Amechtigheid, V.
Amen, O.
Amendeeren, amendeerde, heeft geamendeerd.
Amendement, O., amendementen. Amendementje, O., -jes.
Amerij, V. Amerijtje, O., -jes.
Americanisme, O., -ismen.
Amerikaan, M., Amerikanen.
Amerikaansch.
Amersfoorder (tabak), V.
Amethist, M., amethisten.
Ameublement, O., -menten.
Amfioen, O.
Amfioenkit, O., -kitten.
Amfioenpacht, V.
Ammoniak, M.
Ammunitie, V.
Amnestie, V., amnestieën.
Amokmaker, M., -makers.
Amortisatie, V., amortisatiën en amortisaties.
Amortisatiefonds, O., -fondsen.
Amortiseeren, amortiseerde, heeft geamortiseerd.
Ampel (znw.), V., ampels.
Ampel (bnw. en bijw.).
Amper.
Amphitheater, O., amphitheaters.
Amphitheatersgewijze.
Amstel, M.
Amstellander, M., Amstellanders.
Amsterdammer, M., Amsterdammers.
Amulet, V., amuletten. Amuletje, O., -jes.
Amuseeren, amuseerde, heeft geamuseerd.
Amusement, O., amusementen.
Anachronisme, O., -ismen.
Anagram, O., anagrammen.
Analogie, V., analogieën.
Analoog, analoge.
Analyse, V., analysen.
Analytisch.
Ananas, V., ananassen.
Ananassenkast, V., -kasten.
Anarchie, V.
Anarchist, M., anarchisten.
Anarchistenkomplot, O., -komplotten.
Anarchistenproces, O., -processen.
Anathema, O., anathema's.
Anatomie, V.
Anatomisch.
Anatoom, M., anatomen.
Ancienniteit, V.
Andante, O., andantes.
Ander.
Anderdaagsch.
Anderdeels.
Anderhalf, -halve.
Andermaal.
Anders.
Andersdenkend.
Andersom.
Anderszins.
Anderwerf.
Andijvie, V.
Andoren, M., andorens.
Anekdote, V., anekdoten en anekdotes.
Anekdotenjager, M., -jagers.
Anemie, V.
Anemiek.
Anemisch.
Anemoon, V., anemonen.
Angel, M., angels. Angeltje, O., -jes.
Anglicaan, M., Anglicanen.
Anglicaansch.
Anglicisme, O., anglicismen.
Anglist, M., anglisten.
Angst, M., angsten.
Angstgeschrei, O.
Angstig, angstiger, angstigst.
Angstkreet, M., -kreten.
Angstvallig, -valliger, -valligst.
Angstvalligheid, V.
Angstverwekkend.
Angstzweet, O.
Anijl, M.
Anijs, M.
Anijsdrop, V.
Anijsmelk, V.
Anijszaad, O.
Aniline, V.
Anisette, V.
Anjelier, V., anjelieren.
Anjer, V., anjers.
Anker, O., ankers. Ankertje, O., -jes.
Ankerboei, V., -boeien.
Ankeren, ankerde, heeft geankerd.
Ankergrond, M., -gronden.
Ankerhorloge, O., -horloges.
Ankerkuil, M., -kuilen.
Ankerneut, V., -neuten.
Ankerrust, V., -rusten.
Annexatie, V., annexatiën en annexaties.
Annexatieplan, O., -plannen.
Annexeeren, annexeerde, heeft geannexeerd.
Anoniem, anonieme.
Anonymus, M., anonymi.
Anonymiteit, V.
Ansjovis, V., ansjovissen.
Ansjovisvangst, V.
Antagonist, M., antagonisten.
Antecedent, O., antecedenten.
Anthologie, V., anthologieën.
Anthraciet, O.
Anthracietkool, V., -kolen.
Anthropologie, V.
Anthropoloog, M., anthropologen.
Antichrist, M., Antichristen.
Anticritiek, V., -critieken.
Antiek, antieker, antiekst.
Antilope, V., antilopen.
Antipathie, V.
Antirevolutionnair.
Antwoord, O., antwoorden. Antwoordje, O., -jes.
Antwoorden, antwoordde, heeft geantwoord.
Antwoorder, M., antwoorders.
Apart.
Apartje, O., apartjes.
Apegapen.
Apenbakkes, O., -bakkesen.
Apenbek, M., -bekken.
Apenbroodboom, M., -boomen.
Apengezicht, O., -gezichten.
Apenhaar (tabak), O.
Apenkool, V.
Apenkop, M., -koppen.
Apenkuur, V., -kuren; -kuurtje, O., -jes.
Apenliefde, V.
Apenrok, M., -rokken; -rokje, O., -jes.
Apenspel, O.
Apentuin, M., -tuinen.
Aperij, V., aperijen. Aperijtje, O., -jes.
Apin, V., apinnen.
Apocrief, apocriefe.
Apodictisch.
Apostel (godsgezant), M., apostelen.
Apostel (scheepsw.), V., apostelen en apostels.
Apostelschap, O.
Apostolisch.
Apotheek, V., apotheken.
Apotheker, M., apothekers.
Apothekersbediende, M., -bedienden.
Apothekersexamen, O., -examens.
Apothekersfleschje, O., -fleschjes.
Apothekersjongen, M., -jongens.
Appel, M., appelen en appels. Appeltje, O., -jes.
Appèl (beroep), O., appèls.
Appelaar, M., appelaars.
Appelbloesem, M. (-bloesems); en O. (kleur, en soort van gebakken
steen), zonder mv.
Appelbol, M., -bollen.
Appelboom, M., -boomen.
Appelboor, V., -boren; -boortje, O., -jes.
Appelflauwte, V., -flauwten.
Appellant, M., appellanten.
Appellante, V., appellanten.
Appelleeren, appelleerde, heeft geappelleerd.
Appelmoes, O. en V.
Appelpent, V.
Appelprol, V.
Appelstroop, V.
Appetijt, M.
Applaudisseeren, applaudisseerde, heeft geapplaudisseerd.
Applaudissement, O.
Approbatie, V., approbatiën en approbaties.
Approbeeren, approbeerde, heeft geapprobeerd.
April, V. Zie Opril.
April, M.
Aprillen, aprilde, heeft geaprild.
Aquarel, V., aquarellen.
Ar (arreslee), V., arren. Arretje, O., -jes.
Ar (bnw.). In arren moede.
Arabesk, V., arabesken.
Arabier, M., Arabieren.
Arabisch.
Arak, V.
Arbeid, M.
Arbeiden, arbeidde, heeft gearbeid.
Arbeider, M., arbeiders.
Arbeidersbevolking, V., -bevolkingen.
Arbeidersbeweging, V., -bewegingen.
Arbeidersvraagstuk, O.
Arbeiderswoning, V., -woningen.
Arbeidsbeurs, V., -beurzen.
Arbeidscontract, O.
Arbeidsdag, M., -dagen.
Arbeidsduur, M.
Arbeidsloon, O., -loonen.
Arbeidsman, M., -lieden en -lui.
Arbeidsovereenkomst, V.
Arbeidster, V., arbeidsters.
Arbeidsvermogen, O.
Arbeidsvolk, O.
Arbeidswet, V.
Arbeidzaam, -zamer, -zaamst.
Arbeidzaamheid, V.
Arbiter, M., arbiters.
Arbitrage, V.
Arcade, V., arcaden en arcades.
Arcadia, V., arcadia's.
Arceeren, arceerde, heeft gearceerd.
Arceering, V., arceeringen.
Archaeologie, V.
Archaeoloog, M., -logen.
Archaïsme, O., archaïsmen.
Archief, O., archieven.
Archiefgebouw, O., -gebouwen.
Archiefstuk, O., -stukken.
Archiefwezen, O.
Archipel, M., archipels.
Architect, M., architecten.
Architectonisch.
Architectuur, V.
Architraaf, V., architraven.
Archivaris, M., archivarissen.
Arduin, O.
Arduinen (bnw.).
Arduinsteen (steen), M.; (stof), O.
Are (vierkante roede), V., aren.
Arend, M., arenden. Arendje, O., -jes.
Arendsblik, M., -blikken.
Arendsklauw, M., -klauwen.
Arendsnest, O., -nesten.
Arendsneus, M., -neuzen.
Arendsoog, O., -oogen.
Arendsvleugel, M., -vleugels.
Arendsvlucht, V.
Argeloos, -loozer, -loost.
Argeloosheid, V.
Argentaan, O.
Arglist, V.
Arglistig, -listiger, -listigst.
Arglistigheid, V., -heden.
Argument, O., argumenten.
Argusoog, O., -oogen.
Argwaan, M.
Argwanen, argwaande, heeft geargwaand.
Argwanend, -wanender, -wanendst.
Aria, V., aria's.
Aristocraat, M., aristocraten. Aristocraatje, O., -jes.
Aristocratie, V.
Aristocratisch.
Ark, V., arken.
Arkel (uitbouw), M.
Arm, M., armen. Armpje, O., -jes.
Arm, armer, armst.
Armada, V., en armade, armada's en armades.
Armband, M., -banden; -bandje, O., -jes.
Armbestuur, O., -besturen.
Armbeweging, V., -bewegingen.
Arme, M. en V., armen.
Armelijk.
Armenbuurt, V., -buurten.
Armenconcert, O., -concerten.
Armengeld, O.
Armenhuis en armhuis, O., -huizen.
Armenkas, V., -kassen.
Armenkerk en armkerk, V.
Armenpraktijk, V.
Armenschool, V., -scholen.
Armenverpleging, V.
Armenverzorging, V.
Armenwet, V.
Armenzakje, O., -jes.
Armenzorg, V.
Armhartig, -hartiger, -hartigst.
Armhartigheid, V.
Arminiaan, M., Arminianen.
Armlastig.
Armoede, V. Armoedje, O.
Armoedig, armoediger, armoedigst.
Armoedigheid, V.
Armoedzaaier, M.
Armozijn, O., armozijnen.
Armsgat, O., -gaten.
Armstoel, M., -stoelen.
Armwezen, O.
Armzalig, -zaliger, -zaligst.
Armzaligheid, V., -heden.
Aroma, O., aroma's.
Aromatisch.
Aronskelk, M., -kelken.
Arren (of narren), arde, heeft geard.
Arreslede en -slee, V., -sleden en -sleeën.
Arrest, O., arresten.
Arrestant, M., arrestanten.
Arrestante, V., arrestanten.
Arrestantenhok, O., -hokken.
Arresteeren, arresteerde, heeft gearresteerd.
Arrondissement, O., arrondissementen. Arrondissementje, O., -jes.
Arrondissements-rechtbank, V., -banken.
Arrondissements-rechter, M., -rechters.
Arrondissements-schoolopziener, M., -opzieners.
Arsenaal, O., arsenalen.
Arsenicum, O.
Articuleeren, articuleerde, heeft gearticuleerd.
Artikel, O., artikelen en artikels. Artikeltje, O., -jes.
Artikelsgewijze.
Artillerie, V.
Artillerie-park, O., -parken.
Artillerie-vuur, O.
Artillerist, M., artilleristen.
Artisjok, V., artisjokken.
Artist, M., artisten.
Artiste, V., artisten.
Artistiek.
Arts, M., artsen.
Artsenij, V., artsenijen.
Artsenijbereidkunde, V.
Artsenwet, V.
Artsexamen, O., -examens.
As (van een rad), V., assen.
Asbest, O.
Asceet, M., asceten.
Asch, (stof), V.
Aschbelt, V., -belten.
Aschbezem, M., -bezems.
Aschblond.
Aschdag, M.
Aschhoop, M., -hoopen.
Aschkar, V., -karren.
Aschman, M., -lieden en -lui.
Aschstaal, M., -stalen.
Aschwoensdag en asschewoensdag, M.
Asem, M.
Asjeblieft.
Asperge, V., asperges.
Asperge-bed, O., -bedden.
Asperge-tang, V., -tangen.
Asphalt, O.
Aspirant en adspirant, M., aspiranten.
Assaut, O., assauts.
Asschepoester, V.
Assignaat, O., assignaten.
Assignatie, V., assignatiën en assignaties.
Assistent, M., assistenten.
Assistent-resident, M., assistent-residenten.
Assuradeur, M., assuradeuren en assuradeurs.
Assurantie, V., assurantiën en assuranties.
Assurantie-kantoor, O., -kantoren.
Assurantie-premie, V., -premiën.
Assureeren, assureerde, heeft geassureerd.
Aster, V., asters.
Asthma, O.
Asthmapapier, O.
Asthmatisch.
Astrant, astranter, astrantst.
Astronomie, V.
Astronomisch.
Astronoom, M., astronomen.
Asyl, O., asylen.
Atavisme, O.
Aterling, M. en V., aterlingen, V. ook aterlinge.
Atheïsme, O.
Atheïst, M., atheïsten.
Athenaeum, O., Athenaeums en Athenaea.
Athleet, M., athleten.
Atlas (kaartenboek), M., atlassen.
Atlas (stof), O.
Atmosfeer, V., atmosferen.
Atmosferisch.
Atoom, O., atomen; atoompje, O., -jes.
Atoomgewicht, O., -gewichten.
Atoomtheorie, V.
Attentie, V., attentiën en attenties.
Attest, O., attesten. Attestje, O.
Attestatie, V., attestatiën en attestaties.
Attesteeren, attesteerde, heeft geattesteerd.
Aubade, V., aubades.
Auctie, V., auctiën en aucties.
Auctie-prijs, M., -prijzen.
Auctionaris, M., auctionarissen.
Audientie, V., audientiën en audienties.
Audientieblad, O., -bladen.
Auditeur-militair, M., auditeuren-militair en auditeurs-militair.
Augurk, V., augurken. Augurkje, O., -jes.
Augustus, M.
Aula, V., aula's.
Aureool, V., aureolen.
Autaar. Zie Altaar.
Auteur, M., auteurs.
Auteursrecht, O.
Authenticiteit, V.
Authentiek, authentieke.
Autocraat, M., autocraten.
Automaat, M., automaten.
Automatisch.
Automobiel, M., automobielen.
Automobilisme, O.
Autoriteit, V., autoriteiten.
Autoriteitsgeloof, O.
Aval, O.
Aveelzaad, O.
Avegaar, M., avegaars en avegaren.
Aveling, V., avelingen.
Averechts (bijw.).
Averechtsch (bnw.).
Averij, V., averijen.
Averij-grosse, V.
Averuit, V.
Aviatiek, V.
Avond, M., avonden. Avondje, O., -jes.
Avondbeurt, V., -beurten.
Avondblad, O., -bladen.
Avond-editie, V., -edities.
Avondeten, O.
Avondgebed, O., -gebeden.
Avondkerk, V., -kerken.
Avondlicht, O.
Avondlied, O., -liederen.
Avondlucht, V.
Avondmaal, O.
Avondmaalsbeker, M., -bekers.
Avondmaalsgoed, O.
Avondmaalsviering, V., -vieringen.
Avondmalen, -maalde, heeft geavondmaald.
Avondrood, O.
Avondschool, V., -scholen.
Avondster, V.
Avondzang, M.
Avondzitting, V., -zittingen.
Avonturen, avontuurde, heeft geavontuurd.
Avonturier, M., avonturiers.
Avonturierster, V., avonturiersters.
Avontuur, O., avonturen. Avontuurtje, O., -jes.
Avontuurlijk.
Axioma, O., axioma's.
Azalea, V., azalea's.
Azen, aasde, heeft geaasd.
Aziaat, M., Aziaten.
Azig, ook azing (Friesche rechter), M., azigen en azingen.
Azijn, M., azijnen.
Azijnachtig, -achtiger, -achtigst.
Azijnhout, O.
Azijnmakerij, V., -makerijen.
Azijnstok, M., -stokken.
Azijnzuur, O.
Azimuth, O.
Azimuthskompas, O., -kompassen.
Azimuthspeiling, V., -peilingen.
Azing (Friesche rechter). Zie Azig.
Azing (het azen), V.
Azuren (bnw.).
Azuur, O.
B
B, V., b's.
Ba.
Baadje, O.
Baai (wollen stof), V., baaien.
Baai (zeearm), V., baaien.
Baai (roode -, wijn), V.
Baaierd, M.
Baai-tabak, V.
Baaivanger, M., -vangers.
Baak, V., baken.
Baakstok, M., -stokken.
Baal, V., balen. Baaltje, O., -jes.
Baan, V., banen. Baantje, O., -jes.
Baanbreker, M., -brekers.
Baanderheer, M., -heeren.
Baanvak, O., -vakken.
Baanveger, M., -vegers.
Baanwachter, M., -wachters.
Baar (nieuweling), M., baren.
Baar (draagwerktuig), V., baren.
Baar (golf), V., baren.
Baar (staaf), V., baren.
Baar (bnw.), bare.
Baarblijkelijk, -lijker, -lijkst.
Baarblijkelijkheid, V.
Baard, M., baarden. Baardje, O., -jes.
Baardeloos, -looze.
Baardig, baardiger, baardigst.
Baardschrapper, M., -schrappers.
Baarlijk.
Baarmoeder, V., -moeders.
Baars (een visch), M., baarzen. Als stofnaam, V. Baarsje, O., -jes.
Baarvlies, O., -vliezen.
Baas (meester), M., bazen. Baasje, O., -jes.
Baas (voetstuk), V., bazen.
Baasschap, O.
Baat, V., baten.
Baatzucht, V.
Baatzuchtig, -zuchtiger, -zuchtigst.
Baatzuchtigheid, V.
Babbelaar, M., babbelaars.
Babbelaarster, V., babbelaarsters.
Babbelachtig, -achtiger, -achtigst.
Babbelarij, V., babbelarijen.
Babbelen, babbelde, heeft gebabbeld.
Babbelguigje, O., -jes.
Babbelkous, M. en V., -kousen; -kousje, O., -jes.
Babijn, V., babijnen.
Baboe, V., baboe's.
Babok, M., babokken.
Babokkig, babokkiger, babokkigst.
Bacchanaal, O., bacchanalen.
Bacil, M., bacillen.
Bacove, V., bacoven.
Bacovencultuur, V.
Bacterie, V., bacteriën.
Bacteriologie, V.
Bacteriologisch.
Bacterioloog, M., bacteriologen.
Bad, O., baden. Badje, O., -jes.
Baden, baadde, heeft gebaad.
Bader, M., baders.
Badgast, M. en V., -gasten.
Badhemd, O., -hemden.
Badhuis, O., -huizen.
Badinrichting, V., -inrichtingen.
Badkachel, V., -kachels.
Badkamer, V., -kamers; -kamertje, O., -jes.
Badknecht, M., -knechts.
Badkoets, V., -koetsen; -koetsje, O., -jes.
Badkostuum, O., -kostuums.
Badkuip, V., -kuipen.
Badkuur, V., -kuren.
Badmeester, M., -meesters.
Badmuts, V., -mutsen.
Badplaats, V., -plaatsen.
Badvrouw, V., -vrouwen.
Baffen, bafte, heeft gebaft.
Bag, V., baggen.
Bagage, V., bagages.
Bagagereçu, O., -reçu's.
Bagagewagen, M., -wagens.
Bagatel, V. en O., bagatellen. Bagatelletje, O., -jes.
Bagger, V.
Baggeren, baggerde, heeft gebaggerd.
Baggerman, M., -lieden en -lui.
Baggermolen, M., -molens.
Baggernet, O., -netten.
Baggerpraam, V., -pramen.
Baggerschuit, V., -schuiten.
Bagno, O., bagno's.
Bajadère, V., bajadèren en bajadères.
Bajonet, V., bajonetten.
Bajonetaanval, M., -aanvallen.
Bajonetscheede, V., -scheeden.
Bajonetsteek, M., -steken.
Bak, M., bakken. Bakje, O., -jes.
Bakbeest, O., -beesten.
Bakboord, O., -boorden.
Bakboordswacht, V., -wachten.
Baken, O., bakens.
Bakenen, bakende, heeft gebakend.
Bakengeld, O., -gelden.
Bakenmeester, M., -meesters.
Bakenwezen, O.
Baker, V., bakers.
Bakerdienst, M., -diensten.
Bakeren, bakerde, heeft gebakerd.
Bakerkind, O., -kinderen.
Bakermand, V., -manden.
Bakermat, V., -matten.
Bakermoer, V., -moers.
Bakerpop, V., -poppen.
Bakerpraat, M., -praatje, O., -jes.
Bakerrijm, O., -rijmen.
Bakerspeld, V., -spelden.
Bakhuis (bakkes), O., bakhuizen.
Bakkebaard, M., -baarden; -baardje, O., -jes.
Bakkeleien, bakkeleide, heeft gebakkeleid.
Bakken (koken), bakte, heeft gebakken.
Bakken (op 't verkeerbord spelen), bakte, heeft gebakt.
Bakker, M., bakkers.
Bakkerij, V., bakkerijen.
Bakkerin, V., bakkerinnen.
Bakkersbedrijf, O.
Bakkersbeweging, V., -bewegingen.
Bakkersbond, M., -bonden.
Bakkersgezel, M., -gezellen.
Bakkersknecht, M., -knechts.
Bakkersleerling, M., -leerlingen.
Bakkersnering, V., -neringen.
Bakkersoven, M., -ovens.
Bakkersschotel, M., -schotels.
Bakkerstor, V., -torren.
Bakkerswagen, M., -wagens.
Bakkerswinkel, M., -winkels.
Bakkes, O., bakkesen. Bakkesje, O., -jes.
Bakloon, O., -loonen.
Bakmeel, O.
Bakoven, M., -ovens.
Bakpan, V., -pannen.
Baksel, O., baksels. Bakseltje, O., -jes.
Baksmaat, M., -maats.
Bakstag, O., -stagen.
Bakstagskoelte, V.
Baksteen, M., -steenen; -steentje, O., -jes.
Baktrog, M., -troggen.
Bakvisch, V.
Bakzeilhalen, haalde bakzeil, heeft bakzeilgehaald.
Bal (rond lichaam), M., ballen. Balletje, O., -jes.
Bal (danspartij), O., bals.
Balanceeren, balanceerde, heeft gebalanceerd.
Balanceermes, O., -messen.
Balanceerstok, M., -stokken.
Balans, V., balansen. Balansje, O., -jes.
Balansboek, O., -boeken.
Balansenmaker, M., -makers.
Balansrekening, V., -rekeningen.
Balboekje, O., -boekjes.
Baldadig, baldadiger, baldadigst.
Baldadigheid, V., -heden.
Baldakijn, M., baldakijns en baldakijnen.
Balderen, balderde, heeft gebalderd.
Balein (de stof), O.; (het bewerkte), V., baleinen.
Baleinen (bnw.).
Balg, M., balgen.
Balie, V., baliën en balies.
Baliekluiver, M., -kluivers.
Baliemand, V., -manden.
Baliewelsprekendheid, V.
Baljapon, V., -japonnen en -japons.
Baljaren, baljaarde, heeft gebaljaard.
Baljuw, M., baljuwen en baljuws.
Balk, M., balken. Balkje, O., -jes.
Balken, balkte, heeft gebalkt.
Balklaag, V., -lagen.
Balkon, O., balkons.
Balkonkamer, V., -kamers.
Balkostuum, O., -kostumes.
Ballade, V., balladen en ballades.
Ballast, M., ballasten.
Ballasten, ballastte, heeft geballast.
Ballastondernemer, M., -ondernemers.
Ballastschuitje, O., -schuitjes.
Ballen, balde, heeft gebald.
Ballet, O., balletten.
Balletdanseres, V., -danseressen.
Balletmeester, M., -meesters.
Balletmuziek, V.
Balling, M. en V., ballingen; V. ook ballinge.
Ballingschap, V.
Ballon, M., ballons.
Ballotage, V., ballotages.
Balloteeren, balloteerde, heeft geballoteerd.
Baloorig, balooriger, baloorigst.
Baloorigheid, V.
Balsem, M., balsems.
Balsemachtig.
Balsemen, balsemde, heeft gebalsemd.
Balsemgeur, M., -geuren.
Balsemine, V., balseminen.
Balsturig, balsturiger, balsturigst.
Balsturigheid, V.
Baltoilet, O., -toiletten.
Balustrade, V., balustraden en balustrades.
Balzaal, V., -zalen.
Bamboes en bamboe, O., bamboezen.
Ban, M., bannen.
Banaal, banaler, banaalst.
Banaan, V., bananen.
Banaliteit, V., banaliteiten.
Banco, O.
Band (de stof), O.; (een stuk der stof), M., banden. Bandje, O., -jes.
Bandelier, M., bandelieren en bandeliers.
Bandeloos, -looze.
Bandeloosheid, V.
Banderol, V., banderollen.
Bandiet, M., bandieten.
Bandietentroep, M., -troepen.
Bandrekel, M., -rekels.
Banen, baande, heeft gebaand.
Bang, banger, bangst.
Bangheid, V.
Bangigheid, V.
Bangmakerij, V., -makerijen.
Banier, V., banieren.
Banierdrager, M., -dragers.
Banjer, M., banjers.
Banjerheer, M., -heeren.
Bank, V., banken. Bankje, O., -jes.
Bankbiljet, O., -biljetten; -biljetje, O., -jes.
Bankbreuk, V.
Bankbriefje, O., -briefjes.
Bankdisconto, O.
Banken, bankte, heeft gebankt.
Banket, O., banketten.
Banketbakker, M., -bakkers.
Banketeerder, M., banketeerders.
Banketeeren, banketeerde, heeft gebanketeerd.
Bankethammetje, O., -hammetjes.
Banketletter, V., -letters.
Bankhouder, M., -houders.
Bankier, M., bankiers. Bankiertje, O., -jes.
Bankiershuis, O., -huizen.
Bankierskantoor, O., -kantoren.
Banknoot, V., -noten; -nootje, O., -jes.
Bankoctrooi, O., -octrooien.
Bankpapier, O.
Bankroet, O., bankroeten. Bankroetje, O., -jes.
Bankroetier, M., bankroetiers.
Bankschroef, V., -schroeven.
Bankwerker, M., -werkers.
Bankwet, V., -wetten.
Bankwezen, O.
Bankzaak, V., -zaken.
Banneling, M. en V., bannelingen. V. ook bannelinge.
Bannen, bande, heeft gebannen.
Banning, V.
Banvloek, M.
Bar, barder, barst.
Barak, V., barakken.
Barbaar, M., barbaren.
Barbaarsch.
Barbaarschheid, V., -heden.
Barbarisme, O., barbarismen.
Barbeel, M., barbeelen.
Barbier, M., barbieren en barbiers. Barbiertje, O., -jes.
Barbieren, barbierde, heeft gebarbierd.
Barbiersjongen, M., -jongens.
Barbierswinkel, M., -winkels.
Barcarolle, V., barcarolles.
Bard, M., barden.
Baren, baarde, heeft gebaard.
Barensnood, M.
Barensteel, M., barenstelen.
Barenswee, O. en V., -weeën.
Baret, V., baretten. Baretje, O., -jes.
Barg, M., bargen.
Barge, V., barges.
Barghout, O., -houten.
Bargoensch, O.
Barheid, V., -heden.
Baring, V.
Bark, V., barken.
Barkas, V., barkassen.
Barm, M., barmen.
Barmhartig, -hartiger, -hartigst.
Barmhartigheid, V., -heden.
Barmte, V., barmten.
Barnen, barnde, heeft gebarnd.
Barning, V.
Barnsteen, O.
Barnsteenen (bnw.).
Barnsteenzuur, O.
Barok, barokker, barokst.
Barometer, M., barometers.
Barometerstand, M., -standen.
Baron, M., barons en baronnen.
Barones, V., baronessen.
Baronie, V., baronieën.
Barrevoeter, M., barrevoeters.
Barrevoets.
Barribaal, M., barribalen.
Barricade, V., barricaden.
Barricadeeren, barricadeerde, heeft gebarricadeerd.
Barricaden-oorlog, M.
Barrière, V., barrières.
Barrière-tractaat, O.
Barsch, barscher, barscht.
Barschheid, V.
Barst, M., barsten. Barstje, O., -jes.
Barsten, barstte, is gebarsten; ook borst, is geborsten.
Bas (baszanger), M., bassen.
Bas (speeltuig en baspartij), V., bassen.
Basalt, O.
Basalten (bnw.).
Bas-aria, V., -aria's.
Bascule, V., basculen en bascules.
Basiliek, V., basilieken.
Basilisk, M., basilisken.
Basis, V., basissen of bases.
Basnoot, V., -noten.
Baspartij, V., -partijen.
Bas-relief, O., bas-reliefs.
Bassa, M., bassa's.
Bassen, baste, heeft gebast.
Bassethoorn en -horen, M., -hoorns en -horens.
Bassist, M., bassisten.
Basstem, V., -stemmen.
Bast, M., basten.
Basta, V., basta's.
Basta (genoeg).
Bastaard en basterd, M., bastaarden en bastaards of basterds.
Bastaardij, V.
Bastaardwoord, O., -woorden.
Bastachtig.
Basteloos, -looze.
Basterdnachtegaal, M., -nachtegalen en -nachtegaals.
Basterdsuiker, V.
Bastion, O., bastions.
Baszanger, M., -zangers.
Bataaf, M., Bataven.
Bataafsch.
Bataljon, O., bataljons.
Batavier, M., Batavieren.
Bate. Zie Baat.
Bate (Ten -).
Baten, baatte, heeft gebaat.
Batig.
Batikken, batikte, heeft gebatikt.
Batist, O.
Batisten (bnw.).
Batterij, V., batterijen.
Bauwen, bauwde, heeft gebauwd.
Baviaan, M., bavianen. Baviaantje, O., -jes.
Bavianengezicht, O., -gezichten.
Bazaar en bazar, M., bazaars en bazars.
Bazelen, bazelde, heeft gebazeld.
Bazin, V., bazinnen. Bazinnetje, O., -jes.
Bazuin, V., bazuinen.
Bazuingeschal, O.
Beaarding, V.
Beademen, beademde, heeft beademd.
Beambte, M. en V., beambten.
Beamen, beaamde, heeft beaamd.
Beaming, V.
Beangst.
Beangstheid, V.
Beangstigen, beangstigde, heeft beangstigd.
Beangstiging, V.
Beantwoorden, beantwoordde, heeft beantwoord.
Beantwoorder, M., beantwoorders.
Beantwoording, V., beantwoordingen.
Bearbeiden, bearbeidde, heeft bearbeid.
Bearbeider, M., bearbeiders.
Bearbeiding, V., bearbeidingen.
Beasemen, beasemde, heeft beasemd.
Bebinden, bebond, heeft bebonden.
Beblaard.
Bebloeden, bebloedde, heeft bebloed.
Beboeten, beboette, heeft beboet.
Beboeting, V., beboetingen.
Bebolwerken, bebolwerkte, heeft bebolwerkt.
Bebouwen, bebouwde, heeft bebouwd.
Bebouwer, M., bebouwers.
Bebouwing, V., bebouwingen.
Becijferen, becijferde, heeft becijferd.
Becijfering, V., becijferingen.
Bed, O., bedden. Bedje, O., -jes.
Bedaagd, bedaagder, bedaagdst.
Bedaagdheid, V.
Bedaard, bedaarder, bedaardst.
Bedaardheid, V.
Bedacht.
Bedachtzaam, -zamer, -zaamst,
Bedachtzaamheid, V.
Bedammen, bedamde, heeft bedamd.
Bedankbrief, M., -brieven.
Bedanken, bedankte, heeft bedankt.
Bedanking, V.
Bedankje, O., -jes.
Bedaren, bedaarde, heeft en is bedaard.
Bedaring, V.
Bedauwen, bedauwde, heeft bedauwd.
Beddedeken, V., -dekens.
Beddegoed, O.
Beddejak, O., -jakken.
Beddekussen, O., -kussens.
Beddekwast, M., -kwasten.
Beddelaken, O., -lakens.
Bedden, bedde, heeft gebed.
Beddenmaker, M., -makers.
Beddenwinkel, M., -winkels.
Beddepan, V., -pannen.
Beddeplank, V., -planken.
Beddesprei, V., -spreien.
Beddetafel, V., -tafels; -tafeltje, O., -jes.
Beddetijk, V.
Beddewarmer, M., -warmers.
Beddezak, M., -zakken.
Bedding, V., beddingen.
Bede, V., beden.
Bededag, M., -dagen.
Bedeelen, bedeelde, heeft bedeeld.
Bedeeler, M., bedeelers.
Bedeeling, V., bedeelingen.
Bedeesd, bedeesder, bedeesdste.
Bedeesdheid, V.
Bedehuis, O., -huizen.
Bedekken, bedekte, heeft bedekt.
Bedekking, V., bedekkingen.
Bedeklokje, O.
Bedeksel, O., bedeksels en bedekselen.
Bedekt, bedekter, bedektst.
Bedektelijk.
Bedelaar, M., bedelaars en bedelaren.
Bedelaarsdeken, V., -dekens.
Bedelaarsdoelen, M.
Bedelaarskolonie, V., -koloniën.
Bedelaarster, V., bedelaarsters.
Bedelares, V., bedelaressen.
Bedelarij, V.
Bedelbrief, M., -brieven.
Bedelbroeder, M., -broeders.
Bedelbrok, M. en O., -brokken.
Bedelbrood, O.
Bedelen, bedelde, heeft gebedeld.
Bedelkind, O., -kinderen.
Bedelmonnik, M., -monniken.
Bedelorde, V., -orden.
Bedelpartij, V., -partijen.
Bedelstaf, M.
Bedelven, bedolf, bedolven, heeft bedolven.
Bedelzak, M., -zakken.
Bedenkdag, M., -dagen.
Bedenkelijk, -lijker, -lijkst.
Bedenkelijkheid, V.
Bedenken, bedacht, heeft bedacht.
Bedenking, V., bedenkingen.
Bedenktijd, M.
Bederf, O.
Bederfelijk, -lijker, -lijkst.
Bederfelijkheid, V.
Bederfwerend.
Bederven, bedierf, bedierven, heeft en is bedorven.
Bederver, M., bedervers.
Bedestond, M., -stonden.
Bedevaart, V., -vaarten.
Bedevaartganger, M., -gangers.
Bedevaartgangster, V., -gangsters.
Bedgenoot, M., -genooten.
Bedgenoote, V., -genooten.
Bedgordijn, V. en O., -gordijnen.
Bedienaar, M., bedienaren en bedienaars.
Bedienares, V., bedienaressen.
Bediende, M. en V., bedienden.
Bediendenkamer, V., -kamers.
Bediendentafel, V., -tafels.
Bedienen, bediende, heeft bediend.
Bediening, V., bedieningen.
Bedijen, bedijde, is bedijd.
Bedijken, bedijkte, heeft bedijkt.
Bedijker, M., bedijkers.
Bedijking, V., bedijkingen.
Bedilal, M. en V., bedilallen.
Bedillen, bedilde, heeft bedild.
Bediller, M., bedillers.
Bedilziek, -zieker, -ziekst.
Bedilzucht, V.
Beding, O., bedingen.
Bedingen, bedong, heeft bedongen.
Bedisselen, bedisselde, heeft bedisseld.
Bedlegerig.
Bedlegerigheid, V.
Bedoelen, bedoelde, heeft bedoeld.
Bedoeling, V., bedoelingen.
Bedoen, bedeed, bededen, heeft bedaan.
Bedompt, bedompter, bedomptst.
Bedomptheid, V.
Bedonderen, bedonderde, heeft bedonderd.
Bedotten, bedotte, heeft bedot.
Bedotter, M., bedotters.
Bedrag, O., bedragen.
Bedragen, bedroeg, heeft bedragen.
Bedreigen, bedreigde, heeft bedreigd.
Bedreiging, V., bedreigingen.
Bedremmeld, bedremmelder, bedremmeldst.
Bedremmeldheid, V.
Bedremmelen, bedremmelde, heeft bedremmeld.
Bedreven, bedrevener, bedrevenst.
Bedrevenheid, V.
Bedriegen, bedroog, bedrogen, heeft bedrogen.
Bedrieger, M., bedriegers.
Bedriegerij, V., bedriegerijen.
Bedrieglijk, -lijker, -lijkst.
Bedrieglijkheid, V.
Bedriegster, V., bedriegsters.
Bedrijf, O., bedrijven.
Bedrijfal, M. en V., bedrijfallen.
Bedrijfsbelasting, V., -belastingen.
Bedrijfskapitaal, O., -kapitalen.
Bedrijten, bedreet, bedreten, heeft bedreten.
Bedrijven, bedreef, bedreven, heeft bedreven.
Bedrijvend.
Bedrijver, M., bedrijvers.
Bedrijvig, bedrijviger, bedrijvigst.
Bedrijvigheid, V.
Bedrillen, bedrilde, heeft bedrild.
Bedrinken, bedronk, heeft bedronken.
Bedroefd, bedroefder, bedroefdst.
Bedroefdheid, V.
Bedroeven, bedroefde, heeft bedroefd.
Bedrog, O.
Bedroppelen en bedruppelen, bedroppelde (bedruppelde), heeft bedroppeld
(bedruppeld).
Bedruipen, bedroop, bedropen, heeft bedropen.
Bedrukken, bedrukte, heeft bedrukt.
Bedrukt, bedrukter, bedruktst.
Bedruktheid, V.
Bedruppelen. Zie Bedroppelen.
Bedsermoen, O., -sermoenen.
Bedstede en bedstee, V., -steden. Bedsteetje, O., -jes.
Beducht, beduchter, beduchtst.
Beduchtheid, V.
Beduiden, beduidde, heeft beduid.
Beduidenis, V.
Beduiding, V., beduidingen.
Beduimelen, beduimelde, heeft beduimeld.
Beduimeling, V., beduimelingen.
Bedunken, O.
Beduusd.
Bedwang, O.
Bedwelmd.
Bedwelmen, bedwelmde, heeft bedwelmd.
Bedwelming, V., bedwelmingen.
Bedwingen, bedwong, heeft bedwongen.
Bedwinger, M., bedwingers.
Beëedigen, beëedigde, heeft beëedigd.
Beëediger, M., beëedigers.
Beëediging, V., beëedigingen.
Beefaal, M., -alen.
Beek, V., beken. Beekje, O., -jes.
Beekbunge, V.
Beeld, O., beelden. Beeldje, O., -jes.
Beelden, beeldde, heeft gebeeld.
Beeldenaar, M., beeldenaars.
Beeldendienaar, M., -dienaars.
Beeldendienst, M.
Beeldengalerij, V., -galerijen.
Beeldenstorm, M.
Beelderig, beelderiger, beelderigst.
Beeldhouwen, beeldhouwde, heeft gebeeldhouwd.
Beeldhouwer, M., -houwers.
Beeldhouwerij, V.
Beeldhouwkunst, V.
Beeldhouwwerk, O., -werken.
Beeldig, beeldiger, beeldigst.
Beeldjeskoop, M., -koopen.
Beeldrijk, -rijker, -rijkst.
Beeldrijkheid, V.
Beeldschoon.
Beeldspraak, V., -spraken.
Beeldstormer, M., -stormers.
Beeldstormerij, V., -stormerijen.
Beeltenis, V., beeltenissen.
Beemd, M., beemden.
Beemdklaver, V.
Been, O., beenen. (Op de been). Beentje, O., -jes.
Been (gebeente), O., beenderen. Beentje, O., -jes.
Beenachtig.
Beenbreuk, V., -breuken.
Beenderasch, V.
Beenderhuis, O., -huizen.
Beendermeel, O.
Beendersoep, V.
Beendroog.
Beenen (bnw.).
Beeneter, M., -eters.
Beenig, beeniger, beenigst.
Beenzwart, O.
Beer (varken, waterkeering, muurstut en heiblok), M., beeren. Beertje,
O., -jes.
Beer (verscheurend dier), M., beren. Beertje, O., -jes.
Beer (drek), M.
Beerput, M., -putten.
Beërven, beërfde, heeft beërfd.
Beërving, V.
Beest, O., beesten (V. in De beest spelen). Beestje, O., -jes.
Beestachtig, -achtiger, -achtigst.
Beestachtigheid, V., -heden.
Beestenboel, M.
Beestenmarkt, V., -markten.
Beestenspel, O., -spellen.
Beestenstal, M., -stallen.
Beestentemmer, M., -temmers.
Beestig, beestiger, beestigst.
Beestigheid, V., -heden.
Beet (hap), M., beten.
Beet (wortel), V., beten.
Beethebben, heeft beet, had beet, hadden beet, heeft beetgehad.
Beetje, O., -jes.
Beetkrijgen, kreeg beet, kregen beet, heeft beetgekregen.
Beetnemen, nam beet, namen beet, heeft beetgenomen.
Beetpakken, pakte beet, heeft beetgepakt.
Beetwortel, M., -wortels en -wortelen.
Beetwortelsuiker, V., -suikers.
Beetwortelsuikerfabriek, V., -fabrieken.
Bef, V., beffen. Befje, O., -jes.
Befaamd, befaamder, befaamdst.
Befaamdheid, V.
Begaafd, begaafder, begaafdst.
Begaafdheid, V., -heden.
Begaan, beging, heeft en is begaan.
Begaanbaar, -bare.
Begaanbaarheid, V.
Begaffelen, begaffelde, heeft begaffeld.
Begapen, begaapte, heeft begaapt.
Begeefster, V., begeefsters.
Begeeren, begeerde, heeft begeerd.
Begeerig, begeeriger, begeerigst.
Begeerigheid, V.
Begeerlijk, -lijker, -lijkst.
Begeerlijkheid, V., -heden.
Begeerte, V., begeerten.
Begekken, begekte, heeft begekt.
Begeleiden, begeleidde, heeft begeleid.
Begeleider, M., begeleiders.
Begeleiding, V., begeleidingen.
Begeleidster, V., begeleidsters.
Begenadigen, begenadigde, heeft begenadigd.
Begenadiging, V.
Begeven, begaf, begaven, heeft begeven.
Begever, M., begevers.
Begeving, V.
Begieten, begoot, begoten, heeft begoten.
Begieting, V., begietingen.
Begiftigen, begiftigde, heeft begiftigd.
Begiftiging, V., begiftigingen.
Begijn, V., begijnen. Begijntje, O., -jes.
Begijnenhof en begijnhof, O., -hoven.
Begijnenkoek, M., -koeken.
Begijnenrijst. V.
Begin, O.
Beginneling, M. en V., -lingen. V. ook beginnelinge.
Beginnen, begon, begonnen, heeft en is begonnen.
Beginner, M., beginners.
Beginsel, O., beginselen en beginsels.
Beginselloos.
Beginselloosheid, V.
Beginselvastheid, V.
Beglazen, beglaasde, heeft beglaasd.
Begluren, begluurde, heeft begluurd.
Begoochelen, begoochelde, heeft begoocheld.
Begoocheling, V., begoochelingen.
Begraafplaats, V., -plaatsen.
Begraasd.
Begrafenis, V., begrafenissen.
Begrafenisfonds, O., -fondsen.
Begrafeniskosten (mv.), M.
Begrafenisonderneming, V., -ondernemingen.
Begrafenisrecht, O., -rechten.
Begrauwen, begrauwde, heeft begrauwd.
Begraven, begroef, begroeven, heeft begraven.
Begraver, M., begravers.
Begraving, V., begravingen.
Begrazen, begraasde, heeft begraasd.
Begrenzen, begrensde, heeft begrensd.
Begrenzing, V., begrenzingen.
Begrijpelijk, -lijker, -lijkst.
Begrijpelijkheid, V.
Begrijpen, begreep, begrepen, heeft begrepen.
Begrimmen, begrimde, heeft begrimd.
Begrinden, begrindde, heeft begrind.
Begrip, O., begrippen.
Begripsverwarring, V., -verwarringen.
Begroeien, begroeide, is begroeid.
Begroeiing, V., begroeiingen.
Begroeten, begroette, heeft begroet.
Begroeting, V., begroetingen.
Begrooten, begrootte, heeft begroot.
Begrooting, V., begrootingen.
Begrootingscijfer, O., -cijfers.
Begrootingsdebat, O., -debatten.
Begrootingsjaar, O., -jaren.
Begruizen, begruisde, heeft begruisd.
Beguichelen, beguichelde, heeft beguicheld.
Beguicheling, V., beguichelingen.
Begunstigen, begunstigde, heeft begunstigd.
Begunstiger, M., begunstigers.
Begunstiging, V., begunstigingen.
Begunstigster, V., begunstigsters.
Behaaglijk, -lijker, -lijkst.
Behaaglijkheid, V.
Behaagziek, -zieker, -ziekst.
Behaagzucht, V.
Behaard.
Behagen, behaagde, heeft behaagd.
Behalen, behaalde, heeft behaald.
Behaling, V.
Behalve.
Behameren, behamerde, heeft behamerd.
Behandelen, behandelde, heeft behandeld.
Behandeling, V., behandelingen.
Behangen, behing, heeft behangen.
Behanger, M., behangers.
Behangersknecht, M., -knechts.
Behangersrekening, V., -rekeningen.
Behangerstafel, V., -tafels.
Behangerswinkel, M., -winkels.
Behangsel, O., behangsels.
Behangselpapier, O., -papieren.
Behartigen, behartigde, heeft behartigd.
Behartigenswaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.
Behartiger, M., behartigers.
Behartiging, V.
Beheer, O.
Beheerder, M., beheerders.
Beheeren, beheerde, heeft beheerd.
Beheering, V., beheeringen.
Beheerschen, beheerschte, heeft beheerscht.
Beheerscher, M., beheerschers.
Beheerscheres, V., beheerscheressen.
Beheersching, V., beheerschingen.
Beheerster, V., beheersters.
Beheien, beheide, heeft beheid.
Beheinen, beheinde, heeft beheind.
Beheining, V., beheiningen.
Beheksen, behekste, heeft behekst.
Beheksing, V., beheksingen.
Behelpen, behielp, heeft beholpen.
Behelzen, behelsde, heeft behelsd.
Behemot, M., behemots.
Behendig, behendiger, behendigst.
Behendigheid, V.
Behept.
Behoeden, behoedde, heeft behoed.
Behoeder, M., behoeders.
Behoedmiddel, O., -middelen.
Behoedster, V., behoedsters.
Behoedzaam, -zamer, -zaamst.
Behoedzaamheid, V.
Behoef, O. (Ten behoeve van).
Behoefte, V., behoeften.
Behoeftig, behoeftiger, behoeftigst.
Behoeftigheid, V.
Behoeven, behoefde, heeft behoefd.
Behooren, behoorde, heeft behoord.
Behoorlijk, -lijker, -lijkst.
Behoorlijkheid, V.
Behoud, O.
Behouden, behield, heeft behouden.
Behoudenis, V.
Behoudens.
Behouder, M., behouders.
Behouding, V.
Behoudsman, M., -lieden.
Behoudster, V., behoudsters.
Behouwen, behieuw, heeft behouwen.
Behuisd.
Behulp, O.
Behulpzaam, -zamer, -zaamst.
Behulpzaamheid, V.
Behuwdbroeder, M., -broeders.
Behuwddochter, V., -dochters.
Behuwdmoeder, V., -moeders.
Behuwdvader, M., -vaders.
Behuwdzoon, M., -zonen en -zoons.
Behuwdzuster, V., -zusters.
Behuwelijken, behuwelijkte, heeft behuwelijkt.
Behuwen, behuwde, heeft behuwd.
Bei (Turksche titel), M., bei's.
Bei (bezie), V., beien.
Beiaard, M., beiaards.
Beiaarden, beiaardde, heeft gebeiaard.
Beide (van zaken).
Beiden (van personen).
Beiden, beidde, heeft gebeid.
Beiderhande.
Beiderlei.
Beieren, beierde, heeft gebeierd.
Beijveren, beijverde, heeft beijverd.
Beijzelen, beijzelde, heeft beijzeld.
Beitel, M., beitels. Beiteltje, O., -jes.
Beitelen, beitelde, heeft gebeiteld.
Bejaard, bejaarder, bejaardst.
Bejaardheid, V.
Bejag, O.
Bejagen, bejaagde, heeft bejaagd; ook bejoeg.
Bejager, M., bejagers.
Bejaging, V., bejagingen.
Bejammeren, bejammerde, heeft bejammerd.
Bejammerenswaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.
Bejammerenswaardigheid, V.
Bejegenen, bejegende, heeft bejegend.
Bejegening, V., bejegeningen.
Bek, M., bekken. Bekje, O., -jes.
Bekaaid, bekaaider, bekaaidst.
Bekabbelen, bekabbelde, heeft bekabbeld.
Bekaden, bekaadde, heeft bekaad.
Bekading, V., bekadingen.
Bekaf (bek-af).
Bekalken, bekalkte, heeft bekalkt.
Bekamen, bekaamde, is bekaamd.
Bekampen, bekampte, heeft bekampt.
Bekamping, V., bekampingen.
Bekappen, bekapte, heeft bekapt.
Bekapping, V., bekappingen.
Bekeerder, M., bekeerders.
Bekeeren, bekeerde (zich), heeft (zich) bekeerd.
Bekeering, V., bekeeringen.
Bekeeringsijver, M.
Bekeeringszucht, V.
Bekeerlijk, -lijker, -lijkst.
Bekeerlijkheid, V.
Bekeerling, M. en V., bekeerlingen. V. ook bekeerlinge.
Bekend, bekender, bekendst.
Bekende, M. en V., bekenden.
Bekendheid, V.
Bekendmaken, maakte bekend, heeft bekendgemaakt.
Bekendmaker, M., -makers.
Bekendmaking, V., -makingen.
Bekendstaan, stond bekend, heeft bekendgestaan.
Bekendwording, V.
Bekennen, bekende, heeft bekend.
Bekenner, M., bekenners.
Bekenning, V., bekenningen.
Bekentenis, V., bekentenissen.
Beker, M., bekers. Bekertje, O., -jes.
Bekeren, bekerde, heeft gebekerd.
Bekeurder, M., bekeurders.
Bekeuren, bekeurde, heeft bekeurd.
Bekeuring, V., bekeuringen.
Bekijk, O.
Bekijken, bekeek, bekeken, heeft bekeken.
Bekijker, M., bekijkers.
Bekijking, V.
Bekijkster, V., bekijksters.
Bekijven, bekeef, bekeven, heeft bekeven.
Bekken, O., bekkens. Bekkentje, O., -jes.
Bekkeneel, O., bekkeneelen.
Bekkesnijden, O.
Bekkesnijder, M., -snijders.
Beklaaglijk, -lijker, -lijkst.
Beklaaglijkheid, V.
Bekladden, bekladde, heeft beklad.
Bekladder, M., bekladders.
Beklag, O.
Beklagen, beklaagde, heeft beklaagd.
Beklagenswaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.
Beklagenswaardigheid, V.
Beklager, M., beklagers.
Beklaging, V., beklagingen.
Beklant, beklanter, beklantst.
Beklappen, beklapte, heeft beklapt.
Beklapper, M., beklappers.
Beklauteren, beklauterde, heeft beklauterd.
Bekleeden, bekleedde, heeft bekleed.
Bekleeder, M., bekleeders.
Bekleeding, V., bekleedingen.
Bekleedsel, O., bekleedsels.
Beklembrief, M., -brieven.
Beklemd.
Beklemdheid, V., -heden.
Beklemmen, beklemde, heeft beklemd.
Beklemming, V., beklemmingen.
Beklemrecht, O.
Beklijven, beklijfde, heeft beklijfd.
Beklimmen, beklom, beklommen, heeft beklommen.
Beklimming, V., beklimmingen.
Beklinken, beklonk, heeft beklonken.
Beklonteren, beklonterde, heeft beklonterd.
Beknabbelen, beknabbelde, heeft beknabbeld.
Beknagen, beknaagde, heeft beknaagd.
Beknellen, beknelde, heeft bekneld.
Beknibbelen, beknibbelde, heeft beknibbeld.
Beknibbeling, V., beknibbelingen.
Beknopt, beknopter, beknoptst.
Beknoptheid, V.
Beknorren, beknorde, heeft beknord.
Bekocht.
Bekoelen, bekoelde, heeft en is bekoeld.
Bekoeling, V., bekoelingen.
Bekoken, bekookte, heeft bekookt.
Bekomen, bekomt, bekwam, bekwamen, heeft en is bekomen.
Bekoming, V.
Bekommerd.
Bekommerdheid, V.
Bekommeren, bekommerde, heeft bekommerd.
Bekommering, V., bekommeringen.
Bekommernis, V., bekommernissen.
Bekomst, V.
Bekonkelen, bekonkelde, heeft bekonkeld.
Bekoopen, bekocht, heeft bekocht.
Bekoorder, M., bekoorders.
Bekoorlijk, -lijker, -lijkst.
Bekoorlijkheid, V., -heden.
Bekoorster, V., bekoorsters.
Bekoren, bekoorde, heeft bekoord.
Bekoring, V., bekoringen.
Bekorsten, bekorstte, heeft bekorst.
Bekorten, bekortte, heeft bekort.
Bekorting, V., bekortingen.
Bekostigen, bekostigde, heeft bekostigd.
Bekostiging, V.
Bekrabbelen, bekrabbelde, heeft bekrabbeld.
Bekrabben, bekrabde, heeft bekrabd.
Bekrachtigen, bekrachtigde, heeft bekrachtigd.
Bekrachtiger, M., bekrachtigers.
Bekrachtiging, V., bekrachtigingen.
Bekransen, bekranste, heeft bekranst.
Bekrassen, bekraste, heeft bekrast.
Bekreunen (zich -), bekreunde zich, heeft zich bekreund.
Bekrijten, bekreet, bekreten, heeft bekreten.
Bekrimpen, bekromp, heeft bekrompen.
Bekrimping, V., bekrimpingen.
Bekrompen, bekrompener, bekrompenst.
Bekrompenheid, V.
Bekronen, bekroonde, heeft bekroond.
Bekroning, V., bekroningen.
Bekrozen.
Bekruiden, bekruidde, heeft bekruid.
Bekruien, bekrooi, bekrooien, heeft bekrooien; ook bekruide, heeft
bekruid.
Bekruipen, bekroop, bekropen, heeft bekropen.
Bekruisen, bekruiste, heeft bekruist.
Bekuipen, bekuipte, heeft bekuipt.
Bekuiping, V.
Bekwaam, bekwamer, bekwaamst.
Bekwaamheid, V., -heden.
Bekwamen, bekwaamde, heeft bekwaamd.
Bekwaming, V.
Bekweelen, bekweelde, heeft bekweeld.
Bekwijlen, bekwijlde, heeft bekwijld.
Bel, V., bellen. Belletje, O., -jes.
Belaagster, V., belaagsters.
Belabberd, belabberder, belabberdst.
Belabberdheid, V.
Belachelijk, -lijker, -lijkst.
Belachelijkheid, V.
Belachen, belachte, heeft belachen; ook beloeg.
Beladen, belaadde, heeft beladen.
Belading, V., beladingen.
Belagen, belaagde, heeft belaagd.
Belager, M., belagers.
Belaging, V., belagingen.
Belanden, belandde, is beland.
Belang, O., belangen.
Belangeloos, -loozer, -loost.
Belangeloosheid, V.
Belangen, belangde, heeft belangd.
Belangende.
Belanghebbende, M. en V., -hebbenden.
Belangrijk, -rijker, -rijkst.
Belangrijkheid, V.
Belangstellen, stelde belang, heeft belanggesteld.
Belangstellend, -stellender, -stellendst.
Belangstelling, V.
Belastbaar, -bare.
Belastbaarheid, V.
Belasten, belastte, heeft belast.
Belasteren, belasterde, heeft belasterd.
Belastering, V., belasteringen.
Belasting, V., belastingen.
Belastingbiljet, O., -biljetten.
Belastingkantoor, O., -kantoren.
Belastingkiezer, M., -kiezers.
Belastingplichtige, M. en V., -plichtigen.
Belastingschuldige, M. en V., -schuldigen.
Belastingwet, V., -wetten.
Belatten, belatte, heeft belat.
Belboei, V., -boeien.
Beleedigen, beleedigde, heeft beleedigd.
Beleediger, M., beleedigers.
Beleediging, V., beleedigingen.
Beleefd, beleefder, beleefdst.
Beleefdelijk.
Beleefdheid, V., -heden.
Beleefdheidsbezoek, O., -bezoeken.
Beleefdheidshalve.
Beleefdheidsvorm, M., -vormen.
Beleenbaar, -bare.
Beleenbank, V., -banken.
Beleenen, beleende, heeft beleend.
Beleener, M., beleeners.
Beleening, V., beleeningen.
Beleg, O.
Belegen.
Belegeraar, M., belegeraars.
Belegeren, belegerde, heeft belegerd.
Belegering, V., belegeringen.
Belegeringsgeschut, O.
Belegeringskunst, V.
Belegeringsspel, O., -spellen; -spelletje, O., -jes.
Belegeringstrein, M., -treinen.
Beleggen, belegde en beleide, heeft belegd en beleid.
Belegger, M., beleggers.
Belegging, V., beleggingen.
Beleghout, O., -houten.
Belegsel, O., belegsels. Belegseltje, O., -jes.
Belegstuk, O., -stukken.
Beleid, O.
Beleiden, beleidde, heeft beleid.
Beleider, M., beleiders.
Beleidvol.
Belekken, belekte, heeft belekt.
Belemmeraar, M., belemmeraars.
Belemmeren, belemmerde, heeft belemmerd.
Belemmering, V., belemmeringen.
Belenden, belendde, heeft belend.
Belending, V., belendingen.
Belet, O.
Bel-étage, V., -étages.
Beletsel, O., beletselen en beletsels. Beletseltje, O., -jes.
Beletten, belette, heeft belet.
Beletting, V.
Beleven, beleefde, heeft beleefd.
Belezen, belas, belazen, heeft belezen.
Belezen, belezener, belezenst.
Belezenheid, V.
Belezer, M., belezers.
Belezing, V., belezingen.
Belg, M., Belgen.
Belgen (zich -), belgde zich, heeft zich gebelgd.
Belgicisme, O., belgicismen.
Belging, V., belgingen.
Belgisch.
Belgziek, -zieker, -ziekst.
Belhamel, M., -hamels.
Belichamen, belichaamde, heeft belichaamd.
Belichaming, V.
Beliegen, beloog, belogen, heeft belogen.
Belieger, M., beliegers.
Believen, beliefde, heeft beliefd. Verg. Blieven.
Believen, O.
Belijden, beleed, beleden, heeft beleden.
Belijdenis, V., belijdenissen.
Belijdenisgeschenk, O., -geschenken.
Belijder, M., belijders.
Belijderes, V., belijderessen.
Belijmen, belijmde, heeft belijmd.
Belijnen, belijnde, heeft belijnd.
Belikken, belikte, heeft belikt.
Bellefleur, V., -fleuren. Bellefleurtje, O., -jes.
Bellen, belde, heeft gebeld.
Bellettrie, V.
Bellettrist, M., bellettristen.
Beloerder, M., beloerders.
Beloeren, beloerde, heeft beloerd.
Belofte, V., beloften.
Beloftenis, V., beloftenissen.
Beloken.
Belommeren, belommerde, heeft belommerd.
Belommering, V.
Belonken, belonkte, heeft belonkt.
Beloonen, beloonde, heeft beloond.
Belooner, M., belooners.
Belooning, V., belooningen. Belooninkje, O., -jes.
Beloonster, V., beloonsters.
Beloop, O.
Beloopen, beliep, beliepen, heeft beloopen.
Beloven, beloofde, heeft beloofd.
Belover, M., belovers.
Belroos, V.
Belt, V., belten.
Beluiden (ook beluien), beluidde (beluide), heeft beluid.
Beluisteraar, M., beluisteraars.
Beluisteren, beluisterde, heeft beluisterd.
Belust, beluster.
Belustheid, V.
Belvedere, O., belvederes.
Bemachtigen, bemachtigde, heeft bemachtigd.
Bemachtiging, V.
Bemalen (met den watermolen), bemaalde, heeft bemalen.
Bemalen (beschilderen), bemaalde, heeft bemaald.
Bemaling, V., bemalingen.
Bemalingswerktuig, O., -werktuigen.
Bemannen, bemande, heeft bemand.
Bemanning, V., bemanningen.
Bemantelen, bemantelde, heeft bemanteld.
Bemanteling, V., bemantelingen.
Bemerkbaar, -baarder, -baarst.
Bemerken, bemerkte, heeft bemerkt.
Bemesten, bemestte, heeft bemest.
Bemesting, V., bemestingen.
Bemiddelaar, M., bemiddelaars.
Bemiddelaarster, V., bemiddelaarsters.
Bemiddelares, V., bemiddelaressen.
Bemiddeld, bemiddelder, bemiddeldst.
Bemiddeldheid, V.
Bemiddelen, bemiddelde, heeft bemiddeld.
Bemiddeling, V.
Bemind, beminder, bemindst.
Beminde, M. en V., beminden.
Beminlijk en beminnelijk, -lijker, -lijkst.
Beminlijkheid, V.
Beminnaar, M., beminnaren en beminnaars.
Beminnares, V., beminnaressen.
Beminnen, beminde, heeft bemind.
Beminnenswaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.
Beminnenswaardigheid, V.
Bemodderen, bemodderde, heeft bemodderd.
Bemoedigen, bemoedigde, heeft bemoedigd.
Bemoediging, V., bemoedigingen.
Bemoeial, M. en V., bemoeiallen.
Bemoeien, bemoeide, heeft bemoeid.
Bemoeienis, V., bemoeienissen.
Bemoeiing, V., bemoeiingen.
Bemoeilijken, bemoeilijkte, heeft bemoeilijkt.
Bemoeilijking, V., bemoeilijkingen.
Bemoeisel, O., bemoeisels.
Bemoeiziek.
Bemoeizucht, V.
Bemorsen, bemorste, heeft bemorst.
Bemost.
Bemuren, bemuurde, heeft bemuurd.
Bemuring, V., bemuringen.
Ben, V., bennen. Bennetje, O., -jes.
Benaaien, benaaide, heeft benaaid.
Benaarstigen, benaarstigde, heeft benaarstigd.
Benaasten, benaastte, heeft benaast.
Benaasting, V., benaastingen.
Benadeelen, benadeelde, heeft benadeeld.
Benadeeler, M., benadeelers.
Benadeeling, V., benadeelingen.
Benaderen, benaderde, heeft benaderd.
Benadering, V., benaderingen.
Benaming, V., benamingen.
Benard, benarder, benardst.
Benardheid, V.
Benarren, benarde, heeft benard.
Benauwd, benauwder, benauwdst.
Benauwdheid, V., -heden.
Benauwen, benauwde, heeft benauwd.
Benauwer, M., benauwers.
Benauwing, V., benauwingen.
Bende, V., benden.
Beneden.
Benedeneinde, O.
Benedenhuis, O., -huizen.
Benedenkamer, V., -kamers; -kamertje, O., -jes.
Benedenste.
Benedenswinds.
Benedenwaarts.
Benedenzaal, V., -zalen.
Benedictijn, M., Benedictijnen.
Benefice, O.
Benefice-voorstelling, V., -voorstellingen.
Benemen, benam, benamen, heeft benomen.
Benemer, M., benemers.
Beneming, V.
Benepen, benepener, benepenst.
Benepenheid, V.
Benevelen, benevelde, heeft beneveld.
Beneveling, V., benevelingen.
Benevens.
Bengaalsch-vuur, O.
Bengel, M., bengels.
Bengelen, bengelde, heeft gebengeld.
Bengelkruid, O.
Benieuwd.
Benieuwen, benieuwde, heeft benieuwd.
Benijden, benijdde, heeft benijd.
Benijdenswaardig, -waardiger, -waardigst of meer en meest -waardig.
Benijdenswaardigheid, V.
Benijder, M., benijders.
Benijdster, V., benijdsters.
Benijpen, beneep, benepen, heeft benepen.
Benoembaar, -bare.
Benoembaarheid, V.
Benoemde, M. en V., benoemden.
Benoemen, benoemde, heeft benoemd.
Benoemer, M., benoemers.
Benoeming, V., benoemingen.
Benoemingsbrief, M., -brieven.
Benoodigd.
Benoodigdheid, V., -heden.
Benoorden.
Bent, V.
Benul, O.
Benzine, V.
Benzine-motor, M., -motors en -motoren.
Benzoë, V.
Benzoëbloemen, V.
Beoefenaar, M., beoefenaars en beoefenaren.
Beoefenen, beoefende, heeft beoefend.
Beoefening, V.
Beoliën, beoliede, heeft beolied.
Beoogen, beoogde, heeft beoogd.
Beooging, V.
Beoordeelaar, M., beoordeelaars en beoordeelaren.
Beoordeelen, beoordeelde, heeft beoordeeld.
Beoordeeling, V., beoordeelingen.
Beoorlogen, beoorloogde, heeft beoorloogd.
Beoosten.
Bepaald, bepaalder, bepaaldst.
Bepaaldelijk.
Bepaaldheid, V.
Bepakken, bepakte, heeft bepakt.
Bepakking, V., bepakkingen.
Bepakt.
Bepalen, bepaalde, heeft bepaald.
Bepaler, M., bepalers.
Bepaling, V., bepalingen. Bepalinkje, O., -jes.
Beparelen, beparelde, heeft bepareld.
Bepeinzen, bepeinsde, heeft bepeinsd.
Bepeinzing, V., bepeinzingen.
Bepekken (ook bepikken), bepekte, heeft bepekt.
Beperken, beperkte, heeft beperkt.
Beperker, M., beperkers.
Beperking, V., beperkingen.
Beperkt, beperkter, beperktst.
Beperktheid, V.
Bepikken (ook bepekken), bepikte, heeft bepikt.
Bepissen, bepiste, heeft bepist.
Beplakken, beplakte, heeft beplakt.
Beplanken, beplankte, heeft beplankt.
Beplanking, V., beplankingen.
Beplanten, beplantte, heeft beplant.
Beplanter, M., beplanters.
Beplanting, V., beplantingen.
Bepleisteren, bepleisterde, heeft bepleisterd.
Bepleistering, V., bepleisteringen.
Bepleiten, bepleitte, heeft bepleit.
Bepleiting, V., bepleitingen.
Beploegbaar, -bare.
Beploegen, beploegde, heeft beploegd.
Beploeging, V., beploegingen.
Bepluimen, bepluimde, heeft bepluimd.
Bepluisd.
Bepluizen, beploos, beplozen, heeft beplozen.
Bepoten, bepootte, heeft bepoot.
Bepoting, V., bepotingen.
Bepraten, bepraatte, heeft bepraat.
Bepreeken, bepreekte, heeft bepreekt.
Beproefbaar, -bare.
Beproefd, beproefder, beproefdst.
Beproefster, V., beproefsters.
Beproeven, beproefde, heeft beproefd.
Beproever, M., beproevers.
Beproeving, V., beproevingen.
Beraad, O.
Beraadslagen, beraadslaagde, heeft beraadslaagd.
Beraadslager, M., beraadslagers.
Beraadslaging, V., beraadslagingen.
Berad.
Beraden, beried, heeft beraden, ook beraadde.
Beraden, beradener, beradenst.
Beradenheid, V.
Beramen, beraamde, heeft beraamd.
Beramer, M., beramers.
Beraming, V., beramingen.
Berapen, beraapte, heeft beraapt.
Berberis, V., berberissen.
Berberissestruik, M., -struiken.
Berd, O., (te berde brengen).
Berechten, berechtte, heeft berecht.
Berechter, M., berechters.
Berechting, V., berechtingen.
Beredderaar, M., beredderaars.
Beredderen, beredderde, heelt beredderd.
Bereddering, V., beredderingen.
Beredding, V.
Bereden.
Beredeneerd, beredeneerder, beredeneerdst.
Beredeneeren, beredeneerde, heeft beredeneerd.
Beregenen, beregende, is beregend.
Bereiden, bereidde, heeft bereid.
Bereider, M., bereiders.
Bereiding, V., bereidingen.
Bereids.
Bereidsel, O., bereidselen en bereidsels.
Bereidster, V., bereidsters.
Bereidvaardig, -vaardiger, -vaardigst.
Bereidvaardigheid, V.
Bereidwillig, -williger, -willigst.
Bereidwilligheid, V.
Bereik, O.
Bereikbaar, -bare.
Bereikbaarheid, V.
Bereiken, bereikte, heeft bereikt.
Bereiking, V.
Bereisd, bereisder.
Bereizen, bereisde, heeft bereisd.
Berekenaar, M., berekenaars.
Berekenbaar, -bare.
Berekenen, berekende, heeft berekend.
Berekening, V., berekeningen.
Berenhuid, V., -huiden.
Berenjong, O., -jongen.
Berenklauw (klauw van een beer, en plant), M., -klauwen.
Berenkuil, M., -kuilen.
Berenleider, M., -leiders.
Berenmuts, V., -mutsen.
Berennen, berende, heeft berend.
Berenner, M., berenners.
Berenning, V., berenningen.
Berenoor, O., -ooren.
Berg, M., bergen. Bergje, O., -jes.
Bergachtig, -achtiger, -achtigst.
Bergachtigheid, V.
Bergaf.
Bergafwaarts (bijw.).
Bergamot, V., bergamotten. Bergamotje, O., -jes.
Bergamotolie, V.
Bergamotpeer, V., -peren.
Bergen, borg, heeft geborgen.
Bergengte, V., -engten.
Berger, M., bergers.
Berggeld, O.
Berghout, O., -houten.
Berging, V.
Bergketen, V., -ketenen en -ketens.
Bergklimaat, O.
Bergland, O., -landen.
Bergloon, O., -loonen.
Bergop.
Bergpas, M., -passen.
Bergplaats, V., -plaatsen; -plaatsje, O., -jes.
Bergrede, V.
Bergrug, M., -ruggen.
Bergtop, M., -toppen.
Beriberi, V.
Bericht, O., berichten. Berichtje, O., -jes.
Berichten, berichtte, heeft bericht.
Berichter, M., berichters.
Berichtgever, M., -gevers.
Berichtster, V., berichtsters.
Berieken (ook beruiken), berook, beroken, heeft beroken.
Berijdbaar, -bare.
Berijden, bereed, bereden, heeft bereden.
Berijder, M., berijders.
Berijdster, V., berijdsters.
Berijmen, berijmde, heeft berijmd.
Berijmer, M., berijmers.
Berijming, V., berijmingen.
Beril (steen), M., berillen; (stof), O.
Berin (wijfjesbeer), V., berinnen.
Beringen, beringde, heeft beringd.
Berispelijk, -lijker, -lijkst.
Berispelijkheid, V.
Berispen, berispte, heeft berispt.
Berisper, M., berispers.
Berisping, V., berispingen.
Berk, M., berken. Berkje, O., -jes.
Berkeboom, M., -boomen.
Berkemeier, M., berkemeiers.
Berken (bnw.).
Berkenbast, M., -basten.
Berkenhout, O.
Berkenhouten (bnw.).
Berkenrijs, O., -rijzen.
Berkoen, M., berkoenen.
Berlijnsch-blauw, O.
Berm, M., bermen.
Bermsloot, V., -slooten.
Beroemd, beroemder, beroemdst.
Beroemdheid, V., -heden.
Beroemen, beroemde, heeft beroemd.
Beroep, O., beroepen.
Beroepbaar, -bare.
Beroepbaarheid, V.
Beroepen, beriep, heeft beroepen.
Beroepene, M. en V., beroepenen.
Beroeper, M., beroepers.
Beroeping, V., beroepingen.
Beroepsbezigheid, V., -heden.
Beroepsbrief, M., -brieven.
Beroepshalve.
Beroepsplicht, M., -plichten.
Beroepsraad, M., -raden.
Beroepswet, V.
Beroerd, beroerder, beroerdst.
Beroerdeling, M., beroerdelingen.
Beroerder, M., beroerders.
Beroerdheid, V., -heden.
Beroeren, beroerde, heeft beroerd.
Beroering, V., beroeringen.
Beroerling, M., -lingen.
Beroerte, V., beroerten en beroertes.
Beroesten, beroestte, is beroest.
Beroesting, V.
Berokkenen, berokkende, heeft berokkend.
Berokkening, V.
Beroofster, V., beroofsters.
Berooid, berooider, berooidst.
Berooidheid, V.
Berooken, berookte, heeft berookt.
Berooking, V., berookingen.
Berooven, beroofde, heeft beroofd.
Beroover, M., beroovers.
Berooving, V., beroovingen.
Berouw, O.
Berouwen, berouwde, heeft berouwd.
Berouwhebbend.
Berouwvol.
Berrie, V., berries.
Berst. Zie Barst.
Bersten. Zie Barsten.
Berucht, beruchter, beruchtst.
Beruchtheid, V.
Beruiken (ook berieken), berook, beroken, heeft beroken.
Berusten, berustte, heeft berust.
Berusting, V.
Bes, V., bessen. Besje, O., -jes.
Bes (oude vrouw). Zie Best, V.
Besausen, besauste, heeft besaust.
Beschaafd, beschaafder, beschaafdst.
Beschaafdheid, V.
Beschaamd, beschaamder, beschaamdst.
Beschaamdheid, V.
Beschaarder, M., beschaarders.
Beschaarster, V., beschaarsters.
Beschadigen, beschadigde, heeft beschadigd.
Beschadiger, M., beschadigers.
Beschadiging, V., beschadigingen.
Beschaduwen, beschaduwde, heeft beschaduwd.
Beschaduwing, V.
Beschamen, beschaamde, heeft beschaamd.
Beschaming, V.
Beschansen, beschanste, heeft beschanst.
Beschansing, V., beschansingen.
Bescharen, beschaarde, heeft beschaard.
Beschaven, beschaafde, heeft beschaafd.
Beschaver, M., beschavers.
Beschaving, V., beschavingen.
Beschavingsgeschiedenis, V.
Bescheid, O., bescheiden.
Bescheiden, bescheidde, heeft bescheiden.
Bescheiden, bescheidener, bescheidenst.
Bescheidenheid, V.
Bescheidenlijk.
Beschenken, beschonk, heeft beschonken.
Beschenking, V.
Bescheren, beschoor, beschoren, heeft beschoren.
Beschering, V.
Beschermeling, M. en V., beschermelingen. V. ook beschermelinge.
Beschermen, beschermde, heeft beschermd.
Beschermengel, M., -engelen.
Beschermer, M., beschermers.
Beschermgeest, M., -geesten.
Beschermgod, M., -goden.
Beschermgodin, V., -godinnen.
Beschermheer, M., -heeren.
Beschermheilige, M. en V., -heiligen.
Bescherming, V., beschermingen.
Beschermster, V., beschermsters.
Beschieten, beschoot, beschoten, heeft beschoten.
Beschieting, V.
Beschijnen, bescheen, beschenen, heeft beschenen.
Beschijten, bescheet, bescheten, heeft bescheten.
Beschik, O.
Beschikal, M. en V., beschikallen.
Beschikbaar, -bare.
Beschikbaarheid, V.
Beschikken, beschikte, heeft beschikt.
Beschikker, M., beschikkers.
Beschikking, V., beschikkingen.
Beschikster, V., beschiksters.
Beschilderen, beschilderde, heeft beschilderd.
Beschildering, V.
Beschimmeld.
Beschimmeldheid, V.
Beschimmelen, beschimmelde, is beschimmeld.
Beschimpen, beschimpte, heeft beschimpt.
Beschimper, M., beschimpers.
Beschimping, V., beschimpingen.
Beschoeien, beschoeide, heeft beschoeid.
Beschoeiing, V., beschoeiingen.
Beschonken.
Beschonkenheid, V.
Beschoren.
Beschot, O., beschotten. Beschotje, O., -jes.
Beschouwen, beschouwde, heeft beschouwd.
Beschouwer, M., beschouwers.
Beschouwing, V., beschouwingen.
Beschreien, beschreide, heeft beschreid.
Beschreienswaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.
Beschrijden, beschreed, beschreden, heeft beschreden.
Beschrijfster, V., beschrijfsters.
Beschrijven, beschreef, beschreven, heeft beschreven.
Beschrijver, M., beschrijvers.
Beschrijving, V., beschrijvingen.
Beschrijvingsbiljet, O., -biljetten.
Beschrijvingsbrief, M., -brieven.
Beschroomd, beschroomder, beschroomdst.
Beschroomdheid, V.
Beschuit, V., beschuiten. Beschuitje, O., -jes.
Beschuitbakker, M., -bakkers.
Beschuitbus, V., -bussen.
Beschuitkruimel, V., -kruimels; -kruimeltje, O., -jes.
Beschuittrommel, V., -trommels.
Beschuldigde, M. en V., beschuldigden.
Beschuldigen, beschuldigde, heeft beschuldigd.
Beschuldiger, M., beschuldigers.
Beschuldiging, V., beschuldigingen.
Beschuldigster, V., beschuldigsters.
Beschutsel, O., beschutsels.
Beschutten, beschutte, heeft beschut.
Beschutter, M., beschutters.
Beschutting, V., beschuttingen.
Besef, O.
Beseffeloos, -looze.
Beseffeloosheid, V.
Beseffen, besefte, heeft beseft.
Besingelen, besingelde, heeft besingeld.
Beslaan, beslaat, besloeg, heeft en is beslagen.
Beslag, O.
Beslagmaker, M., -makers.
Beslapen, besliep, heeft beslapen.
Beslaping, V.
Beslechten, beslechtte, heeft beslecht.
Beslechter, M., beslechters.
Beslechting, V., beslechtingen.
Beslechtster, V., beslechtsters.
Beslijken, beslijkte, heeft beslijkt.
Beslijpen, besleep, beslepen, heeft beslepen.
Beslissen, besliste, heeft beslist.
Beslissend, beslissender, beslissendst.
Beslissing, V., beslissingen.
Beslommeren, beslommerde, heeft beslommerd.
Beslommering, V., beslommeringen.
Beslooten, beslootte, heeft besloot.
Besloten.
Besluipen, besloop, beslopen, heeft beslopen.
Besluit, O., besluiten.
Besluiteloos, -loozer, -loost.
Besluiteloosheid, V.
Besluiten, besloot, besloten, heeft besloten.
Besmeren, besmeerde, heeft besmeerd.
Besmettelijk, -lijker, -lijkst.
Besmettelijkheid, V., -heden.
Besmetten, besmette, heeft besmet.
Besmetting, V., besmettingen.
Besmetverklaring, V., -verklaringen.
Besnaren, besnaarde, heeft besnaard.
Besneden.
Besneeuwd.
Besnijden, besneed, besneden, heeft besneden.
Besnijdenis, V.
Besnijder, M., besnijders.
Besnijding, V., besnijdingen.
Besnoeibaar, -bare.
Besnoeien, besnoeide, heeft besnoeid.
Besnoeier, M., besnoeiers.
Besnoeiing, V., besnoeiingen.
Besnuffelen, besnuffelde, heeft besnuffeld.
Besnuffeling, V., besnuffelingen.
Besogne, V., besognes.
Besogneeren, besogneerde, heeft gebesogneerd.
Besognekamer, V., -kamers.
Besommen, besomde, heeft besomd.
Besomming, V., besommingen.
Bespannen, bespande, heeft bespannen.
Bespanning, V., bespanningen.
Besparen, bespaarde, heeft bespaard.
Besparing, V., besparingen.
Bespatten, bespatte, heeft bespat.
Bespelen, bespeelde, heeft bespeeld.
Bespeling, V.
Bespeuren, bespeurde, heeft bespeurd.
Bespeuring, V.
Bespieden, bespiedde, heeft bespied.
Bespieder, M., bespieders.
Bespieding, V., bespiedingen.
Bespiedster, V., bespiedsters.
Bespiegelaar, M., -laars.
Bespiegelen, bespiegelde, heeft bespiegeld.
Bespiegeling, V., bespiegelingen.
Bespikkelen, bespikkelde, heeft bespikkeld.
Bespitten, bespitte, heeft bespit.
Bespoedigen, bespoedigde, heeft bespoedigd.
Bespoediging, V.
Bespoelen, bespoelde, heeft bespoeld.
Bespoeling, V., bespoelingen.
Bespotster, V., bespotsters.
Bespottelijk, -lijker, -lijkst.
Bespottelijkheid, V., -heden.
Bespotten, bespotte, heeft bespot.
Bespotter, M., bespotters.
Bespotting, V., bespottingen.
Bespraakt, bespraakter, bespraaktst.
Bespraaktheid, V.
Besprek, O.
Bespreken, besprak, bespraken, heeft besproken.
Bespreking, V., besprekingen.
Besprengen, besprengde, heeft besprengd.
Besprenging, V., besprengingen.
Besprenkelen, besprenkelde, heeft besprenkeld.
Besprenkeling, V., besprenkelingen.
Bespringen, besprong, heeft besprongen.
Bespringer, M., bespringers.
Bespringing, V., bespringingen.
Besproeien, besproeide, heeft besproeid.
Besproeiing, V., besproeiingen.
Bespugen, bespoog, bespogen, heeft bespogen.
Bespuiten, bespoot, bespoten, heeft bespoten.
Bespuwen, bespuwde, heeft bespuwd.
Besseboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.
Bessengelei, V., -geleien.
Bessenjenever, V.
Bessennat, O.
Bessenrist, V., -risten.
Bessensap (het sap van bessen), O.; (als toebereide drank), V.
Bessentros, M., -trossen.
Bessenvla, V., -vlaas.
Bessenwijn, M.
Bessestruik, M., -struiken.
Best.
Best (oude vrouw), V., besten. Bestje, O., -jes. Ook Bes.
Bestaan, bestond, heeft bestaan.
Bestaan, O.
Bestaanbaar, -bare.
Bestaanbaarheid, V.
Bestaansmiddel, O., -middelen.
Bestaanszin, M., -zinnen.
Bestaken, bestaakte, heeft bestaakt.
Bestaking, V., bestakingen.
Bestand, O.
Bestand (bnw.).
Bestanddeel, O., -deelen; -deeltje, O., -jes.
Bestedeling, M. en V., bestedelingen. V. ook bestedelinge.
Bestedelinghuis, O., -huizen.
Besteden, besteedde, heeft besteed.
Besteder, M., besteders.
Besteding, V., bestedingen.
Besteedster, V., besteedsters.
Besteekband, M., -banden.
Besteeksel, O., besteeksels.
Bestek, O., bestekken. Bestekje, O., -jes.
Bestekamer, V., -kamers.
Besteken, bestak, bestaken, heeft bestoken.
Bestel, O.
Bestel (beschuit), V., bestellen.
Bestelbrief, M., -brieven.
Bestelen, bestal, bestalen, heeft bestolen.
Bestelgeld, O.
Bestelgoed, O., -goederen.
Bestelhuis, O., -huizen.
Besteling, V.
Bestelkantoor, O., -kantoren.
Bestellen, bestelde, heeft besteld.
Besteller, M., bestellers.
Bestelling, V., bestellingen. Bestellinkje, O., -jes.
Bestellingsbiljet, O., -biljetten.
Bestellingslijst, V., -lijsten.
Bestelloon, O., -loonen.
Bestelpen, bestelpte, heeft bestelpt.
Bestemaat, M., -maats. Bestemaatje, O., -jes.
Bestemmen, bestemde, heeft bestemd.
Bestemming, V., bestemmingen.
Bestemoer, V., -moers.
Bestempelen, bestempelde, heeft bestempeld.
Bestempeling, V., bestempelingen.
Bestendig, bestendiger, bestendigst.
Bestendigen, bestendigde, heeft bestendigd.
Bestendigheid, V.
Bestendiging, V.
Besterven, bestierf, bestierven, is bestorven.
Bestevaar, M., -vaars.
Bestevenen, bestevende, heeft bestevend.
Bestier, O.
Bestierder, M., bestierders.
Bestieren, bestierde, heeft bestierd.
Bestiering, V., bestieringen.
Bestig.
Bestijgen, besteeg, bestegen, heeft bestegen.
Bestijging, V., bestijgingen.
Bestippelen, bestippelde, heeft bestippeld.
Bestippen, bestipte, heeft bestipt.
Bestoken, bestookte, heeft bestookt.
Bestoker, M., bestokers.
Bestoking, V., bestokingen.
Bestoppen, bestopte, heeft bestopt.
Bestormen, bestormde, heeft bestormd.
Bestorming, V., bestormingen.
Bestorten, bestortte, heeft bestort.
Bestorting, V., bestortingen.
Bestorven.
Bestoven.
Bestraffen, bestrafte, heeft bestraft.
Bestraffer, M., bestraffers.
Bestraffing, V., bestraffingen.
Bestralen, bestraalde, heeft bestraald.
Bestraling, V., bestralingen.
Bestraten, bestraatte, heeft bestraat.
Bestrating, V., bestratingen.
Bestrijden, bestreed, bestreden, heeft bestreden.
Bestrijder, M., bestrijders.
Bestrijding, V., bestrijdingen.
Bestrijken, bestreek, bestreken, heeft bestreken.
Bestrijking, V., bestrijkingen.
Bestrikken, bestrikte, heeft bestrikt.
Bestrooien, bestrooide, heeft bestrooid.
Bestruiven, bestruifde, heeft bestruifd.
Bestudeeren, bestudeerde, heeft bestudeerd.
Bestuiven, bestoof, bestoven, heeft en is bestoven.
Besturen, bestuurde, heeft bestuurd.
Bestuur, O., besturen.
Bestuurder, M., bestuurders en bestuurderen.
Bestuurderes, V., bestuurderessen.
Bestuurdersbond, M., -bonden.
Bestuursacademie, V.
Bestuurskamer, V., -kamers.
Bestuursloge, V., -loges.
Bestuurstafel, V., -tafels.
Bestuurster, V., bestuursters.
Bestuursvergadering, V., -vergaderingen.
Bestuursvorm, M., -vormen.
Bestuwen, bestuwde, heeft bestuwd.
Besuikeren, besuikerde, heeft besuikerd.
Betaalbaar, -bare.
Betaalbaarstelling, V., -stellingen.
Betaalbrief, M., -brieven.
Betaaldag, M., -dagen.
Betaalkantoor, O., -kantoren.
Betaalkas, V., -kassen.
Betaalmeester, M., -meesters.
Betaalmiddel, O., -middelen.
Betaalsheer, M., -heeren.
Betaalsrol, V., -rollen.
Betaaltijd, M., -tijden.
Betalen, betaalde, heeft betaald.
Betaler, M., betalers.
Betaling, V., betalingen.
Betalingsperiode, V., -perioden.
Betalingstermijn, M., -termijnen.
Betamelijk, -lijker, -lijkst.
Betamelijkheid, V., -heden.
Betamen, betaamde, heeft betaamd.
Betasten, betastte, heeft betast.
Betasting, V., betastingen.
Bete, V., beten.
Beteekenen, beteekende, heeft beteekend.
Beteekening, V.
Beteekenis, V., beteekenissen.
Beteekenisvol.
Betel, V.
Betelkauwen, O.
Betelnoot, V., -noten; O., -nootje.
Betemmen, betemde, heeft betemd.
Betemming, V.
Beter.
Beteren (van beter), beterde, heeft en is gebeterd.
Beteren (met teer besmeren), beteerde, heeft beteerd.
Beterhand, V.
Betering, V.
Beternis, V.
Beterschap, V.
Beteugelen, beteugelde, heeft beteugeld.
Beteugeling, V., beteugelingen.
Beteuniebloem, V., -bloemen.
Beteuterd.
Beteuterdheid, V.
Beteutering, V.
Betichten, betichtte, heeft beticht.
Betichter, M., betichters.
Betichting, V., betichtingen.
Betichtster, V., betichtsters.
Betijen (Laten -).
Betimmeren, betimmerde, heeft betimmerd.
Betimmering, V., betimmeringen.
Beting, V., betings.
Betitelen, betitelde, heeft betiteld.
Betiteling, V., betitelingen.
Betogen (deelw.).
Beton, O.
Betonblok, O., -blokken.
Betonen (den toon plaatsen), betoonde, heeft betoond.
Betoning, V., betoningen.
Betonnen, betonde, heeft betond.
Betonning, V., betonningen.
Betoog, O., betoogen. Betoogje, O., -jes.
Betoogbaar, -bare.
Betoogen, betoogde, heeft betoogd.
Betooger, M., betoogers.
Betooggrond, M., -gronden.
Betooging, V., betoogingen.
Betoogtrant, M.
Betoomen, betoomde, heeft betoomd.
Betoomer, M., betoomers.
Betooming, V., betoomingen.
Betoon, O.
Betoonen (doen blijken), betoonde, heeft betoond.
Betooning, V., betooningen.
Betooveren, betooverde, heeft betooverd.
Betoovering, V., betooveringen.
Betoudovergrootmoeder, V., -grootmoeders.
Betoudovergrootvader, M., -grootvaders.
Betraand.
Betrachten, betrachtte, heeft betracht.
Betrachter, M., betrachters.
Betrachting, V., betrachtingen.
Betraliën, betraliede, heeft betralied.
Betrappen, betrapte, heeft betrapt.
Betreden, betrad, betraden, heeft betreden.
Betreding, V.
Betreffen, betrof, betroffen, heeft betroffen.
Betreffende.
Betrekkelijk.
Betrekkelijkheid, V.
Betrekken, betrok, betrokken, heeft en is betrokken.
Betrekker, M., betrekkers.
Betrekking, V., betrekkingen.
Betreuren, betreurde, heeft betreurd.
Betreurenswaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.
Betrokken, betrokkener, betrokkenst.
Betrokkene, M. en V., betrokkenen.
Betrokkenheid, V.
Betrouwbaar, -bare.
Betrouwen, betrouwde, heeft betrouwd.
Betten, bette, heeft gebet.
Betuigen, betuigde, heeft betuigd.
Betuiging, V., betuigingen.
Betuinen, betuinde, heeft betuind.
Betuttelen, betuttelde, heeft betutteld.
Betweetster, V., -weetsters.
Betweter, M., -weters.
Betweterij, V., -weterijen.
Betwijfelen, betwijfelde, heeft betwijfeld.
Betwistbaar, -baarder, -baarst.
Betwistbaarheid, V.
Betwisten, betwistte, heeft betwist.
Betwister, M., betwisters.
Betwisting, V., betwistingen.
Beu.
Beug, V., beugen.
Beugbak, M., -bakken.
Beugel, M., beugels. Beugeltje, O., -jes.
Beugelbaan, V., -banen.
Beugelen, beugelde, heeft gebeugeld.
Beugelnet, O., -netten.
Beugelschaaf, V., -schaven.
Beugeltasch, V., -tasschen.
Beuglijn, V., -lijnen.
Beugvaart, V.
Beugvisscherij, V.
Beuk, M., beuken. Beukje, O., -jes.
Beukeblad, O., -bladen; -blaadje, O., -jes.
Beukeboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.
Beukelaar, M., beukelaars.
Beuken (bnw.).
Beuken, beukte, heeft gebeukt.
Beukenbast, M., -basten.
Beukenbosch, O., -bosschen.
Beukenhout, O.
Beukenhouten (bnw.).
Beukenlaan, V., -lanen; -laantje, O., -jes.
Beukenoot, V., -noten; -nootje, O., -jes.
Beuker, M., beukers.
Beukhamer, M., -hamers.
Beul, M., beulen.
Beulen, beulde, heeft gebeuld.
Beulenwerk, O.
Beulin, V., beulinnen.
Beuling, M., beulingen.
Beulschap, O.
Beulshanden (door -).
Beulsknecht, M., -knechts en -knechten.
Beulswerk, O.
Beun (vischkaar), V., beunen.
Beun (zolder), V., beunen.
Beunhaas, M., -hazen.
Beunhazen, beunhaasde, heeft gebeunhaasd.
Beunhazerij, V.
Beurder, M., beurders.
Beuren, beurde, heeft gebeurd.
Beuring, V., beuringen.
Beurs, V., beurzen. Beursje, O., -jes.
Beursbelasting, V., -belastingen.
Beursbengel, M.
Beursbericht, O., -berichten.
Beursbezoeker, M., -bezoekers.
Beursch, beurscher, beurscht.
Beurschheid, V.
Beursgebouw, O., -gebouwen.
Beursklok, V., -klokken.
Beursnoteering, V., -noteeringen.
Beurspolis, V., -polissen.
Beurstelegram, O., -telegrammen.
Beurstijd, M., -tijden.
Beurstijding, V., -tijdingen.
Beursuur, O., -uren.
Beursvacantie, V., -vacantiën.
Beurt, V., beurten. Beurtje, O., -jes.
Beurtelings (bijw.).
Beurtelingsch (bnw.).
Beurtman, M., -mannen.
Beurtschip, O., -schepen.
Beurtschipper, M., -schippers.
Beurtveer, O., -veren.
Beurtzang, M., -zangen.
Beurzensnijder, M., -snijders.
Beurzig, beurziger, beurzigst.
Beurzigheid, V.
Beuzelaar, M., beuzelaars.
Beuzelaarster, V., beuzelaarsters.
Beuzelachtig, -achtiger, -achtigst.
Beuzelachtigheid, V.
Beuzelarij, V., beuzelarijen.
Beuzelen, beuzelde, heeft gebeuzeld.
Beuzeling, V., beuzelingen.
Beuzelpraat, M. Beuzelpraatje, O., -jes.
Beuzeltaal, V.
Beuzelwerk, O.
Bevaarbaar, -baarder, -baarst.
Bevaarbaarheid, V.
Bevallen (behagen), beviel, heeft bevallen.
Bevallen (baren), beviel, is bevallen.
Bevallig, bevalliger, bevalligst.
Bevalligheid, V., -heden.
Bevalling, V., bevallingen.
Bevang, O.
Bevangen, beving, heeft bevangen.
Bevanging, V.
Bevaren, bevoer, heeft bevaren.
Bevaren, bevarener, bevarenst.
Bevaring, V.
Bevattelijk, -lijker, -lijkst.
Bevattelijkheid, V.
Bevatten, bevatte, heeft bevat.
Bevatting, V.
Bevattingsvermogen, O.
Bevechten, bevocht, heeft bevochten.
Beveiligen, beveiligde, heeft beveiligd.
Beveiliger, M., beveiligers.
Beveiliging, V., beveiligingen.
Beveiligster, V., beveiligsters.
Bevel, O., bevelen.
Bevelen, beval, bevalen, heeft bevolen.
Beveler, M., bevelers.
Bevelhebber, M., -hebbers.
Bevelhebberschap, O.
Beveling, V., bevelingen.
Bevelschrift, O., -schriften.
Bevelvoerder, M., -voerders.
Bevelvoering, V.
Beven, beefde, heeft gebeefd.
Bever (dier), M., bevers; (stof), O.
Beverbont, O.
Bevergeil, O.
Beverig, beveriger, beverigst.
Beverigheid, V.
Bevernel, V.
Bevestigen, bevestigde, heeft bevestigd.
Bevestigend.
Bevestiger, M., bevestigers.
Bevestiging, V., bevestigingen.
Bevijlen, bevijlde, heeft bevijld.
Bevind, O.
Bevinden, bevond, heeft bevonden.
Bevinding, V., bevindingen.
Beving, V., bevingen.
Bevingeren, bevingerde, heeft bevingerd.
Bevisschen, bevischte, heeft bevischt.
Bevitten, bevitte, heeft bevit.
Bevlakken, bevlakte, heeft bevlakt.
Bevlekken, bevlekte, heeft bevlekt.
Bevlekking, V., bevlekkingen.
Bevleugelen, bevleugelde, heeft bevleugeld.
Bevlijtigen (zich -), bevlijtigde zich, heeft zich bevlijtigd.
Bevloeren, bevloerde, heeft bevloerd.
Bevloering, V., bevloeringen.
Bevochten, bevochtte, heeft bevocht.
Bevochtigen, bevochtigde, heeft bevochtigd.
Bevochtiging, V., bevochtigingen.
Bevoegd, bevoegder, bevoegdst.
Bevoegdheid, V., -heden.
Bevoelen, bevoelde, heeft bevoeld.
Bevoeling, V., bevoelingen.
Bevolken, bevolkte, heeft bevolkt.
Bevolking, V., bevolkingen.
Bevolkingscijfer, O., -cijfers.
Bevolkingskaart, V., -kaarten.
Bevolkingsleer, V.
Bevolkingsregister, O., -registers.
Bevolkingsstatistiek, V.
Bevolkt, bevolkter, bevolktst.
Bevolktheid, V.
Bevoogden, bevoogdde, heeft bevoogd.
Bevoogding, V.
Bevoordeelen, bevoordeelde, heeft bevoordeeld.
Bevoordeeling, V.
Bevooroordeeld.
Bevooroordeeldheid, V.
Bevoorrechten, bevoorrechtte, heeft bevoorrecht.
Bevoorrechting, V., bevoorrechtingen.
Bevoorwaarden, bevoorwaardde, heeft bevoorwaard.
Bevorderaar, M., bevorderaars.
Bevorderaarster, V., bevorderaarsters.
Bevorderen, bevorderde, heeft bevorderd.
Bevordering, V., bevorderingen.
Bevorderlijk, -lijker, -lijkst.
Bevorens.
Bevrachten, bevrachtte, heeft bevracht.
Bevrachter, M., bevrachters.
Bevrachting, V., bevrachtingen.
Bevragen, bevraagde, heeft bevraagd; ook bevroeg.
Bevredigen, bevredigde, heeft bevredigd.
Bevrediging, V., bevredigingen.
Bevreemden, bevreemdde, heeft bevreemd.
Bevreemding, V.
Bevreesd, bevreesder.
Bevreesdheid, V.
Bevriend.
Bevriezen, bevroor, bevroren, is en heeft bevroren en bevrozen.
Bevriezing, V.
Bevrijden, bevrijdde, heeft bevrijd.
Bevrijder, M., bevrijders.
Bevrijding, V.
Bevrijdingsoorlog, M., -oorlogen.
Bevroeden, bevroedde, heeft bevroed.
Bevruchten, bevruchtte, heeft bevrucht.
Bevruchting, V., bevruchtingen.
Bevuilen, bevuilde, heeft bevuild.
Bewaaien, bewaaide, heeft bewaaid; ook bewoei.
Bewaakster, V., bewaaksters.
Bewaarder, M., bewaarders.
Bewaargeld, O., -gelden.
Bewaargever, M., -gevers.
Bewaargeving, V.
Bewaarheiden en bewaarheden, bewaarheidde, heeft bewaarheid.
Bewaarkluis, V., -kluizen.
Bewaarmiddel, O., -middelen.
Bewaarnemer, M., -nemers.
Bewaarneming, V.
Bewaarplaats, V., -plaatsen.
Bewaarschool, V., -scholen.
Bewaarschoolhouderes, V., -houderessen.
Bewaarstelling, V.
Bewaarster, V., bewaarsters.
Bewaken, bewaakte, heeft bewaakt.
Bewaker, M., bewakers.
Bewaking, V.
Bewallen, bewalde, heeft bewald.
Bewalling, V., bewallingen.
Bewandelen, bewandelde, heeft bewandeld.
Bewandeling, V.
Bewapenen, bewapende, heeft bewapend.
Bewapening, V.
Bewaren, bewaarde, heeft bewaard.
Bewaring, V.
Bewasemen, bewasemde, heeft bewasemd.
Bewasschen (schoonmaken), bewiesch, bewieschen, heeft bewasschen.
Bewassching, V.
Bewassen (begroeien), bewies, bewiesen, is bewassen.
Bewateren, bewaterde, heeft bewaterd.
Bewatering, V., bewateringen.
Beweegbaar, -baarder, -baarst.
Beweegbaarheid, V.
Beweeggrond, M., -gronden.
Beweegkracht, V., -krachten.
Beweeglijk, -lijker, -lijkst.
Beweeglijkheid, V.
Beweegrad, O., -raderen.
Beweegreden, V., -redenen.
Beweenen, beweende, heeft beweend.
Beweerder, M., beweerders.
Bewegen, bewoog, bewogen, heeft bewogen.
Beweging, V., bewegingen.
Bewegingsverschijnsel, O., -verschijnselen.
Beweiden, beweidde, heeft beweid.
Beweldadigen, beweldadigde, heeft beweldadigd.
Beweren, beweerde, heeft beweerd.
Bewering, V., beweringen.
Bewerkelijk, -lijker, -lijkst.
Bewerkelijkheid, V.
Bewerken, bewerkte, heeft bewerkt.
Bewerker, M., bewerkers.
Bewerking, V., bewerkingen.
Bewerkstelligen, bewerkstelligde, heeft bewerkstelligd.
Bewerkstelliging, V.
Bewerkster, V., bewerksters.
Bewerktuigen, bewerktuigde, heeft bewerktuigd.
Bewerktuiging, V.
Bewerpen, bewierp, heeft beworpen.
Bewesten.
Bewierooken, bewierookte, heeft bewierookt.
Bewierooker, M., bewierookers.
Bewijs, O., bewijzen.
Bewijsbaar, -bare.
Bewijsbaarheid, V.
Bewijsgrond, M., -gronden.
Bewijskracht, V.
Bewijslast, M.
Bewijsmiddel, O., -middelen.
Bewijsplaats, V., -plaatsen.
Bewijsstuk, O., -stukken.
Bewijsvoering, V., -voeringen.
Bewijzen, bewees, bewezen, heeft bewezen.
Bewilligen, bewilligde, heeft bewilligd.
Bewilliger, M., bewilligers.
Bewilliging, V., bewilligingen.
Bewimpelen, bewimpelde, heeft bewimpeld.
Bewimpeling, V., bewimpelingen.
Bewind, O.
Bewinden, bewond, heeft bewonden.
Bewindhebber, M., -hebbers.
Bewinding, V., bewindingen.
Bewindsel, O., bewindsels.
Bewindsman, M., -lieden.
Bewindvoerder, M., -voerders.
Bewoelen, bewoelde, heeft bewoeld.
Bewoeling, V., bewoelingen.
Bewolken, bewolkte, heeft bewolkt.
Bewolking, V.
Bewonderaar, M., bewonderaars.
Bewonderaarster, V., bewonderaarsters.
Bewonderen, bewonderde, heeft bewonderd.
Bewonderenswaardig, -waardiger, -waardigst of meer en meest -waardig.
Bewondering, V.
Bewonen, bewoonde, heeft bewoond.
Bewoner, M., bewoners.
Bewoning, V.
Bewoonbaar, -bare.
Bewoonbaarheid, V.
Bewoonster, V., bewoonsters.
Bewoorden, bewoordde, heeft bewoord.
Bewoording, V., bewoordingen.
Bewust.
Bewusteloos, -looze.
Bewusteloosheid, V.
Bewustheid, V.
Bewustzijn, O.
Bezaaien, bezaaide, heeft bezaaid.
Bezaaier, M., bezaaiers.
Bezaaiing, V., bezaaiingen.
Bezaan, V., bezanen.
Bezaansmast, M., -masten.
Bezaansschoot, M., -schooten.
Bezabbelen, bezabbelde, heeft bezabbeld.
Bezabberen, bezabberde, heeft bezabberd.
Bezadigd, bezadigder, bezadigdst.
Bezadigdheid, V.
Bezakken, bezakte, is bezakt.
Bezanden, bezandde, heeft bezand.
Bezanding, V.
Bezeeren, bezeerde, heeft bezeerd.
Bezeeveren, bezeeverde, heeft bezeeverd.
Bezegelen, bezegelde, heeft bezegeld.
Bezegeling, V., bezegelingen.
Bezeild.
Bezeildheid, V.
Bezeilen, bezeilde, heeft bezeild.
Bezem, M., bezems. Bezempje, O., -jes.
Bezembinden, O.
Bezembinder, M., -binders.
Bezembinderij, V., -binderijen.
Bezemschoon, -schoone.
Bezemsteel, M., -stelen.
Bezemstok, M., -stokken.
Bezending, V., bezendingen.
Bezet, bezetter, bezetst.
Bezeten.
Bezetene, M. en V., bezetenen.
Bezetenheid, V.
Bezetheid, V.
Bezetteling, M., bezettelingen.
Bezetten, bezette, heeft bezet.
Bezetting, V., bezettingen.
Bezichtigen, bezichtigde, heeft bezichtigd.
Bezichtiging, V.
Bezie, V., beziën.
Bezield, bezielder, bezieldst.
Bezielen, bezielde, heeft bezield.
Bezieling, V.
Bezien, bezag, bezagen, heeft bezien.
Bezienswaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.
Bezienswaardigheid, V., -heden.
Bezig, beziger, bezigst.
Bezigen, bezigde, heeft gebezigd.
Bezigheid, V., -heden.
Bezighouden, hield bezig, heeft beziggehouden.
Bezijden.
Bezingen, bezong, heeft bezongen.
Bezinger, M., bezingers.
Bezinken, bezonk, is bezonken.
Bezinking, V., bezinkingen.
Bezinksel, O., bezinksels.
Bezinnen, bezon, bezonnen, heeft bezonnen.
Bezit, O.
Bezitrecht, O.
Bezitster, V., bezitsters.
Bezittelijk.
Bezitten, bezat, bezaten, heeft bezeten.
Bezitter, M., bezitters.
Bezitting, V., bezittingen.
Bezoar, M.
Bezoden, bezoodde, heeft bezood.
Bezoedelen, bezoedelde, heeft bezoedeld.
Bezoedeling, V., bezoedelingen.
Bezoek, O., bezoeken. Bezoekje, O., -jes.
Bezoeken, bezocht, heeft bezocht.
Bezoeker, M., bezoekers.
Bezoeking, V., bezoekingen.
Bezoekster, V., bezoeksters.
Bezolderen, bezolderde, heeft bezolderd.
Bezoldering, V.
Bezoldigen, bezoldigde, heeft bezoldigd.
Bezoldiging, V., bezoldigingen.
Bezondigen (zich -), bezondigde zich, heeft zich bezondigd.
Bezonnen.
Bezonnenheid, V.
Bezoomen, bezoomde, heeft bezoomd.
Bezopen, bezopener, bezopenst.
Bezopenheid, V.
Bezorgd, bezorgder, bezorgdst.
Bezorgdheid, V., -heden.
Bezorgen, bezorgde, heeft bezorgd.
Bezorger, M., bezorgers.
Bezorging, V., bezorgingen.
Bezuiden.
Bezuinigen, bezuinigde, heeft bezuinigd.
Bezuiniging, V., bezuinigingen.
Bezuinigingsmaatregel, M., -maatregelen.
Bezuinigingswoede, V.
Bezuipen, bezoop, bezopen, heeft bezopen.
Bezuren, bezuurde, heeft bezuurd.
Bezwaar, O., bezwaren.
Bezwaard, bezwaarder, bezwaardst.
Bezwaarder, M., bezwaarders.
Bezwaardheid, V., -heden.
Bezwaarlijk, -lijker, -lijkst.
Bezwaarnis, V., bezwaarnissen.
Bezwaarschrift, O., -schriften.
Bezwadderen, bezwadderde, heeft bezwadderd.
Bezwalken, bezwalkte, heeft bezwalkt.
Bezwalking, V., bezwalkingen.
Bezwangeren, bezwangerde, heeft bezwangerd.
Bezwangering, V.
Bezwaren, bezwaarde, heeft bezwaard.
Bezwarend, bezwarender, bezwarendst.
Bezwaring, V.
Bezweerder, M., bezweerders.
Bezweet, bezweette.
Bezwemmen, bezwom, bezwommen, heeft bezwommen.
Bezweren, bezwoer, heeft bezworen.
Bezwering, V., bezweringen.
Bezweringsboek, O., -boeken.
Bezweringsformulier, O., -formulieren.
Bezweringsvoorschrift, O., -voorschriften.
Bezwijken, bezweek, bezweken, is bezweken.
Bezwijmen, bezwijmde, is bezwijmd.
Bezwijming, V., bezwijmingen.
Bibberen, bibberde, heeft gebibberd.
Bibbering, V.
Bibliograaf, M., bibliografen.
Bibliographie, V., bibliographieën.
Bibliomaan, M., bibliomanen.
Bibliomanie, V.
Bibliothecaris, M., bibliothecarissen.
Bibliotheek, V., bibliotheken.
Bibliotheekcommissie, V., -commissiën.
Bidbank, V., -banken; -bankje, O., -jes.
Biddag, M., -dagen.
Bidden, bad, baden, heeft gebeden.
Bidder, M., bidders.
Bidplaats, V., -plaatsen.
Bidprentje, O., -prentjes.
Bidster, V., bidsters.
Bidstoel, M., -stoelen; -stoeltje, O., -jes.
Bidstond, M., -stonden.
Biduur, O., -uren.
Bidvertrek, O., -vertrekken.
Biecht, V., biechten.
Biechteling, M. en V., biechtelingen. V. ook biechtelinge.
Biechten, biechtte, heeft gebiecht.
Biechter, M., biechters.
Biechtkind, O., -kinderen.
Biechtpenning, M., -penningen.
Biechtpuntje, O., -puntjes.
Biechtspiegel, M., -spiegels.
Biechtstoel, M., -stoelen.
Biechtvader, M., -vaders.
Bieden, bood, boden, heeft geboden.
Bieder, M., bieders.
Biedster, V., biedsters.
Biefstuk, M., biefstukken. Biefstukje, O., -jes.
Bier, O., bieren.
Bierazijn, M.
Bierbottelarij, V., -bottelarijen.
Bierbrouwer, M., -brouwers.
Bierbrouwerij, V., -brouwerijen.
Bierbuik, M., -buiken.
Bierdrinker, M., -drinkers.
Bierdrager, M., -dragers.
Bierenbrood, O.
Bierflesch, V., -flesschen.
Bierglas, O., -glazen.
Bierhuis, O., -huizen.
Bierkan, V., -kannen.
Bierkelder, M., -kelders.
Bierkruik, V., -kruiken.
Bierpomp, V., -pompen.
Biersteker, M., -stekers.
Bierstekerij, V., -stekerijen.
Bierton, V., -tonnen.
Biervat, O., -vaten; -vaatje, O., -jes.
Bierwagen, M., -wagens.
Bies, V., biezen. Biesje, O., -jes.
Biesbouw, M.
Biesjesdeeg, O.
Bieslook, O.
Biest, V.
Biesvormig.
Biet, V., bieten.
Bietebauw, M., bietebauwen.
Biezen (bnw.).
Biezenkistje, O., -jes.
Bifurcatie, V., bifurcaties.
Bifurqueeren, bifurqueerde, heeft gebifurqueerd.
Big, V., biggen. Biggetje, O., -jes.
Bigamie, V.
Biggelen, biggelde, heeft gebiggeld.
Biggenkruid, O.
Bigot, bigotter, bigotst.
Bigotterie, V.
Bij.
Bij, V., bijen. Bijtje, O., -jes.
Bijaldien.
Bijbaantje, O., -baantjes.
Bijbank, V., -banken.
Bijbedoeling, V., -bedoelingen.
Bijbegrip, O., -begrippen.
Bijbehoorend.
Bijbel, M., bijbels. Bijbeltje, O., -jes.
Bijbelboek, O., -boeken.
Bijbelcritiek, V.
Bijbelgeloof, O.
Bijbelgenootschap, O., -genootschappen.
Bijbellezing, V., -lezingen.
Bijbelplaats, V., -plaatsen.
Bijbelsch.
Bijbeltekst, M., -teksten.
Bijbelvast, -vaster.
Bijbelvertaling, V., -vertalingen.
Bijbelwoord, O., -woorden.
Bijbetalen, betaalde bij, heeft bijbetaald.
Bijbetaling, V., -betalingen.
Bijbeteekenis, V., -beteekenissen.
Bijbinden, bond bij, heeft bijgebonden.
Bijblad, O., -bladen. Bijblaadje, O., -jes.
Bijblijven, bleef bij, bleven bij, is bijgebleven.
Bijboek, O., -boeken.
Bijboeken, boekte bij, heeft bijgeboekt.
Bijboeking, V.
Bijboeten, boette bij, heeft bijgeboet.
Bijbrassen, braste bij, heeft bijgebrast.
Bijbrengen, bracht bij, heeft bijgebracht.
Bijdehand en bijderhand.
Bijdehandsch en bijderhandsch.
Bijdenkbeeld, O., -beelden.
Bijdoen, deed bij, deden bij, heeft bijgedaan.
Bijdraaien, draaide bij, heeft en is bijgedraaid.
Bijdrage, V., -dragen. Bijdraagje, O., -jes.
Bijdragen, droeg bij, heeft bijgedragen.
Bijdrukken, drukte bij, heeft bijgedrukt.
Bijeen.
Bijeenbehooren, behoorde bijeen, heeft bijeenbehoord.
Bijeenblijven, bleef bijeen, bleven bijeen, is bijeengebleven.
Bijeenbrengen, bracht bijeen, heeft bijeengebracht.
Bijeendoen, deed bijeen, deden bijeen, heeft bijeengedaan.
Bijeendrijven, dreef bijeen, dreven bijeen, heeft bijeengedreven.
Bijeengooien, gooide bijeen, heeft bijeengegooid.
Bijeenhalen, haalde bijeen, heeft bijeengehaald.
Bijeenhangen, hing bijeen, heeft bijeengehangen.
Bijeenhouden, hield bijeen, heeft bijeengehouden.
Bijeenkomen, komt bijeen, kwam bijeen, kwamen bijeen, is bijeengekomen.
Bijeenkomst, V., -komsten.
Bijeenleggen, legde en leide bijeen, heeft bijeengelegd en
bijeengeleid.
Bijeenliggen, lag bijeen, lagen bijeen, heeft bijeengelegen.
Bijeenplaatsen, plaatste bijeen, heeft bijeengeplaatst.
Bijeenplaatsing, V.
Bijeenrapen, raapte bijeen, heeft bijeengeraapt.
Bijeenroepen, riep bijeen, heeft bijeengeroepen.
Bijeenroeping, V., -roepingen.
Bijeenscharrelen, scharrelde bijeen, heeft bijeengescharreld.
Bijeenschrapen, schraapte bijeen, heeft bijeengeschraapt.
Bijeenstaan, staat bijeen, stond bijeen, heeft bijeengestaan.
Bijeentellen, telde bijeen, heeft bijeengeteld.
Bijeentrekken, trok bijeen, trokken bijeen, heeft en is
bijeengetrokken.
Bijeenvoegen, voegde bijeen, heeft bijeengevoegd.
Bijeenvoeging, V., -voegingen.
Bijeenwerpen, wierp bijeen, heeft bijeengeworpen.
Bijeenzamelen, zamelde bijeen, heeft bijeengezameld.
Bijeenzameling, V., -zamelingen.
Bijeenzijn, is bijeen, was bijeen, waren bijeen, is bijeengeweest.
Bijeenzijn, O.
Bijeenzitten, zat bijeen, zaten bijeen, heeft bijeengezeten.
Bijeenzoeken, zocht bijeen, heeft bijeengezocht.
Bijenangel, M., -angels.
Bijenblad, O.
Bijenbrood, O.
Bijencel, V., -cellen; -celletje, O., -jes.
Bijeneter, M., -eters.
Bijenhouder, M., -houders.
Bijenkap, V., -kappen.
Bijenkoningin, V.
Bijenkorf, M., -korven.
Bijenrecht, O.
Bijenteelt, V.
Bijenwas, O.
Bijenzwerm, M., -zwermen.
Bijfiguur, V., -figuren.
Bijgaan, gaat bij, ging bij, is bijgegaan.
Bijgaand.
Bijgelegen.
Bijgeloof, O.
Bijgeloovig, -gelooviger, -geloovigst.
Bijgeloovigheid, V., -heden.
Bijgenaamd.
Bijgeval.
Bijgeven, gaf bij, gaven bij, heeft bijgegeven.
Bijgevolg.
Bijgewas, O., -gewassen. Bijgewasje, O., -jes.
Bijgroeien, groeide bij, is bijgegroeid.
Bijhalen, haalde bij, heeft bijgehaald.
Bijhaling, V.
Bijhangen, hing bij, heeft bijgehangen.
Bijhangsel, O., -hangsels.
Bijharken, harkte bij, heeft bijgeharkt.
Bijhebbend.
Bijhooren, hoorde bij, heeft bijgehoord.
Bijhouden, hield bij, heeft bijgehouden.
Bijhouding, V.
Bijkaart, V., -kaarten.
Bijkans.
Bijkantoor, O., -kantoren.
Bijker, M., bijkers.
Bijkeuken, V., -keukens; -keukentje, O., -jes.
Bijkok, M., -koks.
Bijkomen, komt bij, kwam bij, kwamen bij, is bijgekomen.
Bijkomst, V.
Bijkomstig.
Bijkrabbelen, krabbelde bij, is bijgekrabbeld.
Bijkruipen, kroop bij, kropen bij, is bijgekropen.
Bijl, V., bijlen. Bijltje, O., -jes.
Bijlage, V., -lagen. Bijlaagje, O., -jes.
Bijlander, M., -landers.
Bijlandig.
Bijlbrief, M., -brieven.
Bijleggen, legde en leide bij, heeft bijgelegd en bijgeleid.
Bijlegger, M., -leggers.
Bijlegging, V., -leggingen.
Bijlichten, lichtte bij, heeft bijgelicht.
Bijliggen, lag bij, lagen bij, heeft bijgelegen.
Bijloopen, liep bij, is bijgeloopen.
Bijlooper, M., -loopers.
Bijmaan, V., -manen.
Bijmengen, mengde bij, heeft bijgemengd.
Bijmenging, V.
Bijna.
Bijnaam, M., -namen.
Bijomstandigheid, V., -omstandigheden.
Bijoogmerk, O., -oogmerken.
Bijoorzaak, V., -oorzaken.
Bijpaard, O., -paarden.
Bijpad, O., -paden. Bijpaadje, O., -jes.
Bijpassen, paste bij, heeft bijgepast.
Bijproduct, O., -producten.
Bijrekenen, rekende bij, heeft bijgerekend.
Bijroepen, riep bij, heeft bijgeroepen.
Bijschaven, schaafde bij, heeft bijgeschaafd.
Bijschenken, schonk bij, heeft bijgeschonken.
Bijschieten, schoot bij, schoten bij, heeft bijgeschoten.
Bijschikken, schikte bij, heeft en is bijgeschikt.
Bijschilderen, schilderde bij, heeft bijgeschilderd.
Bijschrift, O., -schriften.
Bijschrijven, schreef bij, schreven bij, heeft bijgeschreven.
Bijschrijving, V., -schrijvingen.
Bijschuiven, schoof bij, schoven bij, heeft en is bijgeschoven.
Bijslaap (verkeer), M.
Bijslaap (persoon), M. en V., -slapen.
Bijslag, M., -slagen. Bijslagje, O., -jes.
Bijslapen, O.
Bijslaper, M., -slapers.
Bijsleepen, sleepte bij, heeft bijgesleept.
Bijsmaak, M., -smaken. Bijsmaakje, O., -jes.
Bijsmeden, smeedde bij, heeft bijgesmeed.
Bijsmijten, smeet bij, smeten bij, heeft bijgesmeten.
Bijsnuiten (een stuk hout), snuitte bij, heeft bijgesnuit.
Bijspringen, sprong bij, heeft bijgesprongen.
Bijstaan, staat bij, stond bij, heeft bijgestaan.
Bijstand, M.
Bijstander, M., -standers.
Bijsteken, stak bij, staken bij, heeft bijgestoken.
Bijstellen, stelde bij, heeft bijgesteld.
Bijstelling, V., -stellingen.
Bijstellingszin, M., -zinnen.
Bijster.
Bijstrijken, streek bij, streken bij, heeft bijgestreken.
Bijstroom, M., -stroomen.
Bijt, V., bijten. Bijtje, O., -jes.
Bijtellen, telde bij, heeft bijgeteld.
Bijten (happen), beet, beten, heeft gebeten.
Bijten (bijt hakken), bijtte, heeft gebijt.
Bijtend, bijtender, bijtendst.
Bijter, M., bijters.
Bijthakken, O.
Bijthakker, M., -hakkers.
Bijtijds.
Bijtmiddel, O., -middelen.
Bijtrekken, trok bij, trokken bij, heeft bijgetrokken.
Bijval, M., -vallen. Bijvalletje, O., -jes.
Bijvallen, viel bij, is bijgevallen.
Bijvalsbetuiging, V., -betuigingen.
Bijverdienste, V.-verdiensten.
Bijvoegen, voegde bij, heeft bijgevoegd.
Bijvoegend.
Bijvoeging, V., -voegingen.
Bijvoeglijk.
Bijvoegsel, O., -voegsels en -voegselen.
Bijvoet, M.
Bijvorm, M., -vormen.
Bijwagen, M., -wagens.
Bijweg, M., -wegen. Bijwegje, O., -jes.
Bijwerk, O., -werken. Bijwerkje, O., -jes.
Bijwerpen, wierp bij, heeft bijgeworpen.
Bijwezen, O.
Bijwijf, O., -wijven.
Bijwijlen.
Bijwijzen, wees bij, wezen bij, heeft bijgewezen.
Bijwitten, witte bij, heeft bijgewit.
Bijwonen, woonde bij, heeft bijgewoond.
Bijwoner, M., -woners.
Bijwoning, V.
Bijwoord, O., -woorden.
Bijwoordelijk.
Bijzaak, V., -zaken. Bijzaakje, O., -jes.
Bijzet, M.
Bijzetten, zette bij, heeft bijgezet.
Bijzetting, V., -zettingen.
Bijziend, -ziender, -ziendst.
Bijziendheid, V.
Bijzijn, O.
Bijzin, M., -zinnen.
Bijzit, V., -zitten.
Bijzitten, zat bij, zaten bij, heeft bijgezeten.
Bijzitter, M., -zitters.
Bijzitterschap, O.
Bijzon, V., -zonnen.
Bijzonder, bijzonderder, bijzonderst.
Bijzonderheid, V., -heden.
Bik, O.
Bikhamer, M., -hamers.
Bikkel, M., bikkels. Bikkeltje, O., -jes.
Bikkelen, bikkelde, heeft gebikkeld.
Bikkelspel, O.
Bikken, bikte, heeft gebikt.
Biksteen, M.
Bil, V., billen. Billetje, O., -jes.
Bilateraal, -laterale.
Bilhamer, M., -hamers.
Bilijzer, O., -ijzers.
Biljart, O., biljarten. Biljartje, O., -jes.
Biljartbal, M., -ballen.
Biljartconcours, O., -concoursen.
Biljarten, biljartte, heeft gebiljart.
Biljartkamer, V., -kamers.
Biljartkeu, V., -keuen en -keus.
Biljartlaken, O.
Biljartspel, O., -spelen.
Biljartzaal, V., -zalen.
Biljet, O., biljetten. Biljetje, O., -jes.
Biljoen (metaal), O.
Billen, bilde, heeft gebild.
Biller, M., billers.
Billijk, billijker, billijkst.
Billijken, billijkte, heeft gebillijkt.
Billijkerwijze en -wijs.
Billijkheid, V.
Billijkheidshalve.
Billioen (getal), O., billioenen.
Bilnaad, M.
Bilzenkruid, O.
Bimetallisme, O.
Binden, bond, heeft gebonden.
Binder, M., binders.
Bindgaren, O., -garens.
Binding, V.
Bindrijs, O.
Bindsel, O., bindsels.
Bindspier, V., -spieren.
Bindster, V., bindsters.
Bindtouw, O., -touwen.
Bindweefsel, O., -weefsels.
Bink, M., binken. Binkje, O., -jes.
Binnen.
Binnenband, M., -banden.
Binnenbetimmering, V., -betimmeringen.
Binnenbrand, M., -branden.
Binnenbrengen, bracht binnen, heeft binnengebracht.
Binnendeur, V., -deuren.
Binnendijken, dijkte binnen, heeft binnengedijkt.
Binnendijks.
Binnendoorgaan, ging binnendoor, is binnendoorgegaan.
Binnendringen, drong binnen, is binnengedrongen.
Binnengaan, gaat binnen, ging binnen, is binnengegaan.
Binnengaats.
Binnengalerij, V., -galerijen.
Binnenhalen, haalde binnen, heeft binnengehaald.
Binnenhof, O., -hoven.
Binnenhuis, O., -huizen; -huisje, O., -jes.
Binnenin.
Binnenkamer, V., -kamers; -kamertje, O., -jes.
Binnenkomen, komt binnen, kwam binnen, kwamen binnen, is binnengekomen.
Binnenkoorts, V., -koortsen.
Binnenkort.
Binnenkruipen, kroop binnen, kropen binnen, is binnengekropen.
Binnenland, O., -landen.
Binnenlandsch.
Binnenloodsen, loodste binnen, heeft binnengeloodst.
Binnenloodsing, V.
Binnenmoeder, V., -moeders.
Binnenmuur, M., -muren.
Binnenplaats, V., -plaatsen; -plaatsje, O., -jes.
Binnenruimte, V., -ruimten.
Binnenrukken, rukte binnen, is binnengerukt.
Binnenshuis.
Binnenskamers.
Binnenslands.
Binnensluipen, sloop binnen, slopen binnen, is binnengeslopen.
Binnensmonds.
Binnenstad, V., -steden.
Binnenste, O.
Binnenstijds.
Binnenstoomen, stoomde binnen, is binnengestoomd.
Binnenstormen, stormde binnen, is binnengestormd.
Binnentreden, trad binnen, traden binnen, is binnengetreden.
Binnenvaart, V.
Binnenvader, M., -vaders.
Binnenvallen, viel binnen, is binnengevallen.
Binnenvertrek, O., -vertrekken; -vertrekje, O., -jes.
Binnenvetje, O., -jes.
Binnenvetter, M., -vetters.
Binnenvoering, V.
Binnenwaarts.
Binnenwater, O., -wateren.
Binnenweg, M., -wegen; -wegje, O., -jes.
Binnenwerk, O.
Binnenwerks.
Binnenwind, M., -winden.
Binnenzak, M., -zakken; -zakje, O., -jes.
Binnenzeilen, zeilde binnen, is binnengezeild.
Binocle, V., binocles.
Bint, O., binten.
Biograaf, M., biografen.
Biographie, V., biographieën.
Biographisch.
Bioloog, M., biologen.
Biologie, V.
Biologisch.
Birkwortel, M., -wortels.
Bis.
Biscuit (soort van aardewerk), O.
Bisdom, O., bisdommen.
Bismuth, O.
Bisschop (kerkvoogd), M., bisschoppen.
Bisschop (drank), V.
Bisschoppelijk.
Bisschopsambt, O.
Bisschopshoed, M., -hoeden.
Bisschopsmijter, M., -mijters.
Bisschopsmuts, V., -mutsen.
Bisschopsstaf, M., -staven.
Bisseeren, bisseerde, heeft gebisseerd.
Bit, O., bitten. Bitje, O., -jes.
Bits, bitser, bitst.
Bitsheid, V., -heden.
Bitsig, bitsiger, bitsigst.
Bitsigheid, V.
Bitter, bitterder, bitterst.
Bitter, O. of M. Bittertje, O., -jes.
Bitterachtig, -achtiger, -achtigst.
Bitterheid, V., -heden.
Bitterkaraf, V., -karaffen; -karafje, O., -jes.
Bitterkers, V.
Bitterkoekje, O., -jes.
Bittertafel, V., -tafels.
Bitterwater, O., -wateren.
Bivouak, O., bivouakken.
Bivouakeeren, bivouakeerde, heeft gebivouakeerd.
Bizar, bizarre.
Bizon, M., bizons.
Blaadje. Zie Blad.
Blaag, M. en V., blagen.
Blaam, V.
Blaar, V., blaren. Blaartje, O., -jes.
Blaartrekkend.
Blaas, V., blazen. Blaasje, O., -jes,
Blaasbalg, M., -balgen; -balgje, O., -jes.
Blaasinstrument, O., -instrumenten.
Blaaskaak, M., -kaken.
Blaaskakerij, V.
Blaaskramp, V.
Blaasontsteking, V., -ontstekingen.
Blaaspijp, V., -pijpen.
Blad, O., bladen, bladeren, bladers en blaren. Blaadje, O., blaadjes
en bladertjes.
Bladeren, bladerde, heeft gebladerd.
Bladerloos, -looze.
Bladerrijk, -rijker, -rijkst.
Bladgoud, O.
Bladgroente, V., -groenten.
Bladluis, V., -luizen.
Bladscheede, V., -scheeden.
Bladsteel, M., -stelen.
Bladstil.
Bladvulling, V., -vullingen.
Bladwesp, V., -wespen.
Bladwijzer, M., -wijzers.
Bladzijde, V., -zijden.
Blaffen, blafte, heeft geblaft.
Blaffer, M., blaffers.
Blaffer, ook Blafferd (register), M., blaffers en blafferds.
Blaken, blaakte, heeft geblaakt.
Blaker, M., blakers. Blakertje, O., -jes.
Blakeren, blakerde, heeft geblakerd.
Blakstil.
Blameeren, blameerde, heeft geblameerd.
Blanco.
Blanco-biljet, O., -biljetten.
Blanco-krediet, O., -kredieten.
Blank, blanker, blankst.
Blanketsel, O., blanketsels.
Blanketten, blankette, heeft geblanket.
Blankheid, V.
Blaren, blaarde, heeft geblaard.
Blaten, blaatte, heeft geblaat.
Blauw, blauwer, blauwst.
Blauwachtig, -achtiger, -achtigst.
Blauwbaard, M.
Blauwbekken, blauwbekte, heeft geblauwbekt.
Blauwbes, V., -bessen.
Blauwblauw (- laten).
Blauwboekje, O., -boekjes.
Blauwen, blauwde, heeft geblauwd.
Blauwkiel, M., -kielen.
Blauwkleurig.
Blauwkous, V., -kousen.
Blauwkuip, V., -kuipen.
Blauwlakensch.
Blauwsel, O. of V.
Blauwselfabriek, V., -fabrieken.
Blauwtje, O., -jes.
Blauwverven, O.
Blauwverver, M., -ververs.
Blauwvoet, M., -voeten.
Blauwzijden (bnw.).
Blauwzuur, O.
Blazen, blies, bliezen, heeft geblazen.
Blazer, M., blazers.
Blazoen, O., blazoenen.
Bleek, bleeker, bleekst.
Bleek, V., bleeken. Bleekje, O., -jes.
Bleeken, bleekte, heeft gebleekt.
Bleeker, M., bleekers.
Bleekerij, V., bleekerijen.
Bleekershond, M., -honden.
Bleekerswagen, M., -wagens.
Bleekheid, V.
Bleekloon, O., -loonen.
Bleekpoeder, O.
Bleekrood.
Bleekster, V., bleeksters.
Bleekveld, O., -velden; -veldje, O., -jes.
Bleekwater, O.
Bleekzucht, V.
Blees, V., blezen.
Blei, V., bleien. Bleitje, O., -jes.
Blein, V., bleinen. Bleintje, O., -jes.
Bles (witte vlek), V.; (paard), M., blessen. Blesje, O., -jes.
Blespaard, O., -paarden.
Blesseeren, blesseerde, heeft geblesseerd.
Blessure en Blessuur, V., blessuren.
Bleu.
Bleuheid, V.
Bliek, V., blieken.
Blieven, bliefde. Verg. Believen.
Blij en Blijde, blijder, blijdst.
Blijde, V., blijden.
Blijde. Zie Blij.
Blijdschap, V.
Blijgeestig, -geestiger, -geestigst.
Blijgeestigheid, V.
Blijheid, V.
Blijk, O., blijken. Blijkje, O., -jes.
Blijkbaar, -baarder, -baarst.
Blijkbaarheid, V.
Blijken, bleek, bleken, is gebleken.
Blijkens.
Blijmoedig, -moediger, -moedigst.
Blijmoedigheid, V.
Blijspel, O., -spelen.
Blijspeldichter, M., -dichters.
Blijven, bleef, bleven, is gebleven.
Blik (opslag der oogen), M., blikken. Blikje, O., -jes.
Blik (geplet metaal en keukengereedschap), O. Blikje, O., -jes.
Blikaars, M., -aarzen.
Blikgat, O.
Blikjesmes, O., -messen.