LXIX.

Ik jaag het gouden hert.

Lacht vrij, mijn vrienden, maar ik volg het

vizioen dat mij ontwijkt.

Ik doorkruis heuvelen en dalen, ik zwerf

door landen zonder naam, omdat ik het gouden

hert jaag.

Gij komt ter markt en koopt, en keert

huiswaarts beladen met waren,--maar de

winden zonder te-huis hebben mij geraakt

met hun toover, ik weet niet waar, noch

wanneer.

Ik draag geen zorg in mijn hart; al het

mijne liet ik verre achter mij.

Ik doorkruis heuvelen en dalen, ik zwerf

door landen zonder naam--want ik jaag

het gouden hert.

De Hoovenier · 第 90 / 106 题