LXVIII.

Niemand leeft eeuwig, broeder, en niets is

duurzaam. Denk daarom en verheug u.

Ons leeven is niet altijd dezelfde oude last,

onze weg is niet altijd dezelfde lange reis.

Een enkele dichter behoeft niet altijd dezelfde

oude zang te zingen.

De bloem welkt en sterft; maar hij, die de

bloem draagt, behoeft er niet eeuwen oover

te rouwen.

Broeder, denk daarom en verheug u.

Er moet een volkoomen rustpooze zijn, om

volmaaktheid te weeven in muziek.

Het leeven neigt naar zijn zonsondergang,

om te verdrinken in de gouden schaduwen.

Liefde moet weggeworpen worden van

haar spel, om smart te drinken en tot den

tranenheemel opgevoerd te worden.

Broeder, denk daarom en verheug u.

We spoeden ons om onze bloemen te verzamelen,

eer ze geroofd worden door de

voorbijgaande wind.

Het doet ons bloed sneller gaan, en onze

oogen helderder blinken, als wij kussen steelen,

die zouden verlooren gaan door ons

talmen.

Ons leeven is greetig, onze begeerten zijn

fel, want Tijd luidt de afscheidsklok.

Broeder, denk daarom en verheug u.

Wij hebben den tijd niet om iets te omklemmen,

te vermorzelen en dan weg te werpen

in 't stof.

De uuren trippelen schielijk weg, hun droomen

verbergend in hun kleed.

Ons leeven is kort, het gunt ons maar

enkele dagen voor liefde.

Voor werken en zwoegen zou het eindeloos

lang zijn.

Broeder, denk daarom en verheug u.

Schoonheid is lieflijk voor ons, omdat zij

danst op dezelfde vliedende deun als ons

leeven.

Kennis is kostbaar voor ons, omdat wij

nooit tijd zullen hebben haar te volmaken.

In den eeuwigen Heemel is alles af en

voltooid.

Maar de aardsche illuzie-bloemen worden

eeuwig frisch gehouden door den dood.

Broeder, denk daarom en verheug u.

De Hoovenier · 第 89 / 106 题