XXXI.

De voogd van de wildernis, mijn hart,

heeft zijn heemel gevonden in uw oogen.

Zij zijn de wieg van den morgen, zij zijn

het kooninkrijk van de sterren.

Mijn liederen zijn verlooren in hun

diepten.

Laat mij opgaan in dien heemel, in zijn

eenzame ontzaglijkheid.

Laat mij zijn wolken klieven, en de vleugels

spreiden in zijn zonneschijn.

De Hoovenier · 第 48 / 106 题