Jaloezie (zonneblind), V., jaloezieën.
Jaloezielat, V., -latten.
Jam, V., jammen.
Jam (Engelsch woord), V.
Jambe, V., jamben.
Jammer, O., jammeren.
Jammerdal, O.
Jammeren, jammerde, heeft gejammerd.
Jammerhartig, -hartiger, -hartigst.
Jammerklacht, V., -klachten.
Jammerlijk, -lijker, -lijkst.
Jampotje, O., -potjes.
Jan, M., jannen. Jantje, O., -jes.
Janhagel (koek), V.
Janhagel (gemeen), O.
Janhen, M., janhennen.
Janitsaar, M., Janitsaren.
Janken, jankte, heeft gejankt.
Janmaat, M.
Jansalie, M., jansalies.
Jansalieachtig, -achtiger, -achtigst.
Jansenist, M., Jansenisten.
Jansenistenkerk, V., -kerken.
Januari, M.
Japannees, M., Japanneezen.
Japanneesch en Japansch, O.
Japansch. Zie Japanneesch.
Japen, jaapte, heeft gejaapt.
Japon, V., japonnen en japons. Japonnetje, O., -jes.
Japonlijf, O., -lijven; -lijfje, O., -jes.
Japonrok, M., -rokken.
Japonstof, V., -stoffen.
Jarenlang (bijw.).
Jargon, O.
Jarig.
Jas (kleed), V., jassen. Jasje, O., -jes.
Jas (troefboer), M.
Jaskaart, V., -kaarten.
Jasmijn, V., jasmijnen. Jasmijntje, O., -jes.
Jaspis (steen), M., jaspissen; (als stofnaam), O.
Jassen, jaste, heeft gejast.
Jassenkamer, V., -kamers.
Jassenknecht, M., -knechts.
Java-koffie, V.
Jawoord, O.
Je.
Jegens.
Jenever, V.
Jeneverachtig, -achtiger, -achtigst.
Jeneverbes, V., -bessen.
Jeneverflesch, V., -flesschen.
Jeneverlucht, V.
Jenevermoed, M.
Jeneverneus (neus), M., -neuzen.
Jeneverneus (persoon), M. en V., -neuzen.
Jeneverstoker, M., -stokers.
Jeremiade, V., jeremiaden en jeremiades.
Jeruzalemmer (appel), M., jeruzalemmers.
Jeugd, V.
Jeugdig, jeugdiger, jeugdigst.
Jeugdigheid, V.
Jeuk, M.
Jeuken (ook Joken), jeukte (jookte), heeft gejeukt (gejookt).
Jeuking (ook Joking), V., jeukingen.
Jeukte, V.
Jeukziekte, V.
Jezuïet, M., Jezuïeten.
Jezuïetenkerk, V., -kerken.
Jezuïetisch.
Jezuïtisme, O.
Jicht, V.
Jichtaanval, M., -aanvallen.
Jichtig, jichtiger, jichtigst.
Jichtigheid, V.
Jichtknobbel, M., -knobbels.
Jij.
Jijn, O., jijns. Zie Gijn.
Jingo, M., jingo's.
Jingo-blad, O., -bladen.
Jobsbode, M. en V., -boden.
Jobstijding, V., -tijdingen.
Jockey, M., jockeys.
Jockey-pet, V., -petten; -petje, O., -jes.
Jodenbrood, O., -brooden.
Jodenbuurt, V., -buurten.
Jodendom, O.
Jodengenoot, M., -genooten.
Jodenhoek, M.
Jodenkerk, V., -kerken.
Jodenkind, O., -kinderen.
Jodenkoekje, O., -jes.
Jodenkriek, V., -krieken.
Jodenlijm, V.
Jodenpek, O.
Jodentaal, V.
Jodin, V., Jodinnen. Jodinnetje, O., -jes.
Jodium, O.
Jodiumtinctuur, V.
Jodoform, O. en V.
Jodoformgaas, O.
Joechjachen, joechjachte, heeft gejoechjacht.
Joedelen, joedelde, heeft gejoedeld.
Joelen, joelde, heeft gejoeld.
Jok, M.
Joken, Joking. Zie Jeuken, enz.
Jokkebrok, M. en V., -brokken.
Jokken, jokte, heeft gejokt.
Jokken, M., jokkens. Jokkentje, O., -jes.
Jokkernij, V., jokkernijen. Jokkernijtje, O., -jes.
Jol, V., jollen. Jolletje, O., -jes.
Jolen, joolde, heeft gejoold.
Jolig, joliger, joligst.
Joligheid, V.
Jolleman, M., -mannen.
Jonassen, jonaste, heeft gejonast.
Jong, jonger, jongst.
Jong, O., jongen.
Jongedochter, V., -dochters.
Jongeheer en Jongenheer, M., jongeheeren.
Jongejuffrouw, V., -juffrouwen.
Jongeling, M., jongelingen.
Jongelingschap, V.
Jongelingsdroom, M., -droomen.
Jongelingsjaren (mv.), O.
Jongelingsvereeniging, V., -vereenigingen.
Jongen, M., jongens. Jongetje, O., -jes.
Jongen, jongde, heeft gejongd.
Jongensachtig, -achtiger, -achtigst.
Jongensgek, V., -gekken.
Jongenspak, O., -pakken.
Jongenswerk, O.
Jonger, M., jongeren en jongers.
Jonggeborene, M. en V., -geborenen.
Jonggehuwde, M. en V., -gehuwden.
Jonggezel, M., jonggezellen.
Jongmaatje, O., -jes.
Jongmensch, O., jongelieden en jongelui.
Jongs (Van jongs af).
Jongsken en Jongske, O., jongskens en jongskes.
Jongstleden.
Jonk, V., jonken.
Jonker, M., jonkers. Jonkertje, O., -jes.
Jonkerachtig, -achtiger, -achtigst.
Jonkheer, M., -heeren; -heertje, O., -jes.
Jonkheerstitel, M., -titels.
Jonkheid, V.
Jonkman, M., jongelieden en jongelui.
Jonkvrouw, V., -vrouwen.
Jonkvrouwelijk.
Jood, M., Joden en joden. Joodje, O., -jes.
Joodsch.
Jool, M., jolen. Jooltje, O., -jes.
Joop, V., jopen.
Jopenbier, O.
Jota, V., jota's.
Jou.
Journaal, O., journalen.
Journalist, M., journalisten.
Journalistenkring, M., -kringen.
Journalistiek, V.
Jouw, M.
Jouwen, jouwde, heeft gejouwd.
Joviaal, jovialer, joviaalst.
Jovialiteit, V.
Jubel, M., jubels.
Jubelen, jubelde, heeft gejubeld.
Jubelfeest, O., -feesten.
Jubeljaar, O., -jaren.
Jubilaris, M., jubilarissen.
Jubilé, O., jubilé's.
Jucht, O.
Juchtleder en -leer, O.
Juchtlederen en -leeren (bnw.).
Judashaar, O.
Judaskus, M.
Judaspenning, M.
Juffer (juffrouw), V., juffers en jufferen. Juffertje, O., -jes.
Juffer (spar, balk), V., juffers.
Jufferachtig, -achtiger, -achtigst.
Jufferlijk, -lijker, -lijkst.
Jufferschap, V.
Juffershondje, O., -jes.
Juffrouw, V., juffrouwen.
Juichen, juichte, heeft gejuicht.
Juist, juister, juistste.
Juist (bijw.).
Juistheid, V.
Jujube, V., jujubes.
Juk, O., jukken. Jukje, O., -jes.
Jukbeen, O., -beenderen.
Juli, M.
Juni, M.
Juridisch.
Jurisprudentie, V.
Jurist, M., juristen.
Juristenvereeniging, V., -vereenigingen.
Jurk, V., jurken. Jurkje, O., -jes.
Jury, V., jury's.
Justeerder, M., justeerders.
Justeeren, justeerde, heeft gejusteerd.
Justitie, V.
Jut (peer), V., jutten.
Jute, V.
Jutmis en Juttemis, V.
Juttepeer (vrucht), V., -peren; (boom), M., -peren.
Juweel, O., juweelen. Juweeltje, O., -jes.
Juweelen (bnw.).
Juweelenkistje, O., -jes.
Juweelenkoffertje, O., -jes.
Juweelig.
Juwelier, M., juweliers.
Juwelierswinkel, M., -winkels.
K
K, V., k's.
Ka. Zie Kade.
Kaag, V., kagen.
Kaai, V., kaaien. Kaaitje, O., -jes.
Kaaidraaien en Kadraaien, kaaidraaide (kadraaide), heeft gekaaidraaid
(gekadraaid).
Kaaidraaier en Kadraaier, M., -draaiers.
Kaaien, kaaide, heeft gekaaid.
Kaailooper, M., -loopers.
Kaaiman, M., kaaimans en kaaimannen.
Kaaimuur, M., -muren.
Kaaiwerker, M., -werkers.
Kaak (wang), V., kaken. Kaakje, O., -jes.
Kaak (schandpaal), V., kaken.
Kaakje (gebakje), O., -jes.
Kaakmes, O., -messen.
Kaakslag, M., -slagen.
Kaal, kaler, kaalst.
Kaalheid, V.
Kaalhoofdig, -hoofdiger, -hoofdigst.
Kaalkop, M. en V., -koppen.
Kaam, V.
Kaamsel, O., kaamsels.
Kaan, V., kanen.
Kaankoek, M., -koeken; (als stofnaam), V.
Kaap (voorgebergte), V., kapen. Kaapje, O., -jes.
Kaap (roof), V. (Ter - varen).
Kaapkolonie, V.
Kaapsch.
Kaapstander, M., -standers.
Kaapvaarder, M., -vaarders.
Kaapvaart, V.
Kaar, V., karen.
Kaarde, V., kaarden.
Kaardebol (voorwerp), M.; (als plantnaam), V., -bollen.
Kaarden, kaardde, heeft gekaard.
Kaardendistel, V., -distels.
Kaardenmaker, M., -makers.
Kaarder, M., kaarders.
Kaardsel, O.
Kaardster, V., kaardsters.
Kaars, V., kaarsen. Kaarsje, O., -jes.
Kaarsedief, M., -dieven.
Kaarsenbak, M., -bakken.
Kaarsenkatoen, O.
Kaarsenkooper, M., -koopers.
Kaarsenmaker, M., -makers.
Kaarsenwinkel, M., -winkels.
Kaarsepit, V., -pitten.
Kaarslicht, O., -lichten.
Kaarsvet, O.
Kaart, V., kaarten. Kaartje, O., -jes.
Kaarteblad (eene speelkaart), O., -bladen.
Kaarten, kaartte, heeft gekaart.
Kaartenblad (karton, en papier om eene kaart op te teekenen), O.
Kaartenfabriek, V., -fabrieken.
Kaartengeld, O.
Kaartenhuis, O., -huizen; -huisje, O., -jes.
Kaartenmaker, M., -makers.
Kaartenpapier, O.
Kaartenwinkel, M., -winkels.
Kaartlegster, V., -legsters.
Kaartspel, O., -spelen en -spellen.
Kaartspelen, O.
Kaartspeler, M., -spelers.
Kaas, V., kazen. Kaasje, O., -jes.
Kaascontrôle, V.
Kaasjeskruid, O.
Kaaskleursel, O.
Kaaskooper, M., -koopers.
Kaasmaken, O.
Kaasmarkt, V., -markten.
Kaasmes, O., -messen.
Kaaspakhuis, O., -pakhuizen.
Kaasstolp, V., -stolpen.
Kaats, V.
Kaatsbaan, V., -banen.
Kaatsbal, M., -ballen.
Kaatsdak, O., -daken.
Kaatsen, kaatste, heeft gekaatst.
Kaatser, M., kaatsers.
Kaatsnet, O., -netten.
Kaatsspel, O., -spellen.
Kabaai, V., kabaaien.
Kabas, V., kabassen.
Kabassen, kabaste, heeft gekabast.
Kabbelen, kabbelde, heeft gekabbeld.
Kabbeling, V., kabbelingen.
Kabel, M., kabels. Kabeltje, O., -jes.
Kabelaring of Kabellarga, V.
Kabelen, kabelde, heeft gekabeld.
Kabelgat, O., -gaten.
Kabeljauw (visch), M., kabeljauwen; (als stofnaam), V. Kabeljauwtje,
O., -jes.
Kabelslengte, V., -lengten.
Kabeltouw, O., -touwen.
Kabinet, O., kabinetten. Kabinetje, O., -jes.
Kabinetscrisis, V.
Kabinetsorder, V., -orders.
Kabinetsquaestie en Kabinetskwestie, V., -quaestiën en -kwesties.
Kabinetsraad, M., -raden.
Kabinetsschrijven, O.
Kabinetsstuk, O., -stukken; -stukje, O., -jes.
Kabinetswerk, O.
Kabouter, M., kabouters.
Kaboutermannetje, O., -jes.
Kabuis, V., kabuizen.
Kachel, V., kachels. Kacheltje, O., -jes.
Kacheldeur, V., -deuren; -deurtje, O., -jes.
Kachelkolen, mv., V.
Kachelpijp, V., -pijpen.
Kachelplaat, V., -platen.
Kachelwarmte, V.
Kadaster, O.
Kadastraal, kadastrale.
Kadastreeren, kadastreerde, heeft gekadastreerd.
Kade en Ka, V., kaden.
Kader, O., kaders.
Kadernood, M.
Kaderplicht, M.
Kadet (broodje), V., kadetten. Kadetje, O., -jes.
Kadijk, M., kadijken.
Kadraai, V., kadraaien.
Kadraaien. Zie Kaaidraaien.
Kaf, O.
Kaffa, O.
Kaffer, M., Kaffers.
Kafferhoofd, O., -hoofden.
Kafferkraal, V., -kralen.
Kafferpolitiek, V.
Kaft, O., kaften. Kaftje, O., -jes.
Kaftan, M., kaftans.
Kaften, kaftte, heeft gekaft.
Kajapoetolie, V.
Kajuit, V., kajuiten.
Kajuitsjongen, M., -jongens.
Kajuitswachter, M., -wachters.
Kak, M.
Kakebeen, O., -beenen.
Kakelaar, M., kakelaars.
Kakelaarster, V., kakelaarsters.
Kakelbont, -bonter, -bontst.
Kakelen, kakelde, heeft gekakeld.
Kakement, O., kakementen.
Kaken, kaakte, heeft gekaakt.
Kaketoe, V., kaketoes.
Kakhiel, M., -hielen.
Kakhuis, O., -huizen; -huisje, O., -jes.
Kakken, kakte, heeft gekakt.
Kakkerlak, M., kakkerlakken. Kakkerlakje, O., -jes.
Kakschool, V., -scholen; -schooltje, O., -jes.
Kalamijnsteen, M., -steenen.
Kalamink en Kalmink, O.
Kalaminken en Kalminken (bnw.).
Kalander, V., kalanders.
Kalanderaar, M., kalanderaars.
Kalanderen, kalanderde, heeft gekalanderd.
Kalandermolen, M., -molens.
Kalebas, V., kalebassen.
Kalefaten, enz. Zie Kalfaten, enz.
Kalender, M., kalenders.
Kales, V., kalessen. Kalesje, O., -jes. Verg. Calêche.
Kalevink, M., -vinken.
Kalf, O., kalveren en kalven. Kalfje, O., -jes.
Kalfaathamer, M., -hamers.
Kalfaatijzer, O., -ijzers.
Kalfaattang, V., -tangen.
Kalfaten (ook Kalefaten), kalfaatte, heeft gekalfaat.
Kalfateren (ook Kalefateren), kalfaterde, heeft gekalfaterd.
Kalfatering, V., kalfateringen.
Kalfsbiefstuk, M., -biefstukken.
Kalfsborst, V., -borsten.
Kalfsgehakt, O.
Kalfsgelei, V.
Kalfskarbonade, V., -karbonaden.
Kalfskop, M., -koppen.
Kalfskotelet, V., -koteletten.
Kalfslap, M., -lappen; -lapje, O., -jes.
Kalfsleder en -leer, O.
Kalfslederen en -leeren (bnw.).
Kalfslever, V., -levers.
Kalfsnier, V., -nieren.
Kalfsoog, O., -oogen.
Kalfspoelet, O.
Kalfspoot, M., -pooten.
Kalfsrib, V., -ribben.
Kalfsschijf, V., -schijven; -schijfje, O., -jes.
Kalfssoep, V.
Kalfstong, V., -tongen; -tongetje, O., -jes.
Kalfsvel, O., -vellen.
Kalfsvleesch, O.
Kalfsvoet, M., -voeten.
Kalfszwezerik, M., -zwezeriken.
Kaliber, O.
Kalief, M., kaliefen.
Kalifaat, O.
Kalis, M., kalissen.
Kalk, V.
Kalkachtig, -achtiger, -achtigst.
Kalkbak, M., -bakken.
Kalkbranderij, V., -branderijen.
Kalken, kalkte, heeft gekalkt.
Kalkhydraat, O.
Kalklicht, O.
Kalkmelk, V.
Kalkoen, M., kalkoenen. Kalkoentje, O., -jes.
Kalkoenenei, O., -eieren.
Kalkoenenvleesch en Kalkoenevleesch, O.
Kalkoensch.
Kalkoentje (1/4 van eene flesch), O., -jes.
Kalkoven, M., -ovens.
Kalkwater, O.
Kallen, kalde, heeft gekald.
Kalm, kalmer, kalmst.
Kalmink. Zie Kalamink.
Kalmpjes.
Kalmte, V.
Kalmus, M.
Kalot, V., kalotten. Kalotje, O., -jes.
Kalven, kalfde, heeft gekalfd.
Kalverachtig, -achtiger, -achtigst.
Kalveren, kalverde, heeft gekalverd.
Kalverliefde, V.
Kalvijn, (appel), V., kalvijnen.
Kam, M., kammen. Kammetje, O., -jes.
Kameel (dier), M., kameelen.
Kameel (werktuig om schepen te lichten), O.
Kameelshaar, O.
Kameelsharen (bnw.).
Kameelsrug, M., -ruggen.
Kameleon, O., kameleons.
Kamelot, O.
Kamelotten (bnw.).
Kamen, kaamde, heeft gekaamd.
Kamenier, V., kameniers en kamenieren. Kameniertje, O., -jes.
Kamenieren, kamenierde, heeft gekamenierd.
Kameniersdienst, M., -diensten.
Kamer, V., kamers en kameren. Kamertje, O., -jes.
Kameraad, M. en V., kameraden en kameraads. Kameraadje, O., -jes.
Kameraadschap, O.
Kameraadschappelijk.
Kamerarrest, O., -arresten.
Kamerbehanger, M., -behangers.
Kamerbewaarder, M., -bewaarders.
Kamerbuks, V., -buksen.
Kamerdienaar, M., -dienaars.
Kameren, kamerde, heeft gekamerd.
Kamergymnastiek, V.
Kamerheer, M., -heeren.
Kamerjapon, V., -japonnen.
Kamerlid, O., -leden.
Kamerling, M., kamerlingen.
Kamermeisje, O., -meisjes.
Kamermuziek, V.
Kamerontbinding, V., -ontbindingen.
Kameroverzicht, O., -overzichten.
Kamerplant, V., -planten.
Kamerverslag, O., -verslagen.
Kamervleugel, M., -vleugels.
Kamerzanger, M., -zangers.
Kamerzitting, V., -zittingen.
Kamfer, V.
Kamferspiritus, M.
Kamfertandpoeder, O.
Kamig, kamiger, kamigst.
Kamille, V., kamillen.
Kamillethee, V.
Kamizool, O., kamizolen. Kamizooltje, O., -jes.
Kamizoolszak, M., -zakken.
Kammeling, V.
Kammen, kamde, heeft gekamd.
Kammenmaker, M., -makers.
Kamoesleer en Kamuisleer, O.
Kamoesleeren (bnw.).
Kamp (strijd en stuk land), M., kampen. Kampje, O., -jes.
Kamp (legerplaats), O.
Kamp (gelijk), (bijw.).
Kampanje, V., kampanjes.
Kampeeren, kampeerde, heeft gekampeerd.
Kampement, O., kampementen.
Kampen, kampte, heeft gekampt.
Kamper, M., kampers.
Kamperfoelie, V.
Kampernoelie, V., kampernoelies.
Kampersteur, M.
Kampioen, M., kampioenen.
Kampioenschap, O.
Kampioensprijs, M., -prijzen.
Kampong, M., kampongs.
Kamponghond, M., -honden.
Kamuis, kamuize.
Kamuisleer. Zie Kamoesleer.
Kan, V., kannen. Kannetje, O., -jes.
Kanaal, O., kanalen. Kanaaltje, O., -jes.
Kanaaltol, M., -tollen.
Kanalisatie, V.
Kanalje (ook Canaille), (menigte), O.; (persoon), V.
Kanarie, M., kanaries. Kanarietje, O., -jes.
Kanariegeel, -gele.
Kanarievogel, M., -vogels; -vogeltje, O., -jes.
Kanariezaad, O.
Kanaster. Zie Knaster.
Kandeel, V. Kandeeltje, O., -jes.
Kandeelketeltje, O., -keteltjes.
Kandelaar, M., kandelaren en kandelaars. Kandelaartje, O., -jes.
Kandij, V.
Kandijklontje, O., -jes.
Kaneel, V. en O.
Kaneelkleurig.
Kaneelwater, O.
Kanefas, O.
Kanenbrood, O.
Kangoeroe, V., kangoeroe's.
Kanjer, M.
Kanker, M.
Kankerachtig, -achtiger, -achtigst.
Kankeren, kankerde, is gekankerd.
Kannibaal, M., kannibalen.
Kanon (geschut), O., kanonnen. Kanonnetje, O., -jes.
Kanongebulder, O.
Kanonnade, V., kanonnades.
Kanonneerboot, V., -booten.
Kanonnenkoorts, V.
Kanonnier, M., kanonniers.
Kanonnierskazerne, V., -kazernen.
Kanonschot, O., -schoten.
Kanonskogel, M., -kogels.
Kanonvuur, O.
Kans, V., kansen. Kansje, O., -jes.
Kansbiljet, O., -biljetten.
Kansel, M., kansels.
Kanselarij, V., kanselarijen.
Kanselarijtaal, V.
Kanselier, M., kanseliers en kanselieren.
Kanselredenaar, M., -redenaars.
Kant (zijde), M., kanten. Kantje, O., -jes.
Kant (speldenwerk), V., kanten. Kantje, O., -jes.
Kant (Kant en klaar).
Kanteel, M., kanteelen.
Kantelen, kantelde, heeft en is gekanteld.
Kanteling, V.
Kanteloep, V., kanteloepen.
Kanten (bnw.).
Kanten, kantte, heeft gekant.
Kanterstok, M., -stokken.
Kanthouwen, kanthouwde, heeft gekanthouwd.
Kantig, kantiger, kantigst.
Kanton, O., kantons.
Kantongerecht, O., -gerechten.
Kantonnement, O., kantonnementen.
Kantonrechter, M., -rechters.
Kantoor, O., kantoren. Kantoortje, O., -jes.
Kantooragenda, V., -agenda's.
Kantooralmanak, M., -almanakken.
Kantoorbediende, M., -bedienden.
Kantoorbehoeften (mv.), V.
Kantoorboek, O., -boeken.
Kantoorklerk, M., -klerken.
Kantoorlessenaar, M., -lessenaars.
Kantoorschrijver, M., -schrijvers.
Kantoorstoel, M., -stoelen.
Kantooruur, O., -uren.
Kantoorwerk, O.
Kantrechten, kantrechtte, heeft gekantrecht.
Kantshaak, M., kantshaken.
Kantsteek, M., -steken.
Kantteekening, V., -teekeningen.
Kantwerkster, V., -werksters.
Kanunnik, M., kanunniken.
Kap, V., kappen. Kapje, O., -jes.
Kapbeitel, M., -beitels.
Kapblok, O., -blokken.
Kapdoos, V., -doozen.
Kapel (heiligdom en vlinder), V., kapellen. Kapelletje, O., -jes.
Kapelaan, M., kapelanen.
Kapelmeester, M., -meesters.
Kapen, kaapte, heeft gekaapt.
Kaper (vrijbuiter), M., kapers.
Kaper (muts), V., kapers. Kapertje, O., -jes.
Kaphamer, M., -hamers.
Kapitaal, O., kapitalen. Kapitaaltje, O., -jes.
Kapitaal, kapitale.
Kapitaalsverzekering, V., -verzekeringen.
Kapitaalvorming, V.
Kapitaliseeren, kapitaliseerde, heeft gekapitaliseerd.
Kapitalist, M., kapitalisten.
Kapiteel, O., kapiteelen.
Kapitein, M., kapiteins.
Kapitein-adjudant, M., kapiteins-adjudanten.
Kapitein-generaal, M., kapiteins-generaal.
Kapitein-ingenieur, M., kapiteins-ingenieurs.
Kapitein-kwartiermeester, M., kapiteins-kwartiermeesters en
kapitein-kwartiermeesters.
Kapitein-luitenant, M., kapitein-luitenants.
Kapiteinschap, O.
Kapiteinsplaats, V., -plaatsen.
Kapiteinsrang, M.
Kapiteinsuniform, V., -uniformen.
Kapitorie, O., kapitories.
Kapittel, O., kapittels en kapittelen. Kapitteltje, O., -jes.
Kapittelbank, V., -banken.
Kapittelen, kapittelde, heeft gekapitteld.
Kapittelkamer, V., -kamers.
Kapittelstok, M., -stokken; -stokje, O., -jes.
Kaplaars, V., -laarzen.
Kaplaken, O.
Kapmantel, M., -mantels.
Kapmes, O., -messen.
Kapoen, M., kapoenen. Kapoentje, O., -jes.
Kapoenen, kapoende, heeft gekapoend.
Kapoeres.
Kapoets (kapoetsmuts). Zie Kapuitsmuts.
Kapok, V.
Kapokmatras, V., -matrassen.
Kapot, V., kapotten. Kapotje, O., -jes.
Kapot, kapotte.
Kapotgaan, ging kapot, is kapotgegaan.
Kapotjas, V., -jassen.
Kappelen, kappelde, is gekappeld.
Kappen (hakken), kapte, heeft gekapt.
Kappen (het haar optooien), kapte, heeft gekapt.
Kapper (haartooier), M., kappers.
Kapper (gewas), V., kappers. Kappertje, O., -jes.
Kappersbediende, M., -bedienden.
Kapperswinkel, M., -winkels.
Kappertjeskool, V., -koolen.
Kaproen, V., kaproenen.
Kapsel, O., kapsels. Kapseltje, O., -jes.
Kapspiegel, M., -spiegels.
Kapster, V., kapsters.
Kapstok, M., -stokken; -stokje, O., -jes.
Kaptafel, V., -tafels.
Kapucijn, M., Kapucijnen.
Kapucijnenklooster, O., -kloosters.
Kapucijner (monnik), M., Kapucijners.
Kapucijner (erwt), M., kapucijners.
Kapuitsmuts en Kapoetsmuts, V., -mutsen.
Kar, V., karren. Karretje, O., -jes.
Karaak en Kraak, V., karaken en kraken.
Karaat, O., karaten en karaats.
Karabijn, V., karabijnen.
Karabinier, M., karabinieren en karabiniers.
Karaf en Kraf, V., karaffen en kraffen. Karafje en krafje, O., -jes.
Karakter, O., karakters. Karaktertje, O., -jes.
Karakteriseeren, karakteriseerde, heeft gekarakteriseerd.
Karakteristiek, karakteristieker, karakteristiekst.
Karakteristiek, V.
Karakterloos, -loozer.
Karakterloosheid, V.
Karaktertrek, M., -trekken.
Karavaan, V., karavanen.
Karavaanthee, V.
Karbeel, M., karbeels en karbeelen.
Karbonade, V., karbonades en karbonaden. Karbonaadje, O., -jes.
Karbonkel (steen), M., karbonkelen en karbonkels.
Karbouw, M., karbouwen.
Kardeel, O., kardeels.
Kardemom, V.
Kardinaal, M., kardinalen.
Kardinaalshoed, M., -hoeden.
Kardoes (hond), M., kardoezen.
Kardoes (artillerie en bouwkunde), V., kardoezen.
Kareel, M., kareelen.
Kareelsteen, M., -steenen.
Karig, kariger, karigst.
Karigheid, V.
Karkant, M., karkanten.
Karkas, O., karkassen. Karkasje, O., -jes.
Karkiet, M., karkieten.
Karmeliet, M., Karmelieten.
Karmelietenklooster, O., -kloosters.
Karmijn, O.
Karmozijn, O.
Karmozijnen (bnw.).
Karn, V., karnen.
Karnemelk, V.
Karnemelksbrij, V.
Karnemelkspap, V.
Karnen, karnde, heeft gekarnd.
Karnton, V., -tonnen.
Karnoffelen, karnoffelde, heeft gekarnoffeld.
Karonje, V., karonjes.
Karos, V., karossen.
Karot, V., karotten. Karotje, O., -jes.
Karottenfabriek, V., -fabrieken.
Karper, M., karpers. Karpertje, O., -jes.
Karpet, O., karpetten. Karpetje, O., -jes.
Karpoets, V., karpoetsen. Karpoetsje, O., -jes.
Karreman, M., -lieden en -lui.
Karrepaard, O., -paarden.
Karrevracht, V., -vrachten.
Karsaai, O., karsaaien.
Karsaaien (bnw.).
Karsteling, M., karstelingen. Karstelingetje, O., -jes.
Kartel, M., kartels.
Kartelen, kartelde, heeft en is gekarteld.
Karteling, V., kartelingen.
Kartets, V., kartetsen.
Kartetskogel, M., -kogels.
Kartetsvuur, O.
Karton (papier), O.
Kartonneeren, kartonneerde, heeft gekartonneerd.
Kartonneering, V., kartonneeringen.
Kartonnen (bnw.).
Kartuizer, M., Kartuizers.
Karveel, V. en O., karveels en karveelen.
Karveelswerk, O.
Karviel, O., karviels en karvielen.
Karwats, V., karwatsen. Karwatsje, O., -jes.
Karwei (werk), V., karweien. Karweitje, O., -jes.
Karwij (zaad), V.
Kas, V., kassen. Kasje, O., -jes.
Kasboek, O., -boeken; -boekje, O., -jes.
Kasgeld, O.
Kaskien en Kaskijn, M., kaskienen en kaskijnen.
Kasregister, O., -registers.
Kasseien, kasseide, heeft gekasseid.
Kassen, kaste, heeft gekast.
Kassie, V.
Kassier, M., kassiers en kassieren. Kassiertje, O., -jes.
Kassierderij, V.
Kassiersboek, O., -boeken.
Kassiersbriefje, O., -jes.
Kassierskantoor, O., -kantoren.
Kassiersknecht, M., -knechts.
Kassiersrekening, V., -rekeningen.
Kassig.
Kast, V., kasten. Kastje, O., -jes.
Kastanje (boom), M.; (vrucht), V., kastanjes.
Kastanjeboom, M., -boomen.
Kastanjebruin.
Kastanjebruin, O.
Kastdeur, V., -deuren.
Kaste, V., kasten.
Kasteel, O., kasteelen. Kasteeltje, O., -jes.
Kastegeest, M.
Kastekort, O.
Kastelein, M., kasteleins. Kasteleintje, O., -jes.
Kasteleines, V., kasteleinessen.
Kasteleinsrekening, V., -rekeningen.
Kastelenij, V., kastelenijen.
Kastenmaker, M., -makers.
Kastiespel, O.
Kastijden, kastijdde, heeft gekastijd.
Kastijding, V., kastijdingen.
Kastoor (stof), O.
Kastoren (bnw.).
Kastpapier, O.
Kastrol, V., kastrollen.
Kat, V., katten. Katje, O., -jes.
Kataas, O.
Katafalk, V., katafalken.
Kater, M., katers.
Katern, V. en O., katernen. Katerntje, O., -jes.
Kathalzen, kathalsde, heeft gekathalsd.
Katheder (leerstoel), M., katheders.
Kathedraal, kathedrale.
Kathedraal, V., kathedralen.
Katheter (buis), M., katheters.
Katholiek en Catholiek, M., Katholieken en Catholieken.
Katjesspel, O.
Katoen (als stof), O.; (als handelswaar), V., katoenen. Katoentje,
O., -jes.
Katoenbaal, V., -balen.
Katoenboom, M., -boomen.
Katoenen (bnw.).
Katoenfluweel, O.
Katoenmarkt, V.
Katoenplantage, V., -plantages.
Katoenspinnerij, V., -spinnerijen.
Katrol, V., katrollen. Katrolletje, O., -jes.
Kattebak, M., -bakken.
Kattebelletje, O., kattebelletjes.
Kattekop, M., -koppen.
Kattekwaad, O.
Katten, katte, heeft gekat.
Kattendoorn en -doren, M.
Kattengemauw, O.
Kattengeslacht, O.
Kattenhaar, O.
Kattenmuziek, V.
Katterig, katteriger, katterigst.
Katterigheid, V.
Kattesprong, M., -sprongen.
Kattestaart, M., -staarten.
Kattevel, O., -vellen.
Katuil, M., -uilen.
Katvisch, V.
Kauw, V., kauwen.
Kauwen, kauwde, heeft gekauwd.
Kauwoerde, V., kauwoerden.
Kavalje, V. en O., kavaljes.
Kavel, M., kavels en kavelen.
Kavelen, kavelde, heeft gekaveld.
Kaveling, V., kavelingen.
Kaviaar, V.
Kazak, V., kazakken.
Kazemat, V., kazematten.
Kazen, kaasde, heeft gekaasd.
Kazerne, V., kazernen.
Kazerneeren, kazerneerde, heeft gekazerneerd.
Kazerneering, V.
Kazuaris, M., kazuarissen.
Kazuifel, V., kazuifels en kazuifelen.
Ked, Kedde. Zie Kid.
Keel (in de bouwkunde), V., kelen.
Keel (lichaamsdeel), V., kelen. Keeltje, O., -jes.
Keel (rood), O. Verg. Kelen (bnw.).
Keelband, M., -banden,
Keelgat, O.
Keelgeluid, O., -geluiden.
Keelletter, V., -letters.
Keelpijn, V.
Keelstem, V.
Keeltering, V.
Keelziekte, V., -ziekten.
Keen, V., kenen.
Keep, V., kepen. Keepje, O., -jes.
Keer, M., keeren.
Keerdam, M., -dammen.
Keeren (wenden), keerde, heeft en is gekeerd.
Keering, V., keeringen.
Keerkring, M., -kringen.
Keerkringslijn, V., -lijnen.
Keerkringsplant, V., -planten.
Keerkringsvogel, M., -vogels.
Keerkringswarmte, V.
Keerkringszon, V.
Keernagel, M., -nagels.
Keerpunt, O., -punten.
Keertouw, O., -touwen.
Keerweer, M., -weeren.
Keerweg, M., -wegen.
Keerzijde, V., -zijden.
Kees, M., keezen. Keesje, O., -jes.
Keeshond, M., -honden.
Keest, M.
Keet, V., keten.
Keffen, kefte, heeft gekeft.
Keffer, M., keffers. Keffertje, O., -jes.
Keg en Kegge, V., keggen. Kegje en keggetje, O., -jes.
Kegel, M., kegels en kegelen. Kegeltje, O., -jes.
Kegelaar, M., kegelaars.
Kegelbaan, V., -banen.
Kegelbal, M., -ballen.
Kegelconcours, O., -concoursen.
Kegelen, kegelde, heeft gekegeld.
Kegeljongen, M., -jongens.
Kegelplaats, V., -plaatsen.
Kegelsnede, V., -sneden.
Kegeltop, M., -toppen.
Kegelvlak, O., -vlakken.
Kegelvormig.
Kei, M., keien. Keitje, O., -jes.
Keil, M., keilen. Keiltje, O., -jes.
Keilen, keilde, heeft gekeild.
Keisteen, M., -steenen; -steentje, O., -jes.
Keizer, M., keizers.
Keizerdom, O.
Keizerin, V., keizerinnen.
Keizerlijk.
Keizerrijk, O., -rijken.
Keizershof, O., -hoven.
Keizerskroon, V., -kronen.
Keizersnede, V., -sneden.
Keker, V., kekers.
Kekeren, kekerde, heeft gekekerd.
Kelder, M., kelders. Keldertje, O., -jes.
Kelderachtig, -achtiger, -achtigst.
Kelderen, kelderde, heeft gekelderd.
Keldergat, O., -gaten.
Kelderluik, O., -luiken.
Kelderraam, O., -ramen.
Kelderrat of -rot, V., -ratten en -rotten.
Keldertrap, V., -trappen.
Kelderwinde, V., -winden.
Kelen, keelde, heeft gekeeld.
Kelen (bnw. in de wapenkunde).
Kelk, M., kelken. Kelkje, O., -jes.
Kemel, M., kemels.
Kemelshaar, O.
Kemelsharen (bnw.).
Kemphaan, M., -hanen; -haantje, O., -jes.
Kenbaar, -baarder, -baarst.
Kenen, keende, is gekeend.
Kenlijk en Kennelijk, -lijker, -lijkst.
Kenmerk, O., -merken.
Kenmerken, kenmerkte, heeft gekenmerkt.
Kenmerkend.
Kennelijk. Zie Kenlijk.
Kennen, kende, heeft gekend.
Kennep. Zie Hennep.
Kenner, M., kenners.
Kennersblik, M., -blikken.
Kennersoog, O.
Kennis (wetenschap), V.
Kennis (bekende), V., kennissen. Kennisje, O., -jes.
Kennisgeving, V., -gevingen.
Kennismaking, V., -makingen.
Kennisneming, V.
Kenschets, V., -schetsen.
Kenschetsen, kenschetste, heeft gekenschetst.
Kenspreuk, V., -spreuken.
Kenster, V., kensters.
Kenteeken, O., -teekenen.
Kenteekenen, kenteekende, heeft gekenteekend.
Kenteren, kenterde, heeft en is gekenterd.
Kenterhaak, M., -haken.
Kentering, V., kenteringen.
Kenvermogen, O.
Kepen, keepte, heeft gekeept.
Keper, V., kepers.
Keperen, keperde, heeft gekeperd.
Kerel, M., kerels. Kereltje, O., -jes.
Keren (vegen), keerde, heeft gekeerd.
Kerf, V., kerven. Kerfje, O., -jes.
Kerfbank, V., -banken.
Kerfbijl, V., -bijlen.
Kerfmes, O., -messen.
Kerfstok, M., -stokken.
Kerk, V., kerken. Kerkje, O., -jes.
Kerkbaljuw, M., -baljuwen.
Kerkbank, V., -banken.
Kerkboek, O., -boeken; -boekje, O., -jes.
Kerkdag, M., -dagen.
Kerkdienst, M.
Kerkedienaar, M., -dienaars en -dienaren.
Kerkekamer, V., -kamers.
Kerkekas, V.
Kerkeknecht, M., -knechts.
Kerkelijk.
Kerken, kerkte, heeft gekerkt.
Kerkenorde en Kerkorde, V.
Kerkenordening, V., -ordeningen.
Kerker, M., kerkers.
Kerkeraad, M., -raden.
Kerkeren, kerkerde, heeft gekerkerd.
Kerkerkot, O., -kotten.
Kerkezakje, O., -jes.
Kerkgang, M., -gangen.
Kerkgebouw, O., -gebouwen.
Kerkgenootschap, O., -genootschappen.
Kerkgeschiedenis, V.
Kerkgezang, O.
Kerkhervorming, V., -hervormingen.
Kerkhof, O., -hoven; -hofje, O., -jes.
Kerkhofbloem, V., -bloemen.
Kerkklok, V., -klokken.
Kerkkroon, V., -kronen.
Kerkleer, V.
Kerkmeester, M., -meesters.
Kerkmuziek, V.
Kerkorgel, O., -orgels.
Kerkportaal, O., -portalen.
Kerkrat, V., -ratten.
Kerkrecht, O.
Kerkrechtelijk.
Kerkroof, M.
Kerksch, kerkscher, meest kerksch.
Kerkschheid, V.
Kerkstoel, M., -stoelen.
Kerktijd, M., -tijden.
Kerktoren, M., -torens.
Kerkuil, M., -uilen.
Kerkvader, M., -vaders.
Kerkvergadering, V., -vergaderingen.
Kerkvoogd, M., -voogden.
Kermen, kermde, heeft gekermd.
Kermer, M., kermers.
Kermis, V., kermissen.
Kermisbed, O., -bedden; -bedje, O., -jes.
Kermisfooi, V., -fooien.
Kermisgaan, O.
Kermisganger, M., -gangers.
Kermisgeld, O.
Kermisklant, M., -klanten.
Kermisstuk, O., -stukken.
Kermistent, V., -tenten.
Kermisvolk, O.
Kermisvrijer, M., -vrijers.
Kermisweek, V., -weken.
Kern, V., kernen.
Kernachtig, -achtiger, -achtigst.
Kernachtigheid, V.
Kers (vrucht), V., kersen. Kersje, O., -jes.
Kers (kruid), V.
Kerseboom, M., -boomen.
Kerseboomenhout, O.
Kerseboomgaard, M., -gaarden.
Kersenmand, V., -manden.
Kersentaart, V., -taarten.
Kersentijd, M.
Kersepit, V., -pitten.
Kersouw, V., kersouwen. Kersouwtje, O., -jes.
Kerspel, O., kerspelen en kerspels.
Kerstavond, M., -avonden.
Kerstboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.
Kerstbrood, O., -brooden.
Kerstdag, M., -dagen.
Kerstenen, kerstende, heeft gekerstend.
Kerstfeest, O., -feesten.
Kerstkrans, M., -kransen.
Kerstlied, O., -liederen; -liedje, O., -jes.
Kerstmis, V., -missen.
Kerstnacht, M., -nachten.
Kersttijd, M.
Kerstvacantie, V., -vacantiën en -vacanties.
Kerstweek, V., -weken.
Kerstzang, M., -zangen.
Kersversch.
Kervel, V.
Kerven, korf, korven, heeft en is gekorven.
Kesp, V., kespen.
Ketel, M., ketels. Keteltje, O., -jes.
Ketelachtig. Zie Kittelachtig.
Ketelbikker, M., -bikkers.
Ketelboeter, M., -boeters.
Ketelen. Zie Kittelen.
Ketelig. Zie Kittelig.
Ketelkoek, M., -koeken.
Ketellapper, M., -lappers.
Ketelmuziek, V.
Ketelsteen, M.
Keten, V., ketenen en ketens. Ketentje, O., -jes.
Keten, keette, heeft gekeet.
Ketenen, ketende, heeft geketend.
Ketsen, ketste, heeft geketst.
Ketter, M., ketters.
Ketterdom, O.
Ketterij, V., ketterijen. Ketterijtje, O., -jes.
Ketterjager, M., -jagers.
Kettersch.
Ketting, M., kettingen. Kettinkje, O., -jes.
Kettingbreuk, V., -breuken.
Kettingbrug, V., -bruggen.
Kettingganger, M., -gangers.
Kettingjongen, M., -jongens.
Kettingkogel, M., -kogels.
Kettingregel, M.
Kettingsteek, M., -steken.
Kettingwant, O.
Keu (biljartstok), V., keuen en keus.
Keuken, V., keukens. Keukentje, O., -jes.
Keukenboek, O., -boeken.
Keukenkast, V., -kasten.
Keukenmeid, V., -meiden.
Keukenpiet, M., -pieten.
Keukenprinses, V., -prinsessen.
Keukenschort, O., -schorten; -schortje, O., -jes.
Keukenwagen, M., -wagens.
Keukenzout, O.
Keule, V.
Keulenaar (persoon), M., Keulenaars.
Keulenaar (vaartuig), M., keulenaars.
Keulsch.
Keur, V., keuren.
Keurbende, V., -benden.
Keurder, M., keurders.
Keuren, keurde, heeft gekeurd.
Keurig, keuriger, keurigst.
Keurigheid, V.
Keuring, V., keuringen.
Keuringsdienst, M.
Keurkorps, O., -korpsen.
Keurlijk, -lijker, -lijkst.
Keurmeester, M., -meesters.
Keurprins, M., -prinsen.
Keurprinses, V., -prinsessen.
Keurs, V., keurzen. Keursje, O., -jes.
Keurslijf, O., -lijven.
Keursoldaat, M., -soldaten.
Keurteeken, O., -teekens.
Keurteekenen, keurteekende, heeft gekeurteekend.
Keurverwantschap, V.
Keurvorst, M., -vorsten.
Keurvorstelijk.
Keurvorstendom, O., -dommen.
Keus. Zie Keuze.
Keutel, V., keutels. Keuteltje, O., -jes.
Keutelaar, M., keutelaars.
Keutelachtig, -achtiger, -achtigst.
Keutelarij, V., keutelarijen.
Keutelen, keutelde, heeft gekeuteld.
Keutelig, keuteliger, keuteligst.
Keuteren, keuterde, heeft gekeuterd.
Keuvel, V., keuvels.
Keuvelaar, M., keuvelaars.
Keuvelen, keuvelde, heeft gekeuveld.
Keuze en Keus, V., keuzen.
Kevel, M., kevels. Keveltje, O., -jes.
Kever, M., kevers. Kevertje, O., -jes.
Kevie, V., kevies.
Kib en Kibbe, V., kibben. Kibje en kibbetje, O., -jes.
Kibbelaar, M., kibbelaars.
Kibbelarij, V., kibbelarijen. Kibbelarijtje, O., -jes.
Kibbelen, kibbelde, heeft gekibbeld.
Kibbeling (afval van zoutevisch), V.
Kibbelzucht, V.
Kid en Kidde (ook Ked en Kedde), V., kidden (en kedden).
Kiekeboe.
Kieken en Kuiken, O., kiekens en kuikens. Kiekentje en kuikentje,
O., -jes.
Kiel (kleedingstuk), M., kielen. Kieltje, O., -jes.
Kiel (van een schip), V., kielen.
Kielbalk, M., -balken.
Kielen, kielde, heeft gekield.
Kielhalen, kielhaalde, heeft gekielhaald.
Kieling, V.
Kielkeper, V., -kepers.
Kielwater, O.
Kiem, V., kiemen. Kiempje, O., -jes.
Kiemblaadje, O., -blaadjes.
Kiemblaasje, O., -blaasjes.
Kiemen, kiemde, heeft gekiemd.
Kiemwit, O.
Kienen, kiende, heeft gekiend.
Kienspel, O., -spellen.
Kier, M., kieren. Kiertje, O., -jes.
Kiereboe, V., kiereboes.
Kieren, kierde, heeft gekierd.
Kies, V., kiezen. Kiesje, O., -jes.
Kiesbevoegdheid, V.
Kiesch, kiescher, meest kiesch.
Kieschheid, V.
Kieschkeurig en Kieskeurig, -keuriger, -keurigst.
Kieschkeurigheid, V.
Kiescollege, O., -colleges.
Kiesdistrict, O., -districten.
Kiesgerechtigd.
Kieskauw, M. en V., kieskauwen.
Kieskauwen, kieskauwde, heeft gekieskauwd.
Kieskauwer, M., -kauwers.
Kiespijn, V.
Kiespijndoek, M., -doeken.
Kiesplicht, M.
Kiesrecht, O.
Kiestabel, V.
Kiesstelsel, O., -stelsels.
Kiesvereeniging, V., -vereenigingen.
Kiesvergadering, V., -vergaderingen.
Kieswet, V., -wetten.
Kietelen. Zie Kittelen.
Kieuw, V., kieuwen.
Kieuwdeksel, O., -deksels.
Kievit, M., kieviten.
Kievitsei, O., -eieren; -eitje, O., -eitjes en -eiertjes.
Kievitsnest, O., -nesten.
Kiezel, O.
Kiezelsteen, M., -steenen; -steentje, O., -jes.
Kiezelzuur, O.
Kiezen, koos, kozen, heeft gekozen.
Kiezentrekker, M., -trekkers.
Kiezer, M., kiezers.
Kiezerslijst, V., -lijsten.
Kif, O.
Kijf, V. (buiten kijf).
Kijfachtig, -achtiger, -achtigst.
Kijk, M. Kijkje, O., -jes.
Kijkdag, M., -dagen.
Kijken, keek, keken, heeft gekeken.
Kijker, M., kijkers. Kijkertje, O., -jes.
Kijkgat, O., -gaten.
Kijkglas, O., -glazen.
Kijk-in-de-pot, M. en V., kijk-in-de-potten.
Kijkkast, V., -kasten.
Kijkspel, O., -spellen.
Kijvage, V.
Kijven, keef, keven, heeft gekeven.
Kik, M. Kikje, O.
Kikken, kikte, heeft gekikt.
Kikker, M., kikkers. Kikkertje, O., -jes.
Kikkerbil, V., -billen; -billetje, O., -jes.
Kikkerland, O.
Kikkerpoel, M., -poelen.
Kikkerrit, O.
Kikvorsch, M., -vorschen; -vorschje, O., -jes.
Kikvorschennet, O., -netten.
Kil, V., killen.
Kil, killer, kilst.
Kilheid, V.
Killen, kilde, heeft gekild.
Killig, killiger, killigst.
Kilo, O., kilo's. Kilootje, O., -jes.
Kilogram, O., kilogrammen.
Kilometer, M., kilometers.
Kilometerboekje, O., -boekjes.
Kilometerraai, V., -raaien.
Kim, V., kimmen.
Kimduiking, V.
Kimweger, M., kimwegers.
Kin, V., kinnen. Kinnetje, O., -jes.
Kina, V.
Kinabast, V. (als stofnaam).
Kinawijn, M.
Kind, O., kinderen en kinders. Kindje, O., kindertjes.
Kinderachtig, -achtiger, -achtigst.
Kinderachtigheid, V., -heden.
Kinderarts, M., -artsen.
Kinderbal, O, -bals.
Kinderbalk, M., -balken; -balkje, O. -jes.
Kinderbewaarplaats, V., -plaatsen.
Kinderbijbel, M., -bijbels.
Kindercourant, V., -couranten.
Kinderdief, M., -dieven.
Kinderdokter, M., -dokters.
Kinderdoop, M.
Kinderdracht, V., -drachten.
Kinderen, kinderde, heeft gekinderd.
Kinderfeest, O., -feesten.
Kindergeld, O.
Kindergeschreeuw, O.
Kindergezang, O.
Kindergoed, O.
Kindergril, V., -grillen.
Kinderhand, V., -handen.
Kinderhoofd, O., -hoofden.
Kinderjaren (mv.), O.
Kinderjuffrouw, V., -juffrouwen.
Kinderkamer, V., -kamers.
Kinderkost, M.
Kinderkuur, V., -kuren.
Kinderleven, O.
Kinderlied, O., -liederen; -liedje, O., -jes.
Kinderliefde, V.
Kinderlijk, -lijker, -lijkst.
Kinderlijkheid, V.
Kinderloos, -looze.
Kinderloosheid, V.
Kindermaal, O., -malen.
Kindermand, V., -manden.
Kindermeid, V., -meiden.
Kindermeisje, O., -jes.
Kindermoord, M., -moorden.
Kindermoordenares, V., -moordenaressen.
Kinderpartij, V., -partijen.
Kinderplaag (plaag), V., -plagen.
Kinderplaag (persoon), M. en V., -plagen.
Kinderplicht, M., -plichten.
Kinderpokken (mv.), V.
Kinderpraat, M.
Kinderroof, M.
Kinderschoen, M., -schoenen; -schoentje, O., -jes.
Kinderschool, V. en O., -scholen; -schooltje, O., -jes.
Kinderspeelgoed, O.
Kinderspel, O., -spellen en -spelen.
Kinderstoel, M., -stoelen.
Kindervoeding, V.
Kindervraag, V., -vragen.
Kindervriend, M., -vrienden.
Kinderwagen, M., -wagens; -wagentje, O., -jes.
Kinderwereld, V.
Kinderwerk, O.
Kinderwetten (mv.), V.
Kinderzegen, M.
Kinderziekenhuis, O., -huizen.
Kinderziekte, V., -ziekten.
Kindlief.
Kindsbeen (Van - af).
Kindsch.
Kindschheid (gebrek van den ouderdom), V.
Kindsgedeelte, O., -gedeelten.
Kindsheid (eerste jeugd), V.
Kindskind, O., -kinderen.
Kinine, V.
Kininedrank, M., -dranken; -drankje, O., -jes.
Kininepil, V., -pillen.
Kininepoeder en -poeier, V., -poeders en -poeiers.
Kink, V., kinken.
Kinkel, M., kinkels.
Kinken, kinkte, heeft gekinkt.
Kinkhoest, M.
Kinkhoorn en Kinkhoren, M., -hoorns en -horens; -hoorntje en -horentje,
O., -jes.
Kinnebak, V., -bakken.
Kinnebaksblok, O., -blokken.
Kinnebaksham, V., -hammen; -hammetje, O., -jes.
Kinnetje (maat), O., -jes.
Kiosk, V., kiosken.
Kiosk-onderneming, V., -ondernemingen.
Kip (band, knip, enz.), V., kippen.
Kip (vogel), V., kippen. Kipje en kippetje, O., -jes.
Kippeborst, V., -borsten.
Kippeboutje, O., -jes.
Kippen, kipte, heeft gekipt.
Kippenboer, M., -boeren.
Kippendief, M., -dieven.
Kippenei, O., -eieren; -eitje, O., -eitjes en -eiertjes.
Kippengaas, O.
Kippengerst, V.
Kippenhok, O., -hokken.
Kippenkoopman, M., -kooplui.
Kippenkuur, V., -kuren.
Kippenladder, V., -ladders.
Kippenloop, M., -loopen.
Kippenpastei, V., -pasteien.
Kippenren, V., -rennen.
Kippensoep, V.
Kippenvel, O.
Kippenvoer, O.
Kippetjesgort, V.
Kippetjesgrutten (mv.), V.
Kippetjeskost, M.
Kippig, kippiger, kippigst.
Kipsel, O., kipsels.
Kiptakel, M., -takels.
Kirren, kirde, heeft gekird.
Kissen, kiste, heeft gekist.
Kist, V., kisten. Kistje, O., -jes.
Kisten, kistte, heeft gekist.
Kistenhout, O.
Kistenmaker, M., -makers.
Kit, V., kitten.
Kits, V., kitsen.
Kitsen, kitste, heeft gekitst.
Kittebroer, M., -broers.
Kittelaar, M., kittelaars.
Kittelen (ook Ketelen en Kietelen), kittelde, heeft gekitteld.
Kitteling, V., kittelingen.
Kitteloorig, -ooriger, -oorigst.
Kitteloorigheid, V.
Kittig, kittiger, kittigst.
Klaaghuis, O., -huizen.
Klaaglied, O., -liederen.
Klaaglijk, -lijker, -lijkst.
Klaagpsalm, M., -psalmen.
Klaagrede, V., -redenen.
Klaagschrift, O., -schriften.
Klaagstem, V., -stemmen.
Klaagtoon, M., -tonen.
Klaagzang, M., -zangen.
Klaar, klaarder, klaarst.
Klaarblijkelijk, -lijker, -lijkst.
Klaarheid, V.
Klaarkomen, komt klaar, kwam klaar, kwamen klaar, is klaargekomen.
Klaarkrijgen, kreeg klaar, kregen klaar, heeft klaargekregen.
Klaarleggen, legde en leide klaar, heeft klaargelegd en klaargeleid.
Klaarlicht (bnw.).
Klaarliggen, lag klaar, lagen klaar, heeft klaargelegen.
Klaarmaken, maakte klaar, heeft klaargemaakt.
Klaarspelen, speelde klaar, heeft klaargespeeld.
Klaarstaan, stond klaar, heeft klaargestaan.
Klaarzetten, zette klaar, heeft klaargezet.
Klaas, M., klazen. Klaasje, O., -jes.
Klacht, V., klachten.
Klachtenboek, O., -boeken.
Klachtig, klachtiger, klachtigst.
Klad (vlek), V., kladden. Kladje, O., -jes.
Klad (ruw opstel), O. Kladje, O., -jes.
Kladboek, O., -boeken.
Kladdeboter, V.
Kladden, kladde, heeft geklad.
Kladder, M., kladders.
Kladderig, kladderiger, kladderigst.
Kladderigheid, V.
Kladdig, kladdiger, kladdigst.
Kladpapier, O., -papieren.
Kladschilder, M., -schilders.
Kladschrijver, M., -schrijvers.
Kladschrift, O., (schrijfsel), O.; (schrijfboek), O., -schriften.
Kladschuld, V., -schulden.
Kladwerk, O.
Klagen, klaagde, heeft geklaagd.
Klager, M., klagers.
Klak, V., klakken.
Klakkebus, V., -bussen.
Klakkeloos, -looze.
Klakken, klakte, heeft geklakt.
Klam, klammer, klamst.
Klamaai, M., klamaaien.
Klamaaien, klamaaide, heeft geklamaaid.
Klamheid, V.
Klamp, M., klampen. Klampje, O., -jes.
Klampen, klampte, heeft geklampt.
Klamplat, V., -latten.
Klampspijker, M., -spijkers.
Klandizie, V.
Klank, M., klanken. Klankje, O., -jes.
Klankbodem, M., -bodems.
Klankbord, O., -borden.
Klankleer, V.
Klankloos, -looze.
Klanknabootsing, V., -nabootsingen.
Klankverandering, V., -veranderingen.
Klankverschuiving, V.
Klankwet, V., -wetten.
Klankwijziging, V., -wijzigingen.
Klant, M., klanten. Klantje, O., -jes.
Klap (slag), M., klappen. Klapje, O., -jes.
Klap (gepraat), M.
Klapachtig, -achtiger, -achtigst.
Klapbes, V., -bessen; -besje. O., -jes.
Klapbrug, V., -bruggen.
Klaphek, O., -hekken.
Klaphout, O.
Klaphoutje, O., -jes.
Klaploopen, O.
Klaplooper, M., -loopers.
Klaplooperij, V.
Klapmuts, V., -mutsen.
Klappei, V., klappeien.
Klappeien, klappeide, heeft geklappeid.
Klappen, klapte, heeft geklapt.
Klapper, M., klappers.
Klapperboom, M., -boomen.
Klapperen, klapperde, heeft geklapperd.
Klapperman, M., -lieden en -lui.
Klappermelk, V.
Klappermolen, M., -molens.
Klappernoot (boom), M.; (vrucht), V., -noten.
Klapperolie, V.
Klappertanden, klappertandde, heeft geklappertand.
Klaproos, V., -rozen.
Klapsigaar, V., -sigaren.
Klapspaan (molenklapper), V., -spanen.
Klapster, V, klapsters.
Klapstuk, O., -stukken.
Klaptafel, V., -tafels; -tafeltje, O., -jes.
Klaptouw, O., -touwen.
Klapwieken, klapwiekte, heeft geklapwiekt.
Klare (jenever), V.
Klaren, klaarde, heeft geklaard.
Klarigheid, V.
Klarinet, V., klarinetten.
Klarinettist, M., klarinettisten.
Klaring, V.
Klaringsvaartuig, O., -vaartuigen.
Klaroen, V., klaroenen.
Klaroengeschal, O.
Klasse, V., klassen.
Klassenstrijd, M.
Klassenverdeeling, V., -verdeelingen.
Klater, V., klaters. Klatertje, O., -jes.
Klateren, klaterde, heeft geklaterd.
Klatergoud, O.
Klats (tusschenw.).
Klauteraar, M., klauteraars.
Klauteren, klauterde, heeft en is geklauterd.
Klauterpaal, M., -palen.
Klauw, M., klauwen. Klauwtje; O., -jes.
Klauwen, klauwde, heeft geklauwd.
Klauwer, M., klauwers.
Klauwier, M., klauwieren.
Klauwzeer, O.
Klavaatshamer, M., -hamers.
Klavecimbaal en Klavecimbel, V., klavecimbalen en klavecimbels.
Klaver, V.
Klaveren (mv.), V.
Klaveren, klaverde, heeft geklaverd.
Klaverenaas en Klaveraas, O., -azen.
Klaverenboer en Klaverboer, M., -boeren.
Klaverenheer en Klaverheer, M., -heeren.
Klaverenvrouw en Klavervrouw, V., -vrouwen.
Klaverjassen, klaverjaste, heeft geklaverjast.
Klaverrijk, -rijker, -rijkst.
Klavier, O., klavieren.
Klavierconcert, O., -concerten.
Klavierspel, O.
Klavierspeler, M., -spelers.
Kleed (kleedingstuk), O., kleederen en kleeren. Kleedje, O., kleedjes
en kleertjes.
Kleed (dekkleed), O., kleeden. Kleedje, O., -jes.
Kleeden, kleedde, heeft gekleed.
Kleederdracht, V., -drachten.
Kleedermaker en Kleermaker (ook Kleerenmaker), M., -makers.
Kleederpracht, V.
Kleedij, V.
Kleeding, V.
Kleedingstuk, O., -stukken.
Kleedkamer, V., -kamers.
Kleefgaren, O.
Kleefkruid, O.
Kleefpleister, V., -pleisters.
Kleefrijst, V.
Kleefstof, V.
Kleen, kleene. Zie Klein.
Kleerbak, M., -bakken.
Kleerborstel, M., -borstels.
Kleerenbleeker, M., -bleekers.
Kleerenmaker. Zie Kleedermaker.
Kleerkast, V., -kasten.
Kleerklopper, M., -kloppers.
Kleerkoop, M., -koopen.
Kleerkooper, M., -koopers.
Kleermaken, O.
Kleermaker. Zie Kleedermaker.
Kleermakerstafel, V., -tafels.
Kleermakerswinkel, M., -winkels.
Kleermand, V., -manden.
Kleerscheuren (zonder -).
Kleerstok, M., -stokken.
Kleerwinkel en Kleerenwinkel, M., -winkels.
Kleerzolder en Kleerenzolder, M., -zolders.
Klef, kleffe.
Klei, V.
Kleiaardappel, M., -aardappels.
Kleiachtig, -achtiger, -achtigst.
Kleigrond, M., -gronden.
Klein (ook Kleen), kleiner, kleinst.
Klein (in het -), O.
Kleinachten, achtte klein, heeft kleingeacht.
Kleinachting, V.
Klein-Azië, O.
Kleindochter, V., -dochters; -dochtertje, O., -jes.
Kleinduimpje, O.
Kleine, M. en V., kleinen.
Kleineeren, kleineerde, heeft gekleineerd.
Kleingeestig, -geestiger, -geestigst.
Kleingeestigheid, V.
Kleingeld, O.
Kleingeloovig, -gelooviger, -geloovigst.
Kleingeloovigheid, V.
Kleinhandel, M.
Kleinhandelaar, M., -handelaars.
Kleinheid, V.
Kleinigheid, V., -heden. Kleinigheidje, O., -jes.
Kleinkind, O., -kinderen; -kindje, O., -kindertjes.
Klein-kinderschooltje, O., -jes.
Kleinkrijgen, kreeg klein, heeft kleingekregen.
Kleinmoedig, -moediger, -moedigst.
Kleinmoedigheid, V.
Kleinood, O., kleinooden en kleinoodiën. Kleinoodje, O., -jes.
Kleins, V., kleinzen.
Kleinschrift, O.
Kleinsmid, M., -smeden.
Kleinsteedsch.
Kleinsteedschheid, V.
Kleinte, V.
Kleintje, O., -jes.
Kleinzeerig, -zeeriger, -zeerigst.
Kleinzeerigheid, V.
Kleinzen, kleinsde, heeft gekleinsd.
Kleinzing, V., kleinzingen.
Kleinzoon, M., -zoons en -zonen; -zoontje, O., -jes.
Kleiweg, M., -wegen.
Klem, V., klemmen.
Klemhaak, M., -haken.
Klemmen, klemde, heeft geklemd.
Klemmerblad. Zie Klimmerblad.
Klemmerkruid. Zie Klimmerkruid.
Klemtoon, M., -tonen.
Klemvogel, M., -vogels.
Klens, Klenzen. Zie Kleins, Kleinzen.
Klep, V., kleppen. Klepje, O., -jes.
Klepel, M., klepels. Klepeltje, O., -jes.
Kleppel, M., kleppels.
Kleppen, klepte, heeft geklept.
Klepper, M., kleppers.
Klepperen, klepperde, heeft geklepperd.
Klepperman. Zie Klapperman.
Klerk, M., klerken. Klerkje, O., -jes.
Klerkschap, O.
Klessen. Zie Kletsen.
Klet, V.
Klets, V., kletsen. Kletsje, O., -jes.
Klets (tusschenw.).
Kletsen, kletste, heeft gekletst.
Kletskop, M. en V., -koppen.
Kletskous, V., -kousen.
Kletsnat en Klesnat, -natte.
Kletspraat, M.
Kletstafel, V.
Kletteren, kletterde, heeft gekletterd.
Kleumen, kleumde, heeft gekleumd.
Kleumer, M., kleumers.
Kleumsch.
Kleunen, kleunde, heeft gekleund.
Kleur, V., kleuren. Kleurtje, O., -jes.
Kleuren, kleurde, heeft gekleurd.
Kleurenblind.
Kleurenblindheid, V.
Kleurendruk, M.
Kleurenpracht, V.
Kleurhoudend.
Kleurig, kleuriger, kleurigst.
Kleuring, V., kleuringen.
Kleurling, M. en V., kleurlingen. V. ook kleurlinge.
Kleurloos, -looze.
Kleurloosheid, V.
Kleurmiddel, O., -middelen; -middeltje, O., -jes.
Kleurschakeering, V., -schakeeringen.
Kleursel, O., kleursels. Kleurseltje, O., -jes.
Kleurstof, V., -stoffen.
Kleuter, V., kleuters. Kleutertje, O., -jes.
Kleven, kleefde, heeft gekleefd.
Klevenaar, M., klevenaars.
Kleverig, kleveriger, kleverigst.
Kleverigheid, V.
Klewang, M., klewangs.
Klibber, O.
Kliefbaar.
Kliek, V., klieken. Kliekje, O., -jes.
Klieken, kliekte, heeft gekliekt.
Klieker, M., kliekers.
Kliekjesdag, M., -dagen.
Klier, V., klieren. Kliertje, O., -jes.
Klierachtig, -achtiger, -achtigst.
Kliergezwel, O., -gezwellen.
Kliertering, V.
Klierziekte, V.
Klieven, kliefde, heeft gekliefd.
Klif, O.
Klijf, O.
Klik, M., klikken.
Klikken, klikte, heeft geklikt.
Klikker, M., klikkers.
Klikklakken, klikklakte, heeft geklikklakt.
Klikspaan, M. en V., -spanen.
Klikspillen, klikspilde, heeft geklikspild.
Klim (het klimmen), M. (een heele -).
Klim (klimop), O.
Klimaat, O., klimaten.
Klimaatschieten, O.
Klimboon, V., -boonen.
Klimmen, klom, klommen, heeft en is geklommen.
Klimmer, M., klimmers.
Klimmerblad en Klemmerblad, O., -bladen.
Klimmerij, V.
Klimmerkruid en Klemmerkruid, O.
Klimop (het loof), O.; (de boom), M.
Kling, V., klingen. Klingetje, O., -jes.
Klingelbuil, M., -builen.
Klingelingeling.
Klink (klap), M., klinken. Klinkje, O., -jes.
Klink (van eene deur), V., klinken. Klinkje, O., -jes.
Klinkbout, M., -bouten.
Klinkdicht, O., -dichten; -dichtje, O., -jes.
Klinken, klonk, heeft geklonken.
Klinker, M., klinkers.
Klinkerpad, O., -paden.
Klinket, O., klinketten.
Klinkhaak, M., -haken.
Klinkhamer, M., -hamers.
Klinkklaar, -klare.
Klinkklank, M.
Klinkletter, V., -letters.
Klinknagel, M., -nagels.
Klinknagelshaak, M., -haken.
Klinkplaat, V., -platen.
Klinkring, M., -ringen.
Klinkwerk, O.
Klip, V., klippen. Klipje, O, -jes.
Klipgeit, V., -geiten.
Klipmuis, V., -muizen.
Klipper, M., klippers.
Klippertanden, klippertandde, heeft geklippertand.
Klipzout, O.
Klis, V., klissen. Klisje, O., -jes.
Klisklas, O.
Kliskruid en Klissekruid, O.
Klissen, kliste, is geklist.
Klisteer, V., klisteeren. Klisteertje, O., -jes.
Klisteeren, klisteerde, heeft geklisteerd.
Klisteerspuit, V., -spuiten.
Klit, V., klitten. Klitje, O., -jes.
Klits, V., klitsen. Klitsje, O., -jes.
Klodder, V., klodders.
Kloek, kloeker, kloekst.
Kloekhartig, -hartiger, -hartigst.
Kloekheid, V.
Kloekmoedig, -moediger, -moedigst.
Kloekmoedigheid, V.
Kloekzinnig, -zinniger, -zinnigst.
Kloen, O.; (persoon), V., kloenen. Kloentje, O., -jes.
Kloet, M., kloeten. Kloetje, O., -jes.
Kloeten, kloette, heeft gekloet.
Kloeter, M., kloeters.
Klok (teug), M., klokken. Klokje, O., -jes.
Klok (klokhen), V., klokken. Klokje, O., -jes.
Klok (metalen werktuig, glazen stolp enz.), V., klokken. Klokje,
O., -jes.
Klokbloemig.
Klok-en-hamerspel, O.
Kloker, M., klokers.
Klokgelui, O.
Klokhen, V., -hennen.
Klokhuis, O., -huizen.
Klokkegalg, V.
Klokken, klokte, heeft geklokt.
Klokkengieter, M., -gieters.
Klokkenist, M., klokkenisten.
Klokkenmaker, M., -makers.
Klokkenspel, O., -spellen.
Klokkenspeler, M., -spelers.
Klokkereep en Klokreep, M., -reepen.
Klokkestoel, M., -stoelen.
Klokketoren, M., -torens.
Kloksignaal, O., -signalen.
Klokslag, M.
Klokspijs, V.
Klomp, M., klompen. Klompje, O., -jes.
Klompenmaker, M., -makers.
Klongel. Zie Klungel.
Klongelen. Zie Klungelen.
Klont, V., klonten. Klontje, O., -jes.
Klonter, M., klonters. Klontertje, O., -jes.
Klonteren, klonterde, is geklonterd.
Klonterig, klonteriger, klonterigst.
Klontig, klontiger, klontigst.
Kloof en Klove, V., kloven. Kloofje, O., -jes.
Kloofbijl, V., -bijlen.
Kloofhamer, M., -hamers.
Kloofhout, O.
Kloofmes, O., -messen.
Kloofstok, M., -stokken.
Klooster, O., kloosters. Kloostertje, O., -jes.
Kloosterachtig, -achtiger, -achtigst.
Kloosterbroeder, M., -broeders.
Kloostercel, V., -cellen.
Kloosteren, kloosterde, heeft gekloosterd.
Kloostergang, V., -gangen.
Kloosterhout, O.
Kloosterkerk, V., -kerken.
Kloosterleven, O.
Kloosterling, M. en V., kloosterlingen. V. ook kloosterlinge.
Kloosterorde, V., -orden.
Kloosterschool, V., -scholen.
Kloosterzuster, V., -zusters.
Kloot, M., klooten. Klootje, O., -jes.
Klootzak, M., -zakken.
Klooven, kloofde, heeft gekloofd.
Kloover, M., kloovers.
Klop (slag), M., kloppen. Klopje, O., -jes.
Klop (non), V., kloppen. Klopje, O., -jes.
Klopgeest, M., -geesten.
Klopgeesterij, V.
Klophamer, M., -hamers.
Klophengst, M., -hengsten.
Klophout, O.
Klopjacht, V., -jachten.
Kloppartij, V., -partijen.
Kloppen, klopte, heeft geklopt.
Klopper, M., kloppers. Kloppertje, O., -jes.
Klopping, V., kloppingen.
Klopscheen, V., -schenen.
Klopsteen, M., -steenen.
Klopzee, V., -zeeën.
Klos, M., klossen. Klosje, O., -jes.
Klosbaan, V., -banen.
Klosbeitel, M., -beitels.
Klossen, kloste, heeft geklost.
Klotsen, klotste, heeft geklotst.
Klove. Zie Kloof.
Klovenier en Kolvenier, M., kloveniers en kolveniers.
Kloveniersburgwal, M.
Kloveniersdoelen, M., -doelens.
Klucht (boert), V., kluchten. Kluchtje, O., -jes.
Klucht (mast), V., kluchten.
Kluchtig, kluchtiger, kluchtigst.
Kluchtigheid, V.
Kluchtspel, O., -spelen.
Kluft, V., kluften. Kluftje, O., -jes.
Kluif (het kluiven), M. Kluifje, O., -jes.
Kluif (klauw), V., kluiven.
Kluiffok, V., -fokken.
Kluifhout, O.
Kluifje (kluifbeentje), O., -jes.
Kluis, V., kluizen. Kluisje, O., -jes.
Kluisdeur, V., -deuren.
Kluisgat, O., -gaten.
Kluisplaat, V., -platen.
Kluister, V., kluisters.
Kluisteren, kluisterde, heeft gekluisterd.
Kluit, V., kluiten. Kluitje, O., -jes.
Kluitenbreker, M., -brekers.
Kluitig, kluitiger, kluitigst.
Kluiven, kloof, kloven, heeft gekloven.
Kluiver, M., kluivers.
Kluiverboom, M., -boomen.
Kluizen, kluisde, heeft gekluisd.
Kluizenaar, M., kluizenaren en kluizenaars.
Kluizenaarshut, V., -hutten.
Kluizenaarsleven, O.
Klungel (ook Klongel), V., klungels.
Klungelen (ook Klongelen), klungelde, heeft geklungeld.
Klungelwerk, O.
Kluppel, M., kluppels en kluppelen. Kluppeltje, O., -jes.
Kluppelen, kluppelde, heeft gekluppeld.
Kluppelkoek, M., -koeken.
Kluppelspel, O., -spellen.
Kluppelvers, O., -verzen.
Kluts, V.
Klutsei, O., -eieren.
Klutsen, klutste, heeft geklutst.
Kluwen, O., kluwens. Kluwentje, O., -jes.
Kluwenen, kluwende, heeft gekluwend.
Knaagdier, O., -dieren; -diertje, O., -jes.
Knaap, M., knapen. Knaapje, O., -jes.
Knaapjeskruid, O.
Knabbelen, knabbelde, heeft geknabbeld.
Knagen, knaagde, heeft geknaagd.
Knaging, V., knagingen.
Knak, M., knakken. Knakje, O., -jes.
Knak (bnw.).
Knak (tusschenw.).
Knakhamer, M., -hamers.
Knakken, knakte, heeft en is geknakt.
Knal, M., knallen.
Knaleffect, O., -effecten.
Knalgas, O.
Knalgoud, O.
Knallen, knalde, heeft geknald.
Knalpot, M., -potten.
Knalsignaal, O., -signalen.
Knap, M., knappen. Knapje, O., -jes.
Knap, knapper, knapst.
Knapenleeftijd, M.
Knaphandig, -handiger, -handigst.
Knapheid, V.
Knapjes.
Knapkers, V., -kersen.
Knapkoek (een koek), M., -koeken; (als stofnaam), V.
Knappen, knapte, is en heeft geknapt.
Knapper, M., knappers. Knappertje, O., -jes.
Knapperd (knap mensch), M., knapperds. Knapperdje, O., -jes.
Knapperen, knapperde, heeft geknapperd.
Knapzak, M., -zakken.
Knar, M., knarren.
Knarpen, knarpte, heeft geknarpt.
Knarsbeen en Knarsebeen, O.; -beentje, O., -jes.
Knarsen (ook Knersen), knarste, heeft geknarst.
Knarsetanden (ook Knersetanden), knarsetandde, heeft geknarsetand.
Knarsing, V., knarsingen.
Knaster, M., knasters.
Knaster (tabak), V.
Knauw, M., knauwen.
Knauwen, knauwde, heeft geknauwd.
Knauwsel, O., knauwsels.
Knecht, M., knechten en knechts. Knechtje, O., -jes; ook knechtken
en knechtke, O., knechtkens en knechtkes.
Knechtsch.
Knechtschap, O.
Knechtsdienst, M., -diensten.
Knechtskamer, V., -kamers.
Knechtslivrei, V., -livreien.
Knechtsloon, O., -loonen.
Knechtswerk, O.
Kneden, kneedde, heeft gekneed.
Kneedbaar, -baarder, -baarst.
Kneedbaarheid, V.
Kneep, V., knepen. Kneepje, O., -jes.
Knekelhuis, O., -huizen; -huisje, O., -jes.
Knel, V., knellen. (In de knel).
Knellen, knelde, heeft gekneld.
Knelling, V., knellingen.
Kneppel, Kneppelen. Zie Knuppel, Knuppelen.
Knersen, enz. Zie Knarsen, enz.
Knetteren (ook Knitteren), knetterde, heeft geknetterd.
Knettering, V.
Knetterslag, M., -slagen.
Kneu, V., kneuen. Kneutje, O., -jes.
Kneukel. Zie Knokkel.
Kneukelvast.
Kneuter, V., kneuters. Kneutertje, O., -jes.
Kneuteraar, M., kneuteraars.
Kneuteren, kneuterde, heeft gekneuterd.
Kneuterig, kneuteriger, kneuterigst.
Kneuzen, kneusde, heeft gekneusd.
Kneuzing, V., kneuzingen.
Knevel, M., knevels. Kneveltje, O., -jes.
Knevelaar, M., knevelaars.
Knevelarij, V., knevelarijen.
Knevelbaard, M., -baarden.
Knevelband, M., -banden.
Knevelen, knevelde, heeft gekneveld.
Knibbelaar, M., knibbelaars.
Knibbelarij, V., knibbelarijen.
Knibbelen, knibbelde, heeft geknibbeld.
Knibbelspel, O., -spellen; -spelletje, O., -jes.
Knie, V., knieën. Knietje, O., -jes.
Knieboog, M., -bogen.
Kniegebed, O., -gebeden.
Kniegezwel, O., -gezwellen.
Knielen, knielde, heeft en is geknield.
Knieling, V., knielingen.
Knier, V., knieren.
Knieriem, M., -riemen.
Knieschijf, V., -schijven.
Kniesoor, M. en V., -ooren.
Kniezen (ook Knijzen), kniesde, heeft gekniesd.
Kniezer, M., kniezers.
Kniezerig, kniezeriger, kniezerigst.
Kniezerigheid, V.
Kniezig, knieziger, kniezigst.
Knijf, O., knijven. Knijfje, O., -jes.
Knijp, V. (In de knijp).
Knijpbril, M., -brillen.
Knijpen, kneep, knepen, heeft geknepen.
Knijper, M., knijpers. Knijpertje, O., -jes.
Knijping, V.
Knijptang, V., -tangen.
Knijzen, enz. Zie Kniezen, enz.
Knik, M., knikken. Knikje, O., -jes.
Knikkebeenen, knikkebeende, heeft geknikkebeend.
Knikkebollen, knikkebolde, heeft geknikkebold.
Knikken, knikte, heeft en is geknikt.
Knikker, M., knikkers. Knikkertje, O., -jes.
Knikkeren, knikkerde, heeft geknikkerd.
Knikkerspel, O., -spelen.
Knikkertijd, M.
Knikkerzak, M., -zakken; -zakje, O., -jes.
Knikstag, O., -stagen.
Knip (handeling), M., knippen. Knipje, O., -jes.
Knip (werktuig), V., knippen. Knipje, O., -jes.
Knipbeurs, V., -beurzen; -beursje, O., -jes.
Knipbriefje, O., -jes.
Knipmes, O., -messen; -mesje, O., -jes.
Knipmuts, V., -mutsen.
Knipoog, M. en V., -oogen.
Knipoogen, knipoogde, heeft geknipoogd.
Knipoogje, O., -jes.
Knippen, knipte, heeft geknipt.
Knipper, M., knippers.
Knipschaar, V., -scharen.
Knipsel, O., knipsels. Knipseltje, O., -jes.
Knipslot, O., -sloten; -slotje en -slootje, O., -slootjes.
Knipster, V., knipsters.
Knitteren. Zie Knetteren.
Knobbel, M., knobbels. Knobbeltje, O., -jes.
Knobbelachtig, -achtiger, -achtigst.
Knobbelig, knobbeliger, knobbeligst.
Knobbeljicht, V.
Knoei, M. (In den knoei).
Knoeien, knoeide, heeft geknoeid.
Knoeier, M., knoeiers.
Knoeierig, knoeieriger, knoeierigst.
Knoeierij, V., knoeierijen. Knoeierijtje, O., -jes.
Knoeister, V., knoeisters.
Knoeiwerk, O.
Knoest, M., knoesten. Knoestje, O., -jes.
Knoesterig, knoesteriger, knoesterigst.
Knoesterigheid, V.
Knoestig, knoestiger, knoestigst.
Knoestigheid, V.
Knoet, M., knoeten.
Knoetachtig, -achtiger, -achtigst.
Knoetslag, M., -slagen.
Knoffelen, enz. Zie Knuffelen, enz.
Knoflook, O.
Knoflooksoep, V.
Knok, M., knokken. Knokje, O., -jes.
Knokig, knokiger, knokigst.
Knokkel, M., knokkels. Knokkeltje, O., -jes.
Knokkeljicht, V.
Knokkelkoorts, V.
Knol, M., knollen. Knolletje, O., -jes.
Knolachtig.
Knollentuin, M.
Knolleschil, V., -schillen.
Knolvormig.
Knook, M., knoken. Knookje, O., -jes.
Knoop, M., knoopen. Knoopje, O., -jes.
Knoopen, knoopte, heeft geknoopt.
Knoopendraaier, M., -draaiers.
Knoopenfabriek, V., -fabrieken.
Knoopenhaak, M., -haken.
Knoopenmaker, M., -makers.
Knoopenschaar (om knoopen te poetsen), V., -scharen.
Knoopentrekker, M., -trekkers.
Knoopig, knoopiger, knoopigst.
Knooping, V., knoopingen.
Knoopkoord, O.
Knooplaars, V., -laarzen; -laarsje, O., -jes.
Knoopnaald, V., -naalden.
Knoopschaar (om te knoopen), V., -scharen.
Knoopsgat, O., -gaten; -gaatje, O., -jes.
Knoopster, V., knoopsters.
Knoopwerk, O.
Knoopzijde, V.
Knop, M., knoppen. Knopje, O., -jes.
Knoppen, knopte, heeft geknopt.
Knor, M., knorren.
Knorf, M., knorven. Knorfje, O., -jes.
Knorhaan, M., -hanen; -haantje, O., -jes.
Knorren, knorde, heeft geknord.
Knorrepot, M. en V., -potten.
Knorrig, knorriger, knorrigst.
Knorrigheid, V.
Knorvleesch, O.
Knot, V., knotten. Knotje, O., -jes.
Knots, V., knotsen. Knotsje, O., -jes.
Knotsslag, M., -slagen.
Knotten, knotte, heeft geknot.
Knotting, V., knottingen.
Knotwilg, M., -wilgen.
Knuffelen (ook Knoffelen), knuffelde, heeft geknuffeld.
Knuffeling, V., knuffelingen.
Knuist, M., knuisten. Knuistje, O., -jes.
Knul, M., knullen.
Knullig, knulliger, knulligst.
Knuppel (ook Kneppel), M., knuppels. Knuppeltje, O., -jes.
Knuppelen (ook Kneppelen), knuppelde, heeft geknuppeld.
Knuppelvers, O., -verzen.
Knusjes.
Knutselaar, M., knutselaars.
Knutselarij, V., knutselarijen. Knutselarijtje, O., -jes.
Knutselen, knutselde, heeft geknutseld.
Knutseling, V., knutselingen.
Knutselwerk, O.; -werkje, O., -jes.
Knuttel, V., knuttels.
Knutterig, knutteriger, knutterigst.
Kobalt, O.
Kobaltblauw, O.
Kodde, V., kodden.
Koddebeier, M., koddebeiers.
Koddenaar, M., koddenaars.
Koddig, koddiger, koddigst.
Koddigheid, V., -heden.
Koe, V., koeien. Koetje, O., -jes.
Koebeest, O., -beesten.
Koebrug, V., -bruggen.
Koebrugsdek, O.
Koeiekop, M., -koppen.
Koeiendrijver, M., -drijvers.
Koeienmelker, M., -melkers.
Koeienstal. Zie Koestal.
Koeionneeren, koeionneerde, heeft gekoeionneerd.
Koek (gebak, enz.). Als voorwerpsnaam, M., koeken. Koekje, O.,
-jes. Als stofnaam, V.
Koekamp, M.
Koekbakker en Koekenbakker, M., -bakkers.
Koekbakkerij, V., -bakkerijen.
Koekdeeg, O.
Koekeloeren, koekeloerde, heeft gekoekeloerd.
Koekenpan, V., -pannen.
Koekhakken, hakte koek, heeft koekgehakt.
Koekoek, M., koekoeken. Koekoekje, O., -jes.
Koekoekklok, V., -klokken; -klokje, O., -jes.
Koekoeksbloem, V., -bloemen.
Koekoeksbrood, O.
Koekoekslook, O.
Koekoeksplant, V.
Koekoeksveer, V., -veeren.
Koekoekszang, M., -zangen.
Koekwinkel, M., -winkels; -winkeltje, O., -jes.
Koel, koeler, koelst.
Koelbak, M., -bakken.
Koelbalie, V., -balies.
Koelbloedig, -bloediger, -bloedigst.
Koelbloedigheid, V.
Koeldrank, M., -dranken; -drankje, O., -jes.
Koelemmer, M., -emmers.
Koelen, koelde, heeft en is gekoeld.
Koelhartig, -hartiger, -hartigst.
Koelhartigheid, V.
Koelheid, V.
Koelhuis, O., -huizen.
Koelie, M., koelies.
Koelie-ordonnantie, V., -ordonnanties.
Koeliewerk, O.
Koeling, V., koelingen.
Koelkelder, M., -kelders.
Koelketel, M., -ketels.
Koelkruik, V., -kruiken.
Koelkuip, V., -kuipen.
Koeloven, M., -ovens.
Koelpan, V., -pannen.
Koelte, V.
Koeltje, O., -jes.
Koeltjes (bijw.).
Koelvat, O., -vaten.
Koelzeil, O., -zeilen.
Koelzinnig, -zinniger, -zinnigst.
Koelzinnigheid, V.
Koelzwabber, M., -zwabbers.
Koemelk, V.
Koen, koener, koenst.
Koenheid, V.
Koepel, M., koepels. Koepeltje, O., -jes.
Koepeldak, O., -daken.
Koepelkamer, V., -kamers.
Koepelkerk, V., -kerken.
Koepokinenting, V.
Koepokstof, V.
Koer, M., koeren.
Koeren, koerde, heeft gekoerd.
Koerier, M., koeriers.
Koers, M., koersen.
Koersen, koerste, heeft gekoerst.
Koersing, V.
Koersnoteering, V., -noteeringen.
Koersverschil, O., -verschillen.
Koeskoes, V.
Koeskoesen, koeskoeste, heeft gekoeskoest.
Koest (tusschenw.).
Koestal, M., -stallen.
Koesteren, koesterde, heeft gekoesterd.
Koestering, V., koesteringen.
Koet, V., koeten. Koetje, O., -jes.
Koeteraar, M., koeteraars.
Koeteraarster, V., koeteraarsters.
Koeteren, koeterde, heeft gekoeterd.
Koeterwaal, M., koeterwalen.
Koeterwaalsch, O.
Koeterwalen, koeterwaalde, heeft gekoeterwaald.
Koets (rijtuig), V., koetsen. Koetsje, O., -jes.
Koets (bed), V.
Koetsen, koetste, heeft gekoetst.
Koetser, M., koetsers.
Koetshuis, O., -huizen.
Koetsier, M., koetsiers. Koetsiertje, O., -jes.
Koetsiersjas, V., -jassen.
Koetspaard, O., -paarden.
Koevoet, M., -voeten.
Kof, V., koffen. Kofje, O., -jes.
Koffer, M., koffers. Koffertje, O., -jes.
Kofferen, kofferde, heeft gekofferd.
Koffermaker, M., -makers.
Koffie, V.
Koffieboon, V., -boonen; -boontje, O., -jes.
Koffiebrander, M., -branders.
Koffiecultuur, V.
Koffiedik, O.
Koffiedrinken, O.
Koffiehuis, O., -huizen.
Koffiehuishouder, M., -houders.
Koffieijs, O.
Koffiekamer, V., -kamers.
Koffiekan, V., -kannen.
Koffiekleurig.
Koffiekopje, O., -kopjes.
Koffiemolen, M., -molens.
Koffieplantage, V., -plantages.
Koffiepot, M., -potten; -potje, O., -jes.
Koffiestroop, V.
Koffietafel, V.
Koffietijd, M.
Koffietrommel, V., -trommels.
Koffieuur, O.; -uurtje, O.
Koffieveiling, V., -veilingen.
Koffiewater, O.
Kog en Kogge, V., koggen.
Kogel, M., kogels. Kogeltje, O., -jes.
Kogelbaan, V., -banen.
Kogelen, kogelde, heeft gekogeld.
Kogelflesch, V., -flesschen; -fleschje, O., -jes.
Kogelregen, M., -regens.
Kogelrond.
Kogelvanger, M., -vangers.
Kogelvormig.
Kohier, O., kohieren.
Kohort, V., kohorten.
Kok, M., koks. Kokje, O., -jes.
Kokarde, V., kokardes.
Koken, kookte, heeft gekookt.
Kokendheet, -heete.
Koker (persoon), M., kokers.
Koker (voorwerp), M., kokers. Kokertje, O., -jes.
Kokerellen, kokerelde, heeft gekokereld.
Kokeren, kokerde, heeft gekokerd.
Kokerij, V., kokerijen. Kokerijtje, O., -jes.
Kokerjuffertje, O., -jes.
Kokermuilen, kokermuilde, heeft gekokermuild.
Kokhalzen, kokhalsde, heeft gekokhalsd.
Koking, V., kokingen.
Kokinje, V., kokinjes.
Kokkelen, kokkelde, heeft gekokkeld.
Kokkerd, M., kokkerds.
Kokkin, V., kokkinnen.
Kokosboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.
Kokosnoot, V., -noten.
Kokospalm, M., -palmen.
Kokoszeep, V.
Koksjongen, M., -jongens.
Koksmaat, M., -maats.
Kokswerk, O.
Kol (slag), M., kollen.
Kol (bles en heks), V., kollen. Kolletje, O., -jes.
Kolbak, M., kolbaks.
Kolbijl, V., -bijlen.
Kolder, M., kolders.
Kolderen, kolderde, heeft gekolderd.
Kolderig, -iger, -igst.
Kolenbak, M., -bakken.
Kolenbrander, M., -branders.
Kolendamp, M.
Kolendistrict, O., -districten.
Kolendrager, M., -dragers.
Kolenemmer, M., -emmers.
Kolenhok, O., -hokken.
Kolenkooper, M., -koopers.
Kolenmaat, V., -maten.
Kolenmagazijn, O., -magazijnen.
Kolenmeter, M., -meters.
Kolenmijn, V., -mijnen.
Kolenpakhuis, O., -pakhuizen.
Kolenschip, O., -schepen.
Kolenschop, V., -schoppen.
Kolentip, V., -tippen.
Kolenvuur, O., -vuren.
Kolenwagen, M., -wagens.
Kolenzak, M., -zakken.
Kolf, V., kolven. Kolfje, O., -jes.
Kolfbaan, V., -banen.
Kolfbal, M., -ballen.
Kolfhout, O.
Kolfspel, O.
Kolhamer, M., -hamers.
Kolibrie, M., kolibries. Kolibrietje, O., -jes.
Koliek, O. en V.
Kolk, V., kolken. Kolkje, O., -jes.
Kolken, kolkte, heeft gekolkt.
Kollebloem, V., -bloemen; -bloempje, O., -jes.
Kollen, kolde, heeft gekold.
Kolokwint, M., kolokwinten.
Kolom, V., kolommen. Kolommetje, O., -jes.
Kolomkachel, V., -kachels.
Kolonel, M., kolonels.
Kolonel-ingenieur, M., kolonels-ingenieurs.
Kolonelschap, O.
Kolonelsplaats, V., -plaatsen.
Koloniaal, koloniale.
Koloniaal, M., kolonialen.
Kolonie, V., koloniën en kolonies.
Kolonisatie, V., kolonisatiën.
Koloniseeren, koloniseerde, heeft gekoloniseerd.
Kolonist, M., kolonisten.
Koloriet, O.
Kolos, M., kolossen.
Kolossaal, kolossale.
Kolsem, M., kolsems.
Kolter, M., kolters.
Kolven, kolfde, heeft gekolfd.
Kolvenier, enz. Zie Klovenier, enz.
Kolver, M., kolvers.
Kom, V., kommen. Kommetje, O., -jes.
Komaan.
Komaf (Van hooge -), V.
Kombaars, V., kombaarzen.
Kombof, V., kombofs en komboffen.
Kombuis, V., kombuizen.
Komediant, M., komedianten.
Komediantentroep, M., -troepen.
Komedie (schouwburg), V., komedies.
Komediespel, O.
Komedievertooning, V., -vertooningen.
Komeet, V., kometen.
Komen, komt, kwam, kwamen, is gekomen.
Komfoor, O., komforen. Komfoortje, O., -jes.
Komiek, komieker, komiekst.
Komiek, M., komieken.
Komijn, M. Komijntje, O., -jes.
Komijnekaas en Komijnkaas, V., -kazen. Komijnekaasje, O., -jes.
Komkommer, V., komkommers. Komkommertje, O., -jes.
Komkommerschaaf, V., -schaven.
Komkommertijd, M.
Komma, V. en O., komma's.
Kommaliebehoefte, V., -behoeften.
Kommaliewant, O.
Kommapunt, V., -punten.
Kommer (zorg), M.
Kommer (hazendrek), V.
Kommerlijk, -lijker, -lijkst.
Kommerloos, -looze.
Kommernis, V., kommernissen.
Kommervol, -volle.
Kommies (ambtenaar bij de belastingen), M., kommiezen.
Kommiesbrood, O.
Kompas, O., kompassen. Kompasje, O., -jes.
Kompashuisje, O., -huisjes.
Kompasnaald, V., -naalden.
Komplot, O., komplotten.
Kompres, V., kompressen. Kompresje, O., -jes.
Komst, V.
Kond (- doen).
Kondschap, V., -schappen.
Kondschappen, kondschapte, heeft gekondschapt.
Kondschapper, M., -schappers.
Konfijt, O.
Konfijten, konfijtte, heeft gekonfijt.
Kongeraal, M., -alen.
Konijn, O., konijnen. Konijntje, O., -jes.
Konijnenberg, M., -bergen.
Konijnenblad, O.
Konijnenfokker, M., -fokkers.
Konijnenfokkerij, V., -fokkerijen.
Konijnenhok, O., -hokken.
Konijnenhol, O., -holen.
Konijnenjacht, V.
Konijnenpastei, V., -pasteien.
Konijnenveld, O., -velden.
Konijnevel, O., -vellen.
Koning, M., koningen. Koninkje, O., -jes.
Koningin, V., koninginnen.
Koninginnenkroon, V., -kronen.
Koningsarend, M., -arenden.
Koningschap, O.
Koningsdochter, V., -dochters.
Koningsgeel, O.
Koningsgezind.
Koningsgezindheid, V.
Koningshof, O., -hoven.
Koningskind, O., -kinderen.
Koningskroon, V., -kronen.
Koningsmantel, M., -mantels.
Koningsmoord, M., -moorden.
Koningsmoorder, M., -moorders.
Koningstijger, M., -tijgers.
Koningstroon, M., -tronen.
Koningswater, O.
Koningszeer, O.
Koningszoon, M., -zonen.
Koninklijk, -lijker, -lijkst.
Koninkrijk, O., -rijken; -rijkje, O., -jes.
Konkel (slag), M., konkels.
Konkel (persoon), V., konkels. Konkeltje, O., -jes.
Konkelaar, M., konkelaars.
Konkelaarster, V., konkelaarsters.
Konkelachtig, -achtiger, -achtigst.
Konkelboel, M.
Konkelen, konkelde, heeft gekonkeld.
Konkelhuis, O., -huizen.
Konserf, O., konserven.
Konstabel, M., konstabels.
Konstabelskamer, V., -kamers.
Konstabelsmaat, M., -maats.
Kont, V., konten. Kontje, O., -jes.
Konterfeiten, konterfeitte, heeft gekonterfeit.
Konterfeitsel, O., konterfeitsels.
Konvooi, O., konvooien.
Konvooibiljet, O., -biljetten.
Konvooilooper, M., -loopers.
Konzenielje (volksterm voor Cochenille), V.
Koog, V., kogen.
Kooi, V., kooien. Kooitje, O., -jes.
Kooien, kooide, heeft gekooid.
Kooihout, O., -houten.
Kooiker, M., kooikers.
Kook, V. (Aan de -, van de kook).
Kookboek, O., -boeken.
Kookfornuis, O., -fornuizen.
Kookgereedschap, O., -gereedschappen.
Kookhok, O., -hokken.
Kookhuis, O., -huizen.
Kookkachel, V., -kachels.
Kookketel, M., -ketels.
Kookkunst, V.
Kookmachine, V., -machines.
Kookpan, V., -pannen.
Kookpunt, O., -punten.
Kookschool, V., -scholen.
Kooksel, O., kooksels. Kookseltje, O., -jes.
Kookster, V., kooksters.
Kooktoestel, M. en O., -toestellen.
Kookvrouw, V., -vrouwen.
Kool (brandstof), V., kolen. Kooltje, O., -jes.
Kool (gewas), V., koolen. Kooltje, O., -jes.
Koolblad, O., -bladeren.
Kooldruk, M.
Koolhaas, M., -hazen.
Koolmees, V., -meezen.
Kooloxyde, O.
Koolraap, V., -rapen.
Koolsla, V.
Koolspits, V., -spitsen.
Koolstof, V.
Koolstofverbinding, V., -verbindingen.
Koolstronk, M., -stronken.
Koolteer, V.
Kooltje-vuur, O.
Koolwaterstofgas, O.
Koolzaad, O.
Koolzuur, O.
Koolzuurhoudend.
Koolzwart.
Koomenij, V., koomenijen.
Koomenijswinkel, M., -winkels.
Koon, V., koonen. Koontje, O., -jes.
Koop, M., koopen. Koopje, O., -jes.
Koopakte, V., -akten.
Koopbrief, M., -brieven.
Koopdag, M., -dagen.
Koopen, kocht, heeft gekocht.
Kooper, M., koopers.
Koopgoed, O., -goederen.
Koopgraag, -grager, -graagst.
Koophandel, M.
Kooplust, M.
Kooplustig, -lustiger, -lustigst.
Koopman, M., -lieden en -lui.
Koopmansbeurs, V., -beurzen.
Koopmansboek, O., -boeken.
Koopmansbrief, M., -brieven.
Koopmanschap, V.
Koopmansgeest, M.
Koopmanshuis, O., -huizen.
Koopmanskantoor, O., -kantoren.
Koopmansstijl, M.
Koopmanszoon, M., -zoons en -zonen.
Kooppenning, M., -penningen.
Koopprijs, M., -prijzen.
Koopstad, V., -steden.
Koopster, V., koopsters.
Koopvaarder, M., -vaarders.
Koopvaardij, V.
Koopvaardijkapitein, M., -kapiteins.
Koopvaardijschip, O., -schepen.
Koopvaardijvloot, V., -vloten.
Koopvrouw, V., -vrouwen.
Koopwaar, V., -waren.
Koopziek.
Koopzucht, V.
Koor, O., koren.
Koord (touw), V. en O., koorden. Koordje, O., -jes.
Koorddansen, O.
Koorddanser, M., -dansers.
Koorde (in de meetkunde), V., koorden.
Koordfabriek, V., -fabrieken.
Koorgestoelte, O., -gestoelten.
Koorgezang, O.
Koorhek, O., -hekken.
Koorknaap, M., -knapen.
Koorn. Zie Koren.
Koorts, V., koortsen. Koortsje, O., -jes.
Koortsachtig, -achtiger, -achtigst.
Koortsachtigheid, V.
Koortsbitter, O.
Koortsdrank, M., -dranken; -drankje, O., -jes.
Koortsgloed, M.
Koortsig, koortsiger, koortsigst.
Koortsmiddel, O., -middelen.
Koortsthermometer, M., -thermometers.
Koortsverwekkend.
Koortsvrij.
Koorzang, M.
Koorzanger, M., -zangers.
Koot, V., kooten. Kootje, O., -jes.
Kooten, kootte, heeft gekoot.
Kootspel, O.
Koozen, koosde, heeft gekoosd.
Kop (hoofd), M., koppen. Kopje, O., -jes.
Kop (beker, maat enz.), M., koppen. Kopje, O., -jes.
Kopbout, M., -bouten.
Kopek, M., kopekken.
Koper, O.
Koperachtig, -achtiger, -achtigst.
Koperdraad, O.
Koperdruk, M.
Koperen (bnw.).
Koperen, koperde, heeft gekoperd.
Kopererts, O.
Kopergeld, O.
Kopergieter, M., -gieters.
Kopergieterij, V., -gieterijen.
Kopergravure, V., -gravures.
Kopergroen, O.
Koperkleurig.
Kopermijn, V., -mijnen.
Koperroest, O.
Koperrood, O.
Koperslager, M., -slagers.
Koperslagerij, V., -slagerijen.
Kopervitriool, O.
Koperwerk, O.
Kopglas, O., -glazen; -glaasje, O., -jes.
Kopie (nabootsing), V., kopieën. Kopietje, O., -jes.
Kopieboek, O., -boeken.
Kopieeren, kopieerde, heeft gekopieerd.
Kopieerinkt, M.
Kopieermachine, V., -machines.
Kopieerpers, V., -persen.
Kopieerwerk, O.
Kopiïst, M., kopiïsten.
Kopij (handschrift voor de pers), V., kopijen.
Kopijrecht, O.
Koplaag, V., -lagen.
Koppel (band), M., koppels. Koppeltje, O., -jes.
Koppel (paar), O., koppels. Koppeltje, O., -jes.
Koppelaar, M., koppelaars.
Koppelaarster, V., koppelaarsters.
Koppelarij, V., koppelarijen.
Koppelbout, M., -bouten.
Koppelen, koppelde, heeft gekoppeld.
Koppeling, V., koppelingen.
Koppelkompas, O., -kompassen.
Koppelriem, M., -riemen.
Koppelstuk, O., -stukken.
Koppelteeken, O., -teekens.
Koppelwoord, O., -woorden.
Koppen, kopte, heeft gekopt.
Koppensneller, M., -snellers.
Kopper, M., koppers.
Kopper- en Koppertjesmaandag, M., -maandagen.
Koppig, koppiger, koppigst.
Koppigheid, V.
Kopping, V., koppingen.
Kopshout, O.
Kopstuk, O., -stukken.
Koraal (koorknaap), M., koralen.
Koraal (koorzang), O., koralen.
Koraal (stof), O.; (voorwerp), V., koralen.
Koraalbank, V., -banken.
Koraaldier, O., -dieren.
Koraalgezang, O., -gezangen.
Koraalmuziek, V.
Koraalrif, O., -riffen.
Koraalrood.
Koraalvereeniging, V., -vereenigingen.
Koralen (bnw.).
Koran, M.
Korbeel, M., korbeelen. Korbeeltje, O., -jes.
Kordaat, kordater, kordaatst.
Kordaatheid, V.
Kordelier, M., kordeliers en kordelieren.
Kordon, O., kordons.
Kordonbeugel, M., -beugels.
Koren en Koorn, O.
Koren, koorde, heeft gekoord.
Korenaar, V., -aren.
Korenbeurs, V., -beurzen.
Korenbloem, V., -bloemen.
Korendrager, M., -dragers.
Korenkooper, M., -koopers.
Korenland, O., -landen.
Korenmaat, V., -maten.
Korenmarkt, V., -markten.
Korenmolen, M., -molens.
Korenschoof, V., -schooven.
Korenschop, V., -schoppen.
Korenschuur, V., -schuren.
Korenveld, O., -velden.
Korenzolder, M., -zolders.
Korf, M., korven. Korfje, O., -jes.
Korfbal (spel), O.
Korfbalspel, O.
Korfbalwedstrijd, M., -wedstrijden.
Korhaan, M., -hanen; -haantje, O., -jes.
Korhoen, O., -hoenderen en -hoenders; -hoentje, O., -jes.
Koriander, M.
Kornak, M., kornaks.
Kornel, V.
Kornet (vaandrig), M., kornetten.
Kornet (muts), V., kornetten. Kornetje, O., -jes.
Kornis, V., kornissen.
Kornoelje, V., kornoeljes.
Kornoeljen (bnw.).
Kornuit, M., kornuiten. Kornuitje, O., -jes.
Koroester, V., -oesters.
Korporaal, M., korporaals en korporalen. Korporaaltje, O., -jes.
Korporaalsstrepen, mv.
Korps, O., korpsen.
Korre, V., korren.
Korrel, V., korrels en korrelen. Korreltje, O., -jes.
Korrelen, korrelde, is gekorreld.
Korrelig, korreliger, korreligst.
Korren (oesters vangen), korde, heeft gekord.
Korren (van duiven), korde, heeft gekord.
Korset, O., korsetten. Korsetje, O., -jes.
Korsettenmaakster, V., -maaksters.
Korsetveer, V., -veeren.
Korsetveter, M., -veters.
Korst, V., korsten. Korstje, O., -jes.
Korsten, korstte, is gekorst.
Korstig, korstiger, korstigst.
Kort, korter, kortst.
Kortademig, -ademiger, -ademigst.
Kortarmig.
Kortaf.
Kortegaard, V., kortegaarden.
Kortelas, V., kortelassen.
Kortelijk.
Korteling, M., kortelingen.
Kortelings.
Korten, kortte, heeft en is gekort.
Kortheid, V.
Kortheidshalve.
Kortijd, M.
Korting, V., kortingen.
Kortjan, O.
Kortom.
Kortooren, kortoorde, heeft gekortoord.
Kortschaaf, V., -schaven.
Kortschaven, kortschaafde, heeft gekortschaafd.
Kortsluiting, V., -sluitingen.
Kortstaart, M. en V., -staarten.
Kortstaarten, kortstaartte, heeft gekortstaart.
Kortstondig.
Kortswijl, V.
Kortvoer, O.
Kortweg.
Kortwieken, kortwiekte, heeft gekortwiekt.
Kortzichtig, -zichtiger, -zichtigst.
Kortzichtigheid, V.
Korven, korfde, heeft gekorfd.
Korvet, V., korvetten.
Korzel, korzeler, korzelst.
Korzelheid, V.
Korzelig, korzeliger, korzeligst.
Korzeligheid, V.
Kossem, M., kossems.
Kost (spijs), M., kosten. Kostje, O., -jes.
Kost (uitgaaf), M., kosten.
Kostbaar, -baarder, -baarst.
Kostbaarheid, V., -heden.
Kostelijk, -lijker, -lijkst.
Kostelijkheid, V., -heden.
Kosteloos, -looze.
Kosten, kostte, heeft gekost.
Koster, M., kosters.
Kosteres, V., kosteressen.
Kosterin, V., kosterinnen.
Kosterschap, O.
Kostershuis, O., -huizen.
Kostganger, M., -gangers.
Kostgeld, O., -gelden.
Kosthuis, O., -huizen.
Kostjongen, M., -jongens.
Kostkind, O., -kinderen.
Kostleerling, M. en V., -leerlingen.
Kostschool, V., -scholen.
Kostschoolhouder, M., -houders.
Kostschoolvriendin, V., -vriendinnen.
Kostuum, O., kostumen en kostumes. Kostuumpje, O., -jes.
Kostuumnaaister, V., -naaisters.
Kostwinning, V., -winningen.
Kot, O., kotten. Kotje, O., -jes.
Kotelet, V., koteletten. Koteletje, O., -jes.
Koteren, koterde, heeft gekoterd.
Kotsen, kotste, heeft gekotst.
Kotter, M., kotters. Kottertje, O., -jes.
Koubeitel, M., -beitels.
Koud, kouder, koudst.
Koudbloedig.
Koudbros, -brosse.
Koude en Kou, V.
Koudekeuken, V.
Koudeschaal, V.
Koudheid, V.
Koudjes.
Koudvuur, O.
Koudwaterinrichting, V., -inrichtingen.
Koukleum, M. en V., -kleumen en -kleums.
Kous, V., kousen. Kousje, O., -jes.
Kouseband, M., -banden.
Kousenbreien, O.
Kousenkooper, M., -koopers.
Kousenwever, M., -wevers.
Kousenwinkel, M., -winkels.
Kousjesbrander, M., -branders.
Kout, M.
Kouten, koutte, heeft gekout.
Kouter (ploegmes), O., kouters.
Kouw, V., kouwen. Kouwtje, O., -jes.
Kouwelijk, -lijker, -lijkst.
Kouwelijkheid, V.
Kozak, M., Kozakken.
Kozakjesdag, M.
Kozijn, O., kozijnen. Kozijntje, O., -jes.
Kraag, M., kragen. Kraagje, O., -jes.
Kraagmantel, M., -mantels.
Kraai (vaartuig), V., kraaien.
Kraai (vogel), V., kraaien. Kraaitje, O., -jes.
Kraaien, kraaide, heeft gekraaid.
Kraaienmarsch, M.
Kraaiennest, O., -nesten.
Kraaienoog, O., -oogen.
Kraaier, M., kraaiers.
Kraak (krak), M.
Kraak (vaartuig), V., kraken.
Kraakamandel, V., -amandels.
Kraakbeen, O., -beenderen; -beentje, O., -jes.
Kraakbes, V., -bessen.
Kraakporselein, O.
Kraakzindelijk.
Kraal (koraal), V., kralen. Kraaltje, O., -jes.
Kraal (perk en gehucht), V., kralen.
Kraam (tent), V., kramen. Kraampje, O., -jes.
Kraam (bevalling), V.
Kraambed, O., -bedden.
Kraambezoek, O., -bezoeken.
Kraamheer, M., -heeren.
Kraamkamer, V., -kamers.
Kraamkind, O., -kinderen.
Kraamschut, O., -schutten.
Kraamster, V., kraamsters.
Kraamvisite, V., -visites.
Kraamvrouw, V., -vrouwen.
Kraamvrouwenkoorts, V.
Kraan (kraanvogel), M., kranen.
Kraan (persoon), M. en V., kranen.
Kraan (tap en hijschtuig), V., kranen. Kraantje, O., -jes.
Kraanbalk, M., -balken.
Kraanbalksgewijze.
Kraanboom, M., -boomen.
Kraandraaier, M., -draaiers.
Kraanoog, O., -oogen.
Kraanoogen, kraanoogde, heeft gekraanoogd.
Kraanvogel, M., -vogels.
Krab (krauw), V., krabben. Krabje, O., -jes.
Krab en Krabbe (schaaldier), V., krabben. Krabbetje, O., -jes.
Krabbedieven, krabbediefde, heeft gekrabbediefd.
Krabbedieverij, V.
Krabbel, V., krabbels.
Krabbelaar, M., krabbelaars.
Krabbelen, krabbelde, heeft gekrabbeld.
Krabbelig, krabbeliger, krabbeligst.
Krabbeling, V., krabbelingen.
Krabbelschrift, O.
Krabbelvuisten, krabbelvuistte, heeft gekrabbelvuist.
Krabben, krabde, heeft gekrabd.
Krabbeneter, M., -eters.
Krabber, M., krabbers.
Krabsel, O., krabsels.
Kracht, V., krachten.
Krachtdadig, -dadiger, -dadigst.
Krachtdadigheid, V.
Krachteloos, -loozer, -loost.
Krachteloosheid, V.
Krachtens.
Krachtig, krachtiger, krachtigst.
Krachtkabel, M., -kabels.
Krachtmeter, M., -meters.
Krachtsinspanning, V.
Krachtsoefening, V., -oefeningen.
Kraf. Zie Karaf.
Krak, M., krakken. Krakje, O., -jes.
Krak (tusschenw.).
Krakeel, O., krakeelen. Krakeeltje, O., -jes.
Krakeelen, krakeelde, heeft gekrakeeld.
Krakeeler, M., krakeelers.
Krakeelziek, -zieker, -ziekst.
Krakeelzucht, V.
Krakeling, M., krakelingen. Krakelingetje, O., -jes.
Krakelingentrommel, V., -trommels.
Kraken, kraakte, heeft gekraakt.
Kraker, M., krakers.
Kraking, V., krakingen.
Krakken, krakte, heeft en is gekrakt.
Kram, V., krammen. Krammetje, O., -jes.
Kramen, kraamde, heeft gekraamd.
Kramer, M., kramers.
Kramerij, V., kramerijen.
Kramerskans, V.
Krammat, V., -matten.
Krammen, kramde, heeft gekramd.
Krammer, M., krammers.
Kramming, V., krammingen.
Kramp, V., krampen, Krampje, O., -jes.
Krampachtig, -achtiger, -achtigst.
Krampachtigheid, V.
Kramphoest, M.
Kramwerk, O., -werken.
Kranen, kraande, heeft gekraand.
Kranig, kraniger, kranigst.
Kranigheid, V.
Krank, kranker, krankst.
Kranke, M. en V., kranken.
Krankheid, V., -heden.
Krankte, V.
Krankzinnig, -zinniger, -zinnigst.
Krankzinnigengesticht, O., -gestichten.
Krankzinnigenhuis, O., -huizen.
Krankzinnigheid, V.
Krans, M., kransen. Kransje, O., -jes.
Kransen, kranste, heeft gekranst.
Krant en Courant (zoo ook in de samenstellingen), V., kranten. Krantje,
O., -jes.
Krantenbericht, O., -berichten.
Krantendrukkerij, V., -drukkerijen.
Krantenjongen, M., -jongens.
Krantenman, M., -mannen.
Krantennieuws, O.
Krantenombrenger, M., -ombrengers.
Krantenschrijver, M., -schrijvers.
Krantenstijl, M.
Krantenvrouw, V., -vrouwen.
Krap (meekrap), V.
Krap (kram aan een boek), V., krappen. Krapje, O., -jes.
Krap (varkensrib), V., krappen. Krapje, O., -jes.
Krap (bijw.).
Krapjes.
Krapschuitswijze en -wijs.
Kras (schrap), V., krassen. Krasje, O., -jes.
Kras, krasser.
Kras (Bij kris en kras).
Kras (tusschenw.).
Krasheid, V.
Krassen, kraste, heeft gekrast.
Krasser, M., krassers.
Krat, O., kratten. Kratje, O., -jes.
Krater, M., kraters.
Krates, M., kratessen.
Kraton, M., kratons.
Krauw, V., krauwen. Krauwtje, O., -jes.
Krauwel, M., krauwels.
Krauwen, krauwde, heelt gekrauwd.
Kreatuur, O., kreaturen. Kreatuurtje, O., -jes.
Kreb. Zie Krib.
Krediet (vertrouwen, enz.), O., kredieten.
Kredietbank, V., -banken.
Kredietbrief, M., -brieven.
Kredietinstelling, V., -instellingen.
Kredietvereeniging, V., -vereenigingen.
Kredietwet, V., -wetten.
Kreeft, M., kreeften. Kreeftje, O., -jes.
Kreeftengang, M.
Kreeftensla, V.
Kreeftskeerkring, M.
Kreeftsoog, O., -oogen.
Kreeftsschaar, V., -scharen.
Kreek, V., kreken. Kreekje, O., -jes.
Kreel, V., kreelen. Kreeltje, O., -jes.
Kreelen, kreelde, heeft gekreeld.
Kreet, M., kreten.
Kregel, kregeler, kregelst.
Kregelheid, V.
Kregelig, kregeliger, kregeligst.
Kregeligheid, V.
Kregelkop, M. en V., -koppen.
Kreits, M., kreitsen.
Krek.
Krekel, M., krekels. Krekeltje, O., -jes.
Kreng, O., krengen.
Krengen, krengde, heeft gekrengd.
Krenken, krenkte, heeft gekrenkt.
Krenking, V., krenkingen.
Krent, V., krenten. Krentje, O., -jes.
Krenteboom, M., -boomen.
Krentenbaard, M., -baarden.
Krentenbol, M., -bollen; -bolletje, O., -jes.
Krentenbrood, O., -brooden; -broodje, O., -jes.
Krentenkakker, M., -kakkers.
Krentenkoek, M., -koeken; -koekje, O., -jes.
Krenterig, krenteriger, krenterigst.
Krenterigheid, V.
Krepijzer, O., -ijzers.
Kreppen, krepte, heeft gekrept.
Kreuk, V., kreuken. Kreukje, O., -jes.
Kreukel, V., kreukels. Kreukeltje, O., -jes.
Kreukelen, kreukelde, heeft en is gekreukeld.
Kreukelig, kreukeliger, kreukeligst.
Kreuken, kreukte, heeft en is gekreukt.
Kreuking, V., kreukingen.
Kreunen, kreunde, heeft gekreund.
Kreupel, kreupeler, kreupelst.
Kreupelbosch, O., -bosschen.
Kreupele, M. en V., kreupelen.
Kreupelhout, O.
Kreus, V., kreuzen.
Krevel, V.
Krevelen, krevelde, heeft gekreveld.
Kreveling, V., krevelingen.
Krevelkruid, O.
Krevelzaad, O.
Krib en Kribbe, V., kribben. Kribje en kribbetje, O., -jes.
Krib (kribbige vrouw), V., kribben.
Kribbebijter, M., -bijters.
Kribbebijtster, V., -bijtsters.
Kribbekat, V., -katten; -katje, O., -jes.
Kribbelen, kribbelde, heeft gekribbeld.
Kribben, kribde, heeft gekribd.
Kribberij, V., kribberijen.
Kribbig, kribbiger, kribbigst.
Kribbigheid, V.
Kriebelen, kriebelde, heeft gekriebeld.
Kriebelig, kriebeliger, kriebeligst.
Kriebelschrift, O.
Kriek (krekel), V., krieken. Kriekje, O., -jes.
Kriek (zwarte kers), V., krieken. Kriekje, O., -jes.
Kriekeboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.
Kriekelaar, M., kriekelaars.
Krieken (piepen), kriekte, heeft gekriekt.
Krieken (van den dag), O.
Kriekentijd, M.
Kriel (persoon), M. en V., krielen. Krieltje, O., -jes.
Kriel (mand), V., krielen.
Kriel (klein goed), O.
Kriel, krieler, krielst.
Krielen, krielde, heeft gekrield.
Krielhaan, M., -hanen; -haantje, O., -jes.
Krielheid, V.
Krielhen, V., -hennen; -hennetje, O., -jee.
Krielkip, V., -kippen; -kippetje, O., -jes.
Kriemelen, kriemelde, heeft gekriemeld.
Kriemelig, kriemeliger, kriemeligst.
Krieuwel, V.
Krieuwelen, krieuwelde, heeft gekrieuweld.
Krieuwelig, krieuweliger, krieuweligst.
Krieuweling, V., krieuwelingen.
Krieuwen, krieuwde, heeft gekrieuwd.
Kriezel, V., kriezels. Kriezeltje, O., -jes.
Kriezelen, kriezelde, heeft gekriezeld.
Krijg, M.
Krijgen (ontvangen), kreeg, kregen, heeft gekregen.
Krijgen (oorlogen), krijgde, heeft gekrijgd.
Krijger, M., krijgers.
Krijgertje, O. (- spelen).
Krijgsartikel, O., -artikels en -artikelen.
Krijgsbanier, V., -banieren.
Krijgsbedrijf, O., -bedrijven.
Krijgsbehoefte, V., -behoeften.
Krijgsbeleid, O.
Krijgsbende, V., -benden.
Krijgsbewind, O.
Krijgsdaad, V., -daden.
Krijgsdeugd, V., -deugden.
Krijgsdienst, M.
Krijgseer, V.
Krijgsgebruik, O., -gebruiken.
Krijgsberoep, O.
Krijgsgeschiedenis, V.
Krijgsgevangene, M., -gevangenen.
Krijgsgeweld, O.
Krijgsgod, M.
Krijgshaftig, -haftiger, -haftigst.
Krijgshaftigheid, V.
Krijgsheld, M., -helden.
Krijgshoofd, O., -hoofden.
Krijgskans, V., -kansen.
Krijgskas, V., -kassen.
Krijgsklaroen, V., -klaroenen.
Krijgsknecht, M., -knechten.
Krijgskunde, V.
Krijgskundig.
Krijgskunst, V.
Krijgslied, O., -liederen.
Krijgslist, V., -listen.
Krijgsmacht, V.
Krijgsmakker, M., -makkers.
Krijgsman, M., -lieden.
Krijgsmanseer, V.
Krijgsmansstand, M.
Krijgsmuziek, V.
Krijgsorde, V.
Krijgsordening, V., -ordeningen.
Krijgsoverste, M., -oversten.
Krijgsplicht, M., -plichten.
Krijgsraad, M., -raden.
Krijgsrecht, O.
Krijgsroem, M.
Krijgsrumoer, M.
Krijgsschool, V., -scholen.
Krijgstocht, M., -tochten.
Krijgstoerusting, V., -toerustingen.
Krijgstrompet, V., -trompetten.
Krijgstucht, V.
Krijgsverrichting, V., -verrichtingen.
Krijgsvolk, O.
Krijgsvoorraad, M.
Krijgswet, V., -wetten.
Krijgswetenschap, V., -wetenschappen.
Krijgswezen, O.
Krijgszaak, V., -zaken.
Krijgzuchtig, -zuchtiger, -zuchtigst.
Krijsch, M., krijschen.
Krijschen, kreesch, kreschen, heeft gekreschen; ook krijschte,
heeft gekrijscht.
Krijt (stof), O. Krijtje, O., -jes.
Krijt (strijdperk), O.
Krijtachtig, -achtiger; -achtigst.
Krijtberg, M., -bergen.
Krijten, kreet, kreten, heeft gekreten.
Krijtend, krijtender, krijtendst.
Krijter, M., krijters. Krijtertje, O., -jes.
Krijthouder, M., -houders.