Krijtrots, V., -rotsen.
Krijtstreep, V., -strepen; -streepje, O., -jes.
Krijtwit.
Krijzeltanden, krijzeltandde, heeft gekrijzeltand.
Krik (tusschenw.).
Krikkemik, V., -mikken.
Krikkrakken, krikkrakte, heeft gekrikkrakt.
Krim, V.
Krimp, V.
Krimp (bnw.).
Krimpen, kromp, heeft en is gekrompen.
Krimperd, M., krimperds.
Krimping, V., krimpingen.
Krimpkabeljauw, V.
Krimpschol, V.
Krimpvisch, V.
Krimpvrij.
Krimpzalm, V.
Kring, M., kringen. Kringetje, O., -jes.
Kringelen, kringelde, heeft gekringeld.
Kringloop, M.
Kringswijze en -wijs.
Kringvormig.
Krinkel, M., krinkels. Krinkeltje, O., -jes.
Krinkelen, krinkelde, heeft en is gekrinkeld.
Krinkeling, V., krinkelingen.
Krioelen, krioelde, heeft gekrioeld.
Krip, O.
Krippen (bnw.).
Kris (dolk), V., krissen. Krisje, O., -jes.
Kris. (Bij kris en kras).
Krissen, kriste, heeft gekrist.
Kristal, O., kristallen.
Kristalhelder.
Kristallen (bnw.).
Kristallig.
Kristallijn, O.
Kristallijnen (bnw.).
Kristallisatie, V., kristallisatiën.
Kristalliseeren, kristalliseerde, is gekristalliseerd.
Kristalwater, O.
Kritiek (hachelijk), kritieker, kritiekst.
Krocht, V., krochten.
Krodde, V.
Kroeg, V., kroegen. Kroegje, O., -jes.
Kroegen, kroegde, heeft gekroegd.
Kroeghouder, M., -houders.
Kroeglooper, M., -loopers.
Kroep, V.
Kroes, M., kroezen. Kroesje, O., -jes.
Kroes, kroezer.
Kroeskop (kroeshoofd), M., -koppen.
Kroeskop (persoon), M., -koppen.
Kroezen, kroesde, heeft en is gekroesd.
Krok, V., krokken.
Kroken, krookte, heeft gekrookt.
Krokodil, M., krokodillen. Krokodilletje, O., -jes.
Krokodillentranen (mv.), M.
Krokus, M., krokussen. Krokusje, O., -jes.
Krol, O., krollen.
Krollen, krolde, heeft gekrold.
Krollig, krolliger, krolligst.
Krolsch (bnw.), krolscher, meest krolsch.
Krolschheid, V.
Krom, krommer, kromst.
Krombeen, M. en V., -beenen.
Krombek (boon), M., -bekken.
Kromhals (persoon), M. en V., -halzen.
Kromhals (retort), V., -halzen.
Kromhals (plant), V.
Kromheid, V.
Kromhout, O., -houten.
Kromliggen, lag krom, lagen krom, heeft kromgelegen.
Kromloopen, liep krom, is kromgeloopen.
Kromme, V., krommen.
Krommen, kromde, heeft en is gekromd.
Krommer, M., krommers.
Kromming, V., krommingen.
Kromneus, M. en V., -neuzen.
Kromsluiten, sloot krom, sloten krom heeft kromgesloten.
Kromspreken, O.
Kromstaart, M., -staarten.
Kromstaf, M., -staven.
Kromsteven, V., -stevens.
Kromte, V., kromten.
Kromtevlak, O., -vlakken.
Kromtrekken, trok krom, trokken krom, is kromgetrokken.
Kromvoet, M. en V., -voeten.
Kronen, kroonde, heeft gekroond.
Kronengoud, O.
Kroniek, V., kronieken. Kroniekje, O., -jes.
Kroniekachtig, -achtiger, -achtigst.
Kroniekschrijver, M., -schrijvers.
Kroning, V., kroningen.
Kroningsfeest, O., -feesten.
Kroningsplechtigheid, V., -heden.
Kronkel, M., kronkels. Kronkeltje, O., -jes.
Kronkelbocht, V., -bochten.
Kronkelen, kronkelde, heeft en is gekronkeld.
Kronkelig, kronkeliger, kronkeligst.
Kronkeling, V., kronkelingen.
Kronkelpad, O., -paden; -paadje, O.; -jes.
Kronkelweg, M., -wegen; -wegje, O., -jes.
Kroon, V., kronen. Kroontje, O., -jes.
Kroonbalk, M., -balken.
Kroondomein, O., -domeinen.
Kroonlijst, V., -lijsten.
Kroonprins, M., -prinsen.
Kroonprinses. V., -prinsessen.
Kroontjeskruid, O.
Kroos, O.
Kroos (kuipersterm), V., krozen.
Kroosje (pruim), O., -jes.
Kroost, O.
Kroot, V., kroten. Krootje, O., -jes.
Krop (voormaag en gezwel), M., kroppen. Kropje, O., -jes.
Krop (salade), V., kroppen. Kropje, O., -jes.
Krop (meel), O.
Kropader, V., -aderen.
Kropbrood, O.
Kropgans, V., -ganzen.
Kropgezwel, O., -gezwellen.
Kroppen, kropte, heeft en is gekropt.
Kroppig, kroppiger, kroppigst.
Kropsla, V.
Krot, O., krotten. Krotje, O., -jes.
Krotenstroop, V.
Krotensuiker, V.
Krotten, krotte, heeft gekrot.
Krozen, kroosde, heeft gekroosd.
Kruchen, kruchte, heeft gekrucht.
Kruid (gewas), O., kruiden. Kruidje, O., -jes.
Kruidachtig.
Kruidboek, O., -boeken.
Kruiden, kruidde, heeft gekruid.
Kruidenazijn, M.
Kruidenier, M., kruideniers.
Kruideniersvak, O.
Kruidenierswaren (mv.), V.
Kruidenierswinkel, M., -winkels.
Kruidenthee, V.
Kruidenwijn, M.
Kruiderij, V., kruiderijen.
Kruidig, kruidiger, kruidigst.
Kruidigheid, V.
Kruidje-roer-mij-niet, O.
Kruidkaas, V.
Kruidkoek, M., -koeken.
Kruidkunde, V.
Kruidkundige, M., -kundigen.
Kruidnagel, M., -nagels; -nageltje, O., -jes.
Kruidnoot, V., -noten; -nootje, O., -jes.
Kruidtuin, M., -tuinen.
Kruien, krooi, krooien, heeft gekrooien; ook kruide, heeft gekruid.
Kruier, M., kruiers.
Kruiersloon, O., -loonen.
Kruierswerk, O.
Kruiing, V., kruiingen.
Kruik, V., kruiken. Kruikje, O., -jes.
Kruikeblad, O., -bladen en -bladeren.
Kruiken, kruikte, heeft gekruikt.
Kruil, V.
Kruilen, kruilde, heeft gekruild.
Kruiling, M., kruilingen en kruilings.
Kruiloon, O., -loonen.
Kruim, V., kruimen. Kruimpje, O., -jes.
Kruimel, V., kruimels en kruimelen. Kruimeltje, O., -jes.
Kruimelaar, M., kruimelaars.
Kruimelen, kruimelde, heeft en is gekruimeld.
Kruimelig, kruimeliger, kruimeligst.
Kruimeling, V., kruimelingen.
Kruimen, kruimde, is gekruimd.
Kruimig, kruimiger, kruimigst.
Kruin, V., kruinen. Kruintje, O., -jes.
Kruinpunt, O.
Kruipelings.
Kruipen, kroop, kropen, heeft en is gekropen.
Kruipend, kruipender, kruipendst.
Kruiper, M., kruipers. Kruipertje, O., -jes.
Kruiperwt, V., -erwten.
Kruiphaantje, O., -jes.
Kruiphennetje, O., -jes.
Kruiphol, O., -holen.
Kruipwilg, M., -wilgen.
Kruis, O., kruisen. Kruisje, O., -jes.
Kruisband, M., -banden.
Kruisbanier, V.
Kruisberg, M.
Kruisbes, V., -bessen.
Kruisbesseboom, M., -boomen.
Kruisbezie, V., -beziën.
Kruisbloem, V.
Kruisboog, M., -bogen.
Kruisdag, M., -dagen.
Kruisdood, M.
Kruisdrager, M., -dragers.
Kruiselings.
Kruisen, kruiste, heeft gekruist.
Kruiser, M., kruisers.
Kruisgang, M.
Kruisgebed, O., -gebeden.
Kruisgewelf, O., -gewelven.
Kruisheer, M., -heeren.
Kruisheuvel, M., -heuvels.
Kruishout, O., -houten.
Kruisigen, kruisigde, heeft gekruisigd.
Kruisiging, V., kruisigingen.
Kruising, V., kruisingen.
Kruisjassen, kruisjaste, heeft gekruisjast.
Kruiskerk, V., -kerken.
Kruiskozijn, O., -kozijnen.
Kruisnet, O., -netten.
Kruispaal, M., -palen.
Kruisra, V., -raas.
Kruisraam, O., -ramen.
Kruissteek, M., -steken.
Kruisstraat, V., -straten.
Kruisstraf, V.
Kruisteeken, O., -teekens.
Kruistocht, M., -tochten.
Kruisvaarder, M., -vaarders.
Kruisverband, O., -verbanden.
Kruisverheffing, V.
Kruisvinding, V.
Kruisvormig.
Kruisvuur, O.
Kruisweg, M., -wegen.
Kruiswijze en -wijs.
Kruiswoord, O., -woorden.
Kruiszeil, O., -zeilen.
Kruit (poeder), O.
Kruitdamp, M.
Kruithoorn, M., -hoorns.
Kruitkamer, V., -kamers.
Kruitmagazijn, O., -magazijnen.
Kruitmolen, M., -molens.
Kruitouw, O., -touwen.
Kruittoren, M., -torens.
Kruitwagen, M., -wagens.
Kruiven, kruifde, heeft gekruifd.
Kruiwagen, M., -wagens; -wagentje, O., -jes.
Kruizeel, O., -zeelen.
Kruizemunt, V.
Kruk (persoon), M., krukken.
Kruk (voorwerp), V., krukken. Krukje, O., -jes.
Krukas, V., -assen.
Krukken, krukte, heeft gekrukt.
Krukkig, krukkiger, krukkigst.
Krul, V., krullen. Krulletje, O., -jes.
Krulhaar, O.
Krulhond, M., -honden.
Krulijzer, O., -ijzers.
Krulkop en Krullekop (hoofd), M., -koppen.
Krulkop en Krullekop (persoon), M. en V., -koppen.
Krullebol (hoofd), M., -bollen.
Krullebol (persoon), M. en V., -bollen.
Krullen, krulde, heeft gekruld.
Krullenjongen, M., -jongens.
Krullenmand, V., -manden.
Krullig, krulliger, krulligst.
Krulling, V.
Krulloot, V., en Krullot, O.; krulloten.
Krullotenziekte, V.
Krulsalade, V.
Krultabak, V.
Krultang, V., -tangen.
Kub en Kubbe, V., kubben. Kubje en kubbetje, O., -jes.
Kubboot, V., -booten.
Kubiek, kubieke.
Kubiekgetal, O., -getallen.
Kubiekwortel, M., -wortels.
Kuch (hoest), V. Kuchje, O., -jes.
Kuch (kommiesbrood), O.
Kuchen, kuchte, heeft gekucht.
Kudde, V., kudden. Kuddetje, O., -jes; ook kuddeken en kuddeke, O.,
kuddekens en kuddekes.
Kuf, V., kuffen. Kufje, O., -jes.
Kuier, M. Kuiertje, O., -jes.
Kuieren, kuierde, heeft en is gekuierd.
Kuif, V., kuiven. Kuifje, O., -jes.
Kuifmuts, V., -mutsen.
Kuifpootig.
Kuiken. Zie Kieken.
Kuil, M., kuilen. Kuiltje, O., -jes.
Kuildek, O., -dekken.
Kuilen, kuilde, heeft gekuild.
Kuilkorvet, V., -korvetten.
Kuip, V., kuipen. Kuipje, O., -jes.
Kuipen, kuipte, heeft gekuipt.
Kuiper, M., kuipers.
Kuiperij, V., kuiperijen. Kuiperijtje, O., -jes.
Kuipersambacht, O.
Kuipersboor, V., -boren.
Kuipersdissel, M., -dissels.
Kuipershaak, M., -haken.
Kuiperswinkel, M., -winkels.
Kuiphout, O.
Kuiploon, O., -loonen.
Kuis, V., kuizen.
Kuisch, kuischer, meest kuisch.
Kuischboom, M., -boomen.
Kuischen, kuischte, heeft gekuischt.
Kuischheid, V.
Kuischmolen, M., -molens.
Kuit (lichaamsdeel), V., kuiten. Kuitje, O., -jes.
Kuit (zaad van een visch), V., kuiten. Kuitje, O., -jes.
Kuitbeen, O.
Kuitendekker, M., -dekkers.
Kuitenflikker, M., -flikkers.
Kuiter, V., kuiters.
Kul, V., kullen.
Kulas, V. kulassen.
Kullage, V.
Kullekenskruid, O.
Kullen, kulde, heeft gekuld.
Kunde, V.
Kundig, kundiger, kundigst.
Kundigheid, V., -heden.
Kunne, V.
Kunnen, kan, kunnen, konde of kon, gij kondt, konden of konnen,
heeft gekund.
Kunst, V., kunsten. Kunstje, O., -jes.
Kunstbeen, O., -beenen.
Kunstbeschouwing, V., -beschouwingen.
Kunstbewerking, V., -bewerkingen.
Kunstbloem, V., -bloemen.
Kunstboter, V.
Kunstdraaier, M., -draaiers.
Kunsteloos, -loozer, -loost.
Kunstenaar, M., kunstenaars en kunstenaren.
Kunstenaarsloopbaan, V.
Kunstenares, V., kunstenaressen.
Kunstenarij, V., kunstenarijen.
Kunstenmaker, M., -makers.
Kunstgenoot, M., -genooten.
Kunstgeschiedenis, V.
Kunstgevoel, O.
Kunstgewrocht, O., -gewrochten.
Kunstgreep, M., -grepen.
Kunsthandel, M.
Kunstig, kunstiger, kunstigst.
Kunstigheid, V.
Kunstkenner, M., -kenners.
Kunstkooper, M., -koopers.
Kunstlicht, O.
Kunstliefde, V.
Kunstlievend, -lievender, -lievendst.
Kunstmatig, -matiger, -matigst.
Kunstmest, M.
Kunstmiddel, O., -middelen.
Kunstnaaldwerk, O.
Kunstnijverheid, V.
Kunstoog, O., -oogen.
Kunstproduct, O., -producten.
Kunstreis, V., -reizen.
Kunstschilder, M., -schilders.
Kunststuk, O., -stukken; -stukje, O. -jes.
Kunsttand, M., -tanden.
Kunstterm, M., -termen.
Kunsttheorie, V., -theorieën.
Kunstvaardig, -vaardiger, -vaardigst.
Kunstvaardigheid, V.
Kunstverzameling, V., -verzamelingen.
Kunstwerk, O., -werken.
Kuras, O., kurassen.
Kurassier, M., kurassiers.
Kurassiershelm, M., -helmen.
Kuren, kuurde, heeft gekuurd.
Kurenmaker, M., -makers.
Kurk (stof), O., (voorwerp), V., kurken. Kurkje, O., -jes.
Kurkegeld, O.
Kurkeik, M., -eiken.
Kurken (bnw.).
Kurkenmandje, O., -jes.
Kurketang, V., -tangen.
Kurketrekker, M., -trekkers.
Kurkuma, V.
Kus, M., kussen. Kusje, O., -jes.
Kushandje, O., -jes.
Kussen, O., kussens. Kussentje, O., -jes.
Kussen, kuste, heeft gekust.
Kussenblok, O., -blokken.
Kussensloop, V., -sloopen.
Kust (oever), V., kusten.
Kust (verkiezing), V.
Kustbatterij, V., -batterijen.
Kustbewoner, M., -bewoners.
Kustboot, V., -booten.
Kusting, V., kustingen.
Kustingbrief, M., -brieven.
Kustlijn, V., -lijnen.
Kustontwikkeling, V.
Kustplaats, V., -plaatsen.
Kustvaarder, M., -vaarders.
Kustverdediging, V.
Kut, V., kutten.
Kuur, V., kuren. Kuurtje, O., -jes.
Kwaad, kwader, kwaadst; ook erger, ergst.
Kwaad, O.
Kwaadaardig, -aardiger, -aardigst.
Kwaadaardigheid, V.
Kwaadheid, V.
Kwaadsappig, -sappiger, -sappigst.
Kwaadsappigheid, V.
Kwaadschiks.
Kwaadspreekster, V., -spreeksters.
Kwaadspreken, sprak kwaad, spraken kwaad, heeft kwaadgesproken.
Kwaadsprekend, -sprekender, -sprekendst.
Kwaadsprekendheid, V.
Kwaadspreker, M., -sprekers.
Kwaadwillig, -williger, -willigst.
Kwaadwilligheid, V.
Kwaal, V., kwalen. Kwaaltje, O., -jes.
Kwab en Kwabbe, V., kwabben. Kwabbetje, O., -jes.
Kwabbig, kwabbiger, kwabbigst.
Kwajongen, M., kwajongens.
Kwajongensachtig, -achtiger, -achtigst.
Kwajongensstreek, M., -streken.
Kwak, M., kwakken. Kwakje, O., -jes.
Kwaken, kwaakte, heeft gekwaakt.
Kwaker, M., kwakers.
Kwakerskerk, V., -kerken.
Kwakkel, M., kwakkels en kwakkelen. Kwakkeltje, O., -jes.
Kwakkelaar, M., kwakkelaars.
Kwakkelen, kwakkelde, heeft gekwakkeld.
Kwakkelwinter, M., -winters.
Kwakkelziekte, V.
Kwakken, kwakte, heeft gekwakt.
Kwakzalven, kwakzalfde, heeft gekwakzalfd.
Kwakzalver, M., -zalvers.
Kwakzalverij, V., -zalverijen.
Kwakzalversmiddel, O., -middelen; -middeltje, O., -jes.
Kwal, V., kwallen.
Kwalie, V., kwaliën en kwalies.
Kwalijk.
Kwalijkheid, V.
Kwalm, M.
Kwalmen, kwalmde, heeft gekwalmd.
Kwalster, M., kwalsters. Kwalstertje, O., -jes.
Kwanselaar, M., kwanselaars.
Kwanselarij, V., kwanselarijen.
Kwanselen, kwanselde, heeft gekwanseld.
Kwanseling, V., kwanselingen.
Kwansuis.
Kwant, M., kwanten. Kwantje, O., -jes.
Kwapsch, kwapscher.
Kwarrel, M., kwarrels. Kwarreltje, O., -jes.
Kwarrelig, kwarreliger, kwarreligst.
Kwart, O., kwarten. Kwartje, O., -jes.
Kwartaal, O., kwartalen.
Kwartaalstaat, M., -staten.
Kwartanker, O., -ankers; -ankertje, O., -jes.
Kwartel, M., kwartels. Kwarteltje, O., -jes.
Kwartgulden, M., -guldens.
Kwartier, O., kwartieren. Kwartiertje, O., -jes.
Kwartierboom, M., -boomen.
Kwartiermaker, M., -makers; -makertje, O., -jes.
Kwartiermeester, M., -meesters.
Kwartiermuts, V., -mutsen; -mutsje, O., -jes.
Kwartiersvergadering, V., -vergaderingen.
Kwartierziek.
Kwartijn, M., kwartijnen.
Kwartjesvinder, M., -vinders.
Kwartnoot, V., -noten.
Kwartrond, O., -ronden.
Kwartrust, V., -rusten.
Kwarts, O., kwartsen.
Kwartsachtig.
Kwassiehout, O.
Kwast (voorwerp en persoon), M., kwasten. Kwastje, O., -jes.
Kwast (drank), V., kwasten.
Kwasterig, kwasteriger, kwasterigst.
Kwasterigheid, V.
Kwastig, kwastiger, kwastigst.
Kwastlepel, M., -lepels.
Kwee, V., kweeën. Kweetje, O., -jes.
Kweeappel, M., -appels en -appelen.
Kweek, V.
Kweekeling, M. en V., kweekelingen. V., ook kweekelinge.
Kweeken, kweekte, heeft gekweekt.
Kweeker, M., kweekers.
Kweekerij, V., kweekerijen.
Kweekgras, O.
Kweekhof, M., -hoven.
Kweeking, V., kweekingen.
Kweekplaats, V., -plaatsen.
Kweekschool, V., -scholen.
Kweekster, V., kweeksters.
Kweektuin, M., -tuinen.
Kweelen (zingen), kweelde, heeft gekweeld.
Kween, V., kwenen.
Kweepeer, V., -peren.
Kweern, V., kweernen. Kweerntje, O., -jes.
Kweesten, kweestte, heeft gekweest.
Kweken en Kwekken. Zie Kwaken.
Kwel, V.
Kweldam, M., -dammen.
Kwelder, V., kwelders.
Kweldergras, O.
Kweldijk, M., -dijken.
Kwelduivel, M., -duivels.
Kwelgeest, M., -geesten.
Kwellage, V., kwellages.
Kwellen, kwelde, heeft gekweld.
Kweller, M., kwellers.
Kwelling, V., kwellingen.
Kwelwater, O.
Kwelziek, -zieker, -ziekst.
Kwelzucht, V.
Kwendel (wilde tijm), V.
Kwestie, V., kwesties. Zie ook Quaestie.
Kwets, V., kwetsen. Kwetsje, O., -jes.
Kwetsbaar, -baarder, -baarst.
Kwetsbaarheid, V.
Kwetsen, kwetste, heeft gekwetst.
Kwetsing, V., kwetsingen.
Kwetsuur, V., kwetsuren. Kwetsuurtje, O., -jes.
Kwetteraar, M., kwetteraars.
Kwetteren, kwetterde, heeft gekwetterd.
Kwezel, V., kwezels. Kwezeltje, O., -jes.
Kwezelaar, M., kwezelaars en kwezelaren.
Kwezelaarster, V., kwezelaarsters.
Kwezelachtig, -achtiger, -achtigst.
Kwezelarij, V., kwezelarijen.
Kwezelen, kwezelde, heeft gekwezeld.
Kwibus, M., kwibussen. Kwibusje, O., -jes.
Kwidam, M., kwidams.
Kwijl, V.
Kwijlbaard, M., -baarden.
Kwijlbab, V., -babben; -babje, O., -jes.
Kwijlen, kwijlde, heeft gekwijld.
Kwijnen, kwijnde, heeft gekwijnd.
Kwijning, V.
Kwijt.
Kwijtbrief, M., -brieven.
Kwijten, kweet, kweten, heeft gekweten.
Kwijting, V., kwijtingen.
Kwijtraken, raakte kwijt, is kwijtgeraakt.
Kwijtschelden, schold kwijt, heeft kwijtgescholden.
Kwijtschelding, V.
Kwik (beuzeling), V., kwikken. Kwikje, O., -jes.
Kwik (kwikzilver), O.
Kwik, kwikker, kwikst.
Kwikafsluiter, M., -afsluiters.
Kwikbak, M., -bakken; -bakje, O., -jes.
Kwikbarometer, M., -barometers.
Kwikkolom, V., -kolommen.
Kwikkuur, V., -kuren.
Kwikoxyde, O.
Kwikstaart, M., -staarten; -staartje, O., -jes.
Kwikstaarten, kwikstaartte, heeft gekwikstaart.
Kwikthermometer, M., -thermometers.
Kwikzalf, V.
Kwikzilver, O.
Kwinkeleeren, kwinkeleerde, heeft gekwinkeleerd.
Kwinken, kwinkte, heeft gekwinkt.
Kwinkslag, M., -slagen.
Kwint (streek), V., kwinten. Zie ook Quint.
Kwipsch, kwipscher, meest kwipsch.
Kwispedoor, O., kwispedoren. Kwispedoortje, O., -jes.
Kwispel, M., kwispels. Kwispeltje, O., -jes.
Kwispelen, kwispelde, heeft gekwispeld.
Kwispeling, V., kwispelingen.
Kwispelstaarten, kwispelstaartte, heeft gekwispelstaart.
Kwisten, kwistte, heeft gekwist.
Kwistgeld, M. en V., -gelden.
Kwistgoed, M. en V.
Kwistig, kwistiger, kwistigst.
Kwistigheid, V.
Kwistpenning, M. en V., -penningen.
L
L, V., l's.
La. Zie Lade.
Laadboom, M., -boomen.
Laadruim, O., -ruimen.
Laadstok, M., -stokken.
Laag, lager, laagst.
Laag, V., lagen. Laagje, O., -jes.
Laaghartig, -hartiger, -hartigst.
Laaghartigheid, V.
Laagheid, V., -heden.
Laagjes.
Laagland, O., -landen.
Laagte, V., laagten.
Laai en Laaie, V. (In lichter -).
Laakbaar, -baarder, -baarst.
Laakbaarheid, V.
Laakzucht, V.
Laan, V., lanen. Laantje, O., -jes.
Laars, V., laarzen. Laarsje, O., -jes.
Laarzen, laarsde, heeft gelaarsd.
Laarzenknecht, M., -knechts.
Laarzenmaker, M., -makers.
Laarzentrekker, M., -trekkers.
Laarzenwinkel, M., -winkels.
Laarzeschacht, V., -schachten.
Laas (tusschenw.).
Laat, later, laatst.
Laatbekken, O., -bekkens.
Laatdunkend, -dunkerder, -dunkendst.
Laatdunkendheid, V.
Laatijzer, O., -ijzers.
Laatkop, M., -koppen.
Laatst.
Laatstelijk.
Laatstleden.
Laatstmaal.
Laatvlijm, V., -vlijmen.
Labaar, V., labaren.
Labbei, V., labbeien.
Labbeien, labbeide, heeft gelabbeid.
Labbekak, M. en V., labbekakken.
Labben, labde, heeft gelabd.
Labber (bnw.).
Labberdaan, ook Abberdaan, V.
Labberen, labberde, heeft gelabberd.
Labberkoelte, V.
Labberlot (nachtbraker), M., labberlotten.
Labberlot (sloep), V., labberlotten.
Labiaal, -ale.
Laboratorium, O., laboratoria.
Laboreeren, laboreerde, heeft gelaboreerd.
Labyrint, O., labyrinten.
Lach, M. Lachje, O., -jes.
Lachebek, M. en V., -bekken; -bekje, O., -jes.
Lachen, lachte, heeft gelachen.
Lacher, M., lachers.
Lachlust, M.
Lachspier, V., -spieren.
Lachstuip, V., -stuipen.
Lachverwekkend, -verwekkender, -verwekkendst.
Laconiek, laconieker, laconiekst.
Laconisme, O.
Lacune, V., lacunes.
Ladder, V., ladders. Laddertje, O., -jes.
Laddersport, V., -sporten.
Lade en La, V., laden. Laatje, O., -jes.
Laden, laadde, heeft geladen.
Lader, M., laders.
Lading, V., ladingen. Ladinkje, O., -jes.
Ladingsbrief, M., -brieven.
Ladingspoort, V., -poorten.
Lady, V., lady's.
Laf, laffer, lafst.
Lafaard, M., lafaards.
Lafbek, M., -bekken.
Lafenis, V., lafenissen. Lafenisje, O., -jes.
Lafhartig, -hartiger, -hartigst.
Lafhartigheid, V.
Lafheid, V., -heden.
Lagerbier, O.
Lagerhand, V.
Lagerhuis, O.
Lagerwal, M.
Lagune, V., lagunen.
Laisser-aller, O.
Lak (lastering), M.
Lak (stof), O., lakken.
Lak (bnw.).
Lakei, M., lakeien. Lakeitje, O., -jes.
Laken, O., lakens. Lakentje, O., -jes.
Laken, laakte, heeft gelaakt.
Lakenfabriek, V., -fabrieken.
Lakenhal, V., -hallen.
Lakenkooper, M., -koopers.
Lakensch.
Lakenvelder, M. en V., -velders.
Lakenwinkel, M., -winkels.
Laker, M., lakers.
Laking, V., lakingen.
Lakken, lakte, heeft gelakt.
Lakmoes, O.
Lakmoesfabriek, V., -fabrieken.
Lakmoespapier, O.
Lakooi, V., lakooien.
Lakooienbed, O., -bedden.
Lakooienzaad, O.
Lakstelletje, O., -stelletjes.
Laks, lakse.
Lakstempel, O., -stempels.
Lam, O., lammeren. Lammetje, O., lammetjes en lammertjes.
Lam, lammer, lamst.
Lambrizeering, V., lambrizeeringen.
Lamentabel, lamentabeler, lamentabelst.
Lamenteeren, lamenteerde, heeft gelamenteerd.
Lamfer, M. en O., lamfers.
Lamheid, V., -heden.
Lamlendig, -lendiger, -lendigst.
Lamlendigheid, V.
Lammeling, M., lammelingen.
Lammelot, M. en V., lammelotten.
Lammelottig, -lottiger, -lottigst. Ook Lammerlottig.
Lammelottigheid, V.
Lammenadig.
Lammeren, lammerde, heeft gelammerd.
Lammergier, M., -gieren.
Lammerlotten, lammerlotte, heeft gelammerlot.
Lammermarkt, V., -markten.
Lammertjesbaai, V.
Lammertjespap, V.
Lammigheid, V., -heden.
Lamoen. Zie Lemoen.
Lamp, V., lampen. Lampje, O., -jes.
Lampeglas, O., -glazen.
Lampekap, V., -kappen.
Lampekleedje, O., -jes.
Lampekousje, O., -jes.
Lampenfabriek, V., -fabrieken.
Lampenist, M., lampenisten.
Lampenkatoen, O.
Lampenmaker, M., -makers.
Lampepit, V., -pitten.
Lampeschaar, V., -scharen.
Lampet, O., lampetten. Lampetje, O., -jes.
Lampetkan, V., -kannen.
Lampion, V., lampions.
Lampoot, M. en V., -pooten.
Lamprei (visch), V., lampreien.
Lamprei (jong konijn), O., lampreien. Lampreitje, O., -jes.
Lampzwart, O.
Lamsbout, M., -bouten; -boutje, O., -jes.
Lamskop, M., -koppen.
Lamskotelet, V., -koteletten.
Lamsoor, O., -ooren.
Lamspoot, M., -pooten.
Lamsvacht, V., -vachten.
Lamsvel, O., -vellen.
Lamsvleesch, O.
Lamswol, V.
Lamzalig, -zaliger, -zaligst.
Lamzaligheid, V.
Lanceerbuis, V., -buizen.
Lanceeren, lanceerde, heeft gelanceerd.
Lanceer-inrichting, V.
Lancet, O., lancetten. Lancetje, O., -jes.
Land, O., landen. Landje, O., -jes.
Landaanwinning, V.
Landaard, M.
Landauer, M., landauers.
Landbouw, M.
Landbouwcongres, O., -congressen.
Landbouwer, M., -bouwers.
Landbouwkrediet, O.
Landbouwschool, V., -scholen.
Landbouwtentoonstelling, V., -tentoonstellingen.
Landedelman, M., -edellieden.
Landelijk.
Landen, landde, is geland.
Landengte, V., -engten.
Landerig, landeriger, landerigst.
Landerigheid, V.
Landerijen (mv.), V.
Landgenoot, M., -genooten.
Landgenoote, V., -genooten.
Landgoed, O., -goederen.
Landheer, M., -heeren.
Landhuis, O., -huizen.
Landhuishoudkunde, V.
Landhuishoudkundig.
Landhuur, V., -huren.
Landing, V., landingen.
Landingsboot, V., -booten.
Landingsplaats, V., -plaatsen.
Landingstroepen (mv.), M.
Landjuweel, O., -juweelen.
Landkaart, V., -kaarten.
Landkrab (persoon), M., -krabben.
Landleven, O.
Landlooper, M., -loopers.
Landlooperij, V.
Landman (landbouwer), M., -lieden.
Landmeter, M., -meters.
Landnationalisatie, V.
Landontginning, V., -ontginningen.
Landouw, V., landouwen.
Landpaal, M., -palen.
Landraad, M., -raden.
Landrecht, O., -rechten.
Landrente, V., -renten.
Landrot (persoon), M., -rotten.
Landsbediening, V., -bedieningen.
Landschap, O., landschappen. Landschapje, O., -jes.
Landschapschilder, M., -schilders.
Landscheiding, V., -scheidingen.
Landsdrukkerij, V., -drukkerijen.
Landsgebouw, O., -gebouwen.
Landsheer, M., -heeren.
Landsheerlijk.
Landskind, O., -kinderen.
Landsman (landgenoot), M., -lieden.
Landstad, V., -steden; -stadje, O., -jes.
Landstreek, V., -streken.
Landsverdediging, V.
Landsvrouw, V., -vrouwen.
Landtaal, V., -talen.
Landtong, V., -tongen.
Landverhuizer, M., -verhuizers.
Landverhuizing, V.
Landverraad, O.
Landverrader, M., -verraders.
Landvoogd, M., -voogden.
Landvoogdes, V., -voogdessen.
Landvoogdij, V.
Landwaarts.
Landweer, V.
Landweerdistrict, O., -districten.
Landweerman, M., -mannen.
Landweerwet, V.
Landwind, M., -winden.
Landwinning, V., -winningen.
Landzaat, M., -zaten.
Landziekig, -ziekiger, -ziekigst.
Lang, langer, langst.
Langbeen (persoon), M. en V., -beenen.
Langbeen (ooievaar), M., -beenen.
Langbeen (mug), V., -beenen.
Langbeenig, -beeniger, -beenigst.
Langdradig, -dradiger, -dradigst.
Langdradigheid, V.
Langdurig, -duriger, -durigst.
Langdurigheid, V.
Langen, langde, heeft gelangd.
Langet, V., langetten. Langetje, O., -jes.
Langeveld, O.
Langhals (persoon), M. en V., -halzen.
Langhals (flesch), V., -halzen.
Langhalzig, -halziger, -halzigst.
Langharig.
Langheid, V.
Langjarig.
Langlijvig.
Langneus, M. en V., -neuzen.
Langoor (persoon), M. en V., -ooren.
Langoor (ezel), M., -ooren.
Langpoot, M., -pooten.
Langs.
Langscheeps (bijw.).
Langscheepsch (bnw.).
Langsgaan, ging langs, is langsgegaan.
Langsloopen, liep langs, heeft en is langsgeloopen.
Langsrijden, reed langs, reden langs, heeft en is langsgereden.
Langstaart, M., -staarten.
Langstlevend.
Langsvaren, voer langs, heeft en is langsgevaren.
Langszijde, (bijw.).
Langtand, M. en V., -tanden.
Langtong, M. en V., -tongen.
Langtongig, -tongiger, -tongigst.
Langwerpig, -werpiger, -werpigst. Ook Lankwerpig.
Langwerpigheid, V.
Langwijlig, -wijliger, -wijligst.
Langwijligheid, V.
Langzaam, -zamer, -zaamst.
Langzaamheid, V.
Langzamerhand.
Laning, V., laningen.
Lankmoedig, -moediger, -moedigst.
Lankmoedigheid, V.
Lankwerpig. Zie Langwerpig.
Lans, V., lansen. Lansje, O., -jes.
Lansier, M., lansiers.
Lanskenet (kaartspel), O.
Lantaarnopsteker, M., -opstekers.
Lantaren en Lantaarn, V., lantarens en lantaarnen. Lantarentje en
lantaarntje, O., -jes.
Lantarenpaal, M., -palen.
Lanterfant, M., lanterfanten.
Lanterfanten, lanterfantte, heeft gelanterfant.
Lanterfanterij, V., lanterfanterijen.
Lap, M., lappen. Lapje, O., -jes.
Lapidair.
Lappen, lapte, heeft gelapt.
Lappendag, M., -dagen.
Lappendeken, V., -dekens.
Lappendief, M., -dieven.
Lappenmand, V., -manden.
Lappenmarkt, V., -markten.
Lapper, M., lappers.
Lapperij, V., lapperijen.
Lapwerk, O.
Lapwoord, O., -woorden.
Lapzalf, V.
Lapzalven, lapzalfde, heeft gelapzalfd.
Lapzalver, M., -zalvers.
Lapzalverij, V., -zalverijen.
Lardeeren, lardeerde, heeft gelardeerd.
Lardeerpriem, M., -priemen.
Lardeersel, O., lardeersels.
Lardeerspeetje, O., -jes.
Lardeerspek, O.
Largo, O., largo's.
Larie, V.
Lariemoer, V., -moers.
Lariën, lariede, heeft gelaried.
Lariks, M., lariksen. Lariksje, O., -jes.
Lariksboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.
Larve, V., larven.
Lasch, V., lasschen. Laschje, O., -jes.
Laschijzer, O., -ijzers.
Laschmes, O., -messen.
Laschnagel, M., -nagels.
Lasschen, laschte, heeft gelascht.
Lassching, V., lasschingen.
Last (vracht, bevel), M., lasten.
Last (maat), O., lasten.
Lastage, V.
Lastbrief, M., -brieven.
Lastdrager, M., -dragers.
Lasten, lastte, heeft gelast.
Laster, M.
Lasteraar, M., lasteraars en lasteraren.
Lasteren, lasterde, heeft gelasterd.
Lastering, V., lasteringen.
Lasterlijk, -lijker, -lijkst.
Lastermond, M. en V., -monden.
Lasterpen, V., -pennen.
Lasterrede, V., -redenen.
Lasterschrift, O., -schriften.
Lasterstuk, O., -stukken.
Lastertaal, V.
Lastertong, M. en V., -tongen.
Lastgever, M., -gevers.
Lastgeving, V., -gevingen.
Lasthebber, M., -hebbers.
Lastig, lastiger, lastigst.
Lastigheid, V.
Lat, V., latten. Latje, O., -jes.
Latafel, V., -tafels; -tafeltje, O., -jes.
Laten, liet, heeft gelaten.
Lateraal, laterale.
Latierboom, M., -boomen.
Latijn, O.
Latijnsch.
Latijnzeil, O., -zeilen.
Lating, V., latingen. Latinkje, O., -jes.
Latinisme, O., latinismen.
Latinist, M., latinisten.
Latiniteit, V.
Latoen, O.
Lats en Latse, V., latsen.
Latten, latte, heeft gelat.
Lattenzager, M., -zagers.
Latuw, V.
Laudanum, O.
Laurier, M., laurieren.
Laurierbes, V., -bessen.
Laurieren, laurierde, heeft gelaurierd.
Laurierkers (vrucht), V.
Laurierkerswater, O.
Lauw, lauwer, lauwst.
Lauwer, M., lauweren en lauwers.
Lauweren, lauwerde, heeft gelauwerd.
Lauwerkrans, M., -kransen.
Lauwerkroon, V., -kronen.
Lauwertak, M., -takken.
Lauwheid, V.
Lauwte, V.
Lava, V.
Lavas, V.
Lavastroom, M., -stroomen.
Laveeren, laveerde, heeft en is gelaveerd.
Lavei, V.
Laveien, laveide, heeft gelaveid.
Lavement, O., lavementen. Lavementje, O., -jes.
Lavementspuit, V., -spuiten; -spuitje, O., -jes.
Laven, laafde, heeft gelaafd.
Lavendel, V.
Lavendelbloem, V., -bloemen.
Lavendelolie, V.
Lawaai, O.
Lawaaimaker, M., -makers.
Lawine, V., lawinen en lawines.
Laxans, O.
Laxeeren, laxeerde, heeft gelaxeerd.
Laxeermiddel, O., -middelen.
Lazaret, O., lazaretten.
Lazarij, V.
Lazarusklep, V., -kleppen.
Lazuren (bnw.).
Lazuur (steen), M., lazuren; (stof), O.
Leb en Lebbe, V., lebben.
Lebaal, V.
Lebbig, lebbiger, lebbigst.
Lebbigheid, V.
Lector, M., lectoren.
Lectoraat, O., lectoraten.
Lectuur, V.
Ledebraak en Leebraak, V.
Ledebraken en Leebraken, ledebraakte, heeft geledebraakt.
Ledebreuk, V.
Ledekant (ook Ledikant), O., ledekanten. Ledekantje, O., -jes.
Ledekantgordijn, O., -gordijnen.
Ledeman. Zie Leeman.
Ledematen. Zie Lidmaat.
Ledenlijst, V., -lijsten.
Ledenvergadering, V., -vergaderingen.
Ledepop, V., -poppen.
Leder en Leer, O. Leertje, O., -jes.
Lederachtig en Leerachtig.
Lederen en Leeren (bnw.).
Lederwaren (mv.), V.
Lederwerk, O.
Ledewater en Leewater, O.
Ledig (ook Leeg), lediger, ledigst.
Ledigen (ook leegen), ledigde, heeft geledigd.
Lediggang, M.
Ledigganger, M., -gangers.
Lediggieten (ook Leeggieten), goot ledig, goten ledig, heeft
lediggegoten.
Ledigheid, V.
Lediging, V.
Ledigloopen (ook Leegloopen), liep ledig, heeft en is lediggeloopen.
Ledigmaken (ook Leegmaken), maakte ledig, heeft lediggemaakt.
Ledigpompen (ook Leegpompen), pompte ledig, heeft lediggepompt.
Ledigscheppen (ook Leegscheppen), schepte ledig, heeft lediggeschept.
Ledigstaan (ook Leegstaan), stond ledig, heeft lediggestaan.
Ledigzitten (ook Leegzitten), zat ledig, zaten ledig, heeft
lediggezeten.
Leebraak, Leebraken. Zie Ledebraak enz.
Leed.
Leed, O.
Leedwezen, O.
Leefbaar, -bare.
Leefregel, M., -regels.
Leeftijd, M., -tijden.
Leeftocht, M.
Leefwijze en -wijs, V., -wijzen.
Leeg (voor Ledig), leeger, leegst.
Leegen (voor Ledigen), leegde, heeft geleegd.
Leeglooper, M., -loopers.
Leegloopster, V., -loopsters.
Leegte, V.
Leek, M., leeken.
Leekebroeder, M., -broeders.
Leekezuster, V., -zusters.
Leelijk, leelijker, leelijkst.
Leelijkerd, M., leelijkerds.
Leelijkheid, V., -heden.
Leem, O.
Leemachtig, -achtiger, -achtigst.
Leeman, M., leemans en leemannen.
Leemen, leemde, heeft geleemd.
Leemen (bnw.).
Leemgroeve, V., -groeven.
Leemput, M., -putten.
Leemte, V., leemten.
Leen, V. (Ter leen en te leen).
Leen, O., leenen.
Leenbrief, M., -brieven.
Leeneed, M., -eeden.
Leenen, leende, heeft geleend.
Leener, M., leeners.
Leenheer, M., -heeren.
Leenheerschap, O.
Leening, V., leeningen.
Leenman, M., -mannen.
Leenmanschap, O.
Leenplicht, M., -plichten.
Leenrecht, O.
Leenroerig.
Leenroerigheid, V.
Leenspreuk, V., -spreuken.
Leenspreukig.
Leenstelsel, O.
Leentjebuur, V. (- spelen).
Leenvorst, M., -vorsten.
Leep, V.
Leep (slim), leeper, leepst.
Leep (druipoogig), leper, leepst.
Leeperd, M., leeperds. Leeperdje, O., -jes.
Leepheid, V.
Leepigheid, V.
Leepoog, M. en V., -oogen.
Leepoogig, -oogiger, -oogigst.
Leer (leering), V.
Leer (ladder), V., leeren.
Leer. Zie Leder.
Leeraar, M., leeraren en leeraars.
Leeraarsambt, O., -ambten.
Leeraarsbetrekking, V., -betrekkingen.
Leeraarschap, O.
Leeraarsvergadering, V., -vergaderingen.
Leerachtig. Zie Lederachtig.
Leeraren, leeraarde, heeft geleeraard.
Leerares, V., leeraressen.
Leerbegrip, O., -begrippen.
Leerbereiden, O.
Leerbereider, M., -bereiders.
Leerboek, O., -boeken; -boekje, O., -jes.
Leerdicht, O., -dichten.
Leeren (bnw.). Zie Lederen.
Leeren, leerde, heeft geleerd.
Leergang, M., -gangen.
Leergeld, O.
Leergierig, -gieriger, -gierigst.
Leergierigheid, V.
Leergraag, -grager, -graagst.
Leering, V., leeringen.
Leerjaar, O., -jaren.
Leerjongen, M., -jongens.
Leerkamer, V., -kamers.
Leerknaap, M., -knapen.
Leerkracht, V., -krachten.
Leerling, M. en V., leerlingen. V. ook leerlinge.
Leerling-consul, M.
Leerlingschap, O.
Leerlooien, O.
Leerlooier, M., -looiers.
Leerlooierij, V., -looierijen.
Leermarkt en Ledermarkt, V., -markten.
Leermeester, M., -meesters.
Leermeesteres, V., -meesteressen.
Leermeesterschap, O.
Leermeisje, O., -jes.
Leermiddel, O., -middelen.
Leerplan, O.
Leerplicht, M.
Leerplichtig.
Leerplichtwet, V.
Leerrede, V., -redenen.
Leerrijk.
Leerschool, V., -scholen.
Leerstellig.
Leerstelling, V., -stellingen.
Leerstelsel, O., -stelsels.
Leerstoel, M., -stoelen.
Leerstof, V.
Leerstuk, O., -stukken.
Leertijd, M.
Leertouwen, O.
Leertouwer, M., -touwers.
Leertouwerij, V., -touwerijen.
Leeruur, O., -uren.
Leervak, O., -vakken.
Leerwijze en -wijs, V., -wijzen.
Leerzaam, -zamer, -zaamst.
Leerzaamheid, V.
Leerzucht, V.
Leesbaar, -baarder, -baarst.
Leesbaarheid, V.
Leesbeurt, V., -beurten.
Leesbibliotheek, V., -bibliotheken.
Leesboek, O., -boeken; -boekje, O., -jes.
Leesgezelschap, O., -gezelschappen.
Leesinrichting, V., -inrichtingen.
Leeskabinet, O., -kabinetten.
Leeskamer, V., -kamers; -kamertje, O., -jes.
Leesmuseum, O., -museums.
Leesoefening, V., -oefeningen.
Leest, V., leesten. Leestje, O., -jes.
Leestafel, V., -tafels.
Leesteeken, O., -teekens; -teekentje, O., -jes.
Leestenhout, O.
Leestenmaker, M., -makers.
Leestijd, M.
Leestoon, M., -tonen.
Leestrant, M.
Leestrommel, V., -trommels.
Leesuur, O., -uren.
Leeswijze en -wijs, V., -wijzen.
Leeszaal, V., -zalen; -zaaltje, O., -jes.
Leeuw, M., leeuwen. Leeuwtje, O., -jes.
Leeuwenbek (bek van een leeuw), M., -bekken.
Leeuwenbek (plant), M., -bekken; -bekje, O., -jes.
Leeuwendeel, O.
Leeuwenhart, O.
Leeuwenhol, O., -holen.
Leeuwenhuid, V., -huiden.
Leeuwenjong, O., -jongen.
Leeuwenkop, M., -koppen.
Leeuwenkuil, M., -kuilen.
Leeuwenmanen (mv.), V.
Leeuwenmoed, M.
Leeuwenwelp, O., -welpen; -welpje, O., -jes.
Leeuwerik, M., leeuweriken. Leeuwerikje, O., -jes.
Leeuweriksnest, O., -nesten.
Leeuweriksstaart, M., -staarten.
Leeuwerikszang, M.
Leeuwin, V., leeuwinnen. Leeuwinnetje, O., -jes.
Leewater. Zie Ledewater.
Leg (het leggen), M. (Aan -, van den leg).
Leg en Legge (lichaamsdeel van vogels), V., leggen.
Legaal, legaler, legaalst.
Legaat, O., legaten. Legaatje, O., -jes.
Legaliseeren, legaliseerde, heeft gelegaliseerd.
Legataris, M., legatarissen.
Legateeren, legateerde, heeft gelegateerd.
Legbord, O., -borden.
Legeeren, legeerde, heeft gelegeerd.
Legeering, V., legeeringen.
Legende, V., legenden en legendes.
Legendendichter, M., -dichters.
Leger, O., legers. Legertje, O., -jes.
Legerafdeeling, V., -afdeelingen.
Legerbende, V., -benden.
Legerbericht, O., -berichten.
Legercommandant, M., -commandanten.
Legeren, legerde, heeft gelegerd.
Legerhoofd, O., -hoofden.
Legering, V., legeringen.
Legerkorps, O., -korpsen.
Legermacht, V., -machten.
Legerplaats, V., -plaatsen.
Legerschaar, V., -scharen.
Legersterkte, V.
Legertent, V., -tenten.
Legertrein, M., -treinen.
Legerwet, V., -wetten.
Leges (mv.), V.
Leggen, legde en leide, heeft gelegd en geleid.
Legger, M., leggers.
Leghen, V., -hennen; -hennetje, O., -jes.
Legioen, O., legioenen.
Legitiem, legitieme.
Legitimeeren, legitimeerde, heeft gelegitimeerd.
Legitimist, M., legitimisten.
Legitimiteit, V.
Legkaart, V., -kaarten; -kaartje, O., -jes.
Legpenning, M., -penningen.
Legprent, V., -prenten.
Legsel, O., legsels.
Legster, V., legsters.
Legtijd, M., -tijden.
Leguaan, M., leguanen.
Lei (voorwerp), V., leien; (stof), O. Leitje, O., -jes.
Leiband, M., -banden.
Leiboom, M., -boomen.
Leidekker, M., -dekkers.
Leiden (stad), O.
Leiden, leidde, heeft geleid.
Leidenaar, M., Leidenaars en Leidenaren.
Leider, M., leiders.
Leiding, V., leidingen.
Leidraad, M., -draden.
Leidsch.
Leidsel en Leisel, O., leidsels en leisels.
Leidsman, M., -lieden.
Leidster en -star, V., -sterren en -starren.
Leidster, V., leidsters.
Leidsvrouw, V., -vrouwen.
Leien (bnw.).
Leiendak, O., -daken; -dakje, O.
Leigroeve, V., -groeven.
Leikleur, V.
Leikleurig.
Leireep, M., -reepen.
Leis, V., leisen.
Leisel. Zie Leidsel.
Leist (leizeel), V., leisten.
Leizeel, O., -zeelen.
Lek, V.
Lek (het lekken), M.
Lek (lekgat), O., lekken.
Lek, lekke.
Lekbier, O.
Leken, leekte, heeft en is geleekt.
Lekgat, O., -gaten.
Lekkage, V., lekkages.
Lekken (druipen), lekte, heeft en is gelekt.
Lekken (voor Likken). Zie Likken.
Lekker, lekkerder, lekkerst.
Lekkerbeetje, O., -jes.
Lekkerbek, M. en V., -bekken.
Lekkerbekken, lekkerbekte, heeft gelekkerbekt.
Lekkerbekkerij, V., -bekkerijen.
Lekkerheid, V.
Lekkernij, V., lekkernijen. Lekkernijtje, O., -jes.
Lekkers, O.
Lekkertjes.
Lekking, V., lekkingen.
Leksteen, M., -steenen.
Lekton, V., -tonnen.
Lekvat, O., -vaten.
Lekwater, O.
Lekwijn, M.
Lekzak, M., -zakken.
Lekzand, O.
Lel, V., lellen. Lelletje, O., -jes.
Lelie, V., lelies en leliën. Lelietje, O., -jes.
Lelieblank.
Leliënbed, O., -bedden.
Leliewit, -witte.
Lellen, lelde, heeft geleld.
Lemma, O., lemmata.
Lemmen, lemde, heeft gelemd.
Lemmer, O., lemmers en lemmeren. Lemmertje, O., -jes.
Lemmet, O., lemmeten. Lemmetje, O., -jes.
Lemoen (ook Lamoen), O., lemoenen.
Lende, V., lenden en lendenen.
Lendekussen, O., -kussens; -kussentje, O., -jes.
Lendenpijn, V.
Lendestuk, O., -stukken.
Lenen. Zie Leunen.
Leng (stokvisch), V., lengen.
Leng (touw), O., lengen.
Lengen, lengde, heeft en is gelengd.
Lengsel, O., lengsels.
Lengte, V., lengten.
Lengtecirkel, M., -cirkels.
Lengtegraad, M., -graden.
Lengtemaat, V., -maten.
Lenig, leniger, lenigst.
Lenigen, lenigde, heeft gelenigd.
Leniger, M., lenigers.
Lenigheid, V.
Leniging, V., lenigingen.
Lens (spiets), V., lensen.
Lens (glas), V., lenzen.
Lens (ledig), lenze.
Lensen (spietsen), lenste, heeft gelenst.
Lensgat, O., -gaten.
Lenspomp, V., -pompen.
Lente, V.
Lenteavond, M., -avonden.
Lentebloem, V., -bloemen.
Lentedag, M., -dagen.
Lentefeest, O., -feesten.
Lentelied, O., -liederen.
Lentemaand, V.
Lenteren, lenterde, heeft gelenterd.
Lenteteeken, O., -teekens.
Lentetijd, M.
Lenteweder, O.
Lenzen (ledigmaken), lensde, heeft gelensd.
Lenzen (scheepsw.), lensde, heeft en is gelensd.
Lenzing, V., lenzingen.
Lep, M., leppen.
Lepel, M., lepels. Lepeltje, O., -jes.
Lepelaar, M., lepelaars en lepelaren.
Lepelblad, O.
Lepeldoos, V., -doozen; -doosje, O., -jes.
Lepelen, lepelde, heeft gelepeld.
Lepelkistje, O., -jes.
Lepelkost, M.
Lepelspijs, V.
Lepelvaasje, O., -vaasjes.
Leplam, O., -lammeren.
Leppen, lepte, heeft gelept.
Lepper, M., leppers.
Lepperen, lepperde, heeft gelepperd.
Lepra, V.
Leproos, leproze.
Leprozenhuis, O., -huizen.
Les, V., lessen. Lesje, O., -jes.
Lesboek en Lessenboek, O., -boeken; -boekje, O., -jes.
Leschbak, M., -bakken.
Leschdrank, M., -dranken.
Leschtrog, M., -troggen.
Leschwater, O.
Lesgeefster, V., -geefsters.
Lesgever, M., -gevers.
Lesschen, leschte, heeft gelescht.
Lessching, V.
Lessenaar, M., lessenaars. Lessenaartje, O., -jes.
Lessenplan, O.
Lesuur, O., -uren.
Lethargie, V.
Letsel, O.
Letten, lette, heeft gelet.
Letter, V., letters en letteren. Lettertje, O., -jes.
Letterarbeid, M.
Letterbanket, O.
Letterbode, M., -boden.
Letterdief, M., -dieven.
Letterdieverij, V., -dieverijen.
Lettereindje, O., -eindjes.
Letteren, letterde, heeft geletterd.
Lettergieten, O.
Lettergieter, M., -gieters.
Lettergieterij, V., -gieterijen.
Lettergreep, V., -grepen.
Letterkast, V., -kasten.
Letterklank, M., -klanken.
Letterknecht, M., -knechten.
Letterknechterij, V.
Letterkunde, V.
Letterkundig.
Letterkundige, M. en V., -kundigen.
Letterlievend.
Letterlijk, -lijker, -lijkst.
Letterproef, V., -proeven.
Letterraadsel, O., -raadsels.
Letterschrift, O.
Letterslot, O., -sloten; -slootje, O., -jes.
Lettersnijder, M., -snijders.
Lettersoort, V., -soorten.
Letterspecie, V.
Letterteeken, O., -teekens.
Letterwijs, -wijze.
Letterzetten, O.
Letterzetter, M., -zetters.
Leugen (ook Logen), V., leugens. Leugentje, O., -jes.
Leugenaar en Logenaar, M., leugenaars en leugenaren.
Leugenaarster, V., leugenaarsters.
Leugenachtig, -achtiger, -achtigst.
Leugenachtigheid, V.
Leugentaal, V.
Leugenzak, M., -zakken.
Leuk, leuker, leukst.
Leukheid, V.
Leukweg.
Leunen, leunde, heeft geleund.
Leuning, V., leuningen. Leuninkje, O., -jes.
Leuningstoel, M., -stoelen.
Leunspaan, V., -spanen.
Leunstoel, M., -stoelen.
Leur (drank), V.
Leus en Leuze, V., leuzen.
Leuter, M.
Leuteraar, M., leuteraars.
Leuteren, leuterde, heeft geleuterd.
Leuterig, leuteriger, leuterigst.
Leuterkous, M. en V., -kousen.
Leuterwerk, O.
Leuver, M., leuvers.
Leuze. Zie Leus.
Levant, M.
Levantijn (Oosterling), M., Levantijnen.
Levantijn (stormwind), M., levantijnen.
Levantijnsch.
Leven, leefde, heeft geleefd.
Leven, O., levens. Leventje, O.
Levend (niet dood).
Levendbarend.
Levendig (vroolijk), levendiger, levendigst.
Levendigheid, V.
Levenloos, -looze.
Levenmaken, O.
Levenmaker, M., -makers.
Levensbaan, V.
Levensbeginsel, O.
Levensbehoefte, V., -behoeften.
Levensbehoud, O.
Levensbericht, O., -berichten.
Levensbeschouwing, V., -beschouwingen.
Levensbeschrijver, M., -beschrijvers.
Levensbeschrijving, V., -beschrijvingen.
Levensbijzonderheden (mv.), V.
Levensbron, V.
Levensdagen (mv.), M.
Levensdoel, O.
Levensdraad, M.
Levensduur, M.
Levensgeesten (mv.), M.
Levensgeluk, O.
Levensgenot, O.
Levensgevaar, O.
Levensgezellin, V., -gezellinnen.
Levensgroot, -groote.
Levensgrootte, V.
Levenskracht, V., -krachten.
Levenslang.
Levenslicht, O.
Levensloop, M.
Levenslust, M.
Levenslustig, -lustiger, -lustigst.
Levensmiddelen (mv.), O.
Levensmoede en -moe.
Levensmoeheid, V.
Levensonderhoud, O.
Levenspad, O.
Levensschets, V., -schetsen.
Levensteeken, O., -teekenen.
Levensverzekering, V.
Levenswandel, M.
Levenswijsheid, V.
Levenswijze en -wijs, V., -wijzen.
Levenwekkend.
Lever, V., levers. Levertje, O., -jes.
Leveraar, M., leveraars.
Leverancier, M., leveranciers.
Leverantie, V., leverantiën en leveranties.
Leverbaar, -bare.
Leveren, leverde, heeft geleverd.
Levering, V., leveringen.
Leveringstermijn, M., -termijnen.
Leveringstijd, M., -tijden.
Leverkleurig.
Leverkwaal, V., -kwalen.
Levertraan, V.
Leverworst, V., -worsten.
Leverzucht, V.
Leverzuchtig.
Leviathan, M., leviathans.
Lexicograaf, M., lexicografen.
Lexicographie, V.
Lexicographisch.
Lexicon, O., lexica.
Lezen, las, lazen, heeft gelezen.
Lezenaar, M., lezenaars. Lezenaartje, O., -jes.
Lezenswaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.
Lezer, M., lezers.
Lezeres, V., lezeressen.
Lezing, V., lezingen. Lezinkje, O., -jes.
Lias, V., liassen.
Liashaak, M., -haken.
Libel, O., libellen.
Liberaal, liberaler, liberaalst.
Liberaal, M., liberalen.
Liberalisme, O.
Liberaliteit, V.
Libertijn, M., libertijnen.
Lichaam, O., lichamen. Lichaampje, O., -jes.
Lichaamsarbeid, M.
Lichaamsbeweging, V., -bewegingen.
Lichaamsbouw, M.
Lichaamsdeel, O., -deelen.
Lichaamsgebrek, O., -gebreken.
Lichaamsgestel, O., -gestellen.
Lichaamskracht, V., -krachten.
Lichaamsoefening, V., -oefeningen.
Lichaamsstraf, V., -straffen.
Lichamelijk.
Licht, O., lichten. Lichtje, O., -jes.
Licht (helder), lichter, lichtst.
Licht (niet zwaar), lichter, lichtst.
Lichtbeeld, O., -beelden.
Lichtblauw.
Lichtbron, V., -bronnen.
Lichtbruin.
Lichtdruk, M.
Lichtekooi, V., -kooien.
Lichtelijk.
Lichten (licht geven), lichtte, heeft gelicht.
Lichten (opheffen), lichtte, heeft gelicht.
Lichter, M., lichters.
Lichtergeld, O., -gelden.
Lichterlaaie en Lichtelaaie (bijw.).
Lichterschip, O., -schepen.
Lichtfabriek, V., -fabrieken.
Lichtgas, O.
Lichtgeel, -gele.
Lichtgeloovig, -gelooviger, -geloovigst.
Lichtgeloovigheid, V.
Lichtgeraakt, -geraakter, -geraaktst.
Lichtgeraaktheid, V.
Lichtgevend.
Lichtgewapend.
Lichtgrauw.
Lichtgrijs, -grijze.
Lichtgroen.
Lichthart, M. en V., -harten.
Lichtheid, V.
Lichthoofd, M. en V., -hoofden.
Lichting, V., lichtingen.
Lichtkegel, M., -kegels.
Lichtkogel, M., -kogels.
Lichtkrans, M., -kransen.
Lichtkroon, V., -kronen.
Lichtmis (losbol), M., lichtmissen. Lichtmisje, O., -jes.
Lichtmis (Vrouwendag), V.
Lichtmissen, lichtmiste, heeft gelichtmist.
Lichtmisserij, V., lichtmisserijen.
Lichtopstand, M., -opstanden.
Lichtrood, -roode.
Lichtschuw.
Lichtsterkte, V.
Lichtstraal, M., -stralen.
Lichtvaardig, -vaardiger, -vaardigst.
Lichtvaardigheid, V.
Lichtzinnig, -zinniger, -zinnigst.
Lid, O., leden. Lidje, O., leedjes.
Lidmaat (medelid), M. en V., lidmaten.
Lidmaat (deel des lichaams), O., ledematen.
Lidmaatschap, O.
Lidmatencatechisatie, V., -catechisatiën en -catechisaties.
Lidwoord, O., -woorden.
Liebaard, M., liebaards.
Lied, O., liederen. Liedje, O., -jes.
Lieden (mv.). Zie ook Lui.
Liederboek en Liedboek of Liedeboek, O., -boeken; -boekje, O., -jes.
Liederlijk, -lijker, -lijkst.
Liederlijkheid, V., -heden.
Liedertafel, V., -tafels.
Liedjeszanger, M., -zangers.
Lief, liever, liefst.
Lief, O.
Liefdadig, -dadiger, -dadigst.
Liefdadigheid, V.
Liefde, V.
Liefdebeurt, V., -beurten.
Liefdeblijk, O., -blijken.
Liefdedienst, M., -diensten.
Liefdefonds, O., -fondsen.
Liefdegave, V., -gaven.
Liefdegift, V., -giften.
Liefdeloos, -loozer.
Liefdeloosheid, V.
Liefderijk, -rijker, -rijkst.
Liefderijkheid, V.
Liefdesavontuur, O., -avonturen.
Liefdesbetrekking, V., -betrekkingen.
Liefdesbetuiging, V., -betuigingen.
Liefdeshistorie, V., -histories.
Liefdesverklaring, V., -verklaringen.
Liefelijk, -lijker, -lijkst.
Liefelijkheid, V., -heden.
Liefhebben, heeft lief, had lief, hadden lief, heeft liefgehad.
Liefhebber, M., -hebbers; -hebbertje, O., -jes.
Liefhebberen, liefhebberde, heeft geliefhebberd.
Liefhebberij, V., -hebberijen.
Liefhebberijtooneel, O., -tooneelen.
Liefhebster, V., -hebsters.
Liefje, O., -jes.
Liefkoozen, liefkoosde, heeft geliefkoosd.
Liefkoozing, V., -koozingen.
Liefst (bijw.).
Liefste, M. en V., liefsten.
Lieftallig, -talliger, -talligst.
Lieftalligheid, V.
Liegen, loog, logen, heeft gelogen.
Lier, V., lieren. Liertje, O., -jes.
Lierdicht, O., -dichten.
Lierdichter, M., -dichters.
Liereman, M., -mannen.
Lieren, lierde, heeft gelierd.
Lierlauw.
Lierzang, M., -zangen.
Lies, V., liezen. Liesje, O., -jes.
Liesbreuk, V., -breuken.
Lieveling, M. en V., lievelingen. V. ook lievelinge. Lievelingetje,
O., -jes.
Lievelingsbezigheid, V., -bezigheden.
Lievelingsdichter, M., -dichters.
Lievelingskleur, V., -kleuren.
Lievelingsplaats, V., -plaatsen.
Lievelingsplekje, O., -jes.
Lievelingsschrijver, M., -schrijvers.
Lievelingsuitdrukking, V., -uitdrukkingen.
Lievemoederen, O.
Lieven, liefde, heeft geliefd.
Lieverd, M., lieverds. Lieverdje, O., -jes.
Lieverlede (Van -).
Lieve-vrouwenbedstroo, O.
Lieve-vrouwenkerk, V., -kerken.
Lievigheid, V., -heden.
Liflaffen, liflafte, heeft geliflaft.
Liflafferij, V., liflafferijen.
Liflafje, O., liflafjes.
Lift, V., liften.
Liftjongen, M., -jongens.
Liftkoker, M., -kokers.
Ligdag, M., -dagen.
Liggeld, O.
Liggen, ligt, lag, lagen, heeft gelegen.
Ligger, M., liggers.
Ligging, V., liggingen.
Ligplaats, V., -plaatsen.
Ligue, V.
Liguster, M, ligusters.
Lij (scheepsw.) V.
Lijboelijn, V., -boelijns.
Lijdelijk, -lijker, -lijkst.
Lijdelijkheid, V.
Lijden (dulden), leed, leden, heeft geleden.
Lijden (duren), leed, is geleden.
Lijden, O.
Lijdend.
Lijdensbeker, M.
Lijdensgeschiedenis, V., -geschiedenissen.
Lijdenskelk, M.
Lijdenspreek, V., -preeken.
Lijdenstekst, M., -teksten.
Lijdensweek, V., -weken.
Lijdensweg, M., -wegen.
Lijder, M., lijders.
Lijderes, V., lijderessen.
Lijdzaam, -zamer, -zaamst.
Lijdzaamheid, V.
Lijf, O., lijven. Lijfje, O., -jes.
Lijfarts, M., -artsen.
Lijfeigene, M. en V., -eigenen.
Lijfeigenschap, V.
Lijfelijk.
Lijfgoed, O., -goederen.
Lijfknecht, M., -knechten.
Lijfrente, V., -renten.
Lijfsbehoud, O.
Lijfsberging, V.
Lijfsdwang, M.
Lijfsgevaar, O., -gevaren.
Lijfssierraad, O., -sieraden.
Lijfstraf, V., -straffen.
Lijfstraffelijk.
Lijfstuk, O., -stukken; -stukje, O., -jes.
Lijftocht, M.
Lijftochten, lijftochtte, heeft gelijftocht.
Lijftochtenaar, M., -tochtenaars.
Lijftochtenares, V., -tochtenaressen.
Lijfwacht (persoon), M., -wachten.
Lijfwacht (de gezamenlijke wachten), V., -wachten.
Lijk (touw). O., lijken.
Lijk (dood lichaam), O., lijken. Lijkje, O., -jes.
Lijkbaar, V., -baren.
Lijkbus, V. -bussen.
Lijkdienst, M., -diensten.
Lijken (gelijken), leek, leken, heeft geleken.
Lijken (scheepsw.), lijkte, heeft gelijkt.
Lijkenhuis, O., -huizen; -huisje, O., -jes.
Lijkenverbranding, V.
Lijkgaren, O.
Lijkklacht, V., -klachten.
Lijkkleed, O., -kleeden.
Lijkkleur, V.
Lijkkleurig.
Lijkkoets, V., -koetsen.
Lijklucht, V.
Lijknaald, V., -naalden.
Lijkopening, V.
Lijkplechtigheid, V., -plechtigheden.
Lijkrede, V. -redenen.
Lijkschouwing, V., -schouwingen.
Lijkstaatsie, V., -staatsies.
Lijkstoet, M.
Lijkwade en Lijkwa, V. -waden.
Lijkwagen, M., -wagens.
Lijm, V.
Lijmen, lijmde, heeft gelijmd.
Lijmer, M., lijmers.
Lijmerig, lijmeriger, lijmerigst.
Lijmerigheid, V.
Lijmerij, V., lijmerijen.
Lijmig, lijmiger, lijmigst.
Lijmigheid, V.
Lijmketel, M., -ketels.
Lijmkokerij, V., -kokerijen.
Lijmkwast, M., -kwasten.
Lijmpot, M., -potten.
Lijmstok, M., -stokken.
Lijmverband, O., -verbanden.
Lijn (touw), V., lijnen. Lijntje, O., -jes.
Lijn (streep), V., lijnen. Lijntje, O., -jes.
Lijnbaan, V., -banen.
Lijndraaier, M., -draaiers.
Lijnen, lijnde, heeft gelijnd.
Lijnkoek, M., -koeken.
Lijnmeel, O.
Lijnolie, V.
Lijnrecht.
Lijnslager, M., -slagers.
Lijnwaad, O., -waden.
Lijnzaad, O.
Lijs, M. en V., lijzen.
Lijst, V., lijsten. Lijstje, O., -jes.
Lijsten, lijstte, heeft gelijst.
Lijstenmaker, M., -makers.
Lijster, V., lijsters.
Lijsterbes, V., -bessen.
Lijsterboog, M., -bogen.
Lijstwerk, O.
Lijvig, lijviger, lijvigst.
Lijvigheid, V.
Lijwaarts.
Lijzeil, O., -zeilen en -zeils.
Lijzeilsra, V., -raas.
Lijzig, lijziger, lijzigst.
Lik, M., likken. Likje, O., -jes.
Likdoorn en Likdoren, M., -doorns en -dorens; -doorntje en -dorentje,
O., -jes.
Likdoornsnijder, M., -snijders.
Likeur, V., likeuren. Likeurtje, O., -jes.
Likeurglas, O., -glazen; -glaasje, O., -jes.
Likeurstoker, M., -stokers.
Likhout, O., -houten.
Likkebaard, M., -baarden.
Likkebaarden, likkebaardde, heeft gelikkebaard.
Likkebroer, M., -broers.
Likken en Lekken, likte en lekte, heeft gelikt en gelekt.
Likken (gladmaken), likte, heeft gelikt.
Likkepot, M., -potten; -potje, O., -jes.
Liksteen, M., -steenen.
Likstok, M., -stokken.
Lil, O.
Lila, O.
Lillen, lilde, heeft gelild.
Lillig, lilliger, lilligst.
Lilliputter, M., lilliputters.
Limiet, V., limieten.
Limietpaal, M., -palen.
Limoen, M., limoenen. Limoentje, O., -jes.
Limoensap, O.
Limonade, V., limonaden en limonades.
Limonadeglas, O., -glazen.
Linde, V., linden.
Lindeblad, O., -bladen en -bladeren; -blaadje, O., -blaadjes en
-bladertjes.
Lindebloesem, M.
Lindeboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.
Linden (bnw.).
Lindenhout, O.
Lindenlaan, V., -lanen.
Lineair.
Linguist, M., linguisten.
Linguistiek, V.
Liniaal, V. en O., linialen. Liniaaltje, O., -jes.
Linie, V., liniën en linies.
Linieeren, linieerde, heeft gelinieerd.
Linieerfabriek, V., -fabrieken.
Linieermachine, V., -machines.
Linieerpen, V., -pennen.
Linieschip, O., -schepen.
Linietroepen (mv.), M.
Link, V., linken.
Linkerarm, M., -armen.
Linkerbeen, O., -beenen.
Linkerhand, V., -handen.
Linkerkant, M.
Linkermouw, V., -mouwen.
Linkeroever, M.
Linkeroog, O., -oogen.
Linkeroor, O., -ooren.
Linkervleugel, M., -vleugels.
Linkervoet, M., -voeten.
Linkerzijde, V.
Links.
Linksaf.
Linksch, linkscher, meest linksch.
Linkschheid, V.
Linksom.
Linnen, O., linnens.
Linnen (bnw.).
Linnengoed, O.
Linnenjuffrouw, V., -juffrouwen.
Linnenkamer, V., -kamers.
Linnenkast, V., -kasten.
Linnenmeid, V., -meiden.
Linnennaaister, V., -naaisters.
Linnenpers, V., -persen.
Linnenwever, M., -wevers.
Lint, O., linten. Lintje, O., -jes.
Lintjesjager, M., -jagers.
Lintwinkel, M., -winkels.
Lintworm, M., -wormen.
Linze, V., linzen.
Linzeboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.
Linzenakker, M., -akkers.
Linzenmeel, O.
Linzensoep, V.
Lip, V., lippen. Lipje, O., -jes.
Lipbloemig.
Liplap, M., liplappen.
Lipletter, V., -letters.
Lippen, lipte, heeft gelipt.
Lippenpommade, V., -pommades.
Lippenzalf, V., -zalven; -zalfje, O., -jes.
Liquidatie, V., liquidatiën en liquidaties.
Liquideeren, liquideerde, heeft geliquideerd.
Lis en Lus, V., lissen en lussen. Lisje en lusje, O., -jes.
Lisch, O., lisschen.
Lischbloem, V., -bloemen.
Lispelen, lispelde, heeft gelispeld.
Lispen, lispte, heeft gelispt.
Lisper, M., lispers.
Lissen, liste, heeft gelist.
List, V., listen. Listje, O., -jes.
Listig, listiger, listigst.
Listigheid, V.
Listiglijk.
Litanie, V., litanieën.
Liter, M., liters.
Literarisch.
Literator, M., literatoren.
Literatuur, V., literaturen.
Literatuurgeschiedenis, V.
Literflesch, V., -flesschen.
Literglas, O., -glazen.
Lithograaf, M., lithografen.
Lithographeeren, lithographeerde, heeft gelithographeerd.
Lithographie, V., lithographieën.
Litteeken, O., -teekens en -teekenen. Litteekentje, O., -jes.
Liturgie, V., liturgieën.
Livrei, V., livreien.
Livreibediende, M., -bedienden.
Livreiknecht, M., -knechts.
Livreirok, M., -rokken.
Livret, O., livretten.
Lob, V., lobben. Lobbetje, O., -jes.
Lobberen, lobberde, heeft gelobberd.
Lobberig, lobberiger, lobberigst.
Lobbes, M., lobbesen.
Lobbig, lobbiger, lobbigst.
Loboor, M., -ooren.
Locaal (plaatselijk), locale.
Locaalspoorweg, M., -spoorwegen.
Locaaltrein, M., -treinen; -treintje, O., -jes.
Localiteit, V., localiteiten.
Locomobiel, V., locomobielen.
Locomotief, V., locomotieven.
Lodder, M., lodders.
Lodderen, lodderde, heeft gelodderd.
Lodderig, lodderiger, lodderigst.
Loeder, M., loeders.
Loef, V.
Loefbalk, M., -balken.
Loefboom, M., -boomen.
Loefgierig.
Loefhouder, M., -houders.
Loefwaarts.
Loefzijde, V.
Loeien, loeide, heeft geloeid.
Loensch.
Loep, V., loepen. Loepje, O., -jes.
Loer (lomperd), M., loeren.
Loer (het loeren), V.
Loeren, loerde, heeft geloerd.
Loeres, M., loeresen. Loeresje, O., -jes.
Loergat, O., -gaten.
Loeroogen, loeroogde, heeft geloeroogd.
Loerplaats, V., -plaatsen.
Loervogel, M., -vogels.
Loet, V., loeten.
Loeven, loefde, heeft en is geloefd.
Loevert en Loever (Te -).
Lof, M.
Lof, O. Zie Loof.
Lof (kerkwoord), O.
Lofdicht, O., -dichten.
Loffelijk, -lijker, -lijkst.
Lofgalm, M., -galmen.
Loflied, O., -liederen.
Lofpsalm, M., -psalmen.
Lofrede, V., -redenen.
Lofredenaar, M., -redenaars.
Lofspraak, V., -spraken.
Loftrompet, V., -trompetten.
Loftuiting, V., -tuitingen.
Lofwaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.
Lofwaardigheid, V.
Lofwerk, O.
Lofzang, M., -zangen.
Log, logger, logst.
Log, V., loggen.
Logarithme, V., logarithmen.
Logarithmentafel, V., -tafels.
Logboek, O., -boeken.
Loge, V., loges.
Logé, M. en V., logé's.
Logeabel.
Logeeren, logeerde, heeft gelogeerd.
Logeergast, M. en V., -gasten.
Logeerkamer, V., -kamers; -kamertje, O., -jes.
Logement, O., logementen. Logementje, O., -jes.
Logementhouder, M., -houders.
Logen, enz. Zie Leugen, enz.
Logenstraffen, logenstrafte, heeft gelogenstraft.
Loggen, logde, heeft gelogd.
Logger, M., loggers. Loggertje, O., -jes.
Loggerschip, O., -schepen.
Logglas, O., -glazen.
Logheid, V.
Logica, V.
Logies, O.
Logisch.
Loglijn, V., -lijnen.
Logplankje, O., -plankjes.
Lok, V., lokken. Lokje, O., -jes.
Lokaal (vertrek), O., lokalen. Lokaaltje, O., -jes.
Lokaalhuur, V.
Lokaas, O.
Lokbrood, O. Lokbroodje, O., -jes.
Lokduif, V., -duiven.
Lokeend, V., -eenden.
Loket, O., loketten. Loketje, O., -jes.
Loketkast, V., -kasten.
Lokfluitje, O., -jes.
Lokken, lokte, heeft gelokt.
Lokkig, lokkiger, lokkigst.
Lokmees, V., -meezen.
Lokspijs, V., -spijzen.
Lokvink, M., -vinken.
Lokvogel, M., -vogels.
Lol, V. Lolletje, O., -jes.
Lollen, lolde, heeft gelold.
Lollepot, M., -potten.
Loller, M., lollers.
Lombard en Lomberd. Zie Lommerd.
Lombarden en Lomberden. Zie Lommerden.
Lommer, O.
Lommerd (ook Lomberd en Lombard), M., lommerds.
Lommerdbriefje, O., -jes.
Lommerden (ook Lomberden en Lombarden), lommerde, heeft gelommerd.
Lommeren, lommerde, heeft gelommerd.
Lommerig, lommeriger, lommerigst.
Lomp, V., lompen. Lompje, O., -jes.
Lomp, lomper, lompst.
Lompenbak, M., -bakken.
Lompengaarder, M., -gaarders.
Lompenkoopman, M., -kooplieden.
Lompenkramer, M., -kramers.
Lompenmand, V., -manden.
Lompenpakhuis, O., -pakhuizen.
Lompenschuur, V., -schuren.
Lompenzak, M., -zakken.
Lompenzolder, M., -zolders.
Lomperd, M., lomperds. Lomperdje, O., -jes.
Lompheid, V., -heden.
Lompigheid, V., -heden.
Long, V., longen. Longetje, O., -jes.
Longengymnastiek, V.
Longontsteking, V., -ontstekingen.
Longtering, V.
Longziekte, V., -ziekten.
Lonk, M., lonken. Lonkje, O., -jes.
Lonken, lonkte, heeft gelonkt.
Lonker, M., lonkers.
Lont, V., lonten. Lontje, O., -jes.
Loochenaar, M., loochenaars en loochenaren.
Loochenen, loochende, heeft geloochend.
Loochening, V., loocheningen.
Lood (metaal), O.
Lood (gewicht), O., looden. Loodje, O., -jes.
Loodachtig, -achtiger, -achtigst.
Loodazijn, M.
Loodboom, M., -boomen.
Looden (bnw.).
Looden, loodde, heeft gelood.
Loodgieter, M., -gieters.
Loodgieterij, V., -gieterijen.
Loodglans, O.
Loodglit, O.
Loodhoudend.
Looding, V., loodingen.
Loodkleur, V.
Loodkleurig.
Loodkoliek, V.
Loodlijn, V., -lijnen; -lijntje, O., -jes.
Loodoxyde, O.
Loodrecht.
Loods (persoon), M., loodsen.
Loods (houten gebouw), V., loodsen. Loodsje, O., -jes.
Loodsen, loodste, heeft geloodst.
Loodsgeld, O., -gelden.
Loodskotter, M., -kotters.
Loodsmannetje, O., -mannetjes.
Loodsmansboot, V., -booten.
Loodsmanswater, O., -waters.
Loodsuiker, V.
Loodswezen, O.
Loodvergiftiging, V.
Loodwit, O.
Loodwitfabriek, V., -fabrieken.
Loodwitfabrikant, M., -fabrikanten.
Loodwitmolen, M., -molens.
Loodzwaar.
Loof en Lof, O.
Loofdak, O., -daken.
Loofhut, V., -hutten.
Loofhuttenfeest, O., -feesten.
Loofhuttenzetting, V.
Loofrijk, -rijker, -rijkst.
Loofwerk, O.
Loog, V.
Loogasch, V.
Loogbak, M., -bakken.
Loogdoek, M., -doeken.
Loogen, loogde, heeft geloogd.
Looging, V., loogingen.
Loogkuip, V., -kuipen.
Loogwater, O.
Loogzout, O., -zouten.
Looi, V.
Looien, looide, heeft gelooid.
Looier, M., looiers.
Looierij, V., looierijen.
Looierskalk, V.
Looiersmes, O., -messen.
Looikuip, V., -kuipen.
Looistof, V.
Looizuur, O.
Look, O.
Looksaus, V., -sausen.
Loom, loomer, loomst.
Loomheid, V.
Loomig, loomiger, loomigst.
Loomigheid, V.
Loon, O., loonen. Loontje, O.
Loondienaar, M., -dienaars.
Loonen, loonde, heeft geloond.
Loonkiezer, M., -kiezers.
Loonstandaard, M.
Loonsverhooging, V., -verhoogingen.
Loontrekkend.
Loontrekker, M., -trekkers.
Loop, M., loopen. Loopje, O., -jes.
Loopbaan, V., -banen.
Loopbrug, V., -bruggen.
Loopen, liep, heeft en is geloopen.
Looper, M., loopers. Loopertje, O., -jes.
Loopgraaf, V., -graven.
Loopjongen, M., -jongens.
Loopkraan, V., -kranen.
Loopmeisje, O., -jes.
Loopplaats, V., -plaatsen.
Loopplank, V., -planken.
Loopsch.
Loopschheid, V.
Loopstag, O., -stagen.
Loopstrijd, M., -strijden.
Loopveld, O., -velden.
Loopwagen, M., -wagens.
Loos (touw), V., loozen.
Loos (listig), loozer, loost.
Loos (ledig), looze.
Loosheid, V., -heden.
Loospijp, V., -pijpen.
Loot, V., loten. Lootje, O., -jes.
Loover, O.
Loovertje (blaadje klatergoud, enz.), O., -jes.
Loozen, loosde, heeft geloosd.
Loozing, V., loozingen. Loozinkje, O., -jes.
Lor, V., lorren. Lorretje, O., -jes.
Lord, M., lords.
Lording, V., lordings.
Lorgneeren, lorgneerde, heeft gelorgneerd.
Lorgnet, O., lorgnetten. Lorgnetje, O., -jes.
Lorgnon, O., lorgnons.
Lorkeboom, M., -boomen.
Lorren, lorde, heeft gelord.
Lorrendraaien, lorrendraaide, heeft gelorrendraaid.
Lorrendraaier, M., -draaiers.
Lorrendraaierij, V., -draaierijen.
Lorretje (papegaai), O., -jes.
Lorrewerk, O.
Lorrie, V., lorries.
Lorrig, lorriger, lorrigst.
Los (lynx), M., lossen.
Los, losser.
Losbaar, -bare.
Losbak, M., -bakken.
Losbandig, -bandiger, -bandigst.
Losbandigheid, V., -heden.
Losbarsten en Losbersten, barstte los, is losgebarsten; ook borst los,
is losgeborsten.
Losbarsting, V., -barstingen.
Losbersten. Zie Losbarsten.
Losbinden, bond los, heeft losgebonden.
Losblijven, bleef los, bleven los, is losgebleven.
Losbol, M., -bollen; -bolletje, O., -jes.
Losbranden, brandde los, heeft en is losgebrand.
Losbreken, brak los, braken los, heeft en is losgebroken.
Losceel, V., -ceelen.
Losdag, M., -dagen.
Losdooien, dooide los, is losgedooid.
Losdraaien, draaide los, heeft losgedraaid.
Losdrukken, drukte los, heeft losgedrukt.
Losgaan, gaat los, ging los, is losgegaan.
Losgeld, O., -gelden.
Losgespen, gespte los, heeft losgegespt.
Losgooien, gooide los, heeft losgegooid.
Losgraven, groef los, groeven los, heeft losgegraven.
Losgrendelen, grendelde los, heeft losgegrendeld.
Loshaken, haakte los, heeft losgehaakt.
Loshakken, hakte los, heeft losgehakt.
Loshangen, hing los, heeft losgehangen.
Losheid, V., -heden.
Loshoofd, M. en V., -hoofden.
Loshoofdig, -hoofdiger, -hoofdigst.
Losjes.
Loskade, V., -kaden.
Losknippen, knipte los, heeft losgeknipt.
Losknoopen, knoopte los, heeft losgeknoopt.
Loskomen, komt los, kwam los, kwamen los, is losgekomen.
Loskoopen, kocht los, heeft losgekocht.
Loskrijgen, kreeg los, kregen los, heeft losgekregen.
Loslaten, liet los, heeft losgelaten.
Loslating, V.
Loslijvig, -lijviger, -lijvigst.
Loslijvigheid, V.
Losloopen, liep los, heeft en is losgeloopen.
Losmaken, maakte los, heeft losgemaakt.
Losplaats, V., -plaatsen.
Losprijs, M., -prijzen.
Losraken, raakte los, is losgeraakt.
Losrente, V., -renten.
Losrijgen, reeg los, regen los, heeft losgeregen.
Losrukken, rukte los, heeft losgerukt.
Losscheuren, scheurde los, heeft en is losgescheurd.
Losschieten, schoot los, schoten los, is losgeschoten.
Losschroeven, schroefde los, heeft losgeschroefd.
Lossen, loste, heeft gelost.
Losser, M., lossers.
Lossigheid, V., -heden.
Lossing, V., lossingen.
Losslaan, slaat los, sloeg los, heeft en is losgeslagen.
Lossmijten, smeet los, smeten los, heeft losgesmeten.
Lossnijden, sneed los, sneden los, heeft losgesneden.
Losspelden, speldde los, heeft losgespeld.
Losspil, O., -spillen.
Losspringen, sprong los, is losgesprongen.
Losstaan, staat los, stond los, heeft losgestaan.
Losstrikken, strikte los, heeft losgestrikt.
Lostarnen, tarnde los, heeft losgetarnd.
Lostornen. Zie Lostarnen.
Lostrekken, trok los, trokken los, heeft losgetrokken.
Losvliegen, vloog los, vlogen los, is losgevlogen.
Loswaaien, waaide los, is losgewaaid; ook woei los, woeien los.
Losweeken, weekte los, heeft en is losgeweekt.
Loswringen, wrong los, heeft losgewrongen.
Loswroeten, wroette los, heeft losgewroet.
Loszagen, zaagde los, heeft losgezaagd.
Loszinnig, -zinniger, -zinnigst.
Loszinnigheid, V., -heden.
Loszitten, zat los, zaten los, heeft losgezeten.
Lot (in de loterij). O., loten. Lotje en lootje, O., lootjes.
Lot (levenstoestand), O.
Lot (scheut), O., loten. Lootje, O., -jes.
Lotbus, V., -bussen.
Loteling, M., lotelingen.
Loten, lootte, heeft geloot.
Loterij, V., loterijen. Loterijtje, O., -jes.
Loterijbriefje, O., -briefjes.
Loterijjood, M., -joden.
Loterijkantoor, O., -kantoren.
Loterijlijst, V., -lijsten.
Loterijzaal, V.
Lotgemeen.
Lotgenoot, M., -genooten.
Lotgenoote, V., -genooten.
Lotgeval, O., -gevallen.
Loting, V., lotingen.
Lotsbedeeling, V., -bedeelingen.
Lotsbestel, O.
Lotsverbetering, V.
Lotsverwisseling, V., -verwisselingen.
Lotto, O., lotto's.
Lottospel, O.
Lotus, M., lotussen.
Lotusbloem, V., -bloemen.
Loupe (vergrootglas), V., loupen.
Louter, louterder, louterst.
Louteraar, M, louteraars.