XXV.

"Kom bij ons, jongeling, zeg ons naar

waarheid waarom er razernij is in uw

oogen?"

"Ik weet niet welken wijn van wilde papaver

ik dronk, dat er razernij is in mijn oogen."

"O, foei!"

"Wel, er zijn wijzen en er zijn dwazen, er

zijn voorzichtigen en er zijn zorgeloozen. Er

zijn oogen die glimlachen en oogen die

weenen--en in mijn oogen is razernij."

"Jongeling, waarom staat gij zoo stil in den

schaduw van den boom?"

"Mijn voeten zijn loom door de last mijns

harten, en ik sta in den schaduw."

"O foei!"

"Wel, er zijn er die voortstappen op hun

weg en er zijn er die treuzelen, sommigen

zijn vrij, anderen geboeid--en mijn voeten

zijn loom door de last mijns harten."

De Hoovenier · 第 42 / 106 题