Kom zooals je bent; treuzel niet met je
toilet.
Als je gevlochten haar losgegaan is, als je
scheiding niet recht is, als de linten van je
keursje niet vastgestrikt zijn, let er niet op.
Kom zooals je bent, treuzel niet met je
toilet.
Kom, met vlugge stappen oover 't gras.
Als het roode kleursel door den daauw is
afgegaan van je voeten, als de ringen met
belletjes van je voeten losgaan, als paerelen
uit je snoer vallen, let er niet op.
Kom, met vlugge stappen oover 't gras.
Zie je hoe de wolken den heemel omhullen?
Vluchten kraanvoogels vliegen op van de
ooverkant der rivier, en plotselinge windstooten
vliegen oover de heide.
Het angstige vee rent naar zijn stalling in
het dorp.
Zie je de wolken die den heemel omhullen?
Te vergeefs steek je je toilet-lamp aan.--Zij
flakkert en dooft uit in den wind.
Wie kan weeten dat je oogleeden niet met
lamp-zwart zijn bestreeken?
Want je oogen zijn donkerder dan reegenwolken.
Te vergeefs steek je je toilet-lamp aan--ze
gaat uit.
Kom zooals je bent; treuzel niet met je
toilet.
Al is de krans niet gevlochten, wie geeft er
om? Is de armband niet geslooten, laat
haar zoo.
De heemel is met wolken ooverdekt. Het
is laat.
Kom zooals je bent; treuzel niet met je
toilet.