Duivelsbeet, M.
Duivelsbrood, O.
Duivelsch (bnw.).
Duivelsdrek, M.
Duivelskop, M., -koppen.
Duivelskunstenaar, M., -kunstenaars.
Duivelskunstenarij, V., -kunstenarijen.
Duivelsmelk, V.
Duivelspoot, M., -pooten.
Duivelstoejager, M., -toejagers.
Duivenboon, V., -boonen.
Duivendrek, M.
Duivenei, O., -eieren; -eitje, O., -eitjes en -eiertjes.
Duivenhok, O., -hokken; -hokje, O., -jes.
Duivenkervel, V.
Duivenkot, O., -kotten.
Duivenmarkt, V.
Duivenmelker, M., -melkers.
Duivenpost, V.
Duivenslag, O., -slagen.
Duiventil, V., -tillen; -tilletje, O., -jes.
Duivenvlucht, V.
Duizelen, duizelde, heeft geduizeld.
Duizelig, duizeliger, duizeligst.
Duizeling, V., duizelingen.
Duizend.
Duizend, O., duizenden.
Duizendbloempje, O., -jes.
Duizenderhande.
Duizenderlei.
Duizendjarig.
Duizendmaal.
Duizendschoon, V., -schoonen; -schoontje, O., -jes.
Duizendste.
Duizendvoud, O.
Duizendvoudig.
Duizendwerf.
Dukaat, M., dukaten. Dukaatje, O., -jes.
Dukatengoud, O.
Dukaton, M., dukatonnen en dukatons.
Dukdalf, M., dukdalven.
Duldeloos, -loozer, -loost.
Dulden, duldde, heeft geduld.
Dun, dunner, dunst.
Dunbloedig, -bloediger, -bloedigst.
Dunbloedigheid, V.
Dunbuikig, -buikiger, -buikigst.
Dundoek, O.
Dunharig.
Dunheid, V.
Dunk, M.
Dunken, hem dunkt, hem dacht en docht.
Dunlijvig, -lijviger, -lijvigst.
Dunlijvigheid, V.
Dunnen, dunde, heeft en is gedund.
Dunnetjes.
Dunnigheid, V.
Dunning, V.
Dunsel, O.
Dunte, V., dunten.
Duo, O., duo's.
Duodecimo (bnw.). Als znw., O., duodecimo's. Duodecimootje, O., -jes.
Dupe, M. en V., dupes.
Dupeeren, dupeerde, heeft gedupeerd.
Duplicaat, O., duplicaten.
Dupliek, V., duplieken.
Duplo (In -).
Duren, duurde, heeft geduurd.
Durf (Een heele -), M.
Durfal, M. en V., durfallen.
Durfniet, M. en V., durfnieten.
Durk, M., durken.
Durven, dorst en durfde, heeft gedurfd.
Dus.
Dusdanig.
Dusverre en Dusver.
Dut, M. Dutje, O., -jes.
Dutten, dutte, heeft gedut.
Duur, M.
Duur, duurder, duurst.
Duurkoop.
Duurte, V.
Duurzaam, -zamer, -zaamst.
Duurzaamheid, V.
Duw, M., duwen.
Duwen, duwde, heeft geduwd.
Dwaal, V., dwalen.
Dwaalbegrip, O., -begrippen.
Dwaalgeest, M., -geesten.
Dwaalleer, V., -leeren.
Dwaallicht, O., -lichten.
Dwaalpad, O., -paden.
Dwaalspoor, O., -sporen.
Dwaalster en -star, V., -sterren en -starren.
Dwaalweg, M., -wegen.
Dwaas, dwazer, dwaast.
Dwaasheid, V., -heden.
Dwaashoofd, M. en V., -hoofden.
Dwalen, dwaalde, heeft gedwaald.
Dwaling, V., dwalingen.
Dwang, M.
Dwangarbeid, M.
Dwangarbeider, M., -arbeiders.
Dwangbevel, O., -bevelen.
Dwangbuis, O., -buizen.
Dwangmiddel, O., -middelen.
Dwarrel, M.
Dwarrelen, dwarrelde, heeft gedwarreld.
Dwarreling, V., dwarrelingen.
Dwarrelwind, M., -winden.
Dwars, dwarser, dwarst.
Dwarsarm, M., -armen.
Dwarsboomen, dwarsboomde, heeft gedwarsboomd.
Dwarsdraads.
Dwarsdrijven, dwarsdrijfde, heeft gedwarsdrijfd.
Dwarsdrijver, M., -drijvers.
Dwarsdrijverij, V., -drijverijen.
Dwarsfluit, V., -fluiten.
Dwarsheid, V.
Dwarshout, O., -houten; -houtje, O., -jes.
Dwarskijker, M., -kijkers.
Dwarskijkerij, V.
Dwarskop, M. en V., -koppen.
Dwarsscheeps (bijw.).
Dwarsscheepsch (bnw.).
Dwarsstraat, V., -straten; -straatje, O., -jes.
Dwarsstrooms.
Dwarste, V.
Dwarsuit.
Dwaselijk.
Dweepachtig, -achtiger, -achtigst.
Dweepster, V., dweepsters.
Dweepziek, -zieker, -ziekst.
Dweepzucht, V.
Dweepzuchtig, -zuchtiger, -zuchtigst.
Dweil, V., dweilen. Dweiltje, O., -jes.
Dweilen, dweilde, heeft gedweild.
Dwepen, dweepte, heeft gedweept.
Dweper, M., dwepers.
Dweperij, V., dweperijen.
Dwerg, M., dwergen. Dwergje, O., -jes.
Dwergachtig, -achtiger, -achtigst.
Dwergeik, M., -eiken.
Dwergkruid, O.
Dwingeland, M., dwingelanden. Dwingelandje, O., -jes.
Dwingelandij, V.
Dwingen, dwong, heeft gedwongen.
Dwinger, M., dwingers.
Dwingerig, dwingeriger, dwingerigst.
Dwingster, V., dwingsters.
Dynamica, V.
Dynamiet, O.
Dynamietaanslag, M., -aanslagen.
Dynamietbom, V., -bommen.
Dynamietpatroon, V., -patronen.
Dynamometer, M., -meters.
Dynast, M., dynasten.
Dynastie, V., dynastieën.
Dynastiek.
Dysenterie, V.
Dyspepsie, V.
E
E, V., e's.
Eau de cologne-fabriek, V., -fabrieken.
Eau de cologne-zeep, V.
Eb en Ebbe, V.
Ebben, ebde, heeft geëbd.
Ebbenhout, O.
Ebbenhouten (bnw.).
Ebdeur, V., -deuren.
Ecarté, O.
Ecarteeren, ecarteerde, heeft geëcarteerd.
Echel, M., echels.
Echo, V., echo's.
Echt, M.
Echt, echter, echtst.
Echtbreker, M., -brekers.
Echtbreuk, V.
Echtelieden (mv.), M.
Echtelijk.
Echtelingen (mv.), M.
Echteloos, -looze.
Echten, echtte, heeft geëcht.
Echter.
Echtgenoot, M., -genooten.
Echtgenoote, V., -genooten.
Echtheid, V.
Echting, V.
Echtscheiding, V., -scheidingen.
Echtvereeniging, V., -vereenigingen.
Eclatant, eclatanter, eclatantst.
Eclectisch.
Eclips, V., eclipsen.
Eclipseeren, eclipseerde, is en heeft geëclipseerd.
Ecliptica, V.
Economie, V.
Economisch.
Economiseeren, economiseerde, heeft geëconomiseerd.
Economist, M., economisten.
Econoom, M., economen.
Edel, edeler, edelst.
Edelaardig, -aardiger, -aardigst.
Edelaardigheid, V.
Edelachtbaar, -bare.
Edelgeboren.
Edelgesteente, O., -gesteenten.
Edelgrootachtbaar, -bare.
Edelheid, V.
Edelknaap, M., -knapen.
Edelman, M., -lieden.
Edelmoedig, -moediger, -moedigst.
Edelmoedigheid, V.
Edelmogend.
Edelvrouw, V., -vrouwen.
Edict, O., edicten.
Edik, M.
Editie, V., editiën en edities.
Edoch.
Educatie, V., educaties.
Eed, M., eeden.
Eedaflegging, V.
Eedgenoot, M., -genooten.
Eega en Eegade, M. en V., eegaas en eegaden.
Eek (eikenschors), V.
Eekelaar, M., eekelaars.
Eekhoorn en Eekhoren, M., eekhoorns en eekhorens. Eekhoorntje en
eekhorentje, O., -jes.
Eelt, O.
Eeltachtig, -achtiger, -achtigst.
Eelterig, eelteriger, eelterigst.
Eeltig, eeltiger, eeltigst.
Eeltigheid, V.
Eeltknobbel, M., -knobbels; -knobbeltje, O., -jes.
Eeltzweer, V., -zweren.
Een, eene, een. Als znw., V., eenen. Eentje, O., -jes.
Eenarmig.
Eend, V., eenden. Eendje, O., -jes.
Eendebout, M., -bouten.
Eendenei, O., -eieren; -eitje, O., -eitjes en -eiertjes.
Eendenjacht, V.
Eendenkom, V., -kommen; -kommetje, O., -jes.
Eendenkooi, V., -kooien.
Eendenkroos, O.
Eendennest, O., -nesten.
Eender.
Eendracht, V.
Eendrachtelijk.
Eendrachtig, -drachtiger, -drachtigst.
Eendrachtiglijk.
Eenenmale (Ten -).
Eenerhande.
Eenerlei.
Eenhandig.
Eenheid, V., -heden.
Eenhoevig.
Eenhoofdig.
Eenhoorn en Eenhoren, M., eenhoorns en eenhorens.
Eenhuizig.
Eenig.
Eenigerhande.
Eenigerlei.
Eenigermate.
Eenigerwijze en -wijs.
Eenigheid, V.
Eeniglijk.
Eenigszins.
Eenjarig.
Eenkennig, -kenniger, -kennigst.
Eenkennigheid, V.
Eenlettergrepig.
Eenlobbig.
Eenmaal.
Eenmannig.
Eenoog, M. en V., eenoogen.
Eenoogig.
Eenparig, -pariger, -parigst.
Eenparigheid, V.
Eenpariglijk.
Eens.
Eensdeels.
Eensdenkend.
Eensgestemd.
Eensgezind.
Eensgezindheid, V.
Eensklaps.
Eensluidend.
Eensluidendheid, V.
Eenstemmig, -stemmiger, -stemmigst.
Eenstemmigheid, V.
Eentonig, -toniger, -tonigst.
Eentonigheid, V.
Eenvormig, -vormiger, -vormigst.
Eenvormigheid, V.
Eenvoud, M.
Eenvoudig, -voudiger, -voudigst.
Eenvoudigheid, V.
Eenwaardig.
Eenwerf.
Eenzaam, -zamer, -zaamst.
Eenzaamheid, V.
Eenzelvig, -zelviger, -zelvigst.
Eenzelvigheid, V.
Eenzijdig, -zijdiger, -zijdigst.
Eenzijdigheid, V.
Eer, V.
Eer (bijw.).
Eerbaar, -baarder, -baarst.
Eerbaarheid, V.
Eerbetoon, O.
Eerbetooning, V., -betooningen.
Eerbewijs, O., -bewijzen.
Eerbied, M.
Eerbiedelijk.
Eerbiedenis, V.
Eerbiedig, -biediger, -biedigst.
Eerbiedigen, eerbiedigde, heeft geëerbiedigd.
Eerbiedigheid, V.
Eerbiediging, V.
Eerbiediglijk.
Eerbiedshalve.
Eerbiedwaardig, -waardiger, -waardigst.
Eerbiedwekkend.
Eerder.
Eereblijk, O., -blijken.
Eereboog, M., -bogen.
Eeredienst en Eerdienst, M., -diensten.
Eerediploma, O., -diploma's.
Eeredoctoraat, O., -doctoraten.
Eerekrans, M., -kransen.
Eerelid, O., -leden.
Eerelidmaatschap, O., -schappen.
Eeremetaal en Eermetaal, O.
Eeren, eerde, heeft geëerd.
Eerepalm, M., -palmen.
Eereplaats, V., -plaatsen.
Eerepoort, V., -poorten.
Eerepost, M., -posten; -postje, O., -jes.
Eereprijs (belooning), M., -prijzen.
Eereprijs (plant), V.
Eeresabel, V., -sabels.
Eereschot, O., -schoten.
Eereschuld, V., -schulden.
Eereteeken, O., -teekenen en -teekens.
Eeretitel, M., -titels.
Eerewacht, V., -wachten.
Eerewijn, M.
Eerewoord, O.
Eergevoel, O.
Eergierig, -gieriger, -gierigst.
Eergierigheid, V.
Eergisteren.
Eerlang.
Eerlijk, -lijker, -lijkst.
Eerlijkheid, V.
Eerloos, -loozer, -loost.
Eermetaal, O., zie Eeremetaal.
Eerroover, M., -roovers.
Eershalve.
Eerst.
Eerstaanwezend.
Eerstbeginnende, M. en V., -beginnenden.
Eerstdaags.
Eerste.
Eerstelijk.
Eersteling, M. en V., eerstelingen. V. ook eerstelinge.
Eerstgeboorte, V.
Eerstgeborene, M. en V., -geborenen.
Eerstkomend.
Eertijds.
Eervergeten, -vergetener, -vergetenst.
Eervol, -voller, -volst.
Eerwaard.
Eerwaardig, -waardiger, -waardigst.
Eerwaardigheid, V.
Eerzuchtig, -zuchtiger, -zuchtigst.
Eerzuil, V., -zuilen.
Eest, M., eesten.
Eesten, eestte, heeft geëest.
Eesting, V.
Eetbaar, -bare.
Eetbaarheid, V.
Eethuis, O., -huizen.
Eetkamer, V., -kamers.
Eetlepel, M., -lepels.
Eetlust, M.
Eetster, V., eetsters.
Eetwaar, V., -waren.
Eetzaal, V., -zalen.
Eeuw, V., eeuwen.
Eeuwenoud.
Eeuwig.
Eeuwigdurend.
Eeuwigheid, V., -heden.