Handen houden handen vast en oogen verwijlen
aan oogen; zoo begint het verhaal
onzer harten.
Het is de maanlichte Maart-nacht; de zoete
geur van henna is in de lucht; mijn fluit ligt
vergeeten op den grond en de bloemenkrans
is onvoltooid.
Deeze liefde tusschen jou en mij is eenvoudig
als een lied.
Je saffraankleurige sluyer maakt mijn
oogen dronken.
De jasmijn-krans, die je voor mij vlocht,
doet mijn hart tintelen als vleierij.
Het is een spel van geeven en terughouden,
van oopenbaren en weer verbergen; wat
glimlachjes, een weinig schuchterheid, en
enkele zoete, vergeefsche worstelingen.
Deeze liefde tusschen jou en mij is eenvoudig
als een lied.
Geen geheimenis verder dan het heeden,
geen streeven naar het onmoogelijke, geen
schaduw achter de bekooring, geen reiken in
de diepten van duisternis.
Deeze liefde tusschen jou en mij is eenvoudig
als een lied.
Wij dwalen niet van uit alle woorden tot
het eeuwig stille; we strekken onze handen
niet uit in het leedig, naar dingen verder dan
alle hoop.
Het volstaat dat wij geeven en krijgen.
We verpletteren de vreugde niet tot het
uiterste, om er de wijn van smart uit te
persen.
Deeze liefde tusschen jou en mij is eenvoudig
als een lied.