Mijn vriend, houd het geheim uws harten
niet voor u.
Zeg het mij, mij alleen, heimelijk.
Gij, die zoo minnelijk glimlacht, fluister
het zachtjens, mijn hart zal het hooren, mijn
ooren niet.
De nacht is diep, het is stil, de voogelnesten
zijn door slaap omfloersd.
Spreek tot mij, door beschroomde tranen,
door weifelende glimlachjes, door zoete
schaamte en smart, zeg het geheim uws
harten.