a. Uit twee bastaardwoorden, als _adjunct-commies_,
_minister-resident_, _luitenant-kolonel_ enz.
b. Uit een Nederl. woord en een bastaardwoord, die beide reeds op
zich zelve titels zijn, of waarvan het achterste een bijv. nw. is;
als _grootmeester-nationaal_, _kapitein-geweldiger_, _Staten-Generaal_,
_raad-pensionaris_ enz.
3. In geographische namen, bestaande uit een eigennaam en een
bijv. nw. of bijwoord; als _Groot-Britannië_, _Nieuw-Holland_,
_Noord-Brabant_, _West-Friesland_, _Beneden-Egypte_ enz.
Bijvoegl. naamw. echter, van woorden als de hier bedoelde gevormd,
worden (volgens § 48, I, 1, _b_) zonder koppelteeken aaneen geschreven;
b. v. _Noordhollandsch_, _Oostfriesch_ enz.
4. In samenstellingen, waarin het eerste lid--hetzij een bijv. nw.,
hetzij een voornaamwoord, lidwoord of telwoord--alleen betrekking heeft
op het eerste gedeelte der volgende samenstelling, en niet op dit woord
in zijn geheel; als _bolvormige-driehoeksmeting_, _dolle-hondsbeet_,
_klein-kinderschooltje_, _oude-mannenhuis_, _ijzeren-spoorweg_,
_Sint-Jansdag_, _St.-Catharinagasthuis_, _Lieve-Vrouwenkerk_,
_Mijns-Heerenland_, _'s-Gravenhage_, _'s-Hertogenbosch_, _de
Vier-Heerenlanden_ enz.
De verbindingsklanken tusschen de leden der samenstellingen.
(Grondbeg. § 161-213).
51. In de meeste samenstellingen blijft het eerste lid onverminkt; maar
niet zelden neemt het een toevoegsel aan, hetwelk _verbindingsklank_
of _verbindingsletter_ genoemd wordt.