Niemand leeft eeuwig, broeder, en niets is
duurzaam. Denk daarom en verheug u.
Ons leeven is niet altijd dezelfde oude last,
onze weg is niet altijd dezelfde lange reis.
Een enkele dichter behoeft niet altijd dezelfde
oude zang te zingen.
De bloem welkt en sterft; maar hij, die de
bloem draagt, behoeft er niet eeuwen oover
te rouwen.
Broeder, denk daarom en verheug u.
Er moet een volkoomen rustpooze zijn, om
volmaaktheid te weeven in muziek.
Het leeven neigt naar zijn zonsondergang,
om te verdrinken in de gouden schaduwen.
Liefde moet weggeworpen worden van
haar spel, om smart te drinken en tot den
tranenheemel opgevoerd te worden.
Broeder, denk daarom en verheug u.
We spoeden ons om onze bloemen te verzamelen,
eer ze geroofd worden door de
voorbijgaande wind.
Het doet ons bloed sneller gaan, en onze
oogen helderder blinken, als wij kussen steelen,
die zouden verlooren gaan door ons
talmen.
Ons leeven is greetig, onze begeerten zijn
fel, want Tijd luidt de afscheidsklok.
Broeder, denk daarom en verheug u.
Wij hebben den tijd niet om iets te omklemmen,
te vermorzelen en dan weg te werpen
in 't stof.
De uuren trippelen schielijk weg, hun droomen
verbergend in hun kleed.
Ons leeven is kort, het gunt ons maar
enkele dagen voor liefde.
Voor werken en zwoegen zou het eindeloos
lang zijn.
Broeder, denk daarom en verheug u.
Schoonheid is lieflijk voor ons, omdat zij
danst op dezelfde vliedende deun als ons
leeven.
Kennis is kostbaar voor ons, omdat wij
nooit tijd zullen hebben haar te volmaken.
In den eeuwigen Heemel is alles af en
voltooid.
Maar de aardsche illuzie-bloemen worden
eeuwig frisch gehouden door den dood.
Broeder, denk daarom en verheug u.