LIV.

Waarheen zoo haastig met uw mand op

den laten avond, nu de markt geslooten is?

Allen zijn nu thuis met hun vrachten; de

maan kijkt booven de boomen van het dorp.

De echoos van de stemmen, die roepen

naar den ooverhaal, vlieden oover het donkere

water naar het verre moeras waar de

wilde eenden slapen.

Waarheen zoo haastig met uw mand, nu

de markt is geslooten?

Slaap legde haar vingers op de oogen van

den nacht.

De nesten van de kraayen zijn stil geworden,

en de fluisteringen van de bamboebladen

zwijgen.

De arbeiders, die thuis kwamen van den

akker, spreiden hun matten in den binnenhof.

Waarheen zoo haastig met uw mand, nu

de markt geslooten is?

De Hoovenier · 第 75 / 106 题