XXIV.

Mijn vriend, houd het geheim uws harten

niet voor u.

Zeg het mij, mij alleen, heimelijk.

Gij, die zoo minnelijk glimlacht, fluister

het zachtjens, mijn hart zal het hooren, mijn

ooren niet.

De nacht is diep, het is stil, de voogelnesten

zijn door slaap omfloersd.

Spreek tot mij, door beschroomde tranen,

door weifelende glimlachjes, door zoete

schaamte en smart, zeg het geheim uws

harten.

De Hoovenier · 第 41 / 106 题