Als ge werk wilt doen en uw waterkruik
vullen, kom tot mijn Meer, o kom!
Het water zal zich om uw voeten sluiten
en zijn geheim uitbabbelen.
De schaduw van den koomenden reegen
is op het zand, en de wolken hangen laag
op de blaauwe boom-kontoeren, zooals het
zware haar booven uw wenkbraauwen.
Ik ken het ritme van uw schreeden wel,
zij kloppen in mijn hart.
Kom tot mijn Meer, o kom, als ge uw kruik
moet vullen.
Wilt ge leedig zitten en droomen en uw
kruik laten drijven op het water, kom tot
mijn Meer, o kom!
De grazige oeverglooying is groen, en de
wilde bloemen zijn ontelbaar.
Uw gedachten zullen uit uw donkere
oogen dwalen als voogels uit hun nest.
Uw sluyer zal aan uw voeten vallen.
Kom tot mijn Meer, o kom! als ge werkeloos
zitten wilt.
Wilt ge uw spel laten rusten en duiken in
't water, kom tot mijn Meer, o kom.
Laat uw blaauwe mantel aan den oever
liggen; het blaauwe water zal u kleeden
en verbergen.
De golfjes zullen op hun teenen gaan
staan om uw hals te kussen en in uw oor te
fluisteren.
Kom tot mijn Meer, o kom, als ge in 't
water wilt duiken.
Moet gij razend zijn en in uw dood springen,
kom tot mijn Meer, o kom!
Het is koel en grondeloos diep. Het is donker
als droomlooze slaap.
In zijn diepten daar is nacht en dag gelijk,
en zangen zijn er stilte.
Kom tot mijn Meer, o kom! als ge wilt duiken
naar uw dood.