Louterheid, V.
Loutering, V., louteringen.
Louterpan, V., -pannen.
Louterstal, M.
Loutertrog, M., -troggen.
Louw, V., louwen. Louwtje, O., -jes.
Louwmaand, V.
Loven, loofde, heeft geloofd.
Loyaal, loyaler, loyaalst.
Loyaliteit, V.
Lub en Lubbe, V., lubben.
Lubben, lubde, heeft gelubd.
Lubbing, V., lubbingen.
Lubmes, O., -messen.
Lucht, V., luchten. Luchtje, O., -jes.
Luchtbal, M., -ballen.
Luchtballon, M., -ballons.
Luchtband, M., -banden.
Luchtbel, V., -bellen.
Luchtbol, M., -bollen.
Luchtdicht.
Luchtdruk, M.
Luchten, luchtte, heeft gelucht.
Luchter, M., luchters.
Luchtgat, O., -gaten; -gaatje, O., -jes.
Luchthart, M. en V., -harten.
Luchthartig, -hartiger, -hartigst.
Luchthartigheid, V.
Luchtig, luchtiger, luchtigst.
Luchtigheid, V.
Luchtigjes.
Luchtkasteel, O., -kasteelen.
Luchtkolom, V., -kolommen.
Luchtkuur, V., -kuren.
Luchtledig.
Luchtledig, O.
Luchtpijp, V., -pijpen.
Luchtpomp, V., -pompen.
Luchtreis, V., -reizen.
Luchtreiziger, M., -reizigers.
Luchtruim, O.
Luchtschipper, M., -schippers.
Luchtsgesteldheid, V.
Luchtsoort, V., -soorten.
Luchtspiegeling, V., -spiegelingen.
Luchtstreek, V., -streken.
Luchtverschijnsel, O., -verschijnselen.
Luchtverversching, V.
Lucifer, M., lucifers. Lucifertje, O., -jes.
Lucifersdoosje, O., -jes.
Lucifersfabriek, V., -fabrieken.
Luciferskop, M., -koppen.
Lucratief, lucratiever, lucratiefst.
Lui (lieden), mv., M. Luitjes, mv., O.
Lui, luier, luist.
Luiaard, M., luiaards.
Luibak, M. en V., -bakken.
Luibakken, luibakte, heeft geluibakt.
Luibuis, M., -buizen.
Luibuizen, luibuisde, heeft geluibuisd.
Luid (Naar - van).
Luid, luider, luidst.
Luiden (ook Luien), luidde en luide, heeft geluid.
Luider (ook Luier), M., luiders en luiers.
Luidkeels.
Luidruchtig, -ruchtiger, -ruchtigst.
Luidruchtigheid, V.
Luien, enz. Zie Luiden, enz.
Luier, V., luiers. Luiertje, O., -jes.
Luieren, luierde, heeft geluierd.
Luiermand, V., -manden.
Luifel, V., luifels. Luifeltje, O., -jes.
Luiheid, V.
Luik, O., luiken. Luikje, O., -jes.
Luiken, look, loken, heeft geloken.
Luikerwaal, M., -walen.
Luilak, M. en V., luilakken.
Luilakken, luilakte, heeft geluilakt.
Luilekkerland, O.
Luim, V., luimen. Luimpje, O., -jes.
Luimen, luimde, heeft geluimd.
Luimig, luimiger, luimigst.
Luimigheid, V.
Luip, M., luipen.
Luipaard, M., luipaarden. Luipaardje, O., -jes.
Luipen, luipte, heeft geluipt.
Luiperd, M., luiperds.
Luis, V., luizen. Luisje, O., -jes.
Luishark (persoon), M., -harken.
Luister, M.
Luisteraar, M., luisteraars.
Luisteraarster, V., luisteraarsters.
Luisteren, luisterde, heeft geluisterd.
Luisterrijk, -rijker, -rijkst.
Luistervink, M. en V., -vinken.
Luit, V., luiten.
Luitenant, M., luitenants. Luitenantje, O., -jes.
Luitenant-adjudant, M., luitenants-adjudanten.
Luitenant-admiraal, M., luitenant-admiraals.
Luitenant-generaal, M., luitenant-generaals.
Luitenant-ingenieur, M., luitenants-ingenieurs.
Luitenant-kolonel, M., luitenant-kolonels.
Luitenantstraktement, O., -traktementen; -traktementje, O., -jes.
Luiwagen, M., -wagens.
Luiwammes, M., -wammesen.
Luiwijvengoed, O.
Luizen, luisde, heeft geluisd.
Luizenmarkt, V., -markten.
Luizenzalf, V.
Luizig, luiziger, luizigst.
Luk, O. Lukje, O., -jes.
Lukken, lukte, is gelukt.
Lukraak.
Lul (stagzeil), M., lullen.
Lul (pijp), V., lullen. Lulletje, O., -jes.
Lullen, lulde, heeft geluld.
Lullepijp, V., -pijpen.
Lumieren, O.
Lumineus, lumineuzer.
Lumme, V., lummen.
Lummel, M., lummels.
Lummelachtig, -achtiger, -achtigst.
Lummelachtigheid, V.
Lummelen, lummelde, heeft gelummeld.
Lummelig, lummeliger, lummeligst.
Lummerharst, M., -harsten.
Lummerstuk, O., -stukken.
Lunderen, lunderde, heeft gelunderd.
Lunet, V., lunetten.
Luns, V., lunzen. Lunsje, O., -jes.
Lunteren, lunterde, heeft gelunterd.
Lunzen, lunsde, heeft gelunsd.
Lurf, V., lurven.
Lurken, lurkte, heeft gelurkt.
Lus. Zie Lis.
Lust, M., lusten. Lustje, O., -jes.
Lusteloos, -loozer.
Lusteloosheid, V.
Lusten, lustte, heeft gelust.
Lusthof, M., -hoven.
Lustig, lustiger, lustigst.
Lustigheid, V.
Lustoord, O., -oorden.
Lustprieel, O., -prieelen.
Lustre, O.
Lustrum, O., lustra.
Lustrumfeest, O., -feesten.
Lustwarande, V., -waranden.
Lutheraan, M., Lutheranen.
Luthersch.
Lutje, O.
Luttel (bijw.).
Luttel, O.
Luur, V., luren. Luurtje, O., -jes.
Luw, luwer, luwst.
Luwen, luwde, heeft en is geluwd.
Luwte, V., luwten.
Luxe, V.
Luxe-artikel, O., -artikelen.
Luxe-trein, M.
Luxueus, luxueuze.
Lyceum, O., lycea.
Lynx, M., lynxen.
Lyriek, V.
Lyrisch.
Lyrisme, O.
M
M, V., m's.
Ma. Zie Mama.
Maag (bloedverwant), M. en V., magen.
Maag (lichaamsdeel), V., magen. Maagje, O., -jes.
Maagbitter, O.
Maagd, V., maagden.
Maagdelijk.
Maagdelijkheid, V.
Maagdelijn, O., maagdelijns.
Maagdenblos, M.
Maagdenhart, O., -harten.
Maagdenpalm, V., -palmen.
Maagdenpeer, V., -peren.
Maagdenrei, M., -reien.
Maagdenroof, M.
Maagdenschennis, V.
Maagdenwas, O.
Maagdevlies, O., -vliezen.
Maagdom, M.
Maagkanker, M.
Maagkramp, V., -krampen.
Maagkwaal, V., -kwalen.
Maagpijn, V., -pijnen.
Maagpomp, V., -pompen.
Maagsap, O.
Maagschap (magen), V.; (vermaagschapping), O.
Maagstreek, V.
Maaien, maaide, heeft gemaaid.
Maaier, M., maaiers.
Maaigeld, O.
Maaiing, V., maaiingen.
Maailand, O.
Maailoon, O., -loonen.
Maaitijd, M.
Maaiveld, O., -velden.
Maaivoet, M. en V., -voeten.
Maaivoeten, maaivoette, heeft gemaaivoet.
Maaiweder en -weer, O.
Maak, V. (In de maak).
Maakloon, O., -loonen.
Maaksel, O. Maakseltje, O., -jes.
Maakster, V., maaksters.
Maal (keer), V., malen.
Maal (kofferzak), V., malen.
Maal (maaltijd), O., malen. Maaltje, O., -jes.
Maalfeest, O., -feesten.
Maalgeld, O.
Maalloon, O., -loonen.
Maalsteen, M., -steenen.
Maalstok, M., -stokken.
Maalstroom, M., -stroomen.
Maaltand, M., -tanden.
Maaltijd (maal), M., -tijden.
Maaltijd (eener suikerfabriek), M.
Maalzolder, M., -zolders.
Maan (hemellichaam), V., manen. Maantje, O., -jes.
Maanbewoner, M., -bewoners.
Maanbrief, M., -brieven.
Maand, V., maanden. Maandje, O., -jes.
Maandag, M., -dagen.
Maandaghouder, M., -houders.
Maandagsch.
Maandblad, O., -bladen.
Maandbloeiers (mv.), M.
Maandelijks (bijw.).
Maandelijksch (bnw.).
Maandgeld, O., -gelden.
Maandkaart, V., -kaarten.
Maandkamer, V., -kamers.
Maandpaard, O., -paarden.
Maandroos, V., -rozen.
Maandschrift, O., -schriften.
Maandstaat, M., -staten.
Maandstond, M., -stonden.
Maaneclips, V., -eclipsen.
Maanjaar, O., -jaren.
Maankop (kop of zaadhuisje), M.; (de plant), V., -koppen;
(slaapmiddel), O.
Maanlicht, O.
Maansverduistering, V., -verduisteringen.
Maanziek, -zieker, -ziekst.
Maanziekte, V.
Maar.
Maar. Zie Mare.
Maarschalk, M., -schalken.
Maarschalksstaf, M., -staven.
Maarschalkstafel, V., -tafels.
Maart, M.
Maartsch.
Maas (rivier), V.
Maas (van een net), V., mazen. Maasje, O., -jes.
Maasbal, M., -ballen.
Maasmand, V.; -mandje, O.
Maat (makker), M., maats. Maatje, O., -jes.
Maat (van meten), V., maten. Maatje, O., -jes.
Maatflesch, V., -flesschen.
Maatgevoel, O.
Maatglas, O., -glazen; -glaasje, O., -jes.
Maathouden, O.
Maatjesharing, V.
Maatjespeer, V., -peren.
Maatregel, M., -regelen en -regels.
Maatschap, V., -schappen.
Maatschappelijk.
Maatschappij, V., maatschappijen.
Maatstaf, M., -staven.
Maatstok, M., -stokken.
Maatstreep, V., -strepen.
Maatvast, -vaster.
Maatverdeeling, V., -verdeelingen.
Macadamweg, M., -wegen.
Macaroni, V.
Macaroni-schoteltje, O., -schoteltjes.
Macchiavellisme, O.
Macedoine, V., macedoines.
Machinaal, machinale.
Machine, V., machines.
Machinekamer, V., -kamers.
Machinekamer-behoeften (mv.), V.
Machine-olie, V.
Machinerie, V., machinerieën.
Machinist, M., machinisten.
Machinistenschool, V., -scholen.
Macht, V., machten.
Machteloos, -loozer.
Machteloosheid, V.
Machthebbende, M. en V., -hebbenden.
Machthebber, M., -hebbers.
Machtig, machtiger, machtigst.
Machtigen, machtigde, heeft gemachtigd.
Machtiging, V., machtigingen.
Machtsaanwijzer, M., -aanwijzers.
Machtsbetoon, O.
Machtsoefening, V., -oefeningen.
Machtsontwikkeling, V.
Machtspreuk, V., -spreuken.
Machtsverheffing, V., -verheffingen.
Machtsvertoon, O.
Mad, O.
Made, V., maden.
Madelief, V., madelieven. Madeliefje, O., -jes.
Madera, V.
Maderakaraf, V., -karaffen.
Madonna, V., madonna's.
Madonnabeeld, O., -beelden.
Madrigaal, O., madrigalen.
Maecenas, M., Maecenaten.
Maestro, M., maestro's.
Maf, maffer, mafst.
Maf (geldstuk), M., maffen. Mafje, O., -jes.
Mafheid, V.
Magazijn, O., magazijnen. Magazijntje, O., -jes.
Magazijngeweer, O., -geweren.
Magazijnhouder, M., -houders.
Magazijnmeester, M., -meesters.
Magazijnvuur, O.
Mager, magerder, magerst.
Mageren, magerde, is gemagerd.
Magerheid, V.
Magerte, V.
Magertjes.
Magisch.
Magistraat, M., magistraten.
Magistraatspersoon, M., -personen.
Magistratuur, V.
Magnaat, M., magnaten.
Magneet, M., magneten.
Magneetkracht, V.
Magneetnaald, V., -naalden.
Magnesia, V.
Magnesium, O.
Magnesiumlicht, O.
Magnetisch.
Magnetiseeren, magnetiseerde, heeft gemagnetiseerd.
Magnetiseur, M., magnetiseurs.
Magnetisme, O.
Magyaar, M., Magyaren.
Mahomedaan, M., Mahomedanen.
Mahomedaansch.
Mahoniehout, O.
Mahoniehouten (bnw.).
Mail, V., mails.
Mailboot, V., -booten.
Mailbrief, M., -brieven.
Mailcourant, V., -couranten.
Mail-editie, V., -edities.
Mailpapier, O.
Mailsluiting, V.
Mainteneeren, mainteneerde, heeft gemainteneerd. Zie ook Mentineeren.
Maïs, V.
Maïsoogst, M.
Majesteit, V., majesteiten.
Majesteitsschennis, V.
Majestueus, -euze.
Majolica, O.
Majoor, M., majoors.
Majoor-ingenieur, M., majoors-ingenieurs.
Majoraat, O., majoraten.
Mak, makker, makst.
Makelaar (persoon en zaak), M., makelaars en makelaren. Makelaartje,
O., -jes.
Makelaardij, V.
Makelaarschap, O.
Makelaarsloon, O.
Makelaarsprovisie, V.
Makelarij, V., makelarijen.
Makelen, makelde, heeft gemakeld.
Makelij, V.
Maken, maakte, heeft gemaakt.
Maker, M., makers.
Makheid, V.
Making, V., makingen.
Makkelijk, -lijker, -lijkst.
Makker, M., makkers. Makkertje, O., -jes.
Makreel, M., makreelen. Makreeltje, O., -jes.
Makrol, V., makrollen. Makrolletje, O., -jes.
Mal (vorm), M., mallen. Malletje, O., -jes.
Mal, maller, malst.
Malachiet, O.
Malaria, V.
Malaria-bacil, M., -bacillen.
Malaria-mug, V., -muggen.
Malder en Maller (werkman), M., malders en mallers.
Malder (maat), O., malders.
Maleier, M., Maleiers.
Maleisch.
Maleisch, O.
Malen (fijnmaken), maalde, heeft gemalen.
Malen (schilderen), maalde, heeft gemaald.
Malen (lastig zijn), maalde, heeft gemaald.
Maler, M., malers.
Malerij, V., malerijen.
Malheid, V., -heden.
Malicieus, malicieuzer.
Malie (ring en nestel), V., maliën en malies.
Malie (kolf), V., maliën en malies.
Maliebaan, V., -banen.
Maliën, maliede, heeft gemalied.
Maliënkolder, M., -kolders.
Malieveld, O., -velden.
Maling, V.
Malkaar (_afbreken_ malk-aar).
Malkander, (_afbreken_ malk-ander).
Malkruid, O.
Mallejan, M., -jans.
Mallemolen, M., -molens.
Mallen, malde, heeft gemald.
Mallepraat, M.
Malligheid, V., -heden.
Malloot (vrouwmensch), V., malloten.
Mallote (steenklaver), V.
Malsch, malscher, malscht.
Malschheid, V., -heden.
Malteezer, M., Malteezers.
Maltentig, maltentiger, maltentigst.
Maltentigheid, V.
Malthusianisme, O.
Maluwe, V.
Malve, V., malven.
Malversatie, V., malversatiën.
Malvezij, V.
Malzolder, M., -zolders.
Mam, V., mammen. Mammetje, O., -jes.
Mama en Ma, V., mama's en ma's. Mamaatje en maatje, O., -jes.
Mamiering, V., mamieringen en mamierings.
Mammekenskruid, O.
Mammeluk, M., Mammelukken.
Mammen, mamde, heeft gemamd.
Mammon, M.
Man, M., mannen en mans. Mannetje, O., -jes; ook manneken en manneke,
O., mannekens en mannekes.
Manachtig, -achtiger, -achtigst.
Manbaar, -bare.
Manbaarheid, V.
Manchet, V., manchetten. Manchetje, O., -jes.
Manchetknoop, M., -knoopen; -knoopje, O., -jes.
Manco, O.
Mand, V., manden. Mandje, O., -jes.
Mandaat, O., mandaten.
Mandarijn, M., mandarijnen.
Mandarijntje, O., mandarijntjes.
Mandataris, M., mandatarissen.
Mandement, O., mandementen.
Manden, mandde, heeft gemand.
Mandenmaken, O.
Mandenmaker, M., -makers.
Mandenwinkel, M., -winkels.
Mandewagen, M., -wagens; -wagentje, O., -jes.
Mandewerk, O.
Mandewerker, M., -werkers.
Mandjeskoop, M., -koopen.
Mandoline, V., mandolines.
Mandragora, V.
Mandril, M., mandrils.
Mandvol, V. (mv. manden vol).
Manege, V., maneges.
Manegepaard, O., -paarden.
Manen (haren), mv., V.
Manen, maande, heeft gemaand.
Maner, M., maners.
Maneschijn, M., -schijntje, O.
Mangaan, O.
Mangat en Mannegat, O., -gaten.
Mangel (werktuig), M., mangels. Mangeltje, O., -jes.
Mangel (gebrek), O.
Mangelbord, O., -borden.
Mangelen (gladmaken), mangelde, heeft gemangeld.
Mangelen (ontbreken), mangelde, heeft gemangeld.
Mangelgeld, O.
Mangelgoed, O.
Mangelkamer, V., -kamers.
Mangelrol, V., -rollen.
Mangelvrouw, V., -vrouwen.
Mangelwortel, M., -wortels.
Manhaftig, -haftiger, -haftigst.
Manhaftigheid, V.
Manheid, V.
Manier, V., manieren.
Manifest, O., manifesten.
Manifestatie, V., manifestaties en manifestatiën.
Manilla, V., manilla's.
Manilla-sigaar, V., -sigaren.
Manille, V., manilles.
Maning, V., maningen.
Mank, manker, mankst.
Mankeeren, mankeerde, heeft gemankeerd.
Mankement, O., mankementen. Mankementje, O., -jes.
Mankheid, V.
Mankpoot, M. en V., -pooten.
Manlief.
Manlijk en Mannelijk, -lijker, -lijkst.
Manlijkheid, V.
Manmoedig, -moediger, -moedigst.
Manmoedigheid, V.
Manna, O.
Mannen, mande, heeft gemand.
Mannenhuis, O., -huizen.
Mannenklooster, O., -kloosters.
Mannenkoor, O., -koren.
Mannenkracht, V.
Mannenmoed, M.
Mannenstem, V., -stemmen.
Mannentaal, V.
Mannenzaal, V., -zalen.
Mannenzangvereeniging, V., -vereenigingen.
Mannetjes. De diernamen, met mannetjes verbonden, als samenstellingen
aaneen te schrijven, b. v. mannetjeseend, mannetjesvink enz.
Mannetjesboon, V., -boonen.
Mannetjesnoot, V., -noten.
Mannin, V., manninnen.
Manoeuvre, V., manoeuvres.
Manoeuvreeren, manoeuvreerde, heeft gemanoeuvreerd.
Manometer, M., -meters.
Mans (Mans genoeg).
Mansbloed, O.
Manschap (bemanning), V.
Manschappen (mv.), V.
Manshemd, O., -hemden.
Manshoed, M., -hoeden.
Manshoofd, O.
Manshoogte, V.
Manskerel, M., -kerels.
Manskleed, O., -kleederen en -kleeren.
Manskleermaker, M., -kleermakers.
Manslaars, V., -laarzen.
Manslag, M., -slagen.
Manslengte, V.
Mansmoeder, V.
Mansnaam, M., -namen.
Manspersoon, O., -personen.
Mantel (kleedingstuk), M., mantels. Manteltje, O., -jes.
Mantel (takel), M., mantels.
Mantelen, mantelde, heeft gemanteld.
Manteling, V., mantelingen.
Manteljas, V., -jassen.
Mantelmagazijn, O., -magazijnen.
Mantelstof, V., -stoffen.
Mantelzak, M., -zakken.
Mantille, V., mantilles.
Manuaal, O., manualen.
Manufacturen (mv.), V.
Manufacturier, M., manufacturiers.
Manufactuurwinkel, M., -winkels.
Manuscript, O., manuscripten.
Manvolk, O.
Manwijf, O., -wijven.
Manziek, -zieker, -ziekst.
Maraskijn, M. Maraskijntje, O.
Marcheeren, marcheerde, heeft en is gemarcheerd.
Marconist, M., marconisten.
Mare en Maar (tijding), V., maren.
Marechaussee (politie), V.; (persoon), M., marechaussees. In de eerste
bet. ook Maréchaussée.
Margarine, V.
Margarineboter, V.
Mariabeeld, O., -beelden.
Maria-Boodschap, V.
Mariadag, M., -dagen.
Mariadienst, M.
Maria-Geboorte, V.
Marialied, O., -liederen.
Mariavereering, V.
Marine, V.
Marineblauw, O.
Marineeren, marineerde, heeft gemarineerd.
Marine-officier, M., -officieren.
Marinewerf, V., -werven.
Marinier, M., mariniers.
Mariniersbak, M.
Marinierskazerne, V., -kazernes.
Mariolein en Marjolein, V.
Marionet, V., marionetten.
Marionettenspel, O., -spellen.
Maritiem, maritieme.
Mark (landstreek), V., marken.
Mark (geldstuk), V., marken.
Mark (gewicht), O., marken.
Markegrond, M., -gronden. Ook Markgrond.
Marketentster, V., marketentsters. Marketentstertje, O., -jes.
Marketentstersvaatje, O., -jes.
Markeur, M., markeurs.
Markgenoot, M., -genooten.
Markgraaf, M., -graven.
Markgravin, V., -gravinnen.
Markies, M., markiezen.
Markiezaat. O., -aten.
Markiezin, V., markiezinnen.
Markje, O., -jes.
Markt, V., markten.
Marktbericht, O., -berichten.
Marktdag, M., -dagen.
Markten, marktte, heeft gemarkt.
Marktganger, M., -gangers.
Marktgangster, V., -gangsters.
Marktgeld, O.
Marktmeester, M., -meesters.
Marktplaats, V., -plaatsen.
Marktplein, O., -pleinen.
Marktpolitie, V.
Marktprijs, M., -prijzen.
Marktrecht, O., -rechten.
Marktschip, O., -schepen.
Marktvlek, O., -vlekken.
Marktwaar, V., -waren.
Marlen, marlde, heeft gemarld.
Marlijn, V., marlijnen.
Marling, V., marlingen.
Marlpriem, M., -priemen.
Marlreep, M., -reepen.
Marltouw, O.
Marmel, M., marmels.
Marmelade, V., marmeladen en marmelades.
Marmeladepotje, O., -potjes.
Marmelen, marmelde, heeft gemarmeld.
Marmer, O., marmers.
Marmeren (bnw.).
Marmeren, marmerde, heeft gemarmerd.
Marmergroeve, V., -groeven.
Marmerkleur, V.
Marmerzaag, V., -zagen.
Marmot, V., marmotten. Marmotje, O., -jes.
Marmottenhok, O., -hokken.
Marmottevel, O., -vellen.
Marokijn, O.
Marokijnen (bnw.).
Marren, marde, heeft gemard.
Mars, V., marsen. Marsje, O., -jes.
Marsch (tusschenw.).
Marsch, M., marschen.
Marschroute, V.
Marschtenue, V.
Marschvaardig.
Marsepein, V. en O., marsepeinen. Marsepeintje, O., -jes.
Marsepeinen (bnw.).
Marsiliaan (vaartuig), M., marsilianen.
Marskramer, M., -kramers.
Marslantaarn, V., -lantaarns.
Marszeil, O., -zeilen en -zeils.
Martelaar, M., martelaren en martelaars. Martelaartje, O., -jes.
Martelaarsboek, O., -boeken.
Martelaarschap, O.
Martelaarskroon, V., -kronen.
Martelares, V., martelaressen.
Marteldood, M.
Martelen, martelde, heeft gemarteld.
Marteling, V., martelingen.
Martelkroon, V., -kronen.
Marteltuig, O., -tuigen.
Marter (dier), M., marters; (bont), O. Martertje, O., -jes.
Martiaal, martialer, martiaalst.
Maskeeren (verbergen), maskeerde, heeft gemaskeerd.
Masker, O., maskers. Maskertje, O., -jes.
Maskerade, V., maskeraden.
Maskeradefeest, O., -feesten.
Maskeradepak, O., -pakken.
Maskeren (vermommen), maskerde, heeft gemaskerd.
Massa, V., massa's.
Massaal, massale.
Massage, V.
Masseeren, masseerde, heeft gemasseerd.
Masseur, M., masseurs.
Masseuse, V., masseuses.
Massief, massiever, massiefst.
Mast, M., masten. Mastje, O., -jes.
Mastboom, M., -boomen.
Mastbosch, O., -bosschen.
Masteluin, O. of M., masteluinen. Masteluintje, O., -jes.
Masteluinen (bnw.).
Masten, mastte, heeft gemast.
Mastenmaker, M., -makers.
Mastenmakerij, V., -makerijen.
Mastik, M.
Mastklimmen, O.
Mastkoker, M., -kokers.
Mat (geldstuk), M., matten.
Mat (vlechtwerk), V., matten. Matje, O., -jes.
Mat (landmaat), O. Zie Mad.
Mat, matter, matst.
Matador, M., matadors.
Mateloos, -looze.
Materiaal, O., materialen.
Materialisme, O.
Materialist, M., materialisten.
Materie, V., materiën en materies.
Materieel, materieeler, materieelst.
Matglas, O.
Matglazen (bnw.).
Matheid, V.
Mathematicus, M., mathematici.
Mathematisch.
Mathesis, V.
Matig, matiger, matigst.
Matigen, matigde, heeft gematigd.
Matigheid, V.
Matigheidsgenootschap, O., -genootschappen.
Matiging, V.
Matinée, V., matinée's.
Matras, V., matrassen. Matrasje, O., -jes.
Matrassenmaker, M., -makers.
Matres,V., matressen. Matresje, O., -jes.
Matresseschool, V., -scholen.
Matriarchaat, O.
Matrijs, V., matrijzen.
Matrone, V., matronen en matrones.
Matroos, M., matrozen. Matroosje, O., -jes.
Matrozenbak, M., -bakken.
Matrozenherberg, V., -herbergen.
Matrozenhoed, M., -hoeden.
Matrozenkist, V., -kisten.
Matrozenkraag, M.
Matrozenkroeg, V., -kroegen.
Matrozenlied, O., -liederen.
Matrozenpak, O., -pakken; -pakje, O., -jes.
Matrozenplunje, V.
Matschudding, V.
Matsen, matste, heeft gematst.
Mattekeesje, O., -keesjes.
Matten (stoelen matten), matte, heeft gemat.
Mattenbies, V., -biezen.
Mattenmaken, O.
Mattenmaker, M., -makers.
Mattenvlechter, M., -vlechters.
Matter, M., matters.
Mausoleum, O., mausolea.
Mauwen, mauwde, heeft gemauwd.
Maximaal, maximale.
Maximum, O.
Maximum-thermometer, M., -thermometers.
Mazelen (mv.), V.
Mazelen, mazelde, heeft gemazeld.
Mazen, maasde, heeft gemaasd.
Mazurka, V., mazurka's.
Mechanica, V.
Mechaniek, V. en O.
Mechanisch.
Mechanisme, O.
Medaille, V., medailles.
Medaillon, O., medaillons. Medaillonnetje, O., -jes.
Mede en Mee (drank), V.
Mede en Mee (meekrap), V.
Mede en Mee, bijw. (Zoo ook in de meeste samenstellingen).
Medeafgevaardigde, M. en V., -afgevaardigden.
Medearbeiden, arbeidde mede, heeft medegearbeid.
Medearbeider, M., -arbeiders.
Medebestuurder, M., -bestuurders.
Medebewoner, M., -bewoners.
Medebrengen, bracht mede, heeft medegebracht.
Medebroeder, M., -broeders.
Medeburger, M., -burgers.
Medeburgerschap, O.
Medechristen, M., -christenen.
Medecommissaris, M., -commissarissen.
Medecrediteur, M., -crediteuren.
Mededansen, danste mede, heeft medegedanst.
Mededeelbaar, -bare.
Mededeelen, deelde mede, heeft medegedeeld.
Mededeeling, V., -deelingen.
Mededeelzaam, -zamer, -zaamst.
Mededeelzaamheid, V.
Mededingen, dong mede, heeft medegedongen.
Mededinger, M., -dingers.
Mededoen, deed mede, deden mede, heeft medegedaan.
Mededoogen, O.
Mededoogend. Zie Meedoogend.
Mededoogendheid, V. Zie Meedoogendheid.
Mededoogenloos. Zie Meedoogenloos.
Medeëigenaar, M., -ëigenaars en -ëigenaren.
Medeëigenares, V., -ëigenaressen.
Medeërfgenaam, M. en V., -ërfgenamen. V. ook -ërfgename.
Medeëten, at mede, aten mede, heeft medegegeten.
Medegaan, gaat mede, ging mede, is medegegaan.
Medegaand. Zie Meegaand.
Medegetuige, M. en V., -getuigen.
Medegeven, gaf mede, gaven mede, heeft medegegeven.
Medehelper, M., -helpers.
Medeïngezetene, M. en V., -ïngezetenen.
Medeklinker, M., -klinkers.
Medekomen, komt mede, kwam mede, kwamen mede, is medegekomen.
Medelid, O., -leden.
Medelijden, leed mede, leden mede, heeft medegeleden.
Medelijden, O.
Medelijdend, -lijdender, -lijdendst.
Medelijdendheid, V.
Medelijdenswaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.
Medeloopen, liep mede, heeft en is medegeloopen.
Medelooper (persoon), M., -loopers.
Medelooper (buitenkansje). Zie Meelooper.
Medemensch, M., -menschen.
Medeminnaar, M., -minnaars.
Medeminnares, V., -minnaressen.
Meden, meedde, heeft gemeed.
Medenemen, nam mede, namen mede, heeft medegenomen.
Medeonderteekenaar, M., -onderteekenaars.
Medeoorzaak, V., -oorzaken.
Medepakken, pakte mede, heeft medegepakt.
Medeplichtig.
Medeplichtige, M. en V., -plichtigen.
Medepraten, praatte mede, heeft medegepraat.
Medeprater. Zie Meeprater.
Mederedacteur, M., -redacteurs.
Medereeder, M., -reeders.
Mederegeeren, regeerde mede, heeft medegeregeerd.
Medereizen, reisde mede, heeft en is medegereisd.
Mederekenen, rekende mede, heeft medegerekend.
Mederijden, reed mede, reden mede, heeft en is medegereden.
Medeschepsel, O., -schepselen.
Medeschuldige, M. en V., -schuldigen.
Medesleepen, sleepte mede, heeft medegesleept.
Medespelen, speelde mede, heeft medegespeeld.
Medespeler, M., -spelers.
Medespreken, sprak mede, spraken mede, heeft medegesproken.
Medestander, M., -standers.
Medestemmen, stemde mede, heeft medegestemd.
Medestrijden, streed mede, streden mede, heeft medegestreden.
Medestrijder, M., -strijders.
Medetrekken, trok mede, trokken mede, heeft en is medegetrokken.
Medetroonen, troonde mede, heeft medegetroond.
Medevallen, viel mede, is medegevallen.
Medevaller. Zie Meevaller.
Medevoeren, voerde mede, heeft medegevoerd.
Medevrijer, M., -vrijers.
Medewerken, werkte mede, heeft medegewerkt.
Medewerker, M., -werkers.
Medewerking, V.
Medewerkster, V., -werksters.
Medeweten, O.
Medeweter, M., -weters.
Medezeggenschap, O.
Medezingen, zong mede, heeft medegezongen.
Mediaan (papier), O.
Mediaan (lettersoort), V.
Medicament, O., medicamenten.
Medicijn, V., medicijnen.
Medicijnflesch, V., -flesschen; -fleschje, O., -jes.
Medicijnmeester, M., -meesters.
Medicinaal.
Medicineeren, medicineerde, heeft gemedicineerd.
Medicus, M., medici.
Mediocriteit, V., mediocriteiten.
Medisch.
Medium, O., mediums.
Mee. Zie Mede.
Meedoogend, -doogender, -doogendst.
Meedoogendheid, V.
Meedoogenloos, -looze.
Meegaand, -gaander, -gaandst.
Meegaandheid, V.
Meekrap, V.
Meekrapplant, V., -planten.
Meekraprups, V., -rupsen.
Meekrapwortel (stofnaam), V.
Meel, O.
Meelachtig, -achtiger, -achtigst.
Meeldauw, M.
Meeldraad, M., -draden.
Meelfabriek, V., -fabrieken.
Meelhandelaar, M., -handelaars.
Meeligger, M., meeliggers.
Meelkost, M., -kosten.
Meelmolen, M., -molens.
Meelooper (buitenkansje), M., -loopers; -loopertje, O., -jes.
Meelspijs, V., -spijzen.
Meelworm, M., -wormen.
Meelzak, M., -zakken.
Meelzolder, M., -zolders.
Meemaler, M., -malers.
Meenen, meende, heeft gemeend.
Meenens (Het is -).
Meening, V., meeningen.
Meeprater, M., -praters.
Meepsch, meepscher, meest meepsch.
Meer (water), O., meren. Meertje, O., -jes.
Meer (drooggemaakt meer), V.
Meer.
Meerboei, V., -boeien.
Meerder.
Meerdere, M. en V., meerderen.
Meerderen, meerderde, heeft en is gemeerderd.
Meerderheid, V., -heden.
Meerderjarig.
Meerderjarigheid, V.
Meerderjarigverklaring, V., -verklaringen.
Meerendeel, O.
Meerendeels.
Meergeld, O., -gelden.
Meergemeld.
Meergenoemd.
Meerkat, V., -katten.
Meerketting, M., -kettingen.
Meerkoet, V., -koeten.
Meerkol, M., -kollen.
Meerle en Merel, V., meerlen en merels.
Meerlenei, O., -eieren.
Meermalen.
Meermin, V., -minnen.
Meerpaal, M., -palen.
Meerring, M., -ringen.
Meerschuim, O.
Meerschuimen (bnw.).
Meerslachtig.
Meerstoel, M., -stoelen.
Meertouw, O., -touwen.
Meervoud, O., meervouden.
Meervoudig.
Meervoudsvorm, M., -vormen.
Mees, V., meezen. Meesje, O., -jes.
Meesmuilen, meesmuilde, heeft gemeesmuild.
Meest.
Meestal.
Meestamper, M., -stampers.
Meestbiedende, M., -biedenden.
Meestendeels.
Meestentijds. Verg. Meesttijds.
Meester, M., meesters en meesteren. Meestertje, O., -jes.
Meesterachtig, -achtiger, -achtigst.
Meesterachtigheid, V.
Meesteren, meesterde, heeft gemeesterd.
Meesteres, V., meesteressen.
Meestergast, M., -gasten.
Meesterhand, V.
Meesterknecht, M., -knechts.
Meesterlijk, -lijker, -lijkst.
Meesterschap, O.
Meesterstitel, M., -titels.
Meesterstuk, O., -stukken; -stukje, O., -jes.
Meesterwerk, O., -werken; -werkje, O., -jes.
Meestoof, V., -stoven.
Meesttijds en Meestentijds.
Meet, V. (Van meet aan).
Meetbaar, -bare.
Meetbrief, M., -brieven.
Meetgeld, O.
Meetkan, V., -kannen.
Meetketting, M., -kettingen.
Meetkunde, V.
Meetkundig.
Meetkundige, M. en V., -kundigen.
Meetkunst, V.
Meetkunstig.
Meetlijn, V., -lijnen.
Meetloon, O., -loonen.
Meetroede, V., -roeden.
Meetstok, M., -stokken.
Meettafeltje, O., -jes.
Meeuw, V., meeuwen. Meeuwtje, O., -jes.
Meeuwenei, O., -eieren.
Meeuwennest, O., -nesten.
Meeuweveer, V., -veeren.
Meevaller, M., -vallers; -vallertje, O., -jes.
Meevat, O., -vaten.
Meeverf, V.
Meewarig, -wariger, -warigst.
Meewarigheid, V.
Mei (Bloeimaand), M.
Mei (tak), M., meien.
Meiavond, M., -avonden.
Meiboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.
Meid, V., meiden.
Meidenkamer, V., -kamers; -kamertje, O., -jes.
Meidenloon, O., -loonen.
Meidenplaag (persoon), V., -plagen.
Meidenpraat, M.
Meidenwerk, O.
Meier, M., meiers.
Meierij, V., meierijen.
Meikers, V., -kersen.
Meikever, M., -kevers.
Meimaand, V.
Meineed, M., -eeden.
Meineedig, -eediger, -eedigst.
Meineedige, M. en V., -eedigen.
Meisje, O., -jes.
Meisjesachtig, -achtiger, -achtigst.
Meisjesboek, O., -boeken.
Meisjesburgerschool, V., -scholen.
Meisjesgek, M., -gekken.
Meisjesgezicht, O., -gezichten.
Meisjeshand, V., -handen.
Meisjeskleeren (mv.), O.
Meisjesschool, V., -scholen.
Meisjesstem, V., -stemmen.
Mejuffer, V., mejuffers. Mejuffertje, O., -jes.
Mejuffrouw, V., mejuffrouwen.
Mekka-ganger, M., -gangers.
Mekken, mekte, heeft gemekt.
Melaatsch, melaatscher, meest melaatsch.
Melaatschheid, V., -heden.
Melancholie, V.
Melancholiek, melancholieker, melancholiekst.
Melancholisch.
Melasse, V.
Melde, V.
Melden, meldde, heeft gemeld.
Meldenswaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.
Melder, M., melders.
Melding, V., meldingen.
Melig, meliger, meligst.
Meligheid, V.
Melis (suiker), V.
Melis en Melisse (plant), V.
Melisseblad, O., -bladen en -bladeren.
Melissekruid, O.
Melk, V.
Melkbaard, M., -baarden.
Melkboer, M., -boeren.
Melkchocolade, V.
Melkemmer, M., -emmers.
Melken, molk, heeft gemolken.
Melker, M., melkers.
Melkerij, V., melkerijen.
Melkgevend.
Melkglas (voorwerp), O., -glazen; (stof), O.
Melkglazen (bnw.).
Melkhuisje, O., -huisjes.
Melkinrichting, V., -inrichtingen.
Melkkan, V., -kannen.
Melkkoe, V., -koeien; -koetje, O., -jes.
Melkkuur, V.
Melkmaat, V., -maten.
Melkmuil, M., -muilen.
Melkpot, M., -potten.
Melksap, O.
Melkschuit, V., -schuiten.
Melkster, V., melksters.
Melksuiker, V.
Melktand, M., -tanden.
Melkuur, O., -uren.
Melkvee, O.
Melkwagen, M., -wagens; -wagentje, O., -jes.
Melkweg, M.
Melkweger, M., -wegers.
Melkwit.
Melodie, V., melodieën.
Melodieus, melodieuzer.
Melodrama, O., -drama's.
Meloen, M., meloenen. Meloentje, O., -jes.
Melomaan, M., -manen.
Melomanie, V.
Meltbak, M., -bakken; -bakje, O., -jes.
Melter, M., melters.
Melterij, V., melterijen.
Memelig, memeliger, memeligst.
Memorandum, O., -ums.
Memoriaal, O., memorialen.
Memorie (geheugen), V.
Memorie (geschrift), V., memories en memoriën.
Memoriseeren, memoriseerde, heeft gememoriseerd.
Men.
Menage, V., menages.
Menageeren, menageerde, heeft gemenageerd.
Menageketel, M., -ketels.
Menagerie, V., menagerieën.
Mengbaar, -bare.
Mengel, O., mengelen. Mengeltje, O., -jes.
Mengelen, mengelde, heeft gemengeld.
Mengeling, V., mengelingen.
Mengelklomp, M.
Mengelmoes, O.
Mengelwerk, O.
Mengen, mengde, heeft gemengd.
Menger, M., mengers.
Menging, V., mengingen.
Mengingrekening, V.
Mengkoren, O.
Mengsel, O., mengsels. Mengseltje, O., -jes.
Mengster, V., mengsters.
Menie, V.
Meniën, meniede, heeft gemenied.
Menig.
Menigeen.
Menigerhande.
Menigerlei.
Menigmaal.
Menigte, V., menigten.
Menigvuldig, -vuldiger, -vuldigst.
Menigvuldigheid, V.
Menigwerf.
Menist, M., Menisten. Menistje, O., -jes.
Menistenkerk, V.
Mennen, mende, heeft gemend.
Menner, M., menners.
Mennoniet, M., Mennonieten.
Mensch, M., menschen; (met minachting), O. Menschje, O., -jes.
Menschdom, O.
Menschelijk, -lijker, -lijkst.
Menschelijkerwijze.
Menschelijkheid, V.
Menschenbloed, O.
Menscheneter, M., -eters.
Menschengedaante, V.
Menschenhaat, M.
Menschenhater, M., -haters.
Menschenkenner, M., -kenners.
Menschenkennis, V.
Menschenkind, O., -kinderen.
Menschenleven, O., -levens.
Menschenliefde, V.
Menschenmin, V.
Menschenoffer, O., -offers.
Menschenpaar, O., -paren.
Menschenplicht, M., -plichten.
Menschenras, O., -rassen.
Menschenschuw, -schuwer, -schuwst.
Menschenvrees, V.
Menschenvriend, M., -vrienden.
Menschenwaarde, V.
Menschenwerk, O.
Menschheid, V.
Menschkundig, -kundiger, -kundigst.
Menschlievend, -lievender, -lievendst.
Menschlievendheid, V.
Menschwording, V.
Mentenee en Mentinee, V., mentenee's.
Mentineeren, mentineerde, heeft gementineerd. Ook Menteneeren.
Mentor, M., Mentors.
Menu, O., menu's.
Menuet, V., menuetten. Menuetje, O., -jes.
Mep, M., meppen. Mepje, O., -jes.
Meppen, mepte, heeft gemept.
Mercantiel.
Merel. Zie Meerle.
Meren, meerde, heeft gemeerd.
Merg, O.
Mergel, V.
Mergelachtig, -achtiger, -achtigst.
Mergelen, mergelde, heeft gemergeld.
Mergelgroeve, V., -groeven.
Mergelput, M., -putten.
Merglepel, M., -lepels.
Mergpijp, V., -pijpen.
Meridiaan, M., meridianen.
Meridiaancirkel, M., -cirkels.
Meridiaankijker, M., -kijkers.
Meridionaal, meridionale.
Merinos, O.
Merinossen (bnw.).
Merk, O., merken. Merkje, O., -jes.
Merkbaar, -baarder, -baarst.
Merkelijk, -lijker, -lijkst.
Merkels (mv.), M.
Merken, merkte, heeft gemerkt.
Merker, M., merkers.
Merkkatoen, O.
Merklap, M., -lappen.
Merkletter, V., -letters.
Merknaald, V., -naalden.
Merkpaal, M., -palen.
Merkteeken, O., -teekenen.
Merkteekenen, merkteekende, heeft gemerkteekend.
Merkwaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.
Merkwaardigheid, V., -heden.
Merrie, V., merries en merriën. Merrietje, O., -jes.
Mes, O., messen. Mesje, O., -jes.
Messekoker en Messenkoker, M., -kokers.
Messelegger, M., -leggers; -leggertje, O., -jes.
Messenbak, M., -bakken; -bakje, O., -jes.
Messenhandel, M.
Messenlade, V., -laden.
Messenmaker, M., -makers.
Messenmandje, O., -jes.
Messenslijper, M., -slijpers.
Messenwinkel, M., -winkels.
Messescheede, V., -scheeden.
Messias, M.
Messing (van eene plank), V., messingen.
Messing (metaal), O.
Messingploeg, V., -ploegen.
Mest (meststof), ook Mist, M., mesten en misten.
Mesten, mestte, heeft gemest.
Mestgreep, V., -grepen.
Mesthaak, M., -haken.
Mesthoop, M., -hoopen.
Mesties, M. en V., mestiezen.
Mesting, V., mestingen.
Mestkalf, O., -kalveren.
Mestkar, V., -karren.
Mestkoe, V., -koeien.
Mestspecie, V.
Meststof, V., -stoffen.
Mestvaalt, V., -vaalten.
Mestvarken, O., -varkens.
Mestvoeder en -voer, O.
Mestvork, V., -vorken.
Mestwagen, M., -wagens.
Met (gehakt vleesch), O.
Met (voorz.).
Metaal, O., metalen.
Metaalachtig.
Metaalgieter, M., -gieters.
Metaalgieterij, V., -gieterijen.
Metalen (bnw.).
Metalloïde, O., metalloïden.
Metallurgie, V.
Metamorphose, V., metamorphosen.
Metamorphoseeren, metamorphoseerde, heeft gemetamorphoseerd.
Metaphoor, V., metaphoren.
Metaphorisch.
Metaphysica, V.
Metaphysisch.
Metathesis, V.
Meteen.
Metempsychose, V.
Meten, mat, maten, heeft gemeten.
Meteoor, M., meteoren.
Meteoorsteen, M., -steenen.
Meteorologie, V.
Meter (persoon die meet), M., meters.
Meter (maat), M., meters.
Meter (peet), V., meters.
Metgezel, M., -gezellen.
Methode, V., methoden en methodes.
Methodisch.
Methodist, M., methodisten.
Meting, V., metingen.
Metriek, V.
Metriek, metrieke.
Metrisch.
Metronoom, M., metronomen.
Metropool, V., metropolen.
Metropolitaan, M., -tanen.
Metrum, O., metra.
Metselaar, M., metselaren en metselaars.
Metselaarsbaas, M., -bazen.
Metselaarsknecht, M., -knechts.
Metselaarswerk, O.
Metselen, metselde, heeft gemetseld.
Metselkalk, V.
Metselspecie, V.
Metselsteen, M., -steenen.
Metselverband, O., -verbanden.
Metselwerk, O.
Metten (mv.), V.
Metterdaad.
Mettertijd.
Metterwoon.
Metworst, V., -worsten.
Meubel, O., meubelen en meubels. Meubeltje, O., -jes.
Meubelgordijn, O., -gordijnen.
Meubelmagazijn, O., -magazijnen.
Meubelmaker, M., -makers.
Meubelpapier, O., -papieren.
Meubelstuk, O., -stukken.
Meubileeren, meubileerde, heeft gemeubileerd.
Meubileering, V.
Meug, V. (Tegen heug en meug).
Meugebet, M. en V.; ook Muggebet.
Meuk, V.
Meuken, meukte, heeft gemeukt.
Meulen. Zie Molen.
Meuzelen, meuzelde, heeft gemeuzeld.
Mevrouw, V., mevrouwen. Mevrouwtje, O., -jes.
Mevrouwschap, O.
Miasma, O., miasmen.
Miauw en Miaauw.
Miauwen en Miaauwen, miauwde, heeft gemiauwd.
Micrometer, M., -meters.
Microscoop, M. en O., microscopen.
Microscopisch.
Middag, M., middagen. Middagje, O., -jes.
Middagbeurt, V., -beurten.
Middagdut, M.; -dutje, O.
Middageten, O.
Middaghoogte, V.
Middagmaal, O., -malen; -maaltje, O. -jes.
Middagmalen, middagmaalde, heeft gemiddagmaald.
Middagpreek, V., -preeken.
Middagslaapje, O., -slaapjes.
Middagtrein, M., -treinen.
Middaguur, O., -uren.
Middagzon, V.
Middel (middellijf), V. en O., middels. Middeltje, O., -jes.
Middel (om een doel te bereiken), O., middelen. Middeltje, O., -jes.
Middelaar, M., middelaren en middelaars.
Middelaarschap, O.
Middelbaar, -bare.
Middeldeur, V., -deuren.
Middeleeuwen (mv.), V.
Middeleeuwsch.
Middelen, middelde, heeft gemiddeld.
Middelerwijl.
Middelevenredig.
Middelhand, V.
Middelhoogduitsch.
Middellandsch (bnw.).
Middellijk.
Middellijn, V., -lijnen.
Middelmaat, V.
Middelmatig, -matiger, -matigst.
Middelmatigheid, V., -heden.
Middelmoot, V., -mooten; -mootje, O., -jes.
Middelnederlandsch.
Middelperk, O., -perken.
Middelpunt, O., -punten.
Middelpuntvliedend.
Middelpuntzoekend.
Middelrif, O., -riffen.
Middelschot, O., -schotten; -schotje, O., -jes.
Middelslag, O.
Middelsoort, V. en O., -soorten.
Middelstand, M.
Middelste.
Middelstuk, O., -stukken; -stukje, O., -jes.
Middelterm, M., -termen.
Middelvinger, M., -vingers.
Middelweg, M., -wegen.
Middelzout, O., -zouten.
Midden, O.
Midden (bijw.).
Middenbeurs (bijw.).
Middenboords (bijw.).
Middending, O., -dingen.
Middendoor.
Middeneuropeesch.
Middenin.
Middenman, M., -mannen.
Middenstof, V., -stoffen.
Middernacht, M., -nachten.
Middernachtelijk.
Middernachtsuur, O., -uren.
Middernachtzendeling, M., -zendelingen.
Middernachtzending, V.
Middernachtzon, V.
Midscheeps (bijw.).
Midscheepsch (bnw.).
Midwinter, M., -winters.
Mier (insect), V., mieren. Miertje, O., -jes.
Mier (afkeer), V.
Mierenei, O., -eieren; -eitje, O., -eitjes en -eiertjes.
Miereneter, M., -eters.
Mierenhoop, M., -hoopen.
Mierenjager, M., -jagers.
Mierenleeuw, M., -leeuwen.
Mierennest, O., -nesten.
Mierenzuur, O.
Mierik, M.
Mierikswortel en Mierikwortel (wortel), M., -wortels; (stof), V.
Miezerig.
Mij.
Mijden, meed, meden, heeft gemeden.
Mijl, V., mijlen. Mijltje, O., -jes.
Mijlpaal, M., -palen.
Mijlsteen, M., -steenen.
Mijmeraar, M., mijmeraars.
Mijmeren, mijmerde, heeft gemijmerd.
Mijmerig, mijmeriger, mijmerigst.
Mijmerij, V., mijmerijen.
Mijmering, V., mijmeringen.
Mijn, mijne, mijn.
Mijn, V., mijnen.
Mijnbouw, M.
Mijnen (eene mijn maken), mijnde, heeft gemijnd.
Mijnen (bij eene verkooping), mijnde, heeft gemijnd.
Mijnenlegger, M., -leggers.
Mijnent (Te -).
Mijnenthalve.
Mijnentwege.
Mijnentwil (Om -).
Mijner, M., mijners.
Mijngang, V., -gangen.
Mijngas, O.
Mijnheer, M., Mijne Heeren en Mijnheeren.
Mijningenieur, M., -ingenieurs.
Mijnontginning, V., -ontginningen.
Mijnpomp, V., -pompen.
Mijnraad, M., -raden.
Mijnschacht, V., -schachten.
Mijnwerker, M., -werkers.
Mijnwezen, O.
Mijt (munt), V., mijten. Mijtje, O., -jes.
Mijt (worm), V., mijten. Mijtje, O., -jes.
Mijt (houtstapel), V., mijten. Mijtje, O., -jes.
Mijten, mijtte, heeft gemijt.
Mijter, M., mijters.
Mijteren, mijterde, heeft gemijterd.
Mijterig, mijteriger, mijterigst.
Mijterstad, V., -steden.
Mik (het mikken), M.
Mik (vork), V., mikken. Mikje, O., -jes.
Mik (brood), V., mikken. Mikje, O., -jes.
Mik (meel), V.
Mikken, mikte, heeft gemikt.
Mikmak, M. Mikmakje, O.
Mikpunt, O., -punten.
Mild, milder, mildst.
Milddadig, -dadiger, -dadigst.
Milddadigheid, V.
Mildheid, V., -heden.
Milicien, M., miliciens.
Militair (bnw.).
Militair, M., militairen.
Militie, V.
Militiecommissaris, M., -commissarissen.
Militieraad, M., -raden.
Milliard, O., milliarden.
Milligram, O., milligrammen.
Millimeter, M., millimeters.
Millimeteren, millimeterde, heeft gemillimeterd.
Millioen, O., millioenen. Millioentje, O., -jes.
Millioenennota, V.
Millioenenspeech, V.
Millionnair, M., millionnairs.
Milt, V., milten.
Milter, M., milters.
Miltvuur, O.
Mimiek, V.
Mimisch.
Min (liefde), V.
Min en Minne (zoogster), V., minnen.
Min.
Minachten, minachtte, heeft geminacht.
Minachting, V.
Minaret, V., minaretten.
Minbekend.
Minder.
Minderbroeder, M., -broeders.
Mindere, M. en V., minderen.
Minderen, minderde, heeft en is geminderd.
Minderheid, V., -heden.
Mindering, V., minderingen.
Minderjarig.
Minderjarigheid, V.
Mineraal, minerale.
Mineraal, O., mineralen.
Mineraalwater, O.
Mineralogie, V.
Mineraloog, M., mineralogen.
Minerval, O., minervalia.
Mineur, M., mineurs.
Mingele, O., mingelen.
Miniatuur, V., miniaturen.
Miniatuurschilder, M., -schilders.
Minimum, O., minima.
Minister, M., ministers.
Ministerie, O., ministeriën en ministeries.
Ministerieel, ministerieele.
Ministerraad, M.
Minister-resident, M., ministers-residenten.
Ministerschap, O.
Ministersportefeuille, V., -portefeuilles.
Minlijk en Minnelijk, -lijker, -lijkst.
Minlijkheid en Minnelijkheid, V.
Minnaar, M., minnaars en minnaren.
Minnares, V., minnaressen.
Minnarij, V., minnarijen.
Minne. Zie Min.
Minnebrief, M., -brieven; -briefje, O., -jes.
Minnedicht, O., -dichten; -dichtje, O., -jes.
Minnedichter, M., -dichters.
Minnedrank, M., -dranken.
Minnegloed, M.
Minnegod, M.
Minnehandel, M.
Minnekoorts, V., -koortsen.
Minnekoozen, minnekoosde, heeft geminnekoosd.
Minnekoozerij, V., -koozerijen.
Minnelied, O., -liederen; -liedje, O., -jes.
Minnelijk. Zie Minlijk.
Minnelijkheid. Zie Minlijkheid.
Minnemoer, V., -moers.
Minnen, minde, heeft gemind.
Minnenijd, M.
Minnenswaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.
Minnepijn, V., -pijnen.
Minnespel, O.
Minnevlaag, V., -vlagen.
Minnevuur, O.
Minnezang, M., -zangen.
Minst.
Minste, M. en V., minsten.
Minste (Ten -).
Minteeken, O., -teekens.
Minutieus, minutieuzer, minutieust.
Minuut en Minute (opstel), V., minuten. Minuutje, O., -jes.
Minuut (tijdmaat), V., minuten. Minuutje, O., -jes.
Minuutglas, O., -glazen.
Minuutwijzer, M., -wijzers.
Minvermogend.
Minzaam, -zamer, -zaamst.
Minzaamheid, V.
Mirabel, V., mirabellen.
Miraculeus, miraculeuzer, miraculeust.
Mirakel, O., mirakelen en mirakels.
Mirakelspel, O., -spelen.
Mirre en Myrrhe, V.
Mirt, M., mirten.
Mirteblad, O., -bladen en -bladeren.
Mirteboom, M., -boomen.
Mirtekrans, M., -kransen.
Mirteloof, O.
Mirtenbosch, O., -bosschen.
Mirtestruik, M., -struiken.
Mirtetak, M., -takken.
Mis en Misse, V., missen.
Mis (bijw.).
Misanthroop, M., misanthropen.
Misanthropie, V.
Misanthropisch.
Misbaar, O.
Misbak, O., -bakken. Misbakje, O., -jes.
Misbakken (bnw.).
Misbaksel, O., -baksels.
Misboek, O., -boeken.
Misbrood, O.
Misbruik, O., -bruiken. Misbruikje, O., -jes.
Misbruiken, misbruikte, heeft misbruikt.
Misbruiker, M., -bruikers.
Misdaad, V., -daden.
Misdadig, -dadiger, -dadigst.
Misdadiger, M., -dadigers.
Misdadigster, V., -dadigsters.
Misdeelen, misdeelde, heeft misdeeld.
Misdienaar, M., -dienaren.
Misdoen, deed mis, deden mis, heeft misgedaan; ook misdeed, misdeden,
heeft misdaan.
Misdracht, V., -drachten.
Misdragen (zich -), misdroeg (zich), heeft (zich) misdragen.
Misdrijf, O., -drijven.
Misdrijven, misdreef, misdreven, heeft misdreven; ook dreef mis,
dreven mis, is misgedreven.
Misdruk, O.
Misduiden, misduidde, heeft misduid.
Mise, V.
Miserabel, miserabeler, miserabelst.
Misère, V., misères.
Miserie, V.
Misgaan, ging mis, is misgegaan; ook misging, is misgaan.
Misgeboorte, V., -geboorten.
Misgewaad, O., -gewaden.
Misgewas, O., gewassen. Misgewasje, O., -jes.
Misgooien, gooide mis, heeft misgegooid.
Misgreep, M., -grepen.
Misgrijpen, greep mis, grepen mis, heeft misgegrepen; ook misgreep
(zich), misgrepen (zich), heeft (zich) misgrepen.
Misgunnen, misgunde, heeft misgund.
Mishagen, mishaagde, heeft mishaagd.
Mishagen, O.
Mishakken, hakte mis, heeft misgehakt.
Mishandelen, mishandelde, heeft mishandeld.
Mishandeling, V., -handelingen.
Mishebben, heeft mis, had mis, hadden mis, heeft misgehad.
Mishooren, hoorde mis, heeft misgehoord.
Miskelk, M., -kelken.
Miskennen, miskende, heeft miskend.
Miskenning, V., -kenningen.
Miskraam, V., -kramen.
Misleiden, misleidde, heeft misleid.
Misleiding, V., -leidingen.
Mislezen, las mis, lazen mis, heeft misgelezen; ook mislas (zich),
mislazen (zich), heeft (zich) mislezen.
Misloopen, liep mis, is misgeloopen.
Mislukken, mislukte, is mislukt.
Mislukking, V., -lukkingen.
Mismaakt, -maakter, -maaktst.
Mismaaktheid, V., -heden.
Mismaken, mismaakte, heeft mismaakt.
Mismas, M., mismassen. Mismasje, O., -jes.
Mismoedig, -moediger, -moedigst.
Mismoedigheid, V.
Misnoegd, -noegder, -noegdst.
Misnoegdheid, V.
Misnoegen, O.
Misoordeelen, oordeelde mis, heeft misgeoordeeld.
Mispas, M., -passen. Mispasje, O., -jes.
Mispel (vrucht), V., (boom), M., mispels en mispelen. Mispeltje,
O., -jes.
Misplaatst.
Misplaatstheid, V.
Misprijzen, misprees, misprezen, heeft misprezen.
Mispunt, O., -punten. Mispuntje, O., -jes.
Misraden, ried mis en raadde mis, heeft misgeraden; ook misried en
misraadde, heeft misraden.
Misramen, raamde mis, heeft misgeraamd; ook misraamde (zich), heeft
(zich) misraamd.
Misrekenen, rekende mis, heeft misgerekend; ook misrekende (zich),
heeft (zich) misrekend.
Misrekening, V., -rekeningen.
Missaal, O., missalen.
Misschatten, schatte mis, heeft misgeschat.
Misschien.
Misschieten, schoot mis, schoten mis, heeft misgeschoten.
Misschoppen, schopte mis, heeft misgeschopt.
Misselijk, -lijker, -lijkst.
Misselijkheid, V., -heden.
Missen, miste, heeft gemist.
Missie, V., missiën.
Missiekruis, O., -kruisen.
Missionaris, M., missionarissen.
Missive, V., missiven en missives.
Misslaan, slaat mis, sloeg mis, heeft misgeslagen.
Misslag, M., -slagen. Misslagje, O., -jes.
Misspringen, sprong mis, heeft en is misgesprongen.
Misstaan, misstaat, misstond, heeft misstaan.
Misstal, M.
Misstand, M.
Misstap, M., -stappen. Misstapje, O., -jes.
Misstappen, stapte mis, heeft en is misgestapt.
Missteken, stak mis, staken mis, heeft misgestoken.
Misstelling, V., -stellingen.
Misstooten, stiet mis, heeft misgestooten; ook stootte mis.
Missturen, stuurde mis, heeft misgestuurd.
Mist (damp), M., misten.
Mist (meststof). Zie Mest.
Mistasten, tastte mis, heeft misgetast.
Mistelboom, M., -boomen.
Mistellen, telde mis, heeft misgeteld.
Misteltak, M., -takken.
Misten, mistte, heeft gemist.
Misthoorn, M., -hoorns.
Mistig, mistiger, mistigst.
Mistigheid, V.
Mistral, M.
Mistrappen, trapte mis, heeft misgetrapt.
Mistred, M., -treden.
Mistreden, trad mis, traden mis, heeft en is misgetreden.
Mistroostig, -troostiger, -troostigst.
Mistroostigheid, V.
Misvallen, viel mis, is misgevallen; ook misviel, heeft misvallen.
Misvallen, O.
Misvaren, voer mis, heeft en is misgevaren.
Misvatten, vatte mis, heeft misgevat.
Misvatting, V., -vattingen.
Misverstaan, verstond mis, heeft misverstaan.
Misverstand, O., -verstanden.
Misvormen, misvormde, heeft misvormd.
Misvorming, V., -vormingen.
Miswas, O., -wassen.
Miswerpen, wierp mis, heeft misgeworpen.
Miswijzen, wees mis, heeft misgewezen.
Miswijzing, V., -wijzingen.
Miszeggen, miszeide, heeft miszegd en miszeid.
Miszien, zag mis, zagen mis, heeft misgezien.
Mitrailleur, M., mitrailleurs.
Mitrailleur-afdeeling, V., -afdeelingen.
Mitrailleuse, V., mitrailleuses.
Mits.
Mitsdien.
Mitsgaders.
Mixtuur, V., mixturen.
Mnemoniek, V.
Mnemotechnisch.
Mobiel, mobieler, mobielst.
Mobilisatie, V., mobilisatiën.
Mobilisatieplan, O., -plannen.
Mobiliseeren, mobiliseerde, heeft gemobiliseerd.
Modaal.
Modaliteit, V.
Modde, V., modden.
Modden, modde, heeft gemod.
Modder, V.
Modderaar, M., modderaars.
Modderen, modderde, heeft gemodderd.
Modderig, modderiger, modderigst.
Modderigheid, V.
Modderkuil, M., -kuilen.
Modderlaars, V., -laarzen.
Modderman, M., -lui.
Moddermolen, M., -molens.
Modderplas, M., -plassen.
Modderpoel, M., -poelen.
Modderschuit, V., -schuiten.
Moddersloot, V., -slooten.
Moddervet.
Mode, V., modes.
Mode-artikel, O., -artikelen.
Modegek, M., -gekken.
Modekleur, V., -kleuren.
Model, O., modellen. Modelletje, O., -jes.
Mode-lectuur, V.
Modeleeren, modeleerde, heeft gemodeleerd.
Modelhoeve, V., -hoeven.
Modelkamer, V., -kamers.
Modemaakster, V., -maaksters.
Modemagazijn, O., -magazijnen.
Modeplaat, V., -platen; -plaatje, O., -jes.
Modepop, V., -poppen. Als persoonsnaam ook M.
Moderateurlamp, V., -lampen.
Moderato, O., moderato's.
Modern, moderner, modernst.
Moderniseeren, moderniseerde, heeft gemoderniseerd.
Modernisme, O.
Moderniteit, V.
Modewinkel, M., -winkels.
Modieus, modieuzer, modieust.
Modiste, V., modisten.
Modulus, M.
Moe. Zie Moede.
Moed, M.
Moede en Moe, moeder, meest moede.
Moedeloos, -loozer.
Moedeloosheid, V.
Moeder, V., moeders. Moedertje, O., -jes.
Moederborst, V., -borsten.
Moederhart, O.
Moederhuis, O., -huizen.
Moederkerk, V.
Moederklooster, O., -kloosters.
Moederkoorn, O.
Moederland, O.
Moederlief.
Moederliefde, V.
Moederlijk, -lijker, -lijkst.
Moederloos, -looze.
Moedermaagd, V.
Moedermelk, V.
Moedernaakt.
Moeder-overste, V., -oversten.
Moederplant, V., -planten.
Moederschap, O.
Moederschoot, M.
Moederskind, O., -kinderen; -kindje, O., -kindjes en -kindertjes.
Moedertaal, V.
Moedervlek, V., -vlekken.
Moederzegen, M.
Moederzielalleen en Moerzielalleen.
Moedig, moediger, moedigst.
Moedwil, M.
Moedwillig, -williger, -willigst.
Moedwilligheid, V., -heden.
Moeheid, V.
Moei, V., moeien.
Moeial, M. en V., moeiallen.
Moeien, moeide, heeft gemoeid.
Moeilijk en Moeielijk, -lijker, -lijkst.
Moeilijkheid en Moeielijkheid, V., -heden.
Moeite, V., moeiten.
Moer (droesem), V.
Moer (van eene schroef), V., moeren. Moertje, O., -jes.
Moer (moerassig land), O., moeren.
Moeras, O., moerassen. Moerasje, O., -jes.
Moerasachtig, -achtiger, -achtigst.
Moerasdamp, M., -dampen.
Moeraskoorts, V., -koortsen.
Moerasplant, V., -planten.
Moerassig, moerassiger, moerassigst.
Moerassigheid, V.
Moerbalk, M., -balken.
Moerbei. Zie Moerbezie.
Moerbeiensap, O.
Moerbezie en Moerbei, V., -beziën en -beien.
Moerbezieboom en Moerbeiboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.
Moerbout, M., -bouten.
Moeren, moerde, heeft gemoerd.
Moerig, moeriger, moerigst.
Moes, O.
Moesgroente, V., -groenten.
Moesje (moedertje), O., -jes.
Moesje (op 't gelaat), O., moesjes.
Moesjesdoos, V.
Moesson, M., moessons.
Moestuin, M., -tuinen; -tuintje, O., -jes.
Moet, V., moeten. Moetje, O., -jes.
Moeten (voortduwen), moette, heeft gemoet.
Moeten (verplicht zijn), moest, heeft gemoeten.
Moezerij, V., moezerijen.
Mof (Westfaling), M., Moffen. Mofje, O., -jes.
Mof (bontwerk), V., moffen. Mofje, O., -jes.
Moffel (oven), M., moffels.
Moffel (mof, mouw), V., moffels. Moffeltje, O., -jes.
Moffelarij, V., moffelarijen.
Moffelen, moffelde, heeft gemoffeld.
Moffenland, O.
Moffenpijp, V., -pijpen; -pijpje, O., -jes.
Moffentoer, M., -toeren.
Moffin, V., Moffinnen. Moffinnetje, O., -jes.
Mogelijk.
Mogelijkheid, V., -heden.
Mogen, mag, mogen, mocht.
Mogendheid, V., -heden.
Mohammedaan, M., Mohammedanen.
Moker, M., mokers.
Mokeren, mokerde, heeft gemokerd.
Mokka-kopje, O., -kopjes.
Mokkel, M. en V., mokkels. Mokkeltje, O., -jes.
Mokkelen, mokkelde, heeft gemokkeld.
Mokken, mokte, heeft gemokt.
Mol (dier), M., mollen. Molletje, O., -jes.
Mol (bier), V.
Mol (in de muziek), V., mollen.
Moleculair.
Molecule, V. (ook O.), moleculen.
Molen (ook Meulen), M., molens (meulens). Molentje (meulentje),
O., -jes.
Molenaar, M., molenaars en molenaren.
Molenaarsknecht, M., -knechts.
Molenaarspak, O.
Molenaarster, V., molenaarsters.
Molenas, V., -assen.
Molenkap, V., -kappen.
Molenmaker, M., -makers.
Molenpaard, O., -paarden.
Molenpad, O., -paden.
Molenrad, O., -raderen.
Molenroede, V., -roeden.
Molensteen, M., -steenen.
Molenwiek, V., -wieken.
Molferd, M., molferds.
Molik, M., moliken.
Mollen, molde, heeft gemold.
Mollenkruid, O.
Mollenval, V., -vallen.
Mollepoot, M., -pooten.
Mollevel, O., -vellen.
Mollevellig.
Mollig, molliger, molligst.
Molligheid, V.
Molm, M. en O.
Molmen, molmde, is gemolmd.
Molos, M., molossen.
Molsem, M.
Molsemen, molsemde, is gemolsemd.
Molsgat, O., -gaten.
Molshoop, M., -hoopen.
Molsla, V.
Molteeken, O., -teekens.
Molton, O.
Moltonnen (bnw.).
Mom (bier), V.
Mom (masker), V., mommen.
Mombakkes, O., -bakkesen; -bakkesje, O., -jes.
Momber. Zie Momboor.
Momboor en Momber, M., momboren en mombers.
Momboorschap, O.
Moment, O., momenten. Momentje, O., -jes.
Mommelen, mommelde, heeft gemommeld.
Mommen, momde, heeft gemomd.
Mommer, M., mommers.
Mommerij, V., mommerijen.
Mommespel, O.
Mompelen, mompelde, heeft gemompeld.
Mompeling, V., mompelingen.
Monarch, M., monarchen.
Monarchaal, monarchale.
Monarchie, V., monarchieën.
Mond, M., monden. Mondje, O., -jes.
Mondbehoeften (mv.), V.
Mondeling.
Monden, mondde, heeft gemond.
Mondgesprek, O., -gesprekken.
Mondharmonica, V., -harmonica's.
Mondhoek, M., -hoeken.
Mondig.
Mondigheid, V.
Mondjesmaat, V.
Mondklem, V.
Mondkost, M.
Mondlijm, V.
Mondspoeling, V., -spoelingen.
Mondstopper, M., -stoppers.
Mondstuk, O., -stukken.
Mondvol, M.
Mondwater, O.
Mondzeer, O.
Monnik en Munnik, M., monniken en munniken. Monnikje en munnikje,
O., -jes.
Monnikachtig.
Monnikengeleerdheid, V.
Monnikenklooster, O., -kloosters.
Monnikenlatijn, O.
Monnikenwerk, O.
Monnikskap, V., -kappen.
Monnikskleed, O.
Monniksorde, V., -orden.
Monnikspij, V., -pijen.
Monnikswezen, O.
Monogamie, V.
Monogram, O., monogrammen.
Monographie, V., monographieën.
Monoloog, M., monologen.
Monomaan.
Monomanie, V., monomanieën.
Monopolie, O., monopoliën en monopolies.
Monster (staaltje), O., monsters. Monstertje, O., -jes.
Monster (gedrocht), O., monsters. Monstertje, O., -jes.
Monsterachtig, -achtiger, -achtigst.
Monsterachtigheid, V.
Monsterconcert, O., -concerten.
Monsterdoos, V., -doozen.
Monsteren, monsterde, heeft gemonsterd.
Monstering, V., monsteringen.
Monsterplaat, V., -platen.
Monsterrol, V., -rollen.
Monsterverbond, O.
Monsterzak, O., -zakken; -zakje, O., -jes.
Monstrueus, monstrueuzer, monstrueust.
Montant, O.
Monteeren, monteerde, heeft gemonteerd.
Monteering, V., monteeringen.
Monter, monterder, monterst.
Monterheid, V.
Monteur, M., monteurs.
Montuur, V., monturen.
Monument, O., monumenten. Monumentje, O., -jes.
Monumentaal, -tale.
Mooi, mooier, mooist.
Mooiheid, V.
Mooiigheid, V., -heden.
Mooiprater, M., -praters.
Moois, O.
Mookhamer, M., -hamers.
Moor (persoon), M., mooren. Moortje, O., -jes.
Moor (stof), O., moren.
Moord, M., moorden.
Moordaanslag, M., -aanslagen.
Moorddadig, -dadiger, -dadigst.
Moorddadigheid, V.
Moorden, moordde, heeft gemoord.
Moordenaar, M., moordenaren en moordenaars.
Moordenares, V., moordenaressen.
Moordtooneel, O., -tooneelen.
Moordtuig, O., -tuigen.
Moorendans, M., -dansen.
Moorenland, O.
Moorsch.
Moot, V., mooten. Mootje, O., -jes.
Mop (hond), M., moppen. Mopje, O., -jes.
Mop (steen en koekje), V., moppen.
Mopneus, M. en V., -neuzen.
Moppen, mopte, heeft gemopt.
Moppentrommel, V., -trommels.
Mopper, M., moppers.
Mopperen, mopperde, heeft gemopperd.
Mops, M., mopsen. Mopsje, O., -jes.
Moraal, V.
Moralisatie, V., moralisaties.
Moralist, M., moralisten.
Moraliteit, V.
Moraliteitsbeginsel, O., -beginselen.
Moreel, moreele.
Moreene, V., moreenen.
Morel, V., morellen. Morelletje, O., -jes.
Morelleboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.
Morellenbrandewijn, M.
Morganatisch.
Morgen (ochtend), M., morgens. Morgentje, O., -jes.
Morgen (landmaat), O. en M., morgens.
Morgen (bijw.).
Morgenavond.
Morgenbezoek, O., -bezoeken.
Morgendrank, M., -dranken.
Morgengave, V., -gaven.
Morgengebed, O., -gebeden.
Morgengewaad, O., -gewaden.
Morgenjapon, V., -japonnen.
Morgenland, O.
Morgenlicht, O.
Morgenlied, O., -liederen.
Morgenmiddag.
Morgenochtend.
Morgenrood, O.
Morgenspraak, V.
Morgenster, V.
Morgenstond, M.
Morgenuur, O., -uren.
Morgenwandeling, V., -wandelingen.
Moriaan, M., Morianen. Moriaantje, O., -jes.
Morille, V., morilles.
Mormel, O., mormels.
Mormeldier, O., -dieren.
Morphine, V.
Morphine-inspuiting, V., -inspuitingen.
Morphinist, M. en Morphiniste, V., morphinisten.
Morphinepoeder, V., -poeders.
Morphinespuitje, O.
Morphologie, V.
Morrelen, morrelde, heeft gemorreld.
Morren, morde, heeft gemord.
Mors, V., morsen.
Morsbroek, V., -broeken.
Morsdood.
Morsebel, V., -bellen; -belletje, O., -jes.
Morsen, morste, heeft gemorst.
Morserij, V., morserijen.
Morsig, morsiger, morsigst.
Morsigheid, V.
Morsjurk, V., -jurken.
Morskiel, M., -kielen.
Morsmouw, V., -mouwen.
Morspot, M. en V., -potten; -potje, O., -jes.
Morsschort, V. en O., -schorten; -schortje, O., -jes.
Mortaliteit, V.
Mortel, V.
Mortelbak, M., -bakken.
Mortelen, mortelde, heeft en is gemorteld.
Mortelmolen, M., -molens.
Mortier, M., mortieren. Mortiertje, O., -jes.
Morzel, M., morzelen en morzels. Morzeltje, O., -jes.
Morzelen, morzelde, heeft gemorzeld.
Morzeling, V., morzelingen.
Mos, O., mossen.
Mosachtig.
Mosch. Zie Musch.
Moscovisch.
Moskee, V., moskeeën.
Mossel, V., mosselen en mossels. Mosseltje, O., -jes.
Mosselbank, V., -banken.
Mosselkraam, V., -kramen.
Mosselman (persoon), M.; (vaartuig), V., -mannen.
Mosselschelp, V., -schelpen.
Mosselwagen, M., -wagens.
Mosselwijf, O., -wijven.
Mossig.
Most, M.
Mosterd en Mostaard, M.
Mosterdjongen, M., -jongens.
Mosterdlepeltje, O., -lepeltjes.
Mosterdmolen, M., -molens.
Mosterdpap, V., -pappen.
Mosterdpleister, V., -pleisters.
Mosterdpot, M., -potten; -potje, O., -jes.
Mosterdpapier, O.
Mosterdsaus, V.
Mosterdzaad, O.
Mot (insect), V., motten. Motje, O., -jes.
Mot (fijne regen), V.
Mot (turfmolm), O.
Motie, V., motiën en moties.
Motief, O., motieven.
Motiveeren, motiveerde, heeft gemotiveerd.
Motiveering, V., motiveeringen.
Motor, M., motors.
Motorboot, V., -booten.
Motorfiets, V., -fietsen.
Motorjacht, O., -jachten, -jachtje, O., -jes.
Motorjongen, M., -jongens.
Motorrijtuig, O., -rijtuigen.
Motorwagen, M., -wagens.
Motorwet, V.
Motregen, M.
Motregenen, motregende, heeft gemotregend.
Mots (paard), M., motsen.
Motse (schippersbroek), V., motsen.
Motsen, motste, heeft gemotst.
Motten, motte, heeft gemot.
Mottig, mottiger, mottigst.
Motto, O., motto's.
Motto-album, O., motto-.
Mousseeren, mousseerde, heeft gemousseerd.
Mousseline, V. en O.
Mousselinen (bnw.).
Moustache, V., moustaches.
Mout, O.
Mouteest, M., -eesten.
Mouten, moutte, heeft gemout.
Mouter, M., mouters.
Mouterij, V., mouterijen.
Moutextract, O.
Moutwijn, M.
Mouw, V., mouwen. Mouwtje, O., -jes.
Mouwstrepen (mv.), V.
Mouwvest, O., -vesten.
Mozaïek, O.
Mozaïsch.
Mud, V. en O., mudden. Mudje, O., -jes.
Mudde, V., mudden.
Mudszak, M., -zakken.
Muf, muffer, mufst.
Muffen, mufte, heeft gemuft.
Muffig, muffiger, muffigst.
Muffigheid, V.
Mufheid, V.
Mug, V., muggen. Mugje, O., -jes.
Muggebeet, M., -beten.
Muggendoek, O., -doeken.
Muggengegons, O.
Muggenziften, muggenzifte, heeft gemuggenzift.
Muggenzifter, M., -zifters.
Muggenzifterij, V., -zifterijen.
Muggesteek, M., -steken.
Muil (dier), M., muilen.
Muil (bek), M., muilen.
Muil (schoeisel), V., muilen. Muiltje, O., -jes.
Muilband, M., -banden.
Muilbanden, muilbandde, heeft gemuilband.
Muildier, O., -dieren.
Muildierdrijver, M., -drijvers.
Muilezel, M., -ezels.
Muilkorf, M., -korven.
Muilpeer, V., -peren.
Muis, V., muizen. Muisje, O., -jes.
Muisgrauw.
Muisje (suikergebak en aardappel), O., -jes.
Muiskat, V., -katten.
Muisstil, -stille.
Muisvaal, -vale.
Muit en Muite, V., muiten.
Muiteling, M. en V., muitelingen.
Muiten, muitte, heeft gemuit.
Muiter, M., muiters.
Muiterij, V., muiterijen.
Muitziek, -zieker, -ziekst.
Muitzucht, V.
Muizen, muisde, heeft gemuisd.
Muizendrek, M.
Muizengat, O., -gaten.
Muizengerst, V.
Muizenis, V., muizenissen.
Muizenkeutel, V., -keutels; -keuteltje, O., -jes.
Muizenmaaltijd, M., -maaltijden.
Muizennest, O., -nesten.
Muizenoor, O.
Muizentarwe, V.
Muizenval, V., -vallen.
Muizenvanger, M., -vangers.
Muizestaart, M., -staarten.
Muizetand, M., -tanden.
Muizevel, O., -vellen.
Muizing, V., muizings.
Mul, V.
Mul, muller, mulst.
Mulat, M., mulatten.
Mulattin, V., mulattinnen.
Mulheid, V.
Mullen, mulde, is en heeft gemuld.
Mullig, mulliger, mulligst.
Mulligheid, V.
Mummelen, mummelde, heeft gemummeld.
Mummie, V., mummiën en mummies.
Munitie, V.
Munnik. Zie Monnik.
Munt (geld en muntplaats), V., munten. Muntje, O., -jes.
Munt (kruid), V.
Muntbiljet, O., -biljetten.
Muntboek, O., -boeken.
Muntconferentie, V., -conferenties.
Munten (geldslaan), muntte, heeft gemunt.
Munten (doelen), muntte, heeft gemunt.
Muntenkabinet, O., -kabinetten.
Munter, M., munters.
Muntgasmeter, M., -meters.
Munting, V., muntingen.
Muntloon, O.
Muntmateriaal, O.
Muntmeester, M., -meesters.
Muntmeter, M., -meters.
Muntrecht, O.
Muntslag, M.
Muntsoort, V., -soorten.
Muntspecie, V., -speciën.
Muntstelsel, O., -stelsels.
Muntstempel, M., -stempels.
Munt-unie, V. (De Latijnsche -).
Muntvoet, M.
Muntvoorraad, M.
Muntwezen, O.
Muren, muurde, heeft gemuurd.
Murf, V., murven.
Murik, V.
Murmelen, murmelde, heeft gemurmeld.
Murmureerder, M., murmureerders.
Murmureeren, murmureerde, heeft gemurmureerd.
Murmureering, V., murmureeringen.
Murw, murwer, murwst.
Murwen, murwde, heeft en is gemurwd.
Musch en Mosch, V., musschen en mosschen. Muschje en moschje, O., -jes.
Muscus, V.
Muscusdier, O., -dieren.
Muscusgeur, M.
Museum, O., museums, musea en museën.
Musiceeren, musiceerde, heeft gemusiceerd.
Musicus, M., musici.
Muskaat (wijn), M.
Muskaatnoot, V., -noten.
Muskaatwijn, M.
Muskadel, V., muskadellen.
Musket, O., musketten. Musketje, O., -jes.
Musketier, M., musketiers.
Musketkogel, M., -kogels.
Musketvuur, O.
Muskiet, M., muskieten.
Muskietennet, O.
Musschenhagel, M.
Musschennest, O., -nesten.
Musscheveer, V., -veeren.
Mutatie, V., mutatiën en mutaties.
Muts, V., mutsen. Mutsje, O., -jes.
Mutsaard en Mutserd, M., mutsaards en mutserds.
Mutsebol, M., -bollen.
Mutsenlint, O.
Mutsenmaakster, V., -maaksters.
Mutsenstijfster, V., -stijfsters.
Mutsenwaschster, V., -waschsters.
Mutsje (maat), O., -jes.
Muur, M., muren. Muurtje, O., -jes.
Muur (murik, kruid), V.
Muurbloem, V., -bloemen.
Muurplaat, V., -platen.
Muze, V., Muzen.
Muzelman, M., Muzelmannen.
Muzenzoon, M., -zonen.
Muziek, V.
Muziekavondje, O., -avondjes.
Muziekboek, O., -boeken.
Muziekcorps, O., -corpsen. Ook wel Muziekkorps, O., -korpsen.
Muziekdoos, V., -doozen.
Muziekfeest, O., -feesten.
Muziekgezelschap, O., -gezelschappen.
Muziekinstrument, O., -instrumenten.
Muziekles, V., -lessen.
Muzieklessenaar, M., -lessenaars.
Muziekliefhebber, M., -liefhebbers.
Muzieknoot, V., -noten.
Muziekmeester, M., -meesters.
Muziekpapier, O.
Muziekschool, V., -scholen.
Muziekstuk, O., -stukken.
Muziektent, V., -tenten.
Muziekuitvoering, V., -uitvoeringen.
Muzikaal, muzikaler, muzikaalst.
Muzikant, M., muzikanten. Muzikantje, O., -jes.
Myoop.
Myopie, V.
Myriade, V., myriaden.
Myriagram, O., myriagrammen.
Myriameter, M., myriameters.
Myrrhe. Zie Mirre.
Mysterie, O., mysteriën en mysteries.
Mysteriespel, O., -spelen.
Mysterieus, mysterieuzer, mysterieust.
Mysticisme, O.
Mystiek, V.
Mystiek, mystieker, mystiekst.
Mystificatie, V., mystificatiën en mystificaties.
Mystificeeren, mystificeerde, heeft gemystificeerd.
Mythe, V., mythen.
Mythisch.
Mythologie, V., mythologieën.
Mythologisch.
Mytholoog, M., mythologen.
N
N, V., n's.
Na.
Na, nader, naast.
Naäapster, V., -äapsters.
Naad, M., naden. Naadje, O., -jes.
Naaf, V., naven.
Naaibank, V., -banken.
Naaibout, M., -bouten.
Naaidoos, V., -doozen.
Naaien, naaide, heeft genaaid.
Naaigaren, O.
Naaikamer, V., -kamers.
Naaikistje, O., -jes.
Naaikussen, O., -kussens; -kussentje, O., -jes.
Naaimachine, V., -machines.
Naaimand, V., -manden; -mandje, O., -jes.
Naaimeisje, O., -jes.
Naainaald, V., -naalden.
Naaischool, V., -scholen; -schooltje, O., -jes.
Naaister, V., naaisters. Naaistertje, O., -jes.
Naaitafel, V., -tafels; -tafeltje, O., -jes.
Naaiwerk, O.
Naaiwinkel, M., -winkels.
Naaizak, M., -zakken.
Naaizijde, V.
Naakt, naakter, naaktst.
Naaktheid, V.
Naald, V., naalden. Naaldje, O., -jes.
Naaldboom, M., -boomen.
Naaldenboekje, O., -boekjes.
Naaldenfabriek, V., -fabrieken.
Naaldengeld, O.
Naaldenkoker, M., -kokers.
Naaldenoog, O.
Naaldenwerk, O.
Naaldenwinkel, M., -winkels.
Naaldgeweer, O., -geweren.
Naaldhout, O.
Naam, M., namen. Naampje, O., -jes.
Naambord, O., -borden; -bordje, O., -jes.
Naamchristen, M., -christenen.
Naamcijfer, O., -cijfers.
Naamdag, M., -dagen.
Naamgenoot, M., -genooten. V. ook naamgenoote.
Naamgeving, V.
Naamkaartje, O., -kaartjes.
Naamloos (zonder naam), -looze.
Naamloosheid, V.
Naamlijst, V., -lijsten.
Naamstempel, M., -stempels.
Naamsverandering, V., -veranderingen.
Naamval, M., -vallen.
Naamvalsuitgang, M., -uitgangen.
Naamwoord, O., -woorden.
Naäpen, aapte na, heeft nageaapt.
Naäper, M., -äpers.
Naäperij, V., -äperijen.
Naäping, V., -äpingen.
Naar, naarder, naarst.
Naar (voorz.).
Naardien.
Naargeestig, -geestiger, -geestigst.
Naargeestigheid, V.
Naarheid, V., -heden.
Naarmate (voegw.).
Naars. Zie Aars.
Naarstig, naarstiger, naarstigst.
Naarstigheid, V.
Naarstiglijk.
Naast.
Naastbestaande, M. en V., -bestaanden.
Naaste, M. en V., naasten.
Naaste (Ten naaste bij).
Naasten, naastte, heeft genaast.
Naasting, V., naastingen.
Nababbelen, babbelde na, heeft nagebabbeld.
Nabassen, baste na, heeft nagebast.
Nabauwen, bauwde na, heeft nagebauwd.
Nabauwer, M., -bauwers.
Naberouw, O.
Nabeurs, V.
Nabestaande, M. en V., -bestaanden.
Nabetrachting, V., -betrachtingen.
Nabij (bijw.).
Nabijgelegen.
Nabijheid, V.
Nabijzijnd.
Nablaffen, blafte na, heeft nageblaft.
Nablijven, bleef na, bleven na, is nagebleven.
Nablijver, M., -blijvers.
Nabloeden, bloedde na, heeft nagebloed.
Nabloeien, bloeide na, heeft nagebloeid.
Nabloeier, M., -bloeiers.
Nabootsen, bootste na, heeft nagebootst.
Nabootser, M., -bootsers.
Nabootsing, V., -bootsingen.
Nabrengen, bracht na, heeft nagebracht.
Nabroodje, O., -jes.
Nabrullen, brulde na, heeft nagebruld,
Naburig, -buriger, -burigst.
Nabuur, M., -buren. Nabuurtje, O., -jes.
Nabuurschap, V.
Nacht, M., nachten. Nachtje, O., -jes.
Nachtarbeid, M.
Nachtblaker, M., -blakers.
Nachtboot, V., -booten.
Nachtbraken, nachtbraakte, heeft genachtbraakt.
Nachtbraken, O.
Nachtbraker, M., -brakers.
Nachtbroek, V., -broeken.
Nachtdoek, M., -doeken.
Nachtdienst, M.
Nachtegaal, M., nachtegalen en nachtegaals. Nachtegaaltje, O., -jes.
Nachtegaalsnest, O., -nesten.
Nachtegaalsslag, M.
Nachtegaalsstem, V., -stemmen.
Nachtegaalstoon, M., -tonen.
Nachtelijk.
Nachtevening, V.
Nachtgerucht, O.
Nachtgewaad, O., -gewaden.
Nachtglas, O., -glazen.
Nachtgoed, O.
Nachthemd, O., -hemden.
Nachthuisje, O., -huisjes.
Nachtjapon, V., -japonnen. Zie ook Nachtpon.
Nachtkaars, V., -kaarsen.
Nachtkwartier, O., -kwartieren.
Nachtlamp, V., -lampen; -lampje, O., -jes.
Nachtlicht, O. Nachtlichtje, O., -jes.
Nachtlijst, V., -lijsten,
Nachtlooper, M., -loopers.
Nachtlucht, V.
Nachtmaal, O.
Nachtmaalganger, M., -gangers.
Nachtmaalsbeker, M., -bekers.
Nachtmaalsbrood, O.
Nachtmaalstafel, V., -tafels.
Nachtmerrie, V., -merries.
Nachtmuts, V., -mutsen.
Nachtpitje, O., -jes.
Nachtpon, V., -ponnen; -ponnetje, O., -jes.
Nachtraaf, M., -raven.
Nachtroofvogel, M., -vogels.
Nachtrust, V.
Nachtschade, V.
Nachtschuit, V., -schuiten.
Nachtsein, O., -seinen.
Nachtslot, O.
Nachtspiegel, M., -spiegels.
Nachttafeltje, O., -tafeltjes.
Nachttrein, M., -treinen.
Nachtuil, M., -uilen.
Nachtverblijf, O., -verblijven.
Nachtvlinder, M., -vlinders.
Nachtvogel, M., -vogels.
Nachtvorst, V., -vorsten.
Nachtwacht (wachter), M.; (het wachthouden en de gezamenlijke
wachters), V., -wachten.
Nachtwaker, M., -wakers.
Nachtwerk, O.
Nachtwerken, nachtwerkte, heeft genachtwerkt.
Nachtwerker, M., -werkers.
Nachtwind, M.
Nachtzoen, M., -zoenen.
Nacijferen, cijferde na, heeft nagecijferd.
Nadag, M., -dagen.
Nadansen, danste na, heeft nagedanst.
Nadat.
Nadeel, O., -deelen. Nadeeltje, O., -jes.
Nadeelig, -deeliger, -deeligst.
Nademaal.
Nadenken, dacht na, heeft nagedacht.
Nadenkend, -denkender, -denkendst.
Nader. Zie Na.
Naderbij.
Naderen, naderde, is genaderd.
Naderhand.
Nadering, V., naderingen.
Nadezen.
Nadir, O.
Nadoen, deed na, deden na, heeft nagedaan.
Nadoener, M., -doeners.
Nadorst, M.
Nadragen, droeg na, heeft nagedragen.
Nadraven, draafde na, heeft en is nagedraafd.
Nadruk (nagedrukt boek), M., -drukken. Nadrukje, O., -jes.
Nadruk (het nadrukken), M.
Nadruk (klem), M.
Nadrukkelijk, -lijker, -lijkst.
Nadrukken, drukte na, heeft nagedrukt.
Nadweilen, dweilde na, heeft nagedweild.
Naëten, at na, aten na, heeft nagegeten.
Nafluiten, floot na, floten na, heeft nagefloten.
Nagaan, gaat na, ging na, heeft en is nagegaan.
Nagalm, M.
Nageboorte, V., -geboorten.
Nagebuur, M., -geburen.
Nagel (aan het lichaam), M., nagels en nagelen. Nageltje, O., -jes.
Nagelbank, V., -banken.
Nagelbed, O.
Nagelbijter, M., -bijters.
Nagelbloem, V., -bloemen.
Nagelborstel, M., -borstels; -borsteltje, O., -jes.
Nagelen, nagelde, heeft genageld.
Nagelhout (rookvleesch), O.
Nagelijzer, O., -ijzers.
Nagelkruid, O.
Nagelolie, V.
Nagelvast.
Nagelvijltje, O., -jes.
Nagelwortel (stofnaam), V.
Nagenoeg.
Nagerecht, O., -gerechten.
Nageslacht, O., -geslachten.
Nageven, gaf na, gaven na, heeft nagegeven.
Nagezang, O., -gezangen.
Nagieten, goot na, goten na, heeft nagegoten.
Nagisten, gistte na, heeft nagegist.
Nagluren, gluurde na, heeft nagegluurd.
Nagooien, gooide na, heeft nagegooid.
Nagras, O.
Naherfst, M.
Nahollen, holde na, heeft en is nagehold.
Nahooi, O.
Nahouden, hield na, heeft nagehouden.
Naïef, naïever, naïefst.
Naijlen, ijlde na, is nageijld.
Naijver, M.
Naijverig, -ijveriger, -ijverigst.
Naïveteit, V., naïveteiten.
Najaar, O., -jaren.
Najaarsblad, O., -bladen en -bladeren.
Najaarsbloem, V., -bloemen; -bloempje, O., -jes.
Najaarskoorts, V., -koortsen.
Najaarsloover, O.
Najaarsmis, V., -missen.
Najaarsopruiming, V., -opruimingen.
Najaarsregen, M., -regens.
Najaarsreis, V., -reizen.
Najaarsveiling, V., -veilingen.
Najaarsvergadering, V., -vergaderingen.
Najaarsweder en -weer, O.
Najaarszon, V.