XXXVIII.

Mijn Lief, op zeekeren tijd liet uw dichter

een groot epos in zijn geest van stapel.

Helaas, ik was niet omzichtig genoeg, het

raakte uw rinkelende enkel-ringen en ging

stuk.

Het brak in kleine liedjes en lag vergruisd

aan uw voeten.

Mijn heele lading van vertelsels van oude

oorloogen werd geslingerd door de lachende

golven, gedrenkt in tranen en zonk.

Dit verlies moet gij mij goed-maken, mijn

Lief.

Als mijn aanspraken op onsterfelijke roem

na mijn dood zijn vernietigd, maak mij dan

onsterfelijk in mijn leeven.

En ik zal mijn verlies niet betreuren en u

geen verwijt doen.

De Hoovenier · 第 59 / 106 题