Duivekater (wat -!)
Duivel, M., duivels en duivelen. Duiveltje, O., -jes.
Duivelachtig, -achtiger, -achtigst.
Duivelarij, V., duivelarijen.
Duivelin, V., duivelinnen. Duivelinnetje, O., -jes.
Woordenlijst voor de spelling der Nederlandsche Taal Met aanwijzing van de geslachten der naamwoorden en de vervoeging der werkwoorden · 第 21 / 49 题