1. In woorden, waarin eigennamen of van eigennamen gevormde
bijv. nw. voorkomen; als in _Cayenne-peper_, _Manilla-sigaren_,
_Portorico-tabak_, _Zuidzee-traan_, _Schakel-lijm_ enz.,
_Berlijnsch-blauw_, _Friesch-groe_n enz., _Engelsch-Russisch_,
_Indo-Germaansch_ enz. Niet echter, wanneer de eigennaam in de
uitspraak onherkenbaar misvormd of wel geheel vergeten is, als in
_portwijn_, _kwassiehout_, _spijkerbalsem_ enz.