Als de twee zusters water gaan halen, dan
glimlachen ze, als ze op deeze plek koomen.
Ze moeten 't bespeuren, dat iemand achter
de boomen staat, als ze gaan om water te
halen.
De twee zusters fluisteren tot elkaar, als
ze deeze plek voorbij gaan.
Ze moeten het geheim geraden hebben,
van dien iemand, die achter de boomen staat
als zij water gaan halen.
Haar kruiken wankelen op eens en morsen
water als ze op deeze plaats koomen.
Ze moeten 't gemerkt hebben, dat iemands
hart klopt, die achter de boomen staat, als
zij water gaan halen.
De twee zusters oogen naar elkaar, als zij
op deeze plek koomen, en zij glimlachen.
Er is een lach in hun snel-stappende voeten,
die verwarring brengt in de ziel van
iemand, die achter de boomen staat, altijd
als ze water gaan halen.