Dag aan dag komt hij, en gaat weer heen.
Ga, mijn vriend, en geef hem een bloem
uit mijn haar.
Als hij vraagt wie haar zond, zeg hem dan
mijn naam niet, bid ik je--want hij komt
maar, en gaat weer heen.
Hij zit op het stof onder den boom.
Spreid hem daar een zitplaats met bloemen
en bladen, mijn vriend.
Zijn oogen zijn droef, en zij brengen droefheid
in mijn hart.
Hij zegt niet wat er in hem omgaat; hij
komt maar, en gaat weer heen.