Uw rijkdom is niet oneindig, mijn geduldige
en donkere moeder aarde!
Gij zwoegt om de monden uwer kinderen
te vullen, maar voedsel is schaars.
De gave der blijdschap, die gij voor ons
hebt, is nooit volkoomen.
Het speelgoed, dat ge voor uw kinderen
maakt, is broos.
Gij kunt al onze hongerige verwachtingen
niet voldoen, maar zou ik u daarom verlaten?
Uw door smart beschaduwde glimlach is
liefelijk voor mijn oogen.
Uw liefde, die geen voleindiging kent, is
mijn hart dierbaar.
Gij hebt ons uit uw borst gevoed met leeven,
niet met onsterfelijkheid, daarom zijn
uw oogen altijd waaksaam.
Aeonen lang werkt gij met kleur en zang,
toch is uw heemel niet gebouwd, alleen zijn
droeve aanduiding.
Oover uwe schoonheids-scheppingen ligt
de tranen-neevel.
Ik zal mijn zangen storten in uw zwijgend
hart, en mijn liefde in uwe liefde.
Ik zal u eeren door arbeid.
Ik heb uw zacht gelaat gezien en ik min
uw rouw-vol stof, moeder aarde.