De voogd van de wildernis, mijn hart,
heeft zijn heemel gevonden in uw oogen.
Zij zijn de wieg van den morgen, zij zijn
het kooninkrijk van de sterren.
Mijn liederen zijn verlooren in hun
diepten.
Laat mij opgaan in dien heemel, in zijn
eenzame ontzaglijkheid.
Laat mij zijn wolken klieven, en de vleugels
spreiden in zijn zonneschijn.