Met één blik van uw oogen zoudt ge den
ganschen liederen-rijkdom van de harpen
der dichters kunnen rooven, schoone vrouw.
Maar gij hebt geen ooren voor hun lof,
daarom kom ik u prijzen.
De hoogmoedigste hoofden ter waereld
zoudt ge aan uw voeten kunnen verneederen.
Maar gij verkiest uw geliefden te eeren,
die de faam niet kent, daarom eer ik u.
De volmaakte schoonheid van uw armen
zou de gloorie van kooninklijke pracht
verhoogen door hun aanraking.
Maar ge beezigt hen om het stof te veegen,
en uw neederig huis rein te houden, daarom
ben ik met ontzag vervuld.