroosten, vertroostte, heeft vertroost.

Vertroostend, vertroostender, vertroostendst.

Vertrooster, M., vertroosters.

Vertroosteres, V., vertroosteressen.

Vertroosting, V., vertroostingen.

Vertrouwd, vertrouwder, vertrouwdst.

Vertrouwde, M. en V., vertrouwden.

Vertrouwdheid, V.

Vertrouwelijk, -lijker, -lijkst.

Vertrouwelijkheid, V.

Vertrouweling, M. en V., vertrouwelingen. V. ook vertrouwelinge.

Vertrouwen, O.

Vertrouwen, vertrouwde, heeft vertrouwd.

Vertuianker, O., -ankers.

Vertuien, vertuide, heeft vertuid.

Vertuiing, V.

Vertuind.

Vertuining, V., vertuiningen.

Veruitziend.

Vervaard, vervaarder, vervaardst.

Vervaardheid, V.

Vervaardigen, vervaardigde, heeft vervaardigd.

Vervaardiger, M., vervaardigers.

Vervaardiging, V.

Vervaardigster, V., vervaardigsters.

Vervaarlijk, -lijker, -lijkst.

Vervaarlijkheid, V.

Verval (vermindering), O.

Verval (voordeel), O., vervallen. Vervalletje, O., -jes.

Vervaldag, M., -dagen.

Vervallen, verviel, is vervallen.

Vervallen, vervallener, vervallenst.

Vervallenheid, V.

Vervalschen, vervalschte, heeft vervalscht.

Vervalscher, M., vervalschers.

Vervalsching, V., vervalschingen.

Vervaltijd, M.

Vervangen, verving, heeft vervangen.

Vervanging, V.

Vervaren (vervaard maken), vervaarde, heeft vervaard.

Vervaren (vervoeren enz.), vervoer, heeft en is vervaren.

Vervaten, vervaatte, heeft vervaat.

Vervatten, vervatte, heeft vervat.

Vervelen, verveelde, heeft verveeld.

Vervelend, vervelender, vervelendst.

Vervelendheid, V.

Verveling, V.

Vervellen, vervelde, is verveld.

Vervelling, V., vervellingen.

Verveloos, -loozer.

Verveloosheid, V.

Verven, verfde, heeft geverfd.

Vervenen, verveende, heeft verveend.

Vervening, V., verveningen.

Verver, M., ververs.

Ververij, V., ververijen.

Ververschen, ververschte, heeft ververscht.

Verversching, V., ververschingen. Ververschinkje, O., -jes.

Ververschingskanaal, O., -kanalen.

Ververschingsplaats, V., -plaatsen.

Verversknecht, M., -knechts.

Ververskuip, V., -kuipen.

Ververswinkel, M., -winkels.

Vervetten, vervette, is vervet.

Vervetting, V.

Vervierdubbelen, vervierdubbelde, heeft vervierdubbeld.

Vervlechten, vervlocht, heeft vervlochten.

Vervlechting, V.

Vervliegen, vervloog, vervlogen, is vervlogen.

Vervlieging, V.

Vervlieten, vervloot, vervloten, is vervloten.

Vervloeien, vervloeide, is vervloeid.

Vervloeiing, V.

Vervloeken, vervloekte, heeft vervloekt.

Vervloeking, V., vervloekingen.

Vervloekt.

Vervloeren, vervloerde, heeft vervloerd.

Vervluchtigen, vervluchtigde, heeft vervluchtigd.

Vervluchtiging, V.

Vervoederen, vervoederde, heeft vervoederd.

Vervoegbaar, -bare.

Vervoegbaarheid, V.

Vervoegen, vervoegde, heeft vervoegd.

Vervoeging, V., vervoegingen.

Vervoer, O.

Vervoerbaar, -bare.

Vervoerder, M., vervoerders.

Vervoeren, vervoerde, heeft vervoerd.

Vervoering, V., vervoeringen.

Vervoermiddel, O., -middelen.

Vervoerprijs, M., -prijzen.

Vervolg, O., vervolgen. Vervolgje, O., -jes.

Vervolgbaar, -bare.

Vervolgbaarheid, V.

Vervolgbundel, M., -bundels.

Vervolgdeel, O., -deelen.

Vervolgen, vervolgde, heeft vervolgd.

Vervolgens.

Vervolger, M., vervolgers.

Vervolging, V., vervolgingen.

Vervolgingsgeest, M.

Vervolgingswaanzin, M.

Vervolglijst, V., -lijsten; -lijstje, O., -jes.

Vervolgster, V., vervolgsters.

Vervolgwerk, O., -werken.

Vervolgzucht, V.

Vervolgzuchtig, -zuchtiger, -zuchtigst.

Vervoogden, vervoogdde, heeft vervoogd.

Vervorderen, vervorderde, heeft vervorderd.

Vervormen, vervormde, heeft vervormd.

Vervormer, M., vervormers.

Vervorming, V., vervormingen.

Vervouwen, vervouwde, heeft vervouwen.

Vervrachten, vervrachtte, heeft vervracht.

Vervrachter, M., vervrachters.

Vervrachting, V., vervrachtingen.

Vervreemdbaar, -bare.

Vervreemden, vervreemdde, heeft en is vervreemd.

Vervreemdheid, V.

Vervreemding, V., vervreemdingen.

Vervreten, vervrat, vervraten, heeft vervreten.

Vervriezen, vervroor, vervroren, is vervroren en vervrozen.

Vervriezing, V.

Vervroegen, vervroegde, heeft en is vervroegd.

Vervroeging, V., vervroegingen.

Vervroolijken, vervroolijkte, heeft vervroolijkt.

Vervroolijking, V.

Vervuilen, vervuilde, is vervuild.

Vervuiling, V.

Vervullen, vervulde, heeft vervuld.

Vervulling, V.

Vervuren, vervuurde, is vervuurd.

Verwaaid, verwaaider, verwaaidst.

Verwaaien, verwaaide, heeft en is verwaaid; ook verwoei, verwoeien.

Verwaaiing, V.

Verwaand, verwaander, verwaandst.

Verwaandheid, V., -heden.

Verwaardigen, verwaardigde, heeft verwaardigd.

Verwaarloosster, V., verwaarloossters.

Verwaarloozen, verwaarloosde, heeft verwaarloosd.

Verwaarloozer, M., verwaarloozers.

Verwaarloozing, V.

Verwachten, verwachtte, heeft verwacht.

Verwachter, M., verwachters.

Verwachting, V., verwachtingen.

Verwant.

Verwant, M., verwanten.

Verwante, V., verwanten.

Verwantschap, V.

Verwantschapt.

Verward, verwarder, verwardst.

Verwardheid, V.

Verwaren, verwaarde, heeft verwaard.

Verwaring, V., verwaringen.

Verwarmen, verwarmde, heeft verwarmd.

Verwarming, V.

Verwarmingsbuis, V., -buizen.

Verwarmingskosten (mv.), M.

Verwarmingstoestel, M. en O., -toestellen.

Verwarren, verwarde, heeft verward.

Verwarring, V., verwarringen.

Verwasemen, verwasemde, is verwasemd.

Verwassen, verwies, verwiesen, is verwassen.

Verwassing, V.

Verwaten, verwatener, verwatenst.

Verwatenheid, V.

Verwateren, verwaterde, heeft verwaterd.

Verwatering, V.

Verwedden, verwedde, heeft verwed.

Verweekelijken, verweekelijkte, heeft verweekelijkt.

Verweekelijking, V.

Verweeken, verweekte, heeft en is verweekt.

Verweeking, V.

Verweerbaar, -bare.

Verweerd.

Verweerder, M., verweerders.

Verweeren (bederven), verweerde, is verweerd.

Verweering, V.

Verweerschrift, O., -schriften.

Verweerster, V., verweersters.

Verwegen (ww.).

Verweiden, verweidde, heeft verweid.

Verweiding, V.

Verwekken, verwekte, heeft verwekt.

Verwekker, M., verwekkers.

Verwekking, V.

Verwekster, V., verweksters.

Verweldigen, verweldigde, heeft verweldigd.

Verwelf en Verwulf, O., verwelven en verwulven.

Verwelfsel en Verwulfsel, O., verwelfsels en verwulfsels.

Verwelkbaar, -bare.

Verwelkbaarheid, V.

Verwelkelijk.

Verwelken, verwelkte, is verwelkt.

Verwelking, V.

Verwelkomen, verwelkomde, heeft verwelkomd.

Verwelkoming, V., verwelkomingen.

Verwelven en Verwulven, verwelfde en verwulfde, heeft verwelfd en

en verwulfd.

Verwennen, verwende, heeft verwend.

Verwenning, V.

Verwenschen, verwenschte, heeft verwenscht.

Verwensching, V., verwenschingen.

Verweren (zich -), (verdedigen), verweerde zich, heeft zich verweerd.

Verwering, V.

Verwerkelijken, verwerkelijkte, heeft verwerkelijkt.

Verwerkelijking, V.

Verwerken, verwerkte, heeft verwerkt.

Verwerking, V.

Verwerpelijk, -lijker, -lijkst.

Verwerpelijkheid, V.

Verwerpen, verwierp, heeft verworpen.

Verwerping, V.

Verwerven, verwierf, verwierven, heeft verworven.

Verwerving, V.

Verwezenlijken, verwezenlijkte, heeft verwezenlijkt.

Verwezenlijking, V.

Verwiggelen, verwiggelde, heeft verwiggeld.

Verwijden, verwijdde, heeft en is verwijd.

Verwijderd, verwijderder, verwijderdst.

Verwijderen, verwijderde, heeft verwijderd.

Verwijdering, V., verwijderingen.

Verwijfd, verwijfder, verwijfdst.

Verwijfdheid, V., -heden.

Verwijl, O.

Verwijlen, verwijlde, heeft verwijld.

Verwijt, O., verwijten.

Verwijten, verweet, verweten, heeft verweten.

Verwijting, V., verwijtingen.

Verwijven, verwijfde, heeft en is verwijfd.

Verwijzen, verwees, verwezen, heeft verwezen.

Verwijzing, V., verwijzingen.

Verwikkelen, verwikkelde, heeft verwikkeld.

Verwikkeling, V., verwikkelingen.

Verwikken (ww.).

Verwilderd, verwilderder, verwilderdst.

Verwilderdheid, V.

Verwilderen, verwilderde, heeft en is verwilderd.

Verwildering, V.

Verwilligen, verwilligde, heeft verwilligd.

Verwilliging, V.

Verwinbaar, -bare.

Verwinden, verwond, heeft verwonden.

Verwinnaar, M., verwinnaars en verwinnaren.

Verwinnares, V., verwinnaressen.

Verwinnen, verwon, verwonnen, heeft verwonnen.

Verwinning, V., verwinningen.

Verwinteren, verwinterde, is verwinterd.

Verwintering, V.

Verwisselaar, M., verwisselaars.

Verwisselbaar, -bare.

Verwisselen, verwisselde, heeft en is verwisseld.

Verwisseling, V., verwisselingen.

Verwittigen, verwittigde, heeft verwittigd.

Verwittiging, V.

Verwoed, verwoeder, verwoedst.

Verwoedheid, V.

Verwoesten, verwoestte, heeft verwoest.

Verwoester, M., verwoesters.

Verwoesting, V., verwoestingen.

Verwonden, verwondde, heeft verwond.

Verwonderen, verwonderde, heeft verwonderd.

Verwondering, V.

Verwonderlijk, -lijker, -lijkst.

Verwonding, V., verwondingen.

Verwonen, verwoonde, heeft verwoond.

Verwonneling, M. en V., verwonnelingen. V. ook verwonnelinge.

Verworden, verwerd, is verworden.

Verwording, V.

Verworgen, ook Verwurgen, verworgde (verwurgde), heeft verworgd

(verwurgd).

Verworging, ook Verwurging, V., verworgingen (verwurgingen).

Verwormen, verwormde, is verwormd.

Verworpeling, M. en V., verworpelingen. V. ook verworpelinge.

Verworpen, verworpener, verworpenst.

Verworpenheid, V.

Verwrikken, verwrikte, heeft verwrikt.

Verwrikking, V.

Verwringen, verwrong, heeft verwrongen.

Verwringing, V.

Verwulf, Verwulfsel, Verwulven. Zie Verwelf enz.

Verwurgen. Zie Verworgen.

Verzaadbaar, -bare.

Verzachten, verzachtte, heeft en is verzacht.

Verzachtend, verzachtender, verzachtendst.

Verzachting, V., verzachtingen.

Verzaden, verzaadde, heeft verzaad.

Verzadigbaar, -bare.

Verzadigdheid, V.

Verzadigen, verzadigde, heeft verzadigd.

Verzadiging, V.

Verzading, V.

Verzagen, verzaagde, heeft verzaagd.

Verzaken, verzaakte, heeft verzaakt.

Verzaker, M., verzakers.

Verzaking, V.

Verzakken, verzakte, is verzakt.

Verzakking, V., verzakkingen. Verzakkinkje, O., -jes.

Verzamelaar, M., verzamelaars.

Verzamelaarster, V., verzamelaarsters.

Verzamelen, verzamelde, heeft verzameld.

Verzameling, V., verzamelingen. Verzamelingetje, O., -jes.

Verzamelplaats, V., -plaatsen.

Verzamelwoord, O., -woorden.

Verzamen, verzaamde, heeft en is verzaamd.

Verzanden, verzandde, is verzand.

Verzanding, V., verzandingen.

Verzeepen, verzeepte, is verzeept.

Verzeeuwd.

Verzegelaar, M., verzegelaars.

Verzegelen, verzegelde, heeft verzegeld.

Verzegeling, V., verzegelingen.

Verzeggen, verzeide, heeft verzegd en verzeid.

Verzeilen, verzeilde, heeft en is verzeild.

Verzeiling, V.

Verzekeraar, M., verzekeraars.

Verzekerbrief, M., -brieven.

Verzekerdheid, V.

Verzekeren, verzekerde, heeft verzekerd.

Verzekergeld, O.

Verzekering, V., verzekeringen.

Verzekeringsbank, V., -banken.

Verzekeringsfonds, O., -fondsen.

Verzekeringsmaatschappij, V., -maatschappijen.

Verzekeringsplichtig.

Verzekeringspremie, V., -premiën.

Verzekerkantoor, O., -kantoren.

Verzellen, verzelde, heeft verzeld.

Verzelschappen, verzelschapte, heeft verzelschapt.

Verzenboek, O., -boeken; -boekje, O., -jes.

Verzenden, verzond, heeft verzonden.

Verzender, M., verzenders.

Verzending, V., verzendingen.

Verzendlijst, V., -lijsten.

Verzendster, V., verzendsters.

Verzenen (mv.), V.

Verzengen, verzengde, heeft verzengd.

Verzenging, V.

Verzenmaker, M., -makers.

Verzenmakerij, V.

Verzet, O.

Verzetje, O., -jes.

Verzetten, verzette, heeft verzet.

Verzetting, V.

Verzieden, verzood, verzoden, is verzoden.

Verzien, verzag, verzagen, heeft verzien.

Verziend.

Verziendheid, V.

Verzilverbaar.

Verzilveren, verzilverde, heeft verzilverd.

Verzilvering, V.

Verzingen, verzong, heeft verzongen.

Verzinkboor, V., -boren.

Verzinken, verzonk, is verzonken.

Verzinking, V.

Verzinlijken, verzinlijkte, heeft verzinlijkt.

Verzinlijking, V., verzinlijkingen.

Verzinnen, verzon, verzonnen, heeft verzonnen.

Verzinner, M., verzinners.

Verzinsel, O., verzinsels en verzinselen. Verzinseltje, O., -jes.

Verzitten, verzat, verzaten, heeft verzeten.

Verzoek, O., verzoeken. Verzoekje, O., -jes.

Verzoeken, verzocht, heeft verzocht.

Verzoeker, M., verzoekers.

Verzoeking, V., verzoekingen.

Verzoekschrift, O., -schriften.

Verzoekster, V., verzoeksters.

Verzoenbaar, -bare.

Verzoenbaarheid, V.

Verzoendag, M., -dagen.

Verzoendeksel, O., -deksels.

Verzoenen, verzoende, heeft verzoend.

Verzoenend, verzoenender, verzoenendst.

Verzoener, M., verzoeners.

Verzoening, V., verzoeningen.

Verzoeningswerk, O.

Verzoeten, verzoette, heeft verzoet.

Verzoeting, V.

Verzolen, verzoolde, heeft verzoold.

Verzorgen, verzorgde, heeft verzorgd.

Verzorger, M., verzorgers.

Verzorging, V.

Verzorgster, V., verzorgsters.

Verzot.

Verzotheid, V.

Verzotten, verzotte, is verzot.

Verzouten, verzoutte, heeft verzouten.

Verzuchten, verzuchtte, heeft verzucht.

Verzuchting, V., verzuchtingen.

Verzuim, O., verzuimen. Verzuimpje, O., -jes.

Verzuimen, verzuimde, heeft verzuimd.

Verzuiming, V.

Verzuipen, verzoop, verzopen, heeft en is verzopen.

Verzuren, verzuurde, heeft en is verzuurd.

Verzuring, V.

Verzusteren, verzusterde, heeft verzusterd.

Verzustering, V., verzusteringen.

Verzwageren, verzwagerde, heeft verzwagerd.

Verzwagering, V.

Verzwakken, verzwakte, heeft en is verzwakt.

Verzwakking, V., verzwakkingen.

Verzwaren, verzwaarde, heeft en is verzwaard.

Verzwarend, verzwarender, verzwarendst.

Verzwaring, V.

Verzwelgen, verzwolg, heeft verzwolgen.

Verzwelger, M., verzwelgers.

Verzwelging, V.

Verzwendelen, verzwendelde, heeft verzwendeld.

Verzweren (met een eed), verzwoer, heeft verzworen.

Verzweren (veretteren), verzwoor, verzworen, is verzworen.

Verzwering, V., verzweringen.

Verzwieren, verzwierde, heeft verzwierd.

Verzwijgen, verzweeg, verzwegen, heeft verzwegen.

Verzwijging, V.

Verzwijnen, verzwijnde, heeft verzwijnd.

Verzwikken, verzwikte, heeft verzwikt.

Verzwikking, V., verzwikkingen.

Vesper, V., vespers.

Vesperboek, O., -boeken.

Vesperklok, V.

Vesperpsalm, M., -psalmen.

Vespertijd, M.

Vest (wal), V., vesten.

Vest (kleedingstuk), O., vesten. Vestje, O., -jes.

Vesten, vestte, heeft gevest.

Vestengoed, O.

Vestenstof, V., -stoffen.

Vestibule, V., vestibules.

Vestigen, vestigde, heeft gevestigd.

Vestiging, V., vestigingen.

Vesting, V., vestingen. Vestinkje, O., -jes.

Vestingartillerie, V.

Vestingbouw, M.

Vestinggeschut, O.

Vestingstelsel, O., -stelsels.

Vestingstraf, V.

Vestingwerk, O., -werken.

Vestingwet, V., -wetten.

Vestzak, M., -zakken; -zakje, O., -jes.

Vet, O., vetten.

Vet, vetter, vetst.

Vetachtig.

Veter, M., veters. Vetertje, O., -jes.

Veteraan, M., veteranen.

Veterband, O.

Veteren, veterde, heeft geveterd.

Vetergat, O., -gaten.

Veterinair.

Vetheid, V.

Vetkaars, V., -kaarsen.

Vetklomp, M., -klompen.

Vetlaars, V., -laarzen.

Vetleder, O.

Vetlederen en Vetleeren.

Vetmesten, mestte vet, heeft vetgemest.

Vetmesting, V.

Veto, O., veto's.

Vetpotje, O., -jes.

Vetstaart, M., -staarten.

Vettewarier, M., vettewariers.

Vettig, vettiger, vettigst.

Vettigheid, V.

Vettik (veldsla), V.

Vetvorming, V.

Vetweiden, vetweidde, heeft gevetweid.

Vetweider, M., -weiders.

Vetweiderij, V., -weiderijen.

Vetzak, M. en V., -zakken.

Vetzuur, O., -zuren.

Veulen, O., veulens. Veulentje, O., -jes.

Vexatie, V., vexatiën en vexaties.

Vexeeren, vexeerde, heeft gevexeerd.

Vezel, V., vezelen en vezels. Vezeltje, O., -jes.

Vezelachtig, -achtiger, -achtigst.

Vezelachtigheid, V.

Vezelig, vezeliger, vezeligst.

Vezeligheid, V.

Viaduct, V., viaducten.

Vicariaat, O., vicariaten.

Vicaris, M., vicarissen.

Vice-admiraal, M., -admiraals.

Vice-consul, M., -consuls.

Vice-president, M., -presidenten.

Vicieus, vicieuzer, vicieust.

Victorie, V., victoriën en victories.

Victorieus.

Victualie en Victalie, V., victualiën en victaliën.

Victualiemeester, M., -meesters.

Vier (telw.). Als znw. V., vieren. Viertje, O., -jes.

Vieravond, M., -avonden.

Vierbeenig.

Vierbladig.

Vierdaagsch.

Vierdag, M., -dagen.

Vierde.

Vierdehalf, -halve.

Vierdendaagsch.

Vierdepart, O., -parten; -partje, O., -jes.

Vierderhande.

Vierderlei.

Vierdraadsch.

Vierdubbel.

Vierduitsbroodje, O., -jes.

Vierduizendste.

Vierel, O., vierels.

Vieren, vierde, heeft gevierd.

Vierendeel, O., -deelen; -deeltje, O., -jes.

Vierendeelen, vierendeelde, heeft gevierendeeld.

Vierhandig.

Vierhoek, M., -hoeken.

Vierhoekig.

Vierhonderd.

Vierhonderdste.

Viering, V.

Vierjarig.

Vierkant (bnw.).

Vierkant, O., -kanten; -kantje, O., -jes.

Vierkantig.

Vierkleur, V.

Vierkleurig.

Vierledig.

Vierlettergrepig.

Vierling, M. en V., vierlingen.

Vierlooper, M., -loopers.

Viermaal.

Viermaandelijksch.

Vierponder, M., -ponders.

Woordenlijst voor de spelling der Nederlandsche Taal Met aanwijzing van de geslachten der naamwoorden en de vervoeging der werkwoorden · 第 45 / 49 题