XLIV.

Eerwaarde Heer, vergeef dit paar zondaren.

Lente-winden waayen vandaag in

wilde vlagen, ze drijven stof en doode bladen

voort, en al uw lessen gaan daarbij verlooren.

Zeg niet, vader, dat leeven ijdelheid is.

Want we hebben voor éénmaal een verdrag

met den dood geslooten, en alleen voor

een paar zoetgeurige uuren zijn wij onsterfelijk

gemaakt.

Zelfs als het leeger des koonings kwam,

en ons fel ooverviel, zouden wij droevig het

hoofd schudden en zeggen: Broeders gij

stoort ons. Als ge dit lawaayig spel wilt

speelen, gaat dan elders met uw wapengekletter.

Daar wij toch maar voor een paar

vluchtige uuren onsterfelijk zijn gemaakt.

Als vriendelijke menschen kwamen en om

ons samendrongen, zouden we met bescheiden

buiging tot hen zeggen: Dit bizondere

voorrecht maakt ons verleegen. Er is weinig

ruimte in de oneindige heemel waar wij

woonen. Want in de lente koomen er drommen

bloemen, en de drukke bijen-wiekjes

verdringen elkaar. Ons heemeltje, waar

enkel wij twee onsterfelijken woonen, is zoo

belachelijk naauw.

De Hoovenier · 第 65 / 106 题