Blikken (met de oogleden), blikte, heeft geblikt.
Blikken (de schors aftrekken), blikte, heeft geblikt.
Blikkeren, blikkerde, heeft geblikkerd.
Bliksem, M., bliksems.
Bliksemafleider, M., -afleiders.
Bliksemen, bliksemde, heeft gebliksemd.
Bliksemlicht, O.
Bliksems (bijw.).
Bliksemsch (bnw.).
Bliksemstraal, M., -stralen.
Bliksemtrein, M., -treinen.
Blikslager, M., -slagers.
Blikslagerij, V., -slagerijen.
Blikslagersknecht, M., -knechts.
Blikslagerswinkel, M., -winkels.
Blikvuren, blikvuurde, heeft geblikvuurd.
Blikvuur, O., -vuren.
Blikwerk, O.
Blind, blinder, blindst.
Blind, O., blinden. Blindje, O., -jes.
Blinddoeken, blinddoekte, heeft geblinddoekt.
Blinde, M., en V., blinden.
Blinde-darmontsteking, V., -ontstekingen.
Blindeeren, blindeerde, heeft geblindeerd.
Blindelings.
Blindeman, M., -mannen en -mans. Blindemannetje, O.
Blinden, blindde, heeft geblind.
Blinden-instituut, O., -instituten.
Blindenschrift, O.
Blindgeborene, M. en V., -geborenen.
Blindheid, V.
Blinken, blonk, heeft geblonken.
Blinkerd, M., blinkerds.
Blinkworm, M., -wormen.
Bloed, O.
Bloed (sukkel), M., bloeden. Bloedje, O., -jes.
Bloedarmoede, V.
Bloedbad, O.
Bloedbruiloft, V.
Bloeddiarrhee, v.
Bloeddorst, M.
Bloeddorstig, -dorstiger, -dorstigst.
Bloedeloos, -looze.
Bloedeloosheid, V.
Bloeden, bloedde, heeft gebloed.
Bloederig, bloederiger, bloederigst.
Bloedgeld, O.
Bloedhond, M., -honden.
Bloedig, bloediger, bloedigst.
Bloeding, V., bloedingen.
Bloedkleur, V.
Bloedkleurig.
Bloedlichaampje, O., -jes.
Bloedloogzout, O.
Bloedplakkaat, O., -plakkaten.
Bloedraad, M.
Bloedrijk, -rijker, -rijkst.
Bloedschande, V.
Bloedsomloop, M.
Bloedspuwing, V., -spuwingen.
Bloedstelpend.
Bloedstorting, V.
Bloedvat, O., -vaten.
Bloedvergieten, O.
Bloedverwant, M., -verwanten.
Bloedverwante, V., -verwanten.
Bloedverwantschap, V.
Bloedvlek, V., -vlekken; -vlekje, O., -jes.
Bloedwarm.
Bloedworst, V., -worsten.
Bloedwraak, V.
Bloedzuiger, M., -zuigers.
Bloei, M.
Bloeien, bloeide, heeft gebloeid.
Bloeimaand, V.
Bloeisel, O.
Bloeitijd, M.
Bloeiwijze, V., -wijzen.
Bloem, V., bloemen. Bloempje en bloemetje, O., -jes.
Bloembodem, M., -bodems.
Bloemencorso, O., -corso's.
Bloemengeur, M.
Bloemenmaakster, V., -maaksters.
Bloemenmand, V., -manden; -mandje, O., -jes.
Bloemenmeisje, O., -meisjes.
Bloemhof, M., -hoven.
Bloemig, bloemiger, bloemigst.
Bloemist, M., bloemisten.
Bloemisterij, V., bloemisterijen.
Bloemkelk, M., -kelken.
Bloemkool, V., -koolen.
Bloemkrans, M., -kransen.
Bloemkroon, V., -kronen.
Bloemlezing, V., -lezingen.
Bloemmarkt, V., -markten.
Bloemperk, O., -perken.
Bloempot, M., -potten.
Bloemstuk, O., -stukken.
Bloemzaad, O., -zaden.
Bloemzoet.
Bloesem, M., bloesems. Bloesempje, O., -jes.
Blok, O., blokken en bloks. Blokje, O., -jes.
Blokhuis, O., -huizen; -huisje, O., -jes.
Blokkade, V., blokkades.
Blokkeeren, blokkeerde, heeft geblokkeerd.
Blokkeering, V., blokkeeringen.
Blokken, blokte, heeft geblokt.
Blokkendoos, V., -doozen.
Blokkenmaker, M., -makers.
Blokker, M., blokkers.
Blokland, O., -landen.
Blokstelsel, O.
Blom (voor bloem), V., blommen. Blommetje, O., -jes.
Blond, blonder, blondst.
Blondheid, V.
Blondine, V., blondines.
Blondje, O., -jes.
Bloo, blooder, bloodst.
Bloodaard, M., bloodaards.
Bloohartig, -hartiger, -hartigst.
Blooheid, V.
Bloot, blooter, blootst.
Blootelijk.
Blooten (bloot maken), blootte, heeft gebloot.
Blootgeven (zich -), gaf zich bloot, gaven zich bloot, heeft zich
blootgegeven.
Blootleggen, legde en leide bloot, heeft blootgelegd en blootgeleid.
Blootliggen, lag bloot, lagen bloot, heeft blootgelegen.
Blootshoofds.
Blootstaan, staat bloot, stond bloot, heeft blootgestaan.
Blootstellen, stelde bloot, heeft blootgesteld.
Blootsvoets.
Blos, M. Blosje, O., -jes.
Blouse, V., blouses.
Blouwel, M., blouwels.
Blouwen, blouwde, heeft geblouwd.
Blozen, bloosde, heeft gebloosd.
Blozend.
Bluf, M., bluffen. Blufje, O., -jes.
Bluffen, blufte, heeft gebluft.
Bluffer, M., bluffers.
Blufferij, V., blufferijen.
Blunder, M., blunders.
Bluschgereedschap, O., -schappen.
Bluschgranaat, V., -granaten.
Bluschmiddel, O., -middelen.
Bluschster, V., bluschsters.
Blusschen, bluschte, heeft gebluscht.
Blusscher, M., blusschers.
Blussching, V., blusschingen.
Blut.
Bluts, V., blutsen.
Blutsen, blutste, heeft geblutst.
Blutsing, V., blutsingen.
Blutskoorts, V., -koortsen.
Boa, V., boa's.
Bobbekop, M., -koppen.
Bobbel, M., bobbels. Bobbeltje, O., -jes.
Bobbelen, bobbelde, heeft gebobbeld.
Bobbelig, bobbeliger, bobbeligst.
Bobbeling, V., bobbelingen.
Bobberd, M., bobberds.
Bobberen, bobberde, heeft gebobberd.
Bobbering, V., bobberingen.
Bobijn, V., bobijnen.
Bobijnen, bobijnde, heeft gebobijnd.
Bochel, M., bochels. Bocheltje, O., -jes.
Bochelaar, M., bochelaars.
Bochelen, bochelde, heeft gebocheld.
Bocheljoen, M., bocheljoenen.
Bocht (afgesloten ruimte), M., bochten.
Bocht (buiging), V., bochten. Bochtje, O., -jes.
Bocht (slechte waar), O.
Bochten, bochtte, heeft gebocht.
Bochtig, bochtiger, bochtigst.
Bochtigheid, V.
Bochtknier, V., -knieren.
Bockbier, O.
Bod, O.
Bode, M. en V., boden.
Bodem, M., bodems. Bodempje, O., -jes.
Bodembloemig.
Bodemen, bodemde, heeft gebodemd.
Bodemerij, V., bodemerijen.
Bodemerijbrief, M., -brieven.
Bodemloos, -looze.
Bodemrad, O., -raderen.
Bodemstuk, O., -stukken.
Bodenkamer, V., -kamers; -kamertje, O., -jes.
Bodenloon, O.
Bodeschap, O.
Boe.
Boedel (ook Boel), M., boedele. Boedeltje, O., -jes.
Boedelafstand, M.
Boedelbeschrijving, V., -beschrijvingen.
Boedelredder, M., -redders.
Boedelscheiding, V., -scheidingen.
Boef, M., boeven. Boefje, O., -jes.
Boeg, M., boegen.
Boeganker, O., -ankers.
Boegband, M., -banden.
Boegen, boegde, heeft geboegd.
Boeghout, O., -houten.
Boegkruisen, boegkruiste, heeft geboegkruist.
Boeglam.
Boegseeren, boegseerde, heeft geboegseerd.
Boegseerlijn, V., -lijnen.
Boegsel, O., boegsels.
Boegspriet, M., -sprieten.
Boegstag, O., -stagen.
Boeha, ook Boha.
Boei (kluister), V., boeien.
Boei (ton), V., boeien.
Boeien, boeide, heeft geboeid.
Boeiend, boeiender, boeiendst.
Boeier, M., boeiers. Boeiertje, O., -jes.
Boeiplank, V., -planken.
Boeireep, M., -reepen.
Boeisel, O., boeisels.
Boek, O., boeken. Boekje, O., -jes.
Boekaankondiging, V., -aankondigingen.
Boekachtig, -achtiger, -achtigst.
Boekanier, M., boekanieren en boekaniers.
Boekbeoordeeling, V., -beoordeelingen.
Boekbeschouwing, V., -beschouwingen.
Boekbinden, O.
Boekbinder, M., -binders.
Boekbinderij, V., -binderijen.
Boekbinderslijm, V.
Boekbinderspers, V., -persen.
Boekdeel, O., -deelen; -deeltje, O., -jes.
Boekdrukken, O.
Boekdrukker, M., -drukkers.
Boekdrukkerij, V., -drukkerijen.
Boekdrukkunst, V.
Boekdrukpers, V., -persen.
Boekeboom, M., -boomen.